Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 januari 2025 waarbij de raad de goedkeuring van de rechtspositieregeling, het organogram, de personeelsformatie en het arbeidsreglement gedelegeerd heeft naar het vast bureau.
De beslissing van het vast bureau van 16 juli 2019 en latere wijzigingen waarbij de rechtspositieregeling voor het OCMWpersoneel werd vastgesteld.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van de lokale en provinciale besturen.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 16 juli 2019 en latere wijzigingen houdende vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 december 2019 en latere wijzigingen houdende vaststelling van het organogram en de personeelsformatie voor het gemeentepersoneel.
Advies van het managementteam van 21 augustus 2025 houdende het voorstel aanpassing rechtspositieregeling.
De beslissing van het vast bureau van 26 augustus 2025 houdende de agenda syndicaal overleg.
Het protocol nr. 78 van het bijzonder onderhandelingscomité van 12 september 2025.
Het bestuur heeft de ambitie om de rechtspositieregeling grondig te herzien in 2025-2026. Vandaar dat in tussentijd een aantal topics worden aangepast.
De Vlaamse regering keurde op 20 december 2024 het besluit goed om vanaf 1 januari 2025 de prijs van een dienstencheque met één euro te laten stijgen. De bijhorende nota bij het BVR bepaalde dat deze euro integraal moet dienen om de loon- en arbeidsvoorwaarden van de huishoudhulpen te verbeteren.
Dit werd voorgelegd aan onze syndicale partners op 14 februari 2025 en opgenomen in protocol 73.
Intussen werd binnen comité C1 een sectoraal akkoord afgesloten op 11 juni 2025. Deze koopkrachtmaatregel geldt als voorafname op het sectoraal akkoord 2026-2031.
Elk lokaal bestuur moet in zijn lokale rechtspositieregeling, in overeenstemming met artikel 25 van het BVR RPR van 20 januari 2025, het salaris van de dienstencheque-medewerkers opnieuw vaststellen. Dit geldt ook voor de besturen die het BVR van 20 januari 2023 nog niet implementeerden.
De verhoging geldt voor alle uren: zowel bij klanten gepresteerde uren als niet bij klanten gepresteerde uren (zoals werkvergaderingen en opleidingen) en betaalde afwezigheden (bv. vakantie, feestdagen en ziekteverlof).
Uitgerekend komt het er op neer dat elke trap van de salarisschalen verhoogd wordt met 931,07 euro (1976/2,1223 (huidige indexcoëfficiënt)) aan 100% op jaarbasis.
De salarisverhoging heeft ook gevolgen voor het vakantiegeld dat moet worden aangepast aan de nieuwe salarisschalen. Gezien de terugwerkende kracht van het salaris vanaf 1 januari 2025 moet het vakantiegeld voor 2025 worden herberekend. Ook de haard- en standplaatstoelage moet eventueel worden herberekend.
De kost die de nieuwe salarisschaal met zich meebrengt bedraagt 931,07 euro per trap in de huidige E-salarisschaal. Omdat het over een bruto loonsverhoging gaat, heeft dit eveneens een impact op de toelagen en vergoedingen die zijn gebaseerd op het loon, zoals het dubbel vakantiegeld, en de haard- en standplaatstoelage.
Op basis van de bestaande personeelsbezetting ramen we de meerkost op 25.125€. De precieze berekening zal worden doorgevoerd door Cipal Schaubroeck.
Bij afloop van het verlof voor opdracht wordt de medewerker in principe opnieuw tewerkgesteld binnen het lokaal bestuur. Hierbij wordt gestreefd naar het vinden van zoveel mogelijk aansluiting bij de oorspronkelijke functie of een gelijkwaardige functie. We willen echter ook transparant zijn: afhankelijk van de noden van de organisatie, de evoluties binnen de dienst of het gewijzigde personeelsbestand tijdens de afwezigheid, kan het zijn dat de medewerker wordt toegewezen aan een andere functie of taakinhoud. Dit gebeurt steeds in overleg met de betrokken medewerker. We wensen dit dan ook op te nemen in de rechtspositieregeling.
Om sneller te kunnen inspelen op vragen van diensten met betrekking tot in te vullen open posities, wordt voorgesteld om te kunnen overgaan tot tussentijdse wervingsreserves voor generieke functies. Om kandidaten uit deze reserve aan te stellen, kunnen een of meerdere bijkomende selectietechnieken georganiseerd worden, toegespitst op de dienst waar een vacature worden opengesteld.
Daarnaast wordt voorgesteld om de samenstelling van de selectiecommissie te vereenvoudigen, waarbij enerzijds het minimum aantal leden wordt aangepast en anderzijds de secretaris wel deelneemt aan de eigenlijke selectieactiviteiten.
Op 24 juni 2025 besloot het vast bureau het voorstel tot invoering van premies op basis van effectief geleverde onregelmatige prestaties ter bespreking voor te leggen aan de vakorganisaties.
Momenteel ontvangen alle zorgmedewerkers een vaste wisseldienstpremie van 11% bovenop hun brutowedde, ongeacht het aantal effectief gepresteerde onregelmatige diensten. Daarnaast ontvangen zij een beperkte forfaitaire vergoeding per uur voor bepaalde prestaties. De huidige geïndexeerde premies bedragen:
• Zondagprestaties: € 4,34626 per uur
• Zaterdagprestaties: € 4,34626 per uur
• Avondprestaties: € 2,14431 per uur
• Nachtprestaties: € 2,14431 per uur
Deze regeling resulteert in beperkte loonverschillen tussen medewerkers, ongeacht het daadwerkelijke aantal geleverde onregelmatige prestaties.
Binnen het zorgteam leeft het gevoel dat deze vaste premie geen recht doet aan medewerkers die frequent extra onregelmatige prestaties leveren. Vanuit de medewerkers werd dan ook expliciet de vraag gesteld om een eerlijkere vergoeding te voorzien, gebaseerd op reële prestaties.
Om tegemoet te komen aan deze bezorgdheid, stellen we voor om de huidige vaste wisseldienstpremie van 11% af te schaffen en te vervangen door een systeem van vergoedingen op basis van effectief geleverde onregelmatige prestaties. Dit systeem is gebaseerd op de principes van het paritair comité 330 en houdt rekening met het brutoloon van de individuele medewerker. De voorgestelde vergoedingspercentages zijn als volgt:
• Zondagprestaties: 56%
• Zaterdagprestaties: 26%
• Avondprestaties: 20%
• Nachtprestaties: 35%
In bijlage werd een simulatie van de impact van deze wijziging op de loonberekening voor de maanden december 2024 en januari 2025 opgenomen.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht.
Artikel 1
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht:
In “Titel VII, Hoofdstuk I Algemene bepalingen”, wordt
Niveau E Graad Rang Schalen
1 basisgraad Ev E1’-E2’-E3’
Artikel 2
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht:
Trap E1' E2' E3'
0 14.181,07 14.481,07 15.131,07
1 14.281,07 14.631,07 15.281,07
2 14.281,07 14.631,07 15.281,07
3 14.381,07 14.781,07 15.431,07
4 14.381,07 14.781,07 15.431,07
5 14.481,07 14.931,07 15.581,07
6 14.481,07 14.931,07 15.581,07
7 14.581,07 15.081,07 15.731,07
8 14.581,07 15.081,07 15.731,07
9 14.731,07 15.231,07 15.881,07
10 14.731,07 15.231,07 15.881,07
11 14.831,07 15.381,07 16.031,07
12 14.831,07 15.381,07 16.031,07
13 14.931,07 15.531,07 16.181,07
14 14.931,07 15.531,07 16.181,07
15 15.031,07 15.681,07 16.331,07
16 15.031,07 15.681,07 16.331,07
17 15.181,07 15.781,07 16.481,07
18 15.181,07 15.781,07 16.481,07
19 15.331,07 15.931,07 16.631,07
20 15.331,07 15.931,07 16.631,07
21 15.481,07 16.081,07 16.781,07
22 15.481,07 16.081,07 16.781,07
23 15.631,07 16.231,07 16.931,07
24 15.631,07 16.231,07 16.931,07
25 15.781,07 16.381,07 17.081,07
26 15.781,07 16.381,07 17.081,07
27 15.931,07 16.581,07 17.481,07
Artikel 3
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht.
In “Titel IX, Hoofdstuk IX. Het verlof voor opdracht”, wordt
Artikel 4
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht.
In “Titel II, Hoofdstuk III. De selectieprocedure”, wordt
§1. 2° “elke selectiecommissie bestaat uit ten minste drie leden” wordt aangepast naar “elke selectiecommissie bestaat uit ten minste drie leden inclusief de secretaris”
“De selectiecommissies worden geleid door een voorzitter. De voorzitter wordt in zijn taak bijgestaan door een secretaris die niet deelneemt aan de eigenlijke selectieactiviteiten en aan de beoordeling van de kandidaten” wordt aangepast naar “De selectiecommissies worden geleid door een voorzitter. De voorzitter wordt in zijn taak bijgestaan door een secretaris die deelneemt aan de eigenlijke selectieactiviteiten”.
Reserves
Onderafdeling 1. Aanleg van reserves
§2. De geldigheidsduur vangt aan vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van het eindrapport van de selectie.
§3. Indien de stad en het OCMW een gezamenlijke selectieprocedure voeren, beslissen de aanstellende overheden over de reserve zoals bedoeld in deze afdeling.
§2. Met toepassing van de bindende rangschikking van de geslaagde of geschikt bevonden kandidaten wordt de eerst gerangschikte kandidaat van de wervingsreserve het eerst geraadpleegd.
Onderafdeling 2. Tussentijdse reserves
De geldigheidsduur vangt aan vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van het eindrapport van de oorspronkelijke selectie.
§2. Alle geslaagde of geschikt bevonden kandidaten worden in de tussentijdse reserve opgenomen.
Om kandidaten uit deze reserve aan te stellen, kunnen een of meerdere bijkomende selectietechnieken georganiseerd worden. Kandidaten die niet aangesteld worden, worden opnieuw opgenomen in de reserve.
Artikel 5
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het OCMWpersoneel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht:
In “Titel VIII, Hoofdstuk III. De onregelmatige prestaties”, worden
Nachtprestaties en prestaties op zaterdagen, zondagen en feestdagen
1. per uur nachtprestaties tussen 22 uur en 6 uur: een toeslag op het uursalaris die gelijk is aan 25% van het uursalaris;
2. per uur prestaties tussen 0 en 24 uur op een zondag of een feestdag: een toeslag op het uursalaris die gelijk is aan 100% van het uursalaris;
3. per uur prestaties tussen 0 en 24 uur op een zaterdag: een toeslag op het uursalaris die gelijk is aan 25% van het uursalaris.
De toeslag voor nachtprestaties is cumuleerbaar met de toeslag voor prestaties op zaterdagen, zondagen en feestdagen.
1. per uur prestatie tussen 19 en 20 uur: een toeslag op het uursalaris die gelijk is aan 20% van het uursalaris;
2. per uur nachtprestaties tussen 20 uur en 6 uur: een toeslag op het uursalaris die gelijk is aan 35% van het uursalaris;
3. per uur prestaties tussen 0 en 24 uur op een zondag of een feestdag: een toeslag op het uursalaris die gelijk is aan 56% van het uursalaris;
4. per uur prestaties tussen 0 en 24 uur op een zaterdag: een toeslag op het uursalaris die gelijk is aan 26% van het uursalaris.
Prestaties die middernacht overschrijden voor zover zij beginnen voor 20 uur of eindigen na 6 uur worden gelijkgesteld met nachtprestatie.
De toeslagen zijn onderling niet cumuleerbaar. De hoogste toeslag in functie van de geleverde onregelmatige prestaties is van toepassing.
Artikel 6
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).