Terug
Gepubliceerd op 30/12/2024

Besluit  college van burgemeester en schepenen

di 24/12/2024 - 09:00

Rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel - 16e wijziging

Aanwezig: Rutger De Reu, aangewezen-burgemeester
Nathalie Lambrecht, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Bruno Dhaenens, schepenen
Conny De Spiegelaere, schepen, voorzitter BCSD
Stefanie De Vlieger, algemeen directeur
Afwezig: Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Johan Cornelis, schepenen
Regelgeving

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 56 en 57 over de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

De beslissing van de gemeenteraad van 24 januari 2019 waarbij de raad de goedkeuring van de rechtspositieregeling, het organogram, de personeelsformatie en het arbeidsreglement gedelegeerd heeft naar het college van burgemeester en schepenen.

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 16 juli 2019 en latere wijzigingen waarbij de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel werd vastgesteld.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van de lokale en provinciale besturen.

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 en het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen, wat betreft het toekennen van omstandigheidsverlof in geval van zwangerschapsverlies.

Besluit van de Vlaamse regering van 20 januari 2023 houdende de nieuwe rechtspositieregeling.

Bijlage

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 16 juli 2019 en latere wijzigingen houdende vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 december 2019 en latere wijzigingen houdende vaststelling van het organogram en de personeelsformatie voor het gemeentepersoneel.

De beslissing van het managementteam van 21 november 2024 houdende het voorstel van het voorstel wijziging organogram en personeelsformatie gemeente- en ocmwpersoneel.

Het protocol nr. 71 van het bijzonder onderhandelingscomité van 13 december 2024.

Motivering

Vanaf 25 juli 2024 hebben personeelsleden van lokale en provinciale besturen recht op 2 dagen omstandigheidsverlof bij een zwangerschapsverlies. Dit volgt uit het wijzigingsbesluit dat de Vlaamse Regering op 17 mei 2024 goedkeurde.

De Vlaamse Regering heeft minimale voorwaarden vastgesteld waaraan die rechtspositieregeling moet voldoen met haar besluit van 20 januari 2023. Daarin werden een aantal items opgenomen die volgens de hogere regelgeving dienen te worden nageleefd door de lokale besturen, ondermeer de onmogelijkheid om niet opgenomen vakantiedagen toe te voegen aan ziektekrediet en de mogelijkheid voor statutaire personeelsleden om tijdens de periode van deeltijdse prestaties een tussenkomst te ontvangen voor de niet geleverde prestaties.

De Vlaamse Regering heeft minimale voorwaarden vastgesteld waaraan die rechtspositieregeling moet voldoen met haar besluit van 20 januari 2023. Daarin werden een aantal items opgenomen die volgens de hogere regelgeving dienen te worden nageleefd door de lokale besturen, ondermeer de verplichting om medewerkers 15 maanden de tijd te geven om minimaal 20 vakantiedagen van het vorige kalenderjaar, die niet konden worden opgenomen wegens ziekte, op te nemen. Tegelijk kunnen vakantiedagen van het vorig kalenderjaar voor statutaire medewerkers niet langer worden toegevoegd aan het ziektekrediet.

Financiële impact

Deze beslissing valt niet onder de visumplicht.

Besluit

Artikel 1
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht:
In Titel IX, Hoofdstuk X Het omstandigheidsverlof, wordt
•    In artikel 266, wordt punt 13° toegevoegd: “Zwangerschapsverlies van het personeelslid of van de echtgenoot of samenwonende partner van het personeelslid dat zwanger was: twee werkdagen op voorwaarde van het afleggen van een verklaring op eer. Zwangerschapsverlies: alle vormen van zwangerschapsverlies, zowel medisch als spontaan ingeleid, vanaf het ogenblik dat het verlies zich voordoet, vanaf het begin van de zwangerschap tot en met 180 kalenderdagen zwangerschap.”

Artikel 2
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht.
In Titel IX, Hoofdstuk V Het ziekteverlof, wordt
-    Artikel 248, §3 geschrapt: “De vakantiedagen die het statutaire personeelslid niet heeft kunnen opnemen als gevolg van een langdurige ziekte, worden toegevoegd aan het nog beschikbare ziektekrediet. Als langdurige ziekte geldt een totale afwezigheid wegens ziekte van meer dan 1 maand. Voor een personeelslid met een onregelmatige of deeltijdse werktijdregeling wordt de afwezigheid wegens ziekte pro rata berekend. Bij het opnemen van ziektekrediet wordt in dit geval het aantal uren aangerekend volgens de onregelmatige of deeltijdse werktijdregeling die voor het personeelslid voorzien was op de dagen die het afwezig was wegens ziekte.”
-    artikel 251, §1 deel geschrapt en aangepast als volgt: “Een statutair personeelslid dat afwezig is wegens ziekte of ongeval privéleven kan in het kader van de re-integratie de toestemming krijgen om de arbeid deeltijds te hervatten, in samenspraak met het diensthoofd en de dienst HRM. De toestemming wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie maanden en volgens een prestatiebreuk overeenkomstig het advies van de preventieadviseur-arbeidsarts. De verminderde prestaties moeten het statutaire personeelslid toelaten om, na een periode van zware of langdurige ziekte, opnieuw in het arbeidsritme te komen. Onder dezelfde voorwaarden en op dezelfde wijze als bij het toestaan van de eerste periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte kan het bestuur de periode van deeltijdse prestaties wegens ziekte meermaals verlengen met een periode van telkens ten hoogste drie maanden. De deeltijdse werkhervatting kan gemotiveerd geweigerd worden in functie van de goede werking van de dienst. Ook na verlengingen kan het deeltijds werken geweigerd worden indien niet  verzoenbaar is met de goede werking van de dienst.”
-    In artikel 251, §2 toegevoegd: “De afwezigheid van het statutaire personeelslid tijdens een periode van deeltijdse prestaties wegens arbeidsongeschiktheid wordt beschouwd als verlof voor gedeeltelijke werkhervatting. Het statutaire personeelslid krijgt tijdens de periode van deeltijdse prestaties wegens arbeidsongeschiktheid het salaris voor de effectief geleverde prestaties, vermeerderd met 37,5% van het salaris dat verschuldigd zou zijn voor de prestaties die niet worden geleverd, met dien verstande dat het salaris van het statutaire personeelslid dat deeltijds herneemt nooit minder kan zijn dan het wachtgeld dat het zou krijgen als het in disponibiliteit wegens arbeidsongeschiktheid zou worden gesteld. In afwijking van het tweede lid kan op verzoek van het personeelslid de afwezigheid tijdens de periode van deeltijdse prestaties wegens arbeidsongeschiktheid aangerekend worden op het ziektekrediet met behoud van het volledige salaris.”
-    In artikel 251, §3 toegevoegd: “Als de ziektekredietdagen opgebruikt zijn, kan het statutaire personeelslid in disponibiliteit wegens arbeidsongeschiktheid worden gesteld. Het krijgt een wachtgeld voor het afwezigheidspercentage dat gelijk is aan 60% van het laatste activiteitssalaris en de fictieve ontwikkeling daarvan, berekend volgens de regels die van toepassing zouden zijn geweest als het personeelslid nog in effectieve dienst was gebleven. De disponibiliteit wegens arbeidsongeschiktheid maakt geen einde aan de stelsels van loopbaanonderbreking of zorgkrediet, noch aan het onbezoldigde verlof.
Het laatste activiteitssalaris is het salaris dat verschuldigd is overeenkomstig het prestatiestelsel op het ogenblik waarop het personeelslid in disponibiliteit is geplaatst.”
Artikel 3
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht:
In Titel IX, Hoofdstuk II De jaarlijkse vakantiedagen, wordt
Een artikel 239 ter toegevoegd: “Zowel voor contractuele als statutaire medewerkers geldt dat 20 vakantiedagen niet opgenomen wegens ziekte moeten kunnen worden opgenomen binnen een termijn van 15 maanden (tot 15 maanden na het einde van het vakantiejaar waarop de dagen betrekking hebben), indien deze vakantiedagen het aantal van toegelaten over te zetten vakantiedagen overschrijdt. Deze toepassing geldt in volgende gevallen:
-    Ziekte
-    Arbeidsongeval/beroepsziekte
-    Moederschaps-/vaderschapsrust
-    Geboorte-/adoptieverlof
-    Profylactisch verlof
-    Verlof voor pleegzorg
-    GELDT NIET voor: volledige werkverwijdering ihkv moederschapsbescherming
Deze toepassing geldt eveneens voor medewerkers die na langdurige afwezigheid niet in de mogelijkheid verkeren, omwille van de noodwendigheden binnen de dienst, hun vakantiedagen in het kalenderjaar zelf nog op te nemen.
De 20 vakantiedagen die kunnen worden overgezet naar het volgende kalenderjaar, wegens ziekte, staan los van de 7 vakantiedagen die door alle personeelsleden kunnen worden overgezet en dienen opgenomen te worden voor 30 april van dat kalenderjaar.
In Titel IX, Hoofdstuk V Het ziekteverlof, wordt
•    Artikel 248, §3 geschrapt.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).