De voorzitter opent de zitting op 23/10/2025 om 19:31.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het ontwerp van de notulen van de gemeenteraad van 25 september 2025.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraad van 25 september 2025 goed.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 235 §1 over de bevoegdheden van de raad van bestuur.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De huidige statuten.
De beslissing BTWnr. E.T.129.288 van 19 januari 2016, later vervangen door Circulaire 2022/C/100 waarin de fiscus het standpunt inneemt dat vanaf 2016 enkel met prijssubsidies kan worden gewerkt in het kader van het winstoogmerk van het AGB.
De gemeenteraadsbeslissing van 28 november 2024 waarin het prijssubsidiereglement 2025 gedeelte 6% BTW werd goedgekeurd (factor 5,35).
De gemeenteraadsbeslissing van 19 juni 2025 waarin het gewijzigde prijssubsidiereglement 2025 gedeelte 6% BTW werd goedgekeurd (factor 3,7).
De verklarende nota met een raming van de werkingsresultaten van 2025 waaruit blijkt dat een aanpassing van de factor van het prijssubsidiereglement wenselijk is (van 3,70 naar 2,25).
Een tabel waaruit een oplijsting blijkt van de gehanteerde tarieven waarvoor de prijssubsidie wordt bepaald, incl het bedrag van de prijssubsidie per tarief.
In een AGB is een winstoogmerk uiterst belangrijk. Prijssubsidies, toegekend door de stad, die rechtstreeks verband houden met de prijs behoren tot de maatstaf van heffing van de btw en mogen aldus bij de ontvangsten van het autonoom gemeentebedrijf gerekend worden om te bepalen of de doelstellingen inzake het winstoogmerk en het doel winsten uit te keren bereikt worden.
Om dus economisch leefbaar te zijn is het noodzakelijk dat het AGB Stad Deinze vanwege de stad prijssubsidies ontvangt als vergoeding voor het recht van toegang.
De berekeningswijze werd vanaf 2024 n.a.v. een controle gewijzigd. Er dient een toewijzing van de prijssubsidie te gebeuren over de diverse deficitaire verrichtingen van het AGB wat inhoudt dat er zowel een prijssubsidie moet zijn onderhevig aan 6% btw, als één aan 21% btw als één aan 0% btw conform de diverse omzetten. Op basis van de kredieten ingeschreven in het gewijzigde MJP werd bepaald dat er zo'n 72% omzet is aan 6% btw voor 2025, zo'n 27% omzet aan 21% btw voor 2025 en zo'n 1% omzet aan 0% btw voor 2025. Uit een herberekening van de werkingsresultaten van 2025 blijkt dat het AGB stad Deinze best haar prijssubsidies aanpast. Gezien de prijssubsidie niet retroactief kan aangepast worden, en gezien quasi alle verhuringen van 2025 van de Brielpoort reeds gefactureerd zijn, werd voor de herberekening enkel het prijssubsidiereglement van 6% btw in acht genomen. Er wordt voorgesteld om de factor van het prijssubsidiereglement van 6% BTW te laten zakken van 3.70 naar 2.25 vanaf 01 november wat voor een uitgave zorgt in de stad van € 77.541.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het aangepaste prijssubsidiereglement, vermeld in artikel 2 van huidige beslissing, ten voordele van het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze goed.
Artkel 2
De aangepaste factor 2.25 i.p.v. 3.70 gaat in vanaf 01 november 2025 en eindigt op 31 december 2025. De factor 5.35 blijft behouden voor de periode 01 januari 2025 tot 30 juni 2025 en de factor 3.70 blijft behouden voor de periode 01 juli 2025 tot 31 oktober 2025.
Artikel 3
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT (1) ONDERHEVIG AAN 6% BTW (berekend op de toegangsgelden van het zwembad Palaestra)
Tussen
STADSBESTUUR DEINZE, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de gemeenteraad, zijnde mevrouw Tess Minnens, woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2 en de algemeen directeur, zijnde mevrouw Stefanie DE VLIEGER, met woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2, enerzijds;
En
Het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF STAD DEINZE, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur, zijnde de heer Rutger DE REU, met woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2 anderzijds;
wordt overeengekomen dat de stad Deinze voor de omzet onderhevig aan 6% een prijssubsidie zal toekennen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze en dit berekend op het verlenen van recht van toegang tot het zwembad Palaestra. Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidie vast en geldt voor de periode vanaf 1 november 2025 tot 31 december 2025. Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2025 (zie bijlage). Op basis van deze ramingen heeft het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2025 de inkomsten voor het gehele autonoom gemeentebedrijf, minstens EUR 6.492.849 (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn. Naast de prijssubsidie onderhevig aan 6% btw, is er tevens een prijssubsidie onderhevig aan 21% btw als aan 0% btw dit om economisch rendabel te zijn.
Wat betreft het gedeelte 6% wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze vanaf 01 november 2025 de huidige toegangsprijzen (exclusief btw) voor recht op toegang tot het zwembad Palaestra te vermenigvuldigen met een factor 2,25. De eerder goedgekeurde factor 5,35 blijft van toepassing voor de periode 01 januari 2025 tot 30 juni 2025 alsook de eerder goedgekeurde factor 3.7 voor de periode 01 juli 2025 tot 31 oktober 2025.
De stad Deinze erkent dat het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsgelden (exclusief btw) voor recht op toegang tot het zwembad Palaestra moet vermenigvuldigen met een factor 2,25 voor de periode 01 november tot en met 31 december 2025 en met een factor 5,35 voor de periode 01 januari 2025 tot 30 juni 2025 en met een factor 3.70 voor de periode 01 juli 2025 tot 31 oktober 2025 om samen met de prijssubsidies onderhevig aan 21% en aan 0% economisch rendabel te zijn.
De Stad Deinze wenst de toegangsgelden te beperken opdat het zwembad Palaestra toegankelijk zou zijn voor iedereen. De stad Deinze verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 deze beperkte toegangsgelden te subsidiëren middels toekenning van prijssubsidies. De waarde van de prijssubsidie toegekend door de stad Deinze bedraagt de prijs (exclusief btw) die de bezoeker voor recht op toegang tot het zwembad Palaestra betaalt vermenigvuldigd met een factor 5,35 voor de periode 01 januari 2025 tot 30 juni 2025, met een factor 3,7 voor de periode 01 juli 2025 tot en met 31 oktober 2025 en met een factor 2.25 voor de periode 01 november tot en met december 2025.
Deze gesubsidieerde inkomgelden kunnen steeds geherevalueerd worden tijdens het kalenderjaar 2025 in het kader van een periodieke evaluatie van de exploitatieresultaten van het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is, zal de stad Deinze deze steeds documenteren (aan de hand van een gemeenteraadsbeslissing).
Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze moet op de 15e werkdag volgend op elke maand de stad Deinze een overzicht bezorgen van de bezoekers waaraan recht op toegang tot het zwembad Palaestra is verleend. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidie zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze uitreikt aan de stad Deinze. De stad Deinze dient deze debet nota te betalen aan het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze binnen de maand na ontvangst van het vermelde document.
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 01 januari 2026 zal worden onderhandeld tussen de stad Deinze en het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Annick Verstraete (raadslid), Marleen Vanlerberghe (schepen)
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De wijziging van het meerjarenplan 2020-2025 voor het jaar 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 25 juli 2025.
De verwarmingsinstallatie van de Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan-Baptistkerk in Bachte-Maria-Leerne is verouderd. Oorspronkelijk was het voorzien om krediet voor de vernieuwing van deze verwarmingsinstallatie op te nemen in het nieuwe meerjarenplan voor het jaar 2026. Na de laatste interventie en het gedane onderhoud van de oude verwarmingsinstallatie op 12 juni 2025 bleek dat deze verwarmingsinstallatie niet meer herstelbaar is en dat de komende winterperiode niet zal kunnen overbrugd worden. Bovendien is de toestand op dit moment ook gevaarlijk voor uitstoot van gassen. Deze verwarmingsinstallatie moet dus dringend worden vernieuwd. Daarom werd door de kerkfabriek de vraag gesteld om de werken alsnog uit te voeren in 2025. De kostprijs voor het vernieuwen van deze verwarmingsinstallatie wordt geraamd op 94.500 euro incl. BTW.
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 24 juni 2025 om in te gaan op dit verzoek. Er werd principieel beslist over het toekennen van een investeringssubsidie van 94.500 euro aan de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan van Bachte-Maria-Leerne voor deze dringende werken aan de verwarmingsinstallatie. De kerkfabriek kreeg toestemming om hiervoor een meerjarenplanwijziging en budgetwijziging op te stellen.
De kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne diende aldus bij het centraal kerkbestuur een wijziging van haar meerjarenplan 2020-2025 voor het jaar 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 19 juli 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur deze wijziging van het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 25 juli 2025 gunstig advies bij deze wijziging van het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne en stuurde deze wijziging van het meerjarenplan door naar de stad.
De meerjarenplanwijziging is noodzakelijk omdat de investeringsuitgaven en -ontvangsten wijzigen. In uitgaven en ontvangsten (via een investeringssubsidie van de stad) werd een krediet van 94.500 euro voor de vernieuwing van de verwarmingsinstallatie van de kerk ingeschreven.
De cijfers van de exploitatie blijven ongewijzigd.
De gemeenteraad keurt de wijziging van het meerjarenplan 2020-2025 voor het jaar 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne goed.
De investeringssubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
investering |
| jaar |
2025 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
20465 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan - Bachte-Maria-Leerne |
| subproject |
20465/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan - Bachte-Maria-Leerne |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2025 |
94.500,00 euro |
Gunstig visum 2025/196 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
De wijziging van het meerjarenplan 2020-2025 voor het jaar 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 25 juli 2025.
De kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 19 juli 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 25 juli 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne in bij het stadsbestuur.
Een meerjarenplanwijziging werd reeds goedgekeurd en was noodzakelijk omdat de investeringsuitgaven en -ontvangsten wijzigen door de opname van een krediet van 94.500 euro voor de vernieuwing van de verwarmingsinstallatie van de kerk. Na deze meerjarenplanwijziging moet ook een budgetwijziging worden doorgevoerd om de gewijzigde cijfers in het budget 2025 over te nemen.
Er was in het oorspronkelijk budget 2025 nog geen investeringssubsidie gevraagd, waardoor de gemeentelijke investeringssubsidie 94.500 euro euro bedraagt.
De cijfers van de exploitatie blijven ongewijzigd.
De investeringssubsidie past binnen het gewijzigde meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne.
De investeringssubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
investering |
| jaar |
2025 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
20465 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne |
| subproject |
20465/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2025 |
94.500 euro euro |
Gunstig visum 2025/196 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 30 juli 2025.
De kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 5 juni 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 30 juli 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze in bij het stadsbestuur.
Via de budgetwijziging werd het niet gebruikte investeringskrediet van 2024 overgedragen naar 2025 (252.329,24 euro). Er was in het oorspronkelijk budget 2025 nog geen investeringssubsidie gevraagd, waardoor de gemeentelijke investeringssubsidie 252.329,24 euro bedraagt.
De cijfers van de exploitatie blijven ongewijzigd.
De investeringssubsidie past binnen het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze.
De investeringssubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
investering |
| jaar |
2025 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18027 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze |
| subproject |
18027/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2025 |
252.329,24 euro |
Gunstige visums 2019/149 van 7 oktober 2019 en 2020/090 van 11 juni 2020 werden reeds door Sabine Vermeersch gegeven voor de investeringssubsidie waarvoor het krediet wordt overgedragen van 2024 naar 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 31 juli 2025.
De kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 4 juni 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 31 juli 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie in bij het stadsbestuur.
Via de budgetwijziging werd het niet gebruikte investeringskrediet van 2024 overgedragen naar 2025 (51.249 euro in uitgaven en 55.000 euro in ontvangsten : 51.249 euro voor het overgedragen investeringskrediet en 3.751 euro voor de niet opgevraagde investeringssubsidie in 2024). Er was in het oorspronkelijk budget 2025 nog geen investeringssubsidie gevraagd, waardoor de gemeentelijke investeringssubsidie 55.000 euro bedraagt.
De investeringssubsidie past binnen het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie.
Er werd ook een budgetneutrale wijziging in de exploitatiecijfers doorgevoerd, waardoor de exploitatiesubsidie van de stad ongewijzigd blijft.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie.
De exploitatiesubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
exploitatie |
| jaar |
2025 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649404 -kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| krediet 2025 |
43.016,19 euro |
De investeringssubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
investering |
| jaar |
2025 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
19035 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| subproject |
19035/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2025 |
55.000 euro |
Gunstige visums 2019/50 van 7 oktober 2019 en 2021/168 van 8 oktober 2021 werden reeds door Sabine Vermeersch gegeven voor de exploitatiesubsidie en de investeringssubsidie waarvoor het krediet wordt overgedragen van 2024 naar 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 7 augustus 2025.
De kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 2 juni 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 7 augustus 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele in bij het stadsbestuur.
Via de budgetwijziging werd het niet gebruikte investeringskrediet van 2024 overgedragen naar 2025 (247.262,71 euro, waarvan 232.277,77 via een investeringssubsidie van de stad en 14.984,94 euro via een prefinanciering in afwachting van ontvangst van de Erfgoedpremie). Er was in het oorspronkelijk budget 2025 nog geen investeringssubsidie gevraagd, waardoor de gemeentelijke investeringssubsidie 232.277,77 euro bedraagt.
Er werd ook een budgetneutrale wijziging in de exploitatiecijfers doorgevoerd, waardoor de exploitatiesubsidie van de stad ongewijzigd blijft.
De investeringssubsidie past binnen het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele.
De exploitatiesubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
exploitatie |
| jaar |
2025 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649414 - kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| krediet 2025 |
15.791,70 euro |
De investeringssubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
investering |
| jaar |
2025 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18022 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| subproject |
18022/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2025 |
232.277,77 euro |
Gunstige visums 2019/162 van 7 oktober 2019, 2021/087 van 4 mei 2021, 2021/169 van 8 oktober 2021 en 2022/225 van 3 oktober 2022 werden reeds door Sabine Vermeersch gegeven voor de exploitatiesubsidie en de investeringssubsidie waarvoor het krediet wordt overgedragen van 2024 naar 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 29 juli 2025.
De kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 29 juli 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem in bij het stadsbestuur.
Via de budgetwijziging werd een deel van het niet gebruikte investeringskrediet van 2024 overgedragen naar 2025 (6.685,09 euro). Er was in het oorspronkelijk budget 2025 nog geen investeringssubsidie gevraagd, waardoor de gemeentelijke investeringssubsidie 6.685,06 euro bedraagt.
Er werd ook een budgetneutrale wijziging in de exploitatiecijfers doorgevoerd, waardoor de exploitatiesubsidie van de stad ongewijzigd blijft.
De investeringssubsidie past binnen het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem.
De exploitatiesubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
exploitatie |
| jaar |
2025 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649417 - kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| krediet 2025 |
23.938,66 euro |
De investeringssubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
investering |
| jaar |
2025 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18023 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| subproject |
18023/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2025 |
6.685,06 euro |
Gunstige visums 2019/163 van 7 oktober 2019, 2021/167 van 8 oktober 2021 en 1 oktober 2024 werden reeds door Sabine Vermeersch gegeven voor de investeringssubsidie waarvoor het krediet wordt overgedragen van 2024 naar 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 7 augustus 2025.
De kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 6 mei 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 7 augustus 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem in bij het stadsbestuur.
Via de budgetwijziging werd het niet gebruikte investeringskrediet van 2024 overgedragen naar 2025 (6.120,90 euro). Er was in het oorspronkelijk budget 2025 nog geen investeringssubsidie gevraagd, waardoor de gemeentelijke investeringssubsidie 6.120,90 euro bedraagt.
De cijfers van de exploitatie blijven ongewijzigd.
De investeringssubsidie past binnen het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem.
De investeringssubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
investering |
| jaar |
2025 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
20430 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem |
| subproject |
20430/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2025 |
6.120,90 euro |
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 30 juli 2025.
De kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 28 mei 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 30 juli 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren in bij het stadsbestuur.
Via de budgetwijziging werd het investeringsoverschot op de jaarrekening 2024 (9.790,85 euro) ingeschreven als investeringsuitgave. Dit betreft het restant van de verkoop van een investeringsbelegging en dient voor de betaling van de saldofactuur voor de herstelling van het beschermde orgel in de kerk. De financiering gebeurt dus met eigen middelen van de kerkfabriek. De stad moet hiervoor geen investeringssubsidie betalen.
De cijfers van de exploitatie blijven ongewijzigd.
Het investeringsbudget past binnen het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 29 juli 2025.
De kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 29 juli 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke in bij het stadsbestuur.
Via de budgetwijziging werden enkele wijzigingen aan het exploitatiebudget doorgevoerd, die resulteren in een verhoging van de uitgaven van 750 euro. De kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke beschikt na deze wijziging echter nog steeds over een exploitatieoverschot van 13.129,97 euro, waardoor geen exploitatiesubsidie aan de stad wordt gevraagd. De budgetwijziging past in het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 48 tot en met 50.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
De budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
De kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie diende bij het centraal kerkbestuur een budgetwijziging 2025 in die werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij deze budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie in bij het stadsbestuur.
Via de budgetwijziging werd een budgetneutrale wijziging in de exploitatiecijfers doorgevoerd, waardoor de exploitatiesubsidie van de stad ongewijzigd blijft. De budgetwijziging past in het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om akte te nemen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie.
De exploitatiesubsidie is voorzien op:
| meerjarenplan 2020-2025 |
exploitatie |
| jaar |
2025 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649408 - kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Petegem-aan-de-Leie |
| krediet 2025 |
10.526,34 euro |
Gunstig visum 2019/151 werd reeds door Sabine Vermeersch verleend op 7 oktober 2019.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokale besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 31 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 5 juni 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 31 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 300.000 euro:
| 2026 | nieuw | stabiliteitswerken | 70.000,00 | |
| 2027 | vorig MJP | Werken Van Petegemorgel | 50.000,00 | |
| 2028 | vorig MJP | Boom van adam en schilderwerken | 600.000,00 | |
| 2028 | vorig MJP | Boom van adam en schilderwerken - subsidie Onroerend Erfgoed | -420.000,00 | 300.000,00 |
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 80.172,43 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649403 - kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze |
| krediet 2026 |
80.172,43 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18027 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze |
| subproject |
18027/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
300.000 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/197 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 29 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 19 juli 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 29 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 34.500 euro:
| 2026 | nieuw | Bliksembeveiliging | 4.500,00 | |
| 2026 | nieuw | Schilderwerk | 30.000,00 | 34.500,00 |
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 17.236,34 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649407 - kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne |
| krediet 2026 |
17.236,34 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
20465 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne |
| subproject |
20465/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
34.500 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan
Gunstig visum 2025/198 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 185.200 euro:
| 2026 | vorig MJP | Schilderwerken binnen de kerk | 177.500,00 | |
| 2026 | vorig MJP | Schilderwerken: subsidie Agentschap Binnenlands Bestuur | -47.300,00 | |
| 2026 | nieuw | Audiovisuele oplossing | 45.000,00 | |
| 2026 | nieuw | LED-verlichting | 10.000,00 | 185.200,00 |
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 20.408,39 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649417 - kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| krediet 2026 |
20.408,39 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18023 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| subproject |
18023/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
185.200 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/199 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 30 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 22 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 30 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
Voor de periode 2026-2031 wordt geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 13.229,79 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649418 - kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare |
| krediet 2026 |
13.229,79 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/200 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 7 augustus 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 2 juni 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 7 augustus 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 198.980 euro:
| 2026 | vorig MJP | Verwarming 33,98 % | 120.000,00 | |
| 2026 | vorig MJP | Verwarming: subsidie Onroerend Erfgoed | -93.520,00 | |
| 2026 | nieuw | Trap doksaal | 7.500,00 | |
| 2027 | vorig MJP | Beveiliging (inkomportalen, …) | 97.000,00 | |
| 2027 | vorig MJP | Beveiliging: subsidie Onroerend Erfgoed | -67.500,00 | |
| 2027 | nieuw | Klokkenkamer | 55.000,00 | |
| 2030 | nieuw | Schilderwerken | 266.500,00 | |
| 2030 | nieuw | Schilderwerken: subsidie Onroerend Erfgoed | -186.000,00 | 198.980,00 |
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 14.686,12 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649414 - kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| krediet 2026 |
14.686,12 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18022 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| subproject |
18022/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
198.980 euro |
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/201 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 10.000 euro:
| 2026 | nieuw | Schilderwerk plafond koor en ramen | 10.000,00 |
Voor 2026 wordt geen exploitatiesubsidie gevraagd. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649415 - kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke |
| krediet 2026 |
0,00 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
19130 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke |
| subproject |
19130/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
10.000 euro |
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/202 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 22 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 53.500 euro:
| 2026 | nieuw | Herstel ventilatoren verwarming | 6.500,00 | |
| 2027 | nieuw | Elektriciteit zolders en toren | 47.000,00 | 53.500,00 |
Voor 2026 wordt geen exploitatiesubsidie gevraagd. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649416 - kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree |
| krediet 2026 |
0,00 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18021 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree |
| subproject |
18021/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
53.500 euro |
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/203 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 29 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 29 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
Voor de periode 2026-2031 wordt geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 8.604,93 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649408 - kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie |
| krediet 2026 |
8.604,93 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
Gunstig visum 2025/204 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 25 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 27 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 25 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
Voor de periode 2026-2031 wordt geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 1.384,25 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649405 - kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem |
| krediet 2026 |
1.384,25 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/205 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 6 augustus 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 19 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 6 augustus 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 13.000 euro:
| 2030 | nieuw | Renovatie verwarming | 13.000,00 |
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 10.270,57 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649406 - kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte |
| krediet 2026 |
10.270,57 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18026 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte |
| subproject |
18026/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
13.000 euro |
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/206 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 30 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 25 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 30 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
Voor de periode 2026-2031 wordt geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 8.128,11 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649413 - kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem |
| krediet 2026 |
8.128,11 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/207 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 25 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 3 juni 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 25 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
Voor de periode 2026-2031 wordt geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 29.942,26 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649401 - kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene |
| krediet 2026 |
29.942,26 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/208 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 31 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 28 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 31 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
Ondanks het lopende herbestemmingsproject voor de Sint-Amanduskerk van Zeveren is een meerjarenplan voor zes jaar opgemaakt. Dit is voornamelijk ingegeven uit praktisch oogpunt. Ook wanneer de kerk definitief aan de eredienst is onttrokken, dan nog kan het een hele tijd duren vooraleer er een ministerieel besluit van de Vlaamse Regering is gepubliceerd waarbij de fusie van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren met de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt is goedgekeurd. Tot die dag blijft de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren een juridische entiteit en is er een meerjarenplan en budget noodzakelijk. Wanneer nu een meerjarenplan voor slechts één of twee jaar wordt gemaakt, bestaat het risico dat de kerkfabriek - ook al zou de kerk reeds onttrokken zijn aan de eredienst - toch nog een wijziging van haar meerjarenplan moet maken wanneer dit fusiebesluit nog niet zou gepubliceerd zijn.
Voor de periode 2026-2031 wordt geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 5.514,80 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649402 - kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren |
| krediet 2026 |
5.514,80 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/209 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 7 augustus 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 10 juni 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 7 augustus 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 25.200 euro:
| 2026 | nieuw | Renovatie verwarming | 36.000,00 | |
| 2026 | nieuw | Renovatie verwarming: subsidie Agentschap Binnenlands Bestuur | -10.800,00 | 25.200,00 |
Voor 2026 wordt geen exploitatiesubsidie gevraagd. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649412 - kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt |
| krediet 2026 |
0,00 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18029 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt |
| subproject |
18029/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
25.200 euro |
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/210 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 3 juni 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
Voor de periode 2026-2031 wordt geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 2.281,49 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649409 - kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene |
| krediet 2026 |
2.281,49 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/211 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 18 augustus 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 19 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 18 augustus 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 70.000 euro:
| 2026 | nieuw | Renovatie dakkastelen | |
| 2026 | nieuw | Schilderen buitenschrijnwerk | |
| 2026 | nieuw | Afdruipgoten | |
| 2026 | nieuw | Restauratie binnenschilderwerk | 70.000,00 |
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 2.935,83 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649411 - kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne |
| krediet 2026 |
2.935,83 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
19036 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne |
| subproject |
19036/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
70.000 euro |
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/212 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 8 augustus 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 18 mei 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 8 augustus 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
Voor de periode 2026-2031 wordt geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 8.597,61 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649410 - kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem |
| krediet 2026 |
8.597,61 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 -2031
Gunstig visum 2025/213 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 41 tot en met 44.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie, bestaande uit een financiële nota en een strategische nota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 20 augustus 2025.
Het coördinatierapport meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 maart 2025 over de goedkeuring van het kerkenbeleidsplan.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 april 2025 over de kennisgeving van het verslag van het overleg tussen de stad en het centraal kerkbestuur en de goedkeuring van de investeringsvoorstellen van de kerkbesturen 2026-2031, eerste aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2025 en tweede aanpassing via de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 24 juni 2025.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2025 over de goedkeuring van de afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur.
Overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, een meerjarenplan vaststellen dat de financiële afspraken tussen de kerkfabrieken en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Dit meerjarenplan moet passen binnen het kerkenbeleidsplan dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 27 maart 2025.
Het meerjarenplan moet ook passen binnen de gemaakte afsprakennota tussen de stad en het centraal kerkbestuur, zoals die werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 juli 2025. De investeringen die opgenomen werden in de meerjarenplannen moeten passen in de afspraken hieromtrent, zoals ze werden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 22 april 2025 en aangepast op 10 juni 2025 en 24 juni 2025.
De kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie diende bij het centraal kerkbestuur haar meerjarenplan 2026-2031 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 10 juni 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan.
Het erkend representatief orgaan verleende op 20 augustus 2025 gunstig advies bij het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie en stuurde dit meerjarenplan 2026-2031 door naar de stad.
De gevraagde investeringssubsidie voor de periode 2026-2031 bedraagt 120.000 euro:
| 2026 | Nieuw | Renovatie verwarming | 100.000,00 | |
| 2026 | Nieuw | Renovatie verwarming: subsidie Agentschap Binnenlands Bestuur | -30.000,00 | |
| 2027 | Nieuw | Blokramen | 20.000,00 | |
| 2028 | Nieuw | Glas-in-loodramen fase 2 | 30.000,00 | 120.000,00 |
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 44.130,82 euro. De gevraagde exploitatiesubsidie voor de jaren 2027-2031 is telkens een maximaal bedrag, waarvan ieder jaar nog het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering moet gebracht worden.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie goed.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649404 - kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| krediet 2026 |
44.130,82 euro |
De definitieve exploitatiesubsidies 2027-2031 zullen pas duidelijk zijn bij de indiening van de budgetten 2027-2031 van de kerkfabriek, wanneer telkens het gecorrigeerde exploitatieoverschot van het jaar n-2 in mindering werd gebracht.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026-2031 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
19035 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| subproject |
19035/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026-2031 |
120.000 euro |
onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/214 van Sabine Vermeersch van 06 oktober 2025
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 43 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 31 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 5 juni 2025. Op 24 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 31 juli 2025 gunstig advies bij het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 70.000,00 euro:
| 2026 | nieuw | stabiliteitswerken | 70.000,00 |
Deze investering past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 80.172,43 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649403 - kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze |
| krediet 2026 |
80.172,43 euro |
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18027 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze |
| subproject |
18027/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
70.000,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/197 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Deinze, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 25 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 19 juli 2025. Op 25 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 25 juli 2025 gunstig advies bij het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 34.500,00 euro:
| 2026 | Bliksembeveiliging | 4.500,00 | |
| 2026 | Schilderwerk | 30.000,00 | 34.500,00 |
Deze investeringen passen binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 17.236,34 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649407 - kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne |
| krediet 2026 |
17.236,34 euro |
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
20465 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne |
| subproject |
20465/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
34.500,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/198 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan Bachte-Maria-Leerne, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Op 28 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 185.200,00 euro:
| 2026 | Schilderwerken binnen de kerk | 177.500,00 | |
| 2026 | Schilderwerken: subsidie Agentschap Binnenlands Bestuur | -47.300,00 | |
| 2026 | Audiovisuele oplossing | 45.000,00 | |
| 2026 | LED-verlichting | 10.000,00 | 185.200,00 |
Deze investeringen passen binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 20.408,39 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649417 - kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| krediet 2026 |
20.408,39 euro |
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18023 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| subproject |
18023/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
185.200,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/199 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Blasius en Sint-Margriet Landegem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 30 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 22 mei 2025. Op 30 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 30 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 13.229,79 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649418 - kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare |
| krediet 2026 |
13.229,79 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/200 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Eligius Vosselare, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 7 augustus 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 2 juni 2026. Op 7 augustus 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 7 augustus 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 33.980,00 euro:
| 2026 | Verwarming 33,98 % | 120.000,00 | |
| 2026 | Premie onroerend erfgoed | -93.520,00 | |
| 2026 | Trap doksaal | 7.500,00 | 33.980,00 |
Deze investeringen passen binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 14.686,12 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649414 - kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| krediet 2026 |
14.686,12 euro |
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18022 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| subproject |
18022/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
33.980,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/201 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Mauritius en Gezellen Nevele, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Op 28 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 10.000,00 euro:
| 2026 | Schilderwerk plafond koor en ramen | 10.000,00 |
Deze investering past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke.
Er wordt voor 2026 geen exploitatiesubsidie gevraagd.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
19130 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke |
| subproject |
19130/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
10.000,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/202 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Hansbeke, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 22 mei 2025. Op 28 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 6.500,00 euro:
| 2026 | Herstel ventilatoren verwarming | 6.500,00 |
Deze investering past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree.
Er wordt voor 2026 geen exploitatiesubsidie gevraagd.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18021 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree |
| subproject |
18021/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
6.500,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/203 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Radegundis Merendree, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 29 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 21 mei 2025. Op 29 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 29 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 8.604,93 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649408 - kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie |
| krediet 2026 |
8.604,93 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/2024 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Antonius Abt Petegem-aan-de-Leie, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 25 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 27 mei 2025. Op 25 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 25 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 1.374,25 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649405 - kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem |
| krediet 2026 |
1.374,25 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/205 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Martinus en Sint-Eutropius Gottem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 6 augustus 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 19 mei 2025. Op 6 augustus 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 6 augustus 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 10.270,57 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649406 - kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte |
| krediet 2026 |
10.270,57 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/206 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Petrus en Sint-Paulus Bachte, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 30 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 25 mei 2025. Op 30 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 30 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 8.128,11 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649413 - kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem |
| krediet 2026 |
8.128,11 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/207 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Agnes Wontergem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 25 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 3 juni 2025. Op 25 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 25 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 29.942,26 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649401 - kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene |
| krediet 2026 |
29.942,26 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/208 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Amandus en Job Astene, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 31 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 28 mei 2025. Op 31 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 31 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 5.514,80 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649402 - kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren |
| krediet 2026 |
5.514,80 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/209 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Amandus Zeveren, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 7 augustus 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 26 mei 2025. Op 7 augustus 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 7 augustus 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 25.200,00 euro:
| 2026 | Renovatie verwarming | 36.000,00 | |
| 2026 | Renovatie verwarming: subsidie Agentschap Binnenlands Bestuur | -10.800,00 | 25.200,00 |
Deze investering past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt.
Er wordt voor 2026 geen exploitatiesubsidie gevraagd.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt.
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
18029 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt |
| subproject |
18029/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
25.200,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/210 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Bartholomeus Vinkt, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 28 juli 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 3 juni 2025. Op 28 juli 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 28 juli 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 2.281,49 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649409 - kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene |
| krediet 2026 |
2.281,49 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/211 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Jan Baptist Grammene, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 18 augustus 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 19 mei 2025. Op 18 augustus 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 18 augustus 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 70.000,00 euro:
| 2026 | Renovatie dakkastelen | |
| 2026 | Schilderen buitenschrijnwerk | |
| 2026 | Afdruipgoten | |
| 2026 | Restauratie binnenschilderwerk | 70.000,00 |
Deze investeringen passen binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 2.935,83 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649411 - kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne |
| krediet 2026 |
2.935,83 euro |
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
19036 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne |
| subproject |
19036/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
70.000,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/212 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Martinus Sint-Martens-Leerne, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 8 augustus 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 18 mei 2025. Op 8 augustus 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 8 augustus 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
Er wordt voor 2026 geen investeringssubsidie gevraagd.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 8.597,61 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649410 - kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem |
| krediet 2026 |
8.597,61 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/213 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Niklaas Meigem, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 9°.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, in het bijzonder de artikelen 45 tot en met 49.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erediensten.
Het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie, bestaande uit een financiële nota en een beleidsnota + het gunstig advies van het erkend representatief orgaan van 20 augustus 2025.
Het coördinatierapport budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, moeten de kerkfabrieken ieder jaar voor 30 juni hun budget voor het komende jaar opmaken op basis van hun meerjarenplan en dit indienen bij het centraal kerkbestuur.
De kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie diende bij het centraal kerkbestuur haar budget 2026 in dat werd goedgekeurd door de kerkraad op 10 juni 2025. Op 20 augustus 2025 stuurde het centraal kerkbestuur gecoördineerd de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken van Deinze voor advies door naar het erkend representatief orgaan. Het erkend representatief orgaan verleende op 20 augustus 2025 gunstig advies bij dit budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie. Op 1 oktober 2025 diende het centraal kerkbestuur gecoördineerd de budgetten 2026 van de kerkfabrieken van Deinze in bij het stadsbestuur.
De gevraagde investeringssubsidie voor 2026 bedraagt 70.000,00 euro:
| 2026 | Renovatie verwarming | 100.000,00 | |
| 2026 | Renovatie verwarming: subsidie Agentschap Binnenlands Bestuur | -30.000,00 | 70.000,00 |
Deze investering past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie.
De gevraagde exploitatiesubsidie voor 2026 bedraagt 44.130,82 euro. Dit cijfer past binnen het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie.
De gemeenteraad wordt gevraagd akte te nemen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie.
De exploitatiesubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
649404 - kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| krediet 2026 |
44.130,82 euro |
De investeringssubsidie zal worden voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2025 |
investering |
| jaar |
2026 |
| investeringsenveloppe |
IP007 - overig beleid |
| beleidsdoelstelling |
D10 - verstrekken toelagen |
| actieplan |
AP026 - buitengewone toelagen |
| actie |
19035 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| subproject |
19035/01 - buitengewone toelage kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie |
| beleidsitem |
079000 - erediensten |
| algemene rekening |
664500 - toegestane investeringssubsidies - erediensten |
| krediet 2026 |
70.000,00 euro |
Onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026-2031
Gunstig visum 2025/214 van Sabine Vermeersch van 6 oktober 2025.
Artikel 1
Er wordt akte genomen van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie.
Artikel 2
Dit besluit zal via het digitaal loket voor lokalen besturen worden bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur in uitvoering van artikel 49 van het eredienstendecreet.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal via Religiopoint worden overgemaakt aan de heer gouverneur, de kerkfabriek Sint-Paulus Petegem-aan-de-Leie, het centraal kerkbestuur en het erkend representatief orgaan.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285, § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Bram Stroobandt (raadslid)
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Uittreksel van het college van burgemeester en schepenen van 28 januari 2025.
Plan en snedes bestaande toestand.
Plan en snedes nieuwe toestand.
De heraanleg van de Lucien Matthyslaan zet volop in op beleving, bereikbaarheid en duurzaamheid. De Lucien Matthyslaan vervult een belangrijke rol binnen het stedelijk fietsnetwerk. Met de realisatie van de Martinusbrug zal deze rol nog verder aan belang winnen. Om fietsers het nodige comfort te geven en de gewenste verkeersveiligheid te garanderen, dringt een herinrichting zich op. Dit project wordt mee opgenomen in het Kopenhagenplan, waarmee Deinze haar ambitie om een fietsvriendelijke stad te zijn, kracht bijzet.
Om een grotere belevingszone langs het water te creëren is het noodzakelijk de Lucien Matthyslaan op te schuiven. De ruimtelijke kwaliteit tussen de Lucien Matthyslaan en het museum wordt verhoogd door de kleine parking te minimaliseren tot langsparkeren en door de wandelverbinding tussen parking Brielpoort en het museum aantrekkelijker en duidelijker te maken.
De zone tussen de Leie en de Lucien Matthyslaan wordt een groene belevingszone die uitnodigt tot ontmoeting, rust en ontspanning. Deze ingreep zorgt ervoor dat het contact met het water wordt verhoogd. Bovendien wordt de groen-blauwe ruimte vanuit het Martinuspark doorgetrokken tot aan het dienstencentrum Leiespiegel en vormt ze zo een samenhangend geheel.
Door de herinrichting van de groen-blauwe ruimte en het terugdringen van de barrières en versnippering wordt het contact tussen het Mudel en de Leie versterkt.
In het kader van de opdracht “Herinrichting Lucien Matthyslaan en omgeving” werd een ontwerp opgemaakt. De raming, opgesteld door dienst Omgeving, bedraagt per onderdeel:
Deel 1: Inrichtingswerken: 161.016,84 euro excl. btw of 194.830,38 euro incl. 21% btw;
Deel 2: Beplanting: 4.132,23 euro excl. btw of 5.000,00 euro incl. 21% btw;
Deel 3: Meubilair: 8.264,46 euro excl. btw of 10.000,00 euro incl. 21% btw;
Deel 4: Asfalteringswerken: 19.854,90 euro excl. btw of 24.024,43 euro incl. 21% btw.
Er wordt voorgesteld om deel 1 inrichtingswerken te laten uitvoeren in het kader van de raamovereenkomst voor herstellings- en aanpassingswerken aan wegen, rioleringen en trottoirs, het verwezenlijken van individuele rioolaansluitingen, het inbuizen grachten te Deinze.
In het college van burgemeester en schepenen van 28 januari 2025 werd de raamovereenkomst voor het dienstjaar 2025 toegewezen. Deze deelopdracht zal na goedkeuring van het ontwerp door de gemeenteraad voorgelegd worden aan het college om te gunnen aan de aangestelde aannemer De Lille Infra.
Er wordt voorgesteld om deel 2 beplanting en deel 3 meubilair met een aparte prijsvraag aan te besteden.
Er wordt voorgesteld om deel 4 asfalteringswerken te laten uitvoeren in het kader van de raamovereenkomst ‘Aanbrengen van dunne overlaging met asfalt in diverse straten grondgebied van Stad Deinze’.
In het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2025 werd de raamovereenkomst voor het dienstjaar 2025 toegewezen aan de firma Van Robays. De uit te voeren werken zullen opgenomen worden binnen de planning en het voorziene budget.
De gemeenteraad is conform artikel 41, tweede lid, 10° Decreet Lokaal Bestuur bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, tenzij:
a) De opdracht past binnen het begrip ‘dagelijks bestuur’, vermeld in punt 8°, waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is.
Uw gemeenteraad heeft in de zitting van 23 januari 2025 het ‘Delegatiereglement dagelijks bestuur’ goedgekeurd waarbij de overheidsopdrachten inzake investeringen beneden 125.000, 00 euro exclusief btw en inzake alle exploitaties de bevoegdheid van het schepencollege zijn.
Derhalve dient uw raad zich niet uit te spreken over de delen 2 tot en met 4.
Gelet op het feit evenwel dat deel 1 hoger geraamd wordt dan de delegatiedrempel, wordt aan uw gemeenteraad gevraagd om goedkeuring te verlenen aan de plaatsingsprocedure en de gunningsvoorwaarden die daarop betrekking hebben.
De uitgave voor deze opdracht (deel 1, 2 en 3) is voorzien in het investeringsbudget van 2025 op budgetcode IP007/20344/01/224007/020000/20344/AP010 van Stad Deinze.
Het tekort (51.863,74 euro) voor deel 1, 2 en 3 samen is bij collegebesluit, dd. 9 oktober 2025, verschoven van IP007 19030/01 220007 061000 via een IKA nieuw naar IP007/20344/01/224007/020000/20344/AP010 van Stad Deinze. Derhalve is er voldoende budget voor deze investering.
De uitgave voor deel 4: asfalteringswerken is voorzien in het investeringsbudget van 2025 op budgetcode IP007 19066/03 224007/020000 van Stad Deinze.
Gunstig visum 2025/215 van Sabine Vermeersch van 08 oktober 2025
Artikel 1
Het ontwerp en raming voor de opdracht “Herinrichting Lucien Matthyslaan en omgeving”, opgemaakt door dienst Omgeving, worden goedgekeurd. De raming bedraagt per onderdeel:
Deel 1: Inrichtingswerken: 161.016,84 euro excl. btw of 194.830,38 euro incl. 21% btw;
Deel 2: Beplanting: 4.132,23 euro excl. btw of 5.000,00 euro incl. 21% btw;
Deel 3: Meubilair: 8.264,46 euro excl. btw of 10.000,00 euro incl. 21% btw;
Deel 4: Asfalteringswerken: 19.854,90 euro excl. btw of 24.024,43 euro incl. 21% btw.
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht zal voor deel 1 inrichtingswerken uitgevoerd worden tegen de voorwaarden van de raamovereenkomst ‘Herstellings- en aanpassingswerken aan wegen, rioleringen en troittoirs, het verwezenlijken van individuele rioolaansluitingen, het inbuizen van grachten te Deinze’, gegund aan De Lille Infra bv, Krommewege 33 te 9990 Maldegem, zoals bijgevoegd in bijlage bij dit raadsbesluit.
Het college van burgemeester en schepenen zal deze deelopdracht gunnen aan de aangestelde aannemer door middel van een opdracht op afroep binnen de raamovereenkomst.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Rutger De Reu (burgemeester)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen en latere wijzigingen.
Het decreet van 9 mei 2009 betreffende het Centraal Referentieadressenbestand.
In het college van 05/03/2024 wordt de omgevingsvergunning OMV_2023128301 "het aanleggen van een fietspad en fietsbrug" goedgekeurd. Deze omgevingsvergunning voorziet de realisatie van een afgescheiden fietspad in het Sint-Martinuspark tussen het Antoon Van Paryspad en de Sint-Martinusvijver en een fietsbrug/ voetgangersbrug als verbinding naar Kortrijkstraat.
In de zitting van 29/04/2025 heeft het schepencollege beslist dat de procedure kan gestart worden om een naam toe te kennen aan het nieuwe fietspad in het Sint-Martinuspark. De onderdoorgang onder Residentie Leiebrug krijgt dezelfde naam. De trage weg krijgt bij voorkeur een naam eindigend op pad, wegel, park.... Het bestaande wandelpad noemt Sint-Martinuspark. De naamgeving van de brug verloopt via participatief proces.
De erfgoedraad heeft in de zitting van 6/05/2025 een voorstel voor het fietspad naar voor gebracht: Marie Joseph Versichelepad
Onlangs kreeg Marie Joseph Versichele een mooie mural aan de kantoren van cultuurregio. Marie Joseph Versichele maakte deel uit van het Geheime Leger tijdens WOII. Ze woonde vlakbij het “Tielts roetje” en vervoerde op haar fiets zowel wapens als informatie. Dat ze de oorlog overleefde, is een waar mirakel, als je weet welke gevaarlijke acties ze ondernam. Ook tijdens haar gevangenschap bleef ze saboteren. Een ware heldin.
Advies GIS-dienst:
Marie Joseph Versichelepad: op deze straatnaam hebben we geen opmerkingen.
Eventueel kan de naam Marie Joseph Versichelefietspad genomen worden om te benadrukken dat het om een fietspad gaat.
In de zitting van 17/06/2025 beslist het schepencollege een openbaar onderzoek op te starten voor Marie Joseph Versichelefietspad als naam voor het nieuwe fietspad/trage weg in het Sint-Martinuspark en de onderdoorgang onder de residentie Leiebrug.
Het openbaar onderzoek werd tussen 1 september 2025, 9u en 30 september 2025, 9u georganiseerd.
De stedelijke cultuurraad stelt voor om "Joseph" en "fiets" uit de naam te verwijderen om de naam iets beknopter en gebruiksvriendelijker te maken. Het advies van de Cultuurraad is Marie Versichelepad.
Het proces verbaal vermeldt geen bezwaren.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
Het nieuwe fietspad/trage weg in het Sint-Martinuspark en de onderdoorgang onder de residentie Leiebrug krijgt de naam Marie-Joseph Versichelepad.
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Matthias Neirynck, Annick Verstraete (raadsleden)
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
Het definitief ontwerp van het project 'Parkbosbegraafplaats Bachte'.
De verslagen van de participatiemomenten.
Het grondplan.
De indicatieve raming voor het afscheids- en dienstgebouw en de inrichting/omgeving van de parkbosbegraafplaats.
In de gemeenteraad van 25 mei 2023 werd principiële goedkeuring gegeven aan voorliggende opdracht. De projectdefinitie werd evenzeer in deze zitting goedgekeurd.
De opdracht werd door het college van burgemeester en schepenen gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. De opdracht werd gegund aan het ontwerpteam Atelier Arne Deruyter (Kerkstraat 106 te 9050 Gent). Binnen het ontwerpteam stond Atelier Arne Deruyter i.s.m. Steven De Bruycker en Provoost Engineering in voor het ontwerp van de omgeving van de parkbosbegraafplaats en Dhooge & Meganck Architectuur stond in voor het ontwerp van het afscheidsgebouw en het dienstgebouw met voorpleinen.
Het definitief ontwerp van het project 'Parkbosbegraafplaats Bachte' kwam participatief tot stand, met input van de buurt. Op 28 februari 2024 (conceptvisie) en op 21 augustus 2024 (voorontwerp) werden participatiemomenten georganiseerd. De input van aanwezigen op deze momenten werd telkens verwerkt en het ontwerp werd hieraan aangepast. Het planproces kan gevolgd worden op het participatieplatform goedgezegd.
Het planproces werd doorlopen en het definitief ontwerp werd opgemaakt. Dit wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Het definitief ontwerp omvat zowel de inrichting/omgeving van de parkbosbegraafplaats als het afscheids- en dienstgebouw.
De totale uitgave voor het afscheidsgebouw wordt indicatief geraamd op 302.500 euro incl. btw.
De totale uitgave voor het dienstgebouw wordt indicatief geraamd op 423.500 euro incl. btw.
De totale uitgave voor de inrichting/omgeving parkbosbegraafplaats Bachte wordt indicatief geraamd op 1.424.000 euro incl. btw.
Na goedkeuring van het definitief ontwerp zal de omgevingsvergunning aangevraagd worden en zal het uitvoerend ontwerp opgemaakt worden. Het uitvoerend ontwerp, het bestek en de plaatsingsprocedure komen nog ter goedkeuring op de gemeenteraad.
De verplichtingen m.b.t. archeologie, die volgen uit de omgevingsvergunning, zullen geïntegreerd worden in het plan- en uitvoeringsproces. Deze verplichtingen worden indicatief geraamd op 50.000 euro.
Na goedkeuring van het definitief ontwerp door de gemeenteraad zal het definitief ontwerp via een infomoment gecommuniceerd worden naar de buurt.
De uitgave voor de uitvoering van het project 'Parkbosbegraafplaats Bachte' is in het huidige meerjarenplan niet voorzien.
Indien akkoord zullen de bedragen voor de uitvoering opgenomen worden in het meerjarenplan 2026/2031.
Artikel 1
Goedkeuring wordt verleend aan het definitief ontwerp voor het project 'Parkbosbegraafplaats Bachte'.
Artikel 2
Goedkeuring wordt verleend aan de raming voor het project 'Parbosbegraafplaats Bachte'.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt indicatief geraamd op 2.200.000 euro incl. btw.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
Projectdefinitie 'Bouwproject gemeenteschool De Vaart Nevele' en bijlagen.
Beslissing gemeenteraad 21 december 2023 wijzing vestigingsplaats subsidiedossier AGION.
Selectieleidraad.
Bestek.
Mail OVSG m.b.t. timing subsidiedossier.
In de gemeenteraad van 21 december 2023 werd de vestigingsplaats van het AGION (Agentschap voor infrastructuur in het onderwijs) subsidiedossier verplaatst van 't Wilgennest in Landegem naar De Vaart in Nevele. Het subsidiedossier werd van de wachtlijst verplaatst naar de prioriteitenlijst. Een aanbestedingsklaar dossier dient ten laatste op 31 maart 2027 ingediend te worden bij AGION (Agentschap voor infrastructuur in het onderwijs). In deze vergadering werd evenzeer machtiging gegeven aan het college van burgemeester en schepenen om het projectdossier op te maken.
De projectdefinitie werd opgemaakt. Dit kwam participatief tot stand, met input van de directie, de leerkrachten, het oudercomité en de leerlingen.
De school De Vaart kampt met een reeks infrastructurele uitdagingen die de werking en de leeromgeving van de school sterk beïnvloeden. Deze problemen vragen dringende aandacht om een toekomstgerichte, veilige en functionele schoolomgeving te waarborgen. Zo kampt de school met een tekort aan klaslokalen, zijn de refter en de keuken te klein en niet aangepast aan de hedendaagse normen (o.a. HACCP), is de LO hal sterk verouderd (slechte isolatie, slechte akoestiek, verouderde technieken etc.) en beschikt ze over onvoldoende bergruimte, is de isolatie van de oudste schoolgebouwen ondermaats, bestaan sommige daken uit asbesthoudende golfplaten, is het sanitair sterk verouderd en is het niveauverschil tussen het centraal volume en de nieuwbouw voor de kleuters in de praktijk weinig werkbaar.
Het ultieme doel van dit bouwproject is de aanwezige leerlingen en leerkrachten een optimaal geschikte leer- en leefomgeving te geven en een toekomstgerichte school te bouwen waarin elke leerling, vanuit zijn/haar eigenheid aangespoord wordt om met plezier op zoek te gaan naar zijn/haar vaardigheden.
De school De Vaart heeft toekomstgericht nog veel ontwikkelingsmogelijkheden niet alleen voor haar leerlingen, maar evenzeer aangezien er in de nabije omgeving nood is aan een polyvalente ruimte (die kan gebruikt worden door externen, zoals lokale sportclubs, verenigingen als particulieren), een toegankelijke, groene en kwalitatieve buitenruimte etc.
Voor het project worden volgende ambities naar voren geschoven:
Het volume op de speelplaats, de chaletklassen (A) en het centraal volume worden volledig afgebroken. De nieuwbouw voor het lager bevat een secretariaat, een bureau voor de directie, een bureau voor de zorgcoördinator, 8 klassen lager onderwijs, 2 zorglokalen, 4 lokalen voor levensbeschouwing, een lerarenkamer, een ruim sanitair blok en een kleiner sanitair blok voor het lager, een toegankelijke verzorgingsruimte, een nieuw deel voor de refter/polyvalente ruimte, een keuken, diverse stokkeerruimtes, een technische ruimte en een ruilklas voor buitenspeelgoed. Deze ruimtes dienen op een logische en duidelijk leesbare wijze aaneengeschakeld te worden en moeten afzonderlijk afsluitbaar zijn. De diverse activiteiten binnen de school mogen elkaars werking niet storen. Aan de nieuwbouw of op de speelplaats wordt een luifel geïntegreerd die dienstdoet als overdekte speelplaats, waarbij zowel de luifel als de nieuwbouw samen één harmonieus architecturaal geheel vormen. De chaletklassen (B) uit Landegem werden tijdelijk geplaatst op de schoolsite in Nevele i.f.v. de overbrugging van de bouwfase.
De indicatief geraamde bouwkost van 4.750.000 euro incl. 6% BTW valt uiteen in volgende onderdelen:
Het is aangewezen om deze opdracht te gunnen door middel van de mededingingsprocedure met onderhandeling.
De plaatsingsprocedure bestaat uit een selectiefase en een gunningsfase. Hiervoor werd een leidraad en bestek opgemaakt.
De ereloonkost van de ontwerper wordt geraamd tussen 8% en 10% van de totale opdracht.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd akkoord te gaan met de opdracht. De projectdefinitie, de leidraad en het bestek voor het aanstellen van de ontwerper worden voorgelegd ter goedkeuring.
Er wordt gevraagd machtiging te geven aan het college van burgemeester en schepenen om een ontwerper aan te stellen.
De uitgave voor het bouwproject gemeenteschool De Vaart Nevele is in het huidige meerjarenplan niet voorzien.
De procedure voor de aanstelling van de ontwerper kan opgestart worden. De gunning van de ontwerpopdracht kan pas gebeuren na opname van de benodigde bedragen voor het ontwerp en de bouw in het meerjarenplan 2026/2031.
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met de opdracht “Bouwproject gemeenteschool De Vaart Nevele”. De projectdefinitie, de leidraad en het bestek voor het aanstellen van de ontwerper worden goedgekeurd.
Artikel 2
Goedkeuring wordt verleend aan de indicatieve raming voor de bouw- en ontwerpkost van het bouwproject.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt indicatief geraamd op 4.750.000 euro incl. BTW bouwkost. De ereloonkost van de ontwerper wordt geraamd tussen 8% en 10% van de totale opdracht.
Artikel 3
Goedkeuring wordt verleend aan de leidraad en het bestek voor het aanstellen van de ontwerper.
Artikel 4
De gemeenteraad geeft machtiging aan het college van burgemeester en schepenen om een ontwerper aan te stellen d.m.v. de mededingingsprocedure met onderhandeling.
Artikel 5
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Annick Verstraete, Olaf Evrard (raadsleden), Rutger De Reu (burgemeester),
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Stratenregister.
Communicatieplan.
Kaart fasering - Deinze-Petegem.
Kaart fasering - Nevele-Vosselare-Landegem.
Kaart fasering - Globaal.
Advies Wonen in Vlaanderen.
Met het oog op het verbeteren van de woningkwaliteit van huurwoningen wenst de Stad Deinze het conformiteitsattest te verplichten voor woningen ouder dan 25 jaar.
Een conformiteitsattest is een officieel document dat aantoont dat een woning voldoet aan de minimale veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen, zoals vastgelegd in de Vlaamse Codex Wonen. Alhoewel de verplichting voor woningen om aan de voornoemde normen te moeten voldoen al langer bestaat, kan de Stad beslissen om een conformiteitsattest verplicht te stellen, wat een preventieve controle van de woningkwaliteit mogelijk maakt. Op deze manier kunnen woningkwaliteitsgebreken aan het licht gebracht worden alvorens de woning verhuurd of ter beschikking gesteld wordt, eerder dan bij een onderzoek na een klacht of melding van gebrekkige woningkwaliteit.
Om de verplichte woningcontroles te realiseren, wordt de verplichting gefaseerd ingevoerd op basis van gebiedsafbakeningen die gestoeld worden op de kenmerken van het woonpatrimonium.
In een eerste fase (van 2026 tot en met 2028) wordt de verplichting ingevoerd in het stedelijk centrum van de stad Deinze. De desbetreffende selectie kenmerkt zich door een grote hoeveelheid aan oudere woningen in gesloten bebouwing, met een grote bevolkingsdichtheid. Het zijn woningen die - in vergelijking met de rest van het woningenbestand - dikwijls kleiner zijn in oppervlakte en waar kwaliteitsproblemen frequenter voorkomen. Ook de woningen in de Gaversesteenweg, de toegangsweg van de stad die op dezelfde manier gekenmerkt worden, worden in een eerste fase aan de verplichting onderworpen.
De eerste fase wordt uitgebreid met een beperkte aanvulling in tweede fase. De tweede fase behelst een kleiner aantal woningen. De bevoegde dienst verwacht immers dat in de eerste jaren van de verplichting aanzienlijk meer onderzoeken zullen aangevraagd worden, enerzijds omdat verhuurders zich onmiddellijk in orde willen stellen en anderzijds omdat de woningen die in fase 1 aan de verplichting onderworpen worden, vaker meer dan een huurwisseling per jaar kennen, reeds vanaf de eerste huurder over een conformiteitsattest zullen moeten beschikken, waardoor ze vanaf de tweede verhuring in beginsel niet meer aan controle moeten onderworpen worden.
Fase 2 bestaat uit de dichte stedelijke bebouwing in Petegem.
De periode waarin fase 2 gecombineerd wordt met fase 1, behelst twee jaar (2029 tot en met 2030). Vanaf het derde jaar (vanaf 2031 tot en met 2035) wordt de derde fase erbij genomen. Vanaf dat moment zijn de drie fasen tegelijkertijd van toepassing.
In een derde fase (2031 tot en met 2035) wordt het gebied uitgebreid naar de overige huurwoningen ouder dan 25 jaar binnen de regio Deinze, samen met de overige huurwoningen ouder dan 25 jaar binnen de regio Petegem. Daarnaast worden ook woningen onderzocht in het centrum van de grotere dorpskernen, deze van Nevele, Astene en Landegem, die eveneens gekenmerkt worden door oudere woningen in dichte bebouwing.
In deze derde fase wordt de verplichting eveneens ingevoerd voor de woningen die verhuurd worden binnen de context van Boek 6 van de Vlaamse Codex Wonen en die gelegen zijn in de gebiedsafbakening van fase 1, 2 en 3. Voor de sociale huurwoningen ouder dan 25 jaar binnen het gebied van fase 1 en 2 wordt m.a.w. uitstel verleend tot fase 3. Dit uitstel wordt ten eerste gerechtvaardigd door het omvangrijke patrimonium waarover de sociale verhuurder beschikt. Ten tweede vervult de sociale verhuurder een belangrijke maatschappelijke rol in het lokaal woonbeleid, met name het aanbieden van betaalbare en kwalitatieve huisvesting aan kwetsbare doelgroepen. Ten derde is deze verhuurder voor haar renovatie- en herstellingswerken afhankelijk van externe financiën waarvan niet gegarandeerd kan worden dat deze tijdig voorradig zijn.
In een laatste fase (vanaf 2036 en zonder einddatum) geldt de verplichting voor alle woningen ouder dan 25 jaar (inclusief dus de sociale huurwoningen onder Boek 6).
Op deze manier wil de Stad Deinze inzetten op kwaliteitsvolle en veilige huurwoningen en een actiever, preventief woonkwaliteitsbeleid. De stapsgewijze invoering laat toe om de maatregel beheersbaar te implementeren en de implementatie te prioritiseren op basis van het stedelijke woonkwaliteitsbeleid.
Overeenkomstig artikel 3.2, eerste lid van de Vlaamse Codex van 2021 werd het ontwerp van reglement onderworpen aan een voorafgaand, niet-bindend advies bij het agentschap Wonen in Vlaanderen. Niettegenstaande het gevraagde advies werd verstrekt buiten de wettelijk voorziene periode van zestig dagen, werden de aanbevolen aanpassingen verwerkt in het definitieve reglement.
Doel
Artikel 1
Stad Deinze wenst de goede woningkwaliteit van woningen in de stad te garanderen en dit door het invoeren van een verplicht conformiteitsattest. Via dit attest kan de verhuurder aantonen dat de woning die hij wenst te verhuren of ter beschikking te stellen voldoet aan de minimale veiligheids-, gezondheids- en woningkwaliteitsnormen zoals deze zijn vastgesteld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Definities
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement worden volgende begrippen als volgt begrepen:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 3
Voor elke woning in de stad Deinze die verhuurd of ter beschikking gesteld wordt, moet de verhuurder over een geldig conformiteitsattest beschikken en dit gedurende de volledige duur van de verhuring of terbeschikkingstelling.
Deze verplichting is van toepassing op alle nieuwe verhuringen of terbeschikkingstellingen vanaf 1 maart 2026 voor woningen van 25 jaar en ouder (dat betekent: bouwjaar van 2000 en ouder vanaf 1.3.2026, bouwjaar 2001 en ouder vanaf 1.1.2027, enz.).
Deze verplichting wordt gefaseerd van toepassing op basis van de geografische ligging (bijgevoegde kaart en stratenregister maken onderdeel uit van dit reglement):
Voor woningen die verhuurd worden binnen de context van Boek 6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 wordt uitstel verleend wat betreft de woningen, gelegen binnen het gebied van fase 1 en fase 2. Voor deze woningen wordt de verplichting ingevoerd vanaf 1 januari 2031 voor woningen ouder dan 25 jaar, gelegen in de gebieden van fase 1, 2 en 3.
De verplichting voor de woningen, bedoeld in vorige lid, geldt over het hele grondgebied vanaf 1 januari 2036.
Voor toepassing van onderhavig artikel geldt de verplichting vanaf de datum van ondertekening van de huurovereenkomst of overeenkomst van ter beschikking stelling.
Artikel 4
Zolang niet aan de verplichting van artikel 3 is voldaan, geldt een jaarlijks terugkerende verplichting om het conformiteitsattest aan te vragen.
De aanvraag wordt ten laatste ingediend op de verjaardag van de dag waarop de verhuurder bij aangetekend schrijven in kennis is gesteld dat hij niet over het verplichte conformiteitsattest beschikt. Als ontvangstdatum van het aangetekend schrijven geldt de eerste werkdag na de verzending.
Bij verhuring of terbeschikkingstelling na het verval van een bestaand conformiteitsattest begint de jaarlijkse aanvraagverplichting te lopen op de dag van dat verval.
Artikel 5
De vergoeding om een aanvraag voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek door de burgemeester te laten behandelen, wordt vastgelegd in een afzonderlijk retributiereglement.
Geldigheidsduur van het conformiteitsattest
Artikel 6
De geldigheidsduur van het conformiteitsattest is maximaal tien jaar vanaf de afgifte van het attest. Het conformiteitsattest kan wel om redenen vermeld in artikel 3.9 van de Vlaamse Codex Wonen van rechtswege vervallen.
Sancties
Artikel 7
Inbreuken op artikel 3 en 4 van dit reglement worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete die wordt vastgelegd in een door de gemeenteraad vastgesteld reglement.
Inwerkingtreding
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2026.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement op het verplicht conformiteitsattest goed.
Artikel 2
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Jan Pauwels (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, inzonderheid artikel 3.4, in fine.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 25 april 2024 over het gecoördineerde retributiereglement op conformiteitsonderzoek.
De retributie vervat in het retributiereglement voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek verstrijkt op 31 december 2025. Dit retributiereglement wordt opgeheven met ingang van 1 november 2025, en een nieuw retributiereglement wordt gevestigd voor de periode van 1 november 2025 tot en met 31 december 2031.
In toepassing van artikel 3.4, in fine, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wordt het tarief voor het conformiteitsonderzoek vastgelegd op 200,00 euro (niet geïndexeerd).
Dat bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast en voor de eerste maal op 1 januari 2025 volgens de volgende formule: nieuw bedrag = basisbedrag x aangepaste gezondheidsindex / gezondheidsindex van november 2023 (basisjaar 2013), zoals bepaald in artikel 3.4, in fine, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het geïndexeerde bedrag op datum van het vaststellen van deze retributie bedraagt 207,83 euro.
Deze vergoeding is verschuldigd vanaf 1 november 2025 bij de uitvoering van een conformiteitsonderzoek. De vergoeding is verschuldigd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag.
Voor het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring of een waarschuwingsprocedure wordt geen vergoeding aangerekend. Op deze manier worden geen financiële drempels ingebouwd om woningkwaliteitsproblemen te signaleren en worden aan de houders van het zakelijk recht geen onredelijke vergoedingen gevraagd.
Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
011900 - overige algemene diensten |
| algemene rekening |
700020 - conformiteitsattesten |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
€ 70.000 |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 november 2025 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het conformiteitsonderzoek.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar in overeenstemming met artikel 3.4, in fine, van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = basistarief retributie * gezondheidsindex november jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex november 2023 (128,55, basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen : het aldus bekomen bedrag wordt tot op 1 cent naar beneden afgerond.
Vrijstellingen
Artikel 5
Voor het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring of een waarschuwingsprocedure wordt geen vergoeding aangerekend.
Wijze van betaling
Artikel 6
De retributie voor het conformiteitsonderzoek wordt momenteel gefactureerd. De aanvrager ontvangt na het indienen van het aanvraagformulier voor het conformiteitsattest een factuur met het verschuldigde bedrag. Er wordt pas een conformiteitsattest afgeleverd zodra de betaling door de stedelijke diensten is vastgesteld.
De betaling dient te gebeuren binnen dertig dagen na de verzending van de factuur.
De stad werkt aan de implementatie van een systeem waarbij de retributie vooraf online kan worden betaald bij het indienen van het aanvraagformulier (via QR-code of een gelijkaardig digitaal betaalsysteem). Zodra dit systeem operationeel is, zal de mogelijkheid tot voorafgaande online betaling worden voorzien.
In de volgende gevallen blijft de betaling op factuur van toepassing, overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse Codex Wonen:
In het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring, zoals vermeld in artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen.
In het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure, zoals vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek wordt met ingang van 1 november 2025 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Het gemeenteraadsbesluit van 25 april 2024 over het gecoördineerde retributiereglement op conformiteitsonderzoek wordt opgeheven met ingang van 1 november 2025.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Uittreksels kadastraal plan en legger.
Situatieplan bestaande erfdienstbaarheid.
Situatieplan toekomstige erfdienstbaarheid
Eigendomstitel perceel 1e Afd., sectie A, nr. 899a2.
Luchtfoto.
Ontwerpakte.
Ter hoogte van Donzapark werd door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) in samenwerking met de Stad een generatietuin aangelegd op het kadastrale perceel te Deinze, 1e Afd., sectie A, nrs. 899a2, 899b2 en 989s3.
Het perceel nr. 899a2, zijnde stadseigendom, paalt aan de tuinzone van Jules Soenenstraat 10.
Deze tuinzone, zijnde perceel 899r, werd vóór de aanleg van de generatietuin ontsloten via het stadsperceel nr. 899a2.
Bij de opstart van de aanleg van de generatietuin heeft de eigenaar van Jules Soenenstraat 10, de Stad opmerkzaam gemaakt over de erfdienstbaarheid die hij had over dit perceel. Door de aanleg van de generatietuin dreigde de ontsluiting onmogelijk te worden.
De notariële akte met betrekking tot de verwerving van het perceel nr. 899a2 (jegens NV Het Grondjuweel (nevenvennootschap NV Durabrik)) werd door de dienst omgeving nagekeken. In de akte wordt geen melding gemaakt van deze erfdienstbaarheid. Op het aan de akte aangehecht plan evenwel staat een erfdienstbaarheidszone aangeduid ter ontsluiting van de tuinzone Jules Soenenstraat 10.
De op het plan aangeduide erfdienstbaarheidszone verschilt evenwel met de feitelijke toestand.
Teneinde de tuinzone van Jules Soenenstraat 10 van een blijvende ontsluiting te verzekeren, is een aanpassing/toekenning van de erfdienstbaarheid aldus noodzakelijk.
De dienst omgeving heeft een situatieplan opgemaakt (datum 10 juni 2025) met aanduiding van een mogelijks toekomstige erfdienstbaarheid ten voordele van Jules Soenenstraat 10, heersend erf, over de kad. percelen nrs. 899a2 (eig. Stad), 898s3 en 902h (eig. OCMW), lijdend erf.
Teneinde een erfdienstbaarheid toe te kennen, is de vastlegging ervan in een notariële akte noodzakelijk.
In de schepencollegezitting van 12 november 2024 werd notariaat Van Cauwenberghe & Goesaert te Deinze hiertoe aangesteld.
De ontwerpakte ligt thans ter goedkeuring voor.
Na bespreking.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht. Voor de vestiging van deze erfdienstbaarheid is de titularis van het heersend erf (eigenaar perceel nr. 899r) geen vergoeding verschuldigd aan de titularis van het lijdend erf (Stad).
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de ontwerpakte, opgemaakt door notariaat Van Cauwenberghe & Goesaert te Deinze, tot het vestigen van een erfdienstbaarheid op o.a. de stadseigendom kadastraal gekend te Deinze, 1e Afd., sectie A, nr. 899a2 ten voordele van het perceel kadastraal gekend te Deinze, 1e Afd., sectie A, nr. 899r, zijnde tuinzone bij Jules Soenenstraat 10, zoals aangeduid op het situatieplan van 10 juni 2025 van de dienst omgeving.
Artikel 2
Het schepencollege wordt gemachtigd om de Stad in rechte te vertegenwoordigen voor de administratieve afhandeling (o.m. ondertekening van de authentieke akte).
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Jan Pauwels (raadslid), Johan Cornelis, Sofie D'hondt (schepenen), Bram Stroobandt (raadslid)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Gemeenteraadsbesluit van 26 maart 2024.
Schepencollegebesluit van 26 april 2025.
Ontwerpplan wegenisaanleg.
Raming wegenisaanleg.
Ontwerp grondinnemingsplan.
Bij gemeenteraadsbesluit van 26 maart 2024 werd principiële goedkeuring gehecht tot verbreding van de Durmenkerkweg (Veldestraat - Gerolfsweg) en werd het schepencollege gemachtigd een landmeter aan te stellen voor de opmaak van een rooilijn- en innemingsplan.
De opdracht tot de opmaak van bovenvermelde plannen werd, na prijsvraag, gegund aan de bvba Teccon te Mariakerke.
De opmaak van het wegenisontwerp gebeurde in eigen regie door de dienst omgeving.
Bij besluit van 24 juni 2025 heeft het schepencollege kennis genomen van het rooilijn- en innameplan, opgemaakt door voormeld landmetersbureel. in dezelfde zitting werd de dienst Vastgoedtransacties van de Vlaamse Overheid aangesteld om de voorziene grondaankopen van het grondinnemingsplan te bewerkstelligen.
Dit rooilijn- en innemingsplan werd opgemaakt op basis van het opgemaakte voorontwerp voor de aanleg van de wegenis.
Op 11 juli jl. werden de betrokken eigenaars uitgenodigd voor een individuele toelichting en bespreking van het ontwerp van rooilijn- en innameplan en het voorontwerpplan voor de verbreding van de Durmenkerkweg ten behoeve van de aanleg van een dubbelrichtingsfietspad.
Op basis van deze gesprekken werd het voorontwerpplan aangepast aan de opmerkingen die gemaakt werden door de betrokken eigenaars.
De heraanleg van de Durmenkerkweg zal conform de normen van het Vademecum Fietsvoorzieningen aangelegd worden en kaderen in het Kopenhagenplan. Door de heraanleg en de bijkomende verbreding wordt er een veilige en comfortabele fietsroute gecreëerd om de momenteel onveilige Veldestraat te vermijden. In eerste fase wordt er aangesloten op de bestaande fietsinfrastructuur in de Veldestraat, waar momenteel reeds twee fietsoversteken aanwezig zijn, die beveiligd zijn door de bestaande snelheidsremmende maatregelen.
In het kader van het verder optimaliseren van het fietsnetwerk, zullen in een tweede fase ook de fietspaden in de Veldestraat vanaf de Durmenkerkweg richting Lievegem aangepakt worden. Een eerste conceptueel plan hierover is in bijlage te vinden. Er wordt hier geopteerd om een dubbelrichtingsfietspad te leggen in de Veldestraat aan de zijde van de Durmenkerkweg, om de oversteekbewegingen voor doorgaande fietsers op de drukke Veldestraat zoveel mogelijk te beperken en verderop, op het grondgebied van de gemeente Lievegem, ook te kunnen aansluiten op het reeds bestaande dubbelrichtingsfietspad dat ook aan deze zijde van de weg ligt. Op die manier wordt er een veilige, continue fietsroute gecreëerd tussen Merendree en Lievegem.
Verder overleg met de gemeente Lievegem is hiervoor aangewezen.
Het definitief ontwerpplan voor uitvoering van het dubbelrichtingsfietspad in de Durmenkerkweg ligt thans voor, samen met het ontwerp van grondinnemingsplan.
Op basis van dit definitief ontwerpplan zal de aanvraag tot omgevingsvergunning opgestart worden, waarbij de wijziging van de rooilijn voor de Durmenkerkweg zal gevoerd worden als een geïntegreerde procedure met de omgevingsvergunning waarbij de regels van het gemeentewegendecreet van toepassing zijn voor omgevingsvergunningsaanvragen.
Op basis van het omgevingsvergunningsdossier zal een uitvoerend ontwerp opgemaakt worden (uitvoeringsplan, bestek, meetstaat en raming) voor de heraanleg van de Durmenkerkweg en in een latere fase aan de gemeenteraad voorgelegd worden.
De uitvoering van deze werken wordt op basis van het definitief ontwerpplan indicatief geraamd op 267.180,32 euro-btw incl.
Het is wenselijk, omwille van veiligheidsredenen, op het fietspadtraject verlichting d.m.v. grondspots op zonne-energie te voorzien, waarvoor de raming indicatief 5.500,00 euro-btw incl. bedraagt.
Na bespreking.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht.
Budget voor de uitvoering van de wegeniswerken (incl. plaatsing grondspots) zal voorzien worden in de meerjarenplanning 2026/2031.
Budget ten bedrage van 90.000,00 euro is voor de grondverwervingen is voorzien in het budget 2025 onder de budgetcodering 221000 / 020000 / 20006/02.
Artikel 1
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het definitief ontwerpplan voor de verbreding van de Durmenkerkweg ten behoeve van de aanleg van een dubbelrichtingsfietspad, opgemaakt door de dienst omgeving met een indicatieve raming ten bedrage van 272.680,32 euro-btw incl.
Artikel 2
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het ontwerp van grondinnemingsplan, opgemaakt door landmetersbureel Teccon te Mariakerke, ter verbreding van de Durmenkerkweg (Veldestraat - Gerolfsweg), meer bepaald ten behoeve van de aanleg van een dubbelrichtingsfietspad.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Matthias Neirynck, Bram Stroobandt, Olaf Evrard, Ronny Vermeulen (raadsleden), Sofie D'Hondt (schepen), Rutger De Reu (burgemeester)
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, inzonderheid op de artikelen 2 (6°), 43 (§ 1, tweede lid) en 47.
De Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
De Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 41, tweede lid, 10°.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet van 9 oktober 2020 houdende diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, het algemeen mobiliteitsbeleid, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid.
Het Decreet van 1 maart 2023 over diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2021 tot vaststelling van de datum van de inwerkingtreding van artikel 3 en 6 van het decreet van 9 oktober 2020 houdende diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, het algemeen mobiliteitsbeleid, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid.
Het Koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer.
Raamcontract CIPAL Schaubroeck.
Initieel bestek CIPAL Schaubroeck.
Uittreksel notulen raad van bestuur Cipal Schaubroeck.
Offertes CIPAL Schaubroeck ANPR Trajectcontrole.
Offerte Integratie PZA.
Intouch.
M3 platform.
CS Blur.
Sitesurvey.
Police Module Rechtspersonen.
Studie UHasselt en IMOB "Snelheidscamera’s en trajectcontrole op Vlaamse autosnelwegen Evaluatie van het effect op snelheidsgedrag en verkeersveiligheid".
Impactanalyse van gemeentelijke trajectcontroles in Limburg_juni 2025 (S-LIM, Faculteit Bedrijfseconomische wetenschappen UHasselt, Nuhma (Het Limburgs Klimaatbedrijf).
Verslag verkeerscommissie.
Meting Oude Brugsepoort.
Meting Veldestraat.
Meting Kerrebroek.
Meting Oude Heirbaan.
1. Met het oog op snelheidshandhaving wordt geïnvesteerd in trajectcontroles
Snelheidshandhaving
In het mobiliteitsbeleid van Stad Deinze zijn verkeersveiligheid en verkeersleefbaarheid de twee centrale pijlers waarop het beleid steunt. Het niet naleven van de snelheid vormt één van de grootste bedreigingen voor beide pijlers, zeker in zones waar gemotoriseerd verkeer zich mengt met actieve weggebruikers zoals voetgangers en fietsers. Hoewel de stad reeds inzet op een snelheidsregime van 30 km/u binnen de bebouwde kom en op infrastructuurmaatregelen, blijkt dit onvoldoende om de naleving van de snelheidslimieten te garanderen.
Daarom kiest Stad Deinze voor een tweesporenbeleid: enerzijds preventieve maatregelen via infrastructuur, anderzijds repressieve maatregelen via handhaving. Binnen die handhaving vormen trajectcontroles een essentieel instrument, omdat ze:
Wetenschappelijke studies, zoals die van IMOB en UHasselt (zie bijlage), bevestigen deze voordelen. Zo toont recent onderzoek (UHasselt, leerstoel voor datagedreven beleid: (S-LIM, Faculteit Bedrijfseconomische wetenschappen UHasselt, Nuhma (Het Limburgs Klimaatbedrijf) onder meer het volgende aan: "Uit deze analyses van data voor de periode 2018-2023 blijkt dat de invoering van gemeentelijke trajectcontrole in Limburg een statistisch significant effect heeft op het aantal verkeersongevallen. De invoering van trajectcontrole heeft namelijk geleid tot een gemiddelde daling van het aantal verkeersongevallen met 38% meer t.o.v. de evolutie op vergelijkbare wegen. Dit betekent een daling van 38% bovenop wat men zou verwachten als er geen TC was ingevoerd. En ook dat de daling op wegen met trajectcontrole 38% groter is dan de evolutie (daling of stijging) op gelijkaardige wegen zonder trojectcontrole over dezelfde tijd (wetenschappelijke studie nog niet gepubliceerd; toelichting en beknopte nota met impactanalyse in bijlage).
Kortom, trajectcontroles zijn een doelgerichte, proportionele en effectieve maatregel om de verkeersveiligheid en leefbaarheid in Deinze te verbeteren, vooral op locaties met een verhoogd risico door snelheid en verkeersintensiteit.
Generiek afwegingskader trajectcontroles
Uit bovenstaande motivering blijkt dat trajectcontroles geschikt zijn om de doelstellingen van verkeersleefbaarheid en verkeersveiligheid te bereiken.
Gelet op het feit dat trajectcontroles ingrijpen op de vrijheid van de individuele bestuurder op het openbaar domein, dienen zij niet alleen geschikt te zijn, maar ook proportioneel, wat betekent dat zij niet verder gaan dan nodig om het doel te bereiken. Vandaar dat een generiek afwegingskader wordt voorgelegd dat moet garanderen dat waar minder ingrijpende maatregelen hetzelfde doel zouden bereiken, voor dit laatste wordt gekozen en trajectcontroles dus louter dienen als sluitstuk van een mobiliteitsbeleid waar andere oplossingen niet toereikend zijn.
Dit generiek beleidskader kan als volgt worden toegelicht.
Om de straten of trajecten te bepalen waar er ingezet zal worden op trajectcontroles, is een duidelijk beleidskader nodig. Hiervoor werd een afwegingskader ontwikkeld om dit proces te stroomlijnen. Uiteraard kadert de keuze voor trajectcontroles concreet binnen het mobiliteitsbeleid van de stad in het algemeen en het beleid rond snelheidsregimes en snelheidshandhaving in het bijzonder. Desalniettemin is het noodzakelijk om zo objectief mogelijk te kunnen bepalen welke locaties (en welke locaties niet) in aanmerking komen. Voor deze selectie hanteren we een drietrapsladder:
Criterium 1: Functie en typologie
Voor de wegen waar de stad beheerder van is, is de functie en typologie van de straat het eerste criterium om de plaatsing van trajectcontroles te overwegen. We kiezen ervoor om enkel straten binnen bebouwde kom in aanmerking te nemen voor de plaatsing van trajectcontroles, aangezien we daar de meeste actieve weggebruikers en eventuele conflicten met gemotoriseerd verkeer verwachten. Onder actieve weggebruikers begrijpen we voetgangers en fietsers, de meest kwetsbare weggebruikers.
Daarna wordt er gekeken naar de functie van de straat. Er wordt gekozen om enkel lokale verbindingswegen, in combinatie met woon- en/of centrumfuncties (zoals scholen bv) in overweging te nemen. Concreet zijn dit (in de oude wegencategorisering zoals vastgelegd in de respectievelijke mobiliteitsplannen van Stad Deinze en gemeente Nevele) de lokale verbindingswegen type I (straten die als hoofdfunctie “verbinden op lokaal niveau” hebben) en type II (straten die een verzamelende en ontsluitende functie op lokaal niveau hebben). Dit zijn straten waar nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid (doorgaand) verkeer passeert, wat leidt tot een vermenging met actieve weggebruikers zoals voetgangers en fietsers. Hierdoor ontstaat zowel op vlak van verkeersveiligheid als verkeersleefbaarheid een verhoogd risico op conflicten tussen gemotoriseerd verkeer en actieve weggebruikers. Deze conflicten kunnen variëren van daadwerkelijke ongevallen tot een subjectief gevoel van onveiligheid door bijna-ongevallen, evenals hinder zoals geluidsoverlast. Dit verhoogde risico is vaak het gevolg van het niet naleven van de snelheid.
Lokale wegen type III worden niet in overweging genomen, aangezien de hoofdfunctie van deze wegen louter het verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen behelst waardoor deze wegen vrijwel uitsluitend bestemmingsverkeer en geen doorgaand verkeer aantrekken. Hoewel er een nieuwe wegencategorisering op Vlaams niveau is vastgelegd, is de doorvertaling van deze nieuwe categorisering naar het lokale niveau nog niet gebeurd. Vandaar wordt er gekozen om in dit afwegingskader nog steeds te werken met de wegencategorisering vanuit de mobiliteitsplannen.
Criterium 2: Objectieve snelheidsdata en verkeersvolume
Om een zo objectief mogelijk beeld te krijgen van de gereden snelheid, houdt het tweede criterium rekening met de V85-snelheid (is de snelheid die door 85% van de bestuurders niet wordt overschreden en door 15% van de bestuurders wel wordt overschreden) zoals vastgesteld bij anonieme verkeersmetingen. De V85 is historisch gezien een veelgebruikte indicator in de wereld van de mobiliteit en de verkeersveiligheid, omdat hij geacht wordt representatief te zijn voor de snelheid die men op een weg redelijkerwijs kan aanhouden, in de veronderstelling dat 85% van de bestuurders zich rationeel gedraagt. Enkel straten waar de gemeten V85 minimaal 20% meer bedraagt dan het geldende snelheidsregime (in concrete 36km/u of meer in een zone 30 en 60 km/u of meer in een zone 50) zullen in overweging genomen worden voor de plaatsing van een trajectcontrole.
Niet enkel de gereden snelheid, maar ook de hoeveelheid verkeer is belangrijk om te bepalen of het plaatsen van een trajectcontrole in een bepaalde straat al dan niet proportioneel is. Ook hier gebeurt een verdere afweging, meer bepaald op basis van het gemiddeld dagelijks verkeer (GDV). Dit is het totale verkeersvolume gedurende een bepaalde periode, gedeeld door het aantal dagen in die periode en uitgedrukt in pae (personenautoequivalenten – een getal dat aangeeft hoeveel ruimte een voertuig inneemt in vergelijking met een personenauto, waarbij vrachtverkeer zwaarder “gewogen” wordt dan personenwagens). Enkel straten met een GDV van 3000 of meer worden in aanmerking genomen voor de plaatsing van trajectcontroles.
Criterium 3: Alternatieve infrastructurele maatregelen
Aangezien het garanderen van de verkeersveiligheid en -leefbaarheid de enige doelstellingen zijn van de installatie van trajectcontroles in bepaalde straten, wordt tot slot ook onderzocht of er bijkomende infrastructurele maatregelen mogelijk zijn, dan deze die tot op heden in een bepaalde straat werden uitgevoerd. Indien dezelfde doelstelling kan worden bereikt met bijkomende infrastructuur, dan geniet de laatste de voorkeur boven een trajectcontrole. Om bijkomende infrastructuur mee in rekening te kunnen brengen bij deze afweging, is het noodzakelijk dat de betrokken straat minstens deel uitmaakt van een planproces. Dit planproces heeft als doel een heraanleg van de straat waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan de veiligheid van de actieve weggebruikers zoals fietsers en voetgangers waarbij de veiligheidsverhoging niet punctueel van aard is, maar zich uitspreidt over een langer traject, waardoor dezelfde doelstellingen als trajectcontroles worden bereikt. Wanneer er immers minder ingrijpende (ten overstaan van de privacy van de weggebruiker) geschikte maatregelen kunnen worden toegepast om hetzelfde doel (verhoging verkeersveiligheid) te bereiken, dan genieten zij omwille van de proportionaliteit steeds de voorkeur. In zulke straten lijkt de invoering van een trajectcontrole m.a.w. niet proportioneel en dit zal dan ook niet mee in overweging genomen worden. De opname in een planproces wordt gedefinieerd als volgt: uit bestaande studies of plannen is de aard van de openbare werken voor de heraanleg van deze straat voldoende concreet om de toepassing van dit toetsingscriterium te onderbouwen en de openbare werken zijn opgenomen als investering in de lopende meerjarenplanning.
Het generiek kader werd positief geadviseerd door de verkeerscommissie op 13 oktober 2025.
Op basis van het generiek afwegingskader trajectcontroles komen we tot een gerichte selectie van straten waar de nood aan snelheidsbeheersing het grootst is en waar de impact op de verkeersveiligheid het meest significant kan zijn:
2. De beperkte snelheidsovertreding wordt gedepenaliseerd: GAS 5
Er wordt voorgesteld om de regie over de bestuurlijke handhaving inzake beperkte snelheidsovertredingen zelf in handen te nemen en op die manier een gerichter lokaal beleid rond snelheidshandhaving te voeren.
Sinds de inwerkingtreding van het artikel 29quater van de wegverkeerswet op 1 februari 2021 heeft elk bestuur zelf de keuze om GAS-boetes al dan niet toe te passen op beperkte snelheidsovertredingen (de zogenaamde GAS 5-inbreuken) en op die manier deze inbreuken uit de keten van de strafrechtelijke vervolging te halen. Om in aanmerking te komen voor depenalisering moeten volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn (art. 29quater §.2. Wegverkeerswet):
De bedragen van de administratieve geldboetes die de gemeenten in hun reglementen opnemen, moeten gelijk zijn aan de bedragen die de Vlaamse Regering bepaalt in uitvoering van artikel 65, § 1, tweede lid van de Wegverkeerswet. Dit zijn met name de bedragen van de onmiddellijke inningen die zijn vastgesteld in het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer:
De gemeenteraad neemt hiervoor een politiereglement aan. Indien de stad niet kiest voor deze bestuurlijke handhaving, worden deze overtredingen verder strafrechtelijk afgehandeld.
In het GAS 5-scenario int het lokaal bestuur de inkomsten uit (GAS 5-)overtredingen rechtstreeks nu de overtredingen gedepenaliseerd zijn. In het doorstortscenario op basis van crossborder, het alternatief voor GAS5, worden de boetes verwerkt via het bestaande Crossborder boete-inningsplatform en vervolgens verdeeld tussen de regio en het lokaal bestuur zonder dat dit lokaal georganiseerd en gereglementeerd wordt. Op deze manier blijven verkeersinbreuken binnen de strafrechtelijke keten. In het crossborder-scenario worden de overtredingen bijgevolg niet gedepenaliseerd.
Inmiddels werden via een reparatiedecreet (MOW III) een aantal onvolkomenheden aan de initiële GAS 5 – wetgeving de wereld uit geholpen (Artikel 2 van het Decreet van 31 maart 2023 over diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid; in werking sinds 1 mei 2023), met name:
Vroeger konden rechtspersonen (zoals bedrijven) rechtstreeks een GAS 5-boete krijgen. Sinds de wijziging van artikel 29quater van de Wegverkeerswet op 6 mei 2024, kunnen rechtspersonen niet langer rechtstreeks beboet worden via GAS 5. De boete kan enkel opgelegd worden aan de feitelijke bestuurder van het voertuig. De rechtspersoon (bv. een bedrijf) moet eerst een bestuurder aanduiden. Zonder identificatie van de bestuurder kan geen GAS 5-boete worden opgelegd. In het verleden leidde dit tot enorme werklast waarbij de politie manueel brieven diende uit te sturen, dit diende op te volgen en aan te manen tot bekendmaking binnen de termijn van 14 dagen. De softwareleverancier heeft nu een softwaremodule uitgewerkt die dit werk automatiseert en zorgt voor een nauwe opvolging in het kader van de identificatie van de natuurlijke persoon.
3. Toetreding tot het raamovereenkomst Smartville
De raad van bestuur van de intercommunale Cipal dv (met als merknaam 'C-smart') nam op 24 oktober 2019 een principiële beslissing, bijgesteld op 30 januari 2020 tot gunning via een openbare procedure van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “De verwerving en exploitatie van een multifunctioneel cloud platform voor de ondersteuning van duurzaam beleid door positieve incentivering, effectieve ontrading en correcte handhaving” (Bestek CSMRTIOH20);
De raad van bestuur van Cipal dv nam dd. 20 februari 2020 een beslissing tot plaatsing van de opdracht, bepaling van de selectievoorwaarden en keuze van de Europese mededingingsprocedure met onderhandeling als plaatsingsprocedure.
In uitvoering van deze beslissing werden door de raad van bestuur van Cipal dv de opdrachtdocumenten goedgekeurd, inzonderheid:
het bestek waar het stelt (punt 3.4): “Cipal dv zal in de zin van artikel 2, 6° van de Wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, in het kader van onderhavige opdracht kunnen optreden als aankoopcentrale voor alle entiteiten die in het selectiedocument - onder de hoofding ‘Bereik van de opdracht’ - bij de oproep tot kandidaatstelling voor onderhavige opdracht werden vermeld. Deze entiteiten worden samen met de opdrachtgever en alle leden van de dienstverlenende vereniging verder de “afnemer” genoemd.
…verwijzend naar het selectiedocument (punt 3.5): “Deze besturen zullen zich, net als hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten, op de aankoopcentrale kunnen beroepen om een totaaloplossing in het kader van de te sluiten raamovereenkomst die het voorwerp uitmaakt van deze opdracht, af te nemen, zonder dat zij verplicht zijn af te nemen via deze raamovereenkomst.
Cipal dv zal in het kader van onderhavige opdracht tevens kunnen optreden als aankoopcentrale (opdrachtencentrale) voor (zonder dat deze entiteiten verplicht zijn af te nemen via deze raamovereenkomst):
We verwijzen verder naar de beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 23/12/2020 waarbij voornoemde opdracht wordt gegund aan de maatschap Smartville, met maatschappelijke zetel te Steenweg Deinze 154, 9810 Nazareth.
Smartville is de bestel-en facturatie-entiteit. De opdrachten op afroep die een lokaal bestuur, na toetreding tot de aankoopcentrale, gunt binnen deze raamovereenkomst, worden gegund aan Smartville.
Smartville is een tijdelijke maatschap bestaande uit CIPAL Schaubroeck, Fairville, Crescent en Cegeka. Binnen deze maatschap is CIPAL Schaubroeck verantwoordelijk voor het handhavingsluik.
Overwegende hetgeen volgt:
De Smartville-raamovereenkomst duurt standaard 5 jaar, en loopt tot begin 2026. Er is een optie om 2 maal met een jaar te verlengen (tot ten laatste januari 2028). De raad van bestuur van opdrachtgever C-smart heeft inmiddels het contract verlengd (zie besluit in bijlage) met 1 jaar tot 8 januari 2027.
Voorwerp beslissing met betrekking tot deze raamovereenkomst
De raamovereenkomst is ruimer opgevat dan software en hardware en de bijhorende dienstverlening, voor verkeershandhaving.
De raamovereenkomst bevat een geheel aan smart city-oplossingen.
Het contract is één en ondeelbaar en aan uw gemeenteraad wordt dan ook gevraagd om goedkeuring te verlenen aan het geheel van het contract. Zoals eerder gesteld, is er geen afnameverplichting.
Conform het delegatiebesluit, goedgekeurd door uw gemeenteraad dd. 23 januari 2025, zullen alle andere eventuele investeringsprojecten waarvoor een afname van het raamcontract wordt gepland en waarvan de geraamde investeringswaarde 125.000 euro exclusief BTW of meer bedraagt, opnieuw en afzonderlijk met hun raming aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Er wordt gevraagd om binnen de raamovereenkomst, waarbij de stad in dit raadsbesluit in globo aansluit, reeds goedkeuring te verlenen aan de afname van alle benodigde software en hardware nodig voor de implementatie van de voorgestelde en door de raad in deze zitting goedgekeurde trajectcontroles in de stad Deinze.
In concreto gaat het om:
De totale raming voor investeringen in trajectcontroles (zie budgetraming CIPAL in bijlage) bedraagt 655.366,57 euro exclusief btw of 792.993,55 euro inclusief btw.
Louter ter kennisgeving: de recurrente exploitatiekost voor het onderhouden van de backoffice-, verwerkings- en boekhoudkundige software (niet het voorwerp van dit raadsbesluit) bedraagt 196.192,57 euro exclusief btw per jaar of 237.393,01 euro incl. btw (zie budgetraming CIPAL in bijlage).
Hieronder een detail op basis van de budgetramingen in bijlage:
| Nr. | Offerte | Omschrijving | Eenmaling (excl.btw) | recurrent (excl.btw) |
| 1 | CSO26524e | Infra trajectcontrole + zonebewaking | 625.023,16 | 17.800,11 |
| 2 | CSO26511g | Backoffice M3 platform DZL | 18.419,27 | 85.494,92 |
| 3 | CSO26261f | Intouch GAS 5 handhavingssoftware | 7.495,37 | 57.158,11 |
| 4 | CSO27203b | CS Blur (AVG/VTC- conformiteit) | 2.577,02 | 13.807,11 |
| 5 | CSO27506d | Intouch Police Module rechtspersonen | 0 | 20.515,98 |
| 6 | CSO27515 | Integratie ANPR PZ Antwerpen | 1.851,75 | 1.416,34 |
| TOTAAL | 655.366,57 | 196.192,57 |
Voor de offertes nr. 2 tot 6 wordt een samenwerkingsovereenkomst uitgewerkt met de gemeenten Zulte en Lievegem waarin een doorrekening van de kosten wordt voorzien.
De kredieten worden opgenomen in de meerjarenplanning 2026-2031
Artikel 1
De gemeenteraad gaat akkoord met het principe van trajectcontroles als het sluitstuk van het mobiliteitsbeleid inzake lokale snelheidshandhaving met respect voor het transparantie-, doelmatigheids- en proportionaliteitsbeginsel, waarbij verkeersveiligheid het enige en uitsluitende doel is.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt het generiek afwegingskader goed dat op basis van objectieve criteria (achtereenvolgens bebouwde kom, functie en typologie van de straat, objectieve snelheidsdata en verkeersvolume, alternatieve infrastructurele maatregelen) het transparantie-, doelmatigheids-en proportionaliteitsbeginsel garandeert bij de selectie van trajectcontroles.
Artikel 3
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan volgende trajectcontroles die op basis van het het generiek afwegingskader werden geselecteerd:
• Oude Brugsepoort
• Veldestraat
• Kerrebroek
• Oude Heirbaan
Het advies met betrekking tot de ANPR-camera’s en de kennisname van de gegevensbeschermingsbeoordeling (GEB) op het openbaar domein maakt voorwerp uit van navolgende gemeenteraadsbesluiten.
Artikel 4
De gemeenteraad gaat akkoord met de overheidsopdracht voor trajectcontroles, waarvan de investeringen in hard- en software geraamd worden op 655.366,57 euro exclusief btw of 792.993,55 euro inclusief btw.
Artikel 5
De gemeenteraad treedt toe tot de opdrachtencentrale van Cipal dv voor de realisatie van smart city projecten via de raamovereenkomst “De verwerving en exploitatie van een multifunctioneel cloud platform voor de ondersteuning van duurzaam beleid door positieve incentivering, effectieve ontrading en correcte handhaving” (CSMRTIOH20).
De gemeenteraad beslist om van deze raamovereenkomst af te nemen voor de in artikel 4 voormelde investeringen.
Artikel 6
De gemeenteraad keurt de gunnings-en lastvoorwaarden van dit raamcontract goed.
Toekomstige investeringen, anders dan deze in snelheidshandhaving vermeld in artikel 4, waarvan de geraamde waarde 125.000 euro exclusief btw of meer bedraagt, worden als afzonderlijk punt aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd.
Artikel 7
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering en de gunning.
Artikel 8
De gemeenteraad keurt het principe van GAS 5-sancties voor beperkte snelheidsovertredingen goed.
De politieverordening voor de invoering van GAS 5 maakt voorwerp uit van een navolgende raadsbeslissing.
Artikel 9
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Samenwerkingsovereenkomst.
Voor de bouw van de fietsbrug in Landegem dient een samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie Oost-Vlaanderen, DWV, Infrabel, NMBS en de stad Deinze afgesloten te worden.
Stad Deinze neemt onderstaande taken op zich:
De Stad betaalt eenmalig een vast en forfaitair subsidiebedrag van 300.000 euro (btw n.v.t.). Dit bedrag zal betaald worden bij start der werken en na ontvangst van het betaalverzoek van de Provincie. Het budget hiervoor werd reeds voorzien.
Voor deze overeenkomst is er in 2025 budget voorzien op budgetcode IP007 20399/01 220007 020000 van Stad Deinze.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst voor de bouw van de fietsbrug in Landegemtussen de provincie Oost-Vlaanderen, DWV, Infrabel, NMBS goed.
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Annick Verstraete (raadslid), Sofie D'hondt (schepen)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het verslag van de algemene vergadering van 10 februari 2025.
Overzicht van acties van 2024 en 2025 en voorstel van acties door Deinze Winkelstad voor 2026.
Jaarrekening 2024 Deinze Winkelstad aan de Leie vzw.
De algemene vergadering van vzw Deinze Winkelstad aan de Leie zal doorgaan op maandag 17 november 2025 om 20u.
De vergadering zal plaatsvinden in de raadszaal.
De agendapunten van de algemene vergadering van 17 november 2025 omvat onderstaande punten.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de agenda van de algemene vergadering op maandag 17 november 2025 van vzw Deinze winkelstad aan de Leie en keurt de agendapunten goed.
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Beatrice Thaler, Bram Stroobandt, Peter Parmentier, Jan Pauwels (raadsleden), Jan Vermeulen (schepen), Rutger De Reu (burgemeester), Annick Verstraete (raadslid), Sofie D'hondt (schepen)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
De voorwaarden voor erkenning van verenigingen zitten momenteel verspreid over verschillende teksten bij de betrokken diensten (sport, jeugd, cultuur, senioren). De werkwijze om een erkenning te bekomen, is afhankelijk van de sector en dienst.
Deze informatie werd gebundeld in één reglement met een gelijkwaardige procedure voor erkenning van alle verenigingen.
Door het aanvragen van een erkenning bij de stad te uniformiseren, maken we het mogelijk om één database aan te leggen met de gegevens van de verenigingen in de stad. Voor deze database is het de ambitie om de koppeling te maken met het Vlaams verenigingsregister.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze
Doel
Artikel 1
Stad Deinze wil verenigingen erkennen als blijk van waardering voor deze verenigingen en hun belangrijke rol in het gemeenschapsleven in de stad, omdat ze een bijdrage leveren aan de doelstellingen die Stad Deinze vooropstelt. Een vereniging kan erkend worden binnen één sector.
Definities
Artikel 2
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Voorwaarden voor erkenning
Artikel 3
Voordelen erkenning
Artikel 4
Een vereniging kan slechts binnen één sector een structurele subsidie ontvangen. Er is geen cumulatie van structurele subsidiëring via verschillende sectoren mogelijk.
Geldigheidsduur en verlenging
Artikel 5
Procedure voor erkenning (aanvraag -beoordeling-beslissing)
Aanvraag
Artikel 6
§1. De erkenning wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
De verstrekte gegevens moeten betrekking hebben op de situatie zoals ze is op het moment van het indienen van de aanvraag.
Elke wijziging van werkings- of contactgegevens van de vereniging na indienen van de erkenningsaanvraag moet onmiddellijk schriftelijk worden doorgegeven aan de dienst bevoegd voor de vereniging.
Beoordeling
Artikel 7
De bevoegde diensten beoordelen de aanvraag op ontvankelijkheid, volledigheid en inhoud en kunnen indien nodig bijkomende informatie opvragen.
Beslissing
Artikel 8
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de aanvraag tot erkenning op basis van het advies van de bevoegde diensten.
Sancties
Artikel 9
Stad Deinze heeft het recht om na te gaan of de vereniging na de aanvraag nog steeds voldoet aan de erkenningsvoorwaarden. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, kan dit aanleiding geven tot het weigeren of herroepen van de erkenning als vereniging in Deinze.
Artikel 10
De erkenning kan herroepen worden wanneer de vereniging niet langer voldoet aan één of meerdere voorwaarden voor erkenning.
Inwerkingtreding
Artikel 11
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Raadslid Beatrice Thaler van de fractie NVA dient volgend amendement in:
Aan te passen bepaling:
In artikel 3 van het reglement betreffend de erkenning en subsidiëring van verenigingen in Deinze staat het volgende lid:
“De vereniging maakt actief gebruik van het Nederlands, minstens in communicatie met het publiek.”
voorstel om te wijzigen naar:
“De vereniging maakt actief gebruik van het Nederlands, zowel als voertaal binnen de werking als voor alle interne en externe communicatie.”
De stemming over het amendement heeft volgend resultaat:
Met 9 stemmen voor (Matthias Neirynck, Olaf Evrard, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Carline De Paepe, Beatrice Thaler, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen), 24 stemmen tegen (Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Els Baart, Alexander Adams, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde)
Het amendement is verworpen.
Raadslid Bram Stroobandt van de fractie GroenRood dient volgend amendemt in:
Laatste zin artikel 1 wordt “Een vereniging kan erkend worden binnen één van de zeven sectoren gedefinieerd in artikel 2: Socio-culturele vereniging, Culturele vereniging, Sportvereniging, Sociaal-sportieve vereniging, Jeugdvereniging, Seniorenvereniging of Thematische vereniging”
De stemming over het amendement heeft volgend resultaat:
Met 4 stemmen voor (Annick Verstraete, Freija Dhondt, Peter Parmentier, Bram Stroobandt), 21 stemmen tegen (Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Eric Van Huffel, Gunnar Claeys, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Alexander Adams, Marc Cocquyt, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde), 8 onthoudingen (Matthias Neirynck, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Carline De Paepe, Beatrice Thaler, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen)
Het amendement is verworpen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze goed. Dit reglement gaat in op 1 januari 2026.
Artikel 2
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Nathalie Lambrecht (schepen), Freija Dhondt (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters van 20 april 2012.
Regelgeving betreffende kostprijs kinderopvang https://www.kindengezin.be/nl/thema/kinderopvang-en-naar-school/kostprijs.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 oktober 2019 over het retributiereglement op het gebruik van de buitenschoolse opvang.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 oktober 2019 over het retributiereglement op het gebruik van de binnenschoolse opvang De Duizendpoot.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 september 2020 over het aanpassen van het retributiereglement van 24 oktober 2019 op het gebruik van de binnenschoolse opvang de Duizendpoot.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 april 2023 over het retributiereglement kinderdagverblijf (D)ons nestje.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Advies van de adviesraad kinderopvang van 13 oktober.
De vorige retributiereglementen voor het gebruik van de opvang van baby's en peuters in kinderdagverblijf (D)Ons nestje, dienst kinderbegeleiders, voor het gebruik van de buitenschoolse opvang en voor het gebruik van de binnenschoolse opvang De Duizendpoot vervallen op 31 december 2025 en worden vervangen door één uniform reglement voor alle opvangdiensten.
De voorbije vijf jaar bleven de tarieven ongewijzigd. Door stijgende werkingskosten is een prijsstijging van 20% noodzakelijk. Bovendien werden een aantal efficiëntie-oefeningen gemaakt waardoor er vanaf 1 september 2026 zal gewerkt worden met voorafbetalingen in de buitenschoolse opvang voor schoolvrije dagen en vakanties. Met ingang van 1 september 2026 zullen er wijzigingen zijn in de geldende tijdsblokken voor aanwezigheid tijdens schoolvrije dagen en vakanties. Ook het tarief zal aangepast worden wanneer een kind langer blijft dan de gereserveerde tijd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
094501 - dienst onthaalouders |
| algemene rekening |
700708 - retributies : kinderopvang |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
094501 - dienst onthaalouders : € 1.000.000 |
HOOFDSTUK 1 KINDERDAGVERBLIJF (D) ONS NESTJE
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de gebruikers van kinderdagverblijf (D)Ons nestje.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributies zijn verschuldigd door de gebruikers van kinderdagverblijf (D)Ons nestje.
Tarieven
Artikel 3
De tarieven worden als volgt vastgesteld:
Tarieven door Agentschap Opgroeien bepaald
Tarieven door Agentschap Opgroeien vastgesteld en jaarlijks aangepast conform de wettelijke bepalingen
Momenteel geldende tarieven waarbij de door Agentschap Opgroeien opgelegde maximumbedragen worden aangerekend.
Ouders krijgen elk jaar een overzicht van de geldende tarieven.
Tarieven door stad Deinze bepaald
Tarieven voor laattijdig verwittigen van een afwezigheid, vroegtijdig brengen of laattijdig afhalen van een kind.
Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
Ouders krijgen elk jaar een overzicht van de geldende tarieven.
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex september 2025 (basis 2013 = 100 : 135,26)
Wijze van betaling
Artikel 5
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald, bij voorkeur via domiciliëring, binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 6
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 7
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
HOOFDSTUK 2 DIENST KINDERBEGELEIDERS
Periode
Artikel 8
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven voor de gebruikers van de dienst kinderbegeleiders.
Schuldenaar
Artikel 9
De retributies zijn verschuldigd door de gebruikers van de dienst kinderbegeleiders.
Tarieven
Artikel 10
De tarieven worden als volgt vastgesteld:
Tarieven door Agentschap Opgroeien bepaald
Tarieven door Agentschap Opgroeien vastgesteld en jaarlijks aangepast conform de wettelijke bepalingen
Momenteel geldende tarieven waarbij de door Agentschap Opgroeien opgelegde maximumbedragen worden aangerekend.
Ouders krijgen elk jaar een overzicht van de geldende tarieven.
Tarieven door stad Deinze bepaald
Tarieven voor laattijdig verwittigen van een afwezigheid, vroegtijdig brengen of laattijdig afhalen van een kind.
Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
Ouders krijgen elk jaar een overzicht van de geldende tarieven.
Artikel 11
De retributies vastgesteld door stad Deinze, met uitzondering van het tarief voor ongerechtvaardigde afwezigheid, zullen jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex september 2025 (basis 2013 = 100 : 135,26)
Met volgende afrondingen : tot op 1 cent naar boven afgerond.
Wijze van betaling
Artikel 12
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald, bij voorkeur via domiciliëring, binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 13
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 14
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
HOOFDSTUK 3 BUITENSCHOOLSE OPVANG
Periode
Artikel 15
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op het gebruik van de buitenschoolse opvang.
Schuldenaar
Artikel 16
De retributies zijn verschuldigd door de gebruikers van de buitenschoolse opvang.
Tarieven
Artikel 17
De tarieven wordt als volgt vastgesteld:
Tarieven door stad Deinze bepaald
Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
Ouders krijgen elk jaar een overzicht van de geldende tarieven.
Artikel 18
De retributies zullen jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex september 2025 (basis 2013 = 100 : 135,26)
Met volgende afrondingen : tot op 1 cent naar boven afgerond.
Wijze van betaling
Artikel 19
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Er wordt gewerkt met minimumfacturen vanaf €10. Het verschuldigde bedrag wordt betaald, bij voorkeur via domiciliëring, binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Bij vakanties en schoolvrije dagen moet vanaf 1 september '26 een voorafbetaling gebeuren voor het volledige bedrag van de gereserveerde dagen.
Enkel bij afgifte van een doktersbriefje op naam van het kind gebeurt een terugbetaling van de afwezigheidsdagen die zijn vermeld op het doktersbriefje. Dit doktersbriefje moet ten laatste binnen de 5 werkdagen na afwezigheid per mail bezorgd worden aan buitenschoolseopvang@deinze.be
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 20
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 21
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
HOOFDSTUK 4 BINNENSCHOOLSE OPVANG DE DUIZENDPOOT
Periode
Artikel 22
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op het gebruik van de binnenschoolse opvang de Duizendpoot.
Schuldenaar
Artikel 23
De retributies zijn verschuldigd door de gebruikers van de binnenschoolse opvang de Duizendpoot.
Tarieven
Artikel 24
De tarieven worden als volgt vastgesteld:
Tarieven door stad Deinze bepaald
Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
Ouders krijgen elk jaar een overzicht van de geldende tarieven.
Artikel 25
De retributies zullen jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex september 2025 (basis 2013 = 100 : 135,26)
Wijze van betaling
Artikel 26
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Er wordt gewerkt met minimumfacturen vanaf €10. Het verschuldigde bedrag wordt, bij voorkeur via domiciliëring, betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 27
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 28
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het gebruik van de opvang van baby's en peuters in kinderdagverblijf (D)Ons nestje, dienst kinderbegeleiders, voor het gebruik van de buitenschoolse opvang en voor het gebruik van de binnenschoolse opvang De Duizendpoot wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de Vlaamse Regering houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters van 22 november 2013.
Het gemeenteraadsbesluit van de vergadering van 27 maart 2023 met betrekking tot het subsidiereglement voor het automatisch toekennen van een jaarlijkse subsidie aan de onthaalouders van de stedelijke dienst kinderbegeleiders met een sui generisstatuut ter compensatie van de afwezigheidsdagen van de kinderen.
Het advies van 13 oktober 2025 van de adviesraad kinderopvang.
Door kinderbegeleiders (de vroegere onthaalouders) financieel te ondersteunen wordt de continuïteit van kinderopvang gewaarborgd. Er wordt daarom voorgesteld dat het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies aan kinderbegeleiders met het sui generis statuut, aangesloten bij Stad Deinze, voor het compenseren van afwezigheden van de kinderen wordt verlengd. Deze subsidie compenseert de afwezigheidsdagen van kinderen in de opvang.
De bestaande subsidie werd in het najaar van 2024 geëvalueerd. Uit deze evaluatie blijkt dat de ondersteuning een waardevolle bijdrage levert aan de kwetsbare financiële situatie van kinderbegeleiders in sui generis statuut.
Financiering
De Vlaamse Regering heeft in de septemberverklaring van 2023 bijkomende middelen voorzien voor de kinderopvangsector. Door de vereenvoudiging van het subsidietrappensysteem ontvangt stad Deinze sinds 2023 een jaarlijkse extra subsidie van € 50.635.23 met een jaarlijkse indexatie van 2%. Deze middelen worden ingezet voor het uitbetalen van de subsidies.
Het subsidiebedrag zal herleid worden naar 42.989,48 euro omwille van de nieuwe toekomstvisie n.a.v. het masterplan kinderopvang. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd.
Impact van het Masterplan kinderopvang
Op 4 april 2025 kondigde minister Caroline Genez het Masterplan Kinderopvang 2025–2030 aan, met belangrijke implicaties voor de stedelijke dienst kinderbegeleiders:
Deze evolutie impliceert dat het aantal onthaalouders met een sui generis-statuut op termijn zal dalen, waardoor het aantal gerechtigden voor deze subsidie ook zal verminderen.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 094501 - Kinderopvang |
| algemene rekening | 649000 - Werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | AFWEZ |
| krediet | 42.989,48 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidiereglement gevestigd voor het automatisch toekennen van een jaarlijkse subsidie aan kinderbegeleiders met een sui generis statuut, aangesloten bij Stad Deinze, ter compensatie van de afwezigheidsdagen van de kinderen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze waarborgt de continuïteit van kinderopvang in de stad Deinze door een waardevolle bijdrage te leveren aan de kwetsbare financiële situatie van kinderbegeleiders met een sui generis statuut.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Stad Deinze: het stadsbestuur, de organisatie
de stad Deinze: het grondgebied Deinze
een rechthebbende kinderbegeleider: een kinderbegeleider (de vroegere onthaalouder) met een sui generis statuut, aangesloten bij Stad Deinze, die actief was gedurende het voorbije kalenderjaar. Hij/zij heeft geen werknemersstatuut. Hij/zij is geen vliegende kinderbegeleider.
sui generis statuut: een uniek statuut dat in België wordt toegepast voor bepaalde professionals, met name voor artsen in opleiding en onthaalouders. Je bent geen werknemer en ook geen zelfstandige waardoor de sociale bescherming beperkter is.
een afwezigheidsdag: elke afwezigheid van een kind op een gereserveerde dag in het opvangplan. Sluitingsdagen van de opvang, om welke reden ook, zijn geen afwezigheidsdagen. De afwezigheidsdagen worden herleid naar volle dagen. Dit betekent bvb dat 4 halve dagen afwezigheid worden herleid naar 2 volle dagen afwezigheid. Na herleiding gebeurt de afronding naar boven vanaf 0,5 euro.
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie wordt automatisch toegekend aan alle kinderbegeleiders met een sui generis statuut, aangesloten bij Stad Deinze, die actief waren gedurende het voorbije kalenderjaar. Hij/zij is geen vliegende kinderbegeleider.
Subsidiebedrag
Artikel 5
Het krediet voorzien voor deze subsidie in het meerjarenplan van Stad Deinze wordt gedeeld door het totaal aantal volle afwezigheidsdagen in de opvanglocaties van de kinderbegeleiders in een sui generis statuut, aangesloten bij Stad Deinze, gedurende het voorbije kalenderjaar. Op die manier bekomt men het subsidiebedrag per volle afwezigheidsdag en kan de subsidie per opvanglocatie berekend worden.
Artikel 6
Het plafondbedrag per volle afwezigheidsdag bedraagt 6,50 euro.
Artikel 7
Vanaf 2027 zal het plafondbedrag per volle afwezigheidsdag jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex oktober 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Artikel 8
In een groepsopvang van samenwerkende kinderbegeleiders worden de afwezigheden berekend en uitbetaald op locatieniveau.
Artikel 9
Bij wijziging van kinderbegeleider in een gezinsopvang tijdens het voorbije kalenderjaar wordt de subsidie uitbetaald naar rato van het aantal afwezigheidsdagen per kinderbegeleider.
Artikel 10
Voor een opvanglocatie waar de deuren gesloten werden tijdens het voorbije kalenderjaar, wordt een compensatie voor de afwezigheidsdagen uitbetaald voor de gewerkte maanden, behalve als het een opgelegde sluiting van Agentschap Opgroeien of van Stad Deinze betreft.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 11
De subsidie wordt automatisch toegekend, m.a.w. er moet geen aanvraag ingediend worden.
Beoordeling
Artikel 12
De bevoegde dienst berekent het subsidiebedrag op basis van de bepalingen opgenomen in dit reglement.
Beslissing
Artikel 13
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies).
§2. De bevoegde dienst stelt de kinderbegeleider in kennis van het subsidiebedrag.
Uitbetaling
Artikel 14
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de kinderbegeleider zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De kinderbegeleider verbindt zich ertoe Stad Deinze onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de kinderbegeleider wijzigt.
Sancties
Artikel 15
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Wijzigingen in het opvangplan moeten steeds correct geregistreerd en doorgegeven worden. Bij wijziging van het opvangplan maakt de opvang en het gezin een nieuw opvangplan. Het formulier wordt bezorgd aan stad Deinze en getekend voor akkoord. Zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de kinderbegeleider zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de kinderbegeleider kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de kinderbegeleider en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 16
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor het toekennen van een jaarlijkse subsidie aan kinderbegeleiders met een sui generis statuut, aangesloten bij Stad Deinze, voor het compenseren van afwezigheidsdagen van de kinderen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 maart 2023 voor het toekennen van subsidies aan onthaalouders aangesloten bij de stedelijke dienst als tussenkomst in de hoge huurprijzen van de opvanglocaties.
Het advies van 13 oktober 2025 van de adviesraad kinderopvang.
Om de continuïteit van kwalitatieve kinderopvang te waarborgen, is het essentieel om kinderbegeleiders (de vroegere onthaalouders), aangesloten bij stad Deinze, die een locatie voor kinderopvang huren en geconfronteerd worden met hoge huurprijzen, financieel te ondersteunen.
De bestaande subsidie werd in het najaar 2024 geëvalueerd. Uit deze evaluatie blijkt dat de ondersteuning een waardevolle bijdrage levert aan het behoud van kwalitatieve kinderopvang.
Bij de invoering van het subsidiereglement in 2023 werd dit gefinancierd met de energietoelage voor buitenschoolse opvanglocaties. Deze middelen zijn momenteel uitgeput. Er wordt voorgesteld om de financiering in de periode 2026-2031 verder te zetten met eigen middelen voorzien in het meerjarenplan van de stad 2026-2031.
Hierbij wordt voorgesteld om het maximale subsidiebedrag (het plafond) aan te passen en vanaf 2027 jaarlijks te indexeren, in functie van de gestegen huurprijzen.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 094501 - Kinderopvang |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | HUUR |
| krediet | 17.400 (jaarlijkse indexatie) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidiereglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan kinderbegeleiders, aangesloten bij Stad Deinze, als tegemoetkoming in de huurprijs voor het uitbaten van een locatie voor kinderopvang.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze ondersteunt de continuïteit van kwalitatieve kinderopvang door kinderbegeleiders die een locatie voor kinderopvang huren in de stad Deinze en geconfronteerd worden met hoge huurprijzen, financieel te ondersteunen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door alle kinderbegeleiders, aangesloten bij Stad Deinze, die actief waren gedurende het voorbije kalenderjaar en een pand huurden uitsluitend voor kinderopvang bestemd.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van het subsidieaanvraag:
Bij wijziging van kinderbegeleider in een gezinsopvang tijdens het voorbije kalenderjaar wordt de subsidie uitbetaald naar rato van het aantal gewerkte maanden in het voorbije kalenderjaar.
Voor een locatie voor kinderopvang waar de deuren vrijwillig gesloten werden tijdens het voorbije kalenderjaar kan een tegemoetkoming aangevraagd worden voor de gewerkte maanden, behalve als het een opgelegde sluiting van het Agentschap Opgroeien of van Stad Deinze betreft.
Subsidiebedrag
Artikel 6
Voor een gezinsopvang is er een tussenkomst vanaf een huurprijs van 226 euro per maand.
Het bedrag van de tussenkomst wordt berekend volgens onderstaande formule:
effectieve huurprijs per maand min 225 euro, maar begrensd tot 150 euro per maand.
Artikel 7
Voor een groepsopvang samenwerkende onthaalouders is er een tussenkomst vanaf een huurprijs van 676 euro per maand.
Het bedrag van de tussenkomst wordt berekend volgens onderstaande formule:
effectieve huurprijs per maand min 675 euro, maar begrensd tot 450 euro per maand.
Artikel 8
Vanaf 2027 zal het plafondbedrag zoals vermeld in artikel 6 en artikel 7 jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex oktober 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 9
De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze en kan ingediend worden van 1 januari tot en met 31 maart.
Artikel 10
Het betalingsbewijs van de huur van december van het vorig kalenderjaar wordt als bewijsstuk toegevoegd bij de aanvraag.
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de reglementaire voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 10, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de goedkeuring of weigering van de subsidieaanvraag.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 14
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 16
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor het toekennen van een tegemoetkoming in de huurprijs die kinderbegeleiders, aangesloten bij Stad Deinze, betalen voor het uitbaten van een locatie voor kinderopvang voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de Vlaamse Regering over de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters van 22 november 2013, artikel 23.
Het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2023 voor het toekennen van een tussenkomst in de gemaakte kosten inzake brandveiligheid voor samenwerkende kinderbegeleiders, aangesloten bij Stad Deinze.
Het advies van 13 oktober 2025 van de adviesraad kinderopvang.
Door de samenwerkende kinderbegeleiders financieel te ondersteunen bij het voldoen aan de verplichte brandveiligheidsvoorschriften, wordt de veiligheid binnen de kinderopvang gewaarborgd.
De bevoegde dienst heeft in het najaar 2024 alle subsidies geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie wordt voorgesteld deze financiële ondersteuning verder te zetten. Dit laat kinderbegeleiders toe om ook in de komende jaren een tussenkomst aan te vragen voor gemaakte kosten inzake brandveiligheid.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 094501 - Kinderopvang |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | BRVEI |
| krediet | 13.000 euro (2.167 euro/jaar) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidiereglement gevestigd voor het toekennen van een tussenkomst in de gemaakte kosten inzake brandveiligheid voor samenwerkende kinderbegeleiders, aangesloten bij Stad Deinze.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wenst samenwerkende kinderbegeleiders in een groepsopvang financieel te ondersteunen bij het voldoen aan de verplichte brandveiligheidsvoorschriften. Hierdoor wordt de veiligheid binnen de kinderopvang gewaarborgd.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door samenwerkende kinderbegeleiders in een groepsopvang, aangesloten bij Stad Deinze, die actief waren gedurende het voorbije kalenderjaar.
Artikel 5
Slechts 1 persoon kan een aanvraag indienen voor het bekomen van een tussenkomst in de gemaakte kosten inzake brandveiligheid.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van het subsidieaanvraag:
De subsidie wordt op locatieniveau uitbetaald.
Er kan enkel een tussenkomst aangevraagd worden voor infrastructurele aanpassingen of keuringen die regelgevend verplicht zijn in kader van brandveiligheid.
Er wordt een brandweerverslag en een bewijs van betaling bezorgd aan het stadsbestuur.
Facturen betaald door een externe verhuurder worden niet terugbetaald.
De aanvrager engageert zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten.
Subsidiebedrag
Artikel 7
Het bedrag van de tussenkomst bedraagt voor de subsidieperiode per opvanglocatie maximum 1.250 euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze en kan ingediend worden jaarlijks van 1 januari tot en met 31 maart.
Artikel 9
Volgende bewijsstukken worden toegevoegd bij de aanvraag:
Artikel 10
Het is mogelijk dat er meerdere aanvragen ingediend worden zolang het maximum bedrag van 1.250 euro niet is bereikt.
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de reglementaire voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals vermeld in artikel 9, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de goedkeuring of weigering van de subsidieaanvraag.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 14
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 15
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor het toekennen van een tussenkomst in de gemaakte kosten inzake brandveiligheid voor samenwerkende kinderbegeleiders, aangesloten bij Stad Deinze voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De statuten van Fluvius Imewo.
De beslissing van de gemeenteraad van 23 januari 2025.
De oproeping van 16 september 2025 van Fluvius Imewo.
Het dossier met documentatiestukken.
De stad is voor één of meerdere activiteiten aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging Fluvius Imewo.
De stad is per aangetekend schrijven van 16 september 2025 opgeroepen om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering van Fluvius Imewo die op 15 december 2025 plaats heeft in Thermae Palace Hotel, Kon. Astridlaan 7 te 8400 Oostende.
Het dossier met documentatiestukken werd op 15 september 2025 op digitale wijze ter beschikking gesteld aan de stad.
Artikel 432, alinea 3 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de deelnemende gemeenten hun vertegenwoordigers voor een algemene vergadering van een opdrachthoudende vereniging bij gemeenteraadsbesluit dienen aan te wijzen uit de leden van de gemeenteraad en dat de vaststelling van het mandaat van de vertegenwoordiger dient te worden herhaald voor elke algemene vergadering.
Op de gemeenteraad van 23 januari 2025 zijn mevrouw Stephanie Debeurme en de heer Gunnar Claeys aangeduid als vertegenwoordigers voor de (buitengewone) algemene vergaderingen van Fluvius Imewo.
Op de gemeenteraad van 23 januari 2025 zijn mevrouw An Standaert en mevrouw Ilse Dobbelaere aangeduid als plaatsvervangend vertegenwoordigers voor de (buitengewone) algemene vergaderingen van Fluvius Imewo.
Artikel 1
Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Imewo van 15 december 2025:
Artikel 2 [STATUTENWIJZIGINGEN]
Zijn goedkeuring te hechten aan de voorgestelde statutenwijzigingen van Fluvius Imewo.
Artikel 3
De opdrachthoudende vereniging Fluvius Imewo te verzoeken om de nodige bestuurlijke en vennootschapsrechtelijke acties te ondernemen om uitvoering te kunnen geven aan bovenstaande beslissingen van deze gemeenteraad
Artikel 4
De gemeenteraad stelt het mandaat vast van mevrouw Stephanie Debeurme en de heer Gunnar Claeys als vertegenwoordigers voor de algemene vergadering van 15 december 2025.
De gemeenteraad stelt het mandaat vast van mevrouw An Standaert en mevrouw Ilse Dobbelaere als plaatsvervangend vertegenwoordigers voor de algemene vergadering van 15 december 2025.
Artikel 5
De vertegenwoordiger van de stad die fysiek dan wel digitaal zal deelnemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Imewo op 15 december 2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikelen 1 van onderhavige beslissing.
Artikel 6
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Imewo, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie),uitsluitend op het e-mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
Artikel 7
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De brief van 8 oktober 2025 van IGS Westlede waarin de agenda wordt meegedeeld.
Het dossier met documentatiestukken.
De beslissing van de gemeenteraad van 22 mei 2025 waarbij mevrouw Delphine Verschelde werd aangeduid als plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van IGS Westlede voor de huidige legislatuur.
De beslissing van de gemeenteraad van 24 april 2025 waarbij mervrouw Els Baart, gemeenteraadslid, werd aangeduid als vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van IGS Westlede voor de huidige legislatuur.
De beslissing van de gemeenteraad van 27 februari 2025 waarbij mevrouw Els Baart werd aangeduid als plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van IGS Westlede voor de huidige legislatuur.
De stad Deinze is aangesloten bij IGS Westlede in de provincie Oost-Vlaanderen.
De gemeente wordt per e-mail van 8 oktober 2025 opgeroepen om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering op 2 december 2025 die plaatsvindt in het hoofdgebouw van crematorium Westlede in Lochristi om 19.00 uur met als agenda:
De vergadering gaat door zowel fysiek als hybride op de zetel in Lochristi.
Artikel 1
Zijn goedkeuring te hechten aan de agenda van de buitengewone algemene vergadering van 2 december 2025 van de IGS Westlede welke plaatsvindt om 19 uur in het hoofdgebouw van crematorium Westlede in Lochristi:
Artikel 2
Aan de vertegenwoordiger van de stad, mevrouw Els Baart, en de plaatsvervangend vertegenwoordiger, mevrouw Delphine Verschelde, wordt het mandaat gegeven tot goedkeuring van de agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van de IGS Westlede van 2 december 2025.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit zal in 2 exemplaren worden overgemaakt aan IGS Westlede, Smalle Heerweg 60, 9080 Lochristi.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het aanvullend agendapunt van raadslid Ortwin Depoortere.
Toelichting
Er zijn te weinig bankautomaten op het rondgebied van Deinze-Nevele. Het stadsbestuur kan zelf stappen nemen om dit te verbeteren.
Motivatie
De banksector biedt steeds meer diensten online aan en heeft in het verlengde daarvan ook steeds meer bankkantoren en geldautomaten gesloten. Grote banken als ING, KBC, Belfius en BNP Parisbas startten in dat kader bovendien een samenwerking op, met het zogenaamd Batopin-netwerk van bankautomaten tot gevolg. Voor onze stad betekent dat in de praktijk dat er voor meer dan 33.000 inwoners van 16 jaar en ouder een te beperkt aanbod aan geldautomaten ter beschikking blijft. Hierdoor blijft een aanzienlijk deel van de bevolking in kou staan. Een verwijzing naar de digitale kloof -waarbij het heus niet enkel om ouderen gaathoeft in deze geen betoog. Dat deze evolutie ingrijpende gevolgen heeft voor onze inwoners en de lokale economie al evenmin.
Regelgeving:
Financiële impact: geen
Besluit
De gemeenteraad, overwegende dat:
Vraagt aan het College van Burgemeester en Schepenen om:
Artikel 1
Dit punt werd niet behandeld omwille van de afwezigheid van raadslid Ortwin Depoortere, indiener van het extra agendapunt.
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Peter Parmentier (raadslid), Bart Van Thuyne (schepen), Nathalie Lambrecht (schepen), Freija Dhondt (raadslid), Sofie D'hondt (schepen), Jan Vermeulen (schepen), Bram Stroobandt (raadslid)
Raadslid Ortwin Depoortere (niet behandeld wegens afwezigheid indiener)
Veiligheidspunt station Deinze (1)
Op 8 mei hield de politie een grote actie om de stationsbuurt van Deinze veiliger te maken met resultaat. Er werden toen 54 overtredingen vastgesteld. Het bewijst ook dat de aanwezigheid van het veiligheidspunt geen overbodige luxe is. Nu is er inderdaad in het stationsgebouw een ruimte voorzien daarvoor. vraag is echter of dit punt ook operationeel is en hoe een toekomstig veiligheidsbeleid daar rekening mee houdt.
Vraag(+eventuele deelvragen)
Raadslid Peter Parmentier
Verpaarding (2)
In het ontwerp beleidsplan ruimte is opgenomen dat de stad van oordeel is dat vertuining en verpaarding zo veel mogelijk moet tegengegaan worden. De stad is van oordeel dat als een landbouwbedrijf zijn activiteiten stopt, de landbouwer er moet kunnen blijven wonen, waarbij de landbouwgronden opnieuw aan actieve landbouwers moet worden aangeboden.
Vraag(+eventuele deelvragen)
Raadslid Peter Parmentier
De ZuIdT-penning (3)
De gros voerde een 15-tal jaar geleden een ZuIdT-penning in. Een samentrekking van ZUID en ZIT. Deze penning werd door de gemeenteraadsleden gegeven uit solidariteit met een bepaald project dat deinzenaren steunen in het Zuiden. Bedoeling was om jaarlijks een nieuw project te steunen, de raadsleden konden zelf een ook voorstel van project doen. Het varkentje gaat nu nog steeds rond maar het idee is een beetje verwaterd.
Vraag(+eventuele deelvragen)
Raadslid Freija Dhondt
Kunstgrasveld Zeveren Sportief (4)
In maart keurde deze gemeenteraad het dossier goed voor de aanleg van het kunstgrasveld bij Zeveren Sportief. Toen was het de bedoeling om de werken uit te voeren in het tussenseizoen, zodat het nieuwe voetbalseizoen op een degelijk terrein kon starten. Dat is nooit officieel meegedeeld, maar het was wél de verwachting. Nadien werd er gesproken van oktober als nieuwe startdatum. Vervolgens kwam er een klacht n.a.v. het openbaar onderzoek, wat voor een maand uitstel zorgde. Maar zelfs nadat die klacht al na een week werd verworpen, veranderde de timing alweer. Plots zou het dan tóch vroeger kunnen, en nog geen paar dagen later was het alweer onduidelijk: januari, of misschien maart, of zelfs april. Met andere woorden: men weet het gewoon niet meer. En intussen ploetert Zeveren Sportief verder op een B-veld dat ronduit gevaarlijk is, voor de eerste ploeg maar ook voor de jeugdploegen. Iets wat recent nog leidde tot een enkelblessure bij een speler tijdens een training op wat men in de volksmond terecht een patattenveld noemt. Voor een club die met vrijwilligers en een sterke jeugdwerking het beste van zichzelf geeft, is dit bijzonder ontmoedigend. Het is niet overdreven te stellen dat het bestuur in dit dossier de club in de steek laat. Misschien niet omwille van slechte wil, maar door gebrek aan opvolging, communicatie en duidelijkheid.
Vraag (+eventuele deelvragen)
Raadslid Peter Parmentier
Hemelwater (5)
Met de goedkeuring van een agendapunt beloofde het stadsbestuur een hele tijd geleden om het regenwater van een kerk op te vangen. De buurtbewoners kunnen dan water komen halen of indien er een kerkhof is kan dit ook daar gebruikt worden.
Vraag (+eventuele deelvragen)
Raadslid Peter Parmentier
Spelotheek (6)
De spelotheek zal naar het RAC verhuizen.
Vraag (+eventuele deelvragen)
Raadslid Bram Stroobandt
Wanneer wordt er advies gevraagd aan de jeugdraad over de meerjarenplanning? (7)
De jeugdraad is een belangrijk adviesorgaan in onze stad en is bovendien verplicht. Uit de verslagen van de jeugdraad van het laatste jaar blijkt dat er nergens over het meerjarenplan gesproken wordt. Het jeugddecreet stelt nochtans: “Het college van burgemeester en schepenen toont aan dat het advies vraagt aan de jeugdraad, ten minste bij de opmaak van het meerjarenplan en over andere aangelegenheden die betrekking hebben op het jeugdbeleid.”
Vraag (+eventuele deelvragen)
Raadslid Bram Stroobandt
Aanpak en status vervuiling Poekebeek (8)
In september was de Poekebeek opnieuw vervuild. Al voor de derde keer dit jaar, maar nu was er een paarse kleur en een vermoeden van een illegale lozing. Bovendien is het een terugkerend fenomeen. Vorig jaar werd er 6 maal vervuiling in de beek vastgesteld. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) stelde een onderzoek in.
Vraag (+eventuele deelvragen)
Enig artikel
De mondelinge vragen worden beantwoord.
De voorzitter sluit de zitting op 23/10/2025 om 21:03.
Namens gemeenteraad,
Stefanie De Vlieger
algemeen directeur
Tess Minnens
voorzitter van de gemeenteraad