De voorzitter opent de zitting op 24/09/2026 om 19:30.
Er is meegedeeld dat het audioverslag van de zitting van 27 augustus 2026 pas vanaf agendapunt 9 raadpleegbaar is.
Bram Stroobandt (raadslid), Filip Vervaeke (voorzitter gemeenteraad), Bart Vermaercke, Olaf Evrard (raadsleden), Rutger De Reu (burgemeester)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het ontwerp van de notulen van de gemeenteraad van 27 augustus 2026.
De fractie Groen & Vooruit wenst zich te onthouden wegens het onrechtmatig schrappen van het agendapunt van raadslid Peter Parmentier, zoals vermeld bij punt 29 op pagina 86-87 van de notulen.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraad van 27 augustus 2026 goed.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 404 § 5 over de jaarrekening van de projectverenigingen.
De balans en resultatenrekening 2025 van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde.
Het jaarverslag 2025 van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde.
De raad van bestuur van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde keurde de jaarrekening 2025 samen met het jaarverslag 2025 goed. Ingevolge artikel 404 van het decreet lokaal bestuur dient de gemeenteraad deze jaarrekening goed te keuren.
Artikel 1
De jaarrekening 2025 van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde wordt samen met het jaarverslag 2025 goedgekeurd.
Artikel 2
Een ondertekend afschrift van deze beslissing zal aan de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde worden bezorgd.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
Het decreet betreffende de omgevingsvergunningen van 25 april 2014 en latere wijzigingen, artikel 31.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en later wijzigingen.
Het gemeentewegendecreet van 3 mei 2019.
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7,
§ 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
7657_260322_Rooilijnplan_Tolpoortstraat_93_9800_Deinze
BA_TOLPOORTSTRAAT 93_I_N_2_-ROOILIJNPLAN NIEUW
BA_TOLPOORTSTRAAT 93_I_B_1_-INPLANTING BESTAAND
verklarende nota_Tolpoortstraat 93
Foto’s
20260609 - Bezwaarschrift OMV_2025146586 - DEF
a. Voorgaanden en situering van het dossier
a.1. Situering
Op 12 maart 2026 werd een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor de bouw van een meergezinswoning met drie appartementen en een handelsruimte op het perceel gelegen aan de Tolpoortstraat 93. Het project situeert zich tevens langs buurtweg nr. 57, zoals opgenomen in de Atlas der Buurtwegen.
Buurtweg nr. 57 bevindt zich tussen de bestaande bebouwing van de Tolpoortstraat 91 en 93 en vormt een verbinding richting de Bisschopstraat en de oude Leiemeander, de zogenaamde Martinusvijver. Ter hoogte van de Tolpoortstraat bedraagt de bestaande breedte van deze gemeenteweg slechts ongeveer 1,10 meter. De doorgang wordt momenteel beperkt gebruikt en beschikt over een beperkte ruimtelijke en functionele kwaliteit.
Het voorliggende project biedt de stad de opportuniteit om deze buurtweg opnieuw toegankelijker en aantrekkelijker te maken en de beeldkwaliteit ervan op te waarderen binnen het fijnmazige recreatieve en functionele netwerk van trage verbindingen in de stadskern. Deze maatschappelijke meerwaarde wordt gerealiseerd door een plaatselijke verbreding van de buurtweg. Hierbij wordt de doorgang aan de zijde van de Tolpoortstraat bewust niet verbreed. Deze ontwerpkeuze sluit aan bij de doelstellingen van het Strategisch Commercieel Plan van de stad Deinze, waarin het behoud van een aantrekkelijke en aaneengesloten handelswand in de Tolpoortstraat een belangrijk uitgangspunt vormt. Om de belevingswaarde van de handelsas maximaal te vrijwaren, wordt de breedte van de handelsvitrine behouden en wordt vermeden dat de gevelwand onnodig wordt onderbroken.
De verbreding van de buurtweg wordt gerealiseerd aan de achterzijde van het perceel. Daartoe wordt een deel van de tuinzone van het perceel Tolpoortstraat 93 opgenomen in het openbaar domein en geïntegreerd in het gewijzigde tracé van de gemeenteweg. Hierdoor ontstaat tevens een nieuwe publieke groenzone aan de achterzijde van het project. Deze ingreep is weergegeven op het bijgevoegde rooilijnplan.
Deze ontwikkeling sluit aan bij de stedelijke visie waarbij private projectontwikkelingen in de stadskern worden gekoppeld aan de realisatie van publieke beleidsdoelstellingen en kwalitatieve publieke ruimte.
Het project omvat de oprichting van een nieuwe meergezinswoning met drie appartementen en een handelsruimte op het gelijkvloers. Het ontwerp beoogt een hedendaagse architectuur die zich op zorgvuldige wijze integreert in de bestaande stedelijke context, met bijzondere aandacht voor schaal, materialiteit en ruimtelijke kwaliteit.
Er wordt gestreefd naar een evenwicht tussen kernversterking, kwalitatieve architectuur en de verbetering van het openbaar domein. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar de relatie met het straatbeeld, het behoud van een passende schaal en de integratie van groen binnen het stedelijk weefsel.
De bestaande doorsteek naast het perceel is vandaag zeer smal en kent een beperkte verblijfskwaliteit. In het ontwerp wordt daarom bewust ingezet op een optimale inplanting van het hoofdgebouw en de achterliggende fietsenberging, zodat maximaal ruimte kan worden vrijgemaakt voor de doorgang. Achter de fietsenberging ontstaat bijkomende open ruimte die kan worden ingericht met groenaanleg en bomen. Dit draagt niet alleen bij aan een hogere ruimtelijke kwaliteit, maar verbetert ook het microklimaat en de belevingswaarde van deze trage verbinding.
Daarnaast wordt de sociale controle op de buurtweg versterkt door de inplanting van de hoofdtoegang van het gebouw langs de buurtweg. Ook worden gevelopeningen en ramen voorzien die uitkijken op de doorgang. Hierdoor ontstaat een continue relatie tussen het gebouw en de publieke ruimte, wat de sociale veiligheid en de levendigheid van de buurtweg ten goede komt.
Hoewel de doorgang ter hoogte van de Tolpoortstraat haar huidige breedte behoudt, wordt de buurtweg verderop aanzienlijk verbreed. Waar de doorgang vandaag slechts ongeveer 1,10 meter breed is, zal deze na heraanleg een breedte variëren van ongeveer 1,50 meter tot 2,55 meter. Hierdoor ontstaat een kwalitatieve, veilige en comfortabel bruikbare verbinding voor voetgangers tussen de Tolpoortstraat en de Bisschopstraat.
In functie hiervan werd eveneens een nieuw rooilijnplan opgemaakt waarbij een deel van het perceel, kadastraal gekend als B567A (Tolpoortstraat 93), kosteloos wordt afgestaan aan de stad Deinze. Deze overdracht maakt het mogelijk de doorgang ruimer, overzichtelijker en kwalitatief hoogwaardiger vorm te geven en resulteert in een aantrekkelijkere en beter bruikbare publieke ruimte voor bewoners en bezoekers van de stad.
De voorgestelde inrichting vormt aldus een evenwichtige afweging tussen het behoud van een kwalitatieve en aantrekkelijke handelsgevel in de Tolpoortstraat enerzijds en de verbetering van de toegankelijkheid, de ruimtelijke kwaliteit, de vergroening en de sociale veiligheid van buurtweg nr. 57 anderzijds.
a.2. Toepassing van de geïntegreerde omgevingsvergunningsprocedure
Volgens artikel 12 § 2 Decreet gemeentewegen kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg (hier een buurtweg) met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (hier het project met meergezinswoningen), voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.
De bestemming van de gronden wordt gerealiseerd door middel van een projectmatige ontwikkeling met maatschappelijke meerwaarde waarbij de wijziging van de gemeenteweg het mogelijk maakt om (openbaar domein) kwaliteitsvol te ontsluiten naar de Tolpoortstraat en Bisschopstraat. Die mogelijkheid geldt volgens artikel 12 § 2 voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat. Een decretaal correct rooilijnplan werd aan de omgevingsvergunningsaanvraag toegevoegd en aan het openbaar onderzoek onderworpen.
a.3. Toelichting bij het vervolg van de structuur van het raadsbesluit
Bij de geïntegreerde omgevingsvergunningsprocedure schrijft het Decreet Gemeentewegen ook het volgende voor (artikel 12, § 2): “Als de beoogde wijziging, verplaatsing of opheffing betrekking heeft op een gemeentelijk rooilijnplan dat niet in een ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, neemt de gemeenteraad eerst een beslissing over het al dan niet wijzigen of opheffen van het gemeentelijk rooilijnplan, alvorens te beslissen over de goedkeuring, vermeld in artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.” Om die reden zal het raadsbesluit eerst aandacht besteden aan de wijziging van de rooilijn (titel b) en vervolgens aan de decretale bepalingen rond de zaak der wegen (titel c).
b. Motivering vaststelling rooilijnplan
b.1. Motivering van de vaststelling van de rooilijn op basis van de artikels drie en vier van het Decreet gemeentewegen
Artikel 3
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
Artikel 4
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
De wijziging van de rooilijn wordt hierna afdoende gemotiveerd (artikel 4, 2° Decreet gemeentewegen) vanuit het algemeen belang (artikel 4, 1° Decreet gemeentewegen).
De stad voert een geïntegreerd beleid met als doel de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren. Een gemeentelijk rooilijnplan is een grafisch verordenend plan waarbij de huidige en toekomstige grenzen van een of meer gemeentewegen worden bepaald. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden.
De voorgestelde wijziging van de rooilijn wordt gemotiveerd overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het Decreet gemeentewegen en gebeurt in functie van het algemeen belang.
De omgevingsvergunningsaanvraag voor de bouw van een meergezinswoning met drie appartementen en een handelsruimte is gelegen aan de Tolpoortstraat 93. Het perceel grenst aan buurtweg nr. 57, opgenomen in de Atlas der Buurtwegen. Deze bestaande gemeenteweg vormt een verbinding tussen de Tolpoortstraat, de Bisschopstraat en de omgeving van de Martinusvijver. Ter hoogte van de Tolpoortstraat bedraagt de breedte van de doorgang momenteel slechts ongeveer 1,10 meter, waardoor de functionele waarde, de toegankelijkheid en de ruimtelijke kwaliteit van deze trage verbinding beperkt zijn.
De voorgestelde rooilijnwijziging maakt deel uit van de herwaardering van buurtweg nr. 57 en heeft tot doel de verbinding opnieuw een duidelijke functie te geven binnen het fijnmazige netwerk van trage wegen in de stadskern. Door een deel van het perceel Tolpoortstraat 93 op te nemen binnen het openbaar domein kan de doorgang worden verbreed en kwalitatief worden ingericht. Hierdoor ontstaat een veiligere, aantrekkelijkere en beter toegankelijke verbinding voor voetgangers tussen de Tolpoortstraat en de Bisschopstraat. Daarnaast wordt bijkomende ruimte gecreëerd voor waterhuishouding, infiltratie en groenaanleg waardoor ook de verblijfskwaliteit en de belevingswaarde van de publieke ruimte aanzienlijk worden versterkt.
De voorgestelde maatregel draagt rechtstreeks bij aan de doelstellingen van artikel 3 van het Decreet gemeentewegen. De ingreep verbetert de structuur, samenhang en toegankelijkheid van het gemeentelijk wegennet door een bestaande verbinding op te waarderen en beter af te stemmen op de huidige en toekomstige behoeften inzake zachte mobiliteit. De buurtweg vormt een belangrijke schakel binnen het lokale netwerk van trage verbindingen en zorgt voor een betere doorwaadbaarheid van het stedelijk weefsel. Door de verbreding en kwalitatieve inrichting wordt bovendien een veiliger lokaal wegennet gerealiseerd voor voetgangers. De ingreep betekent eveneens een herwaardering van een bestaande buurtweg en draagt zo bij aan de bescherming en versterking van het fijnmazige netwerk van trage wegen, zowel op functioneel als recreatief vlak.
Overeenkomstig artikel 4 van het Decreet gemeentewegen staat de voorgestelde wijziging van het gemeentelijk wegennet ten dienste van het algemeen belang. De ingreep creëert een duidelijke maatschappelijke meerwaarde door een bestaande publieke verbinding toegankelijker, veiliger en kwalitatief beter te maken. Zij ondersteunt bovendien de beleidsdoelstellingen van de stad inzake zachte mobiliteit, verkeersveiligheid, vergroening en kwalitatieve publieke ruimte.
De rooilijnwijziging vormt tevens een afdoende gemotiveerde uitzonderingsmaatregel. De aanpassing is noodzakelijk om de gewenste verbreding en kwalitatieve inrichting van de buurtweg juridisch mogelijk te maken en duurzaam te verankeren binnen het openbaar domein. Zonder deze aanpassing kunnen de vooropgestelde doelstellingen inzake toegankelijkheid, veiligheid en ruimtelijke kwaliteit niet worden gerealiseerd.
Bij de voorgestelde wijziging worden tevens de verkeersveiligheid en de ontsluiting van de aangrenzende percelen in acht genomen. De huidige lange smalle doorgang wordt omgevormd tot een ruimere en overzichtelijkere verbinding, wat het gebruiksgemak en het veiligheidsgevoel van de gebruikers verhoogt zonder afbreuk te doen aan de bereikbaarheid van de omliggende percelen.
Tot slot wordt rekening gehouden met zowel de huidige als de toekomstige functie van de gemeenteweg. De voorgestelde inrichting creëert een duurzame meerwaarde voor de stadskern door mobiliteit, verblijfskwaliteit, vergroening en klimaatadaptatie met elkaar te combineren. De maatregel verzoent daarbij de behoeften van bewoners, bezoekers en zachte weggebruikers en draagt bij aan een kwalitatieve en toekomstgerichte inrichting van de publieke ruimte.
Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de voorgestelde wijziging van de rooilijn voldoet aan de doelstellingen en principes van de artikelen 3 en 4 van het Decreet gemeentewegen en ruimtelijk-functioneel verantwoord is vanuit het algemeen belang.
b.2. Technische motivatie wijziging rooilijn
De aanvraag bevat een nieuwe rooilijn. Er wordt een nieuwe rooilijn voorzien ter hoogte van de achterkant van het perceel Tolpoortstraat 93 en heeft een oppervlakte 57m². Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor het openbaar domein kwalitatief aan te leggen.
b.3. Openbaar onderzoek
De aanvraag werd getoetst aan de criteria opgenomen in de artikelen 11 tot en met 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Op de aanvraag is de gewone vergunningsprocedure van toepassing.
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd dat liep van 12 mei en met 10 juni 2026. Tijdens dit openbaar onderzoek werden twee bezwaarschriften ingediend.
De gemeenteraad behandelt de ingediende bezwaren uitsluitend voor zover deze betrekking hebben op het rooilijnplan. Één bezwaarschrift bevat opmerkingen met betrekking tot het rooilijnplan.
Samenvatting bezwaarschrift:
De bezwaarindiener vindt dat het steegje ter hoogte van de bebouwing langs de Tolpoortstraat te smal blijft.
Weerlegging:
Het bezwaar stelt dat de buurtweg ter hoogte van de Tolpoortstraat onvoldoende breed is en bijgevolg niet kwaliteitsvol kan functioneren als publieke doorsteek.
Dit bezwaar wordt niet bijgetreden.
De beperkte breedte van buurtweg nr. 57 aan de zijde van de Tolpoortstraat is een bewuste ontwerpkeuze. Hierbij werd rekening gehouden met de doelstellingen uit het Strategisch commercieel plan voor de Tolpoortstraat, waarin het behoud van een aantrekkelijke en aaneengesloten handelswand als belangrijk uitgangspunt wordt vooropgesteld. Om de belevingswaarde van de handelsas maximaal te vrijwaren, wordt de breedte van de handelsvitrine behouden en wordt vermeden dat de gevelwand onnodig wordt onderbroken.
Tegelijkertijd wordt de sociale controle op de buurtweg versterkt door de inplanting van de hoofdtoegang van het gebouw langs de buurtweg. Daarnaast worden gevelopeningen en ramen voorzien die uitkijken op de doorgang. Hierdoor ontstaat een continue relatie tussen het gebouw en de publieke ruimte, wat de sociale veiligheid en de levendigheid van de buurtweg ten goede komt.
Verder dient te worden opgemerkt dat de doorgang niet over haar volledige lengte beperkt blijft tot de huidige breedte. Integendeel, de buurtweg wordt achterliggend aanzienlijk verbreed. Waar de doorgang vandaag slechts ongeveer 1,10 meter breed is, zal deze na heraanleg met een breedte variëren van ongeveer 1,50 meter tot 2,55 meter. Hierdoor ontstaat een kwalitatieve, veilige en comfortabel bruikbare verbinding voor voetgangers tussen de Tolpoortstraat en de Bisschopstraat. Hierdoor wordt er verder gewerkt aan de uitbouw van een netwerk voor voetgangers binnen de stadskern. De verbreding garandeert de functionaliteit.
De voorgestelde inrichting vormt dan ook een evenwichtige afweging tussen enerzijds het behoud van een kwalitatieve handelsgevel in de Tolpoortstraat en anderzijds de verbetering van de toegankelijkheid, de ruimtelijke kwaliteit en de sociale veiligheid van de buurtweg. Het bezwaar geeft bijgevolg geen aanleiding tot een aanpassing van het ontwerp.
c. Motivering voor het wijzigen van de gemeenteweg
c.1. Motivering van de wijziging van de gemeenteweg op basis van de artikels drie en vier van het Decreet gemeentewegen
Artikel 3
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
Artikel 4
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
Het wijzigen van de gemeenteweg wordt hierna afdoende gemotiveerd (artikel 4, 2° Decreet gemeentewegen) vanuit het algemeen belang (artikel 4, 1° Decreet gemeentewegen).
De stad voert een geïntegreerd beleid met als doel de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren. Een gemeentelijk rooilijnplan is een grafisch verordenend plan waarbij de huidige en toekomstige grenzen van een of meer gemeentewegen worden bepaald. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden.
De voorgestelde wijziging van gemeenteweg nr. 57 wordt gemotiveerd overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van het Decreet gemeentewegen. De wijziging kadert in de herwaardering van een bestaande buurtweg en heeft als doel de toegankelijkheid, de verkeersveiligheid en de ruimtelijke kwaliteit van deze verbinding te verbeteren.
Buurtweg nr. 57 vormt een historische verbinding tussen de Tolpoortstraat, de Bisschopstraat en de omgeving van de Martinusvijver. Vandaag is deze doorgang slechts beperkt bruikbaar doordat zij ter hoogte van de Tolpoortstraat slechts ongeveer 1,10 meter breed is en een lage ruimtelijke kwaliteit kent. In het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag voor de bouw van een meergezinswoning met handelsruimte aan de Tolpoortstraat 93 wordt de gemeenteweg plaatselijk gewijzigd en verbreed, waardoor een kwalitatieve en toekomstgerichte inrichting van de verbinding mogelijk wordt.
De voorgestelde wijziging draagt rechtstreeks bij aan de doelstellingen van artikel 3 van het Decreet gemeentewegen. Door de verbreding en herinrichting wordt de toegankelijkheid van de gemeenteweg verbeterd en wordt de samenhang binnen het lokale netwerk van trage wegen versterkt. De ingreep speelt in op de huidige en toekomstige behoeften van voetgangers en andere zachte weggebruikers en verhoogt de doorwaadbaarheid van het stedelijk gebied. Daarnaast draagt de wijziging bij aan de uitbouw van een veilig lokaal wegennet door een smalle en weinig overzichtelijke doorgang om te vormen tot een comfortabele en veilig bruikbare verbinding. De herinrichting betekent tevens een duidelijke herwaardering van een bestaande buurtweg en versterkt het fijnmazige netwerk van trage wegen binnen de stadskern, zowel op functioneel als op recreatief vlak.
Overeenkomstig artikel 4 van het Decreet gemeentewegen staat de wijziging van de gemeenteweg ten dienste van het algemeen belang. De aanpassing resulteert in een verbeterde publieke verbinding tussen de Tolpoortstraat en de Bisschopstraat en creëert bijkomende kwalitatieve publieke ruimte. De ingreep bevordert zachte mobiliteit, verhoogt de verkeersveiligheid en ondersteunt de beleidsdoelstellingen van de stad inzake duurzame mobiliteit, vergroening en kwalitatieve publieke ruimte.
De wijziging van de gemeenteweg vormt tevens een afdoende gemotiveerde uitzonderingsmaatregel. De aanpassing is noodzakelijk om de bestaande buurtweg op een kwalitatieve wijze te kunnen herinrichten en toekomstbestendig te maken. Zonder de wijziging kan de gewenste verbreding en verbetering van de verbinding niet worden gerealiseerd.
Bij de uitwerking van het voorstel wordt de verkeersveiligheid uitdrukkelijk in acht genomen. Door de verruiming van de bestaande doorgang ontstaat een veiligere en overzichtelijkere verbinding voor voetgangers. Tevens blijft de ontsluiting van de aanpalende percelen gewaarborgd. De wijziging heeft geen negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid van de omliggende eigendommen.
De wijziging ondersteunt daarmee ook de verbinding met omliggende publieke ruimtes en bestaande routes voor zachte weggebruikers.
Tot slot werd bij de beoordeling rekening gehouden met zowel de huidige als de toekomstige functie van de gemeenteweg. De wijziging creëert een duurzame meerwaarde door mobiliteit, verblijfskwaliteit, vergroening en klimaatbestendigheid met elkaar te combineren. De ingreep verzoent de belangen van bewoners, bezoekers en zachte weggebruikers en draagt bij aan een kwalitatieve inrichting van de publieke ruimte op lange termijn.
Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de voorgestelde wijziging van gemeenteweg nr. 57 voldoet aan de doelstellingen en principes van de artikelen 3 en 4 van het Decreet gemeentewegen en verantwoord is vanuit het algemeen belang.
c.2. Motivering aanleg nieuwe gemeenteweg op basis van artikel 31 Omgevingsvergunningsdecreet
Artikel 31 §1 Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt het volgende: “Als de aanvraag (voor de omgevingsvergunning) de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.” In dit dossier dient de gemeenteraad zich uit te spreken.
“De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging (1.1.), de breedte (1. 2) en de uitrusting van de gemeenteweg (1.3.), en over de eventuele opname in het openbaar domein (1.4). Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.”
1.1. DE LIGGING
1.1.1. De planologische ligging
De aanvraag is volgens het gewestplan gelegen in woongebied:
“De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare
nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.”.
1.1.2. De ligging ten opzichte van de rooilijnplannen
De nieuwe rooilijn, voorwerp gemeenteraadsbeslissing van huidige zitting, is voorzien op een variabele breedte zoals voorzien op het plan in bijlage. De gewijzigde buurtweg wordt aan de achterkant van perceel Tolpoortstraat 93 met 57m2 vergroot en is gesitueerd tussen de Tolpoortstraat en de Bisschopstraat.
1.1.3. Motivatie voor deze ligging
De buurtweg 57 bevindt zich tussen de bebouwing van de Tolpoortstraat 91 en 93.
De aanpassing resulteert in een verbeterde publieke verbinding tussen de Tolpoortstraat en de Bisschopstraat en creëert bijkomende kwalitatieve publieke ruimte. De ingreep bevordert zachte mobiliteit, verhoogt de verkeersveiligheid en ondersteunt de beleidsdoelstellingen van de stad inzake duurzame mobiliteit, vergroening en kwalitatieve publieke ruimte.
1.2. DE BREEDTE
1.2.1. De breedte
De rooilijn heeft een breedte van ongeveer 1,10 meter ter hoogte van de bestaande bebouwing. Achteraan het perceel Tolpoortstraat 93 wordt het pad breder en komt een deel van de tuinzone bij de breedte van het pad, hierdoor verbreed het pad van 1,48 meter naar 2,1 meter tot achteraan de bebouwing met een breedte van 2,57 meter. Een zone van 57 m2 komt bij het openbaar domein. Hierdoor is het mogelijk om ook groen te voorzien langs het pad.
1.2.2. Motivatie breedte
Het gedeeltelijk verbreden van de rooilijn creëert achteraan voldoende ruimte om de fietsenberging op een kwalitatieve manier te ontsluiten. Ter hoogte van de bebouwing blijft het wandelpad bewust smal, waardoor de bestaande gevelbreedte van het project behouden blijft. Dit is belangrijk voor de ruimtelijke beleving langs de Tolpoortstraat.
De verbreding achteraan het perceel Tolpoortstraat 93 maakt het bovendien mogelijk om onverharde groenzones aan te leggen. Hierdoor sluit het project aan bij de beleidsdoelstellingen van de stad inzake duurzame mobiliteit, vergroening en de aanleg van een kwalitatieve publieke ruimte in functie van de voetganger.
1.3. DE UITRUSTING
De bestaande verharding blijft behouden. De resterende ruimte wordt ingericht als groene zone met nieuwe aanplantingen en bomen, wat bijdraagt aan een kwalitatieve en groene inrichting van de openbare ruimte.
1.4. OPENBAAR DOMEIN
Volgens artikel 3.45, 1e lid Nieuw burgerlijk Wetboek behoren publieke goederen tot het privaat domein, behalve indien ze tot het openbaar domein zijn bestemd. Volgens artikel 31 Omgevingsvergunningsdecreet spreekt de gemeenteraad zich uit over de eventuele opname van de gemeenteweg in het openbaar domein.
Aan uw raad wordt voorgesteld om de zone binnen de toekomstige grenzen van de nieuwe gemeenteweg te bestemmen tot het openbaar domein. Alle gronden gelegen binnen de rooilijn komen bij het openbaar domein.
c.3. Openbaar onderzoek
De aanvraag werd getoetst aan de criteria opgenomen in de artikelen 11 tot en met 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Op de aanvraag is de gewone vergunningsprocedure van toepassing.
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd dat liep van 12 mei en met 10 juni 2026. Tijdens dit openbaar onderzoek werden twee bezwaarschriften ingediend.
De gemeenteraad behandelt de ingediende bezwaren uitsluitend voor zover deze betrekking hebben op het rooilijnplan.
Er is één bezwaarschrift dat opmerkingen bevat met betrekking tot de gemeenteweg.
Samenvatting bezwaarschrift:
De bezwaarindiener vindt dat het steegje ter hoogte van de bebouwing langs de Tolpoortstraat te smal blijft.
Weerlegging:
Het bezwaar stelt dat de buurtweg ter hoogte van de Tolpoortstraat onvoldoende breed is en bijgevolg niet kwaliteitsvol kan functioneren als publieke doorsteek.
Dit bezwaar wordt niet bijgetreden.
De beperkte breedte van buurtweg nr. 57 aan de zijde van de Tolpoortstraat is een bewuste ontwerpkeuze. Hierbij werd rekening gehouden met de doelstellingen uit het Strategisch commercieel plan voor de Tolpoortstraat, waarin het behoud van een aantrekkelijke en aaneengesloten handelswand als belangrijk uitgangspunt wordt vooropgesteld. Om de belevingswaarde van de handelsas maximaal te vrijwaren, wordt de breedte van de handelsvitrine behouden en wordt vermeden dat de gevelwand onnodig wordt onderbroken.
Tegelijkertijd wordt de sociale controle op de buurtweg versterkt door de inplanting van de hoofdtoegang van het gebouw langs de buurtweg. Daarnaast worden gevelopeningen en ramen voorzien die uitkijken op de doorgang. Hierdoor ontstaat een continue relatie tussen het gebouw en de publieke ruimte, wat de sociale veiligheid en de levendigheid van de buurtweg ten goede komt.
Verder dient te worden opgemerkt dat de doorgang niet over haar volledige lengte beperkt blijft tot de huidige breedte. Integendeel, de buurtweg wordt achterliggend aanzienlijk verbreed. Waar de doorgang vandaag slechts ongeveer 1,10 meter breed is, zal deze na heraanleg met een breedte variëren van ongeveer 1,50 meter tot 2,55 meter. Hierdoor ontstaat een kwalitatieve, veilige en comfortabel bruikbare verbinding voor voetgangers tussen de Tolpoortstraat en de Bisschopstraat.
De voorgestelde inrichting vormt dan ook een evenwichtige afweging tussen enerzijds het behoud van een kwalitatieve handelsgevel in de Tolpoortstraat en anderzijds de verbetering van de toegankelijkheid, de ruimtelijke kwaliteit en de sociale veiligheid van de buurtweg. Het bezwaar geeft bijgevolg geen aanleiding tot een aanpassing van het ontwerp.
Artikel 1
Het rooilijnplan als bijlage bij dit gemeenteraadsbesluit, met het oog op het wijzigen van de gemeenteweg buurtweg 57, wordt goedgekeurd.
Artikel 2
De wijziging van de gemeenteweg buurtweg 57 zoals aangegeven op het plan als bijlage bij dit gemeenteraadsbesluit, en deel uitmakend van de omgevingsvergunningsaanvraag OMV2025146586 . conform artikel 12 § 2 Gemeentewegendecreet, wordt goedgekeurd.
Artikel 3
In uitvoering van artikel 31 Omgevingsvergunningsdecreet keurt de gemeenteraad het wijzigen van de gemeenteweg (buurtweg 57) tussen de Tolpoortstraat en de Bisschopstraat met een variërende breedte met behoudt van de bestaande verharding maar met meer plaats voor de waterhuishouding en groenaanleg goed.
Artikel 4
Conform het rooilijnplan als bijlage bij dit gemeenteraadsbesluit wordt 57 m² (aangeduid in geel) openbare wegen, groene en/of verharde ruimten binnen de ontwikkeling, kosteloos in eigendom overgedragen aan de stad Deinze als publieke last bij omgevingsvergunning (artikel 75 Omgevingsvergunningsdecreet) en worden zij bestemd tot het openbaar domein.
Artikel 5
De vergunningverlenende overheid en het Departement Omgeving krijgen een kopie van deze beslissing.
Artikel 6
De kosten voor het verlijden van de notariële akte met betrekking tot de kosteloze grondafstand zijn volledig ten laste van de aanvrager.
Artikel 7
De beslissing van de gemeenteraad wordt integraal opgenomen in het besluit van de vergunningverlenende overheid voor de omgevingsvergunningsaanvraag.
Artikel 8
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het Gecodificeerd Decreet Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
Het decreet betreffende de omgevingsvergunningen van 25 april 2014 en latere wijzigingen, artikel 31.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en later wijzigingen.
Het gemeentewegendecreet van 3 mei 2019.
Besluit van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
BA_00_I_B_1_Inplantingsplan bestaande toestand
BA_00_I_N_1_Inplantingsplan
BA_00_I_N_2_Inplantingsplan
Foto’s
Addendum B26_verantwoordingsota_PIV2
Rooilijnplan_260423
a. Voorgaanden en situering van het dossier
a.1. Situering
Op 25 maart 2026 werd een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor de sloop van een bestaande woning, de oprichting van één vrijstaande woning, de oprichting van twee gekoppelde woningen en de vaststelling van een nieuwe rooilijn langs de Pastoriestraat over de breedte van het bouwproject.
Het perceel is gelegen in de dorpskern van Meigem, tegenover de kerk van Meigem en op de hoek gevormd door de Pastoriestraat en de dorpsplaats, eveneens gelegen aan de Pastoriestraat. De bestaande woning bevindt zich op de bestaande rooilijn. De omgeving wordt gekenmerkt door woonbebouwing met een uitgesproken dorpskarakter, aangevuld met publieke functies, waaronder het ontmoetingscentrum Reigersnest en de kerk.
De wegenis langs de noordwestelijke zijde van het perceel beschikt over een beperkter profiel dan het recent heraangelegde dorpscentrum. Op heden bedraagt de breedte van het voetpad ter hoogte van de bestaande woning slechts 49 cm.
Dit smalle profiel, met aan beide zijden bebouwing ter hoogte van een kruispunt, zorgt voor onveilige verkeerssituaties. Een verbreding van het openbaar domein zorgt voor meer zicht op het kruispunt. Daarnaast kan dit leiden tot een grotere veiligheid voor voetgangers en fietsers.
Ter hoogte van het project wordt daarom een bijkomende strook grond voorzien voor de toekomstige verbetering van het openbaar domein in functie van het voetpad.
a.2. Toepassing van de geïntegreerde omgevingsvergunningsprocedure
Volgens artikel 12 § 2 Decreet gemeentewegen kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg (hier een buurtweg) met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (hier het
Bouwen van 3 grondgebonden woningen), voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.
De bestemming van de gronden wordt gerealiseerd door middel van een projectmatige ontwikkeling met maatschappelijke meerwaarde waarbij de wijziging van de gemeenteweg het mogelijk maakt om (openbaar domein) meer ruimte te voorzien voor een kwalitatief voetpad. Die mogelijkheid geldt volgens artikel 12 §2 voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat. Een decretaal correct rooilijnplan werd aan de omgevingsvergunningsaanvraag toegevoegd en aan het openbaar onderzoek onderworpen.
a.3. Toelichting bij het vervolg van de structuur van het raadsbesluit
Bij de geïntegreerde omgevingsvergunningsprocedure schrijft het Decreet Gemeentewegen ook het volgende voor (artikel 12, § 2): “Als de beoogde wijziging, verplaatsing of opheffing betrekking heeft op een gemeentelijk rooilijnplan dat niet in een ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, neemt de gemeenteraad eerst een beslissing over het al dan niet wijzigen of opheffen van het gemeentelijk rooilijnplan, alvorens te beslissen over de goedkeuring, vermeld in artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Om die reden zal het raadsbesluit eerst aandacht besteden de wijziging van de rooilijn (titel b) en vervolgens aan de decretale bepalingen rond de zaak der wegen (titel c).
b. Motivering vaststelling rooilijnplan Pastoriestraat
b.1. Motivering van de vaststelling van de rooilijn op basis van de artikels drie en vier van het Decreet gemeentewegen
Artikel 3
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
Artikel 4
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
De voorgestelde rooilijnwijziging heeft betrekking op een perceel gelegen in de dorpskern van Meigem, ter hoogte van een kruispunt en tegenover de kerk. De bestaande woning bevindt zich op de huidige rooilijn, waardoor het openbaar domein ter plaatse een zeer beperkt profiel heeft. Het voetpad beschikt er momenteel over een breedte van slechts 49 cm. Dit smalle profiel, gecombineerd met de aanwezigheid van bebouwing aan beide zijden van het kruispunt, zorgt voor een beperkte zichtbaarheid en een minder veilige verkeerssituatie voor weggebruikers.
Overeenkomstig artikel 3 van het Decreet Gemeentewegen beoogt de voorgestelde rooilijnwijziging de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau en draagt zij bij tot een kwaliteitsvolle inrichting van het openbaar domein. Door de afstand van een beperkte strook grond aan het openbaar domein ontstaat de mogelijkheid om het voetpad in de toekomst te verbreden en het openbaar domein veiliger en toegankelijker in te richten voor voetgangers. Hierdoor wordt tegemoetgekomen aan de huidige en toekomstige behoeften inzake zachte mobiliteit.
De voorgestelde wijziging voldoet eveneens aan de principes opgenomen in artikel 4 van het Decreet Gemeentewegen. De rooilijnwijziging staat in dienst van het algemeen belang doordat zij de mogelijkheid creëert om het openbaar domein kwalitatief te verbeteren ter hoogte van een belangrijke locatie in de dorpskern. De bijkomende ruimte kan worden aangewend voor een veiligere afwikkeling van het voetgangersverkeer, een betere zichtbaarheid op het kruispunt en een toekomstgerichte inrichting van de publieke ruimte.
Daarnaast wordt rekening gehouden met de verkeersveiligheid, zoals voorzien in artikel 4, 3°. Door het creëren van meer ruimte binnen het openbaar domein kunnen de zichtbaarheid en de leesbaarheid van het kruispunt worden verbeterd, wat de veiligheid van zowel voetgangers als andere weggebruikers ten goede komt. De ontsluiting van de aangrenzende percelen blijft daarbij onverminderd gewaarborgd.
Ten slotte wordt met de voorgestelde rooilijnwijziging rekening gehouden met zowel de huidige functie van de weg als met toekomstige ruimtelijke behoeften van de dorpskern, overeenkomstig artikel 4, 5° van het Decreet Gemeentewegen. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de voorgestelde rooilijnwijziging verenigbaar is met de doelstellingen en principes van het Decreet Gemeentewegen en vanuit het algemeen belang voldoende gemotiveerd is.
b.2. Technische motivatie wijziging rooilijn
De aanvraag voorziet langs de noordwestelijke perceelsgrens aan de Pastoriestraat in de vaststelling van een nieuwe rooilijn, die over een lengte van circa 36,7 meter ongeveer 2 meter achter de bestaande rooilijn wordt gelegd. In functie hiervan wordt een grondstrook van 75 m², aangeduid als lot A op het grondafstands- en rooilijnplan, kosteloos overgedragen aan de stad.
De grondafstand beoogt het creëren van bijkomende ruimte binnen het openbaar domein ter hoogte van een kruispuntsituatie in de dorpskern van Meigem. Door de opname van lot A in het openbaar domein ontstaat de mogelijkheid om het straatprofiel op termijn kwalitatief te versterken met een verbreed voetpad en de inrichting van de publieke ruimte verder te optimaliseren met het oog op een grotere verkeersveiligheid, een betere toegankelijkheid voor voetgangers en een hogere ruimtelijke kwaliteit.
De voorgestelde rooilijnwijziging betreft een beperkte en logische aanpassing van de bestaande situatie en draagt bij aan een kwaliteitsvolle inrichting van de dorpskern. De gemeenteraad is van oordeel dat de vaststelling van deze nieuwe rooilijn stedenbouwkundig en ruimtelijk verantwoord is en in overeenstemming is met het algemeen belang.
b.3. Openbaar onderzoek
De aanvraag werd getoetst aan de criteria opgenomen in de artikelen 11 tot en met 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Op de aanvraag is de gewone vergunningsprocedure van toepassing.
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd dat liep van 2 juni 2026 tot en met 1 juli 2026. Tijdens dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
c. Motivering voor het wijzigen van de gemeenteweg
c.1. Motivering van de wijziging van de gemeenteweg op basis van de artikels drie en vier van het Decreet gemeentewegen
Artikel 3
Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
Artikel 4
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:
De bestaande woning bevindt zich op de huidige rooilijn, waardoor het openbaar domein ter plaatse een zeer beperkt profiel heeft. Het voetpad beschikt er vandaag over een breedte van slechts 49 cm. Dit smalle profiel, gecombineerd met de aanwezigheid van bebouwing aan beide zijden van het kruispunt, beperkt de zichtbaarheid voor weggebruikers en leidt tot een minder veilige verkeerssituatie.
Overeenkomstig artikel 3 van het Decreet Gemeentewegen draagt de voorgestelde wijziging bij aan de uitbouw van een veilig lokaal wegennet en aan de verbetering van de structuur en toegankelijkheid van het openbaar domein. Door de opname van lot A binnen het openbaar domein ontstaat de mogelijkheid om het voetpad op termijn te verbreden en kwalitatiever in te richten. Hierdoor kan beter worden ingespeeld op de huidige en toekomstige behoeften inzake zachte mobiliteit en wordt een veiligere omgeving gecreëerd voor voetgangers.
De wijziging is eveneens in overeenstemming met de principes opgenomen in artikel 4 van het Decreet Gemeentewegen. De grondafstand staat in dienst van het algemeen belang doordat zij de mogelijkheid biedt om de verkeersveiligheid te verbeteren en de kwaliteit van de publieke ruimte in de dorpskern te versterken. De bijkomende ruimte laat toe om het openbaar domein toekomstgericht in te richten, met aandacht voor een betere zichtbaarheid op het kruispunt, een veiligere afwikkeling van het voetgangersverkeer en een kwaliteitsvolle inrichting van de openbare ruimte.
Daarnaast wordt voldaan aan het principe dat bij wijzigingen aan het wegennet de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen in acht moeten worden genomen. De voorgestelde aanpassing verbetert de leesbaarheid van het kruispunt en creëert de nodige ruimte om het openbaar domein veiliger te organiseren, zonder afbreuk te doen aan de ontsluiting van de aanpalende eigendommen.
Ten slotte houdt de rooilijnwijziging rekening met zowel de huidige functie van de gemeenteweg als met de toekomstige ruimtelijke behoeften van de dorpskern. De beperkte en logische uitbreiding van het openbaar domein creëert de nodige ruimte om de publieke ruimte duurzaam verder uit te bouwen en ondersteunt de doelstellingen inzake kwalitatieve kernversterking.
Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de voorgestelde wijziging van de gemeenteweg verenigbaar is met de doelstellingen en principes van de artikelen 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen en vanuit het algemeen belang voldoende gemotiveerd is.
c.2. Motivering aanleg nieuwe gemeenteweg op basis van artikel 31 Omgevingsvergunningsdecreet
Artikel 31 §1 Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt het volgende: “Als de aanvraag (voor de omgevingsvergunning) de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.” In dit dossier dient de gemeenteraad zich uit te spreken.
“De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging (1.1.), de breedte (1. 2) en de uitrusting van de gemeenteweg (1.3.), en over de eventuele opname in het openbaar domein (1.4). Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.”
1.1. DE LIGGING
1.1.1. De planologische ligging
De aanvraag is volgens het gewestplan "Oudenaarde” gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De aanvraag is in overeenstemming met deze bestemming.
1.1.2. De ligging ten opzichte van de rooilijnplannen
De nieuwe rooilijn, voorwerp gemeenteraadsbeslissing van huidige zitting, is voorzien op met een verbreding van 2 meter totale lengte van het perceel, zoals voorzien op het plan in bijlage. Hierdoor wordt het wegprofiel breder en is een meer plaats voor een conform voetpad.
1.1.3. Motivatie voor deze ligging
De voorgestelde rooilijnwijziging situeert zich langs de Pastoriestraat ter hoogte van Pastoriestraat 30 in Meigem. De gewijzigde ligging sluit rechtstreeks aan op het bestaande openbaar domein en vormt een logische uitbreiding van de bestaande gemeenteweg.
De keuze voor deze ligging wordt ingegeven door de beperkte beschikbare openbare ruimte ter hoogte van het kruispunt tegenover de kerk. De bestaande bebouwing bevindt zich dicht tegen de huidige rooilijn, waardoor het openbaar domein en het voetpad er zeer smal zijn. Door een beperkte strook grond op te nemen in het openbaar domein ontstaat bijkomende ruimte om het wegprofiel en de inrichting van de publieke ruimte op termijn te verbeteren.
De voorgestelde ligging houdt rekening met de bestaande ruimtelijke structuur van de dorpskern en creëert mogelijkheden om het openbaar domein op een meer veilige, toegankelijke en kwaliteitsvolle wijze in te richten. De rooilijnwijziging is daarmee functioneel, ruimtelijk verantwoord en afgestemd op het algemeen belang.
1.2. DE BREEDTE
1.2.1. De breedte
De wijziging van de gemeenteweg bestaat uit een grondafstand van lot A met een oppervlakte van 75 m², gelegen ter hoogte van Pastoriestraat 30.
De nieuwe rooilijn wordt daarbij vastgesteld op ongeveer 2 meter achter de bestaande rooilijn.
1.2.2. Motivatie breedte
De bijkomende breedte laat toe om het openbaar domein toekomstgericht in te richten en de verkeersveiligheid en verblijfskwaliteit in de dorpskern verder te versterken. De voorgestelde breedte wordt noodzakelijk en evenredig geacht in verhouding tot de nagestreefde doelstellingen. De aanvraag voorziet zelf geen onmiddellijke heraanleg van de gemeenteweg. De bijkomende ruimte wordt echter opgenomen binnen het openbaar domein zodat toekomstige voetpad mogelijk kan worden gemaakt.
1.3. DE UITRUSTING
Om de ruimtelijke samenhang en de beeldkwaliteit van het openbaar domein te waarborgen, wordt de aanleg uitgevoerd overeenkomstig de bestaande verharding in de dorpskern van Meigem.
1.4. OPENBAAR DOMEIN
Volgens artikel 3.45, 1e lid Nieuw burgerlijk Wetboek behoren publieke goederen tot het privaat domein, behalve indien ze tot het openbaar domein zijn bestemd. Volgens artikel 31 Omgevingsvergunningsdecreet spreekt de gemeenteraad zich uit over de eventuele opname van de gemeenteweg in het openbaar domein.
Aan uw raad wordt voorgesteld om de zone binnen de toekomstige grenzen van de nieuwe gemeenteweg te bestemmen tot het openbaar domein. Alle gronden gelegen binnen de rooilijn komen bij het openbaar domein.
c.3. Openbaar onderzoek
De aanvraag werd getoetst aan de criteria opgenomen in de artikelen 11 tot en met 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Op de aanvraag is de gewone vergunningsprocedure van toepassing.
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd dat liep van 2 juni 2026 tot en met 1 juli 2026. Tijdens dit openbaar onderzoek werden geen bezwaarschriften ingediend.
Artikel 1
Het rooilijnplan als bijlage bij dit gemeenteraadsbesluit, met het oog op het wijzigen van de gemeenteweg Pastoriestraat te Meigem, wordt goedgekeurd.
Artikel 2
De wijziging van de gemeenteweg Pastoriestraat zoals aangegeven op het plan als bijlage bij dit gemeenteraadsbesluit, en deel uitmakend van de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2026036164. conform artikel 12 § 2 Gemeentewegendecreet, wordt goedgekeurd.
Artikel 3
In uitvoering van artikel 31 Omgevingsvergunningsdecreet keurt de gemeenteraad de ligging langs de Pastoriestraat 30 met een breedte van 2 meter en de uitrusting van de gewijzigde gemeenteweg goed.
Artikel 4
Conform het rooilijnplan als bijlage bij dit gemeenteraadsbesluit wordt 75 m2 (aangeduid als lot A) openbare wegen, groene en/of verharde ruimten binnen de ontwikkeling, kosteloos in eigendom overgedragen aan de stad Deinze als publieke last bij omgevingsvergunning (artikel 75 Omgevingsvergunningsdecreet) en worden zij bestemd tot het openbaar domein.
Artikel 5
De vergunningverlenende overheid en het Departement Omgeving krijgen een kopie van deze beslissing.
Artikel 6
De kosten voor het verlijden van de notariële akte met betrekking tot de kosteloze grondafstand zijn volledig ten laste van de aanvrager.
Artikel 7
De beslissing van de gemeenteraad wordt integraal opgenomen in het besluit van de vergunningverlenende overheid voor de omgevingsvergunningsaanvraag.
Artikel 8
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Uittreksels kad. plan en legger
Stedenbouwkundige info (VIP)
Opmetingsplan
Schattingsverslag
Bouwplan
Bodemattesten
Asbestattesten
Aangepast kohier van lasten en voorwaarden
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 30 maart 2026 en 1 september 2026
In de Slachthuisstraat bevindt zich achter de huisnummers 3-38 een rij aaneengesloten garages welke in 1995 door de Stad werden opgericht.
Een aantal van deze garages zijn door de jaren heen verkocht. Een aantal is in eigendom gebleven met het oog op verhuring.
Thans zijn de garages, kadastraal gekend te Deinze, 1e Afd., sectie A, nrs. 733y4 en 733a5 vrij van huur.
Overeenkomstig het opmetingsplan van 8 juli 1994 vanwege landmeter-expert K. Smith te Deinze is deze garage gekend onder lot 12 (opp. 17 m²) en lot 14 (opp. 17 m²).
In de schepencollegezitting van 30 maart 2026 en 1 september 2026 werd respectievelijk beslist de garages lot 12 en lot 14 openbaar te verkopen via het online platform Biddit, waarbij notariaat Peter De Proft te Deinze werd aangesteld teneinde deze openbare verkoping te organiseren.
Overeenkomstig het schattingsverslag van 27 februari 2025 wordt de waarde van 1 garage geschat op 30.000,00 euro.
In de gemeenteraadszitting van 27 augustus 2026 werd het kohier van lasten en voorwaarden voor de openbare verkoping van garage lot 12 goedgekeurd.
Gelet dat thans 2 garages openbaar zullen verkocht worden is het aangewezen als bijzondere voorwaarde in de verkoopsvoorwaarden voor de garages 12 en 14 op te nemen dat de toewijs van de garages beperkt wordt tot 1 garage voor alle natuurlijke of rechtspersonen welke ingeschreven/gevestigd zijn op hetzelfde adres.
Dit kohier van lasten en voorwaarden, aangevuld met de openbare verkoping van garage nr. 14, zoals opgemaakt door voormeld notariaat, ligt thans ter goedkeuring voor.
Na bespreking.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht.
De opbrengst van deze verkopen is niet voorzien in het meerjarenplan 2026-2031. De ontvangst zal voorzien worden in de meerjarenplanwijziging 2026/2.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan het kohier van lasten en voorwaarden, opgemaakt door notariaat Peter De Proft te Deinze, met betrekking tot de openbare verkoping via het online platform Biddit van de garages nr. 12 en 14 in de Slachthuisstraat, respectievelijk kad. gekend te Deinze, 1e Afd., sectie A, nrs. 733y4 (lot 12-opp. 17 m2) en nr. 733a5 (lot 14 - opp. 17 m²).
De instelprijs/garage bedraagt 19.000,00 euro.
Artikel 2
Voornoemd notariaat wordt belast met de organisatie van de openbare verkoping via het online platform Biddit.
Artikel 3
Het schepencollege wordt gemachtigd de Stad te vertegenwoordigen bij de verdere afhandeling van het verkoopdossier, o.a. ondertekening van kohier lasten en voorwaarden, PV van toewijs,...
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Bram Stroobandt (raadslid), Sofie D'hondt (schepen)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Grondplan
Typedwarsprofielen
Raming
Naar aanleiding van de doelstelling van de stad Deinze en de gemeente Zulte om veilige fietspaden conform de normen van het Vademecum Fietsvoorzieningen langsheen de Brugstraat aan te leggen, werd door de diensten een ontwerp opgemaakt (zie bijlages). De projectdoelstelling bestaat uit vier deelaspecten:
1. Voorgeschiedenis
Om tot het ontwerp dat voorligt ter goedkeuring te komen, werden een aantal verschillende deelstudies uitgevoerd.
1.1. Ontwerpend onderzoek
Een eerste stap was de uitvoering van een ontwerpend onderzoek, waarbij vooral onderzocht werd hoe de fietspaden aangelegd zouden worden. Verschillende scenario's werden hierbij verder onderzocht.
a. Aanliggende verhoogde enkelrichtingsfietspaden langs beide zijden van de weg
Dit ontwerp heeft als voordeel dat de impact op de bestaande groenstructuren zeer beperkt is en dat de aansluiting op de bruggen op een logische manier kan uitgevoerd worden (de aanliggende fietspaden kunnen over de volledige lengte van de rijweg doorgetrokken worden. Deze optie werd uiteindelijk niet weerhouden omdat de negatieve aspecten van dit ontwerp, zowel op vlak van verkeersveiligheid als de kostprijs te hoog waren. Ten eerste houdt het uitvoeren van aanliggende fietspaden in dat het snelheidsregime teruggebracht dient te worden naar 50 km/u, hetgeen niet aangepast is aan het straatbeeld of de typologie van de weg. Daarnaast zorgt de verhoogde aanleg (die nodig is om veiligheidsredenen voor de fietser) voor een afwateringsproblematiek en zou er een significante meerkost zijn aangezien de bestaande rijweg ook (deels) heraangelegd dient te worden i.f.v. profielaansluitingen.
b. Vrijliggende enkelrichtingsfietspaden aan beide zijden van de weg
Het aanleggen van vrijliggende enkelrichtingsfietspaden heeft verschillende voordelen. Ten eerste zorgt het voor een maximaal comfort en veiligheid voor de fietsers. Door de aanleg op gelijkgronds niveau is ook de afwatering gemakkelijk op te lossen. Daarnaast is een (gedeeltelijke) heraanleg van de rijweg niet nodig. Het aanleggen van vrijliggende fietspaden biedt ook de mogelijkheid tot het aanleggen van een groene berm tussen fietspad en rijweg waar ook continue groenstructuren kunnen voorzien worden. Negatieve punten van dit ontwerp zijn de impact op de bestaande groenstructuren en de OV-palen.
c. Vrijliggend dubbelrichtingsfietspad aan één zijde van de weg
Het aanleggen van een vrijliggend dubbelrichtingsfietspad conform de normen van het Vademecum Fietsvoorzieningen is onmogelijk door de beperkte breedte van de twee bruggen op het traject.
Omwille van al het bovenstaande, werd beslist om verder te gaan met het ontwerp van vrijliggende enkelrichtingsfietspaden aan beide zijden van de weg, met extra aandacht voor de groenstructuren en de aansluiting van het fietspad op de bruggen langsheen het traject. Er zal ook openbare verlichting voor de fietspaden voorzien worden.
1.2. Deelstudie groenstructuren
Gezien de impact van het aanleggen van vrijliggende enkelrichtingsfietspaden werd ook een studie uitgevoerd om de groenstructuur langs de Brugstraat verder uit te bouwen. De kernpunten van deze studie:
Na de aanleg zal er door het behoud en de herplanting/aanplanting van bomen bovendien een laanstructuur gecreëerd worden over de volledige Brugstraat. 45 bomen worden behouden, 35 bomen kunnen verplant worden en er zullen 296 nieuwe bomen aangeplant worden. 49 bestaande bomen dienen gerooid te worden.
1.3. Deelstudie bruggen
De beperkte breedte van beide bruggen langsheen het traject zorgen ervoor dat er bijkomend onderzoek diende te gebeuren naar de aansluiting van de fietspaden. Aangezien het niet mogelijk is om de vrijliggende enkelrichtingsfietspaden door te trekken over de bruggen door de beperkte breedte, is er geopteerd om hier te werken met aanliggende verhoogde fietspaden en het snelheidsregime op de bruggen terug te brengen tot 50 km/u. Ter hoogte van de brugbogen op de brug over de nieuwe Leie wordt het fietspad punctueel minder breed, aangezien er niet genoeg ruimte is op de brug om daar de fietspaden met een breedte van 2m door te trekken.
2. Raming
Voor Deinze wordt de kost van de werken voor het aanleggen van de fietspaden voorlopig geraamd op een totaal van €701.109,63 (incl BTW), waarvan €658.099,58 subsidieerbaar is mits goedkeuring van de subsidiërende overheid.
3. BFF
De provincie Oost-Vlaanderen als de Vlaamse overheid voorzien een subsidie van 100% voor het aanleggen van fietsinfrastructuur langsheen het BFF. Momenteel ligt de Brugstraat nog niet volledig op een BFF-route. Er zal een wijzigingscommissie plaatsvinden om het BFF volledig op de Brugstraat te leggen zodat er van de subsidiëring gebruik gemaakt kan worden.
Om subsidie te verkrijgen, dient de Projectstuurgroep (PSG) ook akkoord te gaan met het definitief ontwerp. In de PSG van 9 september 2026 werd het ontwerp besproken en goedgekeurd.
4. Beheer Brugstraat
Momenteel is de Brugstraat nog in beheer van De Vlaamse Waterweg (DVW). Om subsidiabel te zijn, dienen minstens de fietspaden in het beheer van de stad te komen na de aanleg. DVW is principieel akkoord met de overname door de stad, de verdere concrete modaliteiten worden de komende weken verder in overleg tussen de stad en De Vlaamse Waterweg besproken.
5. Verder projectverloop
Indicatief zijn dit de verdere stappen in het projectverloop:
Het budget voor deze werken is voorzien in het meerjarenplan 2026 - 2031
| meerjarenplan 2026-2031 |
investering |
| jaar |
2026 - 2027 - 2028 |
| investeringsproject |
IP008 |
| subproject |
20322/01 |
| beleidsitem |
020000 |
| algemene rekening |
224007 |
| actie |
|
| krediet |
200000 - 700000 - 200000 |
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het definitief ontwerp voor de aanleg van fietspaden langsheen de Brugstraat goed.
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Hugo Schaeck (raadslid), Jan Vermeulen (schepen), Ronny Vermeulen (raadslid)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, de artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 263 over de opvolgingsrapportering.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het opvolgingsrapport van de prioritaire acties over het eerste semester 2026 van de stad en het OCMW Deinze.
Het decreet lokaal bestuur schrijft voor dat aan de gemeenteraad een opvolgingsrapportering van de prioritaire doelstellingen over het eerste semester van het boekjaar wordt voorgelegd.
Het MAT verleende een gunstig advies over de voorliggende opvolgingsrapportering op 3 september 2025.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van het opvolgingsrapport van de prioritaire doelstellingen over het eerste semester van 2026 van de stad en het OCMW Deinze.
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Freija Dhondt (raadslid), Marleen Vanlerberghe (schepen), Rutger De Reu (burgemeester)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het koninklijk besluit van 21 juni 2025 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in die zin dat het model van het attest van immatriculatie vervangen wordt door een tussentijds en voorlopig model in afwachting van het nieuwe beveiligde model van dit verblijfsdocument.
Het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen.
De omzendbrief van 8 december 2023 van de FOD Binnenlandse Zaken - Algemene Directie Identiteit en Burgerzaken - over de implementatie elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar.
De omzendbrief van 26 november 2013 van de FOD Mobiliteit en Vervoer waarbij wordt meegedeeld dat de federale retributie voor het afleveren van een internationaal rijbewijs wordt vastgesteld op 16 euro en de gemeenten de mogelijkheid wordt geboden bovenop dit bedrag een gemeentetaks (retributie) te heffen.
Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2025 over het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken door de dienst burgerzaken.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Omzendbrief FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Identiteit en Burgerzaken van 2 oktober 2025 over het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 1 januari 2026.
Overzicht kostprijs aangerekend aan burger vanaf 28 september 2026 met toepassing van nieuwe tarieven vermeld in omzendbrief van 2 oktober 2025.
Het is noodzakelijk het retributiereglement van de zitting van 17 december 2025 te wijzigen, omdat vanaf 28 september 2026 het nieuwe model van het attest van immatriculatie (oranje kaart) in omloop gebracht wordt, in navolging van het Koninklijk Besluit van 24 juni 2026.
Daarbij is het belangrijk dat één en dezelfde prijs gehanteerd wordt. Het nieuw attest van immatriculatie heeft de vorm van een beveiligd boekje van het paspoorttype met 12 pagina’s. Het nieuwe model is uniek en meertalig. Het vervangt de vroegere afzonderlijke versies in het Frans, het Nederlands en het Duits. Deze modernisering heeft tot doel om de veiligheid van het document te versterken en fraude tegen te gaan. Het nieuwe model laat toe om de pasfoto te nemen via het live-enrollmentsysteem (foto ter plaatse aan het loket). Een attest van immatriculatie is een tijdelijk verblijfsdocument voor niet-EU-burgers die wachten op een beslissing over hun verblijfsaanvraag.
De oude modellen (oranje kaart en A4-formaat) blijven geldig tot ze verstrijken en moeten niet automatisch worden vervangen. In de praktijk zullen de oude modellen, zolang er plaats is om een verlenging te vermelden, in omloop blijven. Het nieuwe model zal dus met name worden afgegeven (1) aan de vreemdelingen die een eerste attest van immatriculatie ontvangen of (2) aan de houders van een attest van immatriculatie waarvan de geldigheid moet worden verlengd, terwijl er geen plaats meer is op het oude document of na verlies/diefstal. De geldigheid van een attest van immatriculatie kan variëren van minimum 1 maand tot maximum 9 maanden, afhankelijk van de procedure. Het nieuwe model voorziet de mogelijkheid om vijf verlengingen aan te brengen.
De kostprijs voor een attest van immatriculatie is vastgesteld door de FOD Binnenlandse Zaken bij ministerieel besluit van 21 augustus 2026 en bedraagt 11 euro.
Huidige retributie (GR 17 december 2025):
Nieuwe retributie vanaf 28 september 2026:
De nieuwe totaalprijs voor de burger bedraagt bijgevolg 16 euro voor een attest van immatriculatie, ongeacht of het om een eerste of een volgend attest gaat. De kostprijs is inclusief eventuele verlengingen die in het attest worden aangebracht (maximum 5).
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
013000 - Administratieve dienstverlening |
| algemene rekening |
700000 - Retributies: administratieve stukken burgerzaken |
| kostenplaats |
ID-KAART, REISPAS, RIJBEWIJS, TROUWBOEK |
| krediet |
254.263 euro + 201.518 euro + 103.800 euro + 1.800 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 28 september 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op de afgifte van administratieve stukken door de dienst burgerzaken. Deze retributie vormt samen met de kostprijs én in voorkomend geval de consulaire taks aangerekend door de verschillende federale overheidsdiensten het bedrag verschuldigd door de aanvrager van het administratief stuk.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de persoon die het administratieve stuk aanvraagt.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
1. Elektronische identiteitskaart voor Belgen vanaf de leeftijd van 12 jaar
of
1.1. Gewone procedure
Retributie: 7,88 euro
1.2. Spoedprocedure met levering kaart en PIN/PUK op de gemeente (D+1)
Retributie: 12,63 euro
1.3. Spoedprocedure - gecentraliseerde levering kaart en PIN/PUK bij FOD Binnenlandse Zaken - Brussel
Retributie: 8,63 euro
2. Elektronische identiteitskaart voor Belgische kinderen onder de 12 jaar (Kids-ID)
Ingeschreven in het bevolkingsregister van Deinze
of
afgeschreven naar het buitenland en ingeschreven in het consulair bevolkingsregister
met Deinze als laatste gemeente van inschrijving in België
of geboren in Deinze indien nooit in België gewoond
of Deinze als gekozen plaats van aanvraag indien evenmin geboren in België
2.1. Gewone procedure
Retributie: 0,38 euro
2.2. Spoedprocedure met levering kaart en PIN/PUK op de gemeente (D+1)
Retributie: 10,13 euro
2.3. Spoedprocedure - gecentraliseerde levering kaart en PIN/PUK bij FOD Binnenlandse Zaken - Brussel
Retributie: 7,00 euro
3. Elektronische kaarten en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen vanaf de leeftijd van 12 jaar
3.1. Gewone procedure
3.1.1. Kaarttypes: EU/EU+/F-/F+/M-Brexit verblijf/M-Brexit duurzaam verblijf/N
Retributie: 7,88 euro
3.1.2. Kaarttypes: A/B/H/I/J/K/L
Retributie: 7,25 euro
3.2. Spoedprocedure met levering kaart en PIN/PUK op de gemeente (D+1) - alle kaarttypes
Retributie: 12,63 euro
4. Elektronische kaarten en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar
4.1. gewone procedure
4.1.1. Kaarttypes: EU/EU+/F/F+/M-Brexit duurzaam verblijf
Retributie: 0,38 euro
4.1.2. Kaarttypes: A/B/K/L
Retributie: 0,38 euro
4.2 Spoedprocedure met levering kaart en PIN/PUK op de gemeente (D+1)
4.2.1. Kaartttypes EU/EU+/F/F+/M-Brexit duurzaam verblijf
Retributie: 10,13 euro
4.2.2. Kaarttypes A/B/K/L
Retributie: 12,63 euro
5. Attest immatriculatie voor vreemdelingen (oranje kaart) vanaf de leeftijd van 12 jaar
Retributie: 5 euro
6. Rijbewijs
6.1. Voorlopig rijbewijs (model 12/18/36/Model3)
Retributie bij: 5,00 euro
6.2. Rijbewijs
Retributie: 6,25 euro
6.3. Internationaal rijbewijs
Retributie: 6,25 euro
7. Paspoort voor Belg ingeschreven in de gemeente of afgeschreven naar het buitenland en ingeschreven in de consulaire registers
7.1. Gewone procedure
7.1.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
7.1.2. Meerderjarige
Retributie: 10,00 euro
7.2. Spoedprocedure
7.2.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
7.2.2. Meerderjarige
Retributie: 12,50 euro
7.3. Superdringende procedure
7.3.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
7.3.2. Meerderjarige
Retributie: 12,50 euro
8. Reisdocument voor
vreemdeling ingeschreven in de gemeente die geniet van een verblijfsrecht voor onbepaalde duur
erkende vluchteling en staatloze
8.1. Gewone procedure
8.1.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
8.1.2. Meerderjarige
Retributie: 10,00 euro
8.2. Spoedprocedure
8.2.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
8.2.2. Meerderjarige
Retributie: 12,50 euro
8.3. Superdringende procedure (enkel voor erkende vluchteling!)
8.3.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
8.3.2. Meerderjarige
Retributie: 12,50 euro
9. Trouwboekje
Retributie: 30 euro
Artikel 4
De retributie wordt geheven zowel bij een eerste afgifte, hernieuwing of afgifte van een duplicaat in geval van verlies of diefstal. Er wordt geen retributie geheven bij hernieuwing van een attest immatriculatie naar aanleiding het verlenen van een verlenging van de termijn toegelaten verblijf.
Artikel 5
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen : als het door de aanvrager van het document te betalen bedrag niet eindigt op een halve euro na de komma, wordt de retributie in die mate aangepast dat de totale kostprijs afgerond wordt op de hogere halve euro of de volgende eenheid.
Vrijstellingen
Artikel 6
Zijn van de retributie vrijgesteld: de administratieve stukken die krachtens een wet, een decreet, een koninklijk besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos door het gemeentebestuur worden afgegeven.
Wijze van betaling
Artikel 7
De retributie moet contant betaald worden bij aanvraag van het document. De betaling gebeurt bij voorkeur elektronisch maar indien gewenst door de aanvrager kan dit ook nog steeds cash. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Voor afgifte van het trouwboekje:
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 8
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 9
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
Het retributiereglement voor de afgifte van administratieve documenten door de dienst Burgerzaken wordt aangepast met ingang van 28 september 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Matthias Neirynck (raadslid), Jan Vermeulen (schepen)
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het stadsbestuur wenst het project stadsdichter verder te zetten.
Het college besliste om aan het dichterscollectief Donsai voor te stellen om hen aan te stellen tot stadsdichterscollectief voor de periode 2027-2031. Dichterscollectief Donsai gaat in op dit voorstel. Donsai stelt voor te werken (cfr de modus operandi in Utrecht) waarbij binnen het collectief per twee jaar een ‘meesterdichter’ aangesteld wordt, dit is een spelverdeler die zelf creatief is en de andere dichters van het collectief aanstuurt bij de realisatie van de initiatieven binnen het stadsdichterschap.
Het stadsdichterscollectief kan bij deze werking een beroep doen op een nominatieve subsidie van 2.000 euro die zelfstandig kan worden gebruikt voor kleinere activiteiten vanuit Donsai mits een jaarlijkse verantwoording van de besteding en een een budget van 7.500 euro in het exploitatiebudget van de stad dat wordt gebruikt voor initiatieven in samenwerking met de stad die ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht. Het krediet om deze beslissing uit te voeren moet in 2027 voorzien worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
070101 - omschrijving |
| algemene rekening |
diverse |
| actie |
|
| krediet |
Honoraria: 4.000 euro, Auteursrechten: 1000 euro, Reiskosten: 500 euro, Drukwerk: 1.500 euro, Receptiekosten: 500 euro |
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
070900 - overige culturele instellingen |
| algemene rekening |
649100 - algemene werkingssubsidies aan verenigingen nominatief |
| actie |
|
| krediet |
2.000 euro |
Artikel 1
Het dichterscollectief Donsai wordt aangesteld tot stadsdichter van Deinze van 1 januari 2027 tot 31 december 2031 met als opdracht het schrijven van stadsgedichten in overleg met het stadsbestuur en het samenwerken met de stedelijke diensten en met de lokale gemeenschap tot het promoten van poëzie in de regio.
Artikel 2
Het stadsdichterscollectief kan bij deze werking een beroep doen op een nominatieve subsidie van 2.000 euro die zelfstandig kan worden gebruikt voor kleinere activiteiten vanuit Donsai mits een jaarlijkse verantwoording van de besteding en een budget van 7.500 euro in het exploitatiebudget dat wordt gebruikt voor initiatieven in samenwerking met de stad die ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college.
Artikel 3
De in opdracht geschreven stadsgedichten kunnen door de stad rechtenvrij worden gebruikt in overleg met de auteur.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 31 juli 1990, titel V, van het deeltijds kunstonderwijs en de diverse besluiten van dezelfde datum van de Vlaamse regering, in verband met ditzelfde onderwijs, zoals aangevuld en gewijzigd.
Het decreet van 27 maart 1991 (Staatsblad 25 mei 1991) betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs, zoals aangevuld en gewijzigd.
Het ontwerp van het Academiereglement KADE.
Het verslag van het Afzonderlijk Bijzonder Comité (vakbondsoverleg).
De principiële goedkeuring van het arbeidsreglement en academiereglement van KADE door het college van burgemeester en schepenen van Deinze (datum 16 juni 2026).
Het academiereglement 2021-2022.
Aangezien er vanuit het Departement Onderwijs geen ingrijpende wijzigingen met betrekking tot de werking van het deeltijds kunstonderwijs werden doorgevoerd, zijn de aanpassingen aan het academiereglement van KADE zeer beperkt. De voornaamste aanpassing betreft de actualisering van de referenties naar het lopende schooljaar, waarbij het schooljaar 2025-2026 wordt aangepast naar 2026-2027.
Het ontwerp van het academiereglement wordt als bijlage aan dit besluit toegevoegd.
Het ontwerp van academiereglement werd voorgelegd op het Afzonderlijk Bijzonder Comité (= ABC) op 30 juni 2026. Het verslag van dit overleg wordt als bijlage aan dit besluit toegevoegd.
Na goedkeuring van het academiereglement zal het ter kennis worden gebracht van het Agentschap Onderwijsdiensten Vlaanderen en aan de leerlingen, ouders en personeelsleden.
Nihil
Academiereglement
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1
§1 Dit academiereglement regelt de verhouding tussen het schoolbestuur zijnde het Stadsbestuur Deinze en de leerlingen/ouders van KADE (Kunstacademie Deinze), met als administratieve zetel Kalkhofstraat 25, 9800 Deinze.
§2 Het is van toepassing op alle leerlingen van KADE en op de ouders van de minderjarige leerlingen.
§3 Het is eveneens van toepassing op de personen die leeractiviteiten op maat volgen, met uitzondering van de bepalingen opgenomen in de hoofdstukken 4 (inschrijvingsgeld en bijdrageregeling) en 8 (leerlingenevaluatie).
§4 De bepalingen opgenomen in het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs en de bijhorende uitvoeringsbesluiten blijven onverkort van toepassing.
Artikel 2
§1 Dit academiereglement wordt voorafgaand aan de eerste inschrijving schriftelijk of via elektronische drager (website, e-mail,…) ter beschikking gesteld aan de leerlingen of de ouders van de minderjarige leerlingen. Zij worden schriftelijk of via elektronische drager op de hoogte gehouden van de wijzigingen. Ouders/leerlingen die dat wensen, kunnen een papieren versie van het academiereglement en/of eventuele wijzigingen aan het academiereglement aanvragen bij het secretariaat van KADE.
§2 De leerlingen/ouders verklaren zich digitaal of schriftelijk akkoord met het academiereglement en het artistiek-pedagogisch project van KADE. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.
§3 Bij elke wijziging van het reglement en/of artistiek-pedagogisch project verklaren de leerlingen/ouders zich opnieuw digitaal of schriftelijk akkoord met de wijzigingen. Indien zij zich niet met de wijzigingen akkoord verklaren, kan de leerling niet worden ingeschreven het daaropvolgende schooljaar.
Artikel 3 Begrippen
Voor de toepassing van dit academiereglement wordt verstaan onder:
1° Aangetekend: Met aangetekende brief, tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs of een gecertificeerde elektronische aangetekende zending.
2° Academie: Het pedagogisch geheel waar deeltijds kunstonderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van een directeur. Het omvat de domeinen Beeldende en Audiovisuele kunsten, Dans, Woordkunst/Drama en Muziek.
3° Artistiek-pedagogisch project: Het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat het schoolbestuur voor KADE en haar werking heeft bepaald.
4° Directeur: De directeur van KADE of zijn afgevaardigde.
5° Leerling: De persoon die ingeschreven is aan KADE overeenkomstig de reglementaire toelatingsvoorwaarden.
6° Ouders: De personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.
7° Schoolbestuur: De rechtspersoon die verantwoordelijk is voor KADE, namelijk het stadsbestuur van Deinze.
8° Werkdag: elke weekdag met uitzondering van zowel zon- en feestdagen als dagen die tijdens de herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie vallen.
Hoofdstuk 2 Engagementsverklaring
Artikel 4
§1 Leerlingengegevens
Leerlingen/ouders houden zich eraan om enkel correcte en actuele gegevens aan KADE te verstrekken en om KADE op de hoogte te brengen zodra er zich wijzigingen in de leerlingengegevens voordoen.
§2 Oudercontacten
De data van oudercontacten worden schriftelijk of via elektronische weg gecommuniceerd. De ouders en KADE kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen. Van de ouders wordt verwacht dat ze het voorgestelde oudercontact bijwonen
§3 Aanwezigheid
De leerling en zijn ouders zorgen ervoor dat de leerling elke lesactiviteit bijwoont en op tijd is.
§4 Specifieke onderwijsbehoeften
Sommige leerlingen hebben specifieke onderwijsbehoeften. In dat geval bezorgt de leerling/ouders aan de directeur alle relevante documenten en informatie met betrekking tot de leerzorg en de evolutie ervan en dit in het belang van de leerling. In overleg met de leerling/ouders wordt nagegaan op welke manier de leerling de lessen kan volgen en welke aanpassingen wenselijk en mogelijk zijn.
De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.
§5 Taal
De onderwijstaal van KADE is Nederlands. Ouders moedigen hun minderjarig kind aan om Nederlands te leren en te gebruiken. Meerderjarige leerlingen nemen de nodige initiatieven om Nederlands te leren en te gebruiken.
§6 Zelfstudie en oefenen
De leerlingen volgen de eventuele instructies in verband met zelfstudie buiten de lessen nauwgezet op. Deze instructies worden ofwel via de agenda, ofwel via elektronische of andere schriftelijke weg aan de leerling en eventueel aan de ouders gecommuniceerd. Ouders moedigen hun minderjarig kind aan tot zelfstudie rekening houdend met deze instructies.
§7 Leefregels
Ouders stimuleren hun minderjarig kind om de leefregels en richtlijnen van KADE na te leven.
§8 Leerloopbaanbegeleiding
KADE geeft gericht advies over de onderwijsloopbaan die het beste aansluit bij de leervraag en competenties van de leerling.
Hoofdstuk 3 Inschrijving
Artikel 5
§1 Het schoolbestuur legt het maximaal aantal leerlingen vast dat wordt toegelaten tot een opleiding, zijnde de capaciteit zoals bedoeld in het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs.
§2 De maximale capaciteit wordt jaarlijks berekend volgens de formule: leraarsuren, van het vorige schooljaar en ingezet als lesuren x gemiddelde leerlingenbezetting per type vak. Voor de individuele vakken is dit 2 per uur en voor de andere vakken is dit 6 per lesmoment. In de administratiesoftware van KADE wordt gedefinieerd welke vakken als individuele vakken kunnen worden beschouwd.
§3 Het schoolbestuur verleent het college van burgemeester en schepenen hierover bevoegdheid. Wijzigingen omwille van pedagogische en andere redenen worden aan de directeur gedelegeerd.
Artikel 6 §1 De volgende personen die zich als leerling willen inschrijven, worden in eerste instantie op een wachtlijst ingeschreven:
§2 De leerling kan enkel definitief worden ingeschreven als op 30 september de capaciteit nog niet is bereikt door de inschrijving van financierbare leerlingen zoals bedoeld in het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs.
Artikel 7
Een leerling die al ingeschreven is in hetzelfde domein in een andere academie, moet dit expliciet vermelden bij de inschrijving in KADE. Indien deze leerling daardoor op basis van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs niet-financierbaar is in KADE, is Artikel 6 §1 van dit academiereglement van toepassing.
Artikel 8
Een leerling die op basis van de regelgeving meent geheel of gedeeltelijk vrijgesteld te kunnen worden voor een vak, legt hiervoor de nodige bewijsstukken voor bij voorkeur op het ogenblik van zijn inschrijving en uiterlijk op 30 september.
Artikel 9
Om toegelaten te kunnen worden tot een optie van een kortlopende studierichting zoals bedoeld in het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, moet de leerling ten minste de leeftijd van 6 jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar en afhankelijk van het domein en de optie voldoen aan een aantal bijkomende (leeftijds)criteria.
Artikel 10 Specialisatie
§1 Leerlingen die zich willen inschrijven in de specialisatiegraad, maken dit bij de directie bekend voor 15 september.
§2 De directie bepaalt de selectiemethode op basis waarvan hij, in samenspraak met de betrokken leerkrachten, beoordeelt of de leerling al dan niet wordt toegelaten:
Hoofdstuk 4 Inschrijvingsgeld, bijdrageregeling, sponsoring
Artikel 11 Wettelijk vastgelegd inschrijvingsgeld
§1 De bedragen van het wettelijk inschrijvingsgeld én de voorwaarden en vereiste documenten om in aanmerking te komen voor het verminderd wettelijk inschrijvingsgeld zoals bepaald in de onderwijsregelgeving worden jaarlijks voor de start van de inschrijvingen bekendgemaakt via de website van KADE.
§2 Een leerling waarvoor het wettelijk vastgelegde inschrijvingsgeld niet tijdig wordt betaald, kan niet in KADE worden ingeschreven, behoudens expliciete toestemming van het schoolbestuur in toepassing van artikel 13.
§3 Als een ingeschreven leerling zich voor 1 oktober weer uitschrijft, wordt het inschrijvingsgeld volledig terugbetaald aan de leerling. Als een ingeschreven leerling zich vanaf 1 oktober uitschrijft of het recht om de lessen bij te wonen verliest (bv. na verificatie), wordt het inschrijvingsgeld niet terugbetaald aan de leerling.
Artikel 12 Retributies (bijdrageregeling)
Het schoolbestuur regelt in een afzonderlijk retributiereglement de bijdrageregeling voor mogelijke diensten en materialen die worden aangeboden in het kader van de opleiding of om de opleiding te verlevendigen.
Artikel 13
Leerlingen of ouders die het moeilijk hebben om het inschrijvingsgeld en/of de bijdragen te betalen, kunnen zich wenden tot de directie. Het schoolbestuur kan, na advies van de directie en in samenspraak met de leerling of ouders een van volgende afwijkingen op de betaling toestaan: spreiding van betaling of uitstel van betaling.
Artikel 14
Eventuele bekomen vrijstellingen voor een vak of de verkregen toestemming om leeractiviteiten te mogen volgen in een alternatieve leercontext kunnen geen aanleiding geven tot een afwijkende regeling van de bepalingen van dit hoofdstuk.
Artikel 15 Reclame en sponsoring
§1 KADE kan voor de werking gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden in ruil voor mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen.
§2 KADE zal in geval van dergelijke ondersteuning enkel vermelden dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.
§3 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:
1° deze mededelingen niet onverenigbaar zijn met de artistiek-pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van KADE;
2° deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van KADE niet in het gedrang brengen.
§4 In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.
Hoofdstuk 5 Aan- en afwezigheid van de leerling
Artikel 16 Uitgangspunten
§1 De aanwezigheid van de leerling is belangrijk en draagt bij tot een succesvol leertraject.
§2 Van de leerling wordt verwacht dat hij regelmatig en op tijd deelneemt aan alle lessen en activiteiten van de opleiding.
Artikel 17 Aanwezigheid
§1 Behalve als de leerling gewettigd afwezig is, wordt van de leerling verwacht dat hij vanaf 1 september (of zodra zijn inschrijving definitief is in september) tot en met 30 juni deelneemt aan alle lessen en activiteiten van de opleiding waarvoor hij is ingeschreven.
§2 De leerling respecteert het begin- en einduur van de lessen. In uitzonderlijke gevallen kan een leerling KADE voor het einde van de les verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directie, de administratie of de leraar. Voor minderjarige leerlingen is ook de toestemming van de ouders vereist.
§3 Minderjarige leerlingen mogen KADE niet verlaten tijdens de lesonderbrekingen.
Artikel 18 Afwezigheid
§1 Als een leerling de lesactiviteit niet kan bijwonen, moet KADE hiervan vooraf en zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht.
§2 De afwezigheid van de leerling is gewettigd (zie artikel 19) of ongewettigd (zie artikel 20).
§3 Aanwezigheid op een evaluatiemoment is vereist. Wanneer een leerling omwille van een gewettigde afwezigheid niet aan een evaluatiemoment kan deelnemen, moet hij dit achteraf inhalen.
Artikel 19 Gewettigde afwezigheid
§1 Voorwaarden
Een afwezigheid is gewettigd als ze tijdig gemeld is en voldoet aan de voorwaarden van:
§2 Afwezigheid wegens ziekte
Een afwezigheid geldt als een afwezigheid wegens ziekte als die aan de hand van een rechtsgeldig medisch attest wordt gestaafd. De modaliteiten van dit medisch attest staan omschreven in de bijlage. In het geval van een afwezigheid wegens ziekte voor 1 dag voldoet - tot max. 4 keer per schooljaar - een verklaring van de ouders/meerderjarige leerling.
§3 Van rechtswege gewettigde afwezigheid
Een afwezigheid geldt als een van rechtswege gewettigde afwezigheid als die gestaafd wordt door middel van een van de documenten omschreven in de bijlage.
§4 Andere gewettigde afwezigheid/’snipperdag’
Om in te spelen op specifieke situaties die niet beschreven zijn in de overige redenen voor gewettigde afwezigheden (zoals bijvoorbeeld de examenperiode in het secundair onderwijs), kan KADE aan een leerling tot maximaal 4 keer per lesmoment per schooljaar een afwezigheid toestaan wegens uitzonderlijke omstandigheden. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de afwezigheid tijdig worden gemeld en de uitzonderlijke reden van afwezigheid moet gemotiveerd worden. De afwezigheid mag geen inbreuk plegen op de eerder beschreven uitgangspunten in artikel 16. Toonmomenten, evaluaties en andere door de academie georganiseerde activiteiten, waarbij het lesmoment vervalt, kunnen ook onder deze categorie van afwezigheden vallen.
§5 Termijn
De ouder/leerling heeft na iedere afwezigheid één maand de tijd om de afwezigheid te wettigen aan de hand van een van de documenten omschreven in de bijlage. Afwezigheden die niet binnen deze termijn werden gewettigd, worden als ongewettigde afwezigheden (zie artikel 20) beschouwd.
Artikel 20 Ongewettigde afwezigheid
§1 Elke afwezigheid die niet gewettigd of gerechtvaardigd is zoals beschreven in artikel 19, wordt beschouwd als een ongewettigde afwezigheid.
§2 Indien een minderjarige leerling herhaaldelijk ongewettigd afwezig is, neemt KADE contact op met de ouders.
§3 Een leerling wordt geschrapt als financierbare leerling indien:
In beide gevallen verliest de leerling het recht om de lessen van zijn opleiding nog verder bij te wonen.
§4 Een leerling die op datum van de evaluatie meer dan een derde van de lessen niet heeft bijgewoond, is niet geslaagd en verliest het recht om deel te nemen aan de evaluatie van de betrokken optie/studierichting.
§5 Onverminderd de gevolgen die het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs voorschrijven, kunnen ongewettigde afwezigheden aanleiding geven tot één van de sancties vermeld in hoofdstuk 10.
Hoofdstuk 6 Organisatie van de leeractiviteiten
Artikel 21
§1 De jaarkalender, de leslocatie(s) en het lessenrooster worden voor de start van de lessen bekend gemaakt.
§2 De leslocatie(s) en het lessenrooster kunnen in uitzonderlijke gevallen wijzigen. KADE brengt de leerling/ouders hiervan schriftelijk of elektronisch op de hoogte.
Een aanpassing van de leslocatie of het lessenrooster kan voor leerlingen/ouders geen aanleiding zijn om het betaalde inschrijvingsgeld, retributie of bijdragen terug te vorderen.
Artikel 22
De lessen zijn niet toegankelijk voor ouders of derden, tenzij anders vermeld.
Artikel 23 Toezicht
Het schoolbestuur verzekert het toezicht tijdens de les.
Artikel 24 Lesverplaatsing
§1 Een lesverplaatsing is elke les die verplaatst wordt binnen het door KADE vastgelegde uurrooster.
§2 Enkel de directeur kan lesverplaatsingen toestaan.
§3 De leerlingen en/of ouders worden vooraf schriftelijk (agenda, e-mail, brief…) van elke lesverplaatsing op de hoogte gebracht.
§4 De leerling heeft recht op de lessen van zijn studierichting en optie.
§5 De leraar legt in samenspraak met de leerlingen datum en uur van de inhaalles vast en legt dit ter goedkeuring voor aan de directeur.
§6 Een verplaatste les heeft de gebruikelijke duurtijd. Bij een lesverplaatsing van een niet-individueel vak wordt bij voorkeur de samenstelling van de groep gerespecteerd.
Artikel 25 Schorsing van de lessen
§1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep worden geschorst wegens administratieve en inschrijvingsformaliteiten, pedagogische studiedagen, facultatieve vakantiedagen of evaluatiemomenten. Deze data worden in het begin van het schooljaar of van zodra gekend, bekendgemaakt via de website.
§2 De lessen kunnen onverwacht voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep worden geschorst wegens staking, verkiezingen, volksraadpleging of overmacht of afwezigheid van de leraar. KADE brengt de ouders/leerlingen als volgt op de hoogte:
Artikel 26 Agenda, werkschrift, …
De opdrachten, de te kennen leerstof en/of de in te studeren stukken worden genoteerd in een agenda, schrift, of op digitale wijze gecommuniceerd, evenals eventuele studie-aanwijzingen en/of mededelingen. Deze worden ook gebruikt als communicatiemiddel tussen de leraar en de ouders.
Artikel 27 Kunstmanifestaties
De leerlingen worden schriftelijk uitgenodigd en verondersteld hun medewerking te verlenen aan openbare voorstellingen, toonmomenten, tentoonstellingen en projecten die door KADE worden ingericht. Participerende leerlingen vallen onder de schoolverzekering.
Artikel 28 Buitenschoolse leeractiviteiten
§1 Buitenschoolse leeractiviteiten (extra-murosactiviteiten, studie-uitstappen en dergelijke) die door KADE worden georganiseerd, maken deel uit van het leertraject. Tenzij anders bekendgemaakt, wordt van de leerlingen verwacht dat zij deelnemen aan de buitenschoolse activiteiten die voor hen worden georganiseerd, ook indien deze buiten het lessenrooster van de leerling of buiten de normale openingsuren van KADE worden georganiseerd. Indien de leerling/ouders menen een ernstige reden te hebben om aan een van deze verplichte activiteiten niet deel te nemen, dan bespreken ze dit vooraf met de directie en de verantwoordelijke coördinator/leerkracht.
§2 Buitenschoolse leeractiviteiten worden minstens twee weken op voorhand aan de leerlingen meegedeeld. Voor minderjarige leerlingen worden de ouders schriftelijk geïnformeerd.
§3 Voor het vervoer van de leerlingen naar de buitenschoolse leeractiviteiten kan KADE een beroep doen op vrijwillige chauffeurs (meerderjarige leerlingen, ouders, derden).
§4 Leerlingen die deelnemen aan buitenschoolse leeractiviteiten vallen onder de schoolverzekering.
Artikel 29 Besmettelijke aandoening
In het geval dat een leerling of iemand uit zijn gezin wordt getroffen door een besmettelijke aandoening, bespreekt de leerling/ouders met zijn behandelende arts of de aanwezigheid van de leerling in KADE een gevaar kan zijn of geweest zijn voor de gezondheid van andere leerlingen/personeelsleden. Indien dit het geval is, doet de leerling/ouders melding bij de directie, zodat KADE de gepaste maatregelen kan nemen.
Artikel 30 Verzekering
Heeft de leerling een ongeval op het traject van huis naar KADE of terug, dan moet KADE onmiddellijk worden verwittigd zodat er zo snel als mogelijk een verzekeringsdossier kan worden opgesteld.
Artikel 31 Werken van leerlingen
§1 De leerlingen worden uitgenodigd om alle werken die op KADE werden gemaakt in de loop van het schooljaar vrij ter beschikking te stellen van KADE.
Deze werken kunnen enkel worden gebruikt voor didactisch-pedagogische doeleinden (voorbeeldfunctie) of activiteiten die KADE naar buiten uit moeten vertegenwoordigen (tentoonstellingen, opendeurdagen, drukwerk...).
De leerlingen ontvangen hiervoor geen vergoeding.
§2 KADE verbindt er zich toe om, bij iedere activiteit waarbij op de één of andere manier gebruik wordt gemaakt van werken van leerlingen, de naam van de leerling te vermelden en het recht op eerbied voor deze werken te garanderen.
Hoofdstuk 7 Leren in een alternatieve leercontext
Artikel 32
§1 Een leerling kan onder de voorwaarden van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs een vak geheel of gedeeltelijk vervangen door leeractiviteiten in een alternatieve leercontext. De visie van KADE hieromtrent, de specifieke afspraken, de in te vullen formulieren door de leerlingen enerzijds en de in te vullen formulieren door de vereniging anderzijds, zijn als bijlage bij dit academiereglement opgenomen. De hierna vermelde artikelen 33 t.e.m. 37 zijn een samenvatting van deze bijlage.
Artikel 33 Procedure en afspraken
§1 De aanvraag
De leerling legt zijn gemotiveerde aanvraag tijdig voor aan de directie en de betrokken leerkrachten via mail naar kunstacademie@deinze.be.
§2 De beoordeling van de aanvraag
Elke aanvraag wordt individueel beoordeeld op basis van verschillende criteria. De aanvraag wordt enkel ingewilligd als elk van de volgende voorwaarden zijn vervuld:
§3 De beslissing
Vanaf half september wordt de ALC-aanvraag al dan niet goedgekeurd. Deze beslissing wordt via mail meegedeeld aan de leerling. Na goedkeuring ondertekent de alternatieve leercontext de overeenkomst ‘leren in alternatieve leercontext’ van het schoolbestuur.
Artikel 34 Verantwoordelijkheden van de ALC, KADE en de leerling
§1 KADE blijft eindverantwoordelijke voor de kwaliteit van het leerproces. De directeur, zijn afgevaardigde en de contactpersoon van KADE kunnen te allen tijde de leerling ter plekke observeren.
§2 De verantwoordelijke van de alternatieve leercontext staat in voor de structurele inhoudelijke begeleiding van de leerling met het oog op het realiseren van de einddoelen. De alternatieve leercontext staat in voor het effectief en continu toezicht op de leerling zodra de leerling de alternatieve leercontext betreedt tot hij ze verlaat. Het schoolbestuur draagt hierbij geen enkele verantwoordelijkheid.
§3 De leerling gedraagt zich welvoeglijk en voorkomend binnen de alternatieve leercontext. Hij eerbiedigt de belangen van de alternatieve leercontext. De leerling leeft de instructies en voorschriften eigen aan de alternatieve leercontext na evenals de veiligheidsvoorschriften. De leerling kan weigeren om taken uit te voeren die zijn fysische of psychische mogelijkheden te boven gaan. Hij maakt hiervan omstandig schriftelijk melding bij de directie. De leerling blijft onderworpen aan het gezag van de directeur of zijn afgevaardigde.
§4 Zowel de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext als KADE kunnen te allen tijde de leerling aanspreken bij niet-naleving van gemaakte afspraken. De verantwoordelijke van de alternatieve leercontext meldt dit tevens aan de directie.
Artikel 35 Evaluatie van de leerling
§1 KADE staat in voor de evaluatie van de leerling. De verantwoordelijke van de alternatieve leercontext verstrekt hiertoe de nodige informatie aan de contactpersoon van KADE.
§2 De leerling is niet vrijgesteld van de evaluatieactiviteiten.
Artikel 36 Aan- en afwezigheden van de leerling
§1 De bepalingen rond aan- en afwezigheden zoals vastgelegd in dit academiereglement blijven onverkort van toepassing.
§2 In uitzonderlijke gevallen kan de leerling de alternatieve leercontext voor het einduur verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de verantwoordelijke van de leercontext, de directie of de contactpersoon van KADE. Voor minderjarige leerlingen is ook de toestemming van de ouders vereist.
§3 Een leerling die te laat komt op de alternatieve leercontext, geeft de reden hiervan door aan de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext.
§4 De leerling verwittigt zowel KADE als de alternatieve leercontext in geval van afwezigheid en bezorgt de wettiging van de afwezigheid aan KADE.
§5 Als een activiteit van de alternatieve leercontext wegens overmacht niet kan plaatsvinden, verwittigt de alternatieve leercontext de leerling/ouders voorafgaandelijk indien mogelijk.
Artikel 37 Vervroegde stopzetting
§1 De directie kan de toestemming om de leeractiviteiten in de alternatieve leercontext te volgen, intrekken wanneer het leren in de alternatieve context inefficiënt of onnuttig is.
§2 De alternatieve leercontext kan beslissen de leerling niet langer toe te laten:
§3 Het leren in de alternatieve leercontext wordt van rechtswege beëindigd als de overeenkomst tussen de alternatieve leercontext en het schoolbestuur (al dan niet voortijdig) ten einde loopt.
§4 De directie/alternatieve leercontext maken elke beslissing tot stopzetting schriftelijk en gemotiveerd bekend aan de leerling/ouders. De leerling moet het vak dan verder volgen in KADE volgens de modaliteiten die de directie hem meedeelt.
§5 Een leerling die gedurende de afgesproken periode de leeractiviteiten niet langer wil volgen in de alternatieve leercontext, legt dit ter bespreking voor aan de directie. Enkel met toestemming van de directie kan het vak in de loop van het schooljaar terug in KADE worden gevolgd.
Hoofdstuk 8 Leerlingenevaluatie
Artikel 38
§1 De basisprincipes van de visie van KADE rond het transparant, valide en betrouwbaar evalueren van leerlingen worden gebundeld in een evaluatiereglement (als bijlage).
§2 KADE bepaalt de wijze waarop de evaluatie gebeurt en zal in de loop van het schooljaar op regelmatige basis en tijdig communiceren over hoe deze concreet verloopt, met name over:
§3 KADE rapporteert de leerling/ouders minstens 2 keer per jaar over de leervorderingen van de leerling.
Op het einde van het schooljaar beslist een deliberatiecommissie bestaande uit de directie en de betrokken leerkrachten over de toekenning van een bewijs van competenties, een bewijs van beroepskwalificatie of een leerbewijs deeltijds kunstonderwijs. De academie baseert zich hiervoor op een goedgekeurd leerplan als referentiekader. Bij de beoordeling wordt afgetoetst in welke mate de competenties uit het leerplan werden behaald.
De beslissing wordt genomen op basis van de resultaten van de evaluatiemomenten en de permanente evaluatie. Op het einde van het schooljaar ontvangt de leerling een evaluatiefiche met vermelding geslaagd of niet geslaagd.
Hoofdstuk 9 Leefregels
Artikel 39 Algemeen
§1 Iedere leerling onthoudt zich van gedrag dat:
§2 Iedere leerling volgt strikt de richtlijnen op en neemt een correcte en beleefde houding aan tegenover het personeel van KADE en tegenover de andere leerlingen.
Artikel 40 Lessen
§1 Iedere leerling zorgt ervoor dat hij de lessen niet stoort.
§2 Tijdens de lessen worden er zonder toestemming geen eigen toestellen gebruikt. Het gaat onder andere om mobiele telefoons, muziekdragers en camera’s.
§3 De leerlingen laten het leslokaal bij het einde van de les in voldoende ordelijke staat achter. Tussen de lessen wordt zo snel mogelijk en ordentelijk van lokaal gewisseld.
Artikel 41 Kledij, veiligheidsvoorschriften en hygiëne
§1 Iedere leerling volgt om redenen van veiligheid of hygiëne de instructies van de leraar of directie wat betreft
§2 Iedere leerling moet de veiligheidsvoorschriften naleven met inbegrip van alle opleidingsspecifieke afspraken.
§3 Afval moet in de daartoe voorziene vuilnisbakken gedeponeerd worden.
Artikel 42 Materiële bezittingen en vandalisme
§1 De leerlingen laten hun persoonlijke bezittingen (boekentassen, rugzakken, muziekinstrumenten, mobiele telefoon, juwelen…) niet onbeheerd achter. KADE is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke diefstallen of eventuele beschadigingen.
§2 De leerlingen laten hun vervoersmiddel achter op de daartoe voorziene plaatsen.
§3 De leerling is te allen tijde verantwoordelijke voor zijn persoonlijke apparaten en/of producten.
§4 De leerling is aansprakelijk voor de schade die hij opzettelijk en buiten het toezicht van de leraar toebrengt aan:
Dit houdt in dat hij de schade (herstelling, vervanging…) vergoedt, onverminderd de tuchtsancties die hem in dit verband kunnen worden opgelegd.
Artikel 43 Gebruik van infrastructuur
§1 De leerling gebruikt alle infrastructuur als normaal zorgvuldige persoon met respect voor gebouwen, meubilair, apparatuur, toestellen, instrumenten, producten, …
Apparaten en producten moeten na gebruik weer zuiver gemaakt worden en op hun plaats gezet.
§2 Een leerling kan enkel mits toestemming van de directie een lokaal gebruiken in het kader van zijn opleiding. De aanvraag gebeurt via de directie of aan het onthaal. Het gebruik van een lokaal kan enkel tijdens de openingsuren van KADE.
§3 De aanvrager is verantwoordelijk voor de sleutel, de orde van het lokaal, schade en andere onregelmatigheden die eventueel worden vastgesteld.
Artikel 44 Uitlening
§1 Na betaling van retributie en binnen de voorwaarden vastgelegd in het huur- en retributiereglement kunnen aan de leerlingen instrumenten in bruikleen worden gegeven. Beide reglementen zijn via de website van KADE raadpleegbaar en eveneens op papier beschikbaar.
§2 De leerling is verantwoordelijk voor het door hem geleende instrument/kunstwerk en staat in voor de herstel- of vervangingskosten bij schade, behoudens natuurlijke slijtage.
§3 De leerling volgt strikt de richtlijnen van de leraar over het onderhoud van het geleende instrument.
§4 Alle herstellingen aan het instrument gebeuren via KADE.
Artikel 45 Genotsmiddelen
§1 Binnen de volledige academie, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, andere open ruimten en rondom alle in- en uitgangen, is het verboden:
§2 Leerlingen mogen zich niet in KADE aanbieden onder invloed van roesopwekkende middelen (zoals alcohol, drugs,…).
§3 De bepalingen in §1 en 2 zijn eveneens van toepassing tijdens verplichte extra-murosactiviteiten.
§4 Het voltallige team ziet hier strikt op toe en spreekt de leerling of bezoeker hierop aan. Desgevallend kan sanctionering volgen.
§5 Bij overtreding van deze bepalingen kan de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement zoals opgenomen in hoofdstuk 10 van dit academiereglement. Iedereen die het rookverbod overtreedt, zal verzocht worden te stoppen met roken of het academiedomein te verlaten.
Artikel 46 Smartphone, tablet, laptop, trackers of andere gelijkaardige toestellen, internet en sociale medi
§1 Het is niet toegestaan om beeld- of geluidsopnamen te maken op het domein van KADE zonder toestemming van KADE. Overeenkomstig de privacywetgeving en het recht op afbeelding mogen er geen beeld- of geluidsopnamen van medeleerlingen, personeelsleden of andere personen gemaakt worden of verspreid zonder hun uitdrukkelijke toestemming.
§2 Er worden geen films, geluidsfragmenten, foto’s etc. via sociale media verspreid die betrekking hebben op KADE zonder dat daar uitdrukkelijk toestemming voor wordt gegeven door KADE. Dit geldt voor de leerlingen, ouders en grootouders en alle personen die onder hetzelfde dak wonen als de leerling.
§3 Bij communicatie via sociale media worden de normale fatsoennormen in acht genomen. Cyberpesten is verboden.
§4 Downloaden, installeren en verdelen van illegale software in KADE is verboden.
Artikel 47 Initiatieven van leerlingen
§1 Alle teksten die leerlingen wensen te verspreiden in KADE, moeten vooraf ter goedkeuring aan de directie worden voorgelegd.
§2 Een geldomhaling in KADE door de leerlingen kan slechts gebeuren na schriftelijke goedkeuring van de directie.
§3 Leerlingen die deelnemen aan wedstrijden of kunstmanifestaties buiten KADE en daarbij de naam van KADE willen gebruiken, moeten daarvoor de schriftelijke toestemming van de directie krijgen.
§4 Activiteiten die leraars, leerlingen of derden op eigen initiatief organiseren voor een bepaalde leerlingengroep, vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur.
Artikel 48 Geweld, pesten, grensoverschrijdend gedrag
§1 Leerlingen onthouden zich van iedere daad van geweld, pesten en grensoverschrijdend gedrag. Bij vermoeden van inbreuk neemt KADE gepaste maatregelen om de fysieke en psychische integriteit van de leerlingen te beschermen, zoals omschreven in het integriteitsbeleid van KADE (als bijlage).
§2 Het schoolbestuur stelt een preventieadviseur psychosociale aspecten, een vertrouwenspersoon en aanspreekpersonen integriteit (= API) aan die bevoegd zijn voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag tussen leerlingen en personeelsleden binnen KADE. Hun contactgegevens, alsook alle gegevens omtrent het gevoerde beleid terzake, worden via de website bekendgemaakt.
Artikel 49 Auteursrecht
§1 De leerlingen respecteren te allen tijde het geldende auteursrecht.
§2 Voor het kopiëren van partituren is in principe de toestemming vereist van de auteur, zijn uitgever of een andere rechthebbende.
§3 Bladmuziek mag nooit worden gekopieerd zonder toestemming van de rechthebbende.
§4 Het schoolbestuur heeft een licentieovereenkomst afgesloten met de erkende beheersvennootschap van muziekuitgevers SEMU. De leerlingen eerbiedigen te allen tijde de voorwaarden die voortvloeien uit deze overeenkomst in de bijlage.
Artikel 50 Privacy
De leerlingen respecteren te allen tijde de bepalingen zoals opgenomen in de privacyverklaring van het schoolbestuur. Deze privacyverklaring wordt bekendgemaakt via de website.
Hoofdstuk 10 Maatregelen in geval van schending van de leefregels
Artikel 51 Ordemaatregelen
§1 Als een leerling de leefregels schendt, kunnen volgende ordemaatregelen worden genomen:
1° een mondelinge vermaning,
2° een schriftelijke vermaning via een door de ouders te ondertekenen nota,
3° een extra taak – melding gebeurt aan de ouders via een te ondertekenen nota,
4° een verwijdering uit de les tot uiterlijk het einde van de les en onder toezicht van KADE – melding gebeurt aan de ouders via een te ondertekenen nota,
5° een gesprek tussen de directie en de leerling – melding gebeurt aan de ouders via een te ondertekenen nota,
6° de directie neemt contact op met de ouders en bespreekt het gedrag van de leerling, al dan niet samen met de leraar. Van dit contact wordt een verslag gemaakt dat door de ouders wordt ondertekend voor kennisneming.
Deze opsomming sluit niet uit dat andere maatregelen kunnen worden genomen die meer aan het onbehoorlijk gedrag van de leerling zijn aangepast.
§2 Deze ordemaatregelen kunnen worden genomen door elk personeelslid van KADE die toezicht op de leerling uitoefent.
§3 Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.
Artikel 52 Tuchtmaatregelen: tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen
§1 Tuchtmaatregelen kunnen worden genomen indien de leerling de leefregels van KADE zodanig schendt dat:
§2 Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:
1° Een tijdelijke uitsluiting zoals bepaald in artikel 50 §1 van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs.
2° Een definitieve uitsluiting zoals bepaald in artikel 50 §2 van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs.
§3 Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elk tuchtdossier wordt individueel behandeld.
§4 Tuchtmaatregelen kunnen slechts genomen worden nadat de tuchtprocedure werd gevolgd.
Artikel 53 Bewarende maatregel: preventieve schorsing
§1 In afwachting van een eventuele tijdelijke of definitieve uitsluiting, kan de directie de leerling preventief schorsen als bewarende maatregel.
§2 Bij preventieve schorsing wordt de leerling het recht ontnomen om in de loop van het schooljaar de leeractiviteiten werkelijk en regelmatig te volgen en dit gedurende een periode van maximaal veertien opeenvolgende dagen.
Het college van burgemeester en schepenen kan, na motivering aan de leerling/ouders, beslissen om deze periode eenmalig met maximaal veertien opeenvolgende dagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen de eerste periode kan worden afgerond.
§3 De schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en wordt aan de leerling/ouders mondeling/telefonisch én schriftelijk/elektronisch ter kennis gebracht.
§4 Tegen een preventieve schorsing is geen beroep mogelijk.
Artikel 54 Tuchtprocedure
§1 Tuchtmaatregelen worden genomen door de directie.
§2 Alvorens tot een tuchtmaatregel over te gaan, volgt de directie de volgende procedure:
1°. De directie wint voorafgaandelijk het advies in van de betrokken leerkrachten.
2°. De directie deelt de intentie om een tuchtmaatregel te nemen, schriftelijk of op elektronische wijze mee aan de leerling/ouders.
3°. Aan de leerling/ouders wordt schriftelijk of elektronisch meegedeeld dat zij na afspraak inzage hebben in het tuchtdossier.
4°. De leerling/ouders worden opgeroepen om te worden gehoord over de vastgestelde feiten en de voorgestelde maatregel. De directie bepaalt wanneer dit gesprek plaatsvindt, dit kan ten vroegste vijf werkdagen na verzending van de oproep. De leerling/ouders mag/mogen zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt dat door de leerling/ouders wordt ondertekend voor kennisneming.
5°. Na dit gesprek neemt de directie een gemotiveerde beslissing omtrent de tuchtmaatregel die in overeenstemming is met de ernst van de feiten. De gemotiveerde beslissing wordt aangetekend meegedeeld aan de leerling/ouders binnen de vijf werkdagen na het gesprek vermeld in 4°. In geval van definitieve uitsluiting vermeldt deze schriftelijke mededeling de mogelijkheid tot het instellen van het beroep én de bepalingen uit het academiereglement die hier betrekking op hebben. De beslissing wordt ter kennisgeving meegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 55 Tuchtdossier
§1 Het tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directie.
§2 Het tuchtdossier omvat een opsomming van:
Artikel 56 Beroepsprocedure tegen definitieve uitsluiting
§1 Het beroep tegen een definitieve uitsluiting kan tot uiterlijk 7 kalenderdagen volgend op de schriftelijke mededeling van de sanctie worden ingediend door middel van een gedateerd en ondertekend beroepsschrift dat aangetekend wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Het beroepsschrift vermeldt op straffe van nietigheid ten minste het voorwerp van het beroep en de feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren. Er kunnen overtuigingsstukken worden bijgevoegd.
§2 Het beroep wordt binnen de 30 werkdagen behandeld door het college van burgemeester en schepenen dat beslist tot:
De beslissing wordt uiterlijk na 30 werkdagen schriftelijk/aangetekend ter kennis gebracht aan de leerling/ouders. Bij overschrijding van deze termijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.
§3 De beroepsprocedure schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.
Hoofdstuk 11 Leerlingengegevens
Artikel 57
§1 Leerling/ouders kunnen zich op de onderwijsregelgeving beroepen om recht op inzage te vragen in en toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens. Leerlingen of ouders die dit wensen richten zich schriftelijk tot de directie van KADE met een vraag tot inzage van het dossier van de leerling.
§2 De leerling/ouders kunnen een kopie krijgen van deze gegevens na betaling van de vergoeding zoals opgenomen in de bijdrageregeling.
Iedere kopie die op deze wijze verkregen wordt, dient persoonlijk en vertrouwelijk te worden behandeld. Dergelijke kopieën mogen niet verspreid worden of publiek worden gemaakt en mogen enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.
§3 Als bepaalde gegevens ook een derde betreffen en volledige inzage in de gegevens door de leerling of zijn ouders afbreuk zou doen aan de privacy van deze derde, wordt de toegang tot de gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
Artikel 58
§1 KADE zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling of in het kader van een overeenkomst die KADE afsluit met verwerkers voor leerplatformen, leerlingenvolgsysteem, leerlingenadministratie en dergelijke meer.
§2 Een gemeenteraadslid kan in het kader van zijn controlerecht inzage krijgen in gegevens van leerlingen op voorwaarde dat deze gegevens noodzakelijk zijn om het controlerecht effectief uit te kunnen oefenen (aftoetsen van finaliteit, proportionaliteit, transparantie en veiligheid).
§3 Ook in het kader van het lidmaatschap bij de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en de daaruit voortvloeiende dienstverlening kunnen er leerlingengegevens worden meegedeeld.
Artikel 59
Bij verandering van academie worden de leerlingengegevens overgedragen naar de nieuwe academie tenzij de leerling/ouders zich hiertegen expliciet verzetten nadat ze op hun verzoek die gegevens hebben ingezien.
Hoofdstuk 12 Klachtenprocedure
Artikel 60
Bij eventuele klachten respecteren de leerling of zijn ouders volgende stappen:
Pas wanneer bij deze aanspreekpunten geen voldoening verkregen werd, kan men zich achtereenvolgens schriftelijk richten tot: de directie, het schoolbestuur, de hogere overheid of afgevaardigden. Men richt zich pas tot een hoger niveau wanneer geen voldoening verkregen werd bij het vorig niveau.
Artikel 1
Het academiereglement voor KADE wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Het goedgekeurde academiereglement is digitaal raadpleegbaar voor leerlingen, ouders en leerkrachten van KADE. Dat wordt bekend gemaakt in een nieuwsbrief van KADE.
Artikel 3
Een afschrift van het academiereglement KADE wordt ter kennis gebracht van het Agentschap Onderwijsdiensten Vlaanderen.
Artikel 4
Dit besluit van de gemeenteraad en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 31 juli 1990, titel v, van het deeltijds kunstonderwijs en de diverse besluiten van dezelfde datum van de Vlaamse regering, in verband met ditzelfde onderwijs, zoals aangevuld en gewijzigd.
Het decreet van 27 maart 1991 (Staatsblad 25 mei 1991) betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs, zoals aangevuld en gewijzigd.
Het arbeidsreglement KADE.
De functiebeschrijving voor de leerkracht in KADE (als bijlage aan het arbeidsreglement).
Het verslag Afzonderlijk Bijzonder Comité (vakbondsoverleg).
De principiële goedkeuring van het arbeidsreglement en academiereglement van KADE door het college van burgemeester en schepenen van Deinze (datum 16 juni 2026)
Het arbeidsreglement KADE 2022.
Het arbeidsregelement van KADE wordt geactualiseerd. De betrokken aanpassingen beogen het document in overeenstemming te brengen met de huidige regelgeving en de feitelijke werking van de academie. Concreet werden in verschillende artikels verwijzingen naar verouderde regelgeving geschrapt en vervangen door correcte en actuele rechtsgrondslagen. Daarnaast werden een beperkt aantal interne afspraken, die reeds geruime tijd gehanteerd worden en opgenomen waren in een interne brochure, geïntegreerd in het arbeidsreglement. Op die manier wordt de inhoud van het reglement beter afgestemd op de bestaande praktijk binnen KADE.
Het ontwerp van arbeidsreglement werd voorgelegd op het Afzonderlijk Bijzonder Comité (= ABC) van 30 juni 2026. Het verslag van dit overleg wordt als bijlage aan dit besluit toegevoegd.
Na goedkeuring zal het document ter kennis worden gebracht van het personeel en worden overgemaakt aan het Agentschap Onderwijsdiensten Vlaanderen.
Nihil
HOOFDSTUK 1: DRAAGWIJDTE
Artikel 1
Dit arbeidsreglement heeft een afdwingbaar karakter.
Het is evenwel ondergeschikt aan dwingende wetsbepalingen en hun uitvoeringsbesluiten.
Artikel 2
Dit arbeidsreglement vervangt het vorige arbeidsreglement van 13 januari 2022, zoals nadien gewijzigd.
HOOFDSTUK 2: TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
Dit reglement is van toepassing op:
Artikel 4
Dit reglement is tevens van toepassing op:
HOOFDSTUK 3: VERPLICHTE VERMELDINGEN
3.1 Arbeidsduur
Artikel 5
Het dienstverband en de -opdracht voor de leden van het bestuurs-, onderwijzend en administratief personeel verlopen binnen de grenzen van het Besluit van de Vlaamse Regering [WW3.1] betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs-, onderwijzend en administratief personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting "Muziek, Beeldende en audiovisuele kunsten, Woordkunst / Drama en Dans" van 31 juli 1990 (B.S. 29/03/91).
Artikel 6
De personeelsformatie en organisatie van het schooljaar verlopen binnen de grenzen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs (B.S. 28/08/2018).[WW4.1]
Artikel 7
Uitzonderlijk kan de directeur of een afgevaardigde van het beleidsteam aan een personeelslid toelating verlenen om buiten deze openingsuren arbeidsuren te presteren, bv. op zon- of feestdag, voor zover deze regeling verantwoord is en onschadelijk voor de goede werking van KADE.
Artikel 8
De normale openingsuren van KADE en de filialen zijn opgenomen als bijlage.
Artikel 9
De individuele lessenroosters en rustpauzes van de personeelsleden worden opgenomen als bijlage. Voor het onderwijzend personeel zijn de lessenroosters en rustpauzes onderhevig aan de volgende richtlijnen:
Uitzonderlijk kan de directie een personeelslid de toelating geven om van deze richtlijnen af te wijken, voor zover dit gebeurt binnen de grenzen bepaald in de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de Organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector (B.S. 05.01.2001 en errata B.S. 31.01.2001).[WW5.1]
Bij elke wijziging hiervan ontvangt het betrokken personeelslid een aangepaste versie.
Artikel 10
§1. De normale rustdagen zijn:
§2. De wettelijke en decretale feestdagen zijn: 1 januari, Paasmaandag, 1 mei, Onze-Lieve-Heer-Hemelvaart, Pinkstermaandag, 11 juli, 21 juli, 15 augustus, 1 november, 11 november, Kerstmis.
§3. De vakantieperiodes zijn: herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie.
§4. De facultatieve verlofdagen worden in het begin van het schooljaar vastgelegd conform het besluit van de Vlaamse regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie, georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en worden meegedeeld via een dienstnota.
§5. Dienstvrijstelling of -wijziging, zoals een lesverplaatsing, kan toegestaan worden zolang de organisatie van het onderwijs niet in het gedrang komt. De afspraken over lesverplaatsingen zijn opgenomen als bijlage.[WW6.1]
3.2 Jaarlijkse vakantie
Artikel 11
Het personeel kan genieten van een persoonlijk(e) verlof, afwezigheid, terbeschikkingstelling of loopbaanonderbreking volgens de modaliteiten vastgelegd in de onderwijsreglementering. Elke "terbeschikkingstelling" en verlof moet vooraf worden aangevraagd volgens de modaliteiten bepaald in de onderwijsreglementering.
3.3 Rechten en plichten van het personeel
Artikel 12
§1. Ieder personeelslid erkent het gezag van de directeur, is gehoorzaamheid en respect verplicht aan de directeur, het beleidsteam en het schoolbestuur. De personen die belast zijn met leidinggevende of controlefuncties moeten t.o.v. de personeelsleden de nodige objectiviteit, respect en redelijkheid aan de dag leggen.
§2. De directeur en de personeelsleden moeten zich loyaal opstellen ten opzichte van KADE en het bestuur in aanwezigheid van elkaar, leerlingen, ouders of derden. Dit houdt onder meer in dat zij geen activiteiten mogen ontwikkelen die onverenigbaar zijn met hun functie en/of die nadelig kunnen zijn voor de goede naam en werking van KADE.
§3. De deontologische code voor het gemeentepersoneel is integraal van toepassing op de personeelsleden.
Artikel 13
Het schoolbestuur belast de directeur met de uitvoering van de beslissingen van de gemeentelijke overheden en met de toepassing van de wets- en reglementaire bepalingen.
Artikel 14
§1. De directeur is belast met de leiding over de onderwijsinstelling en wordt hierin bijgestaan door een beleidsteam.
§2.Hij waakt erover dat de lessen regelmatig worden gegeven en op de gestelde uren beginnen en eindigen, rekening houdend met de regelgeving.
Hij bezoekt de klassen zo dikwijls hij dit nodig acht.
Hij mag aan de personeelsleden geen opmerkingen maken in aanwezigheid van de leerlingen of van derden.
Artikel 15
De directeur meldt elke onwettige afwezigheid van een personeelslid, evenals de door hem vastgestelde overtredingen van dit reglement schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen.
3.4 Meting van en controle op de arbeid
Artikel 16
De prestaties van het personeel worden vastgesteld aan de hand van de uur- en/of toezichtsroosters en de afwezigheden aan de hand van een meldingsregister.
Artikel 17
Het onderwijzend personeel is gehouden bij aankomst en vertrek het register te ondertekenen met de juiste tijdmelding. Die verplichting geldt voor alle vestigingsplaatsen.
Artikel 18
Het bestuurs-, onderwijzend, administratief en toezichthoudend personeel dient tijdig aanwezig te zijn in KADE. Gedurende de volledige opdracht moet elk personeelslid zich effectief ter beschikking stellen van de leerlingen of KADE.
3.5 Betaling van het loon
Artikel 19
De weddentoelagen worden door het departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks aan de statutaire personeelsleden of de contractuele personeelsleden ten laste van het departement uitbetaald door overschrijving via de bankinstellingen, op het einde van de maand na vervallen periode.
Artikel 20
Het loon wordt door het schoolbestuur rechtstreeks aan de contractuele personeelsleden (uitgezonderd de contractuele personeelsleden ten laste van het departement) uitbetaald door overschrijving via de bankinstellingen, op het einde van de maand na vervallen periode.
Artikel 21
Elk personeelslid kan zijn persoonlijke loonstaat inzien op het secretariaat van KADE.
3.6 Functiebeschrijving
Artikel 22
De rechten en plichten die van toepassing zijn met betrekking tot functiebeschrijvingen en functioneringsgesprekken zijn beschreven in hoofdstuk Vbis van het Decreet Rechtspositie en in de algemene afspraken die de inrichtende macht na onderhandeling in het ABOC heeft vastgelegd en waarvan elk personeelslid een uittreksel ontvangt.
Artikel 23
Voor elk personeelslid dat is aangesteld voor meer dan 104 dagen en voor elk personeelslid waarvoor de inrichtende macht dit in de algemene afspraken heeft vastgelegd, wordt er een geïndividualiseerde functiebeschrijving opgesteld in onderling overleg tussen het personeelslid en de directeur (voor de directeur: in overleg met de inrichtende macht) conform de bepalingen van het Decreet Rechtspositie en de algemene afspraken die de inrichtende macht na onderhandeling in het ABOC heeft vastgelegd. Het personeelslid ontvangt een exemplaar van zijn geïndividualiseerde functiebeschrijving.
Artikel 24
Het personeelslid waarvoor een geïndividualiseerde functiebeschrijving is opgesteld, voert zijn opdrachten en taken uit zoals beschreven in deze geïndividualiseerde functiebeschrijving.
Artikel 25
§1 Het personeelslid wordt in zijn functioneren gecoacht door de vakgroepvoorzitter of coördinator, de vakgroepvoorzitter en coördinator door de directeur en de directeur zelf door de inrichtende macht. Startende personeelsleden krijgen door bijkomende aanvangsbegeleiding de kans geleidelijk in de job in te groeien en zo de competenties die hij of zij in de opleiding heeft verworven, verder te ontwikkelen in de dagdagelijkse praktijk en dit waar nodig bij te sturen.
§2 Evaluatie en evaluatiegesprekken maken een essentieel onderdeel uit van de coaching en worden gehouden conform de algemene afspraken. De evaluatie resulteert in concrete afspraken die door het personeelslid moeten worden nageleefd.
Artikel 26
Het evaluatiedossier met de geïndividualiseerde functiebeschrijving per ambt, de verslagen van de evaluatie, de verslagen van de evaluatiegesprekken en de verslagen van andere acties in verband met coaching, worden bewaard door de directeur (eerste evaluator), het functioneringsdossier van de directeur wordt bewaard door de algemeen directeur. Ook de eventuele schriftelijke opmerkingen van het personeelslid bij deze verslagen, maken hiervan deel uit.
De directeur en de algemeen directeur zijn gehouden door het ambtsgeheim.
3.7 Ontslagregeling
3.7.1 Opzeggingstermijnen
Artikel 27
De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden voor bepaalde duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 24 t.e.m. 29 [WW7.1]van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.
Artikel 28
De opzeggingstermijnen voor de contractuele personeelsleden zijn vastgelegd in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
3.7.2 Dringende redenen
Artikel 29
Volgende ernstige tekortkomingen maken het voortduren van de betrekking onmiddellijk en definitief onmogelijk, onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van enerzijds de rechtbanken voor de arbeidsovereenkomsten, en anderzijds de Kamer van Beroep voor de tijdelijke aanstellingen voor bepaalde duur, en zonder dat deze lijst limitatief is:
3.8 Tuchtregeling
Artikel 30
De tuchtstraffen voor de vastbenoemde personeelsleden en de personeelsleden met een aanstelling voor doorlopende duur, zijn vastgelegd in de artikelen 64-66 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.
Artikel 31
De beroepsprocedure tegen deze tuchtstraffen is vastgelegd in de artikelen 13-19 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
3.9 Welzijn
3.9.1 Algemeen
Artikel 32
De algemene bepalingen inzake welzijn op het werk gelden in KADE.
Artikel 33
De namen en adressen van de leden van de stedelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk zijn opgenomen als bijlage.
De afspraken over het melden van klachten en problemen (klokkenluidersregeling) zijn terug te vinden op de website: https://www.kunstacademiedeinze.be/praktisch/over-kade/problemen-en-klachten-klokkenluider .[WW8.1]
Artikel 34
De namen van de verantwoordelijken voor EHBO per vestigingsplaats en de plaats van de EHBO-kist, zijn opgenomen als bijlage.
Artikel 35
De naam van de arbeidsongevallenverzekeraar is opgenomen als bijlage.
3.9.2 Maatregelen ter bescherming tegen geweld, pesterijen, en ongewenst seksueel gedrag op het werk
3.9.2.1 Beginselen en definities
Artikel 36
§1.
Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk zijn verboden omdat ze strijdig zijn met de rechten van de personeelsleden en met de eerbied voor hun menselijke waardigheid.
Dit verbod geldt voor de inrichtende machten en de personeelsleden alsmede de daarmee gelijkgestelde personen en ieder ander persoon die in contact komt met de personeelsleden bij de uitvoering van hun werk.
Onder “geweld op het werk” wordt verstaan elke feitelijkheid waarbij een personeelslid of een andere persoon waarop de betreffende bepalingen van de wet welzijn toepasselijk zijn, psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen bij de uitvoering van het werk.
Onder “pesterijen op het werk” wordt elk onrechtmatig en terugkerend gedrag, buiten of binnen de onderwijsinstelling, verstaan dat zich inzonderheid kan uiten in gedragingen, woorden, bedreigingen, handelingen, gebaren en eenzijdige geschriften en dat tot doel of gevolg heeft dat de persoonlijkheid, de waardigheid of de fysieke of psychische integriteit van een personeelslid of een ander persoon waarop de betreffende bepalingen van de wet welzijn toepasselijk zijn bij de uitvoering van het werk wordt aangetast, dat zijn betrekking in gevaar wordt gebracht of dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
Onder “seksueel gedrag” wordt elke vorm van verbaal, niet-verbaal of lichamelijk gedrag van seksuele aard verstaan waarvan diegene die er zich schuldig aan maakt, weet of zou moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van vrouwen en mannen op het werk.
§2.
Het integriteitsbeleid van KADE (als bijlage) geldt als leidraad bij het handelen van het personeel.
§3.
KADE is onderworpen aan de GDPR-wetgeving. Dit is een geheel van regels die geïntroduceerd werden door de Europese Unie met als doel de gegevens van natuurlijke personen te beschermen.
3.9.2.2 Het preventiebeleid
Artikel 37
Volgende personen zijn ermee belast de inrichtende macht bij te staan bij het uitwerken van een preventiebeleid, en de slachtoffers van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op te vangen en hulp te verlenen:
In overleg met, en na akkoord van het Bijzonder Overlegcomité, zullen de namen van betreffende personen, hun contactadres en telefoonnummer bekend gemaakt worden in KADE. De inrichtende macht garandeert dat deze personen in voorkomend geval hun werk op autonome en onafhankelijke wijze kunnen uitoefenen en de nodige tijd en ruimte krijgen om de slachtoffers bij te staan, een grondig onderzoek naar de feiten en de omstandigheden te voeren, en naar oplossingen te zoeken.
Zowel de vertrouwenspersoon als de bevoegde preventieadviseur, die binnen de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk wordt belast met de psychosociale aspecten, krijgen aangepaste opleiding om deze functie naar behoren te kunnen uitoefenen.
3.9.2.3 De preventiemaatregelen
Artikel 38
De preventiemaatregelen zijn wettelijk verplicht.
De inrichtende macht neemt in KADE volgende preventiemaatregelen m.b.t.:
3.9.2.4 Bescherming
Artikel 39
Het personeelslid dat in KADE het slachtoffer van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag meent te zijn, kan zich in eerste instantie wenden tot de vertrouwenspersoon die bevoegd is voor de opvang van slachtoffers van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag.
Het personeelslid dat in KADE het slachtoffer van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag meent te zijn, kan zich evenwel ook rechtstreeks wenden tot de bevoegde preventieadviseur.
Het personeelslid dat in KADE het slachtoffer van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag meent te zijn, kan zich ook rechtsreeks wenden tot de medische inspectie.
3.9.2.5 Procedure
Artikel 40
Het slachtoffer mag zich steeds laten bijstaan door zijn vakbondsafgevaardigde, raadsman of collega die het heeft aangewezen.
Wanneer het slachtoffer zich tot de vertrouwenspersoon wendt, hoort deze laatste afzonderlijk het slachtoffer, de eventuele getuigen en de persoon of personen die als dader(s) aangeduid worden. Op basis van deze feiten legt hij een dossier aan. Hij bemiddelt op verzoek van het slachtoffer met de dader(s) van het geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Indien de bemiddeling door de vertrouwenspersoon tot geen resultaat leidt of onmogelijk blijkt op korte termijn neemt de vertrouwenspersoon, op uitdrukkelijk verzoek van het slachtoffer, de met redenen omklede klacht in ontvangst. Dit gebeurt bij aangetekende brief of bij afgifte tegen ontvangstbewijs.
De vertrouwenspersoon stuurt deze onmiddellijk door aan de bevoegde preventieadviseur. De bevoegde preventieadviseur en de vertrouwenspersoon bespreken samen de zaak.
De bevoegde preventieadviseur hoort de betrokkenen opnieuw en kan bijkomend onderzoek verrichten. Hij bemiddelt opnieuw op verzoek van het slachtoffer en stelt een oplossing voor om de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk te stoppen.
Wanneer het slachtoffer zich onmiddellijk tot de bevoegde preventieadviseur wendt, hoort deze laatste afzonderlijk het slachtoffer, de eventuele getuigen en de persoon of personen die als dader(s) aangeduid worden. Op basis van deze feiten legt hij een dossier aan. Hij bemiddelt op verzoek van het slachtoffer met de dader(s) van het geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Indien de bemiddeling door de bevoegde preventieadviseur tot geen resultaat leidt of onmogelijk blijkt, neemt hij op uitdrukkelijk verzoek van het slachtoffer, de met redenen omklede klacht in ontvangst. Dit gebeurt bij aangetekende brief of bij afgifte tegen ontvangstbewijs.
De met redenen omklede klacht wordt opgenomen in een document dat wordt gedateerd en waarin de verklaringen van het slachtoffer en de getuigen worden opgenomen en in voorkomend geval het resultaat van de bemiddeling.
De bevoegde preventieadviseur onderzoekt volledig onpartijdig de met redenen omklede klacht en doet aan de inrichtende macht een voorstel betreffende de te nemen passende maatregelen.
Zodra een met redenen omklede klacht is ingediend, wordt de inrichtende macht op de hoogte gebracht. De inrichtende macht neemt ook op voorstel van de preventieadviseur, de passende maatregelen om de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag te stoppen en beslist of er een sanctie zal gegeven worden aan de dader(s).
Indien meer structurele elementen aan de bron liggen van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag werkt de bevoegde preventieadviseur voorstellen uit tot aanpassing van de risicoanalyse en de daarop geënte preventiemaatregelen. Deze worden volgens de wettelijke procedures besproken.
Indien ook de bevoegde preventieadviseur niet tot een oplossing komt of wanneer het geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag niet ophoudt, schakelt hij de medische inspectie in.
3.9.2.6 Specifieke ontslagbescherming
Artikel 41
Personeelsleden die een klacht wegens feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk indienen mogen op geen enkele wijze gediscrimineerd worden.
Vanaf het ogenblik van het indienen van een met redenen omklede klacht op de hiervoor beschreven wijze geniet het slachtoffer van ontslagbescherming. Dit geldt in voorkomend geval ook voor de in de zaak gehoorde getuigen.
3.9.2.7 Strafmaatregelen
Artikel 42
De vastgestelde inbreuken worden voor de gesubsidieerde personeelsleden behandeld en gesanctioneerd overeenkomstig het decreet rechtspositie van 27 maart 1991.
Opzettelijk valse aantijgingen kunnen eveneens aanleiding geven tot deze sancties.
3.9.3 E-policy & Elektronische mail
Artikel 43
Het onderwijzend, coördinerend en administratief personeelslid kan gebruik maken van de communicatie- en informaticatoepassingen van KADE voor zover dit nodig is voor de goede uitoefening van zijn/haar taak. Onder communicatie- en informaticatoepassingen worden alle middelen verstaan die voor informatieverwerking of voor communicatie aangewend kunnen worden, waaronder apparatuur en programmatuur. Deze middelen omvatten zowel professionele als persoonlijke communicatie- en informaticatoepassingen. Onder professionele communicatie- en informaticatoepassingen worden alle communicatie- en informaticatoepassingen verstaan die door het schoolbestuur ter beschikking gesteld zijn.
Het personeelslid maakt van de communicatie- en informaticatoepassingen gebruik als een normaal zorgvuldig persoon en in het bijzonder overeenkomstig de richtlijnen van het schoolbestuur.
Alle afspraken in verband met het recht op deconnectie zijn opgenomen in de bijlage.
Artikel 44
Elk personeelslid van de academie ontvangt een individueel e-mailadres voor professioneel gebruik. Alle mailverkeer m.b.t. KADE gebeurt via deze weg. Het personeelslid gebruikt zijn professioneel e-mailadres uitsluitend voor professionele doeleinden.
Het personeelslid erkent e-mail als één van de mogelijke communicatievormen tussen hem, het leidinggevend personeel en het schoolbestuur. Het personeelslid controleert geregeld de inhoud van zijn mailbox en volgt zijn e-mail binnen een redelijke termijn op. Alle berichten die het personeelslid aanbelangen, worden hem/haar medegedeeld via het professionele e-mailadres. Alle berichten zijn eveneens te raadplegen op het secretariaat.[WW9.1]
Het is elk personeelslid verboden om elektronische mail te gebruiken om:
Daarnaast is elk personeelslid verboden om de communicatie- en informaticatoepassingen van KADE te gebruiken om:
3.10 Bevoegde inspectiediensten
Artikel 45
De adressen van de bevoegde inspectiediensten zijn opgenomen als bijlage.
Artikel 1
Het arbeidsreglement voor het personeel van KADE wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Het nieuwe arbeidsreglement wordt digitaal ter beschikking gesteld van alle betrokken personeelsleden. Een kopie wordt bezorgd aan het Agentschap Onderwijsdiensten Vlaanderen.
Artikel 3
Dit besluit van de gemeenteraad en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Lena Adams (raadslid), Jan Vermeulen (schepen)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De samenwerkingsovereenkomst tussen het Stadsbestuur Deinze en Groep INTRO Maatwerk vzw.
De beslissing van de gemeenteraad van 18 december 2025.
De gemeenteraad keurde op 18 december 2025 de samenwerkingsovereenkomst met Groep Intro maatwerk vzw betreffende de uitbating van het Fietspunt (Statieplein 17A), netheid van de stationsbuurt, schoonmaak van het Veiligheidspunt (ruimte in het stationsgebouw), schoonmaak van Cambio-deelwagens en beheer van weesfietsen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Hierbij het voorstel om de samenwerkingsovereenkomst uit te breiden waarbij Groep Intro maatwerk vzw vanaf 1 oktober 2026 zal instaan voor het poetsen van het OverKop-huis gehuisvest op het Statieplein 27 (4u per week schoonmaak binnenruimtes + 1u per maand voor poetsen ramen). Groep Intro zal deze aanvullende dienst opnemen aan dezelfde voorwaarden als de schoonmaak van het Veiligheidspunt (28 euro per uur excl. BTW).
De samenwerkingsovereenkomst is gewijzigd:
Punt 3 (Extra dienstverlening aan het stadsbestuur): aanvulling rubriek 'Schoonmaak OverKop-huis'
Schoonmaak OverKop-huis
- Reguliere schoonmaak binnenruimtes: 4 uur / week
- Poetsen van de ramen binnen en buiten: 1 uur / maand
- Groep INTRO zorgt zelf voor schoonmaakmateriaal en – producten.
Punt 8 (Financiering): aanvulling rubriek 'Schoonmaak OverKop-huis'
Schoonmaak OverKop-huis:
- Binnenruimtes: 4u/week X 28 euro x 52 weken = 5.824 euro excl. 21% btw of 7.047 euro incl.btw / jaar.
- Ramen: 1u/maand X 28 euro x 12 maand = 336 euro excl. 21% btw of 406 euro incl. btw /jaar.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht. Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
075300 - OverKop |
| algemene rekening |
610300 - onderhoud en herstelling van gebouwen |
| actie |
geen |
| krediet |
jaarlijks 7.047,04 euro (28x 4 x 52 x 1,21) wekelijks poetsen jaarlijks 406,56 euro (28 x 1 x 12 x 1,21) maandelijks poets ramen |
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de aangepaste samenwerkingsovereenkomst met Groep Intro maatwerk vzw, zoals toegevoegd in bijlage, goed.
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Hugo Schaeck (raadslid), Jan Vermeulen (schepen), Bart Vermaercke (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester), Bart Van Thuyne (schepen), Matthias Neirynck (raadslid), Johan Cornelis (schepen)
Raadslid Hugo Schaeck
Vervuiling door duiven aan bushalte station Deinze (1)
De stationsomgeving van Deinze is dagelijks een belangrijke overstapplaats voor trein- en busreizigers. Net daarom verdienen netheid en comfort er de nodige aandacht. Aan de bushalte ter hoogte van perron 1 staan twee zitbanken onder de betonnen constructie van het spoorwegviaduct. Duiven nestelen en rusten op de bovenliggende steunbalken, waardoor de zitbanken en de onmiddellijke omgeving regelmatig sterk vervuild raken met uitwerpselen. Zoals uit bijgevoegde foto blijkt, gaat het niet om beperkte vervuiling. De banken zijn op bepaalde momenten nauwelijks bruikbaar. Dat is onaangenaam voor reizigers en geeft bovendien geen verzorgde indruk van een druk gebruikte toegang tot onze stad. De oplossing lijkt nochtans relatief eenvoudig. Op dergelijke constructies bestaan systemen die verhinderen dat duiven er blijven zitten, zoals duivenwerende pinnen of andere aangepaste voorzieningen. De stationsomgeving valt niet volledig onder het beheer van Stad Deinze. De stad overlegt vandaag echter al met NMBS, De Lijn en Infrabel over de stationsomgeving. Daarom lijkt het aangewezen dat de stad dit probleem bij de bevoegde beheerder aankaart
Vraag(+eventuele deelvragen):
Is het stadsbestuur op de hoogte van de vervuiling door duiven ter hoogte van de bushalte aan perron 1 van het station van Deinze? Wil het stadsbestuur contact opnemen met de bevoegde beheerder om deze vervuiling aan te pakken en te onderzoeken of op de bovenliggende steunbalken een duivenwerend systeem geplaatst kan worden? Kan het stadsbestuur daarbij ook nagaan of, in afwachting van een structurele oplossing, een regelmatiger onderhoud van de zitbanken nodig is?
Er zijn bijlagen beschikbaar bij deze vraag.
Raadslid Bart Vermaercke
Kmo-toegankelijke overheidsopdrachten bij Stad Deinze (2)
Overheidsopdrachten vertegenwoordigen een belangrijk deel van de publieke uitgaven. Ze bieden daardoor niet alleen mogelijkheden om goederen, diensten en werken tegen een correcte prijs en kwaliteit aan te kopen, maar vormen ook een belangrijke economische hefboom. Voor kleinere ondernemingen blijkt deelnemen aan overheidsopdrachten echter niet altijd evident. Complexe bestekken, zware administratieve verplichtingen, hoge omzetvereisten, uitgebreide referentie-eisen of grote opdrachten die niet in percelen worden opgesplitst, vormen soms een drempel. Daarom publiceerde Vlaams minister van Bestuurszaken en Binnenland Hilde Crevits op 22 mei 2026 de omzendbrief KBBJ/HFB 2026/1 over kmo-toegankelijke overheidsopdrachten. Die richt zich uitdrukkelijk ook tot lokale besturen. De omzendbrief vraagt onder meer aandacht voor eenvoudige opdrachtdocumenten, proportionele selectiecriteria, een goede voorafgaande marktverkenning en het waar zinvol opdelen van opdrachten. Daarnaast gaat bijzondere aandacht naar maatschappelijk verantwoorde overheidsopdrachten en naar mogelijkheden voor ondernemingen uit de sociale economie. Het uitgangspunt lijkt mij bijzonder relevant voor Deinze. Onze stad beschikt over een breed economisch weefsel met heel wat kleine en middelgrote ondernemingen. Het is dan ook interessant om na te gaan hoe deze nieuwe Vlaamse aanbevelingen vertaald worden naar het aankoopbeleid van Stad Deinze.
Vraag(+eventuele deelvragen):
Heeft het college kennisgenomen van de nieuwe Vlaamse omzendbrief over kmo-toegankelijke overheidsopdrachten en hoe beoordeelt het college de aanbevelingen daarin? Heeft de stedelijke aankoopdienst inmiddels de opdracht gekregen om deze aanbevelingen toe te passen of te onderzoeken hoe ze geïntegreerd worden in de bestaande aankoop- en aanbestedingsprocedures van Stad Deinze? (Ik denk hierbij aan het opnemen van gunningscriteria ivm afstand.) Welke concrete maatregelen neemt of overweegt de stad om de drempels voor kmo’s bij stedelijke overheidsopdrachten te verlagen, bijvoorbeeld inzake administratieve vereisten, selectiecriteria, marktconsultatie en het opdelen van opdrachten in percelen?
Er zijn bijlagen beschikbaar bij deze vraag.
RUP Stadsboulevard: Alternatieven? (3)
De stad werkt momenteel aan het RUP Stadsboulevard en het bijhorende plan-MER met geïntegreerde MOBER. Voor de opmaak van dat plan-MER werd eind 2025 een opdracht gegund aan Sweco voor 123.830 euro excl. btw. Het oorspronkelijke bestek is daarover bijzonder duidelijk. Het plan-MER moet niet alleen de milieueffecten onderzoeken, maar ook de redelijke alternatieven beschrijven en onderbouwd beoordelen. Meer nog: op pagina 22 van het bestek staat expliciet dat minstens vier alternatieven onderzocht moeten worden: • een tracé door het stedelijk weefsel; • een tracé op de rand van het stedelijk weefsel; • een tracé door de open ruimte; • een alternatief via bestaande wegen. Het bestek voorziet bovendien dat bijkomende redelijke alternatieven die tijdens het proces naar voren komen, eveneens onderzocht worden. Op 9 juni besliste het college echter om binnen dezelfde opdracht bijkomend technisch onderzoek te laten uitvoeren. Volgens het college is dit “noodzakelijk” om de redelijke alternatieven technisch te beoordelen. Kostprijs van deze bijkomende studie: 33.965 euro excl. btw of 41.097,65 euro incl. btw. Daarmee komt de totale kostprijs van beide opdrachten voorlopig op 157.795 euro excl. btw. Ik heb daar vragen bij. In het oorspronkelijke bestek staat immers uitdrukkelijk dat het plan-MER met geïntegreerde MOBER stap voor stap informatie moet aanreiken om de doelstellingen en keuzes van het RUP te “bevestigen, te verantwoorden en/of bij te sturen”. Tegelijk lijkt die ruimte voor bijsturing steeds kleiner. In het ontwerp-Beleidsplan Ruimte wordt de missing link tussen N35 en N43 immers al duidelijk als onderdeel van het gewenste toekomstbeeld opgenomen. Ook de stad omschrijft de doelstelling van het RUP zelf bijzonder stellig: het RUP “werkt de missing link tussen N35 en N43 weg door een nieuwe verbinding, de stadsboulevard.” Het bestek stelt zelfs dat binnen het plangebied uiteindelijk één variant wordt gekozen waarvoor een herbestemming wordt doorgevoerd. Een plan-MER hoort redelijke alternatieven te beoordelen. Volgens de Vlaamse MER-methodiek gaat het daarbij om andere manieren om dezelfde doelstellingen te realiseren; redelijke alternatieven horen vervolgens gelijkwaardig onderzocht te worden. Daarom rijst voor mij een fundamentele vraag: onderzoeken we nog welke oplossing het meest geschikt is om de vooropgestelde mobiliteitsdoelstellingen te bereiken, of onderzoeken we vooral welk tracé het best past bij een missing link waarvan de realisatie beleidsmatig al als uitgangspunt wordt genomen?
Vraag(+eventuele deelvragen):
1. Waarom volstaat de oorspronkelijke opdracht van 123.830 euro excl. btw niet om het in het bestek uitdrukkelijk voorziene alternatievenonderzoek uit te voeren, en waarom blijkt daarvoor nu een bijkomend technisch onderzoek van 33.965 euro excl. btw noodzakelijk? 2. Wat is de precieze inhoudelijke scheidingslijn tussen het alternatievenonderzoek dat reeds deel uitmaakt van de oorspronkelijke MER/MOBER-opdracht en het bijkomende technische alternatievenonderzoek? Welke prestaties uit de bijkomende opdracht waren niet voorzien in het oorspronkelijke bestek? 3. Wat ligt vandaag inhoudelijk nog werkelijk open? Staat ook een oplossing waarbij geen nieuwe wegverbinding tussen N35 en N43 wordt aangelegd nog als redelijk alternatief ter discussie, of gaat het verdere onderzoek uitsluitend nog over verschillende tracés en uitvoeringsvarianten van die nieuwe verbinding? 4. Hoe verhoudt een open alternatievenonderzoek zich tot het ontwerp-Beleidsplan Ruimte, waarin de missing link reeds duidelijk als onderdeel van het gewenste toekomstbeeld wordt opgenomen, en tot de omschrijving in het bestek dat het RUP deze missing link zal wegwerken door een nieuwe stadsboulevard? 5. Wie bepaalt uiteindelijk, en op basis van welke objectieve criteria, welke alternatieven na het technische vooronderzoek afvallen en welke alternatieven verder in het plan-MER worden onderzocht? 6. Kan het college bevestigen dat de resultaten van het MER en het alternatievenonderzoek de huidige beleidskeuze nog daadwerkelijk kunnen bijsturen, zoals het oorspronkelijke bestek zelf bepaalt, en dat dus niet alleen het tracé maar – indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft – ook de vooropgestelde oplossing opnieuw beoordeeld kan worden?
Er zijn bijlagen beschikbaar bij deze vraag.
Raadslid Matthias Neirynck
Aanbrengen toplaag Souplexbrug tijdens eerste volledige schoolweek (4)
De Souplexbrug kreeg van 4 tot 11 september een nieuwe toplaag en was intussen afgesloten voor alle verkeer. Dit terwijl dit de eerste volle week school was waarbij veel jonge scholieren hun weg zoeken van en naar (een nieuwe) school en hierbij de veiligste en snelste route zoeken. Deze werken remden dit principe af terwijl ook de politie een oproep deed om extra aandachtig en voorzichtig te zijn in de omgeving van scholen.
Vraag(+eventuele deelvragen):
1. Waarom moest deze toplaag tijdens de eerste volle schoolweek aangelegd worden? Kon deze niet vroeger (of later) aangebracht worden en hierdoor een belangrijke schoolroute open gehouden worden? 2. Was de stad zich bewust van de oproep van de politie rond de extra aandacht rond verkeersveiligheid in de eerste weken school? 3. Zal de stad in het vervolg trachten meer rekening te houden met de start van het schooljaar om geen grote infrastructurele werken uit te voeren langs de fietsroutes die ze zelf promoot?
Enig artikel
De mondelinge vragen worden beantwoord.
De voorzitter sluit de zitting op 24/09/2026 om 20:32.
Namens gemeenteraad,
Stefanie De Vlieger
algemeen directeur
Filip Vervaeke
voorzitter van de gemeenteraad