De voorzitter opent de zitting op 17/12/2025 om 23:23.
De OCMW-raad wordt geopend om 23u23 om punt 2 "Vaststellen van het meerjarenplan 2026-2031 - deel O.C.M.W Deinze" te behandelen.
Schorsing van de OCMW-raad om 23u24.
Terug openen van de OCMW-raad op 18 januari om 00u44 voor de verdere afhandeling van de agenda.
Schorsing van de OCMW-raad op 18 januari om 1u36 na bespreking van agendapunt 15.
Terug openen van de OCMW-raad op 18 januari om 1u39.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 november 2025.
De notulen van de vorige zitting worden goedgekeurd.
Enig artikel
De notulen van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 27 november 2025 worden goedgekeurd.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikels 249, 250, 257, 259, 286 § 1 3°, 287 en 330.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
De omzendbrief KBBJ/ABB2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en O.C.M.W. Deinze.
Het meerjarenplan 2026-2031 is opgemaakt volgens de BBC 3.0-regelgeving, overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, en de regels, schema's en rekeningstelsels volgens het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 voorziet in een geïntegreerde planning van het beleid van de gemeente en het O.C.M.W. Dit beleidsrapport omvat dus de beleidsdoelstellingen en ramingen van zowel de stad als het O.C.M.W., maar beide hebben hiervoor wel afzonderlijke kredieten. Gezien beide entiteiten als aparte rechtspersonen blijven bestaan, stemmen de gemeenteraad en de O.C.M.W.-raad in uitvoering van artikel 249 § 3 van het decreet lokaal bestuur elk over hun deel van het meerjarenplan 2026-2031, waarna de gemeenteraad het meerjarenplan 2026-2031, vastgesteld door de O.C.M.W.-raad, goedkeurt. Hierdoor is het geïntegreerde beleidsrapport definitief vastgesteld. De goedkeuring door de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes van de O.C.M.W.-raad.
Het meerjarenplan 2026-2031 is financieel in evenwicht (schema M2) gezien:
Aangezien de stad en het O.C.M.W. een geïntegreerd aangepast meerjarenplan 2026-2031 hebben opgemaakt, is het financiële evenwicht beoordeeld voor de stad en het O.C.M.W. samen. Bij de berekening van het geconsolideerd financieel evenwicht is rekening gehouden met de cijfers van het aangepaste meerjarenplan 2026-2031 van het AGB stad Deinze.
De O.C.M.W.-raad stelt het deel van het O.C.M.W. van het meerjarenplan 2026-2031 vast.
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 deel O.C.M.W. Deinze wordt vastgesteld zoals gezien in bijlage.
Artikel 2
Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en O.C.M.W. Deinze zal in uitvoering van artikel 250 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in digitale vorm aan de Vlaamse Regering worden bezorgd na goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 deel O.C.M.W. Deinze door de gemeenteraad van de stad Deinze, en deze beslissing zal in uitvoering van artikel 286 § 1 3° van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt worden via de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking in uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
Annick Verstraete (raadslid), Conny De Spiegelaere (schepen)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, de artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de O.C.M.W.-raad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de O.C.M.W.-raad van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van niet-fiscale ontvangsten.
De tarieven voor de noodopvang - evolutie 2022 tot en met 2025.
Gebruikers van de noodopvang betalen een retributie per dag dat zij verblijven in de noodopvangeenheid. De bestaande tarieven van het verblijf in de noodopvang werden geëvalueerd. De voorgestelde tarieven zijn inclusief alle kosten voor nutsvoorzieningen, zoals water, gas en elektriciteit, evenals wifi- en televisiediensten. Bovendien zijn alle opvanglocaties volledig bemeubeld en voorzien van het noodzakelijke basiscomfort, zodat bewoners onmiddellijk en zonder bijkomende kosten gebruik kunnen maken van de voorzieningen. Om een snellere doorstroom in de noodopvang te creëren wordt de retributie voor een verblijf dat langer loopt dan 3 maanden opgetrokken. Zo worden de gebruikers gestimuleerd om actief te zoeken naar andere en permanente huisvesting. De voorgestelde tarieven liggen nog steeds iets lager dan de marktconforme tarieven.
Er wordt voorgesteld om het tarief voor kinderen, te verlagen van 3,83 euro naar 2,50 euro per kind/per dag en er worden maximaal drie kinderen aangerekend per gezin. Dit betekent dat gezinnen met meer dan drie kinderen nooit meer betalen dan het vastgelegde tarief voor drie kinderen, ongeacht het totale aantal kinderen.
Gebruikers van de noodopvang die zelf geen donsdeken en hoofdkussen meebrengen kunnen een "lakenpakket" aankopen voor 22 euro. Dit is een nieuw tarief vanaf 2026. Vroeger was dit op kosten van het O.C.M.W. Lakens en dekbedovertrek worden gratis ter beschikking gesteld.
Bewoners dragen de verantwoordelijkheid voor alle schade die zijzelf, hun kinderen of hun bezoekers veroorzaken aan het gebouw, het meubilair of andere voorzieningen van de opvanglocatie. Wanneer schade wordt vastgesteld, beoordeelt de woonbegeleider de omvang ervan. De kosten die nodig zijn voor herstel of vervanging worden aan de betrokken bewoners aangerekend.
Bij verlies van een sleutel, of wanneer deze bij vertrek niet tijdig wordt terugbezorgd, wordt een forfaitaire kost van 50 euro aangerekend.
Om verantwoord en duurzaam om te gaan met energieverbruik, kan een bijkomende vergoeding worden aangerekend wanneer het OCMW een overmatig gebruik van elektriciteit, verwarming of water vaststelt. Voor deze berekening baseert het OCMW zich op de geldende gemiddelde verbruiksnormen: voor water op de cijfers van de VMM, en voor gas en elektriciteit op de gemiddelde energieverbruiken zoals vastgesteld door de VREG. Het bedrag van de extra vergoeding wordt proportioneel berekend op basis van het effectief verbruik: enkel het gedeelte dat het gemiddelde verbruik overschrijdt, wordt doorgerekend aan de bewoner, volgens de op dat moment geldende tarieven voor water, gas en elektriciteit.
In het verleden werden alle vermelde tarieven niet opgenomen in een retributiereglement. Vanaf 2026 wordt hiervoor een retributiereglement vastgesteld voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
093000 - Sociale huisvesting |
| algemene rekening |
700605 - Retributies: noodopvang |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
108.188 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het verblijf in een noodopvangeenheid.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de persoon verblijvend in een noodopvangeenheid van het O.C.M.W. Deinze.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Alleenstaanden:
Samenwonenden:
Kinderen:
Gebruik lakenpakket
Schadevergoeding:
Bewoners zijn verantwoordelijk voor eventuele schade die zij, hun kinderen of bezoekers veroorzaken aan het gebouw, het meubilair of andere voorzieningen van de opvanglocatie. Vastgestelde schade wordt beoordeeld door de woonbegeleider. De kosten voor herstel of vervanging zijn voor rekening van de bewoners. De schadevergoeding dient binnen de door de beheerder gestelde termijn te worden betaald.
Verlies sleutel:
Een kost van 50 euro wordt aangerekend bij verlies of laattijdig binnenbrengen van de sleutel bij vertrek.
Overmatig energieverbruik:
Indien het OCMW een overmatig verbruik van elektriciteit, verwarming of water vaststelt, wordt een bijkomende vergoeding aangerekend. Voor de berekening gebruikt het OCMW de gemiddelde verbruiksnormen: voor water de cijfers van de VMM, en voor gas en elektriciteit het gemiddelde energieverbruik zoals vastgesteld door de VREG.
De extra vergoeding wordt berekend in verhouding tot het daadwerkelijke verbruik. Het deel van het verbruik dat boven het gemiddelde ligt, wordt aangerekend op basis van de op dat moment geldende kosten voor water, gas en elektriciteit.
Artikel 4
De retributie zal jaarlijks vanaf 2027, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Er worden geen afrondingen doorgevoerd.
Overgangsbepaling
Artikel 5
Bewoners van de noodopvang met een lopend contract, betalen het oude tarief tot hun contract afloopt. Indien er na januari 2026 een verlenging van dit contract nodig is, betalen deze personen het nieuwe tarief.
Wijze van betaling
Artikel 6
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op verblijf in de noodopvang.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 2, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, de artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de O.C.M.W.-raad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de O.C.M.W.-raad van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van niet-fiscale ontvangsten.
Beslissing OCMW-raad van 22 mei 2025 over het retributiereglement voor het leveren van maaltijden aan huis (De Lekkerbek) en voor maaltijden in de seniorenrestaurants Zeventiendorpen en Grand Café.
Naar aanleiding van de vaststelling dat de productiekosten van de maaltijden hoger lagen dan de verkoopprijs van de maaltijden, besliste de OCMW-raad in zitting van 22 mei 2025 om de retributie voor het leveren van maaltijden aan huis (De Lekkerbek) en voor maaltijden in de seniorenrestaurants Zeventiendorpen en Grand Café als volgt vast te stellen:
• regulier tarief : 12,50 euro per maaltijd
• sociaal tarief : 50 % van het regulier tarief
Deze retributie werd tot 31 december 2025 vastgesteld. Deze retributie moet voor de periode van 2026 tot en met 2031 opnieuw vastgesteld worden. Er wordt voorgesteld om de retributie met ingang van 1 januari 2026 te behouden op 12,50 euro per maaltijd (= regulier tarief - sociaal tarief: 50% van het regulier tarief) en de retributie jaarlijks te indexeren (aan de hand van de gezondheidsindex) in januari vanaf 2027.
Eveneens wordt voorgesteld om de voorwaarden om gerechtigd te zijn op een sociaal tarief te behouden op: personen met een (equivalent)leefloon of met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO).
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
094600 - Thuisbezorgde maaltijden |
| algemene rekening |
700901 - Retributies: verkopen maaltijden |
| actie |
geen |
| krediet |
456.000 euro + 87.500 euro + 187.063 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het leveren van maaltijden aan huis (De Lekkerbek) en in de seniorenrestaurants (LDC Zeventiendorpen - Grand Café).
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de gebruikers van de maaltijden aan huis (De Lekkerbek) en in de seniorenrestaurants (LDC Zeventiendorpen - Grand Café).
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
• regulier tarief: 12,50 euro per maaltijd
• sociaal tarief: 50 % van het regulier tarief
Artikel 4
Het sociaal tarief geldt voor personen met een (equivalent)leefloon of met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO).
Artikel 5
De retributie zal vanaf 2027 jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: de bovenliggende tien cent.
Wijze van betaling
Artikel 6
Voor de maaltijden aan huis (De Lekkerbek) wordt aan de retributieplichtige maandelijks een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Voor de seniorenrestaurants (LDC Zeventiendorpen - Grand Café) moet de retributie contant (cash of via Bancontact) worden betaald bij de aankoop van de maaltijdbonnen en wordt een kwitantie afgeleverd.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het leveren van maaltijden aan huis (De Lekkerbek) en in de seniorenrestaurants (LDC Zeventiendorpen - Grand Café).
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 2, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, de artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de O.C.M.W.-raad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de O.C.M.W.-raad van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van niet-fiscale ontvangsten.
Het besluit van de O.C.M.W.-raad van 21 december 2023 over goedkeuren aanpassing tarievennota periode 2020-2025 met ingang van 1 januari 2024, artikel 3 § 1 in het bijzonder.
Zowel het LDC Zeventiendorpen als de GAW Het Gast-huis verhuren enkele zalen volgens volgende voorwaarden:
Deze worden ter beschikking gesteld van de Deinse verenigingen, voor activiteiten van socio-culturele aard. Er wordt steeds voorrang gegeven aan de activiteiten van het lokaal dienstencentrum, de GAW Het Gast-Huis en de Seniorenwerking van Deinze.
De huidige tarieven voor verhuur van zalen van het LDC Zeventiendorpen zijn vastgesteld in de tarievennota en zijn geldig tot 31 december 2025. Een nieuwe retributie moet daarom worden vastgesteld. De verhuur van zalen in GAW Het Gast-Huis is nieuw vanaf 1 januari 2026. De tarieven hiervoor worden ook in deze retributie vastgesteld.
Er wordt voorgesteld om vanaf 1 januari 2026 de bedragen als volgt aan te passen aan de prijsevolutie en deze bedragen jaarlijks te indexeren:
De lokalen zijn gratis te gebruiken door de OCMW-diensten, stadsdiensten, het AGB, de ELZ Schelde & Leie en de SAR.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
095100 - Dienstencentra |
| algemene rekening |
700600 - Retributie: huur publieke ruimtes |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
5.700 euro / GAW: op te nemen in MJPW 2026/1 |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het gebruik van de zalen van LDC Zeventiendorpen (zalen Bachte, Sint-Martens-Leerne, Petegem, Astene, Gottem, Grammene en bovenzaal) en GAW Het Gast-Huis (De Gast-Huiszaal, de zuster Wlodomira-zaal en de Silvaan Leroyzaal).
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de gebruikers van de zalen.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4
De retributie zal vanaf 2027 jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 5
De lokalen zijn gratis te gebruiken door de OCMW-diensten, stadsdiensten, het AGB, de ELZ Schelde & Leie en de Seniorenadviesraad.
Wijze van betaling
Artikel 6
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het gebruik van de zalen van LDC Zeventiendorpen en GAW Het Gast-Huis.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 2, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, de artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de O.C.M.W.-raad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de O.C.M.W.-raad van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van niet-fiscale ontvangsten.
Het besluit van de O.C.M.W.-raad van 21 december 2023 over het goedkeuren aanpassing tarievennota periode 2020-2025 met ingang van 1 januari 2024, artikel 3 § 5 in het bijzonder.
Gelet op het zwaar verlieslatend karakter van de dienstverlening DCO wordt er op grond van de tarievennota momenteel een aanvullende vergoeding aangerekend van 7,85 euro per maand (geïndexeerd bedrag). De tarievennota is slechts geldig tot eind 2025, waardoor het nodig is om de aanvullende vergoeding opnieuw vast te stellen voor 2026.
Het zorgbedrijf Meetjesland heeft op 18 november 2025 beslist om de aanvullende vergoeding te verhogen van 7,5 euro/maand naar 4 euro/gepresteerd uur (50% korting voor bewoners assistentiewoningen GAW en klanten die bewijzen dat zij of hun inwonende partner recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming) m.i.v. 1 april 2026. Gelet op het voornemen om de dienstverlening DCO in de loop van 2026 niet meer in eigen beheer te voorzien, wordt voorgesteld om de aanvullende vergoeding aan de huidige index niet te verhogen vanaf 1 januari 2026 en die dus te behouden op een forfaitair bedrag van 7,85 euro/maand.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
094800 - Poetsdienst DCO |
| algemene rekening |
700920 - Retributies: administratieve kosten |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
13.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2026 een retributiereglement geheven op de aanvullende vergoeding voor de poetsdienst DCO O.C.M.W. Deinze.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de gebruikers van de poetsdienst DCO O.C.M.W. Deinze.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Wijze van betaling
Artikel 4
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 5
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 6
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2026 een retributiereglement geheven op de aanvullende vergoeding voor de poetsdienst DCO O.C.M.W. Deinze.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 2, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 24 oktober 2011 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het financieringsplan pensioenfonds statutair O.C.M.W.-personeel.
De pensioenbijdragen voor de statutairen (basisbijdragen en responsabiliseringsbijdragen) zullen in de toekomst blijven stijgen ingevolge de vergrijzing en wijzigende pensioenwetgeving ter zake.
Voor het statutair personeel van de stad bestaat reeds lang een pensioenfonds statutairen dat dient als reservefonds voor de betaling van de stijgende pensioenlasten. Voor het statutair personeel van het O.C.M.W. bestaat geen pensioenfonds. Aan Belfius werd gevraagd om een simulatie voor het O.C.M.W. te maken zodat kan ingeschat worden wat de financiële impact van de pensioenlasten + responsabiliseringsbijdrage van het statutaire O.C.M.W.-personeel is. Door Belfius werd een simulatie bezorgd.
Hieruit blijkt dat de loonmassa jaarlijks daalt (gelet op de beslissing om geen statutair personeel meer aan te werven), maar dat de totale pensioenlast, mede door de steeds stijgende responsabiliseringsbijdrage, jaarlijks oploopt en pas vanaf 2044 opnieuw heel licht begint te dalen. Door deze hoge kost wordt voorgesteld om vanaf 2026 ook een pensioenfonds voor het statutaire O.C.M.W.-personeel op te starten.
In 2026 zal een startkapitaal van 250.000 euro in het pensioenfonds gestort worden. Voor de volgende jaren zal het financieringsplan van het pensioenfonds jaarlijks geëvalueerd worden, en zal bekeken worden of en hoeveel er in het pensioenfonds wordt gestort.
In de simulatie die door Belfius werd bezorgd zou in de periode 2027-2034 jaarlijks 100.000 euro in het fonds gestort worden. Op die manier zouden er voldoende middelen in het pensioenfonds aanwezig om de pensioenbijdragen voor het statutair O.C.M.W.-personeel tot en met 2041 te betalen.
Deze beslissing valt onder de visumplicht. Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| budget |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
011200 - personeelsdienst en vorming |
| algemene rekening |
624300 - bijdrage herverzekering werkgeversbijdragen wettelijke verzekeringen |
| actie |
geen |
| krediet |
250.000 euro |
visum onder voorbehoud goedkeuring meerjarenplan 2026 - 2031
Gunstig visum 2025/245 van Sabine Vermeersch van 20 november 2025
Artikel 1
Vanaf 2026 wordt een pensioenfonds voor het statutair O.C.M.W.-personeel opgericht. In 2026 wordt een startkapitaal van 250.000 euro gestort.
Artikel 2
De financieel directeur wordt gemachtigd om het financieringsplan van het pensioenfonds statutair O.C.M.W.-personeel te ondertekenen.
Artikel 3
Deze beslissing en het ondertekende financieringsplan van het pensioenfonds voor het statutair O.C.M.W.-personeel zal aan Belfius Bank & Verzekeringen bezorgd worden.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de webtoepassing van de stad (artikel 285 § 2, 1° en § 3 en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De statuten van het autonoom gemeentebedrijf AGB Stad Deinze, goedgekeurd op 27 maart 2025.
De circulaire nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27 september 2005 waarin de definitie van een Dienstencentrum en de bepaling van de minimumvereisten ervan opdat het geheel aan belasting zou onderworpen zijn, bepaald wordt.
De full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 23 februari 2016 en ondertekend door beide partijen op 09 maart 2016.
Addendum nr. 1 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 18 december 2017.
Addendum nr. 2 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 21 februari 2019.
Addendum nr. 3 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 15 maart 2021.
Addendum nr. 4 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 13 december 2022.
Addendum nr. 5 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 19 december 2023.
Addendum nr. 6 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 25 november 2024.
Voorstel addendum nr. 7 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel.
Artikel 5 van de full-service overeenkomst bepaalt de forfaitaire basisvergoeding die de gebruikers dienen te betalen voor het gebruik van het geheel van diensten conform de voorwaarden bij aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27 september 2005.
Deze forfaitaire basisvergoeding wordt bepaald op basis van de geraamde inkomsten en uitgaven van het gebouw en dit zowel inzake exploitatie als investering.
De dagprijs is lichtjes gedaald. Teneinde de full-service overeenkomst in overeenstemming te brengen dient er addendum te worden opgemaakt betreffende de forfaitaire basisprijs.
Deze forfaitaire basisprijs is slechts een raming. Er zal per jaareinde een nacalculatie gebeuren van de reële lasten, taksen en belastingen van het Dienstencentrum Leiespiegel zodat de forfaitaire basisprijs jaarlijks kan aangepast worden in het voor- of nadeel van de gebruiker.
Artikel 1
De voorzitter van de OCMW raad wordt gemachtigd om een addendum nr. 7 aan de full service-overeenkomst van het Dienstencentrum Leiespiegel van 9 maart 2016 tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze te ondertekenen.
Artikel 2
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het feit dat volgende wijziging aan §1 van artikel 5 van bijgevoegde full service-overeenkomst van het Dienstencentrum Leiespiegel tussen het AGB Stad Deinze en het OCMW Deinze wordt opgenomen:
"Artikel 5 Vergoedingen
§1 Forfaitaire Basisvergoeding
De forfaitaire Basisvergoeding met betrekking tot het geheel van de in Artikel 1 bedoelde minimale standaarddiensten bedraagt afgerond 31 euro (exclusief BTW) per volledige normale openingsdag en per het aantal toegewezen werkplekken.
Een volledige normale openingsdag is elke werkdag van de week, behalve op vrijdag. Per 31/12 van ieder jaar zal er een eindafrekening opgemaakt worden op basis van de reële lasten van het Dienstencentrum zodat de forfaitaire basisvergoeding jaarlijks kan worden aangepast door het Dienstencentrum in het voor- of nadeel van de Gebruiker.
Deze Basisvergoeding dekt alle lasten en belastingen met betrekking tot het gebouw en de uitrusting van het Dienstencentrum alsook de lasten van water, energieverbruik, verwarming en telecommunicatie vermeld in Artikel 1 hiervoor. Deze forfaitaire Basisvergoeding kan onder geen beding worden verminderd of aangepast ingevolge een verzaking van de Gebruiker aan een of meerdere diensten uit het pakket standaarddiensten van de Basisdienst. De forfaitaire Basisvergoeding is per kwartaal betaalbaar door overschrijving tegen uitreiking van een factuur".
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de webtoepassing van de stad (artikel 285 § 2, 1° en § 3 en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, de artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de O.C.M.W.-raad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW's.
Het ontwerp van de nieuwe verblijfsovereenkomst en het nieuwe huishoudelijk reglement voor de noodopvang.
Er is een verblijfsovereenkomst en een huishoudelijk reglement over noodopvang maar deze documenten waren aan vernieuwing toe. Het nieuwe ontwerp verduidelijkt de verwachtingen van het Sociaal huis tegenover de gebruiker en omgekeerd. Bij het afsluiten van de overeenkomst voor noodopvang worden op die manier goede afspraken gemaakt met de gebruiker.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
De OCMW-raad keurt de verblijfsovereenkomst en het huishoudelijk reglement voor de noodopvang goed. Dit reglement treedt onmiddellijk in werking voor alle toekomstige overeenkomsten voor noodopvang.
Artikel 2
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 2, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikels 41 en 162.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, de artikels 77 en 78 over de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de artikels 1, 2 en 3.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van een mantelzorgpremie.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van een mantelzorgpremie eindigt op 31 december 2025.
Stad Deinze wenst voor de periode 2026-2031 de premie te behouden om aan de mantelzorgers die langdurig en onbezoldigde zorg aan een zorgbehoevende persoon in de directe omgeving aanbieden, een financiële tegemoetkoming te verlenen. Via deze premie wenst het bestuur de mantelzorgers een blijk van waardering te geven voor hun inzet en zorg voor een zorgbehoevende persoon.
Vanaf 2027 zal de premie jaarlijks worden geïndexeerd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 094300 - Gezinshulp |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidie aan personen |
| kostenplaats | MANTEL |
| krediet | 75.000 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van een mantelzorgpremie.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil inwonende mantelzorgers die onbezoldigde zorg aan een zorgbehoevende persoon in de thuisomgeving aanbieden een financiële tegemoetkoming verlenen. Via deze premie wil het bestuur de mantelzorgers een blijk van waardering geven voor hun inzet en zorg voor een zorgbehoevend persoon.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De premie wordt aangevraagd door de inwonende mantelzorger van de persoon met verminderde zelfredzaamheid die in de stad Deinze gedomicilieerd is.
Artikel 5
Er kan voor elke persoon met verminderde zelfredzaamheid jaarlijks één aanvraag ingediend worden.
Voorwaarden
Artikel 6
OCMW Deinze verleent de premie onder volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de premieaanvraag:
Premiebedrag
Artikel 7
De premie bedraagt 25 euro per volledige maand per persoon met verminderde zelfredzaamheid.
Artikel 8
Vanaf 2027 zal de premie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Premie jaar X = Basisbedrag premie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 9
De mantelzorgpremie van het voorgaande kalenderjaar wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze tussen 1 januari en 31 maart.
Beoordeling
Artikel 10
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de aanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie ontbreekt om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
§3. De bevoegde dienst zal de Kruispuntbank consulteren voor het beoordelen of de voorwaarden voldaan zijn.
Beslissing
Artikel 11
§1. Het vast bureau beslist over het al dan niet toekennen van de premie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 12
§1. De uitbetaling van de premie gebeurt na de beslissing van het vast bureau via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe OCMW Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 13
§1. OCMW Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende premie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de premie terugbetalen.
§2. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan OCMW Deinze beslissen om de toekenning van de premie te schorsen en in de toekomst geen premies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende premiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 14
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het vast bureau.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement voor het toekennen van een mantelzorgpremie voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikels 41 en 162.
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, de artikels 77 en 78 over de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn OCMW Deinze van 28 november 2019 over het toekennen van subsidies aan kansarmoedeverenigingen in Deinze.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn OCMW Deinze van 28 november 2019 over het toekennen van subsidies aan kansarmoedeverenigingen in Deinze eindigt op 31 december 2025.
Hierbij wordt voorgesteld om deze subsidie te behouden voor de periode 2026-2031.
Het budget voorzien in het meerjarenplan voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 090900 - Overige verrichtingen inzake sociale uitsluiting |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 41.384 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan kansarmoedeverenigingen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil de werking van vrijwilligersorganisaties in de stad Deinze ondersteunen die de situatie van inwoners in armoede willen verbeteren. Dit door erkende kansarmoedeverenigingen financieel te ondersteunen in hun basiswerking (basissubsidie en werkingssubsidie) en bij het huren van een lokaal indien nodig (huursubsidie).
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een kansarmoedevereniging gehuisvest in de stad Deinze en die in de stad Deinze een actieve werking heeft.
Voorwaarden
Artikel 5
OCMW Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
De subsidie bedraagt:
§1. Basissubsidie: 500 euro per kansarmoedevereniging die voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 3, 4 en 5.
§2. Huursubsidie: de huur die de kansarmoedevereniging betaalt, met een maximum van 240 euro per maand.
§3. Werkingssubsidie: het resterend subsidiebedrag na aftrek van de basissubsidie en de huursubsidie wordt verdeeld over de verschillende aanvragers op basis van het aantal personen dat gebruik maakt van de dienstverlening van de desbetreffende kansarmoedevereniging. (Op datum van 1 juni).
Artikel 8
Vanaf 2027 zal het krediet voor deze subsidie voorzien in het meerjarenplan van de stad jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2023 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie voor afgelopen werkjaar wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze voor 31 maart.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van OCMW Deinze of een door OCMW Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1 Het vast bureau beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het vast bureau via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe de raad voor maatschappelijk welzijn onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. OCMW Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan OCMW Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het vast bureau.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan kansarmoedeverenigingen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de OCMW-raad van 26 oktober 2021 over het subsidiereglement voor secundaire scholen in het kader van de bestrijding van menstruatiearmoede.
Het besluit van de raad van maatschappelijk welzijn van 26 oktober 2021 over het subsidiereglement voor secundaire scholen in het kader van de bestrijding van menstruatiearmoede vervalt per 31 december 2025.
Uit een onderzoek van Caritas bij 2.600 respondenten blijkt dat 1 op de 8 vrouwen in Vlaanderen tussen 12 en 25 jaar soms niet genoeg geld heeft om menstruatieproducten te kopen. Voor meisjes die in armoede leven, loopt het op tot bijna 1 op de 2.
Menstruatiearmoede geeft ook vaak aanleiding tot een vermindering van kansen, o.a. op vlak van onderwijs. Het Caritas-onderzoek toont immers aan dat menstruatiearmoede vooral voor jonge meisjes een grote impact heeft. Er zijn meisjes die niet naar school durven als ze ongesteld zijn, omdat ze geen maandverband of tampons kunnen aankopen.
Als warme stad willen we voor de periode 2026-2031 de menstruatiearmoede blijven aanpakken. De secundaire scholen zijn een belangrijke partner om de menstruatiearmoede binnen onze stad aan te pakken. We willen de secundaire scholen in de stad Deinze via deze subsidie stimuleren hierop in te zetten.
Inhoudelijk wordt het reglement niet gewijzigd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 090000 - Sociale bijstand |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 600 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan secundaire scholen in het kader van de bestrijding van menstruatiearmoede.
Doel
Artikel 2
OCMW Deinze wenst menstruatiearmoede te bestrijden.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door de secundaire scholen in de stad Deinze.
Artikel 5
Er kan per instellingsnummer jaarlijks één subsidie worden aangevraagd.
Voorwaarden
Artikel 6
OCMW Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
Het subsidiebedrag bedraagt 120 euro per jaar per school.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
De subsidie voor het voorbije schooljaar wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze vóór 30 september.
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het vast bureau beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het vast bureau via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe OCMW Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. OCMW Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan OCMW Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het vast bureau.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan secundaire scholen in het kader van de bestrijding van menstruatiearmoede voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Freija D'hondt (raadslid), Marleen Vanlerberghe (schepen), Rutger De Reu (burgemeester), Annick Verstraete, Jan Pauwels (raadsleden)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de erkenningsvoorwaarden en werking van woonzorgvoorzieningen.
Het Ministerieel besluit van 14 oktober 2009 tot vaststelling van de wijze waarop prijsverhogingen in woonzorgvoorzieningen worden meegedeeld en verantwoord.
Het Ministerieel besluit van 7 juni 2023 tot bepaling van de samenstelling van de dagprijs, de extra vergoedingen en de voorschotten ten gunste van derden aangerekend in de woonzorgcentra en de centra voor kortverblijf type 1.
Simulatie aanvraagformulier prijsdossier wzc/CvK Karel Picqué (Exceldocument).
Vergelijking woonzorgcentra via vergelijkingstool OKRA woonzorgcentrum Karel Picqué - woonzorgcentrum Sint-Franciscus - woonzorgcentrum Sint-Vincentius.
Vergelijking woonzorgcentra via vergelijkingstool OKRA woonzorgcentrum Karel Picqué - woonzorgcentrum Sint-Jozef - woonzorgcentrum Ter Leenen.
In de OCMW-raad van 28 november 2024 werd beslist om voor het woonzorgcentrum de prijs te indexeren volgens de evolutie van de gezondheidsindex, de ligdagprijs wordt na iedere overschrijding van de spilindex aangepast met 2%.
Ondanks de aanpassing volgens de spilindex zien we dat het woonzorgcentrum een verlies lijdt zoals blijkt uit de jaarrekeningen van 2023 en 2024.
Voor het jaar 2023 gaat het om een bedrag van 228 356,00 euro en voor 2024 over een bedrag van 635 818,00 euro.
Op basis van de financiële resultaten opgenomen in de jaarrekeningen 2023 en 2024 bestaat de mogelijkheid om bij het Departement Zorg een aanvraag tot herziening van de dagprijzen van het woonzorgcentrum in te dienen.
Volgens de vigerende wetgeving kunnen woonzorgcentra die hun dagprijs willen optrekken, zonder dat ze bijkomende investeringen realiseren, dat wanneer zij gedurende minstens 2 van de afgelopen 3 jaar verliezen boekten. Deze woonzorgcentra dienen 2 volledige boekjaren verlies te maken alvorens zij de dagprijs kunnen laten stijgen tot op het niveau van 2,5% rendement op de uitbating van een woonzorgcentrum.
Ter voorbereiding werd een eerste simulatie uitgevoerd op basis van de jaarrekeningen 2023 en 2024. Hierbij werd:
Uit deze simulatie blijkt dat:
De vermelde bedragen vertegenwoordigen de maximaal toelaatbare dagprijzen volgens de berekening. De O.C.M.W.-raad kan er echter voor kiezen om binnen deze marges een andere dagprijs voor te stellen in de aanvraag.
De huidige dagprijs van 68,32 euro kan maximaal stijgen met 6,00 euro per 6 maanden. Dit betekent dat de dagprijs voor de huidige bewoners in twee stappen zou kunnen stijgen. Dit betekent dat de dagprijs voor de huidige bewoners in twee stappen zou stijgen, namelijk op eerst naar 74,32 euro en 6 maanden later naar 75,15 euro
De dagprijs voor nieuwe bewoners kan onmiddellijk aangepast worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met een periode van ongeveer 3 jaar vooraleer het financieel rendement van de prijsaanpassing optimaal is. Voor het woonzorgcentrum is de jaarlijkse turn-over ongeveer 30%.
Mogelijk scenario voor het wzc/ CvK Karel Picqué:
Naar zorgaanbod en zorgkwaliteit (o.a. door onze betere personeelsomkadering) zijn we het best te vergelijken met het woonzorgcentrum Sint-Franciscus. Als wzc Karel Picqué hebben we momenteel een heel goede naam in de regio (zowel bij professionals als bij gebruikers). Dit hebben we naast onze goede zorg ook te danken aan de inzet op het dagelijks leven van onze bewoners.
Op basis van het gesimuleerde prijzendossier kunnen de dagprijzen evolueren naar maximaal:
• 75,15 euro voor huidige bewoners (+10%)
• 97,33 euro voor nieuwe bewoners
De regelgeving voorziet een maximale stijging van 6,00 euro per zes maanden voor huidige bewoners.
Voorgesteld scenario
Om de impact op bewoners te beperken en de communicatie te vereenvoudigen, wordt voorgesteld om de prijsstijging onder deze grens van 6,00 euro te houden.
Voor nieuwe bewoners heeft het bestuur meer ruimte om de dagprijs vast te leggen.
Er wordt voorgesteld om bij goedkeuring door Agentschap Zorg de dagprijzen aan te passen vanaf 1 april 2026 naar:
Het woonzorgcentrum beschikt over een sterke en bovennorm personeelsbezetting, waardoor kwalitatieve zorg en extra aandacht voor de leefkwaliteit van de bewoners gegarandeerd kunnen worden. De personeelskost vormt echter de grootste uitgavenpost binnen een woonzorgcentrum. Het inzetten van bovennormpersoneel maakt het mogelijk de beoogde kwaliteit te realiseren, maar heeft een aanzienlijke impact op de kostenstructuur.
Daarbij komt dat een belangrijk deel van het huidige personeelsbestand bestaat uit medewerkers met een hogere anciënniteit, statutaire personeelsleden of medewerkers onder de vroegere rechtspositieregeling. Deze factoren verhogen de loonkost verder.
Om deze redenen is het maken van een benchmark enkel op basis van prijs onvoldoende. Ook aspecten zoals personeelsinzet, infrastructuurkwaliteit en de aanwezigheid van al dan niet aangerekende supplementen moeten mee in rekening worden gebracht.
We hebben een prijsdossier gesimuleerd en een benchmarkonderzoek (enkel op basis van prijszetting) gedaan bij de woonzorgcentra in Deinze.
Hieronder het overzicht:
WZC Sint-Franciscus:
Dagprijs tot 31/08/2025: 72,85 euro
Dagprijs vanaf 1/09/2025: 80,14 euro voor bestaande bewoners
88,85 euro voor nieuwe bewoners (deze dagprijs wordt voorlopig nog niet toegepast, men wacht op de resultaten om de beslissing te nemen welke dagprijs gebruikt zal worden voor nieuwe bewoners. In theorie kan dit maximaal 88,85 euro bedragen.)
WZC Balade (verouderde infrastructuur):
Dagprijs tot 31/08/2025: tussen de 61,85 euro en de 66,34 euro
Dagprijs vanaf 01/09/2025: 68,04 euro voor huidige bewoners
80,14 euro voor nieuwe bewoners (zal omwille van de verouderde infrastructuur niet toegepast worden)
WZC Sint-Jozef:
Nieuwe dagprijzen sinds deze zomerperiode. Bij het nieuwbouwproject zullen de prijzen boven de 90,00 euro uitkomen.
Vorige dagprijs: 63,00 euro
Huidige dagprijs: 70,95 tot 77,10 euro voor bestaande bewoners en 77,44 tot 83,44 euro voor nieuwe bewoners
Prijzen afhankelijk van het kamertype (voor huidige bewoners was stijging + 10% en voor nieuwe bewoners + 20%)
WZC Sint-Vincentius:
Nieuwe directie sinds juni 2025, momenteel zijn ze alles in kaart aan het brengen en zal er na het onderzoek beslist worden of er een prijsaanpassing noodzakelijk is. De huidige prijzen zijn ook reeds hoger in vergelijking met de andere woonzorgcentra in de buurt. Het woonzorgcentrum Sint-Vincentius ontvangt een infrastructuurforfait van de Vlaamse overheid van 6,29 euro/bewoner/dag. Dit wordt als een korting op hun factuur in mindering gebracht.
Hieronder een overzicht van hun actuele dagprijzen:
Standaardkamer 76,89 euro (met infrastructuurforfait 70,60 euro)
Gerenoveerd klein 73,04 euro (met infrastructuurforfait 66,75 euro)
Gerenoveerd groot 79,28 euro (met infrastructuurforfait 72,99 euro)
Studio nieuwbouw 84,11 euro (met infrastructuurforfait 77,82 euro)
Flat nieuwbouw 96,12 euro (met infrastructuurforfait 89,83 euro)
Flat gerenoveerd 90,13 euro (met infrastructuurforfait 83,84 euro)
Binnen de VZW sector zijn er veel woonzorgcentra momenteel bezig om een prijsdossier in te dienen.
WZC Ter Leenen:
Voor het WZC Ter Leenen dateert de laatste aanpassing van de dagprijs van 1 maart 2025. De dagprijs is momenteel 70,32 euro(afdeling De Bron) en 72,56 euro(nieuwe vleugel). Gelet op het feit dat de afdeling De Bron niet meer aangepast is aan de huidige infrastructurele kwaliteitsnormen, zal het zorgbedrijf in afwachting van de voltooiing van het renovatieproject enkel een dagprijsindexatie doorvoeren. Vanaf de voltooiing van het renovatieproject wordt de dagprijs verhoogd.
Uit deze benchmark blijkt dat we t.o.v. van de andere woonzorgcentra in Deinze met onze huidige dagprijs van 68,32 euro per dag laag zitten. Het toenemende tekort van de afgelopen 2 jaar (2023: -228.359 euro – 2024: - 634.038 euro (zie aanvraagdossier in bijlage) noopt ons om bij het Agentschap Zorg een prijsdossier in te dienen.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht. Afhankelijk van de beslissing gaat het over een meeropbrengst op volgend krediet:
Voor de simulatie houden we rekening met een stijging vanaf april 2026 naar 74,30 euro voor de huidige bewoners en 77,50 euro voor de nieuwe bewoners (we houden rekening met 26 nieuwe bewoners per jaar).
Er werd gerekend met een gemiddelde bezettingsgraad van 96% en 78 bewoners.
Algemeen: Een stijging van 0,10 euro per dag levert op jaarbasis €2.733,12 extra inkomsten op.
| budget |
exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
095300 |
| algemene rekening |
700030 |
| actie |
/ |
| krediet |
5,98 euro * 275 dagen * 78 bewoners * 96% bezettingsgraad = 123.140,16 euro |
| budget |
exploitatie |
| jaar |
2027 |
| beleidsitem |
095300 |
| algemene rekening |
700030 |
| actie |
/ |
| krediet |
bijkomende geschatte opbrengsten: |
| budget |
exploitatie |
| jaar |
2028 |
| beleidsitem |
095300 |
| algemene rekening |
700030 |
| actie |
/ |
| krediet |
bijkomende geschatte opbrengsten: |
| budget |
exploitatie |
| jaar |
2029 |
| beleidsitem |
095300 |
| algemene rekening |
700030 |
| actie |
/ |
| krediet |
bijkomende geschatte opbrengsten: |
Artikel 1
De OCMW-raad beslist om bij het Departement Zorg een aanvraag tot herziening van de dagprijzen voor het woonzorgcentrum in te dienen. Het voorstel van verhoging van de dagprijzen zal voorgelegd worden aan de gebruikersraad.
Artikel 2
De OCMW-raad zal, na het doorlopen van de procedure voor het dagprijsdossier bij het Departement Zorg en de goedkeuring hiervan, de dagprijs vaststellen op 74,30 euro voor de huidige bewoners.
Artikel 3
De OCMW-raad zal, na het doorlopen van de procedure voor het dagprijsdossier bij het Departement Zorg en de goedkeuring hiervan, de dagprijs vaststellen op 77,50 euro voor de nieuwe bewoners.
Artikel 4
De OCMW-raad wenst de nieuwe prijzen te laten ingaan vanaf 1 april 2026.
Artikel 5
De OCMW-raad wenst de indexering van de dagprijzen op basis van de overschrijding van de spilindex te behouden conform beslissing OCMW-raad van 28 november 2024.
Artikel 6
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de webtoepassing van de stad (artikel 285 § 2, 1° en § 3 en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikels 41 en 162.
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, de artikels 77 en 78 over de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De Visite is een gezelschapsdienst voor eenzame senioren vanaf 65 jaar. Wie zin heeft in een wandeling, een bezoek aan een tearoom of een gezelschapsspel maar dit liever met twee dan alleen doet, kan beroep doen op deze dienstverlening. Deze dienstverlening kadert binnen de acties die worden gevoerd om de vereenzaming bij senioren tegen te gaan.
Door zich in te schrijven bij Wijkwerken (Werkwinkel VDAB Deinze) wordt er op zoek gegaan naar een wijkwerker die de senioren zal vergezellen bij bepaalde activiteiten. De wijkwerker kan worden gevraagd voor 1 of 2 uren per dag.
Deze dienstverlening wordt aangeboden door OCMW Deinze (Zeventiendorpen) ism Wijkwerken. De senior doet de aanvraag en betaalt een inschrijvingsgeld van 7,5 euro/jaar. De kostprijs bedraagt 7,45 euro per wijkwerkcheque. Het OCMW Deinze voorziet aan de gebruiker een tegemoetkoming van 3,45 euro per wijkwerkcheque met een maximum van 100 cheques per jaar.
Deze financiële tussenkomst wil het stadsbestuur behouden voor de periode 2026-2031 en zo de drempel voor senioren verlagen om beroep te doen op deze dienstverlening.
Er werd voor de toekenning van voornoemde tegemoetkoming een reglement opgemaakt.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 095100 - Dienstencentra |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 2.415 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van een tegemoetkoming aan de gebruikers van de dienstverlening De Visite.
Doel
Artikel 2
OCMW Deinze wenst met deze financiële tussenkomst de drempel om beroep te doen op deze dienstverlening te verlagen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
Inwoners vanaf 65 jaar die gebruik maken van de dienstverlening De Visite komen in aanmerking voor deze financiële tussenkomst.
Voorwaarden
Artikel 5
OCMW Deinze verleent de tegemoetkoming onder de volgende bijkomende voorwaarden:
Subsidiebedrag
Artikel 6
Het bedrag van de tegemoetkoming bedraagt 3,45 euro per wijkwerkcheque met een maximum van 100 cheques per jaar.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
De financiële tegemoetkoming wordt automatisch toegekend, m.a.w. er moet geen aanvraag ingediend worden.
Beoordeling
Artikel 8
De bevoegde dienst berekent het bedrag op basis van de bepalingen opgenomen in dit reglement.
Beslissing
Artikel 9
Het vast bureau beslist over het al dan niet toekennen van de financiële tegemoetkoming op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
Uitbetaling
Artikel 10
§1. De uitbetaling van de tegemoetkoming gebeurt na de beslissing van het vast bureau via overschrijving op het bankrekeningnummer van de gebruiker van deze dienstverlening.
§2. De gebruiker verbindt zich ertoe OCMW Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de gebruiker wijzigt.
Sancties
Artikel 11
In geval van fraude of valse verklaringen kan OCMW Deinze beslissen om de toekenning van de financiële tegemoetkoming te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het vast bureau.
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het reglement voor het toekennen van een tegemoetkoming aan de gebruikers van de dienstverlening De Visite voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Jan Pauwels, Annick Verstraete (raadsleden), Marleen Vanlerberghe (schepen), Rutger De Reu (burgemeester), Olaf Evrard, Bart Vermaercke (raadsleden)
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikelen 77 en 78 over de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW-wet).
Behoefteonderzoek dienstverlening dienstencheque onderneming (DCO) OCMW Stad Deinze.
1 Behoefteonderzoek dienstverlening Dienstencheque onderneming (DCO) OCMW Stad Deinze
In kader van de opmaak van het nieuwe meerjarenplan 2026-2031 werd een grondige inhoudelijke en financiële analyse gemaakt van de diensten binnen Stad en OCMW Stad Deinze. We namen ook de werking van de dienstencheque onderneming (DCO) onder de loep. Het aantal poetshulpen is de laatste jaren gedaald, momenteel zijn er nog maar 12 poetshulpen in dienst, waarvan slechts 8,46VTE effectief aan het werk zijn. Pogingen om bijkomend personeel te vinden, losten de verwachtingen niet in. De dienstverlening is daardoor onvoldoende kwalitatief omdat de continuïteit van de dienst bij ziekte of afwezigheid niet kan worden gegarandeerd. De beperkte schaalgrootte en de inkrimping van de subsidies maken ook dat de DCO al verschillende jaren verlieslatend is. Uit de begrotingscijfers blijkt dat deze tekorten ook in de komende jaren aanhouden bij gelijkblijvende dienstverlening. Om die reden werd een verkennend onderzoek opgestart naar de behoefte van de dienstverlening in de schoot van het OCMW Stad Deinze.” Uit een behoefteonderzoek concludeert het bestuur dat een overgang krachtens overeenkomst van de dienstencheque-onderneming OCMW Stad Deinze naar een non-profit organisatie aangewezen is.
1.1 Juridisch kader
Artikel 60 §6 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW-wet) vormt het juridische fundament voor beslissingen rond het oprichten, uitbreiden en beheren van OCMW-diensten.
“De noodzaak tot het oprichten of het uitbreiden van een inrichting of van een dienst moet blijken uit een dossier dat een onderzoek bevat naar de behoeften van de gemeente en/of de streek en naar de gelijkaardige inrichtingen of diensten die reeds in functie zijn, een beschrijving van de wijze van functioneren, een nauwkeurige raming van de kostprijs en van de uitgaven die moeten gedaan worden, alsook, indien mogelijk, inlichtingen die een vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten mogelijk maken.”
Aangezien het stopzetten of overlaten van dienstverlening niet expliciet in de wet is opgenomen, redeneert de Raad van state in eerdere dossiers, dat de beslissing tot stopzetting of overlaten restrictief moet toegepast worden en alleszins dient te berusten op een behoefteonderzoek analoog aan het behoefteonderzoek bij oprichting.
1.2 Argumentatie tot overdracht van de dienstencheque-onderneming OCMW Stad Deinze
Elk van de in het behoefteonderzoek opgenomen motieven schraagt op zich dit besluit. De belangrijkste conclusies uit het behoefteonderzoek worden in dit besluit overgenomen. Het volledige behoefteonderzoek is terug te vinden in bijlage.
1.2.1 Kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening
De kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening kan niet gegarandeerd worden door het beperkt aantal poetshulpen, het moeilijk aantrekken van nieuwe poetshulpen en bovengemiddeld ziekteverzuim. Hierdoor kan de dienstverlening naar de klanten niet langer gegarandeerd worden. In 2025 konden 1 op 4 ingeplande poetsbeurten niet doorgaan. Ook de coördinatiekost is niet in verhouding tot het aantal poetshulpen.
1.2.2 Budgettaire realiteit
De werking van de dienstencheque onderneming is reeds vele jaren verlieslatend. Zo bedroeg het tekort in 2024 per gepresteerd uur 11,07 euro. Uit de begrotingscijfers blijkt dat deze tekorten ook in 2026 aanhouden bij gelijkblijvende dienstverlening.
De verloning en loonkosten binnen lokale besturen liggen doorgaans hoger dan in de privésector, door toepassing van hogere barema’s, anciënniteit en andere voordelen. Omdat de vergoeding per dienstencheque vastligt op Vlaams niveau en onvoldoende mee evolueert met de stijgende loonkosten, ontstaat er een structureel tekort. Veel gemeenten draaien daardoor verlies op hun dienstencheque-activiteit. Om een kwalitatieve en financieel gezonde dienstverlening te kunnen aanbieden, zouden de aanvullende vergoedingen sterk moeten stijgen wat een disproportionele verhoging van de kostprijs voor de klant betekent.
De noodzaak om deze dienstverlening te organiseren binnen het OCMW Stad Deinze verdwijnt omdat er andere gespecialiseerde dienstverleners op de markt zijn die onder andere door schaalgrootte op veel efficiëntere en kwalitatievere manier dezelfde dienstverlening kunnen aanbieden. Een marginaal aandeel (3%) in de markt wordt door DCO OCMW Stad Deinze geleverd tegen een te hoge kostprijs. Het zou onverantwoord zijn om overheidsmiddelen op dergelijke inefficiënt manier te blijven inzetten terwijl er voldoende aanbieders zijn die deze dienstverlening kunnen aanbieden.
1.2.3 Vergelijking met gelijkaardige instellingen en diensten
De dienstencheque onderneming van OCMW Stad Deinze is niet de enige dienstencheque onderneming die kampt met structurele problemen. De rendabiliteit van dienstencheque-ondernemingen blijft dalen. Grote spelers houden het hoofd boven water. Kleinere vzw’s en publieke ondernemingen zijn vaker verlieslatend (bijna 1 op 2). Tussen 2022 en 2025 zijn er 32 OCMW’s die hun dienstverlening hebben stopgezet.
1.2.4 Conclusie
Uit elk van de motieven afzonderlijk, opgenomen in het behoefteonderzoek en hierboven samengevat, blijkt duidelijk dat er geen behoefte meer is om de dienstverlening, die vandaag wordt georganiseerd binnen de DCO, verder binnen het lokaal bestuur te organiseren.
Uit het behoefteonderzoek blijkt immers dat de niet-publieke sector financieel weerbaarder en kostenefficiënter is en door middel van schaalvoordelen de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening sterker kan waarborgen dan de publiek georganiseerde dienstverlening. Deze sterkere garanties komen a fortiori ten goede aan de meest kwetsbaren en dus precies aan de doelgroep van het OCMW.
Overwegende dat een lokaal bestuur de beginselen van behoorlijk bestuur dient te respecteren.
Overwegende dat een lokaal bestuur het zuinigheidsbeginsel dient te eerbiedigen, wat betekent dat wanneer het verschillende keuzemogelijkheden heeft, niet die beslissing neemt die haar financiën nodeloos bezwaart; dat de verderzetting van de dienstverlening van de DCO in het beheer van het OCMW in die zin de financiën nodeloos bezwaart, te meer daar er solidere alternatieven voor deze dienstverlening op de markt beschikbaar zijn waardoor de bestaande hulpvragen efficiënter en bedrijfszekerder kunnen worden beantwoord.
Overwegende dat de veranderlijkheid van de openbare dienst één van de beginselen van de openbare dienst is. De wet van de veranderlijkheid houdt in dat de regels betreffende de organisatie en de werking van de openbare dienst op elk ogenblik kunnen worden gewijzigd en aan de wisselende eisen van het algemeen belang kunnen worden aangepast. Dit kan ook impliceren dat de dienst afgeschaft dient te worden wanneer het niet meer in het algemeen belang is om deze verder te zetten.
De motieven van het behoefteonderzoek, elk afzonderlijk beschouwd, enerzijds en de toetsing ervan aan de beginselen van behoorlijk bestuur, en in zonderheid aan het zuinigheidsbeginsel en de veranderlijkheid van de openbare dienst, anderzijds, nopen ertoe het DCO over te dragen, zoals toegelicht onder punt 2.
2 Overgang van de dienstverlening krachtens een overeenkomst
Aan de Raad voor maatschappelijk welzijn wordt gevraagd om de dienstverlening in kader van de Dienstencheque onderneming (DCO) OCMW Stad Deinze over te dragen naar een andere organisatie door middel van het sluiten van een overeenkomst.
Daarvoor wordt aan de Raad het mandaat gevraagd
om een onderhandelingsprocedure op te starten.
om binnen de bepalingen van dit besluit de overname-overeenkomst te mogen sluiten.
2.1.1 Marktverkenning
Uit het gevoerde marktonderzoek, tevens beschreven in het behoefteonderzoek in bijlage, is gebleken dat een overgang krachtens overeenkomst de best mogelijke oplossing is zowel voor de kwaliteit en de continuïteit van de dienstverlening, alsook in kader van kostenefficiëntie. Uit het marktonderzoek is ook gebleken dat een overname van de dienstverlening door het Zorgbedrijf Meetjesland, vanuit budgettair perspectief de minst gunstige zou zijn. Zo bedroeg het tekort in 2024 per gepresteerd uur € 17,23 (inclusief bijdrage overhead van € 6,32). Bovendien zou de inbreng van de Dienstencheque-onderneming (DCO) OCMW Deinze in het zorgbedrijf het aandeel van Deinze in de dotatie overhead doen stijgen van 13,71% naar 16,11% (op basis van cijfers 2024: + € 80.438,36), wat resulteert in een ingeschatte jaarlijkse kostenlast van € 198.458. Bij deze inschatting werd rekening gehouden met de aanvullende bijdrage van €4 per uur die aan de klanten wordt gerekend vanaf april 2026. Hierdoor zou het negatief exploitatieresultaat van het OCMW Stad Deinze nog met ruim €30.000 stijgen. Bovendien zou het hier niet gaan om een overgang van een onderneming, maar wel over een jaarlijkse betaling van een dienstverleningsbijdrage.
2.1.2 Heroriëntatie personeel binnen eigen organisatie
Gezien de intentie van het bestuur tot overdracht van de DCO, besliste het Vast Bureau een aanbod te doen wat betreft herplaatsing binnen het eigen bestuur. In totaal bieden we 2,5 vte aan bij interesse van de poetshulpen aan huis.
Concreet gaat het over onderstaande interne functies (voorzien in het organogram):
28/38 schoonmaak Facilitair en gebouwenbeheer (Da-Dc), met een uitbreiding tot 30,4/38 (op AGB) gecombineerd met 7,6/38 vlinder (buiten kader)
19/38 keuken- en cafetariamedewerker Palaestra (Da-Dc)
19/38 schoonmaak natte zone Palaestra (Da-Dc)
Verder wordt voorzien (buiten organogram):
19/38 vlinder schoonmaak Facilitair en gebouwenbeheer (Da-Dc)
Als voorrangsprincipe wordt volgend criterium gehanteerd:
Poetshulpen aan huis werkzaam bij DCO en die reeds op de algemene wervingsreserve schoonmaak (Da-Dc) zijn opgenomen.
2.2 Juridisch kader
2.2.1 Overgang krachtens een overeenkomst
Aan de Raad wordt vooreerst voorgesteld om het DCO over te dragen via het mechanisme van de overgang van onderneming krachtens overeenkomst.
De overgang van onderneming krachtens overeenkomst impliceert drie voorwaarden:
een overgang van onderneming of van een gedeelte van een onderneming;
een wijziging van werkgever;
een overeenkomst tussen de werkgever die zijn onderneming overdraagt en de werkgever die de onderneming overneemt.
Deze overgang van onderneming krachtens een overeenkomst zal geschieden conform de Europese Richtlijn 2001/23/EG VAN de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (hierna: de Richtlijn).
De overdracht van opdrachten kan slechts binnen de werkingssfeer van de richtlijn vallen, indien zij gepaard gaat met de overdracht van een georganiseerd geheel van elementen waarmee de activiteiten of bepaalde activiteiten van de overdragende onderneming duurzaam kunnen worden voortgezet (Hof van Justitie, 19 september 1995, RYGAARDI STR0 M0LLE AKUSTIK, J.T.T. 1996, 175).
Opdat er sprake zou zijn van overdracht van een onderneming is vereist dat de economische entiteit haar identiteit bewaart, d.w.z. dat de overgedragen gedeelten voldoende elementen dienen te bevatten om effectief als een onderneming werkzaam te kunnen zijn. Zo kan uit de overname van het personeel en het verderzetten van de exploitatie een overdracht van onderneming worden afgeleid.
De overdracht behelst hier het georganiseerd geheel van personeel, kennis, ervaring en cliënteel behorend tot de huishoudhulp als activiteit binnen de dienstencheque-onderneming van het OCMW waarbij deze economische entiteit haar identiteit behoudt.
Het begrip overdracht krachtens overeenkomst kan dus al naar het geval een schriftelijke of mondelinge overeenkomst zijn tussen de vervreemder en de verkrijger over een wijziging van de voor de exploitatie van de economische eenheid verantwoordelijke persoon, of een stilzwijgende overeenkomst tussen hen die blijkt uit praktische samenwerking op bepaalde punten, waarin hun beider wens om tot een dergelijke wijziging over te gaan tot uiting komt. Het is niet vereist dat de overdracht van onderneming het voorwerp uitmaakt van een schriftelijke overeenkomst.
In voorliggend dossier zal een schriftelijke overeenkomst worden onderhandeld. (Mario Coppens, ‘Behoud rechten werknemers bij overgang onderneming’ in Praktijkgids Sociaal Recht 2022-2023).
De arbeidsovereenkomsten die bestaan op het tijdstip van de ondernemingsoverdracht worden van rechtswege overgedragen aan de overnemer door het feit zelf van de ondernemingsoverdracht.
De richtlijn biedt niet alleen bescherming tegen ontslag, maar waarborgt ook de bescherming van de rechten van de werknemer. De overnemer/verkrijger is immers verplicht is om minstens de individuele arbeidsvoorwaarden te respecteren.
In toepassing van artikel 3 van de Richtlijn gaan de rechten en plichten automatisch over naar de overnemer. De overgang van de rechten van de werknemers is niet onderworpen aan de goedkeuring van de overlater, de overnemer, de representatieve werknemersorganisaties of de werknemers.
De anciënniteit die de overgenomen werknemer verworven had bij de overdrager gaat mee over. De werknemer kan na de overdracht van de onderneming niet met de overnemer overeenkomen dat hij afstand doet van zijn verworven anciënniteit; dergelijke afstand is nietig.
In geval van overgang van onderneming kan de werkgever niet het sluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst eisen, aangezien dezelfde overeenkomst nog steeds loopt.
2.2.2 Kwalificatie van de overeenkomst
De beginselen van gelijkheid en transparantie zijn van toepassing op de toewijzing van elk overheidscontract. Zij nopen tot een mededingingsplicht ook wanneer secundaire richtlijnen zoals de overheidsopdrachtenrichtlijn of concessierichtlijn niet van toepassing zijn op een overeenkomst. Dat is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie (Telaustria-arrest van 7 december 2000 en volgende).
Een overgang van onderneming krachtens een overeenkomst valt in elk geval niet onder de toepassing van de overheidsopdrachtenwetgeving noch onder andere Europese secundaire regelgeving.
Artikel 2, 17° van de wet op overheidsopdrachten stelt immers dat “de overeenkomst onder bezwarende titel die wordt gesloten tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbesteders en die betrekking heeft op het uitvoeren van werken, het leveren van producten of het verlenen van diensten, met inbegrip van de opdrachten die worden geplaatst in toepassing van titel 3 door overheidsbedrijven als bedoeld in 2° en personen die genieten van bijzondere of exclusieve rechten bedoeld in 3°”.
De overgang van een onderneming krachtens een overeenkomst is geen overheidsopdracht omdat:
de overeenkomst geen dienstverlening aan een lokaal bestuur als voorwerp heeft (geen overheidsopdracht van diensten).
de overeenkomst in wezen wordt gesloten tussen twee dienstencheque-ondernemingen en niet tussen een onderneming en een (aanbestedende) overheid.
De wet op de overheidsopdrachten is bijgevolg niet van toepassing.
Niettemin blijven de basisbeginselen eigen aan het gelijkheids-en transparantiebeginsel van toepassing. Dat wil zeggen dat het lokaal bestuur erover waakt dat het voldoende waarborgen opneemt inzake gelijkheid en transparantie in elke fase van de procedure. Concreet betekent dit onder meer bekendmaking van de procedure, objectieve selectie-en gunningscriteria en een gemotiveerde beslissing die transparant wordt gecommuniceerd.
De toepassing van deze basisbeginselen behelst geen proceduredwang. Zo zijn de plaatsingsprocedures uit de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing. Niettemin kunnen deze wel een referentiekader vormen waarbinnen de toewijzingsprocedure wordt gemodelleerd. Voor het voeren van een onderhandeling en het sluiten van een overeenkomst hanteren we daarom een onderhandelingsgerichte procedure met volgende kenmerken:
Er wordt geen toepassing gemaakt van selectiecriteria in de betekenis van de overheidsopdrachtenwet (geen technische of financieel-economische criteria op basis waarvan een kandidaat al dan niet geschikt wordt geacht). De procedure richt zich rechtstreeks tot vijf door haar geselecteerde potentiële inschrijvers (geen openbare bekendmaking).
De offerte van de inschrijver(s) dient beoordeeld te worden op basis van objectieve en vooraf bekendgemaakte gunningscriteria.
De aanbestedende overheid kan met de inschrijvers over de initiële offertes en over alle volgende offertes die door hen werden ingediend onderhandelen met het oog op de verbetering van de inhoud ervan. Het OCWM behoudt zich evenwel het recht voor om de overdracht te gunnen op basis van de initiële offerte en dus zonder onderhandeling.
Over de gunningscriteria wordt niet onderhandeld.
2.3 De procedure voor de toewijzing van een overnemer-verkrijger
2.3.1 Beslissing raad voor maatschappelijk welzijn
Aan de Raad wordt gevraagd om volgende beslissingen te nemen:
De overdracht van de dienstencheque-onderneming OCMW Stad Deinze krachtens een overeenkomst naar een andere dienstencheque-onderneming, goed te keuren.
Vijf dienstencheque-ondernemingen te selecteren die zullen worden uitgenodigd om aan de toewijzingsprocedure deel te nemen.
Het Vast Bureau wordt gemachtigd om het opdrachtdocument op te maken conform de minimale eisen en gunningscriteria van deze raadsbeslissing en de toewijzingsprocedure te voeren.
Een onderhandelingsgerichte procedure te voeren, waarbij de opdracht ook kan gegund worden op basis van de initiële offerte zonder onderhandeling. Alle offertes zullen beoordeeld worden op basis van objectieve gunningscriteria (cfr. Infra).
2.3.2 Beslissingen Vast Bureau
Na toetsing van de ontvangen offertes aan de objectieve gunningscriteria zal het Vast Bureau de opdracht gunnen, inclusief de goedkeuring van het ontwerp van overeenkomst.
Na deze beslissing van het Vast Bureau wordt een wachttermijn in acht genomen van veertien dagen die ingaat vanaf de mededeling van de gemotiveerde beslissing aan de betrokken inschrijvers. De wachttermijn is tegelijkertijd de termijn waarbinnen het syndicaal overleg met het oog op het protocol van akkoord plaats vindt.
Indien tijdens deze termijn geen schorsingsverzoek werden ingediend bij de Raad van State, zal het Vast Bureau overgaan tot het sluiten van het contract.
Aan de Raad voor maatschappelijk welzijn wordt in onderhavige raadsbesluit ten slotte gevraagd om het Vast Bureau te machtigen om, na syndicaal overleg en na het bekomen van een protocol van akkoord, de definitieve overeenkomst met de overnemende dienstencheque-onderneming te ondertekenen. Het Vast Bureau handelt hier binnen zijn bevoegdheid om conform artikel 84, § 1 Decreet Lokaal Bestuur de besluiten van de Raad voor maatschappelijk welzijn uit te voeren.
2.4 Selectie van ondernemingen
Voor de selectie van ondernemingen richten we ons louter naar non-profit organisaties.
Volgende vijf ondernemingen worden geselecteerd en uitgenodigd om een offerte in te dienen:
Familiehulp (hoofdzetel Koningsstraat 294, 1210 Sint-Joost-ten-Node)
Familiezorg (Vogelenzang 29, 9000 Gent)
Ferm (hoofdzetel: Remylaan 4 bus B, 3018 Leuven)
I-mens vzw (hoofdzetel Tramstraat 61, 9052 Gent)
Curando vzw (Pensionaatstraat 8A, 8755 Ruiselede (Wingene))
2.5 De minimale eisen
Aan de Raad wordt gevraagd volgende minimale eisen goed te keuren.
Bij het niet-naleven van één van deze minimale eisen zal de offerte als substantieel onregelmatig worden beschouwd en dus als nietig worden geweerd uit de procedure.
2.5.1 Maximaal overnamebedrag
De inschrijver doet in globaliteit een voorstel van overnamebedrag, dat het maximaal bedrag zoals bepaald in besloten zitting, niet overschrijdt.
Conform artikel 74 decreet over het lokaal bestuur kan de Raad voor maatschappelijk welzijn beslissen met twee derde van de aanwezige leden en op gemotiveerde wijze beslissen tot behandeling van de onderhandelingsmarge met betrekking tot de maximale overnameprijs die het OCMW zal moeten betalen aan de overnemende onderneming, in besloten vergadering indien er ernstige bezwaren zijn tegen de openbaarheid.
Om zijn kansen gaaf te houden op een concurrentieel en marktconform overnamebod, is het wenselijk om de financiële onderhandelingsmarge voor het Vast Bureau, met kandidaat-inschrijvers, niet publiek bekend te maken en dus te beslissen in gesloten zitting.
Heel wat lokale besturen zijn vandaag met dezelfde oefening bezig en het is derhalve van belang dat, nu de Raad voor maatschappelijk welzijn in openbare zitting akkoord is gegaan met de overgang van zijn dienstencheque-onderneming krachtens overeenkomst, binnen een redelijke termijn over te gaan tot het voeren van de procedure, waarvoor het Vast Bureau de krijtlijnen van zijn onderhandelingsmarge moeten kennen.
2.5.2 De beschermingsgaranties personeel
De inschrijver garandeert de wettelijke bescherming van werknemers die voortvloeien uit de Richtlijn. Ter staving bezorgt de inschrijver een gedetailleerde tabel met een overzicht van minstens alle arbeidsvoorwaarden waaruit dit blijkt.
2.5.3 Overname klantenportefeuille
De inschrijver garandeert de overname van de volledige klantenportefeuille. Deze bestaat uit de actieve klanten bij wie de dienstverlening uitgevoerd wordt, alsook de klanten op de wachtlijst.
2.6 De gunningscriteria
In het opdrachtendocument zullen volgende gunningscriteria opgenomen worden.
2.6.1 Overnamebod (50/100)
Het OCMW Stad Deinze wenst de continuïteit van de dienstverlening naar de klanten en de tewerkstelling van de personeelsleden maximaal te garanderen en is daartoe bereid een overnamebedrag te betalen aan de overnemer.
De inschrijver doet een becijferd voorstel van overnamebedrag, dat, conform de minimale eisen, het maximaal bedrag, zoals bepaald in besloten zitting, niet overschrijdt.
Elke voorstel tot overnamebedrag dat het maximaal bedrag, zoals bepaald in besloten zitting, overschrijdt, zal leiden tot de substantiële onregelmatigheid en nietigheid van de offerte.
De inschrijver met het laagste overnamebedrag krijgt het maximum van de punten.
De bedragen van de andere inschrijvers worden gescoord op basis van volgende formule: (prijs laagste offerte/ prijs offerte) * gewicht van het criterium prijs
2.6.2 plan van aanpak (50/100)
Het OCMW Stad Deinze wenst de continuïteit van de dienstverlening naar de klanten en de tewerkstelling van de personeelsleden maximaal te garanderen en wil daarom een gedetailleerd plan van aanpak met betrekking tot de overname en de integratie van de over te dragen onderneming. In het plan van aanpak zullen verschillende kwalitatieve criteria met betrekking tot personeel en klanten, afgetoetst worden. Het bestuur wenst daartoe een beschrijving van:
een plan van aanpak van de integratie van de werknemers in organisatie;
de operationele organisatie van de dienstverlening, met aandacht voor intake, communicatie, coaching, begeleiding, welbevinden, gezondheid en veiligheid van de poetshulpen;
de operationele organisatie van de dienstverlening, met aandacht voor de dagelijkse coördinatie van activiteiten, de lokale verankering en toegankelijkheid voor de poetshulpen;
de operationele organisatie van de dienstverlening, met aandacht voor het behoud van dezelfde werkomstandigheden en werkomgeving voor de poetshulpen;
het HR-beleid binnen de organisatie, met specifieke aandacht voor het verzuimbeleid, het opvolgings- en evaluatiebeleid, het opleidingsbeleid;
de operationele organisatie van de dienstverlening, met aandacht voor de integratie van de klanten in de organisatie, de binding met en toegankelijkheid voor de klanten,
de operationele organisatie van de dienstverlening, met aandacht voor zorgnoden bij klanten binnen specifieke doelgroepen.
Deze lijst van criteria is niet limitatief. Deze criteria zullen verder opgenomen worden in het opdrachtdocument.
Het ontbreken van dit plan van aanpak zal tot nul punten leiden.
Conform artikel 28 §.1. 2e decreet over het lokaal bestuur kan de Raad voor maatschappelijk welzijn beslissen met twee derde van de aanwezige leden en op gemotiveerde wijze beslissen tot behandeling van de onderhandelingsmarge met betrekking tot de maximale overnameprijs die het OCMW zal moeten betalen aan de overnemende onderneming, in besloten vergadering indien er ernstige bezwaren zijn tegen de openbaarheid.
Artikel 1
De Raad voor maatschappelijk welzijn beslist om de activiteit van dienstencheque-onderneming OCMW Stad Deinze krachtens een overeenkomst te laten overgaan naar een andere dienstencheque-onderneming.
Artikel 2
De Raad voor maatschappelijk welzijn beslist de dienstencheque-ondernemingen Familiezorg, Familiehulp, I-mens, FERM en Curando te selecteren en uit te nodigen om aan de toewijzingsprocedure deel te nemen.
Artikel 3
De Raad voor maatschappelijk welzijn machtigt het Vast Bureau om het opdrachtdocument op te maken conform de minimale eisen en gunningscriteria van deze raadsbeslissing en de toewijzingsprocedure te voeren.
Artikel 4
De Raad voor maatschappelijk welzijn machtigt het Vast Bureau om een onderhandelingsgerichte procedure te voeren, waarbij de opdracht ook kan gegund worden op basis van de initiële offerte zonder onderhandeling. Alle offertes zullen beoordeeld worden op basis van objectieve gunningscriteria.
Artikel 5
De Raad voor maatschappelijk welzijn beslist met twee derde meerderheid om de onderhandelingsmarge voor het Vast Bureau met betrekking tot het maximale overnamebod conform artikel 28 decreet over het lokaal bestuur in besloten vergadering te behandelen en dit omwille van de strategische en financiële belangen van de stad die spelen bij een concurrentiële overnameprocedure waarin zij als overdrager van een dienstencheque-onderneming optreedt.
Artikel 6
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op de webtoepassing van de stad (artikel 285 § 2, 1° en § 3 en artikel 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De voorzitter sluit de zitting op 18/12/2025 om 01:44.
Namens OCMW-raad,
Stefanie De Vlieger
algemeen directeur
Filip Vervaeke
voorzitter van de OCMW-raad