De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op eroshuizen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op eroshuizen vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
De aanwezigheid van eroshuizen op het grondgebied van de stad kan aanleiding geven tot activiteiten die de veiligheid, openbare orde en zeden in de stad in het gedrang brengen.
Om deze reden wordt de belasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 opnieuw vastgesteld waarbij het tarief van 3.250 euro per eroshuis en per aanslagjaar bedraagt.
Vanaf 2027 zal het tarief geïndexeerd worden.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
734090 - Belasting op eroshuizen |
| krediet 2026 |
22.750 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op eroshuizen.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Onder eroshuis moet worden verstaan: ieder huis of instelling:
Het bestaan van een eroshuis kan o.a. worden vastgesteld doordat die huizen of inrichtingen hun aard aan potentiële klanten ter kennis brengen ofwel door uiterlijke kentekens ofwel door vermeldingen of advertenties op het internet, sociale media of enige andere wijze. Het bestaan van een eroshuis kan tevens worden vastgesteld doordat dit als dusdanig bekend is en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken blijkt dat hier een dergelijke bedrijvigheid in wordt uitgeoefend.
Onder exploitant wordt verstaan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de inrichting exploiteert.
Onder zakelijk gerechtigde wordt verstaan: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de inrichting.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De zakelijk gerechtigde van het pand, dienende tot eroshuis, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarief
Artikel 6
De belasting bedraagt 3.250 euro per eroshuis en per aanslagjaar.
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen voor de belastingplicht.
Artikel 8
Het bedrag vermeld in artikel 6 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Wijze van inning
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 11
De belastingplichtige moet ten laatste op 31 maart van ieder aanslagjaar aangifte doen
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 12
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 11 gestelde termijn, of in geval van een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 13
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25 %.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 14
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de aangestelde beëdigde ambtenaren van Stad Deinze. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 15
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsmaatregelen
Artikel 16
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het vaststellen van belastingreglement op eroshuizen, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 17
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting:
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op eroshuizen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).