De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De Vlaamse Codex ruimtelijke ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Het decreet van 5 april 1995 en latere wijzigingen over algemene bepalingen inzake milieubeleid, titel IV en V.
Het decreet van 15 mei 2009 en latere wijzigingen over de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het decreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen over de omgevingsvergunning.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en latere wijzigingen over algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) met indelingslijst als bijlage 1.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 en latere wijzigingen tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 en latere wijzigingen over algemene en sectorale voorwaarden voor GPBV-installaties (VLAREM III).
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunningen en haar bijlagen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over belasting op omgevingsdossiers in het kader van het omgevingsdecreet.
De belasting van 24 december 2019 over de belasting op omgevingsdossier vervalt op 31 december 2025.
Ingevolge de mogelijkheid die BBC 3.0 biedt, wordt de vroegere belasting omgevormd tot een retributie.
Door het Decreet over de omgevingsvergunning is één enkele procedure ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht, voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening – VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede of de derde klasse (bedoeld in artikel 5.2.1 van het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid – DABM).
Artikel 5 van het Decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning vermeldt de projecten die op grond van respectievelijk het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn.
De behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het Decreet van 25 april 2014 over de Omgevingsvergunning brengt bijkomende kosten mee voor het gemeentebestuur.
Het is billijk dat de financiële last die hieruit voortvloeit niet volledig ten laste gelegd wordt van de gemeenschap, maar mede gedragen wordt door de belanghebbenden.
Het is wenselijk om het tarief van de retributie te differentiëren naargelang de omvang van een dossier, het aantal uren werk en de gemaakte onkosten.
Het verkavelen van gronden levert naast de kost voor de administratieve afhandeling van de omgevingsvergunning extra werkkosten voor de opvolging van de realisatie en beheer. Het is billijk dat de financiële last die uit het verkavelen voortvloeit niet volledig ten laste gelegd wordt van de gemeenschap, maar mede gedragen wordt door de belanghebbenden.
De tarieven voor alle stedenbouwkundige handelingen met medewerking van een architect werden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme en kostendekkende prijsindexering. Voor de stedenbouwkundige handelingen zonder medewerking van een architect is het tarief niet gewijzigd. Vanaf 2027 worden alle tarieven jaarlijks geïndexeerd.
Een reeks stedenbouwkundige handelingen waarvoor tot nu toe geen officieel tarief bestond, en waarvoor tot nu tot het laagste tarief werd toegepast, werden nu ook officieel opgenomen in het retributiereglement.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
060000 - Ruimtelijke planning |
| algemene rekening |
700010 - Retributies: omgevingsvergunningen |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
120.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de aanvragen van omgevingsvergunningen, meldingen van omgevingsdossiers, aanvragen tot bijstelling van de verkaveling en de verzoeken tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag doet voor de in artikel 3 opgesomde aanvragen in het kader van het decreet op de omgevingsvergunning.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Aanvraag van een omgevingsvergunning, met enkel stedenbouwkundige handeling zonder medewerking architect | € 50,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 3 (IIOA klasse 3) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling zonder medewerking architect | € 100,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning, met enkel stedenbouwkundige handeling met medewerking architect | € 156,25 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 3 (IIOA klasse 3) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling met medewerking architect | € 218,75 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 1 (IIOA* klasse 1) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling | € 375,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 1 (IIOA klasse 1) niet in combinatie met een stedenbouwkundige handeling | € 312,50 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 2 (IIOA klasse 2) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling | € 250,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 2 (IIOA klasse 2) niet in combinatie met een stedenbouwkundige handeling | € 156,25 |
| Omgevingsproject met enkel meldingsplicht (IIOA klasse 3 of meldingsplicht enkel stedenbouw) of een combinatie van meldingsplichtige handelingen ( IIOA klasse 3 en een stedenbouwkundige melding) | € 50,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met wegenis | € 312,50 |
| → verhoogd per lot of per voorziene woonentiteit | € 312,50 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, zonder wegenis | € 156,25 |
| → verhoogd per lot of per voorziene woonentiteit | € 312,50 |
| Aanvraag tot bijstelling van de verkaveling op verzoek van de aanvrager, met wegenis | € 312,50 |
| → verhoogd per extra gecreëerd lot of per extra voorziene woonentiteit | € 312,50 |
| Aanvraag tot bijstelling van de verkaveling op verzoek van de aanvrager, zonder wegenis | € 156,25 |
| → verhoogd per extra gecreëerd lot of per extra voorziene woonentiteit | € 312,50 |
| Verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden | € 62,50 |
| Een overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit | € 50,00 |
| Een overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit | € 50,00 |
| Mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning | € 50,00 |
| Schorsing of opheffing van een vergunning van een ingedeelde inrichting of activiteit | € 50,00 |
| Aangifte voor vrijstellingsregeling voor het nemen van bronmaatregelingen voor varken-, pluimvee- en rundveehouderijen | € 50,00 |
| Melding tussentijdse reductie voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties | € 50,00 |
| Registratie vergunde informatie stookinstallaties | € 50,00 |
* IIOA: “ingedeelde inrichting of activiteit” zoals omschreven in het Besluit op de Omgevingsvergunning
De retributie wordt verhoogd met:
de publicatiekosten van de bekendmaking van het openbaar onderzoek in dag- of weekbladen of de kosten voor de organisatie van een informatievergadering.
Artikel 4
Indien de aanvraag tot omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geweigerd wordt of door de aanvrager stopgezet wordt, is het deel van de retributie van € 312,50 per lot of per voorziene woonentiteit niet verschuldigd.
Indien de aanvraag tot bijstelling van de verkaveling geweigerd wordt of door de aanvrager stopgezet wordt, is het deel van de retributie van € 312,50 per extra gecreëerd lot of per extra voorziene woonentiteit niet verschuldigd.
Artikel 5
Vanaf 2027 zal de retributie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Wijze van betaling
Artikel 6
De retributie moet contant betaald worden bij afhaling van de omgevingsvergunning. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de aanvragen van omgevingsvergunningen, meldingen van omgevingsdossiers, aanvragen tot bijstelling van de verkaveling en de verzoeken tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).