De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de belasting op masten en pylonen.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 mei 2019 over de belasting op masten en pylonen - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 mei 2022 over de belasting op masten en pylonen - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 september 2024 over de belasting op masten en pylonen - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
De e-mail van 3 februari 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur over de afbouw van lokale ELIA-heffingen.
De brief van 3 november 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur over de uitfasering van het Energie- en Klimaatpact.
Het huidige belastingreglement op masten en pylonen vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
De aanwezigheid van masten en/of pylonen op het grondgebied van de stad Deinze wordt als landschapsverstorend ervaren en betekent een ernstige vorm van visuele vervuiling wegens het doorbreken van vrije open ruimte.
Bijgevolg is het billijk dat deze hinder wordt gecompenseerd door een belasting die tot compensatie strekt voor de visuele impact van deze masten en pylonen voor de stad Deinze en dienst inwoners en bezoekers.
Gelet op deze doelstellingen is het dan ook objectief en redelijk verantwoord om enkel de masten en pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld te belasten gezien de hoogte een doorslaggevende invloed heeft op het storend karakter van een mast en/of pyloon.
Het is ook aangewezen om een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen met commerciële en zonder commerciële doeleinden omdat de financiële last van een belasting op masten en pylonen zwaarder is voor (rechts)personen met niet-commerciële doeleinden daar zij de belasting niet kunnen inbrengen als beroepskosten.
Daar het aangewezen is om het gebruik van hernieuwbare energiebronnen te bevorderen wordt er voorzien in een vrijstelling van belasting voor constructies rond windenergie of andere vormen van groene stroom. Het landschapsverstorend element wordt hier gecompenseerd door het milieuvriendelijk aspect ervan.
Op 3 november 2025 ontving het stadsbestuur een schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur over de uitfasering van het Lokaal Energie- en Klimaatpact. Concreet voorziet dit in de opheffing van het LEKP-decreet op 1 januari 2027, en een bepaling dat de doelstellingen uit LEKP 2.0 en 2.1 vanaf 1 januari 2026 niet meer moeten nageleefd worden omdat de financiële ondersteuning van deze doelstellingen is afgelopen. Om deze reden kan vanaf 1 januari 2026 opnieuw een verhoging of indexatie van de belasting op masten en pylonen doorgevoerd worden. Enkel het engagement uit LEKP 1.0 om geen nieuwe heffingen op hernieuwbare energie-installaties in te voeren blijft behouden tot 31 december 2026. In ons belastingreglement is hiervoor al een vrijstelling ingebouwd en deze blijft behouden.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement: verhoging tarieven voor het aanslagjaar 2026 en vanaf het aanslagjaar 2027 indexatie.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
736090 - Belastingen op dragende verticale constructies en zendmasten (masten en pylonen) |
| krediet 2026 |
166.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op masten en pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Deinze bevinden.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis op toepassing:
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast en/of pyloon met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Deinze bevindt.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De eigenaar van de mast en/of pyloon is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 6
De belasting wordt vastgesteld op:
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen voor de belastingplicht. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast en/of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Artikel 8
De bedragen vermeld in artikel 6 worden vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 9
De belasting is niet verschuldigd voor constructies die dienen voor productie van windenergie of andere groene stroom.
Wijze van inning
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 12
De belastingplichtige moet ten laatste op 31 maart van ieder aanslagjaar aangifte doen van alle masten en/of pylonen die zich op 1 januari van het aanslagjaar bevinden op het grondgebied van Deinze en waarvan zij de eigenaar zijn:
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is gepost of wanneer ze na de laatste nuttige dag wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs.
Artikel 13
De belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal masten en/of pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld waarvan hij eigenaar is geworden tijdens het aanslagjaar, op eigen initiatief aan het gemeentebestuur bekend te maken binnen de maand na de wijziging.
Belastingverhoging
Artikel 14
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 12 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 15
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25%.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 16
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 17
Het gemeenteraadsbesluit van 24 september 2024 betreffende het vaststellen van belastingreglement op masten en pylonen blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 18
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).