Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  gemeenteraad

wo 17/12/2025 - 19:30

Belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen

Aanwezig: Filip Vervaeke, voorzitter van de gemeenteraad
Rutger De Reu, burgemeester
Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Bruno Dhaenens, schepenen
Conny De Spiegelaere, schepen, voorzitter BCSD
Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Peter De Maertelaere, gemeenteraadsleden
Ronny Vermeulen, waarnemend gemeenteraadslid
Stefanie De Vlieger, algemeen directeur
Regelgeving

De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.

Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Bijlagen

Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen.

Het gemeenteraadsbesluit van 21 juni 2022 over de vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende de algemene bouwverordening van de stad Deinze en meer bepaald artikel 8.2. verplichting parkeerplaatsen van dit algemeen bouwreglement. 

Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.

Motivering

Het huidige belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.

Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.

Wanneer de bouwheer beslist om niet zelf te voorzien in de creatie van eigen parkeerplaatsen, veroorzaakt dit heel wat parkeerdruk voor de parkeerplaatsen op het openbaar domein.
Door dit gebrek aan private parkeergelegenheden dient de gemeente daaromtrent te voorzien in de creatie van parkeerplaatsen op het openbaar domein.

De kosten voor het aanleggen van parkeerplaatsen lopen hoog op.

Deze belasting is een doelbelasting zodat de bouwheren de verplicht opgelegde parkeerplaatsen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende de algemene bouwverordening van de stad Deinze en meer bepaald artikel 8.2. verplichting parkeerplaatsen van dit algemeen bouwreglement toch zullen inrichten.

Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:

  • indexering van het tarief vanaf het aanslagjaar 2027
  • opname van een artikel over de hoofdelijke aansprakelijkheid

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

Financiële impact

De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:

 meerjarenplan 2026-2031   Exploitatie
 jaar  2026-2031
 beleidsitem  002000 - Fiscale aangelegenheden 
 algemene rekening  737300 - Belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen 
 krediet 2026  20.000 euro
Reglementen

Belastbare grondslag of belastbaar feit

Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen bij woongebouwen volgens de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende de algemene bouwverordening van de stad Deinze en meer bepaald artikel 8.2. verplichting parkeerplaatsen van de stedenbouwkundige verordening.

Belastbare periode

Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

Belastingplichtige

Artikel 3
De aanslag wordt gevestigd in hoofde van de houder van de omgevingsvergunning, die vanwege de vergunningverlenende overheid op grond van deze vergunning een afwijking heeft bekomen, ofwel op de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende de algemene bouwverordening van de stad Deinze bij woongebouwen, meer bepaald overeenkomstig artikel 8.2 verplichting parkeerplaatsen van de stedenbouwkundige verordening.

Als houder van de omgevingsvergunning wordt beschouwd diegene die de omgevingsvergunning bekwam of diegene die in zijn rechten en verplichtingen treedt om de werken, op basis van deze vergunning, uit te voeren.
De aanslag wordt gevestigd in hoofde van de eigenaar die één of meer in de omgevingsvergunning begrepen en reeds aangelegde parkeerplaatsen, naderhand wijzigt van bestemming of afschaft, overeenkomstig artikel 8.2. verplichting parkeerplaatsen van de algemene bouwverordening van de stad Deinze.

De eigenaar moet binnen de maand aangifte doen van deze wijziging aan het college van burgemeester en schepenen. Bij ontstentenis hiervan is de belasting onmiddellijk opeisbaar bij vaststelling van deze feiten.

De belasting is verschuldigd door de aanvrager(s) van een omgevingsvergunning.

Hoofdelijkheid

Artikel 4
Als er meerdere aanvragers zijn, zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

Berekeningsgrondslag en tarief

Artikel 5
De belasting bedraagt 10.000 euro per ontbrekende parkeerplaats.

Artikel 6
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op basis van het aantal ontbrekende parkeerplaatsen berekend aan de hand van de vergunde projectinhoudversie van de  omgevingsvergunning.

Artikel 7
De belasting is verschuldigd vanaf de start van de werken die betrekking hebben op de omgevingsvergunning vermeld in artikel 3.

Artikel 8
De belastingplichtige moet ten laatste binnen een termijn van 1 maand na de start der werken aangifte doen bij het stadsbestuur van de aanvang der werken.

Artikel 9
Het bedrag vermeld in artikel 5 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:

Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
                                           Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)

met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.

Wijze van inning

Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.

Bezwaarmogelijkheid

Artikel 12
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:

  • op volgend adres: Dienstencentrum Leiespiegel, Brielstraat 2, 9800 Deinze, of
  • via het e-mailadres: gemeentebelastingen@deinze.be

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

Overgangsbepalingen

Artikel 13
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over het vaststellen van het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.

Verwijzingsregel

Artikel 14
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting:

  1. de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;
  2. het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.
Publieke stemming
Aanwezig: Filip Vervaeke, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Peter De Maertelaere, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
Voorstanders: Filip Vervaeke, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Peter De Maertelaere, Ronny Vermeulen
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen.

Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.

Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).