De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992, meer specifiek artikel 464/1, 2°.
De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, meer specifiek de artikelen 2.6.1.0.1, 2.6.4.0.2, 3.1.0.0.4 en 3.1.0.0.5.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten – aanslagjaren 2019 tot en met 2025.
Met toepassing van artikel 464/1, 2° van het federale WIB 92 mogen de provincies, de agglomeraties en de gemeenten opcentiemen heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.
Voor de aanslagjaren 2019 tot en met 2025 werd gekozen om 50 opcentiemen te heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten via het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019. De termijn van dit besluit loopt af op 31 december 2025 en moet dus vernieuwd worden.
Het college stelt voor om opnieuw voor opcentiemen te kiezen voor de heffingen waar de keuzemogelijkheid bestaat, en ook 50 opcentiemen te heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
730500 - Gewestbelasting op leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten |
| krediet 2026 |
2.500 euro |
Belastbare grondslag en belastbare periode
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 50 gemeentelijke opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en/of verwaarlozing van bedrijfsruimten, ingesteld door het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Wijze van inning
Artikel 2
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Inwerkingtreding
Artikel 3
Dit besluit treedt heden in werking op 1 januari 2026.
Kopie
Artikel 4
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Bekendmaking
Artikel 5
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).