De voorzitter opent de zitting op 17/12/2025 om 19:31.
De burgemeester meldt het overlijden van gewezen schepen Freddy Bertin en spreekt een woord van dank uit. Ter nagedachtenis aan Freddy Bertin wordt één minuut stilte gehouden.
Burgemeester, Rutger De Reu is voor de eerste 2 agendapunten voorzitter-waarnemend en dit overeenkomstig met het delegatiebesluit van mevrouw Tess Minnens.
Voorzitter Filip Vervaeke neemt het woord na zijn aanstelling als voorzitter.
Schorsing van de gemeenteraad om 21u15 bij de behandeling van agendapunt 6.
Terug openen van de gemeenteraad om 21u23.
Schorsing van de gemeenteraad om 23u23 na de stemming van agendapunt 6 "Vaststellen meerjarenplan 2026-2031 - deel Stad Deinze" om over te gaan tot de stemming van agendapunt 2 "Vaststellen meerjarenplan 2026-2031 - deel O.C.M.W. Deinze" van de OCMW-raad.
Terug openen van de gemeenteraad om 23u24.
Schorsing van de gemeenteraad om 23u28 na behandeling agendapunt 14.
Terug openen van de gemeenteraad om 23u42.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het ontwerp van de notulen van de gemeenteraad van 27 november 2025.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraad van 27 november 2025 goed.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 7 § 5 en 13.
Delegatiebesluit.
De brief van 28 november 2025 van mevrouw Tess Minnens, voorzitter van de gemeenteraad.
De akte van voordracht voor de benoeming van de voorzitter van de gemeenteraad.
De geloofsbrieven.
Eedaflegging voorzitter van de gemeenteraad.
Er wordt kennis genomen van de brief van 28 november 2025, waarin mevrouw Tess Minnens ontslag neemt als voorzitter van de gemeenteraad met ingang van 3 december 2025. Bij gevolg is burgemeester Rutger De Reu aangesteld als burgemeester-voorzitter waarnemend.
Op de initiële voordrachtsakte voor een kandidaat-voorzitter van de gemeenteraad is geen opvolger voor mevrouw Tess Minnens in haar hoedanigheid van voorzitter vermeld.
Conform artikel 7 §5 van het decreet over het lokaal bestuur dient de vervanging van de voorzitter van de gemeenteraad bijgevolg te gebeuren overeenkomstig 7 § 1 tot en met 4 van het decreet over het lokaal bestuur, namelijk op basis van een akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter, ondertekend door meer dan de helft van de gemeenteraadsleden. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van voordracht ook ondertekend zijn door de meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat werden verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-voorzitter voorkomt maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen.
De akte werd uiterlijk acht dagen voor de vergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd.
De algemeen directeur bezorgt, na opening van de vergadering, de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de vergadering.
De voorzitter gaat na of de akte van voordracht ontvankelijk is overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2 van artikel 7. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de handtekeningen van de opvolgers die de akte van voordracht hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd.
De heer Filip Vervaeke voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden en bevindt zich niet in één van de gevallen van onverenigbaarheid. De gemeenteraad stelt vast dat de geloofsbrieven van de heer Filip Vervaeke kunnen goedgekeurd worden.
De voorgedragen kandidaat-voorzitter, de heer Filip Vervaeke wordt verkozen verklaard.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van het ontslag van mevrouw Tess Minnens als voorzitter van de gemeenteraad.
Artikel 2
De gemeenteraad neemt kennis van de ontvankelijke en tijdig ingediende akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter de heer Filip Vervaeke.
Artikel 3
De geloofsbrieven van de heer Filip Vervaeke worden goedgekeurd.
Artikel 4
De voorgedragen kandidaat-voorzitter de heer Filip Vervaeke wordt verkozen verklaard met onmiddellijke ingang.
Artikel 5
De gemeenteraad neemt kennis van de eedaflegging in handen van de burgemeester-voorzitter waarnemend, waarvan proces-verbaal.
Artikel 6
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 6, 13 en 14.
Het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, artikel 58.
De ontslagbrief van gemeenteraadslid Tess Minnens.
De brief aan de heer Peter De Maertelaere van 28 november 2025 waarbij hij wordt opgeroepen als opvolger van mevrouw Tess Minnens.
De brief van de heer Peter De Maertelaere van 29 november 2025.
De geloofsbrieven van de heer Peter De Maertelaere.
Eedaflegging Peter De Maertelaere.
De gemeenteraad neemt kennis van de brief van mevrouw Tess Minnens de dato 28 november 2025, waar mevrouw Tess Minnens verklaard dat ze ontslag neemt als gemeenteraadslid.
Het gemeenteraadslid dat afstand doet van zijn mandaat, dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, dat als verhinderd wordt beschouwd, dat ontslag genomen heeft, of dat overleden is, wordt vervangen door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.
Mevrouw Tess Minnens werd verkozen op lijst nr. 8.
Ingevolge haar ontslag moet een opvolgend gemeenteraadslid worden aangesteld.
Uit het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau van de Stad DEINZE over de vaststelling van de zetelverdeling tussen de lijsten en van de rangorde van de raadsleden en hun opvolgers bij de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024, blijkt dat de volgende persoon als opvolger voorkomt op de lijst nr. 8 waartoe het te vervangen raadslid Tess Minnens behoort:
1e opvolger: Peter De Maertelaere
De gemeenteraad heeft overeenkomstig artikel 6 §3 van het decreet lokaal bestuur de geloofsbrieven van de heer Peter De Maertelaere onderzocht en stelt vast dat hij nog steeds aan alle gestelde vereisten van verkiesbaarheid beantwoordt en zich niet bevindt in een geval van onverenigbaarheid, hetzij wegens uitoefening van een ambt, hetzij wegens bloed- of aanverwantschap conform artikel 10 van decreet lokaal bestuur.
Het bewijs is geleverd dat de voornoemde opvolger aan de verkiesbaarheidsvereisten voldoet zoals bepaald in artikel 6 van het decreet lokaal bestuur.
De heer Peter De Maertelaere wordt ter zitting uitgenodigd en verzocht, in deze openbare vergadering, en in handen van de voorzitter van de gemeenteraad de voorgeschreven eed af te leggen, waaraan hij voldoet als volgt:
“Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen"
Artikel 1
De geloofsbrieven van de heer Peter De Maertelaere worden goedgekeurd.
Artikel 2
De gemeenteraad neemt akte van de eedaflegging in handen van de voorzitter, waarvan proces-verbaal.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 6 en 7.
De heer Peter De Maertelaere legde de eed af als gemeenteraadslid.
Bijgevolg dient de rangorde van de raadsleden opnieuw vastgesteld te worden.
Artikel 6 § 7 van het decreet lokaal bestuur voorziet in de volgorde van de raadsleden volgens hun 'anciënniteit'.
De rangorde van de gemeenteraadsleden wordt tijdens de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad onmiddellijk na de eedaflegging van de gemeenteraadsleden vastgesteld. Het gemeenteraadslid met de hoogste anciënniteit neemt de hoogste rang in. Bij gelijke anciënniteit neemt het gemeenteraadslid dat bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad het hoogste aantal naamstemmen heeft behaald, de hoogste rang in. Bij een gelijk aantal naamstemmen neemt het gemeenteraadslid van wie de lijst bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad de meeste stemmen heeft behaald de hoogste rang in. De opvolgers die na de installatievergadering als gemeenteraadslid worden geïnstalleerd, nemen in volgorde van hun eedaflegging een rang in.
De anciënniteit omvat de gehele tijdsduur tijdens de welke een gemeenteraadslid deel uitmaakt van de gemeenteraad van een gemeente. Geen enkele bepaling in het decreet lokaal bestuur stelt dat het hierbij om een 'ononderbroken' dienstanciënniteit moet gaan, maar dat de anciënniteit die bedoeld wordt dus de reële dienstanciënniteit betreft.
Artikel 1
De rangorde van de gemeenteraadsleden is als volgt vastgesteld:
| Naam | Voornaam | Partij | Totale anc. | Ononderbroken in de gemeenteraad sinds | Begindatum 1 |
Einddatum 1 Einddatum 2 Einddatum 3 |
Voorkeur stemmen |
| Vermeulen | Jan | CD&V | 30,98 | 1/01/1995 | 1/01/1995 | 17/12/2025 | 3637 |
| Cornelis | Johan | CD&V | 30,98 | 1/01/1995 | 1/01/1995 | 17/12/2025 | 1722 |
| Verstraete | Annick | Groen&vooruit | 30,98 | 1/01/1995 | 1/01/1995 | 17/12/2025 | 1262 |
| Van Thuyne | Bart | CD&V | 24,98 | 1/01/2001 | 1/01/2001 | 17/12/2025 | 1496 |
| Dhaenens | Bruno | OPEN DEINZE | 24,98 |
1/01/2001 | 1/01/2001 | 17/12/2025 | 715 |
| Van Huffel | Eric | OPEN DEINZE | 24,95 |
26/08/2021 | 19/05/1998 | 2/01/2019 | 454 |
| 26/08/2021 | 17/12/2025 | ||||||
| Vanlerberghe | Marleen | CD&V | 19,89 | 31/01/2006 | 31/01/2006 | 17/12/2025 | 1523 |
| Dhondt | Freija | Groen&Vooruit | 18,97 | 2/01/2007 | 2/01/2007 | 17/12/2025 | 1028 |
| De Reu | Rutger | CD&V | 12,96 | 2/01/2013 | 2/01/2013 | 17/12/2025 | 3754 |
| D'hondt | Sofie | OPEN DEINZE | 12,96 | 2/01/2013 | 2/01/2013 | 17/12/2025 | 1534 |
| Claeys | Gunnar | CD&V | 12,96 | 2/01/2013 | 2/01/2013 | 17/12/2025 | 1027 |
| Neirynck | Matthias | N-VA | 12,96 | 2/01/2013 | 2/01/2013 | 17/12/2025 | 1010 |
| Debeurme | Stephanie | CD&V | 12,96 | 2/01/2013 | 2/01/2013 | 17/12/2025 | 835 |
| Vervaeke | Filip | OPEN DEINZE | 12,96 | 2/01/2013 | 2/01/2013 | 17/12/2025 | 644 |
| Evrard | Olaf | VLAAMS BELANG | 12,96 | 2/01/2019 | 2/01/2007 | 1/01/2013 | 381 |
| 2/01/2019 | 17/12/2025 | ||||||
| De Spiegelaere | Conny | CD&V | 12,13 | 2/1/2019 | 24/08/2005 | 31/12/2008 | 1783 |
| 2/01/2013 | 24/01/2013 | ||||||
| 2/01/2019 | 17/12/2025 | ||||||
| Baart | Els | CD&V | 8,14 | 26/10/2023 | 2/01/2013 | 31/12/2018 | 820 |
| 26/10/2023 | 17/12/2025 | ||||||
| Pauwels | Jan | N-VA | 7,04 | 2/01/2019 | 2/01/2013 | 29/01/2013 | 670 |
| 2/01/2019 | 17/12/2025 | ||||||
| Vermaercke | Bart | N-VA | 6,96 | 2/01/2019 | 2/01/2019 | 17/12/2025 | 2734 |
| Lambrecht | Nathalie | CD&V | 6,96 | 2/01/2019 | 2/01/2019 | 17/12/2025 | 1900 |
| Adams | Alexander | CD&V | 6,96 | 2/01/2019 | 2/01/2019 | 17/12/2025 | 1053 |
| De Paepe | Carline | N-VA | 6,96 | 2/01/2019 | 2/01/2019 | 17/12/2025 | 882 |
| Van den Berghe | Kristof | Groen&Vooruit | 6,96 | 2/01/2019 | 2/01/2019 | 17/12/2025 | 684 |
| Depoortere | Ortwin | VLAAMS BELANG | 6,96 | 2/01/2019 | 2/01/2019 | 17/12/2025 | 589 |
| Parmentier | Peter | Groen&Vooruit | 3,74 | 24/03/2022 | 24/03/2022 | 17/12/2025 | 548 |
| Stroobandt | Bram | Groen&Vooruit | 2,34 | 5/12/2024 | 25/08/2022 | 15/12/2022 | 719 |
| 5/12/2024 | 17/12/2025 | ||||||
| Cocquyt | Marc | CD&V | 1,03 | 5/12/2024 | 5/12/2024 | 17/12/2025 | 868 |
| Thaler | Beatrice | N-VA | 1,03 | 5/12/2024 | 5/12/2024 | 17/12/2025 | 833 |
| Standaert | An | CD&V | 1,03 | 5/12/2024 | 5/12/2024 | 17/12/2025 | 807 |
| Dobbelaere | Ilse | CD&V | 1,03 | 5/12/2024 | 5/12/2024 | 17/12/2025 | 803 |
| Verschelde | Delphine | CD&V | 1,03 | 5/12/2024 | 5/12/2024 | 17/12/2025 | 792 |
| Schaeck | Hugo | N-VA | 1,03 | 5/12/2024 | 5/12/2024 | 17/12/2025 | 632 |
| Van Doorne | Zoë | N-VA | 1,03 | 5/12/2024 | 5/12/2024 | 17/12/2025 | 539 |
| Vermeulen | Ronny | N-VA | 3,55 | 23/01/2025 | 18/12/2017 | 31/12/2019 | 483 |
| 25/04/2024 | 5/12/2024 | ||||||
| 23/01/2025 | 17/12/2025 | ||||||
| De Maertelaere | Peter | OPEN DEINZE | 3,78 | 17/12/2025 | 25/02/2012 | 5/12/2024 | 406 |
| 17/12/2025 | 17/12/2025 |
Artikel 2
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De e-mail van 24 november 2025 van raadslid Sabine Vermeulen.
Met mail van 24 november 2025 laat raadslid Sabine Vermeulen weten dat haar afwezigheid wegens ziekte verlengd wordt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
Hierdoor is zij verhinderd om aanwezig te zijn op de gemeenteraad.
Conform artikel 12 van het decreet lokaal bestuur kiest ze er voor om zich te laten vervangen gedurende deze periode.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de verlenging van verhindering van raadslid Sabine Vermeulen omwille van medische redenen van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
Artikel 2
De gemeenteraad neemt kennis van de verlenging van de tijdelijke vervanging van mevrouw Sabine Vermeulen door de heer Ronny Vermeulen als gemeenteraadslid en dit gedurende de verhindering van mevrouw Sabine Vermeulen wegens ziekte tot en met 31 december 2026.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Rutger De Reu (burgemeester), Jan Vermeulen (schepen), Bart Vermaercke, Annick Verstraete, Freija Dhondt, Bram Stroobandt, Peter Parmentier, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter De Maertelaere, Gunnar Claeys, Jan Pauwels (raadsleden)
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikels 249, 250, 257, 259, 286 § 1 3°, 287 en 330.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
De omzendbrief KBBJ/ABB2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en O.C.M.W. Deinze.
Advies van adviesorgaan Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) dd 2 december 2025.
Advies van de jeugdraad dd 4 december 2025.
Advies van de cultuurraad dd 3 december 2025.
Het meerjarenplan 2026-2031 is opgemaakt volgens de BBC 3.0-regelgeving, overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, en de regels, schema's en rekeningstelsels volgens het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 voorziet in een geïntegreerde planning van het beleid van de gemeente en het O.C.M.W. Dit beleidsrapport omvat dus de beleidsdoelstellingen en ramingen van zowel de stad als het O.C.M.W., maar beide hebben hiervoor wel afzonderlijke kredieten. Gezien beide entiteiten als aparte rechtspersonen blijven bestaan, stemmen de gemeenteraad en de O.C.M.W.-raad in uitvoering van artikel 249 § 3 van het decreet lokaal bestuur elk over hun deel van het meerjarenplan 2026-2031, waarna de gemeenteraad het meerjarenplan 2026-2031, vastgesteld door de O.C.M.W.-raad, goedkeurt. Hierdoor is het geïntegreerde beleidsrapport definitief vastgesteld. De goedkeuring door de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes van de O.C.M.W.-raad.
Het meerjarenplan 2026-2031 is financieel in evenwicht (schema M2) gezien:
Aangezien de stad en het O.C.M.W. een geïntegreerd aangepast meerjarenplan 2026-2031 hebben opgemaakt, is het financiële evenwicht beoordeeld voor de stad en het O.C.M.W. samen. Bij de berekening van het geconsolideerd financieel evenwicht is rekening gehouden met de cijfers van het aangepaste meerjarenplan 2026-2031 van het AGB stad Deinze.
De gemeenteraad stelt het het meerjarenplan 2026-2031 vast.
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 deel stad Deinze wordt vastgesteld zoals gezien in bijlage.
Artikel 2
Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en O.C.M.W. Deinze zal in uitvoering van artikel 250 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in digitale vorm aan de Vlaamse Regering worden bezorgd na goedkeuring van de aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031 deel O.C.M.W Deinze, en deze beslissing zal in uitvoering van artikel 286 § 1 3° van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt worden via de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking in uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikels 249, 250, 257, 259, 286 § 1 3°, 287 en 330.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
De omzendbrief KBBJ/ABB2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en O.C.M.W. Deinze.
De beslissing van de O.C.M.W.-raad van 17 december 2025 over de vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 - deel O.C.M.W. Deinze.
Er bestaan geen afzonderlijke beleidsrapporten voor de gemeente en het O.C.M.W. De beleidsrapporten van de gemeente en het O.C.M.W. vormen een geïntegreerd geheel. Gemeente en O.C.M.W. delen dus hun beleidsdoelstellingen, maar hebben hiervoor wel afzonderlijke kredieten. Het financiële evenwicht daarentegen wordt enkel op het niveau van beide rechtspersonen samen beoordeeld.
Zowel de gemeenteraad als de O.C.M.W.-raad moeten eerst hun deel van het beleidsrapport vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de O.C.M.W.-raad goedkeuren, waardoor het geïntegreerde beleidsrapport definitief vastgesteld is. De goedkeuring door de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes van de O.C.M.W.-raad.
De O.C.M.W.-raad stelde het meerjarenplan 2026-2031 deel O.C.M.W. Deinze vast in zitting van 17 december 2025.
De gemeenteraad keurt het deel van het O.C.M.W. van het meerjarenplan 2026-2031 goed. Door deze goedkeuring is het meerjarenplan 2026-2031 in zijn geheel definitief vastgesteld.
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 - deel O.C.M.W. Deinze, wordt goedgekeurd zoals gezien in bijlage.
Artikel 2
Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en O.C.M.W. Deinze zal in uitvoering van artikel 250 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2019 in digitale vorm aan de Vlaamse Regering worden bezorgd, en deze beslissing zal in uitvoering van artikel 286 § 1 3° van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt worden via de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking in uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikels 249, 250, 257, 259, 286 § 1 3°, 287 en 330.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
De omzendbrief KBBJ/ABB2025/1 van 18 juli 2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Stad Deinze.
De beslissing van de Raad van Bestuur van het AGB Stad Deinze van 16 december 2025 over de vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Stad Deinze.
Het meerjarenplan 2026-2031 is opgemaakt volgens de BBC 3.0-regelgeving, overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, en de regels, schema's en rekeningstelsels volgens het ministerieel besluit van 8 december 2023 tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. Het meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.
Het meerjarenplan 2026-2031 is financieel in evenwicht (schema M2) gezien:
De Raad van Bestuur van het AGB Stad Deinze stelde het meerjarenplan 2026-2031 vast in zitting van 16 december 2025.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Stad Deinze goed.
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Stad Deinze wordt goedgekeurd zoals gezien in bijlage.
Artikel 2
Het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Stad Deinze zal in uitvoering van artikel 250 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 in digitale vorm aan de Vlaamse Regering worden bezorgd, en deze beslissing zal in uitvoering van artikel 286 §1 3° van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt worden via de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking in uitvoering van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, de artikelen 41, 162 en 170 § 4.
De artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 40 en 41, 14° over de belastingbevoegdheid van de gemeenteraad.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2023 over de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting - aanslagjaren 2024 en 2025.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast te stellen op 6,9%.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| Meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
730100 - aanvullende belasting op de personenbelasting |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
20.640.859,00 euro |
Belastbare grondslag en belastbare periode
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de stad Deinze op 1 januari van het aanslagjaar.
Berekeningsgrond en tarief of aanslagvoet
Artikel 2
De belasting wordt vastgesteld op 6,9% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Wijze van inning
Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Inwerkingtreding
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Kopie
Artikel 6
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Bekendmaking
Artikel 7
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, de artikelen 41, 162 en 170, § 4.
Het artikel 464/1, 1° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen van 10 april 1992.
De artikelen 2.1.4.0.2 en 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 over de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 40 en 41, 14° over de belastingbevoegdheid van de gemeenteraad.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing - aanslagjaren 2019 tot en met 2025.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om 693 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing te heffen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| Meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 - fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
730000 - opcentiemen op de onroerende voorheffing |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
14.992.313,00 euro |
Belastbare grondslag en belastbare periode
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 693 gemeentelijke opcentiemen de onroerende voorheffing geheven.
Wijze van inning
Artikel 2
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Inwerkingtreding
Artikel 3
Dit besluit treedt heden in werking op 1 januari 2026.
Kopie
Artikel 4
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Bekendmaking
Artikel 5
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.9 - 2.14.
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.14.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de belasting op leegstaande woningen en gebouwen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.
De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.
Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 737400 - Belasting op leegstaande woningen en gebouwen |
| krediet 2026 | 182.000 euro |
Definities
Artikel 1
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid
beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen
beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw: is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet splitsbaar is. Een gedeelte is eerst splitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw in het leegstandsregister wordt opgenomen, zoals blijkt uit de administratieve akte.
verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
zakelijk gerechtigde: de natuurlijke perso(o)n(en) of de rechtsperso(o)n(en) met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een woning of gebouw.
administratieve akte: Het formeel genummerd document waarmee het vermoeden van leegstand wordt geregistreerd. De datum van de administratieve akte geldt als opnamedatum in het leegstandsregister.
ramp: elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt.
Leegstandsregister
Artikel 2
1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Registratie leegstand
Artikel 3
§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden van de gemeentelijke administratieve eenheid en/of de intergemeentelijke administratieve eenheid bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaande woning of een leegstaand gebouw wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend technisch verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
§4. Leegstand bij nieuwbouw wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
Kennisgeving registratie
Artikel 4
De zakelijk gerechtigde(n) wordt(worden) per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
De kennisgeving bevat:
Beroep tegen registratie
Artikel 5
1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 5, kan een zakelijk gerechtigde bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
3. Elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.
Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een woning of een gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie de woning of het gebouw in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Schrapping uit het leegstandsregister
Artikel 6
1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in artikel 1, 6°.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 5°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
2. Een woning of gebouw wordt eveneens uit het leegstandsregister geschrapt wanneer het volledig is gesloopt. De datum van schrapping is de datum van de vaststelling van de sloop door de administratie of, indien bewijs wordt geleverd door de zakelijk gerechtigde, de datum van de sloopmelding.
3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure vermeld in artikel 5.
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
De definities van toepassing op deze belasting zijn omschreven in hoofdstuk 1.
De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Belastingplichtige
Artikel 3
De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de leegstaande woning of het leegstaand gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar (= notaris of ambtenaar van de federale overheidsdienst financiën) de verkrijger van het zakelijk recht voorafgaandelijk in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord 'nalatenschap'.
In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
Hoofdelijkheid
Artikel 4
Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-zakelijk gerechtigden hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 5
§1. De belasting bedraagt:
1.375 euro voor een leegstaand gebouw
1.375 euro voor een leegstaande woning
§2. De belasting wordt vermeerderd per bijkomende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat met:
1.375 euro voor een leegstaand gebouw
1.375 euro voor een leegstaande woning
§3. Het tarief van de belasting heeft een maximale aanslag van 6.875 euro (niet geïndexeerd bedrag).
De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 6
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar.
Artikel 7
De bedragen vermeld in artikel 6 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * ABEX-index oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
ABEX-index december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 8
1. Van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen zijn vrijgesteld:
De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op onderstaande vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen.
2. Een vrijstelling wordt verleend als de woning of het gebouw:
Voormelde vrijstellingen voor renovatie zijn niet te combineren. Er kan slechts éénmalig een vrijstelling van maximaal 5 jaar voor renovatie worden toegekend aan dezelfde houder van het zakelijk recht.
Artikel 9
De vrijstelling van de belasting wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
Wijze van inning
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 11
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 12
De toegekende en nog lopende vrijstellingen op basis van het afgelopen belastingreglement blijven van toepassing.
Artikel 13
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over het leegstandsreglement en de gemeentelijke belasting op de leegstand van gebouwen en woningen blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 14
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op leegstaande woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.9 - 2.14.
Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.14.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op verwaarloosde gebouwen en woningen.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 februari 2025 over de belasting op verwaarloosde gebouwen en woningen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op verwaarloosde gebouwen en woningen vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026-2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
De verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
De verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
De verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
De verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
De verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
De verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
De gemeenten kunnen op basis van Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden.
De gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het verwaarlozingsregister te bepalen.
De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 737500 - Belasting verwaarloosde woningen en gebouwen |
| krediet | 3.300 euro |
Definities
Artikel 1
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Verwaarlozingsregister
Artikel 2
1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Registratie van verwaarlozing
Artikel 3
Kennisgeving registratie
Artikel 4
Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is de woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Beroep tegen registratie
Artikel 5
Schrapping uit het verwaarlozingsregister
Artikel 6
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
De gemeente heft een jaarlijkse belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Belastingplichtige
Artikel 3
De belastingplichtige is de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.
In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord 'nalatenschap'.
In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
Hoofdelijkheid
Artikel 4
Indien er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 5
De belasting bedraagt:
Artikel 6
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd per aanslagjaar.
De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.
Artikel 7
Het bedrag vermeld in artikel 6 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * ABEX-index oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
ABEX-index december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 8
1. De zakelijk gerechtigde, bedoeld in artikel 3, wordt vrijgesteld van belasting in volgende gevallen:
2. Indien hij minder dan één jaar een zakelijk recht op de woning of het gebouw heeft op de verjaardag van de registratie. De datum van de authentieke akte is hierbij bepalend. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten:
3. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
Deze vrijstelling kan enkel ingeroepen worden tot maximum vijf jaar na het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning en tot maximum vijf jaar na de goedkeuring van de renovatienota door het college van burgemeester en schepenen. Er moet steeds aangetoond worden dat er uitvoering is of wordt gegeven aan de vergunning of de renovatienota.
4. De zakelijk gerechtigde die gebruik wenst te maken van een vrijstelling van de belasting dient zelf hiervoor schriftelijk een aanvraag met de nodige samengaande bewijsstukken in te dienen bij de registerbeheerder. De bewijslast rust steeds bij de belastingplichtige.
5. De vrijstellingen onder 1 zijn persoonsgebonden en moeten door elke zakelijk gerechtigde afzonderlijk aangevraagd worden. De vrijstellingen onder 2 zijn pand gebonden en zijn onmiddellijk geldig voor alle zakelijk gerechtigden op de woning.
6. De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van de woning in de inventaris. De anciënniteit van opname in de inventaris blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Als de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, zal de heffing berekend worden op basis van de begindatum van opname in de inventaris.
Wijze van inning
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 11
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 12
Het besluit van 27 februari 2025 betreffende het vaststellen van belastingreglement op verwaarloosde woningen, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Artikel 13
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op verwaarloosde woningen en gebouwen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de belasting op tweede verblijven.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2021 over de belasting op tweede verblijven - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 januari 2022 over de belasting op tweede verblijven - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op tweede verblijven vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
Het bijhouden van de bevolkingsregisters is de taak en de verantwoordelijkheid van de gemeente en is wettelijk geregeld bij de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen (B.S. van 3 september 1991). De inschrijving gebeurt door toedoen en na onderzoek van de gemeente, zodat de bevolkingsregisters correcte informatie verschaffen over het bevolkingsbestand.
Deze correcte informatie is noodzakelijk voor statistische redenen, zodat een goed bevolkingsbeheer kan gevoerd worden, maar is ook noodzakelijk voor de veiligheid en de identificatie van personen. Daarom is het belangrijk dat degene die zich op een verblijfadres kan inschrijven dit effectief doet.
Deze belasting kan ertoe bijdragen dat personen die hun feitelijke verblijfplaats in de stad Deinze hebben, zich effectief laten inschrijven in de bevolkingsregisters voor hun hoofdverblijfplaats.
Het is anderzijds ook billijk dat personen, die naast hun hoofdverblijfplaats ook nog over een ander verblijf beschikken, bijdragen tot de financiële behoeften van de gemeente daar zij ook vaak gebruik maken van de dienstverlening en infrastructuur van de gemeente op vlak van cultuur, wegeninfrastructuur, afvalverwerking en andere.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 737700 - Belasting op woningen zonder inschrijving bevolkingsregister/vreemdelingenregister |
| krediet 2026 | 132.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op gebruikte woningen zonder inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister (tweede verblijven).
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Gebruikte woning: een onroerend goed of gedeelte ervan dat hoofdzakelijk is bestemd voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande en daadwerkelijk wordt gebruikt.
Het gaat hier over elke woning dus ook over grote of kleine weekendhuizen of buitengoederen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden en de met chalets gelijkgestelde caravans.
Belastbare woning: een woning waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Stad Deinze.
Werkgerelateerde verblijven: zijn woongelegenheden waarin tijdelijk personen verblijven na het uitoefenen van hun beroepsarbeid: business loft, ... (niet limitatieve lijst).
Seizoenarbeiders: de onderdaan van een derde land (EU of niet EU) die zijn hoofdverblijfplaats in dit derde land heeft, maar legaal tijdelijk op het Belgische grondgebied verblijft om een seizoenafhankelijke activiteit uit te oefenen (bvb in de tuinbouw, ... niet limitatieve lijst), op basis van één of meer arbeidsovereenkomst(en) voor bepaalde tijd die rechtstreeks tussen die onderdaan van een derde land en de op het Belgische grondgebied gevestigde werkgever zijn gesloten.
De seizoenarbeider is gebonden door een arbeidsovereenkomst met de werkgever voor seizoenafhankelijke activiteiten in de sectoren landbouw, tuinbouw of horeca, voor een maximale duur overeenkomstig de wettelijke bepalingen : hij wordt toegelaten tot arbeid voor een aaneengesloten periode van maximaal negentig dagen, of voor een periode van maximaal negentig dagen binnen een periode van honderdtachtig dagen.
Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a. de volle eigendom
b. het recht van opstal of van erfpacht
c. het vruchtgebruik
Woning met enkel en alleen beroepsactiviteit: is een onroerend goed waarvan de beroepsactiviteit voor de volle 100% wordt uitgeoefend en de functie op een correcte manier werd vergund.
Definitief verworven: een onroerend goed is definitief verworven als de notariële akte werd verleden.
Woning met enkel en alleen beroepsactiviteit: is een onroerend goed waarvan de beroepsactiviteit voor de volle 100% wordt uitgeoefend en de functie op een correcte manier werd vergund.
Belastingplichtige
Artikel 4
De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar zakelijk gerechtigde is van de belastbare woning.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer de belastbare woning verhuurd wordt en de huurder(s) zich niet laten inschrijven in de bevolkings- of vreemdelingenregister.
Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of de zakelijk gerechtigde al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord 'nalatenschap'.
In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De zakelijk gerechtigde(n) van de gebruikte woning is (zijn) hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 6
De belasting bedraagt:
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen voor de belastingplicht.
Artikel 8
De bedragen vermeld in artikel 6 worden vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 9
De belasting is niet verschuldigd voor:
1. Een woning met enkel en alleen beroepsactiviteit.
2. Tenten, verplaatsbare caravans, woonaanhangwagens, motorhomes, tenzij zij minstens zes maanden opgesteld blijven om als woongelegenheid te kunnen dienen.
3. De gebruikte woningen, opgesteld op een reglementair erkend kampeerterrein.
4. De leegstaande woongelegenheid waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij in de loop van het aan het aanslagjaar voorafgaande kalenderjaar, blijkens de gegevens uit het bevolking- of vreemdelingenregister, gedurende ten minste 6 maanden van het jaar als hoofdverblijf werd aangewend.
5. De woning opgenomen in de gemeentelijke inventaris van leegstand of de Vlaamse inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen.
6. De woning die onder toepassing valt van de belasting op toeristische logies.
7. De woningen die gebruikt worden voor beschermd/begeleid wonen.
8. Een woning waarbij het zakelijk recht definitief is verworven gedurende de laatste zes maanden voorafgaand aan het aanslagjaar. Deze vrijstelling geldt voor het aanslagjaar volgend op de verwerving van het onroerend goed.
7. Een woning die het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een erkend sociaal verhuurkantoor of een sociale huisvestingsmaatschappij verkregen sociaal beheersrecht.
Wijze van inning
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 12
De belastingplichtige moet ten laatste op 30 juni van ieder aanslagjaar aangifte doen
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 13
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 12 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 14
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25%.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 15
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 16
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019, aangepast bij gemeenteraadsbesluiten van 16 december 2021 en 27 januari 2022 over de belasting op tweede verblijven, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 17
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op gebruikte woningen zonder inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister (tweede verblijven).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Matthias Neirynck (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2020 over de belasting op reclameborden.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op reclameborden vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
Stad Deinze wil een wildgroei aan reclameborden op haar grondgebied voorkomen en het storend effect ervan zoveel mogelijk beperken.
De plaatsing van reclameborden belast meer en meer het straatbeeld en het uitzicht in onze gemeente.
Een teveel aan borden zorgt tevens voor afleiding voor weggebruikers en brengt zo de verkeersveiligheid mee in het gedrang. Hierdoor brengen zij meer werk voor de lokale overheid onder de vorm van grotere politionele inzet.
Hier is het wenselijk om op dergelijke panelen een belasting te heffen. Er wordt voorzien in een differentiatie van tarieven tussen niet-verlichte en verlichte reclameborden.
De reclameborden met verlichting vormen een grotere belasting voor het uitzicht van de gemeente en de verkeersveiligheid dan niet verlichte. Een hoger tarief voor verlichte panelen is hierdoor verantwoord.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 734220 - Belasting op reclameborden |
| krediet 2026 | 85.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op reclameborden, geplaatst langs de openbare weg of een plaats in de open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die gebruik maakt van het reclamebord. Als deze niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de eigenaar van het reclamebord en als het eigendomsrecht niet kan vastgesteld worden, door de eigenaar van de grond of van de muur waarop het aanplakbord zich bevindt.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De eigenaar van het reclamebord en als deze niet kan vastgesteld worden, de zakelijk gerechtigde van de grond of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop het permanent reclamebord is aangebracht zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 6
De belasting bedraagt voor:
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar ongeacht de datum van aanplakking, aanwending of ingebruikneming van het belastbaar reclamebord.
Artikel 8
Het bedrag vermeld in artikel 6 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 9
Er is een vrijstelling van belasting voor:
Wijze van inning
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 12
Met betrekking tot de reclameborden die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Deinze bevinden, moeten de belastingplichtigen uiterlijk op 30 april van het aanslagjaar aangifte doen bij het gemeentebestuur.
Voor elk belastbaar voorwerp dient vermeld te worden: de ligging of plaatsing, elke verplaatsing, wijziging, vergroting of verkleining en de nauwkeurige oppervlakte of de nieuwe oppervlakte.
De reclameborden geplaatst, aangewend of in gebruik genomen in de loop van het jaar, moeten binnen de 14 dagen na plaatsing, aanwending of ingebruikneming aangegeven worden.
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 13
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 12 gestelde termijn, of in geval van een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 14
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25 %.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 15
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de aangestelde beëdigde ambtenaren van Stad Deinze. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 16
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsmaatregelen
Artikel 17
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de belasting op reclameborden en aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2020 blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 18
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting:
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op reclameborden.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de belasting op masten en pylonen.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 mei 2019 over de belasting op masten en pylonen - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 mei 2022 over de belasting op masten en pylonen - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 september 2024 over de belasting op masten en pylonen - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
De e-mail van 3 februari 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur over de afbouw van lokale ELIA-heffingen.
De brief van 3 november 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur over de uitfasering van het Energie- en Klimaatpact.
Het huidige belastingreglement op masten en pylonen vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
De aanwezigheid van masten en/of pylonen op het grondgebied van de stad Deinze wordt als landschapsverstorend ervaren en betekent een ernstige vorm van visuele vervuiling wegens het doorbreken van vrije open ruimte.
Bijgevolg is het billijk dat deze hinder wordt gecompenseerd door een belasting die tot compensatie strekt voor de visuele impact van deze masten en pylonen voor de stad Deinze en dienst inwoners en bezoekers.
Gelet op deze doelstellingen is het dan ook objectief en redelijk verantwoord om enkel de masten en pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld te belasten gezien de hoogte een doorslaggevende invloed heeft op het storend karakter van een mast en/of pyloon.
Het is ook aangewezen om een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen met commerciële en zonder commerciële doeleinden omdat de financiële last van een belasting op masten en pylonen zwaarder is voor (rechts)personen met niet-commerciële doeleinden daar zij de belasting niet kunnen inbrengen als beroepskosten.
Daar het aangewezen is om het gebruik van hernieuwbare energiebronnen te bevorderen wordt er voorzien in een vrijstelling van belasting voor constructies rond windenergie of andere vormen van groene stroom. Het landschapsverstorend element wordt hier gecompenseerd door het milieuvriendelijk aspect ervan.
Op 3 november 2025 ontving het stadsbestuur een schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur over de uitfasering van het Lokaal Energie- en Klimaatpact. Concreet voorziet dit in de opheffing van het LEKP-decreet op 1 januari 2027, en een bepaling dat de doelstellingen uit LEKP 2.0 en 2.1 vanaf 1 januari 2026 niet meer moeten nageleefd worden omdat de financiële ondersteuning van deze doelstellingen is afgelopen. Om deze reden kan vanaf 1 januari 2026 opnieuw een verhoging of indexatie van de belasting op masten en pylonen doorgevoerd worden. Enkel het engagement uit LEKP 1.0 om geen nieuwe heffingen op hernieuwbare energie-installaties in te voeren blijft behouden tot 31 december 2026. In ons belastingreglement is hiervoor al een vrijstelling ingebouwd en deze blijft behouden.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement: verhoging tarieven voor het aanslagjaar 2026 en vanaf het aanslagjaar 2027 indexatie.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
736090 - Belastingen op dragende verticale constructies en zendmasten (masten en pylonen) |
| krediet 2026 |
166.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op masten en pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Deinze bevinden.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis op toepassing:
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast en/of pyloon met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld die zich op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Deinze bevindt.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De eigenaar van de mast en/of pyloon is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 6
De belasting wordt vastgesteld op:
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen voor de belastingplicht. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast en/of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Artikel 8
De bedragen vermeld in artikel 6 worden vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 9
De belasting is niet verschuldigd voor constructies die dienen voor productie van windenergie of andere groene stroom.
Wijze van inning
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 12
De belastingplichtige moet ten laatste op 31 maart van ieder aanslagjaar aangifte doen van alle masten en/of pylonen die zich op 1 januari van het aanslagjaar bevinden op het grondgebied van Deinze en waarvan zij de eigenaar zijn:
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. De aangifte is laattijdig wanneer ze na de uiterste indieningsdatum is gepost of wanneer ze na de laatste nuttige dag wordt afgegeven tegen ontvangstbewijs.
Artikel 13
De belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal masten en/of pylonen met een hoogte van minimaal 20 meter boven het maaiveld waarvan hij eigenaar is geworden tijdens het aanslagjaar, op eigen initiatief aan het gemeentebestuur bekend te maken binnen de maand na de wijziging.
Belastingverhoging
Artikel 14
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 12 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 15
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25%.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 16
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 17
Het gemeenteraadsbesluit van 24 september 2024 betreffende het vaststellen van belastingreglement op masten en pylonen blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 18
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op masten en pylonen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Annick Verstraete (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester), Sofie D'hondt (schepen), Kristof Van den Berghe (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op het plaatsen van drank- en voedingsautomaten op het openbaar domein, privaat domein en commerciële parkings.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op het plaatsen van drank- en voedingsautomaten op het openbaar domein, privaat domein en commerciële parkings vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026-2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
De belasting wordt geheven op drank- en voedingsautomaten die geplaatst zijn op het openbaar domein, op privaat domein en op commerciële parkings, die niet grenzen aan het adres waaronder de eigenaar van de automaat gekend is de Kruispuntbank van Ondernemingen. De plaatsing is immers hinderlijk omdat de automaten extra verkeer, zwerfvuil en lawaaihinder met zich meebrengen.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
De tarieven werden aangepast met graduele stijging voor:
1/ Drank- en voedingsautomaten, niet seizoensgebonden:
2/ Drank- en voedingsautomaten, seizoensgebonden (met een opstelling van maximaal 6 maanden per jaar):
Tevens worden de tarieven worden vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de stad, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te bewaren.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 736030 - Belasting op drank- en voedingsautomaten |
| krediet 2026 | 3.500 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op het plaatsen van drank- en voedingsautomaten op het openbaar domein, privaat domein en commerciële parkings die niet grenzen aan het adres waaronder de eigenaar van de automaat gekend is de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Drank- en voedingsautomaat: elk apparaat dat een mechanisch, elektrisch of elektronisch mechanisme bevat, dienstig voor het in gang brengen, de werking of bediening ervan, en waarvan de start wordt veroorzaakt door het inbrengen van een geldstuk, een penning of door gelijk welk ander betaalmiddel dat hiervoor in de plaats komt.
Openbaar domein: de goederen die tot het openbaar domein behoren in de meest ruime betekenis en die voor iedereen toegankelijk zijn ongeacht wie de eigenaar is van het goed.
Privaat domein: alle overige goederen, andere dan deze die tot het openbaar domein behoren.
Commerciële parkings: private parkings en parkings van winkelcentra.
Belastingplichtige
Artikel 4
De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon, uitbater van de drank- en voedingsautomaat.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De eigenaar van de drank- of voedingsautomaat is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 6
De tarieven zijn als volgt:
1/ Drank- en voedingsautomaten, niet seizoensgebonden:
2/ Drank- en voedingsautomaten, seizoensgebonden (met een opstelling van maximaal 6 maanden per jaar):
Artikel 7
De belasting wordt berekend op basis van de oppervlakte van de drank- of voedingsautomaat. Elk gedeelte van een m² wordt beschouwd als een volledige m².
Artikel 8
Indien er meerdere drank- en voedingsautomaten zijn met verschillende grondoppervlakten dan wordt de graduele stijging toegepast op de drank- en voedingsautomaat met de grootste oppervlakte.
Artikel 9
De belasting is ineens ondeelbaar en verschuldigd voor het gehele aanslagjaar ongeacht de datum van plaatsing of ingebruikneming van de drank- en voedingsautomaat.
Artikel 10
De bedragen vermeld in artikel 6 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting x gezondheidsindex oktober van het betreffende jaar (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Wijze van inning
Artikel 11
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 13
De belastingplichtige moet ten laatste op 30 juni van ieder aanslagjaar aangifte doen
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf spontaan aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 14
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 13 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 15
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25%.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 16
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de aangestelde beëdigde ambtenaren van Stad Deinze. De door hen opstelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 17
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 18
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het vaststellen van belastingreglement op het plaatsen van drank- en voedingsautomaten op het openbaar domein, privaat domein en commerciële parkings, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 19
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op het plaatsen van drank- en voedingsautomaten op het openbaar domein, privaat domein en commerciële parkings die niet grenzen aan het adres waaronder de eigenaar van de automaat gekend is de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op eroshuizen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op eroshuizen vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
De aanwezigheid van eroshuizen op het grondgebied van de stad kan aanleiding geven tot activiteiten die de veiligheid, openbare orde en zeden in de stad in het gedrang brengen.
Om deze reden wordt de belasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 opnieuw vastgesteld waarbij het tarief van 3.250 euro per eroshuis en per aanslagjaar bedraagt.
Vanaf 2027 zal het tarief geïndexeerd worden.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
734090 - Belasting op eroshuizen |
| krediet 2026 |
22.750 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op eroshuizen.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Onder eroshuis moet worden verstaan: ieder huis of instelling:
Het bestaan van een eroshuis kan o.a. worden vastgesteld doordat die huizen of inrichtingen hun aard aan potentiële klanten ter kennis brengen ofwel door uiterlijke kentekens ofwel door vermeldingen of advertenties op het internet, sociale media of enige andere wijze. Het bestaan van een eroshuis kan tevens worden vastgesteld doordat dit als dusdanig bekend is en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken blijkt dat hier een dergelijke bedrijvigheid in wordt uitgeoefend.
Onder exploitant wordt verstaan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de inrichting exploiteert.
Onder zakelijk gerechtigde wordt verstaan: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de inrichting.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De zakelijk gerechtigde van het pand, dienende tot eroshuis, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarief
Artikel 6
De belasting bedraagt 3.250 euro per eroshuis en per aanslagjaar.
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen voor de belastingplicht.
Artikel 8
Het bedrag vermeld in artikel 6 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Wijze van inning
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 11
De belastingplichtige moet ten laatste op 31 maart van ieder aanslagjaar aangifte doen
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 12
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 11 gestelde termijn, of in geval van een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 13
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25 %.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 14
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de aangestelde beëdigde ambtenaren van Stad Deinze. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 15
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsmaatregelen
Artikel 16
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het vaststellen van belastingreglement op eroshuizen, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 17
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting:
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op eroshuizen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Annick Verstraete (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op nachtwinkels.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
De belasting wordt opnieuw vastgesteld omdat nachtwinkels de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en de ordehandhavers en gemeentelijke diensten extra belasten. De openingsuren van deze zaken situeren zich ook grotendeels tijdens de nachtrust van de omwonenden, wat extra overlast betekent. Om deze reden is het gewettigd om deze zaken financieel te laten bijdragen ten gunste van het stadsbestuur. Het behouden van deze belasting zal de overlastkosten in zekere mate dekken, en de wildgroei en overlast beperken.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
734080 - Belasting op nachtwinkels |
| krediet 2026 |
6.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op nachtwinkels.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Onder nachtwinkel wordt verstaan: elke winkel die geen andere activiteiten uitoefent dan de verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen, die tussen 18.00 en 07.00 uur open is en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit de wet van 10 november 2006 betreffende openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
Onder exploitant wordt verstaan: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de inrichting exploiteert.
Onder zakelijk gerechtigde wordt verstaan: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de nachtwinkel.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De zakelijk gerechtigde van de nachtwinkel is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 6
De openingsbelasting bedraagt 6.000 euro en is éénmalig verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel. Elke wijziging van een uitbating wordt aanzien als een nieuwe handelsactiviteit.
De jaarlijkse belasting bedraagt 1.500 euro per nachtwinkel per jaar.
Artikel 7
De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar.
De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen voor de belastingplicht.
Artikel 8
De bedragen vermeld in artikel 6 worden vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Wijze van inning
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 11
De belastingplichtige moet ten laatste op 31 maart van ieder aanslagjaar aangifte doen
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 12
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 11 gestelde termijn, of in geval van een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 13
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25 %.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 14
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de aangestelde beëdigde ambtenaren van Stad Deinze. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 15
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsmaatregelen
Artikel 16
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het vaststellen van belastingreglement op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 16
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting:
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 februari 2019 over de belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het centrale winkelgebied van de stad Deinze en de grote handelszaken gelegen langs de N43 te Deinze (promotaks).
Het gemeenteraadsbesluit van 22 april 2021 over de belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het centrale winkelgebied van de stad Deinze en de grote handelszaken gelegen langs de N43 te Deinze (promotaks) - aanpassing voor de aanslagjaren 2021 t/m 2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het centrale winkelgebied van de stad Deinze en de grote handelszaken gelegen langs de N43 te Deinze (promotaks) vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
Het retaillandschap in Deinze is de laatste jaren sterk veranderd door o.m. de komst van twee nieuwe retailparken en de groei van de leegstand in de binnenstad.
De retail in de stad Deinze heeft te kampen met tal van bedreigingen die haar concurrentiepositie verzwakken (concurrentie grotere winkelsteden, The Loop, e-commerce, dalend bestedingspatroon van de consumenten).
Deze evoluties brengen de leefbaarheid en kwaliteit van de binnenstad in het gedrang.
Het wordt voor de plaatselijke handelaarsverenigingen steeds moeilijker om projecten en commerciële acties te organiseren en te bekostigen.
Stad Deinze wenst verschillende initiatieven te nemen in verband met handelsondersteunende projecten met als doel de verdere positionering van Deinze als winkelstad en de herwaardering van het binnenstedelijk gebied, dit via onder meer promotie van de lokale handel.
Het bestuur heeft een centraal winkelgebied afgebakend, onder meer op basis van de concentratie van handelszaken, het handelskarakter en het aaneengesloten geheel dat zij vormt (centrumzone en lintbebouwing grotere handelspanden).
Het is gerechtvaardigd om de beoefenaars van vrije beroepen, gelegen in het centrale winkelgebied, vrijstelling te geven van deze belasting daar zij geen onmiddellijk voordeel halen uit commerciële acties binnen het centrale winkelgebied.
Het is gerechtvaardigd om de uitbaters van nachtwinkels die onder het vigerend gemeenteraadsbesluit op nachtwinkels vallen, vrijstelling te geven voor deze belasting.
Het is gerechtvaardigd om uitbaters van commerciële vestigingen die hinder ondervinden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in de stad met een duur van minimaal 2 maanden doch maximaal 4 maanden 50 % vrijstelling van de heffing te verlenen en om uitbaters van commerciële vestigingen die meer dan 4 maanden getroffen worden door werken 100 % vrijstelling van de heffing te verlenen.
Het is gerechtvaardigd om vzw’s vrijstelling te verlenen van de promotaks omdat vzw’s in de eerste plaats een ideële doelstelling hebben en geen commerciële doelstelling.
Het is aangewezen om iedere uitbater van een commerciële vestiging binnen het centraal winkelgebied en alle grote handelspanden (> 500 m² WVO) gelegen langs of gericht op de N43 financieel te laten bijdragen door het betalen van een belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen, korter genoemd ‘promotaks’.
De ‘promotaks’ is een democratisch hulpmiddel om voldoende fondsen te genereren met als doel om de lokale economie op langere termijn meer ondersteuning te bieden, door o.a. het uitbouwen van een centrummanagement, het aankleden van leegstaande etalages, stimuleren van starters, …
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 734990 - Promotaks |
| krediet 2026 | 55.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het centrale winkelgebied van de stad Deinze en de grote handelszaken (groter dan 500 vierkante meter winkelvloeroppervlakte) gelegen langs de N43 te Deinze (promotaks).
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de commerciële vestiging, waarvan de bezoekersingang binnen de vastgelegde gebiedsomschrijving is gelegen, uitbaat.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De zakelijk gerechtigde van de commerciële vestiging is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarief
Artikel 6
De belasting is verschuldigd per vestiging.
Deze belasting wordt berekend op basis van het aantal vierkante meter winkelvloeroppervlakte van de vestiging. Een gedeelte van een vierkante meter wordt voor een vierkante meter aanzien.
Voor hotels wordt de ruimte, die voor alle gasten vrij toegankelijk is, zijnde het taverne gedeelte en de receptie, voor de toepassing van dit reglement als commerciële ruimte beschouwd. Kamers en vergader- of seminariefaciliteiten vallen hier niet onder.
| WVO (winkelvloeroppervlakte) |
Tariefplan A |
Tariefplan B |
| 1-99 m² 100-249 m² 250-499 m² 500-999 m² 1.000-1.499 m² 1.500-1.999 m² 2.000-2.499 m² 2.500-2.999 m² ≥ 3.000 m² |
150 euro 250 euro 350 euro 400 euro 500 euro 575 euro 650 euro 900 euro 1.250 euro |
120 euro 200 euro 280 euro 320 euro 400 euro 460 euro 520 euro 720 euro 1.000 euro |
GEBIEDSOMSCHRIJVING
Tariefplan A
Tariefplan B
Het omliggend winkelgebied.
Alle straten binnen de stadsring N35, N466, Guido Gezellelaan, Georges Martensstraat en het station:
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen voor de belastingplicht.
De stopzetting of vermindering van de activiteit in de loop van het aanslagjaar, evenals de vermindering van de oppervlakte tijdens dezelfde periode geven geen aanleiding tot enige belastingvermindering.
Vrijstellingen
Artikel 8
De belasting is niet verschuldigd:
Wijze van inning
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 11
De belastingplichtige moet ten laatste op 30 april van ieder aanslagjaar aangifte doen
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 12
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 11 gestelde termijn, of in geval van een onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 13
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25 %.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 14
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de aangestelde beëdigde ambtenaren van Stad Deinze. De door hen opstelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 15
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsmaatregelen
Artikel 16
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 en 22 april 2022 over het vaststellen van belastingreglement op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het centrale winkelgebied van de stad Deinze en de grote handelszaken (groter dan 500 vierkante meter winkelvloeroppervlakte) gelegen langs de N43 te Deinze (promotaks), blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 17
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting:
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen in het centrale winkelgebied van de stad Deinze en de grote handelszaken gelegen langs de N43 te Deinze (promotaks).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, de artikelen 1.2., 2.2.5. en 3.2.5. tot en met 3.2.16.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, de artikelen 4.3.5., §2, 5.6.1. en 5.6.6.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de gemeentelijke activeringsheffing.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement over de gemeentelijke activeringsheffing vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026-2031.
Een activeringsheffing is een jaarlijkse belasting op onbebouwde kavels in de gemeente met als doel om potentiële woonlocaties vrij te maken en grondspeculatie tegen te gaan.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
De gemeente wil potentiële woonlocaties vrij maken en grondspeculatie tegengaan. Het is wenselijk om realiseerbare onbebouwde kavels gelegen in een goedgekeurde en niet vervallen verkaveling te activeren in de gemeente.
Voor de kavels gelegen in een goedgekeurde niet-vervallen verkaveling werd een handeling getroffen door de eigenaars van de te verkavelen gronden met intentie tot de verkoop, het verhuren voor méér dan negen jaar, het geven van een erfpacht- of opstalrecht van de kavels van het op te splitsen perceel met het oog tot oprichting van een woning of andere constructies op de desbetreffende kavels. De juridisch vastgelegde kavels dienen optimaal benut te worden;
De invoering van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van de kavels gelegen in een goedgekeurde niet vervallen verkaveling daartoe aan te sporen zodanig dat het doel van de afgeleverde vergunning gerealiseerd wordt;
Het is gerechtvaardigd om sociale huisvestingsmaatschappijen vrij te stellen van de activeringsheffing daar zij tot doel hebben mee te werken aan het creëren van woonvoorzieningen, los van elke speculatie.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 737100 - Activeringsheffing |
| krediet 2026 | 140.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een belasting op onbebouwde kavels gelegen in een goedgekeurde en niet vervallen verkaveling (activeringsheffing) die voorkomen in het gemeentelijk register van onbebouwde percelen.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Belastingplichtige
Artikel 4
De activeringsheffing is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar zakelijk gerechtigde is van de kavel gelegen in een goedgekeurde en niet vervallen verkaveling.
Indien er een verhuur van meer dan 9 jaar dan is de activeringsheffing verschuldigd door de huurder op 1 januari van het aanslagjaar.
In geval van eigendomsoverdracht onder levenden is de nieuw zakelijk gerechtigde de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte die hem het eigendom toekent. Er zal geen rekening gehouden worden met de tussen partijen gesloten overeenkomst. De nieuwe zakelijk gerechtigde is verplicht aangifte te doen van eigendomsoverdracht voor 1 januari van het jaar volgend op de eigendomsoverdracht, en dit met opgave van de datum van de akte en de nauwkeurige aanduiding van de identiteit van de vorige eigenaar van het betrokken perceel.
In geval van overlijden van de belastingplichtige wordt ingekohierd op naam van de overleden belastingplichtige voorafgegaan door het woord 'nalatenschap'.
In geval van onverdeeldheid van meerdere belastingplichtigen wordt ingekohierd hetzij op naam van alle belastingplichtigen, hetzij op naam van een of meer van de belastingplichtigen, gevolgd door de vermelding ‘en rechthebbenden’.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-zakelijk gerechtigden hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Berekeningsgrondslag en tarief
Artikel 6
De belasting bedraagt 0,45 euro per vierkante meter, met een minimale aanslag van 133 euro per onbebouwde kavel en een maximale aanslag van 600 euro voor loten vanaf 1.200 m².
De belastbare grondslag wordt steeds in volle m2 uitgedrukt. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt als een volledige vierkante meter beschouwd.
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar en verschuldigd voor het gehele aanslagjaar. De toestand op 1 januari van het aanslagjaar wordt in aanmerking genomen voor de belastingplicht
Artikel 8
De bedragen vermeld in artikel 6 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * ABEX-index oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
ABEX-index december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 9
van de belasting zijn vrijgesteld:
Indien sommige mede-zakelijk gerechtigden, krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting onder de overige zakelijk gerechtigden, in verhouding tot hun deel in het perceel, verrekend.
Wijze van inning
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 12
De belastingplichtige moet ten laatste op 30 juni van ieder aanslagjaar aangifte doen
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 13
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 12 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 14
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25%.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 15
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 16
Toegekende en nog lopende vrijstellingen op basis het afgelopen belastingreglement blijven van toepassing
Artikel 17
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de gemeentelijke activeringsheffing, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 18
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op onbebouwde kavels gelegen in een goedgekeurde en niet vervallen verkaveling (activeringsheffing).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Matthias Neirynck (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het huidige belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026-2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
Het ongevraagd en systematisch verspreiden van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in alle brievenbussen of op de openbare weg is nadelig voor het milieu, het volume papierafval verhoogt en het brengt bijkomende kosten van onder meer afhaling, opruiming en verwerking met zich mee.
Het beginsel dat ‘de vervuiler betaalt’ betekent dat de kosten voor maatregelen ter voorkoming, vermindering en bestrijding van verontreiniging en voor het herstellen van schade voor rekening zijn van de vervuiler.
In het licht van de bovenvermelde doelstellingen, is het redelijk en objectief gerechtvaardigd om een vrijstelling te voorzien voor drukwerken die voor meer dan 50% bestaan uit teksten of beelden zonder handelskarakter, aangezien zij voldoen aan een (algemene) informatiebehoefte, en daarmee een bepaalde taak van algemeen belang of openbaar nut vervullen.
In het licht van de bovenvermelde doelstellingen, is het redelijk en objectief gerechtvaardigd om een vrijstelling in te voeren voor de drukwerken die kaderen binnen een gemeentelijke volksraadpleging (voor zover zij verspreid worden aan de gerechtigde deelnemers, en in de tijd beperkt zijn tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging), aangezien ook deze drukwerken beantwoorden aan een informatiebehoefte en daarenboven ook bijdragen tot een actieve deelname aan de democratie door de inwoners van de gemeente.
In het licht van de bovenvermelde doelstellingen, is het redelijk en objectief gerechtvaardigd om – onder bepaalde voorwaarden – een vrijstelling te voorzien voor de drukwerken die uitgaan van erkende socio-culturele, sport- en jeugdverenigingen uit Deinze, openbare besturen, onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en niet-commerciële organisaties waarvan de oprichting zijn oorsprong vindt in een samenwerking tussen private partijen en het stadsbestuur, aangezien deze instellingen niet stelselmatig drukwerken verspreiden en deze drukwerken meestal van geringe omvang zijn. De door deze instellingen uitgegeven drukwerken houden bovendien ook veelal een noodzakelijk en rechtstreeks verband met hun socio-culturele aard, hun publieke of onderwijsfunctie, of dragen bij tot een actieve deelname aan de democratie, vervullen een informatiebehoefte, houden verband met de taak van een bestuurlijke overheid, of hebben tot doel om de commerciële dynamiek en de uitstraling van de stad Deinze als centrumstad te versterken, zodat zij een bepaalde taak van gemeentelijke of algemeen belang dan wel van openbaar nut vervullen.
In het licht van bovenvermelde doelstellingen is het tevens redelijk en objectief gerechtvaardigd, om een (éénmalige en in de tijd) beperkte vrijstelling te voorzien voor de eerste verspreiding van drukwerk voor de opstart van een nieuwe handelszaak, aangezien dit voldoet aan een informatiebehoefte (inwoners van de gemeente op de hoogte brengen van het bestaan of verhuizen van deze handelszaak).
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
• vanaf 2027 indexering van de tarieven
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| Meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 734240 - Belasting op verspreiding niet-geadresseerd drukwerk |
| krediet 2026 | 130.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten, ongeacht of ze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Verspreiding: bedeling in brievenbussen, uitdeling via persoonlijke afgifte of via een display of op de openbare weg van niet-geadresseerde drukwerken of van gelijkgestelde producten. De bedeling van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over maximaal één week, wordt als één verspreiding aangezien.
Gelijkgestelde producten: onder meer alle stalen, reclamedragers en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets. Deze opsomming is niet limitatief.
Niet-geadresseerd: het ontbreken van een individuele adressering, waarbij ook de collectieve adresaanduiding per straat, of een gedeeltelijke adresvermelding, wordt beschouwd als niet-geadresseerd.
Ecologisch drukwerk: drukwerk met PEFC-label of op FSC-gecertificeerd papier en met biologisch afbreekbare inkt. De belastingplichtige moet het gebruik van deze technieken bewijzen.
Adverteerder: de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem, of voor wiens rekening, het drukwerk (of daarmee gelijkgestelde product) wordt verspreid.
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de adverteerder.
Indien het drukwerk (of het daarmee gelijkgestelde product) betrekking heeft op meerdere adverteerders, of indien de identiteit van de adverteerder niet kan worden vastgesteld op basis van (de inhoud of de boodschap van) het drukwerk (of het daarmee gelijkgestelde product), dan is de belasting verschuldigd door de (verantwoordelijke) uitgever.
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De adverteerder en de verspreider zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Indien een drukwerk (of daarmee gelijkgesteld product) betrekking heeft op meerdere adverteerders (of meerdere verspreiders), is elk van deze fysieke of rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk tot betaling van de belasting in zijn geheel.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 6
De tarieven bedragen:
• 0,01 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk tot en met 30 gram
• 0,0075 euro per bedeeld exemplaar voor ecologisch drukwerk tot en met 30 gram
• 0,03 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk van meer dan 30 gram en tot en met 200 gram
• 0,0225 euro per bedeeld exemplaar voor ecologisch drukwerk van meer dan 30 gram en tot en met 200 gram
• 0,05 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk van meer dan 200 gram
• 0,0375 euro per bedeel exemplaar voor ecologisch drukwerk van meer dan 200 gram
• 0,05 euro voor gelijkgestelde producten
Per verspreiding bedraagt de heffing minimum 25 euro.
Artikel 7
De belasting is ineens en ondeelbaar verschuldigd voor het gehele aanslagjaar.
Artikel 8
De bedragen vermeld in artikel 6 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle eurocent.
Vrijstellingen
Artikel 9
Er is een vrijstelling van belasting:
Wijze van inning
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht
Artikel 12
De belastingplichtige moet binnen de veertien dagen na de verspreiding aangifte doen
• per post op volgend adres: Dienstencentrum Leiespiegel, Brielstraat 2, 9800 Deinze, of
• via het e-mailadres: (gemeentebelastingen@deinze.be) of
• het e-loket: deinze.be/aangifte/belastingen
Indien de aangifte per post / e-mail wordt ingediend, is de belastingplichtige verplicht om gebruik te maken van het door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier. Eigen formulieren zijn niet toegelaten.
Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag en een specimen van het verspreide drukwerk of gelijkgesteld product. In het bijzonder moet melding gemaakt worden of gebruik wordt gemaakt van ecologisch drukwerk (met bewijs).
Ingeval van periodieke verspreidingen kan een aangifte binnen de veertien dagen na de eerste verspreiding, ook gelden voor de daaropvolgende verspreidingen tijdens hetzelfde aanslagjaar. In dit geval, kan de belastingplichtige tussen 1 en 15 december een regularisatie-aangifte voor het ganse aanslagjaar indienen.
Ingeval er geen spontane aangifte wordt gedaan binnen de veertien dagen na verspreiding ontvangt de belastingplichtige van Stad Deinze een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd:
Artikel 13
Verspreiding op de openbare weg wordt aangekondigd aan de gemeente, uiterlijk 14 dagen voor de geplande verdeling. De belastingplichtige geeft het tijdstip en de locatie van de verspreiding aan via het e-loket (aanvraag verdelen flyers of stalen op de openbare weg). Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag en een specimen van het verspreide drukwerk of gelijkgesteld product. In het bijzonder moet melding gemaakt worden of gebruik wordt gemaakt van ecologisch drukwerk (met bewijs).
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging
Artikel 14
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de in artikel 12 en 13 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt of waarvan zij redelijkerwijze mag uitgaan.
Bij verspreiding in brievenbussen, wordt het aantal exemplaren drukwerk of gelijkgestelde producten voor de ambtshalve vestiging ambtshalve bepaald op het aantal brievenbussen van de stad dat vastgesteld wordt door de gegevens van BPost.
Bij verspreiding op de openbare weg (door persoonlijke afgifte of via display), wordt het aantal verspreide exemplaren drukwerk of gelijkgestelde producten ambtshalve forfaitair vastgesteld op 1.500 exemplaren.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 15
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting, wordt de belasting verhoogd met 25%.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 16
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 17
De gemeenteraadsbesluiten van 24 januari 2019 over de belasting op verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk, aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 28 januari 2021 en het gemeenteraadsbesluit van 20 juni 2023 over de belasting op verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten – aanslagjaren 2023 t.e.m. 2025, blijven van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 18
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Raadslid Matthias Neirynck van de fractie NVA dient volgend amendement in:
Artikel 9:
punt 6
Voor de eerste verspreiding van drukwerk voor de opstart van een nieuwe handelszaak. Deze vrijstelling kan slechts éénmalig toegekend worden en is maar van toepassing tot maximum 6 maanden na de opening van de nieuwe handelszaak. Een nieuwe handelszaak is elke commerciële onderneming waarvoor een nieuwe inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen vereist is. Een handelszaak die verhuist binnen Deinze of naar Deinze, komt ook in aanmerking voor de vrijstelling.
Wordt:
a.Elke kleinhandelszaak met hoofdzetel in Deinze (-20 werknemers)(elke commerciële onderneming waarvoor een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen vereist is) wordt vrijgesteld.
b.Voor de eerste verspreiding van drukwerk voor de opstart van een nieuwe handelszaak. Deze vrijstelling kan slechts éénmalig toegekend worden en is maar van toepassing tot maximum 6 maanden na de opening van de nieuwe handelszaak. Een nieuwe handelszaak is elke commerciële onderneming waarvoor een nieuwe inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen vereist is. Een handelszaak die verhuist binnen Deinze of naar Deinze, komt ook in aanmerking voor de vrijstelling.
De stemming over het amendement heeft volgend resultaat:
Met 10 stemmen voor (Matthias Neirynck, Olaf Evrard, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Carline De Paepe, Ortwin Depoortere, Beatrice Thaler, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen), 25 stemmen tegen (Filip Vervaeke, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Stephanie Debeurme, Els Baart, Alexander Adams, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Peter De Maertelaere)
Het amendement is verworpen.
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
De wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst op twee niveaus van bepaalde bestuurlijke politiediensten, inzonderheid artikel 90 dat bepaalt dat de gemeenteraad of de politieraad een reglement kan vaststellen betreffende de inning van een vergoeding voor opdrachten van bestuurlijke politie van de lokale politie.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2020 over de belasting op vervoer van personen met een politievoertuig.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2020 over het retributiereglement op het gebruik van een politiecel.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op het vervoer van personen met een politievoertuig en het huidige retributiereglement op het gebruik van een politiecel vervallen op 31 december 2025 en moeten opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Omwille van het gebruiksgemak en om het administratieve werk te vereenvoudigen wordt voorgesteld om voornoemde reglementen samen te voegen tot 1 geheel en deze om te vormen tot een kohierbelasting.
De politie vervoert vaak personen die in de politiezone Deinze-Zulte-Lievegem worden aangehouden voor verstoring van de openbare orde of naar aanleiding van openbare dronkenschap.
De politie wordt los van de kost van de politiepatrouilles ook geconfronteerd met door braaksel of met ontlastingen bevuilde politievoertuigen. Het is niet de bedoeling dat het kuisen van het voertuig wordt vergoed via de belastingbetaler, maar wel ten laste valt van degene die de bevuiling heeft veroorzaakt.
Aan personen die vervoerd worden in een politievoertuig kan een belasting opgelegd worden.
Tevens worden de personen die bestuurlijk worden aangehouden voor de noodzakelijke duur opgesloten in een politiecel. Deze cel moet steeds worden bewaakt en er moet over de gezondheid van de betrokkene worden gewaakt. De kosten voor de opsluiting in een politiecel vallen ten laste van diegene die bestuurlijk werd aangehouden.
Vanaf het aanslagjaar 2027 zullen de tarieven geïndexeerd worden.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 731200 - Belasting op het vervoer van personen die overlast veroorzaken 790960 - Retributie politiecel |
| krediet 2026 | 4.000 euro 4.000 euro (met aanpassing MJP 2026/1 verplaatsing naar AR belasting) |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig en op het gebruik van een politiecel.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Belastingplichtige
Artikel 3
De belasting is verschuldigd voor:
Hoofdelijkheid
Artikel 4
ln geval het een minderjarige betreft, zijn de ouders of voogden hoofdelijk de belasting verschuldigd.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 5
De belasting bedraagt:
Artikel 6
De bedragen vermeld in artikel 5 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Wijze van inning
Artikel 7
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 9
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 10
De gemeenteraadsbesluiten van 20 februari 2020 over de belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig en over het retributiereglement op het gebruik van een politiecel, blijven van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 11
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven het vervoer van personen met een politievoertuig en op het gebruik van een politiecel.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Een kopie van dit besluit wordt overgemaakt aan Gemeente Lievegem en Gemeente Zulte, die zijn aangesloten bij de PZ Deinze-Zulte-Lievegem.
Artikel 5
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen.
Het gemeenteraadsbesluit van 21 juni 2022 over de vaststelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende de algemene bouwverordening van de stad Deinze en meer bepaald artikel 8.2. verplichting parkeerplaatsen van dit algemeen bouwreglement.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het huidige belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
Het vervallen belastingreglement werd volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
Wanneer de bouwheer beslist om niet zelf te voorzien in de creatie van eigen parkeerplaatsen, veroorzaakt dit heel wat parkeerdruk voor de parkeerplaatsen op het openbaar domein.
Door dit gebrek aan private parkeergelegenheden dient de gemeente daaromtrent te voorzien in de creatie van parkeerplaatsen op het openbaar domein.
De kosten voor het aanleggen van parkeerplaatsen lopen hoog op.
Deze belasting is een doelbelasting zodat de bouwheren de verplicht opgelegde parkeerplaatsen in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende de algemene bouwverordening van de stad Deinze en meer bepaald artikel 8.2. verplichting parkeerplaatsen van dit algemeen bouwreglement toch zullen inrichten.
Volgende belangrijke wijzigingen werden doorgevoerd ten opzichte van het vorige reglement:
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 737300 - Belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen |
| krediet 2026 | 20.000 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op het ontbreken van de nodige parkeerplaatsen bij woongebouwen volgens de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende de algemene bouwverordening van de stad Deinze en meer bepaald artikel 8.2. verplichting parkeerplaatsen van de stedenbouwkundige verordening.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Belastingplichtige
Artikel 3
De aanslag wordt gevestigd in hoofde van de houder van de omgevingsvergunning, die vanwege de vergunningverlenende overheid op grond van deze vergunning een afwijking heeft bekomen, ofwel op de bepalingen van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening betreffende de algemene bouwverordening van de stad Deinze bij woongebouwen, meer bepaald overeenkomstig artikel 8.2 verplichting parkeerplaatsen van de stedenbouwkundige verordening.
Als houder van de omgevingsvergunning wordt beschouwd diegene die de omgevingsvergunning bekwam of diegene die in zijn rechten en verplichtingen treedt om de werken, op basis van deze vergunning, uit te voeren.
De aanslag wordt gevestigd in hoofde van de eigenaar die één of meer in de omgevingsvergunning begrepen en reeds aangelegde parkeerplaatsen, naderhand wijzigt van bestemming of afschaft, overeenkomstig artikel 8.2. verplichting parkeerplaatsen van de algemene bouwverordening van de stad Deinze.
De eigenaar moet binnen de maand aangifte doen van deze wijziging aan het college van burgemeester en schepenen. Bij ontstentenis hiervan is de belasting onmiddellijk opeisbaar bij vaststelling van deze feiten.
De belasting is verschuldigd door de aanvrager(s) van een omgevingsvergunning.
Hoofdelijkheid
Artikel 4
Als er meerdere aanvragers zijn, zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Berekeningsgrondslag en tarief
Artikel 5
De belasting bedraagt 10.000 euro per ontbrekende parkeerplaats.
Artikel 6
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op basis van het aantal ontbrekende parkeerplaatsen berekend aan de hand van de vergunde projectinhoudversie van de omgevingsvergunning.
Artikel 7
De belasting is verschuldigd vanaf de start van de werken die betrekking hebben op de omgevingsvergunning vermeld in artikel 3.
Artikel 8
De belastingplichtige moet ten laatste binnen een termijn van 1 maand na de start der werken aangifte doen bij het stadsbestuur van de aanvang der werken.
Artikel 9
Het bedrag vermeld in artikel 5 wordt vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Wijze van inning
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 12
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 13
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over het vaststellen van het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 14
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting:
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Ortwin Depoortere (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het decreet van 30 mei 2008, gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 en eventueel latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 5 februari 2016 over het toeristische logies.
Het besluit van 17 maart 2017 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 over het toeristische logies.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2021 over de belasting op toeristische logies.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op kampeerterreinen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
De huidige belastingreglementen op enerzijds toeristische logies en anderzijds op kampeerterreinen vervallen op 31 december 2025 en moeten opnieuw vastgesteld worden voor de periode 2026 tot en met 2031.
De vervallen belastingreglementen werden volledig herwerkt rekening houdend met de opgelegde vormgeving door het Agentschap Binnenlands Bestuur.
Een belasting op toeristische logies biedt een oplossing voor de vakantiewoningen, hotels, hostels, B&B's en airbnbs die momenteel onder geen enkel belastingreglement vallen. Het laat vermoeden dat er in de toekomst steeds meer dergelijke toeristische verblijfsgelegenheden zullen bijkomen.
De uitbaters van het toeristisch logies kan / zal deze belasting veelal doorrekenen aan de toeristen.
Deze belasting wordt gemotiveerd door het feit dat mensen die in de gemeente overnachten in een logiesverstrekkend bedrijf gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen. Hierdoor komt het gerechtvaardigd over dat zij in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage leveren voor de gemeentelijke inzet van middelen voor de gemeentelijke dienstverlening en voor de verfraaiing en veiligheid van de gemeente. Het gaat om een belasting die door de exploitant kan doorgerekend worden aan de toerist. De belasting heeft betrekking op elke overnachting in een logiesverstrekkend bedrijf, zoals gastenkamers, B&B's, hotels, vakantielogies, vakantiewoningen (kamergebonden logies). Met toerist wordt elke persoon bedoeld die verblijft op een andere dan zijn alledaagse omgeving. Het gaat dus niet enkel om vrijetijdstoerisme, maar ook om zakenreizen.
De vroegere afzonderlijke belasting op kampeerterreinen wordt geïntegreerd in onderstaande belasting.
Stad Deinze levert inspanningen voor de veiligheid en de verfraaiing van het grondgebied van de stad, waarvoor van de uitbaters van kampeerterreinen een redelijke bijdrage gevraagd wordt.
De tarieven voor deze belasting zullen vanaf het aanslagjaar 2027 geïndexeerd worden.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 734190 - Verblijfsbelasting (Toeristische logies) |
| krediet 2026 | 18.000 euro |
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 002000 - Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening | 734210 - Belasting op kampeerterreinen/kampeerverblijfparken |
| krediet 2026 | 5.416 euro |
Belastbare grondslag of belastbaar feit
Artikel 1
Stad Deinze heft een jaarlijkse belasting op toeristische logies en kampeerterreinen.
Belastbare periode
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving.
Exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies exploiteert, voor de rekening van wie een toeristisch logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst.
Toeristisch logies: elke constructie, inrichting, ruimte of terrein, in eender welke vorm, dat aan een of meer toeristen tegen betaling de mogelijkheid tot verblijf biedt voor een of meer nachten, en dat wordt aangeboden op de toeristische markt.
Aanbieden op de toeristische markt: het op eender welke wijze publiek aanbieden van een toeristisch logies, hetzij als exploitant, hetzij via een tussenpersoon.
Per toerist per overnachting : elke persoon die de accommodatie deelt (Ter verduidelijking: 2 personen die 1 kamer delen voor 2 nachten = 4 overnachtingen).
Tussenpersoon: elke natuurlijke of rechtspersoon die op eender welke wijze tegen betaling bemiddelt bij het aanbieden van een toeristisch logies op de toeristische markt, promotie maakt voor een toeristisch logies of diensten aanbiedt via dewelke exploitanten en toeristen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden.
Kamergebonden logies : een inrichting met één of meer verhuureenheden of een ruimte die mogelijkheid tot verblijf biedt.
Pop-up camping: is een camping van tijdelijke aard, die voor een kortere periode (enkele dagen tot een aantal maanden) opduikt.
Belastingplichtige
Artikel 4
De belasting is verschuldigd voor:
Hoofdelijkheid
Artikel 5
De exploitant van het toeristisch logies is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De exploitant van het kampeerterrein op 1 januari van het aanslagjaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Berekeningsgrondslag en tarieven
Artikel 6
De belasting voor toeristische logies:
Artikel 7
De belasting voor kampeerterreinen:
Artikel 9
De bedragen vermeld in artikel 6 en 7 worden vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Uitsluitingen
Artikel 10
De belasting opgenomen in artikel 7 is niet verschuldigd voor pop-up campings.
Wijze van inning
Artikel 11
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit belastingreglement.
Aangifteplicht (enkel voor toeristische logies)
Artikel 13
De belastingplichtigen van toeristische logies moeten ieder aanslagjaar aangifte doen
1/ ten laatste op 15 juli van ieder aanslagjaar voor de toeristische logies van het 1ste semester
2/ ten laatste op 15 januari van ieder aanslagjaar voor de toeristische logies van het 2de semester
De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd.
Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet dit zelf aanvragen.
Belastingverhoging (enkel voor toeristische logies)
Artikel 14
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de artikel 13 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De kennisgeving wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de kennisgeving.
Als de kennisgeving verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van de kennisgeving.
Artikel 15
In geval van ambtshalve vestiging van de belasting wordt per toeristisch logies het aantal laatst gekende aantal overnachtingen in aanmerking genomen en verhoogd met 25%.
Indien voor de toepassing van voorgaande bepaling geen overnachtingen gekend zijn wordt een forfait aangerekend van 350 euro.
Voor toeristische logies met één verhuurbare entiteit (kamer) wordt het toepasselijke tarief aangerekend, verhoogd met 25 %.
Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Bezwaarmogelijkheid
Artikel 16
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarschriften kunnen worden ingediend:
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Overgangsbepalingen
Artikel 17
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2021 over het vaststellen van de belasting op toeristische logies, blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2021 over het vaststellen van de belasting op kampeerterreinen blijft van toepassing voor belastbare feiten voltrokken uiterlijk op 31 december 2025.
Verwijzingsregel
Artikel 18
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen, zijn van overeenkomstige toepassing op deze belasting :
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op toeristische logies en kampeerterreinen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992, meer specifiek artikel 464/1, 2°.
De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, meer specifiek de artikelen 2.6.1.0.1, 2.6.4.0.2, 3.1.0.0.4 en 3.1.0.0.5.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten – aanslagjaren 2019 tot en met 2025.
Met toepassing van artikel 464/1, 2° van het federale WIB 92 mogen de provincies, de agglomeraties en de gemeenten opcentiemen heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.
Voor de aanslagjaren 2019 tot en met 2025 werd gekozen om 50 opcentiemen te heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten via het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019. De termijn van dit besluit loopt af op 31 december 2025 en moet dus vernieuwd worden.
Het college stelt voor om opnieuw voor opcentiemen te kiezen voor de heffingen waar de keuzemogelijkheid bestaat, en ook 50 opcentiemen te heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
730500 - Gewestbelasting op leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten |
| krediet 2026 |
2.500 euro |
Belastbare grondslag en belastbare periode
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 50 gemeentelijke opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en/of verwaarlozing van bedrijfsruimten, ingesteld door het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
Wijze van inning
Artikel 2
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Inwerkingtreding
Artikel 3
Dit besluit treedt heden in werking op 1 januari 2026.
Kopie
Artikel 4
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Bekendmaking
Artikel 5
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170 § 4 over de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingen te heffen.
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992, meer specifiek artikel 464/1, 2°.
De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, meer specifiek de artikelen 2.5.1.0.1.§3, 2.5.4.0.2, 3.1.0.0.4 en 3.1.0.0.5.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 14° over de bevoegdheid van de gemeenteraad voor het vaststellen van gemeentebelastingen.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de gemeentelijke opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen – aanslagjaren 2019 tot en met 2025.
Met toepassing van artikel 464/1, 2° van het federale WIB 92 mogen de provincies, de agglomeraties en de gemeenten opcentiemen heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen.
Voor de aanslagjaren 2019 tot en met 2025 werd gekozen om 50 opcentiemen te heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen via het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019. De termijn van dit besluit loopt af op 31 december 2025 en moet dus vernieuwd worden.
Het college stelt voor om opnieuw voor opcentiemen te kiezen voor de heffingen waar de keuzemogelijkheid bestaat, en ook 50 opcentiemen te heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De ontvangst van deze beslissing zal geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
002000 – Fiscale aangelegenheden |
| algemene rekening |
730400 - Gewestbelasting op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen |
| krediet 2026 |
10.000 euro |
Belastbare grondslag en belastbare periode
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 50 gemeentelijke opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen, ingevoerd door Titel 2, Hoofdstuk 5 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Wijze van inning
Artikel 2
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Inwerkingtreding
Artikel 3
Dit besluit treedt heden in werking op 1 januari 2026.
Kopie
Artikel 4
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Bekendmaking
Artikel 5
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Bram Stroobandt (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester)
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikels 41 23°, 285 § 1 1°, 287 en 330.
De lijst van de werkingssubsidies 2026 - nominatieve subsidies en subsidies via een samenwerkingsovereenkomst.
De lijst van de investeringssubsidies 2026 (allen nominatief).
In het meerjarenplan 2026-2031 zijn de werkings- en investeringssubsidies 2026 opgenomen. Alle werkings- en investeringssubsidies voor 2026 zijn overgenomen op de lijsten zoals in bijlage geviseerd. Het komt toe aan de gemeenteraad om deze lijsten van de werkings- en investeringssubsidies voor 2026 goed te keuren.
Er wordt de aandacht op gevestigd dat deze lijsten enkel de nominatieve subsidies en de subsidies via een samenwerkingsovereenkomst bevatten. De subsidies die via een subsidiereglement worden toegekend zijn niet in deze lijst opgenomen.
Het krediet voor de uitbetaling van de werkings- en investeringssubsidies 2026 is opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 onder de artikels zoals vermeld naast iedere subsidie in de lijsten in bijlage.
Artikel 1
De werkingssubsidies 2026 (nominatieve subsidies en subsidies via een samenwerkingsovereenkomst) en de investeringssubsidies 2026 (allen nominatief), zoals opgenomen in de lijsten in bijlage, worden goedgekeurd.
Artikel 2
Alle gesubsidieerde verenigingen / instellingen / organisaties engageren zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten (zoals bedoeld in artikel 41 van het decreet lokaal bestuur - wijziging 17 februari 2023).
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 235 §1 over de bevoegdheden van de raad van bestuur.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De huidige statuten.
De beslissing BTWnr. E.T.129.288 van 19 januari 2016, later vervangen door Circulaire 2022/C/100 waarin de fiscus het standpunt inneemt dat vanaf 2016 enkel met prijssubsidies kan worden gewerkt in het kader van het winstoogmerk van het AGB.
Het voorstel van prijssubsidiereglement 2026 - gedeelte 0% btw vanwege het college van burgemeester en schepenen van 2 december 2025.
De berekening van de factor van het prijssubsidiereglement 2026 - gedeelte 0% btw - berekend op de verhuur van het Museum Fonds De Smet.
Een tabel waaruit een oplijsting blijkt van de gehanteerde tarieven waarvoor de prijssubsidie wordt bepaald, incl het bedrag van de prijssubsidie per tarief.
In een AGB is een winstoogmerk uiterst belangrijk. Prijssubsidies, toegekend door de stad, die rechtstreeks verband houden met de prijs behoren tot de maatstaf van heffing van de btw en mogen aldus bij de ontvangsten van het autonoom gemeentebedrijf gerekend worden om te bepalen of de doelstellingen inzake het winstoogmerk en het doel winsten uit te keren bereikt worden.
Om dus economisch leefbaar te zijn is het noodzakelijk dat het AGB Stad Deinze vanwege de stad prijssubsidies ontvangt als vergoeding voor het recht van toegang.
De berekeningswijze werd vanaf 2024 n.a.v. een controle gewijzigd. Er dient een toewijzing van de prijssubsidie te gebeuren over de diverse deficitaire verrichtingen van het AGB wat inhoudt dat er zowel een prijssubsidie moet zijn onderhevig aan 6% btw, als één aan 21% btw als één aan 0% btw conform de diverse omzetten. Op basis van de kredieten ingeschreven in het MJP dat nu ter goedkeuring voorligt aan de raad van bestuur werd bepaald dat er zo'n 75% omzet is aan 6% btw voor 2026, zo'n 24% omzet aan 21% btw voor 2026 en zo'n 1% omzet aan 0% btw voor 2026. Op basis daarvan werden simulaties gemaakt om zo tot de prijssubsidie factor te komen. In het AGB werd een totaal bedrag van € 2.213.375 voorzien aan prijssubsidies, bestaande uit € 1.662.500 prijssubsidie (excl. 6% btw), € 525.000 prijssubsidies (excl. 21% btw), als € 25.875 prijssubsidies (excl. 0% btw). Om praktische redenen is het niet mogelijk om op elk type omzet een prijssubsidie te bepalen, daarom werd de prijssubsidie van 6% berekend op de toegangsgelden van het zwembad Palaestra, de prijssubsidie van 21% op het verlenen van het recht op toegang tot de Brielpoort en de 0% op de verhuur van het museum Fonds De Smet.
In dit reglement ligt enkel het prijssubsidiereglement onderhevig aan 0% btw voor.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement, vermeld in artikel 2 van huidige beslissing, goed ten voordele van het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze.
Artikel 2
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT 2026 ONDERHEVIG AAN 0% BTW (berekend op de verhuur van het museum Fonds De Smet)
Tussen
STADSBESTUUR DEINZE, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de gemeenteraad, zijnde de heer Filip Vervaecke, woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2 en de algemeen directeur, zijnde mevrouw Stefanie DE VLIEGER, met woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2, enerzijds;
En
Het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF STAD DEINZE, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur, zijnde de heer Rutger De REU , met woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2 anderzijds;
wordt overeengekomen dat de stad Deinze voor de omzet onderhevig aan 0% btw een prijssubsidie zal toekennen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze en dit berekend op de verhuur van het museum Fonds De Smet. Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidie vast en geldt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot 31 december 2026. Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 (zie bijlage). Op basis van deze ramingen heeft het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten voor het gehele autonoom gemeentebedrijf, minstens EUR 6.720.501 (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn. Naast de prijssubsidie onderhevig aan 0% btw, zal er tevens een prijssubsidie toegekend worden onderhevig aan 21% btw als aan 6% btw dit om economisch rendabel te zijn.
Wat betreft het gedeelte 0% wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze vanaf 1 januari 2026 de huidige prijzen (exclusief btw) voor de verhuur van het museum Fonds De Smet te vermenigvuldigen met een factor 2,25.
De stad Deinze erkent dat het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsgelden (exclusief btw) voor de verhuur van het museum Fonds De Smet moet vermenigvuldigen met een factor 2,25 om samen met de prijssubsidies onderhevig aan 21% en aan 6% economisch rendabel te zijn.
De stad Deinze verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 de verhuur van het museum Fonds De Smet te subsidiëren middels toekenning van prijssubsidies. De waarde van de prijssubsidie toegekend door de stad Deinze bedraagt de prijs (exclusief btw) die de huurder voor de huur van het museum Fonds De Smet betaalt vermenigvuldigd met een factor 2,25.
Deze gesubsidieerde inkomgelden kunnen steeds geherevalueerd worden tijdens het kalenderjaar 2026 in het kader van een periodieke evaluatie van de exploitatieresultaten van het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is, zal de stad Deinze deze steeds documenteren (aan de hand van een gemeenteraadsbeslissing).
Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze moet op de 15e werkdag volgend op elke maand de stad Deinze een overzicht bezorgen van de bezoekers waaraan recht op toegang tot het zwembad Palaestra is verleend. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidie zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze uitreikt aan de stad Deinze. De stad Deinze dient deze debet nota te betalen aan het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze binnen de maand na ontvangst van het vermelde document.
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 1 januari 2027 zal worden onderhandeld tussen de stad Deinze en het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 235 §1 over de bevoegdheden van de raad van bestuur.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De huidige statuten.
De beslissing BTWnr. E.T.129.288 van 19 januari 2016, later vervangen door Circulaire 2022/C/100 waarin de fiscus het standpunt inneemt dat vanaf 2016 enkel met prijssubsidies kan worden gewerkt in het kader van het winstoogmerk van het AGB.
Het voorstel van prijssubsidiereglement 6% vanwege het college van burgemeester en schepenen van 2 december 2025.
De berekening van de factor van het prijssubsidiereglement 6%.
Een tabel waaruit een oplijsting blijkt van de gehanteerde tarieven waarvoor de prijssubsidie wordt bepaald, incl. het bedrag van de prijssubsidie per tarief.
In een AGB is een winstoogmerk uiterst belangrijk. Prijssubsidies, toegekend door de stad, die rechtstreeks verband houden met de prijs behoren tot de maatstaf van heffing van de btw en mogen aldus bij de ontvangsten van het autonoom gemeentebedrijf gerekend worden om te bepalen of de doelstellingen inzake het winstoogmerk en het doel winsten uit te keren bereikt worden.
Om dus economisch leefbaar te zijn is het noodzakelijk dat het AGB Stad Deinze vanwege de stad prijssubsidies ontvangt als vergoeding voor het recht van toegang.
De berekeningswijze werd vanaf 2024 n.a.v. een controle gewijzigd. Er dient een toewijzing van de prijssubsidie te gebeuren over de diverse deficitaire verrichtingen van het AGB wat inhoudt dat er zowel een prijssubsidie moet zijn onderhevig aan 6% btw, als één aan 21% btw als één aan 0% btw conform de diverse omzetten. Op basis van de kredieten ingeschreven in het MJP dat nu ter goedkeuring voorligt aan de raad van bestuur werd bepaald dat er zo'n 75% omzet is aan 6% btw voor 2026, zo'n 24% omzet aan 21% btw voor 2026 en zo'n 1% omzet aan 0% btw voor 2026. Op basis daarvan werden simulaties gemaakt om zo tot de prijssubsidie factor te komen. In het AGB werd een totaal bedrag van € 2.213.375 voorzien aan prijssubsidies, bestaande uit € 1.662.500 prijssubsidie (excl. 6% btw), € 525.000 prijssubsidies (excl. 21% btw), als € 25.875 prijssubsidies (excl. 0% btw). Om praktische redenen is het niet mogelijk om op elk type omzet een prijssubsidie te bepalen, daarom werd de prijssubsidie van 6% berekend op de toegangsgelden van het zwembad Palaestra, de prijssubsidie van 21% op het verlenen van het recht op toegang tot de Brielpoort en de 0% op de verhuur van het museum Fonds De Smet.
In dit reglement ligt enkel het prijssubsidiereglement onderhevig aan 6% btw voor.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement, vermeld in artikel 2 van huidige beslissing, ten voordele van het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze goed.
Artikel 2
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT 2026 ONDERHEVIG AAN 6% BTW (berekend op de toegangsgelden van het zwembad Palaestra)
Tussen
STADSBESTUUR DEINZE, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de gemeenteraad, zijnde de heer Filip Vervaecke, woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2 en de algemeen directeur, zijnde mevrouw Stefanie DE VLIEGER, met woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2, enerzijds;
En
Het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF STAD DEINZE, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur, zijnde de heer Rutger DE REU, met woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2 anderzijds;
wordt overeengekomen dat de stad Deinze voor de omzet onderhevig aan 6% een prijssubsidie zal toekennen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze en dit berekend op het verlenen van recht van toegang tot het zwembad Palaestra. Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidie vast en geldt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot 31 december 2026. Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 (zie bijlage). Op basis van deze ramingen heeft het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten voor het gehele autonoom gemeentebedrijf, minstens EUR 6.720.501 (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn. Naast de prijssubsidie onderhevig aan 6% btw, zal er tevens een prijssubsidie toegekend worden onderhevig aan 21% btw als aan 0% btw dit om economisch rendabel te zijn.
Wat betreft het gedeelte 6% wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze vanaf 1 januari 2026 de huidige toegangsprijzen (exclusief btw) voor recht op toegang tot het zwembad Palaestra te vermenigvuldigen met een factor 4,75.
De stad Deinze erkent dat het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsgelden (exclusief btw) voor recht op toegang tot het zwembad Palaestra moet vermenigvuldigen met een factor 4,75 om samen met de prijssubsidies onderhevig aan 21% en aan 0% economisch rendabel te zijn.
De Stad Deinze wenst de toegangsgelden te beperken opdat het zwembad Palaestra toegankelijk zou zijn voor iedereen. De stad Deinze verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte toegangsgelden te subsidiëren middels toekenning van prijssubsidies. De waarde van de prijssubsidie toegekend door de stad Deinze bedraagt de prijs (exclusief btw) die de bezoeker voor recht op toegang tot het zwembad Palaestra betaalt vermenigvuldigd met een factor 4,75.
Deze gesubsidieerde inkomgelden kunnen steeds geherevalueerd worden tijdens het kalenderjaar 2026 in het kader van een periodieke evaluatie van de exploitatieresultaten van het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is, zal de stad Deinze deze steeds documenteren (aan de hand van een gemeenteraadsbeslissing).
Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze moet op de 15e werkdag volgend op elke maand de stad Deinze een overzicht bezorgen van de bezoekers waaraan recht op toegang tot het zwembad Palaestra is verleend. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidie zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze uitreikt aan de stad Deinze. De stad Deinze dient deze debet nota te betalen aan het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze binnen de maand na ontvangst van het vermelde document.
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 1 januari 2027 zal worden onderhandeld tussen de stad Deinze en het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 235 §1 over de bevoegdheden van de raad van bestuur.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De huidige statuten.
De beslissing BTWnr. E.T.129.288 van 19 januari 2016, later vervangen door Circulaire 2022/C/100 waarin de fiscus het standpunt inneemt dat vanaf 2016 enkel met prijssubsidies kan worden gewerkt in het kader van het winstoogmerk van het AGB.
Het voorstel van prijssubsidiereglement 21% vanwege het college van burgemeester en schepenen van 2 december 2025.
De berekening van de factor van het prijssubsidiereglement 21%.
Een tabel waaruit een oplijsting blijkt van de gehanteerde tarieven waarvoor de prijssubsidie wordt bepaald, incl. het bedrag van de prijssubsidie per tarief.
In een AGB is een winstoogmerk uiterst belangrijk. Prijssubsidies, toegekend door de stad, die rechtstreeks verband houden met de prijs behoren tot de maatstaf van heffing van de btw en mogen aldus bij de ontvangsten van het autonoom gemeentebedrijf gerekend worden om te bepalen of de doelstellingen inzake het winstoogmerk en het doel winsten uit te keren bereikt worden.
Om dus economisch leefbaar te zijn is het noodzakelijk dat het AGB Stad Deinze vanwege de stad prijssubsidies ontvangt als vergoeding voor het recht van toegang.
De berekeningswijze werd vanaf 2024 n.a.v. een controle gewijzigd. Er dient een toewijzing van de prijssubsidie te gebeuren over de diverse deficitaire verrichtingen van het AGB wat inhoudt dat er zowel een prijssubsidie moet zijn onderhevig aan 6% btw, als één aan 21% btw als één aan 0% btw conform de diverse omzetten. Op basis van de kredieten ingeschreven in het MJP dat nu ter goedkeuring voorligt aan de raad van bestuur werd bepaald dat er zo'n 75% omzet is aan 6% btw voor 2026, zo'n 24% omzet aan 21% btw voor 2026 en zo'n 1% omzet aan 0% btw voor 2026. Op basis daarvan werden simulaties gemaakt om zo tot de prijssubsidie factor te komen. In het AGB werd een totaal bedrag van € 2.213.375 voorzien aan prijssubsidies, bestaande uit € 1.662.500 prijssubsidie (excl. 6% btw), € 525.000 prijssubsidies (excl. 21% btw), als € 25.875 prijssubsidies (excl. 0% btw). Om praktische redenen is het niet mogelijk om op elk type omzet een prijssubsidie te bepalen, daarom werd de prijssubsidie van 6% berekend op de toegangsgelden van het zwembad Palaestra, de prijssubsidie van 21% op het verlenen van het recht op toegang tot de Brielpoort en de 0% op de verhuur van het museum Fonds De Smet.
In dit reglement ligt enkel het prijssubsidiereglement onderhevig aan 21% btw voor.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement, vermeld in artikel 2 van huidige beslissing, ten voordele van het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze goed.
Artikel 2
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT 2026 ONDERHEVIG AAN 21% BTW (berekend op het verlenen van recht op toegang tot de Brielpoort)
Tussen
STADSBESTUUR DEINZE, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de gemeenteraad, zijnde de heer Filip Vervaecke, woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2 en de algemeen directeur, zijnde mevrouw Stefanie DE VLIEGER, met woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2, enerzijds;
En
Het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF STAD DEINZE, hier vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur, zijnde de heer Rutger DE REU, met woonplaatskeuze te 9800 Deinze, Brielstraat 2 anderzijds;
wordt overeengekomen dat de stad Deinze voor de omzet onderhevig aan 21% btw een prijssubsidie zal toekennen aan het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze en dit berekend op het verlenen van recht van toegang tot de Brielpoort. Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidie vast en geldt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot 31 december 2026. Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 (zie bijlage). Op basis van deze ramingen heeft het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten voor het gehele autonoom gemeentebedrijf, minstens EUR 6.720.501 (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn. Naast de prijssubsidie onderhevig aan 21% btw, zal er tevens een prijssubsidie toegekend worden onderhevig aan 6%btw als aan 0% btw dit om economisch rendabel te zijn.
Wat betreft het gedeelte 21% wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Deinze vanaf 1 januari 2026 de huidige toegangsprijzen (exclusief btw) voor recht op toegang tot de Brielpoort te vermenigvuldigen met een factor 10,5.
De stad Deinze erkent dat het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsgelden (exclusief btw) voor recht op toegang tot de Brielpoort moet vermenigvuldigen met een factor 10,5 om samen met de prijssubsidies onderhevig aan 6% en aan 0% economisch rendabel te zijn.
De Stad Deinze wenst de toegangsgelden te beperken opdat de Brielpoort toegankelijk zou zijn voor iedereen. De stad Deinze verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte toegangsgelden te subsidiëren middels toekenning van prijssubsidies. De waarde van de prijssubsidie toegekend door de stad Deinze bedraagt de prijs (exclusief btw) die de bezoeker/huurder voor recht op toegang tot de Brielpoort betaalt vermenigvuldigd met een factor 10,5.
Deze gesubsidieerde inkomgelden kunnen steeds geherevalueerd worden tijdens het kalenderjaar 2026 in het kader van een periodieke evaluatie van de exploitatieresultaten van het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is, zal de stad Deinze deze steeds documenteren (aan de hand van een gemeenteraadsbeslissing).
Het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze moet op de 15e werkdag volgend op elke maand de stad Deinze een overzicht bezorgen van de bezoekers waaraan recht op toegang tot het zwembad Palaestra is verleend. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidie zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze uitreikt aan de stad Deinze. De stad Deinze dient deze debet nota te betalen aan het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze binnen de maand na ontvangst van het vermelde document.
Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 1 januari 2027 zal worden onderhandeld tussen de stad Deinze en het Autonoom Gemeentebedrijf AGB Stad Deinze.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De beslissing BTW nr. E.T.129.288 van 19 januari 2016 van de fiscus, later vervangen door Circulaire 2022/C/100 waarbij er vanaf 2016 enkel kan gewerkt worden met prijssubsidies en leningen in het kader van het winstoogmerk van het AGB.
De leningsovereenkomst tussen de stad Deinze en het AGB Stad Deinze met betrekking tot de investeringskredieten van 2026.
Er werd een voorstel van meerjarenplan 2026-2031 opgemaakt waarin de investeringskredieten van het AGB Stad Deinze voor 2026 geraamd worden op 8.903.398,20 euro. Gezien de liquiditeitspositie van het AGB Stad Deinze geen integrale en onmiddellijke financiering toelaat, is het aangewezen dat de stad Deinze ter financiering een lening toestaat aan het AGB Stad Deinze. De lening toegestaan door de stad Deinze aan het AGB Stad Deinze heeft een renteloos karakter en wordt niet aangemerkt als abnormaal of goedgunstig voordeel voor het AGB, wat tevens bevestigd werd in de voorafgaande beslissing nr. 2010.047 dd. 30.03.2010. De lening toegestaan door de stad Deinze aan het AGB Stad Deinze wordt best vastgelegd in een leningsovereenkomst.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de leningsovereenkomst zoals bijgevoegd in bijlage tussen de stad Deinze en het AGB Stad Deinze met betrekking tot de investeringskredieten van 2026 goed.
Artikel 2
De leningsovereenkomst bevat een voorlopige aflossingstabel opgesteld op basis van de voorziene investeringskredieten van 2026. Een definitieve aflossingstabel zal einde 2026 worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen op basis van het effectief opgenomen bedrag door het AGB Stad Deinze.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De statuten van het autonoom gemeentebedrijf AGB Stad Deinze, goedgekeurd op 27 maart 2025.
De circulaire nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27 september 2005 waarin de definitie van een Dienstencentrum en de bepaling van de minimumvereisten ervan opdat het geheel aan belasting zou onderworpen zijn, bepaald wordt.
De full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 23 februari 2016 en ondertekend door beide partijen op 25 februari 2016.
Addendum nr. 1 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 18 december 2017.
Addendum nr. 2 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 21 februari 2019.
Addendum nr. 3 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 15 maart 2021.
Addendum nr. 4 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 13 december 2022.
Addendum nr. 5 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 19 december 2023.
Addendum nr. 6 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel, goedgekeurd door de raad van bestuur van 25 november 2024.
Voorstel Addendum nr. 7 bij de full service-overeenkomst tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze met betrekking tot het Dienstencentrum Leiespiegel.
Artikel 5 van de full-service overeenkomst bepaalt de forfaitaire basisvergoeding die de gebruikers dienen te betalen voor het gebruik van het geheel van diensten conform de voorwaarden bij aanschrijving nr. AOIF 39/2005 (E.T. 108.816) van 27 september 2005.
Deze forfaitaire basisvergoeding wordt bepaald op basis van de geraamde inkomsten en uitgaven van het gebouw en dit zowel inzake exploitatie als investering.
De dagprijs is lichtjes gedaald. Teneinde de full-service overeenkomst in overeenstemming te brengen dient er addendum te worden opgemaakt betreffende de forfaitaire basisprijs.
Deze forfaitaire basisprijs is slechts een raming. Er zal per jaareinde een nacalculatie gebeuren van de reële lasten, taksen en belastingen van het Dienstencentrum Leiespiegel zodat de forfaitaire basisprijs jaarlijks kan aangepast worden in het voor- of nadeel van de gebruiker.
Artikel 1
De voorzitter van de gemeenteraad wordt gemachtigd om het addendum nr. 7 aan de full service-overeenkomst van het Dienstencentrum Leiespiegel van 25 februari 2016 tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze te ondertekenen.
Artikel 2
Volgende wijziging aan §1 van artikel 5 van bijgevoegde full service-overeenkomst van het Dienstencentrum Leiespiegel tussen het AGB Stad Deinze en de stad Deinze wordt opgenomen:
"Artikel 5 Vergoedingen
§1 Forfaitaire Basisvergoeding
De forfaitaire Basisvergoeding met betrekking tot het geheel van de in Artikel 1 bedoelde minimale standaarddiensten bedraagt afgerond 31 Euro (exclusief BTW) per volledige normale openingsdag en per het aantal toegewezen werkplekken.
Een volledige normale openingsdag is elke werkdag van de week, behalve op vrijdag. Per 31/12 van ieder jaar zal er een eindafrekening opgemaakt worden op basis van de reële lasten van het Dienstencentrum zodat de forfaitaire basisvergoeding jaarlijks kan worden aangepast door het Dienstencentrum in het voor- of nadeel van de Gebruiker.
Deze Basisvergoeding dekt alle lasten en belastingen met betrekking tot het gebouw en de uitrusting van het Dienstencentrum alsook de lasten van water, energieverbruik, verwarming en telecommunicatie vermeld in Artikel 1 hiervoor. Deze forfaitaire Basisvergoeding kan onder geen beding worden verminderd of aangepast ingevolge een verzaking van de Gebruiker aan een of meerdere diensten uit het pakket standaarddiensten van de Basisdienst. De forfaitaire Basisvergoeding is per kwartaal betaalbaar door overschrijving tegen uitreiking van een factuur".
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Ortwin Depoortere (raadslid)
Het decreet van 3 maart 2023 tot afschaffing van de voorafgaande machtiging voor de uitoefening van ambulante of kermisactiviteiten en tot wijziging van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juni 2003 betreffende de controletaak van de erkende ondernemingsloketten ter gelegenheid van de inschrijving van handels- of ambachtsondernemingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten, het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie en tot opheffing van het koninklijk besluit van 24 september 2006 houdende vaststelling van de vergoeding van de erkende ondernemingsloketten voor het beheer van de machtigingen van ambulante activiteiten en van de machtigingen van kermisactiviteiten.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 41, 2°.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De gemeenteraadsbeslissing van 20 juni 2019 over de goedkeuring van het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein.
De gemeenteraadsbeslissing van 20 februari 2020 over de goedkeuring van het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de wekelijkse boerenmarkt.
De Vlaamse Regering drukte haar ambitie uit om de regelgeving over ambulante en kermisactiviteiten te actualiseren. Het wil daarmee de lokale autonomie verhogen, op nieuwe consumententrends inspelen, de administratieve lasten verlagen en meer rechtszekerheid bieden. Ondertussen namen de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement hiervoor alle nodig regelgevende stappen. Vanaf 1 april 2024 gaan alle wijzigingen van deze hervorming in. Wij hebben gewacht tot de opmaak van de nieuwe reglementen voor de nieuwe legislatuur om deze wijzigingen in ons reglement te actualiseren.
1/ Een onderneming moet in Vlaanderen niet langer over een machtiging ambulante activiteiten beschikken om een dergelijke activiteit uit te oefenen. De leurkaart is met andere woorden in Vlaanderen afgeschaft.
Er blijft uiteraard gelden dat om beroepsmatig ambulante activiteiten uit te oefenen, het minstens moet gaan om een onderneming die correct ingeschreven is in de KBO via de persoon die de onderneming rechtsgeldig kan vertegenwoordigen.
Concreet wil dat zeggen dat de aanvraag en toekenning gebeurt via:
2/ De verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten op het grondgebied van de gemeente en buiten de vestigingen van de verkoper wordt pas toegelaten als de verkoper al de volgende elementen aantoont:
3/ De minimumtermijn van de vooropzeg die in elk van de drie gevallen aan de houders van een standplaats die hun huidige standplaats definitief verliezen, moet worden gegeven, is terug te vinden in onderstaand overzicht.
4/ Samen met de voorafgaande machtiging verdwijnt ook de nationaliteitsvoorwaarde voor de aanvrager van zo’n machtiging. Dat maakt dat in principe ook ondernemers van buiten de Europese Economische Ruimte (EER), die in België geen verblijf hebben, ambulante activiteiten kunnen uitoefenen.
5/ De boerenmarkt van Landegem werd opgenomen in het nieuwe reglement
6/Eenieder die een standplaats wenst in te nemen op de markt of het openbaar domein buiten de openbare markten om ambulante activiteiten uit te oefenen, moet dit voorafgaand aanvragen bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris, dit geldt ook voor eventuele schorsingen en stopzettingen.
Deze beslissing heeft geen financiële impact.
AFDELING 1 : Organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten
Artikel 1 Gegevens van openbare markten (wet art. 8 §2)
De gemeente richt op het openbaar domein volgende openbare markten in :
Wekelijkse openbare markten:
1.1 dinsdagmarkt : Hansbeke
PLAATS : Hansbekedorp
DAG : dinsdag
UUR : 8 uur tot 12 uur
SPECIALISATIE : nieuwe gemengde koopwaar
| Abonnementhouders, titularis van een vaste standplaats, dienen hun plaats ten laatste om 8 uur te hebben ingenomen. Vanaf dit uur kan die plaats toegewezen worden aan een toevallige marktkramer. |
| Om de inname van de standplaatsen en het verlaten ervan te vergemakkelijken, is de zone verkeersvrij van 6 tot 14 uur. De standplaatsen mogen vroeger ingenomen worden, op risico van de marktkramer, doch niet vóór 04.30 uur. In elk geval moet de standplaats en de markt verlaten zijn vóór 13.30 uur |
| Het college van burgemeester en schepenen kan te allen tijde beslissen dat de markt op niet kan doorgaan. Als wordt beslist deze markt van dag te verplaatsen, dan geldt dezelfde regeling als hierboven beschreven |
1.2 woensdagmarkt : Deinze
PLAATS : Markt
DAG : woensdag
UUR : 8 uur tot 12 uur
SPECIALISATIE : nieuwe gemengde koopwaar
| Abonnementhouders, titularis van een vaste standplaats, dienen hun plaats ten laatste om 8 uur te hebben ingenomen. Vanaf dit uur kan die plaats toegewezen worden aan een toevallige marktkramer. |
| Om de inname van de standplaatsen en het verlaten ervan te vergemakkelijken, is de markt verkeersvrij van 6 tot 14 uur. De standplaatsen mogen vroeger ingenomen worden, op risico van de marktkramer, doch niet vóór 04.30 uur. In elk geval moet de standplaats en de markt verlaten zijn vóór 13.30 uur |
| Valt de woensdagmarkt op 1 januari (nieuwjaar) of op 25 december (kerstmis), dan wordt de markt gehouden de maandag voordien, van 13 tot 17 uur. De markt is dan verkeersvrij van 12 tot 18 uur. De standplaatsen mogen ingenomen worden vanaf 12 uur, op risico van de marktkramer, en moeten ten laatste om 17.30 uur verlaten zijn. |
| Het college van burgemeester en schepenen kan te allen tijde beslissen dat de markt op woensdag niet kan doorgaan. Als wordt beslist deze markt van dag te verplaatsen, dan geldt dezelfde regeling als hierboven beschreven |
1.3. Vrijdagmarkt Nevele
PLAATS : Markt
DAG : vrijdag
UUR : 8 uur tot 12 uur
SPECIALISATIE : nieuwe gemengde koopwaar
| Deze markt wordt gehouden van 8 tot 12 uur. Standplaatsen mogen ingenomen worden vanaf 5 uur. Abonnementhouders dienen tegen 8 uur hun plaats ingenomen te hebben, vanaf dan kan die plaats toegewezen worden aan een toevallige marktkramer. De toewijs van vrije plaatsen gebeurt enkele vooraf. |
| Indien kerstmis en Nieuwjaar op een vrijdag dan gaat de markt niet door. |
| Het college van burgemeester en schepenen kan te allen tijde beslissen dat de markt op vrijdag niet kan doorgaan. Dan geldt dezelfde regeling als hierboven beschreven. |
1.4. Boerenmarkt Landegem
PLAATS : Landegemdorp
UUR : 15 uur tot 18 uur
SPECIALISATIE : producten eigen kweek of zelf vervaardigd.
| Deze markt wordt gehouden van 15 tot 18 uur. Standplaatsen mogen ingenomen worden vanaf 14 uur. Abonnementhouders dienen tegen 15 uur hun plaats ingenomen te hebben, vanaf dan kan die plaats toegewezen worden aan een toevallige marktkramer. De toewijs van vrije plaatsen gebeurt enkele vooraf. |
| Indien kerstmis en Nieuwjaar op een vrijdag vallen dan gaat de markt niet door. |
| Het college van burgemeester en schepenen kan te allen tijde beslissen dat de markt op vrijdag niet kan doorgaan. Dan geldt dezelfde regeling als hierboven beschreven. |
1.5. Zaterdagmarkt Petegem
PLAATS : doorsteek genaamd Kastanjelaan tussen Kastanjelaan en Centrumlaan
DAG : zaterdag
UUR : 8 uur tot 12 uur
SPECIALISATIE : nieuwe gemengde koopwaar
| Deze markt wordt gehouden van 8 tot 12 uur. Standplaatsen mogen ingenomen worden vanaf 5 uur. Abonnementhouders dienen tegen 8 uur hun plaats ingenomen te hebben, vanaf dan kan die plaats toegewezen worden aan een toevallige marktkramer. De toewijs van vrije plaatsen gebeurt enkele vooraf. |
| Indien kerstmis en Nieuwjaar op een zaterdag vallen dan gaat de markt niet door. |
| Het college van burgemeester en schepenen kan te allen tijde beslissen dat de markt op zaterdag niet kan doorgaan. Dan geldt dezelfde regeling als hierboven beschreven. |
Voor alle hierboven opgesomde markten vertrouwt de gemeenteraad aan het College van Burgemeester en Schepenen de bevoegdheid toe om de markten in te delen en wijzigingen op te nemen.
Het College zal voor elke standplaats de ligging, de grootte en het gebruik bepalen.
Afdeling 1.1 : Toewijzing standplaatsen
Artikel 2 Voorwaarden inzake toewijzing standplaatsen (wet art. 8 §2, art. 10 §1 en KB art. 25)
Een standplaats op de openbare markt kan enkel toegewezen worden aan ondernemingen met een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen die de ambulante activiteit toelaat, via de persoon die de onderneming rechtsgeldig kan vertegenwoordigen. :
Ambulante activiteiten zijn pas toegelaten als de verkoper aan volgende bijkomende voorwaarden voldoet:
1° de uitoefening van de ambulante activiteiten in kwestie wordt behoorlijk gedekt door verzekeringspolissen voor burgerlijke aansprakelijkheid en in voorkomend geval tegen brandrisico's;
2° bij de uitoefening van een ambulante activiteit waarbij voeding wordt verkocht, wordt voldaan aan de reglementaire voorwaarden voor de volksgezondheid.
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris kan ook altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs voorlegt.
De standplaatsen kunnen occasioneel ook toegewezen kunnen worden aan wie producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt met het oog op de verkoop.
Teneinde de diversiteit van het aanbod te waarborgen is het aantal standplaatsen per onderneming beperkt tot 1 (wet art 8)
Het college van burgemeester en schepenen zal voor elke standplaats de ligging, de grootte en het gebruik bepalen. De standplaatsen worden opgedeeld in de in artikel 5.2. van dit reglement opgesomde specialisaties.
De marktkramers moeten standgeld betalen, overeenkomstig de modaliteiten van het desbetreffend reglement.
Er kunnen standplaatsen toegewezen worden met een maximum diepte van 3,50 meter en een lengte van 3 tot 20 meter. Uitzonderingen zijn te bepalen door het CBS. De marktkramers mogen hun voertuigen inbouwen op de hen toegewezen plaats en binnen de perken van de hen toegewezen ruimte. Iedere houder van een abonnement, titularis van een vaste standplaats, dient zich onder gelijk welke omstandigheden te houden aan de hem/haar toegewezen plaats en aantal meter.
Bij tijdelijke afwezigheid van een buurmanabonnee, mag deze plaats niet ingenomen worden onder vorm van uitbreiding van de eigen standplaats.
Teneinde enige diversiteit in het aanbod van producten te behouden, zijn voor het totaal aantal standplaatsen per abonnement, volgende maximum quota’s van toepassing:
| Textiel |
40% |
| Vlees, vis, zuivel |
20% |
| Groente, fruit, bloemen, planten |
15% |
| Andere |
25% |
Artikel 3 Verhouding abonnementen – losse plaatsen (KB art. 23)
De standplaatsen op de openbare markt worden toegewezen:
1. woensdagmarkt : Deinze
- hetzij per abonnement (maximum 95 % van het totaal aantal standplaatsen)
EN/OF
- hetzij van dag tot dag (minimum 5 % van het totaal aantal standplaatsen)
2. Voor de andere wekelijkse markten is het aantal plaatsen dat van dag tot dag wordt aangeboden afhankelijk van het aantal afwezige marktkramers met abonnement.
Artikel 4 Toewijzingsregels losse plaatsen (KB art 27, gewijzigd door BVR)
1. woensdagmarkt : Deinze
De toewijzing van de plaatsen op het marktplan aangeduid als risicoplaats en de plaatsen waarvan vooraf geweten is dat ze op een bepaalde marktdag niet zullen worden ingenomen gebeurt zowel vooraf als op de dag zelf.
Een marktplan is raadpleegbaar op de website (www.deinze.be). Hierop zijn per marktdag alle beschikbare vrije aangeduid. Hierop kan via het webformulier op ingetekend worden. Men kan voor meerdere plaatsen per marktdag intekenen. Er wordt wel maximaal één plaats toegekend.
a. vooraf
De laatste marktdag van iedere maand worden de losse plaatsen toegekend voor de marktdagen van volgende maand op basis van de ingediende kandidaturen. De toewijzing gebeurt op basis van het aanwezigheidsregister voor risico’s op de markt de 12 maanden voorafgaand aan de loting. Dit aanwezigheidsregister is steeds ter inzage tijdens de loting. De plaatstoekenning gebeurt in aflopende volgorde van het aantal aanwezigheden (wie meest aanwezig was mag eerst een vrije plaats kiezen). Bij gelijke aanwezigheid wordt er geloot. De betaling gebeurt contant. Indien de persoon die een kandidatuur indiende tijdens de loting niet aanwezig is zal hem per e-mail de toegewezen plaats en het aantal meters worden toegezonden. Hierbij zal ook het te betalen bedrag en het rekeningnummer worden meegegeven. Enkel ontvangst van betaling op het opgegeven rekeningnummer van het stadsbestuur ten laatste de dag voor de effectieve marktdag heeft recht op de ingenomen plaats. Het rekeninguittreksel van de stad is bindend. Bij ontstentenis van betaling zal de plaats zonder verwijl aan een andere marktkramer worden aangeboden. Hetzij een persoon die ook had ingetekend voor deze plaats, hetzij aan een andere persoon tijdens de loting de dag zelf. Enkel afwezigheid op de desbetreffende marktdag gestaafd met een medisch attest heeft recht op terugbetaling van het betaalde standgeld. Enkel na toestemming van de marktleider kan op de dag zelf beslist worden een andere plaats in te nemen, en dit voor 8 uur. Wie meer meters inneemt dan degene die hem worden toegekend zullen hem zonder verweer door de marktleiders worden aangerekend.
b. de dag zelf
Alle vrije plaatsen op de markt om 8 uur komen in aanmerking. De toewijzing gebeurt bij loting.
De houder van de machtiging als werkgever moet bij de toewijzing van de standplaats aanwezig zijn.
Toevallige marktkramers die wederrechtelijk of zonder aan de loting deel te nemen een standplaats innemen, betalen onmiddellijk aan de marktleider, het dubbel van het vastgestelde tarief, tegen afgifte van een kwitantie. Bij herhaaldelijke inbreuk kan de procedure tot tijdelijke of algehele uitsluiting van de marktkramer worden opgestart.
2. de andere wekelijkse markten
De toewijzing van de losse standplaatsen gebeurt uitsluitend vooraf. De vraag dient vooraf gericht te worden per mail markten@deinze.be
Artikel 5 Toewijzingsregels per abonnement op de openbare markten
5.1. Vacature en kandidatuurstelling standplaats per abonnement (KB art. 28 & 30, gewijzigd door BVR)
Wanneer een standplaats die per abonnement toegewezen wordt, vrijkomt, gaat de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris na of er een geschikte kandidaat is in het register van kandidaturen, zoals omschreven in 5.2.
Als het register geen geschikte kandidaat bevat, wordt een vacature bekendgemaakt door publicatie van een kennisgeving.
Deze kennisgeving zal gebeuren door middel van een bericht via de website (www.deinze.be).
De kandidaturen kunnen ingediend worden :
Dit binnen de termijn voorzien in de kennisgeving van de vacature. Kandidaturen die hieraan niet voldoen, worden niet weerhouden.
5.2. Register van de kandidaturen (KB art. 31, gewijzigd door BVR)
Alle kandidaturen worden bijgehouden in een register.
De lijst wordt jaarlijks aangepast en opgebouwd op basis van de aanwezigheid op de desbetreffende markt het voorbije kalenderjaar. Iedereen zonder vaste standplaats, die éénmaal aanwezig was op de markt wordt automatisch opgenomen in de lijst in volgorde van het aantal aanwezigheden (wie meest aanwezig was staat eerst). Bij ex-aequo wordt gekeken naar de ranking van het jaar voordien.
Wie schriftelijk zijn kandidatuur indiende en op geen enkele marktdag het vorige kalenderjaar aanwezig was wordt aangeschreven om zijn kandidatuur te hernieuwen. Ze worden onderaan de lijst opgenomen in volgorde van ontvangst van hun hernieuwde kandidatuur. Kandidaten die op basis van hun aanwezigheid opgenomen zijn in de lijst en het voorbije jaar op geen enkele markt aanwezig waren zien hun kandidatuur vervallen.
Dit register wordt opgedeeld in subregisters volgens de categorieën van de te koop aangeboden producten, zoals hieronder bepaald:
| Voor de toewijzing van de vaste standplaatsen en om de diversiteit van de koopwaar te verzekeren, wordt de koopwaar ingedeeld in volgende categorieën :
|
5.3. Volgorde van toekenning standplaatsen op basis van register (KB art 29 en 31, gewijzigd door BVR)
Bij het vacant komen van een standplaats per abonnement zullen met het oog op de toekenning ervan, de kandidaturen als volgt geklasseerd worden in het register van kandidaturen :
De standplaatsen worden binnen elke categorie, in voorkomend geval, volgens de gevraagde standplaats en specialisatie en tenslotte volgens het register van de kandidaturen.
Wanneer twee of meerdere aanvragen behorend tot dezelfde categorie tezelfdertijd ingediend worden, wordt als volgt voorrang gegeven :
5.4. Bekendmaking van de toewijzing van de standplaatsen per abonnement (KB art. 33)
De toewijzing van de standplaats wordt bekend gemaakt aan de aanvrager :
5.5. Het register van de standplaatsen toegewezen per abonnement (KB art. 34, gewijzigd BVR)
Een plan en/of register wordt bijgehouden waarin voor elke standplaats toegewezen per abonnement vermeld staat :
Overeenkomstig het bestuursdecreet van 7 december 2018 kan dit plan of register steeds geraadpleegd worden.
5.6. . Identificatievereiste bij uitoefenen ambulante activiteiten op openbare markt (KB art 21)
Elke persoon die een ambulante activiteit uitoefent op de openbare markt, dient zich te identificeren aan de hand van een leesbaar uithangbord, zichtbaar geplaatst op het kraam of het voertuig, indien hij de activiteit aan het kraam of het voertuig uitoefent. Het bord moet eveneens door de aangestelden aangebracht worden wanneer deze alleen werken.
Het bord bevat volgende vermeldingen:
Afdeling 1.2 : Abonnementen
Artikel 6 Periodiciteit van abonnement (KB art. 32 en 37, gewijzigd door BVR)
De abonnementen worden toegekend voor onbepaalde duur behoudens anders bepaald door de aanvrager (cf. artikel 7en 8 van onderhavig marktreglement) en behoudens intrekking bij aangetekend schrijven door het gemeentebestuur in de gevallen bepaald in artikel 9 van onderhavig marktreglement.
Een seizoensgebonden activiteit (art 37) is in het algemeen een activiteit die betrekking heeft op producten of diensten die wegens hun aard of traditie slechts gedurende een periode van het jaar verkocht worden.
De abonnementen die toegekend worden voor de verkoop van hoger vernoemde activiteiten worden geschorst gedurende de periode van non-activiteit. Gedurende de periode van non-activiteit kunnen deze standplaatsen toegewezen worden als losse standplaatsen.
Artikel 7 Opschorting abonnement (KB art. 32, gewijzigd door BVR)
De houder van een abonnement kan het abonnement opschorten voor een voorziene periode van tenminste een maand wanneer hij ongeschikt is zijn activiteit uit te oefenen:
De opschorting gaat in de dag waarop de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris op de hoogte gebracht wordt van de ongeschiktheid en houdt op ten laatste vijf dagen na de melding van het hernemen van de activiteiten. Na afloop van de opschorting krijgt de geabonneerde zijn standplaats terug.
De opschorting impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit de overeenkomst voorkomen.
Gedurende de periode van opschorting kan de standplaats toegewezen worden als losse plaats, waarbij geen rekening gehouden wordt met de specialisatie van het register (van abonnementen).
Artikel 8 Afstand van het abonnement (KB art. 32, gewijzigd door BVR)
De houder van een abonnement kan afstand doen van het abonnement
De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.
De aanvragen van opschorting, herneming of opzegging van een abonnement worden betekend volgens één van de vermelde modaliteiten:
Artikel 9 Schorsing en opzegging van abonnement door de gemeente (KB art 32 laatste lid, gewijzigd door BVR)
Het abonnement zal de burgemeester, zijn afgevaardigde of door de concessionaris geschorst of ingetrokken worden in volgende gevallen:
De beslissing tot schorsing of opzegging wordt betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
Artikel 10 Vooropzeg vanuit de gemeente (Wet art. 8 § 2, gewijzigd door decreet)
Wanneer de openbare markt of een deel van de standplaatsen definitief wordt opgeheven, geldt een termijn van vooropzeg aan de houders van een standplaats per abonnement
Deze termijn bedraagt 12 maanden wanneer de houder definitief zijn abonnement verliest.
Deze termijn bedraagt 6 maanden in het geval van een definitieve verhuizing van de openbare markt of een deel ervan en de houder zijn abonnement behoudt.
In gevallen van absolute noodzakelijkheid kan hier van afgeweken worden. De minimumtermijn kan dan ingekort worden.
Deze personen krijgen voorrang bij het toekennen van een vacante standplaats per abonnement (cf. artikel 5.3).
Artikel 11 Inname standplaatsen (KB art. 26, gewijzigd door BVR)
De standplaatsen op de openbare markt kunnen ingenomen worden door:
De personen vermeld in B. tot E. kunnen de standplaatsen innemen, die toegewezen zijn of onderverhuurd zijn aan de natuurlijke persoon, maatschap of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst zij de activiteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats is toegewezen of onderverhuurd.
Wie niet beroepsmatig producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt, kan, mits voorafgaande toelating van de gemeente, ook een standplaats innemen.
Artikel 12 Overdracht standplaats (KB art. 35, gewijzigd door BVR)
De overdracht van een standplaats is toegelaten onder de volgende voorwaarden:
Een eventuele wijziging van de specialisatie KAN aangevraagd worden per aangetekend schrijven bij het college van burgemeester en schepenen.
De overdracht is geldig voor de resterende geldigheidsduur van het abonnement van de overlater. Ingeval van overdracht wordt het abonnement eveneens stilzwijgend vernieuwd.
De inname van de overgedragen standplaats is pas toegelaten als de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris heeft vastgesteld dat :
Artikel 13 Andere toewijzingsmodaliteiten
Op de wekelijkse woensdagmarkt worden 8 abonnementsplaatsen in concessie gegeven aan de bonden van Gent en Antwerpen. Zij wijzen wekelijks deze plaatsen toe aan hun leden. Zij zien er op toe dat de toewijs enkel gebeurt aan personen die hun exclusieve koopwaar, (die niet of onder die vorm aanwezig is op de markt) op een attractieve manier aanprijzen door interactie aan te gaan met de marktbezoekers.
AFDELING 2 : Organisatie van ambulante activiteiten op het openbaar domein buiten de openbare markten
Afdeling 2.1 Plaatsen op het openbaar domein waar de ambulante activiteit mag plaatsvinden zijn vooraf bepaald
Artikel 14 Toepassingsgebied (KB art. 42 §1)
Op volgende plaatsen is de uitoefening van ambulante activiteiten toegelaten na een voorafgaande machtiging van de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris :
a) DEINZE – CENTRUM
Locatie : Sint-Poppoplein en Rheinbachplein
Specificatie : Enkel activiteiten van ambulante handel waarbij de consumptie ter plaatse gebeurd worden toegestaan. Het betreft foodtrucks die door hun uitzicht en opstelling niet storend zijn en eventuele een meerwaarde kunnen betekenen voor het karakteristieke totaalbeeld van het plein en de omgeving.
b) ASTENE
Locatie : Parking zaal Ten hove
Specificatie : geen
c) HANSBEKE
Locatie : Parking Station
Specificatie : geen
d) LANDEGEM
Locatie :Landegemdorp en sporthal
Specificatie : geen
e) PETEGEM
Locatie : Parking voetbalterrein Sparta Petegem
Specificatie : geen
f) SINT-MARTENS LEERNE
Locatie : Parkeerruimte rechtover zaal Den Engel
Specificatie : geen
g) KERKHOVEN : Bloemenverkoop in de week van Allerheiligen
Teneinde de diversiteit van het aanbod te waarborgen is per locatie slechts één standhouder per product toegestaan. Er wordt geen ambulante handel toegestaan tijdens de openbare markten, gedurende kermissen en activiteiten waarvoor een goedkeuring is verleend door het stadsbestuur op deze plaatsen, aanpalende straten en pleinen.
De bezettingsmodaliteiten kunnen op eenvoudige vraag bekomen worden bij de gemeente.
Artikel 15 Voorafgaande machtiging (KB art. 38)
15.1. Aanvraag machtiging
Eenieder die een standplaats wenst in te nemen op één of meerdere van de vermelde plaatsen in artikel 14 om ambulante activiteiten uit te oefenen moet voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 2 van dit reglement en is onderworpen aan een voorafgaande machtiging. Deze machtiging moet voorafgaand aan het uitoefenen van de ambulante activiteit aangevraagd worden bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris (contactgegevens vermelden).
De aanvrager dient ook te vermelden op welke specifieke plaats(-en) hij ambulante activiteiten wenst uit te oefenen.
15.2. Beslissing machtiging (KB art 42, gewijzigd door BVR)
In geval van positieve beslissing verkrijgt de aanvrager een machtiging met daarin vermeld :
De gevraagde machtiging kan geweigerd worden omwille van één of meerdere van onderstaande redenen :
De gemeente zal deze reden(-en) objectief en grondig motiveren in zijn kennisgeving van de negatieve beslissing aan de aanvrager en verwijst tevens naar rechtsmiddelen inzake beroep.
Artikel 16 Voorwaarden inzake toewijzing en inname standplaatsen (KB art. 40 en 41)
De personen die voldoen aan de voorwaarden tot het verkrijgen (cf. supra Afdeling 1 artikel 2) en innemen van de standplaatsen op de openbare markt (cf. supra Afdeling 1 artikel 11) kunnen standplaatsen op het openbaar domein verkrijgen en innemen.
Artikel 17 Toewijzingsregels losse standplaatsen (art. 42 §2)
De toewijzing van losse plaatsen gebeurt volgens de chronologische volgorde van aanvragen en desgevallend in functie van de gevraagde plaats en specialisatie.
Wanneer twee of meerdere aanvragen voor standplaatsen gelijktijdig ingediend worden, gebeurt de toewijzing via loting.
Artikel 18 Toewijzingsregels per abonnement
Hier gelden dezelfde regels als voor de openbare markten (cf. supra).
Afdeling 2.2. Plaatsen op het openbaar domein waar de ambulante activiteit mag plaatsvinden zijn niet vooraf bepaald
Artikel 19. Toepassingsgebied (KB art. 43, gewijzigd door BVR)
Eenieder die een standplaats wenst in te nemen op één of meerdere plaatsen van het openbaar domein buiten de openbare markten om ambulante activiteiten uit te oefenen, moet dit voorafgaand aanvragen bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris.
Artikel 20 Voorafgaande machtiging
20.1. Aanvraag machtiging (KB art. 43, gewijzigd door BVR)
Om een standplaats in te nemen zoals vermeld in artikel 19 moet voldaan zijn aan de voorwaarden vermeld in artikel 2 en dient men te beschikken over een machtiging. Deze machtiging moet voorafgaand aan het uitoefenen van de ambulante activiteit aangevraagd worden bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris (contactgegevens vermelden).
20.2. Beslissing machtiging
In geval van positieve beslissing verkrijgt de aanvrager een machtiging met daarin vermeld :
De gevraagde machtiging kan geweigerd worden omwille van één of meerdere van onderstaande redenen :
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris zal deze reden(-en) objectief en grondig motiveren in zijn kennisgeving van de negatieve beslissing aan de aanvrager en verwijst tevens naar rechtsmiddelen inzake beroep.
Artikel 21 Voorwaarden inzake toewijzing en inname standplaatsen
De personen die voldoen aan de voorwaarden tot het verkrijgen (cf. supra Afdeling 1 artikel 2) en innemen van de standplaatsen op de openbare markt (cf. supra Afdeling 1 artikel 11) kunnen standplaatsen op het openbaar domein verkrijgen en innemen.
Artikel 22 Toewijzingsregels losse standplaatsen (KB art. 43 §2, gewijzigd door BVR)
De toewijzing van losse plaatsen gebeurt volgens de chronologische volgorde van aanvragen en desgevallend in functie van de gevraagde plaats en specialisatie.
Wanneer twee of meerdere aanvragen voor standplaatsen gelijktijdig ingediend worden, gebeurt de toewijzing via loting.
Artikel 23 Toewijzingsregels per abonnement
Hier gelden dezelfde regels als voor de openbare markten (cf. supra). Voorwaarden inzake melding van vacature (cf. Afdeling 1 artikel 5.1 van dit reglement) geldt niet.
Afdeling 2.3. Ambulante activiteit op rondtrekkende wijze
| Toelichting : Ambulante activiteiten kunnen ook op rondtrekkende wijze uitgeoefend worden. Hierbij verplaatst de handelaar zich regelmatig langs een vooraf bepaald traject met verschillende verkooppunten. Deze verkooppunten neemt hij tijdelijk, telkens voor een bepaalde duur in. |
Artikel 24. Toepassingsgebied (wet art 4 en 9)
Eenieder die op de openbare weg ambulante activiteiten wenst uit te oefenen, dient dit voorafgaand aan te vragen bij de gemeente.
Artikel 25 Voorafgaande machtiging
25.1. Aanvraag machtiging (KB art. 43, gewijzigd door BVR)
Om een ambulante activiteit op de openbare weg uit te oefenen, zoals vermeld in artikel 24, moet voldaan zijn aan de voorwaarden vermeld in artikel 2 en dient men te beschikken over een machtiging. Deze machtiging dient voorafgaand aan het uitoefenen van de ambulante activiteit aangevraagd te worden bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris (contactgegevens vermelden).
25.2. Beslissing machtiging
In geval van positieve beslissing verkrijgt de aanvrager een machtiging met daarin vermeld :
De gevraagde machtiging kan geweigerd worden omwille van één of meerdere van onderstaande redenen :
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris zal deze reden(-en) objectief en grondig motiveren in zijn kennisgeving van de negatieve beslissing aan de aanvrager en verwijst tevens naar rechtsmiddelen inzake beroep.
AFDELING 3 : Verkopen van producten of diensten met niet-commercieel karakter
| Toelichting : De occasionele verkopen voor een niet-commercieel doel zijn niet onderworpen aan de wet op de ambulante activiteiten (wet art 5, 1°). Deze verkopen voldoen wel aan de definitie ambulante activiteit maar zijn door hun specifieke aard niet onderworpen aan de voorwaarden en verplichtingen van de wet. Wel gelden er voor deze verkopen met niet-commercieel karakter specifieke voorwaarden. |
Artikel 26 Specifieke voorwaarden voor verkopen met niet-commercieel karakter (KB art 7, gewijzigd door BVR)
De producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkopen, te koop aanbieden of uitstallen is niet onderworpen aan de bepalingen van de wet indien deze activiteiten aan al de volgende voorwaarden voldoen (KB Art. 7. § 1.) :
1° ze vinden plaats met één van volgende doelen
2° ze blijven occasioneel; occasioneel betekent maximaal tweemaal per jaar;
3° de betrokken burgemeester of zijn afgevaardigde heeft vooraf toestemming verleend;
4° als ze de grenzen van de gemeente overschrijdt en geen bijkomende toelating van de gemeente vereist is, dan heeft de organisatie een voorafgaande toelating gevraagd aan de Minister of de personeelsleden aan wie hij deze bevoegdheid heeft gedelegeerd.
De voorwaarde vermeld in het eerste lid, 3°, geldt niet ingeval toepassing wordt gemaakt van het eerste lid, 4°.
Artikel 27 Identificatievereiste
Tijdens de verkoop, te-koop-aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van producten of diensten voor een niet-commercieel doel zoals vermeld in art 30, is elke verkoper herkenbaar via een kenmerk dat het mogelijk maakt om de operatie te identificeren.
Op verzoek van de overheid die de toestemming heeft verleend, overhandigt de verantwoordelijke, binnen dertig dagen, het bewijs van de bestemming van de fondsen om het aangegeven doel te realiseren.
Artikel 28 Aanvraag voorafgaande machtiging (KB art 7 §2 en 3, gewijzigd door BVR).
De aanvraag van een toestemming zoals vermeld in art. 26, is afhankelijk van de situatie, gericht aan de burgemeester(s) of aan zijn afgevaardigde(n) of aan de Minister of aan de personeelsleden aan wie hij die bevoegdheid heeft gedelegeerd, op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
De aanvraag omvat :
De toestemming, vermeld in art. 26, eerste lid, 3° of 4°, is beperkt tot één jaar. Ze is hernieuwbaar. Ze bevat de vermeldingen uit de aanvraag.
Artikel 29 Weigering en intrekking machtiging
De toestemming voor een specifiek niet-commercieel doel, zoals vermeld in art 26, eerste lid, 3° of 4°, kan geweigerd worden en de actie kan verboden worden als de doelstelling niet overeenstemt met de toegestane doelen of als de voorgestelde verkopen een risico vormen voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of rust.
Als de overheid die ervoor bevoegd is de toestemming te verlenen, argwaan heeft over de reële doelstellingen van de actie of over de moraliteit van de verantwoordelijke(n), kan ze een voorafgaand onderzoek laten uitvoeren door de personen, vermeld in artikel 11, §1, van de wet, en artikel 45 van dit besluit. Ze kan ook van een of meer verantwoordelijken eisen dat ze een uittreksel uit het strafregister voorleggen.
De toestemming, vermeld in art 26, eerste lid, 3° of 4°, kan ingetrokken worden of de actie kan verboden worden, tijdens de manifestatie, door de bevoegde overheid als vastgesteld wordt dat de voorwaarden van de toestemming of van de verklaring of de voorschriften, vermeld in dit artikel, niet worden nageleefd.
Iedere nieuwe actie kan verboden worden voor een natuurlijke of rechtspersoon of een vereniging die de bepalingen van dit artikel niet naleeft, gedurende een periode van één jaar vanaf de vaststelling van de niet-naleving. In geval van recidive kan de duur van de voormelde periode op drie jaar worden gebracht.
De weigering, het verbod of de intrekking wordt betekend :
AFDELING 4 : Aanvullende bepalingen
Artikel 30 Bevoegdheid marktleider (KB art. 44)
De marktleider, aangesteld door de burgemeester of zijn afgevaardigde, is bevoegd om documenten die de machtiging en identiteit van de personen die een ambulante activiteit uitoefenen aantonen te controleren.
Artikel 31 Verplichte documenten (KB art 15, gewijzigd door BVR)
De machtiging ambulante handel is alleen geldig als de volgende documenten erbij gevoegd zijn :
De machtiging en de documenten, vermeld in art. 26, eerste lid, 1° tot en met 3°, worden voorgelegd op elk verzoek van de personen, vermeld in artikel 11, §1, van de wet, en artikel 44 en 45 van dit besluit.
De gemeente of de concessionaris zal de machtiging en de documenten, vermeld in art. 26, eerste lid, 1° tot en met 3°, bij de toekenning van een standplaats en nadien periodiek en steekproefsgewijs controleren.
Artikel 32 Identificatievereiste bij uitoefenen ambulante activiteiten (KB art 21)
Elke persoon die een ambulante activiteit uitoefent, dient zich te identificeren aan de hand van een leesbaar uithangbord, zichtbaar geplaatst op het kraam of het voertuig, indien hij de activiteit aan het kraam of het voertuig uitoefent. Het bord moet eveneens door de aangestelden aangebracht worden wanneer deze alleen werken.
Het bord bevat volgende vermeldingen:
Artikel 33 Occasioneel karakter
Voor verkopen met niet-commercieel karakter (art 7)
Er kan toelating worden aangevraagd om maximaal twee maal per jaar op een wekelijkse openbare markt een standplaats te verkrijgen.
Het aantal standplaatsen per marktdag is beperkt tot 1.
De organisatie die als eerste zijn plaats verkregen heeft door het college van burgemeester en schepenen zal de plaats worden toegewezen. Aan de anderen zal gevraagd worden een andere marktdag op te geven.
Artikel 1
Het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein van 20 juni 2019 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 3
Het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de wekelijkse boerenmarkt van 20 februari 2020 wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 5
Afschrift van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de marktverantwoordelijke, belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 6
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en § 3 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op standplaatsen op openbare markten.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2020 over de belasting op standplaatsen op de wekelijkse boerenmarkt.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op standplaatsen op openbare markten en het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2020 over de belasting op standplaatsen op de wekelijkse boerenmarkt vervallen op 31 december 2025.
Ingevolge de mogelijkheid die BBC 3.0 biedt, wordt de vroegere belasting omgevormd tot een retributie.
De marktleider formuleerde een gemotiveerd voorstel voor de tarieven, die gedifferentieerd zijn volgens de deelgemeenten, maar waarbij een vaste eenheidsprijs per lopende meter wordt vastgesteld ongeacht het aantal meter, en waarbij voor de abonnementen één tarief wordt vastgesteld ongeachte de periodiciteit (jaar, 6 maand, seizoen).
De aflopende belastingreglementen standplaatsen op openbare markten en standplaatsen op de wekelijkse boerenmarkt worden samengevoegd tot één retributiereglement. De tarieven wijzigen niet wezenlijk omdat de markten immers onder druk staan. De voornaamste wijzigingen zijn de volgende:
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
050000 - Handel en middenstand |
| algemene rekening |
700500 - Retributies: plaatsrecht wekelijkse markten |
| kostenplaats |
DEINZE / PETEGEM / NEVELE / HANSBEKE / BOER / AVOND / JAAR |
| krediet 2026 |
75.000 euro / 28.000 euro / 3.000 euro / 1.500 euro / 2.500 euro / 1.000 euro / 1.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op standplaatsen op openbare markten.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de persoon die een machtiging of toelating heeft bekomen conform het gemeentelijk reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein, afdeling 1 - organisatie van ambulante activiteiten op de openbare markten.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Deinze en Petegem
a/ abonnement: 78,00 euro per lopende meter voorgevel per jaar
b/ toevallige marktkramer: 3,25 euro per lopende meter voorgevel met een minimum van 20,00 euro per dag
c/ toevallige marktkramer woensdagjaarmarkt: 5,00 euro per lopende meter voorgevel met een minimum van 25,00 euro
d/ toevallige marktkramer avondjaarmarkt: 5,00 euro per lopende meter voorgevel met een minimum van 25,00 euro
Nevele, Hansbeke en Landegem (boerenmarkt en jaarmarkt)
a/ abonnement: 39,00 euro per lopende meter voorgevel per jaar
b/ toevallige marktkramer: 1,25 euro per lopende meter voorgevel met een minimum van 10,00 euro per dag
c/ toevallige marktkramer jaarmarkt: 1,25 euro per lopende meter voorgevel met een minimum van 10,00 euro
Artikel 4
De retributie op de elektriciteitsvoorziening op het openbaar domein voor de marktkramers wordt forfaitair vastgesteld als volgt:
a) marktkramers met vaste abonnementsplaats
b) Marktkramers die een vrije standplaats innemen
Jaarlijks zal bekeken worden als deze prijzen nog marktconform zijn.
Terugbetaling
Artikel 5
Indien een marktkramer (enkel houders van een abonnement) door middel van een doktersattest kan aantonen dat hij/zij gedurende minimum 5 opeenvolgende weken de standplaats niet heeft kunnen innemen wegens ziekte, zal een terugbetaling gebeuren voor het aantal afwezige weken.
Wijze van betaling
Artikel 6
Voor de abonnementhouders:
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Voor de niet-abonnementhouders:
De retributie moet contant betaald worden voor het plaatsen van het marktkraam. Een kwitantie wordt afgeleverd. Bij gebrek aan contante betaling wordt een factuur aan de retributieplichtige verstuurd die onmiddellijk eisbaar is.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor standplaatsen op openbare markten wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Ortwin Depoortere (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op ambulante handel buiten openbare markten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de belasting op ambulante handel buiten openbare markten vervalt op 31 december 2025.
Ingevolge de mogelijkheid die BBC 3.0 biedt, wordt de vroegere belasting omgevormd tot een retributie.
De marktleider formuleerde en voorstel waarbij de belasting wordt geheven op alle handelaars die - buiten de openbare markten - een commerciële activiteit uitvoeren op een andere plaats dan het adres gekend bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. Dit kan gebeuren door inname van het openbaar domein, privaat domein grenzend aan het openbaar domein en commerciële parkings. De ambulante handel kan uitgevoerd worden door het innemen van een standplaats of op rondreizende wijze.
De ambulante handelaar die een plaats inneemt op privaat domein of op commerciële parkings dient zowel de toelating van de eigenaar als van de stad te krijgen. De stad kan de ambulante handelaar weigeren in volgende gevallen: het in gedrang brengen van de openbare orde en openbare veiligheid, het verstoren van de openbare rust, inbreuk op de hygiënenormen of strijdig zijn met de ruimtelijke ordening.
Gezien ook de toelating aan de stad moet gevraagd worden, concludeert de Federale Overheidsdienst Financiën dat ook met het oog op het gelijkheidsbeginsel een belasting op standplaatsen kan geheven worden voor het innemen van standplaatsen grenzend aan het openbaar domein, op commerciële parkings en op rondreizende wijze.
In het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein, worden een aantal plaatsen bepaald waar ambulante handel is toegestaan en onder welke vorm. Andere plaatsen kunnen aangevraagd worden en worden beoordeeld op basis van bovengenoemde normen. Bij manifestaties waarbij de organisator zelf in ambulante handelaars voorziet, zal geen ambulante handel hetzij staand of rondreizend toegelaten worden binnen een perimeter van 500 meter.
De voornaamste wijzigingen tegenover het aflopende belastingreglement zijn de volgende:
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
050000 - Handel en middenstand |
| algemene rekening |
700502 - Retributies: ambulante handel |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
5.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op ambulante handel buiten openbare markten.
Definities
Artikel 2
Openbaar domein: de goederen die tot het openbaar domein behoren in de meest ruime betekenis en die voor iedereen toegankelijk zijn ongeacht wie de eigenaar is van het goed.
Privaat domein: alle overige goederen, andere dan deze die tot het openbaar domein behoren.
Commerciële parkings: private parkings en parkings van winkelcentra.
Schuldenaar
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door alle handelaars die een commerciële activiteit uitvoeren op een andere plaats dan het adres gekend bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. Dit kan gebeuren door inname van het openbaar domein, privaat domein grenzend aan het openbaar domein en commerciële parkings. De ambulante handel kan uitgevoerd worden door het innemen van een standplaats of op rondreizende wijze.
Tarieven
Artikel 4
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
a/ standplaats op het openbaar domein en commerciële parkings :
b/ standplaatsen op privaat domein:
c/ rondreizende ambulante handelaar: 125,00 euro per nummerplaat en per jaar.
Terugbetaling
Artikel 5
Indien een ambulante handelaar (enkel houders van een abonnement) door middel van een doktersattest kan aantonen dat hij/zij gedurende minimum 8 weken de standplaats niet heeft kunnen innemen wegens ziekte, zal een terugbetaling gebeuren voor het aantal afwezige weken.
Vrijstelling
Artikel 6
Er is een vrijstelling van belasting voor ambulante handel tijdens manifestaties (bv. wielerwedstrijden, stoet, processie, ...).
Wijze van betaling
Artikel 7
Voor de abonnementhouders en rondreizende ambulante handelaars:
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Voor de niet-abonnementhouders:
De retributie moet contant betaald worden voor het plaatsen van het verkoopkraam. Een kwitantie wordt afgeleverd. Bij gebrek aan contante betaling wordt een factuur aan de retributieplichtige verstuurd die onmiddellijk eisbaar is.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 8
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 9
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor ambulante handel buiten openbare markten wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De Vlaamse Codex ruimtelijke ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.
Het decreet van 5 april 1995 en latere wijzigingen over algemene bepalingen inzake milieubeleid, titel IV en V.
Het decreet van 15 mei 2009 en latere wijzigingen over de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het decreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen over de omgevingsvergunning.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 en latere wijzigingen over algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) met indelingslijst als bijlage 1.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2003 en latere wijzigingen tot bepaling van de handelingen die vrijgesteld zijn van de medewerking van de architect.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 en latere wijzigingen over algemene en sectorale voorwaarden voor GPBV-installaties (VLAREM III).
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten in uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning met als bijlage 1 de Vlaamse lijst en als bijlage 2 de provinciale lijst.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunningen en haar bijlagen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over belasting op omgevingsdossiers in het kader van het omgevingsdecreet.
De belasting van 24 december 2019 over de belasting op omgevingsdossier vervalt op 31 december 2025.
Ingevolge de mogelijkheid die BBC 3.0 biedt, wordt de vroegere belasting omgevormd tot een retributie.
Door het Decreet over de omgevingsvergunning is één enkele procedure ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht, voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening – VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede of de derde klasse (bedoeld in artikel 5.2.1 van het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid – DABM).
Artikel 5 van het Decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning vermeldt de projecten die op grond van respectievelijk het Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn.
De behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het Decreet van 25 april 2014 over de Omgevingsvergunning brengt bijkomende kosten mee voor het gemeentebestuur.
Het is billijk dat de financiële last die hieruit voortvloeit niet volledig ten laste gelegd wordt van de gemeenschap, maar mede gedragen wordt door de belanghebbenden.
Het is wenselijk om het tarief van de retributie te differentiëren naargelang de omvang van een dossier, het aantal uren werk en de gemaakte onkosten.
Het verkavelen van gronden levert naast de kost voor de administratieve afhandeling van de omgevingsvergunning extra werkkosten voor de opvolging van de realisatie en beheer. Het is billijk dat de financiële last die uit het verkavelen voortvloeit niet volledig ten laste gelegd wordt van de gemeenschap, maar mede gedragen wordt door de belanghebbenden.
De tarieven voor alle stedenbouwkundige handelingen met medewerking van een architect werden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme en kostendekkende prijsindexering. Voor de stedenbouwkundige handelingen zonder medewerking van een architect is het tarief niet gewijzigd. Vanaf 2027 worden alle tarieven jaarlijks geïndexeerd.
Een reeks stedenbouwkundige handelingen waarvoor tot nu toe geen officieel tarief bestond, en waarvoor tot nu tot het laagste tarief werd toegepast, werden nu ook officieel opgenomen in het retributiereglement.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
060000 - Ruimtelijke planning |
| algemene rekening |
700010 - Retributies: omgevingsvergunningen |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
120.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de aanvragen van omgevingsvergunningen, meldingen van omgevingsdossiers, aanvragen tot bijstelling van de verkaveling en de verzoeken tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de aanvraag doet voor de in artikel 3 opgesomde aanvragen in het kader van het decreet op de omgevingsvergunning.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Aanvraag van een omgevingsvergunning, met enkel stedenbouwkundige handeling zonder medewerking architect | € 50,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 3 (IIOA klasse 3) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling zonder medewerking architect | € 100,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning, met enkel stedenbouwkundige handeling met medewerking architect | € 156,25 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 3 (IIOA klasse 3) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling met medewerking architect | € 218,75 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 1 (IIOA* klasse 1) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling | € 375,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 1 (IIOA klasse 1) niet in combinatie met een stedenbouwkundige handeling | € 312,50 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 2 (IIOA klasse 2) in combinatie met een stedenbouwkundige handeling | € 250,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor een ingedeelde inrichting klasse 2 (IIOA klasse 2) niet in combinatie met een stedenbouwkundige handeling | € 156,25 |
| Omgevingsproject met enkel meldingsplicht (IIOA klasse 3 of meldingsplicht enkel stedenbouw) of een combinatie van meldingsplichtige handelingen ( IIOA klasse 3 en een stedenbouwkundige melding) | € 50,00 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, met wegenis | € 312,50 |
| → verhoogd per lot of per voorziene woonentiteit | € 312,50 |
| Aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, zonder wegenis | € 156,25 |
| → verhoogd per lot of per voorziene woonentiteit | € 312,50 |
| Aanvraag tot bijstelling van de verkaveling op verzoek van de aanvrager, met wegenis | € 312,50 |
| → verhoogd per extra gecreëerd lot of per extra voorziene woonentiteit | € 312,50 |
| Aanvraag tot bijstelling van de verkaveling op verzoek van de aanvrager, zonder wegenis | € 156,25 |
| → verhoogd per extra gecreëerd lot of per extra voorziene woonentiteit | € 312,50 |
| Verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden | € 62,50 |
| Een overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit | € 50,00 |
| Een overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit | € 50,00 |
| Mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning | € 50,00 |
| Schorsing of opheffing van een vergunning van een ingedeelde inrichting of activiteit | € 50,00 |
| Aangifte voor vrijstellingsregeling voor het nemen van bronmaatregelingen voor varken-, pluimvee- en rundveehouderijen | € 50,00 |
| Melding tussentijdse reductie voor rundveehouderijen en mestverwerkingsinstallaties | € 50,00 |
| Registratie vergunde informatie stookinstallaties | € 50,00 |
* IIOA: “ingedeelde inrichting of activiteit” zoals omschreven in het Besluit op de Omgevingsvergunning
De retributie wordt verhoogd met:
de publicatiekosten van de bekendmaking van het openbaar onderzoek in dag- of weekbladen of de kosten voor de organisatie van een informatievergadering.
Artikel 4
Indien de aanvraag tot omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geweigerd wordt of door de aanvrager stopgezet wordt, is het deel van de retributie van € 312,50 per lot of per voorziene woonentiteit niet verschuldigd.
Indien de aanvraag tot bijstelling van de verkaveling geweigerd wordt of door de aanvrager stopgezet wordt, is het deel van de retributie van € 312,50 per extra gecreëerd lot of per extra voorziene woonentiteit niet verschuldigd.
Artikel 5
Vanaf 2027 zal de retributie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Wijze van betaling
Artikel 6
De retributie moet contant betaald worden bij afhaling van de omgevingsvergunning. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de aanvragen van omgevingsvergunningen, meldingen van omgevingsdossiers, aanvragen tot bijstelling van de verkaveling en de verzoeken tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De Vlaamse codex van de ruimtelijke ordening, specifiek artikel 7.6.4 dat stelt dat de bepalingen m.b.t. informatieverplichtingen, zoals voorzien in de artikel 5.2.1, 5.2.5 en 5.2.6 slechts van toepassing zijn ten vroegste 31 dagen nadat in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is dat de gemeente waar het onroerend goed gelegen is, beschikt over een goedgekeurd plannen- en vergunningenregister.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 juni 2023 over het retributiereglement voor het verstrekken van vastgoedinformatie - aanpassing.
Stad Deinze is op 26 juni 2023 overgeschakeld op het VIP-systeem. De retributie hiervoor vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
Het is billijk dat de financiële last die voortvloeit uit het werk voor het behandelen van de vragen niet volledig ten laste wordt gelegd van de gemeenschap, maar mede gedragen wordt door de belanghebbenden. De Lokale besturen bepalen autonoom het bedrag van de gemeentelijke retributie voor de afhandeling van een dossier vastgoedinformatie.
Het gemeentebestuur moet ook uittreksels uit het plannen- en vergunningendossier afleveren. Ook de afgifte van deze uittreksels brengt een werklast met zich mee waardoor het billijk is hiervoor een retributie te vragen.
De tarieven zijn ongewijzigd omdat de laatste wijziging nog maar dateert van 20 juni 2023 naar aanleiding van de toetreding tot het Vastgoedinformatieplatform, maar worden vanaf 2027 dan wel jaarlijks geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
011900 - Overige algemene diensten |
| algemene rekening |
700030 - Retributies: vastgoedinformatie |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
220.000 euro |
Periode
Artikel 1
De retributie voor het verstrekken van vastgoedinformatie wordt met ingang van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de vastgoedinformatie of stedenbouwkundig uittreksel aanvraagt.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
a. vastgoedinlichtingen inclusief uittreksel uit het plannen- en vergunningenregister : 150 euro per aanvraag per groep van 5 kadastrale percelen op voorwaarde dat:
b. uittreksel uit het plannen- en vergunningenregister : 75 euro per aanvraag.
Artikel 4
Vanaf 2027 zal de retributie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar naar de eerstvolgende volle euro.
Wijze van betaling
Artikel 5
De betaling moet vooraf gebeuren aan het VIP (Vastgoed Informatie Platform), waarna dienst omgeving bericht ontvangt dat de gevraagde vastgoedinformatie mag verstrekt worden. VIP zal de ontvangsten doorstorten aan het stadsbestuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 6
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 7
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het verstrekken van vastgoedinformatie wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 november 2022 over de goedkeuring van het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Overzicht jaarlijks bedrag retributieheffing.
Retributiereglement - algemeen kader binnen raad van bestuur Fluvius.
Retributie - verklarende nota omtrent beperking toewijzing retributiebedragen.
Het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 november 2022, loopt ten einde op 31 december 2025.
De stad en de burgers worden voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact hebben op het openbaar domein.
De goedkeuring door de stad van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken uitgevoerd worden die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening. Daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
De code werd geactualiseerd naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...
Na bespreking.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2028 |
| beleidsitem |
064000 - Elektriciteitsvoorziening |
| algemene rekening |
700570 - Retributies: inname openbaar domein nutsvoorzieningen |
| kostenplaats |
ELEKTR / GAS |
| krediet 2026 |
85.703 euro en 12.460 euro |
Reglementen
Algemeen
Artikel 1
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de stad uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Periode
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Retributie naar aanleiding van sleufwerken
Artikel 2
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de Vlaamse Nutsregulator goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Artikel 3
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de Vlaamse Nutsregulator goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad.
Inning
Artikel 4
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 5
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 6
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Een kopie van dit besluit wordt overgemaakt aan Fluvius.
Artikel 4
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 april 2020 over het retributiereglement op de uitvoering van ambtshalve en/of aangevraagde werken voor rekening van derden.
Het is wenselijk een retributie te heffen voor de terugvordering van de kosten van geleverde prestaties door eigen stadsdiensten of de kosten van een door het stadsbestuur aangestelde aannemer, voor rekening van derden (natuurlijke of rechtspersonen):
Het huidige retributiereglement vervalt op 31 december 2025, en wordt vernieuwd voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Vanaf 2027 worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
020000 - Wegen |
| algemene rekening |
700100 - Retributies: weginfrastructuur |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
50.000 euro + 200.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de uitvoering van ambtshalve en/of aangevraagde werken voor rekening van derden.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door derden (natuurlijke of rechtspersonen) van wie het stadsbestuur de kosten van geleverde prestaties door eigen stadspersoneel of de kosten van een door het stadsbestuur aangestelde aannemer, wenst terug te vorderen :
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
1. voor de inzet van stadspersoneel en/of -materiaal
2. dossierkost (enkel voor schadegevallen)
31,00 euro per schadegeval
3. voor verwerkte materialen
Worden aan kostprijs doorgerekend aan de retributieschuldige overeenkomstig de eenheidsprijzen van het onderhoudscontract (onderhoud aan wegen) dat aan de door het stadsbestuur aangestelde aannemer werd toegewezen.
4. voor inzet van derden bij de uitvoering van de gevraagde prestaties
Worden aan kostprijs doorgerekend aan de retributieschuldige wanneer ingevolge de aard, complexiteit of omvang van de uit te voeren prestaties, deze niet door eigen stadspersoneel kunnen uitgevoerd worden, maar worden uitbesteed aan derden. De uiteindelijke kostprijs van de prestaties wordt bepaald aan de hand van :
Artikel 4
De werken worden uitgevoerd nadat de derde (in het geval hij het werk heeft aangevraagd) de kostenraming/bestek van het stadsbestuur schriftelijk heeft goedgekeurd.
Artikel 5
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
De indexering wordt niet toegepast op de materialen en prestaties die tegen kostprijs worden aangerekend.
Wijze van betaling
Artikel 6
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie op de uitvoering van ambtshalve en/of aangevraagde werken voor rekening van derden wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Europese Kaderrichtlijn Water van 2000.
Stroomgebiedbeheersplannen 2022-2027
Besluit van de Vlaamse Regering van 23/02/2024 over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting
IBA – Individuele Behandeling Afvalwater
De uitbouw van de riolering in Vlaanderen wordt aangestuurd door de doelstelling uit de Europese Kaderrichtlijn Water zoals goedgekeurd in 2000. Kort samengevat is daarin afgesproken dat alle landen in Europa tegen 2027 de "goede toestand" moeten behalen van oppervlaktewater en grondwater, zowel op gebied van kwaliteit als kwantiteit. Dit werd in Vlaanderen vertaald naar reductiedoelstellingen.
De Vlaamse regering heeft de voorbije jaren voor alle steden en gemeenten zoneringsplannen voor het lozen van afvalwater goedgekeurd. Op plaatsen waar geen riolering werd aangelegd of zal aangelegd worden, moeten volgens het zoneringsplan IBA's (=Individuele Behandelingsinstallaties voor Afvalwater) geplaatst worden in het individueel te optimaliseren buitengebied, de zogenaamde rode cluster.
Bij de uitrol van deze IBA’s zijn er verschillende initiatiefnemers/actoren:
Volgende subsidies worden voorzien:
Vlarem II verplicht de steden/gemeenten en Farys tot het maximaal aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel. Boven de verplichting voor de steden/gemeenten, verplicht de Vlaamse milieuwetgeving aan aangelanden om het afvalwater en het hemelwater op privaat domein te scheiden, het zogenaamde 'afkoppelen', vooraleer de aannemer van de openbare werken start. Deze verplichting geldt enkel voor open en halfopen bebouwing, niet voor gesloten bebouwing. Door deze regelgeving worden particulieren verplicht om handelingen uit te voeren op privéterrein als gevolg van een uitvoering/beslissing van de stad inzake aanleg gescheiden riolering.
Volgende subsidie wordt voorzien:
Aangezien het waarschijnlijk is dat de totale uitgave vanuit het AquaRio-fonds de komende 4 jaar het bedrag van € 25.000 zal overstijgen is er visumplicht.
De door Farys geplaatste IBA's worden gefinancierd vanuit het AquaRio-fonds. Wanneer er een tekort ontstaat in het AquaRio-fonds dient dit te worden aangezuiverd door de stad.
In het meerjarenplan 2026-2031 zijn op AR664610/031900 (Investeringssubsidie - stortingen in het AquaRio-fonds) de volgende kredieten voorzien:
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies bij de plaatsing van een IBA (= Individuele Behandeling Afvalwater) en bij de afkoppeling van het hemelwater op privédomein in het kader van rioleringswerken.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil inwoners financieel ondersteunen die zelf hun afvalwater zuiveren met een installatie voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA) en bij verplichte afkoppelingswerken van het hemelwater op privédomein bij rioleringswerken.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
Particulieren die voor hun woning in de stad Deinze een IBA plaatsen en dit aanvragen via Farys of een afkoppeling uitvoeren op privédomein komen in aanmerking voor deze subsidie.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden:
Subsidiebedrag
Artikel 6
§1. Een IBA geplaatst door Farys op initiatief van Stad Deinze i.k.v. het behalen van de reductiedoelstellingen: de volledige bouwkost van de IBA
§2. Een IBA geplaatst door Farys op initiatief van een particulier in functie van een omgevingsvergunning: 1.750 euro
§3. De uitvoering van de werken voor de afkoppeling van het hemelwater op privédomein: 50 % van de kostprijs met een maximum van 500 euro subsidie
§4. De keuring van de afkoppeling van het hemelwater op privédomein: bij 1ste keuring wordt deze kostprijs betaald door Farys (via AquaRio). Bij herkeuring is deze kostprijs voor de particulier.
Procedure
Artikel 7
§1. De subsidie voor het plaatsen van een IBA verloopt automatisch. De inwoner hoeft hiervoor geen aparte aanvraag in te dienen bij Stad Deinze.
§2. De subsidie voor de financiële tussenkomst bij afkoppelingswerken wordt aangevraagd via de website van Farys. De inwoner hoeft hiervoor geen aparte aanvraag in te dienen bij Stad Deinze.
Artikel 8
De subsidie wordt automatisch verrekend via AquaRio.
Sancties
Artikel 9
§1. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen, in de toekomst geen subsidies meer toe te staan en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 10
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies bij de plaatsing van een IBA (= Individuele Behandeling Afvalwater) en afkoppeling van het hemelwater in het kader van rioleringswerken voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 29 augustus 2024 over het subsidiereglement ter ondersteuning van particulieren bij een drinkwateraansluiting waarbij de netuitbreidingskosten deels ten laste vallen van de aanvrager.
In de stad Deinze zijn er op heden nog woningen die niet zijn aangesloten op het drinkwaterleidingsnet van Farys. Vele van deze woningen bevinden zich vanaf de rooilijn op een afstand van het bestaande drinkwaterleidingsnet.
Bij de opmaak van offerten tot drinkwateraansluiting houdt Farys rekening met het reeds bestaande drinkwaterleidingsnet, de ligging van de aan te sluiten woning(en) en de vrijwaring van de drinkwaterkwaliteit.
Een netuitbreiding is noodzakelijk als de eigenaar van een woning/perceel een aftakking (een aansluiting) op het drinkwaterleidingsnet wenst maar er nog geen drinkwaterleiding ter hoogte van de woning/het perceel aanwezig is.
De kostprijs voor netuitbreidingen hangt af van het aantal lopende meter waterleiding dat bijkomend moet aangelegd worden, alsook het aantal woningen die bij deze uitbreiding kan aangesloten worden.
Farys komt voor 7.500 euro tussen in de kostprijs waarbij een netuitbreiding noodzakelijk is, dit per woning die effectief wordt aangesloten. Het resterend deel valt ten laste van de aanvrager-aansluiter.
Stad Deinze engageert zich om bij te dragen aan de Sustainable Development Goals (SDG), de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen, van de Verenigde naties. SDG 6 (schoon water en sanitair) focust op schoon water en sanitair voor iedereen. Dit doel richt zich op het waarborgen van een universele en gelijke toegang tot veilig en betaalbaar drinkwater voor iedereen tegen 2030.
Rekening houdend met bovenstaande overwegingen wenst Stad Deinze huidig subsidiereglement te behouden en een subsidie te verstrekken aan particulieren die bij een vraag tot drinkwateraansluiting - via Farys - geconfronteerd worden met een kostenaandeel in de netuitbreiding ten behoeve van de aangevraagde aansluiting (na aftrek van de kosten die Farys ten laste neemt).
Netuitbreidingen in het kader van private bouwprojecten/verkavelingen waar 2 of meerdere wooneenheden voorzien zijn, komen niet in aanmerking voor de toekenning van de subsidie.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 031900 - Overig waterbeheer |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| krediet | 20.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan particulieren die deels de netuitbreidingskost moeten betalen bij aansluiting van hun woning op het drinkwaterleidingsnet.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wenst particulieren financieel te ondersteunen die deels de netuitbreidingskost moeten betalen bij een aansluiting van hun woning op het drinkwaterleidingsnet.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door particulieren gehuisvest in de stad Deinze.
Artikel 5
De subsidie wordt toegekend aan de eigenaar van de woongelegenheid.
Desgevallend kan de subsidie uitgekeerd worden aan de huurder. In dat geval dient de eigenaar een schriftelijke verklaring voor te leggen waaruit blijkt dat de eigenaar van de woongelegenheid zijn rechten hiertoe overdraagt aan de huurder.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
De stad wenst de netuitbreidingskosten bij een aanvraag tot drinkwateraansluiting te subsidiëren met een maximum van 15.000,00 euro. De kosten voor de eigenlijke drinkwateraftakking op privaat terrein blijven ten laste van de aanvrager.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze. De aanvraag kan uiterlijk ingediend worden tot 6 maanden na factuurdatum van Farys voor de uitgevoerde netuitbreidingswerken
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan particulieren, die deels de netuitbreidingskost moeten betalen bij aansluiting van hun woning op het drinkwaterleidingsnet, voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorvoertuigen in te voeren.
De wet van 22 december 2008 waarbij aan het enig artikel van de wet van 22 februari 1965 een artikel toegevoegd wordt met betrekking tot de tenlastelegging van de belasting of retributie aan de houder van de nummerplaat.
De wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968.
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Het koninklijk besluit van 9 januari 2007 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
De Ministerieel Besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap, gewijzigd bij ministerieel besluit van 3 maart 2003, 26 september 2005 en 24 augustus 2006.
Het Ministerieel Besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 mei 2024 over het retributiereglement op betalend parkeren (A) en parkeren in de blauwe zone (B) - aanpassing.
De bijlage aan het retributiereglement van 17 december 2025 op het betalend parkeren (A) en het parkeren in de blauwe zone (B).
Om het parkeergedrag van automobilisten op een duurzame manier te sturen, worden er in verschillende straten op het grondgebied van Deinze zones voor betalend parkeren of blauwe zones ingevoerd. Het retributiereglement op betalend parkeren en parkeren in de blauwe zone vervalt op 31 december 2025. Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om het reglement op het betalend parkeren in de huidige vorm te behouden. Enkel de retributie op parkeren de blauwe zone wordt aangepast.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
022000 - Parkeren |
| algemene rekening |
700580 - Retributies: parkeervergoedingen |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
340.000 euro |
A. Betalend parkeren
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op betalend parkeren (A).
Definities
Artikel 2
Schuldenaar
Artikel 3
De retributie onder tarief 1 of 2 is verschuldigd door de titularis van de nummerplaat die in de betalende zone parkeert, zoals gedefinieerd in het aanvullend verkeersreglement van 24 november 2022 inzake de beperkte parkeertijd op gemeentewegen of het gecoördineerd aanvullend verkeersreglement van 28 april 2022 inzake de beperkte parkeertijd op gewestwegen.
De titularis van de nummerplaat, de houder van de proefritten- of handelaarsplaat, is samen met de bestuurder van het voertuig solidair gehouden tot de betaling van de bedoelde retributie.
De retributie onder tarief 3 is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de parkeerplaats tijdelijk inneemt voor een terras of een uitstalling van waar.
Tarieven
Artikel 4
De retributie wordt als volgt vastgesteld
Tarief 1
De bestuurder die zonder andere tijdsbeperking verkiest te parkeren, kan, hetzij in de voormiddag (van 08.30 uur tot 12.30 uur), hetzij in de namiddag (van 14.00 uur tot 18.00 uur) gedurende maximum vier uren parkeren, tegen betaling van een retributie van 30,00 EUR.
Deze retributie wordt op de automaten of bij het app- en sms-parkeren aangeduid als “tarief 1”.
De bestuurder die parkeert in de zones voor betalend parkeren zonder geldig bewijs van betaling van tarief 2 of zonder geldige gemeentelijke parkeerkaart of een speciale parkeerkaart voor mindervaliden, wordt geacht te opteren voor tarief 1. In voormeld geval zal door de concessiehouder voor het parkeerbeheer een retributiebon nageïnd worden.
Tarief 2
Voor de bestuurder die opteert voor een beperkte parkeerduur geldt een retributie zoals vermeld in onderstaande oplijsting (= tarief 2):
* vanaf 0’ tot 30’ Gratis
* vanaf 31’ tot 60’ 1,00 EUR (1.00 uur)
* vanaf 61’ tot 120’ 2,50 EUR (2.00 uur)
* vanaf 121’ tot 180’ 4,00 EUR (3.00 uur)
Deze retributie wordt op de automaten of bij het app-en sms-parkeren aangeduid als “tarief 2”.
De retributie onder tarief 2 is verschuldigd van 08.30 uur tot 12.30 uur en van 14.00 uur tot 18.00 uur
Parkeerduurbeperking
Artikel 5
Ongeacht artikel vier dient de gebruiker rekening te houden met regimes van parkeerduurbeperking in de betalende zone.
Artikel 6
De maximum toegelaten parkeertijd is 3 uur in de zone, bestaande uit de hiernavolgende straten en pleinen:
- Kaaistraat ter hoogte van nummer 1 en 3
- Emiel Clausplein
- Gentpoortstraat: vanaf de Kaaistraat tot aan kruising met de Guido Gezellelaan
- Leiedam
- Kalkhofstraat
- Ghesquièrestraat
- Ramstraat
- Schutterijstraat
- Tolpoortstraat (van de Tolpoortbrug tot aan het Kruispunt Knok)
- Georges Martensstraat
- Guido Gezellelaan (m.u.v. de blauwe zones waarbij er maximum 30 minuten mag geparkeerd worden)
Artikel 7
In de centrumstraten, bestaande uit de hiernavolgende straten en pleinen wordt de parkeertijd beperkt tot maximum twee uur:
- Markt
- Gentpoortstraat: het stuk vanaf de Markt tot aan de kruising met de Kaaistraat
- Tolpoortstraat
- Gentstraat (tussen kruispunt met Georges Martensstraat en kruispunt met de Tolpoortstraat)
- Kortrijkstraat
- Bisschopstraat
Handhaving
Artikel 8
De controle door de concessiehouder voor parkeerbeheer gebeurt via nummerplaatherkenning.
Uitzondering op de betalende zone
Artikel 9
Op zondag en wettelijke feestdagen alsook op 11 juli is geen retributie verschuldigd.
Vrijstellingen
Artikel 10
Zijn vrijgesteld van de betaling van een tarief 1 of tarief 2 in de betalende zone de houders van een geldige gemeentelijke parkeerkaart en de mindervaliden, houders van een speciale kaart, uitgereikt door een officiële instelling, overeenkomstig het ministerieel besluit van 26 september 2005. De houders van voormelde parkeerkaarten kunnen bij gebruik ervan onbeperkt in tijd en zonder betaling van tarief 1 of tarief 2 parkeren in deze betalende zones. Wat de bewonerskaarten betreft, geldt de vrijstelling uitsluitend wanneer de parkeerplaatsen waarop de betalende zone van toepassing is in de bijlage bij dit besluit aangewezen zijn als voor de hun straat voorziene parkeeralternatieven met een bewonerskaart.
Om te kunnen genieten van de vrijstelling, dienen de houders te beschikken over een geldige parkeerkaart. De geldigheid wordt gecontroleerd op basis van nummerplaatherkenning. Gezien er geen fysieke parkeerkaarten worden verdeeld, moet dus geen parkeerkaart in het voertuig worden aangebracht, tenzij in het geval van een speciale kaart voor minder-validen. Deze kaart voor minder-validen dient derhalve zichtbaar te worden aangebracht op de binnenkant van de vooruit van het voertuig, of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
De mindervaliden, houders van een speciale kaart, uitgereikt door een officiële instelling, overeenkomstig het ministerieel besluit van 26 september 2005, worden vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven retributie, indien deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Wijze van betaling
Artikel 11
Voor de bestuurder die opteert voor een beperkte parkeerduur onder tarief 2 geldt een retributie die kan betaald worden:
Voor de bestuurder die opteert voor of valt onder tarief 1, wordt door de concessiehouder voor het parkeerbeheer een na-inning verstuurd. Het verschuldigd bedrag wordt door de schuldenaar overgeschreven op het rekeningnummer van de concessiehouder.
De controle zal gebeuren op basis van nummerplaatherkenning.
Artikel 12
In geval van een defect aan een parkeerautomaat is de bestuurder van een motorvoertuig die wenst te parkeren in de betalende zone gehouden een ticket te nemen aan een andere, wel werkende parkeerautomaat of over te schakelen op sms- of app-parkeren.
Artikel 13
De gebruiker van een parkeerautomaat zal geen bezwaar kunnen indienen wanneer hij, niettegenstaande het betalen van de retributie, niet kan parkeren om een reden vreemd aan de wil van het bestuur, of ingeval van verplichte evacuatie van de voertuigen op bevel van de politie.
Aansprakelijkheid
Artikel 14
Het parkeren van een motorvoertuig op een parkeerplaats in de betalende zone gebeurt steeds op risico van de gebruiker of van degene die burgerlijk verantwoordelijk is. De retributie geeft enkel recht op parkeren maar geeft de gebruiker geen enkel recht op bewaking van het geparkeerde voertuig. Het stadsbestuur is geen bewaarder van de zaak (geparkeerde voertuig) in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek. Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welk feit dat beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig zou voor gevolg hebben.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 15
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 16
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Bij gebrek aan betaling van de retributiebon binnen de voorgeschreven termijn, wordt een gratis herinnering verzonden door de beheerder van de gegunde parkingsplaatsen. Bij uitblijven van een gevolg zal een aanmaningsbrief opgestuurd worden en zullen dossierkosten ten bedrage van 15,00 euro gevorderd worden ten laste van de persoon die de vergoeding verschuldigd is. Vervolgens en steeds in het geval van niet-betaling, zal het dossier voor invordering overgemaakt worden aan de gerechtsdeurwaarder.
In geval van niet-betaling na de door de gerechtsdeurwaarder ondernomen pogingen in der minne, zal deze laatste de invordering verder zetten via gerechtelijke weg.
De gedane onkosten, rechten en uitgaven in alle fasen van de invordering van de verschuldigde bedragen zijn ten laste van de schuldenaar van de retributiebon en worden toegevoegd aan de initiële tarieven (bedrag van de retributiebon en dossierkosten) te betalen door de schuldenaar.
B. Parkeren in blauwe zone
Periode
Artikel 17
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op parkeren in de blauwe zone (B).
Definities
Artikel 18
Schuldenaar
Artikel 19
De titularis van de nummerplaat wanneer deze gebruik maakt van een plaats waar parkeren toegelaten is in de blauwe zone of waar een blauwe zone-reglementering van toepassing is, zoals gedefinieerd in het aanvullend verkeersreglement van 24 november 2022 inzake de beperkte parkeertijd op gemeentewegen of het gecoördineerd aanvullend verkeersreglement van 28 april 2022 inzake de beperkte parkeertijd op gewestwegen.
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, § 2, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Tarieven
Artikel 20
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 gewijzigd op 9 januari 2007.
Als de parkeerschijf niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig is geplaatst, of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig of in geval de gebruiker de pijl niet op het streepje plaatst dat volgt op het tijdstip van aankomst of indien de gebruiker de aanduidingen wijzigt zonder dat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten, wordt de gebruiker steeds geacht te kiezen voor de betaling van het tarief 1.
Behalve wanneer bijzondere voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie en opgenomen in het aanvullend verkeersreglement van 24 november 2022 inzake de beperkte parkeertijd op gemeentewegen of het gecoördineerd aanvullend verkeersreglement van 28 april 2022 inzake de beperkte parkeertijd op gewestwegen, is het gebruik van de schijf voorgeschreven van 9 uur tot 18 uur op werkdagen en voor een maximale duur van 2 uur, waardoor elke overschrijding van deze of andersluidende maximale duur aanleiding geeft tot het heffen van het tarief 1.
Vrijstellingen
Artikel 21
Het in artikel 23 voorziene tarief 1 in geval van overschrijding van de maximale parkeerduur is niet van toepassing op de houders van een gemeentelijke parkeerkaart of een speciale kaart voor mindervaliden, uitgereikt door een officiële instelling, overeenkomstig het ministerieel besluit van 26 september 2005. De houders van voormelde parkeerkaarten kunnen bij gebruik ervan onbeperkt in tijd parkeren in deze blauwe zones of plaatsen waarop de blauwe zonereglementering van toepassing is. Wat de bewonerskaarten betreft, geldt de vrijstelling uitsluitend wanneer de parkeerplaatsen waarop de blauwe zone of blauwe zone-reglementering van toepassing is in de bijlage bij dit besluit aangewezen zijn als voor de hun straat voorziene parkeeralternatieven met een bewonerskaart.
Om te kunnen genieten van de vrijstelling, dienen de houders te beschikken over een geldige parkeerkaart. De geldigheid wordt gecontroleerd op basis van nummerplaatherkenning. Gezien er geen fysieke parkeerkaarten worden verdeeld, moet dus geen parkeerkaart in het voertuig worden aangebracht, tenzij in het geval van een speciale kaart voor mindervaliden. Deze kaart voor mindervaliden dient derhalve zichtbaar te worden aangebracht op de binnenkant van de vooruit van het voertuig, of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
De mindervaliden, houders van een speciale kaart, uitgereikt door een officiële instelling, overeenkomstig het ministerieel besluit van 26 september 2005, worden vrijgesteld van de betaling van de voorgeschreven retributie, indien deze kaart zichtbaar is aangebracht op de binnenkant van de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Artikel 22
In afwijking op het onbeperkt parkeren in artikel 24 blijft de parkeerduur beperkt tot maximum 30 minuten in geval van de als Shop & Go aangewezen parkeerplaatsen in het aanvullend verkeersreglement van 24 november 2022 inzake de beperkte parkeertijd op gemeentewegen of het gecoördineerd aanvullend verkeersreglement van 28 april 2022 inzake de beperkte parkeertijd op gewestwegen.
De parkeerduur beperkt tot maximum 30 minuten in geval van de als Shop & Go aangewezen parkeerplaatsen is niet van toepassing voor de mindervaliden, houders van een speciale kaart, uitgereikt door een officiële instelling, overeenkomstig het ministerieel besluit van 26 september 2005.
Wijze van betaling
Artikel 23
De retributie is verschuldigd door de titularis van de nummerplaat, zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden of wanneer geen geldige parkeerschijf werd voorgelegd.
In dat geval wordt door de concessiehouder voor het parkeerbeheer een na-inning verstuurd. Het verschuldigd bedrag wordt door de schuldenaar overgeschreven op het rekeningnummer van de concessiehouder.
De controle zal gebeuren op basis van de voorgelegde parkeerschijf.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 24
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 25
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur:
Bij gebrek aan betaling van de retributiebon binnen de voorgeschreven termijn, wordt een gratis herinnering verzonden door de beheerder van de gegunde parkingsplaatsen. Bij uitblijven van een gevolg zal een aanmaningsbrief opgestuurd worden en zullen dossierkosten ten bedrage van 15,00 euro gevorderd worden ten laste van de persoon die de vergoeding verschuldigd is. Vervolgens en steeds in het geval van niet-betaling, zal het dossier voor invordering overgemaakt worden aan de gerechtsdeurwaarder.
In geval van niet-betaling na de door de gerechtsdeurwaarder ondernomen pogingen in der minne, zal deze laatste de invordering verder zetten via gerechtelijke weg.
De gedane onkosten, rechten en uitgaven in alle fasen van de invordering van de verschuldigde bedragen zijn ten laste van de schuldenaar van de retributiebon en worden toegevoegd aan de initiële tarieven (bedrag van de retributiebon en dossierkosten) te betalen door de schuldenaar.
Aansprakelijkheid
Artikel 26
Het parkeren op een parkeerplaats in de blauwe zone, gebeurt steeds op risico van de gebruiker of van degene die burgerlijk verantwoordelijk is. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welk feit dat beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig zou voor gevolg hebben. De parkeerschijf, of bij overschrijding van de maximale parkeerduur/niet-voorleggen van de parkeerschijf, de retributie, geven enkel recht op parkeren maar geven de gebruiker geen enkel recht op bewaking van het geparkeerde voertuig. Het stadsbestuur is geen bewaarder van de zaak (geparkeerde voertuig) in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek. Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welk feit dat beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig zou voor gevolg hebben.
C Gemeentelijke parkeerkaarten
Periode
Artikel 27
De volgende bepalingen zijn van kracht van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031
Definities
Artikel 28
Schuldenaar
Artikel 29
De retributie is verschuldigd door de houder van een gemeentelijke parkeerkaart in de vorm van een (tijdelijke) bewonerskaart of een gemeentelijke parkeerkaart voor de doelgroep zorgverstrekker, chauffeurs van minder mobiele personen of deelwagens alsook handelaars in de Kortrijkstraat, Gentstraat en de Tolpoortstraat het deel gelegen tussen Kortrijkstraat en Statieplein.
Voorwaarden
Artikel 30
De voorwaarden voor een bewonerskaart zijn de volgende:
Artikel 31
De voorwaarden voor een tijdelijke bewonerskaart zijn de volgende:
Artikel 32
De voorwaarden voor een gemeentelijke parkeerkaart voor de doelgroep “zorgverstrekker" zijn de volgende:
Artikel 34
De voorwaarden voor een gemeentelijke parkeerkaart voor chauffeurs die instaan voor het vervoer van minder mobiele personen zijn de volgende:
Artikel 35
De voorwaarden voor een gemeentelijke parkeerkaart voor deelwagens zijn de volgende:
Artikel 36
De voorwaarden voor een gemeentelijke parkeerkaart voor handelaars in de Kortrijkstraat, Gentstraat en de Tolpoortstraat het deel gelegen tussen Kortrijkstraat en Statieplein zijn de volgende:
• De aanvrager handelaar moet het bewijs voorleggen dat hij/zij een handelszaak heeft in de zone waarvoor de kaart wordt afgeleverd. Dit door middel van een afschrift van het handelsregister (uittreksel kruispuntbank).
• De aanvrager handelaar moet een kopie voorleggen van de inschrijvingskaart van de wagen (roze formulier), waaruit blijkt dat de wagen ofwel eigendom is van de handelszaak ofwel regelmatig gebruikt wordt door de handelaar.
• De handelaars in de Kortrijkstraat, Gentstraat en de Tolpoortstraat het deel gelegen tussen Kortrijkstraat en Statieplein kunnen met de gemeentelijke parkeerkaart voor handelaars onbeperkt in tijd parkeren op de parking Gaversesteenweg.
• De gemeentelijke parkeerkaart voor handelaars wordt vergoed volgens tarief negen.
Tarieven
Artikel 37
Indien de concessiehouder voor parkeerbeheer door controle via nummerplaatherkenning vaststelt dat een wagen niet beschikt over een nog geldige gemeentelijke parkeerkaart, dan wordt het tarief 1 (30 euro) aangerekend.
Vrijstellingen
Artikel 38
Er zijn geen vrijstellingen voor de categorie van gemeentelijke parkeerkaarten voorzien.
Wijze van betaling
Artikel 39
De retributie voor tarief vier tot en met zeven is verschuldigd door de titularis van de nummerplaat en wordt betaald door overschrijving op het rekeningnummer van de concessiehouder voor het parkeerbeheer.
In geval de retributieplichtige parkeert zonder te beschikken over nog een geldige gemeentelijke parkeerkaart, zal door de concessiehouder voor het parkeerbeheer een na-inning verstuurd worden. Het verschuldigd bedrag van tarief 1 wordt door de schuldenaar overgeschreven op het rekeningnummer van de concessiehouder.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 40
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 41
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur:
Bij gebrek aan betaling van de retributiebon binnen de voorgeschreven termijn, wordt een gratis herinnering verzonden door de beheerder van de gegunde parkingsplaatsen. Bij uitblijven van een gevolg zal een aanmaningsbrief opgestuurd worden en zullen dossierkosten ten bedrage van 15,00 euro gevorderd worden ten
laste van de persoon die de vergoeding verschuldigd is. Vervolgens en steeds in het geval van niet-betaling, zal het dossier voor invordering overgemaakt worden aan de gerechtsdeurwaarder.
In geval van niet-betaling na de door de gerechtsdeurwaarder ondernomen pogingen in der minne, zal deze laatste de invordering verder zetten via gerechtelijke weg.
De gedane onkosten, rechten en uitgaven in alle fasen van de invordering van de verschuldigde bedragen zijn ten laste van de schuldenaar van de retributiebon en worden toegevoegd aan de initiële tarieven (bedrag van de retributiebon en dossierkosten) te betalen door de schuldenaar.
Aansprakelijkheid
Artikel 42
Het parkeren met gemeentelijke parkeerplaats op een publieke parkeerplaats gebeurt steeds op risico van de gebruiker of van degene die burgerlijk verantwoordelijk is. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welk feit dat beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig zou voor gevolg hebben. De gemeentelijke parkeerkaart geeft enkel recht op parkeren maar geven de gebruiker geen enkel recht op bewaking van het geparkeerde voertuig. Het stadsbestuur is geen bewaarder van de zaak (geparkeerde voertuig) in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek. Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welk feit dat beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig zou voor gevolg hebben.
Artikel 1
De retributie voor betalend parkeren en het parkeren in de blauwe zone wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2023 over het retributiereglement op inname openbaar domein voor verhuis- en (ver)bouwactiviteiten - aanpassing.
Het huidige retributiereglement op inname openbaar domein voor verhuis- en (ver)bouwactiviteiten vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
Wanneer door (ver)bouw- of verhuisactiviteiten een inname van het openbaar domein nodig is, dient hiervoor een signalisatievergunning aangevraagd te worden en wordt hiervoor een retributie aangerekend die gelieerd is zowel aan de grootte als aan de duurtijd van de inname. De tarieven blijven ongewijzigd, maar worden vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Gelet op het feit dat inventarisitems een belangrijke bijdrage leveren aan de ruimtelijke identiteit en leesbaarheid van de stad en alle werken, handelingen en wijzigingen aan een dergelijk gebouw met respect voor de erfgoedwaarde dienen te gebeuren en derhalve vaak langer duren, is een vrijstelling van de retributie in deze aangewezen.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
005000 - Patrimonium zonder maatschappelijk doel |
| algemene rekening |
700560 - Retributies: inname openbaar domein |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
85.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op inname openbaar domein voor verhuis- en (ver)bouwactiviteiten.
Algemeen
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder :
Artikel 3
Voor het uitvoeren van werken, zoals omschreven onder artikel 2, waarbij een gedeelte van het openbaar domein ingenomen wordt, dient een (signalisatie)vergunning aangevraagd te worden via het digitaal aanvraagloket.
Artikel 4
Elke aanvraag voor het innemen van het openbaar domein dient digitaal te gebeuren. Voor iedere vernieuwing, verlenging of aanpassing dient er nieuwe aanvraag te gebeuren. Bij gebreke van een aanvraag of bij onvolledigheid, onjuiste of onnauwkeurige aanvraag wordt de aanvrager belast volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt.
Artikel 5
Aanvragen voor innames openbaar domein zonder hinder voor voetgangers, fietsers of autoverkeer dienen minstens 3 werkdagen op voorhand (de dag van de aanvraag en dag van uitvoering niet inbegrepen) aangevraagd te worden.
Voor aanvragen voor innames openbaar domein die deze termijnen niet respecteren, is een spoedprocedure mogelijk. Hierbij wordt een administratieve kost van € 20 aangerekend.
Artikel 6
Aanvragen voor innames openbaar domein met hinder voor voetgangers, fietsers of autoverkeer dienen minstens 10 werkdagen op voorhand (de dag van de aanvraag en dag van uitvoering niet inbegrepen) aangevraagd te worden.
Aanvragen voor innames openbaar domein die deze termijnen niet respecteren, zal een bijkomende administratieve kost van € 200 aangerekend worden. Aanvragen ingediend binnen 5 werkdagen voor de geplande inname (de dag van de aanvraag en dag van uitvoering niet inbegrepen) worden niet behandeld.
Artikel 7
In volgende straten worden de plaatsing van torenkranen niet toegestaan op het openbaar domein, en dienen ze verplicht op privaat terrein geplaatst te worden: Markt, Tolpoortstraat, Gentstraat, Kortrijkstraat, Stationsplein, Guido Gezellelaan, Gaversesteenweg, Georges Martensstraat, Cyriel Buyssestraat, C.V. Der Cryssenstraat, Nevelemarkt, Kortemunt, Landegemdorp, gedeelte Vosselarestraat (tussen Veldbloemlaan en Landegemdorp), gedeelte Brouwijstraat (tussen huisnr. 12 en Landegemdorp), gedeelte Stationsstraat (tussen huisnr. 3 en Landegemdorp), gedeelte Kerkstraat (tussen huisnr. 7 en Landegemdorp), gedeelte Merendreedorp (tussen huisnr. 33 en Veldestraat), gedeelte Hansbekedorp (tussen huisnr. 10 en 33).
Artikel 8
Er moet bij de inname altijd een vrije doorgang van 1,5 m gegarandeerd worden op het voetpad. Mits grondige motivatie van de aanvrager kan hierop een uitzondering toegestaan worden. In dit geval moet de aanvrager een gedetailleerd plan met de signalisatie en eventuele omleiding aan het stadsbestuur bezorgen.
Artikel 9
Wanneer er meer oppervlakte van het openbaar domein wordt ingenomen, dient er een nieuwe vergunning aangevraagd te worden. Wanneer er minder oppervlakte van het openbaar domein wordt ingenomen, dient de aanvrager dit op eigen initiatief te melden.
Artikel 10
De toelating voor het innemen van openbaar domein wordt verleend op naam van de aanvrager.
Artikel 11
De toelating voor het innemen van het openbaar domein is beperkt in tijd.
Artikel 12
Het stadsbestuur kan altijd bijkomende voorwaarden opleggen aan de aanvrager.
Artikel 13
Het signaleren van inname van het openbaar domein is een verantwoordelijkheid van de aanvrager en dient te gebeuren volgens de geldende wetgeving.
Artikel 14
De toelating voor het innemen van het openbaar domein kan door het college van burgemeester en schepenen ingetrokken of voor een bepaalde duur geschorst worden indien dit noodzakelijk geacht wordt. De intrekking of tijdelijke schorsing geeft geen enkel recht op enige schadevergoeding.
Artikel 15
Ingeval er na het einde van de inname beschadiging of verontreiniging vastgesteld wordt, wordt de aanvrager ertoe gehouden om de aangebrachte schade te herstellen of te vergoeden.
Artikel 16
Het stadsbestuur is altijd gerechtigd controle uit te voeren met het oog op een correcte toepassing van deze reglementering. Hiertoe dient de door het college van burgemeester en schepenen afgeleverde vergunning tot ingebruikname van het openbaar domein op het verhuisadres/werf aanwezig te zijn.
Schuldenaar
Artikel 17
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein voor verhuis en (ver)bouwactiviteit op privé-domein zoals omgeschreven onder artikel 2, en bij ontstentenis van een aanvraag, door de uitvoerder van de werken of de innemer van het openbaar domein.
Tarieven
Artikel 18
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
In straten waar de parkeerplaatsen afgebakend gemarkeerd zijn, worden volledige parkeerplaatsen (12 m²) aangerekend, ook al worden deze slechts gedeeltelijk ingenomen.
Voor de berekening van de retributie bij een werfinrichting wordt de oppervlakte beschouwd van de omschreven veelhoek begrensd door enerzijds de rooilijn of ontworpen rooilijn en anderzijds de uiterste punten van de werfinrichting welke het voorwerp van de inname uitmaakt. indien een rooilijn ontbreekt, geldt de inname vanaf de grens met de privé-eigendommen. Elk gedeelte van een vierkante meter wordt als een volle vierkante meter beschouwd.
Indien de inname van het openbaar domein een afsluiting of een circulatiewijziging (invoeren éénrichtingsverkeer, en andere...) van de openbare weg noodzaakt, dan wordt bijkomend 100 euro/dag aangerekend.
Artikel 19
De retributie is ondeelbaar en voor gans de aangevraagde en goedgekeurde periode verschuldigd. Iedere begonnen dag wordt gerekend als een volle dag.
Artikel 20
Voor de inname zonder vergunning, of dat deel van de oppervlakte/tijdsduur dat niet in de vergunning is voorzien, wordt een retributie vastgelegd aan een tarief dat 50% hoger ligt dan bovengenoemde tarieven.
Artikel 21
De retributie zal vanaf 2027, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de bovenliggende 10 cent.
Vrijstellingen
Artikel 22
Er wordt vrijstelling van retributie verleend voor de ingenomen oppervlakte in volgende gevallen:
Wijze van betaling
Artikel 23
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 24
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 25
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor inname openbaar domein voor verhuis- en (ver)bouwactiviteiten wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de aankoop van fietsen, elektrische fietsen, (elektrische) bakfietsen, meerpersonenfiets, elektrische zitscooter of speed pedelec mits inlevering nummerplaat
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over de aankoop van fietsen, elektrische fietsen, (elektrische) bakfietsen, meerpersonenfiets, elektrische zitscooter of speed pedelec mits inlevering nummerplaat eindigt op 31 december 2025.
Om de fiets als duurzaam vervoersmiddel te stimuleren, wordt een subsidie aangeboden bij de aankoop van een (elektrische) fiets, (elektrische) bakfiets, meerpersonenfiets, elektrische zitscooter of speed pedelec mits inlevering van een nummerplaat.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden en de fiets als een duurzaam alternatief verder te stimuleren.
De subsidie voor de aankoop van een speed pedelec of (elektrische) bakfiets wordt verhoogd van 400 euro naar 500 euro, gezien de kostprijs van dergelijke fietsen.
De overige subsidiebedragen worden behouden:
De aankoop van een (elektrische) step komt niet in aanmerking.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 20206-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 029000 - Overige mobiliteit en verkeer |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 16.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor de aankoop van een fiets, elektrische fiets, (elektrische) bakfiets, meerpersonenfiets, elektrische zitscooter of speed pedelec mits inlevering nummerplaat.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil via een financiële stimulans inwoners stimuleren een nummerplaat van een wagen in te leveren voor de aankoop van een duurzaam vervoersmiddel.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
Inwoners die op hun naam een nummerplaat hebben ingeleverd komen in aanmerking voor deze subsidie.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Het gaat om een aankoop van een fiets, elektrische fiets of (elektrische) bakfiets, meerpersonenfiets, eleketrische zitscooter of speed pedelec.
Het duurzaam vervoersmiddel wordt gebruikt door de aanvrager van deze subsidie, die ook aankoper of een inwonend gezinslid van de aankoper is gedomicilieerd op hetzelfde adres in de stad Deinze.
Er wordt slechts 1 subsidie toegekend per adres.
Op de factuur of verkoopsovereenkomst moet duidelijk aangegeven worden dat het om een fiets, elektrische fiets of (elektrische) bakfiets, meerpersonenfiets, elektrische zitscooter of speed pedelec gaat, inclusief naam en adres van de aankoper.
De aankoop gebeurt binnen de 12 maanden na de inleveringsdatum van de nummerplaat.
De aanvrager toont aan dat binnen het gezin een Belgische nummerplaat werd geschrapt of overgedragen buiten het gezin en dat er voldaan is aan volgende voorwaarden:
Artikel 7
Cumulatie van de subsidie is niet mogelijk indien het totaal van subsidies hoger is dan 100% van de kosten.
Artikel 8
§1. De subsidie voor een fiets bedraagt de helft van het aankoopbedrag van de fiets, met een maximum van 100 euro.
§2. De subsidie voor een elektrische fiets bedraagt de helft van het aankoopbedrag van de fiets, met een maximum van 250 euro.
§3. De subsidie voor een (elektrische) bakfiets of meerpersonenfiets bedraagt de helft van het aankoopbedrag van de fiets, met een maximum van 500 euro.
§4. De subsidie voor een elektrische scooter bedraagt de helft van het aankoopbedrag van de scooter, met een maximum van 400 euro.
§5. De subsidie voor een speed pedelec bedraagt de helft van het aankoopbedrag, met een maximum van 500 euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 9
De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze binnen de 8 maanden na de aankoop van het duurzaam vervoersmiddel.
Artikel 10
Bij de aanvraag worden volgende bewijsstukken toegevoegd:
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de reglementaire voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 10, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen neemt de beslissing over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
Sancties
Artikel 14
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 15
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor de aankoop van een (elektrische) fiets, (elektrische) bakfiets, meerpersonenfiets, elektrische zitscooter of speed pedelec mits inlevering nummerplaat voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2025 van Deinze over het retributiereglement voor de verkoop van compostvaten, compostbakken en beluchtingsstokken - aanpassing.
Thuiscomposteren van tuin- en keukenafval is de goedkoopste en meest duurzame manier om dit type afval te verwerken. De intercommunale biedt de mogelijkheid om compostvaten, compostbakken en beluchtingsstokken via hen aan te kopen. Het reglement voor de verkoop van compostvaten, compostbakken en beluchtingsstokken is in april 2025 aangepast na melding van prijsstijging bij IVM en de stopzetting van subsidiëring van deze materialen door Vlaanderen. Het retributiereglement werd toen goedgekeurd met als einddatum 31 december 2025. Er wordt voorgesteld om het reglement in de huidige vorm te behouden.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
030900 - Overig afval- en materialenbeheer |
| algemene rekening |
700310 - Retributies: zakken,klevers, recipiënten |
| kostenplaats |
HUISVUIL-COMP |
| krediet 2026 |
15.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de verkoop van compostvaten, compostbakken, wormenbakken en beluchtingsstokken.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door inwoners van Deinze die een compostvat, compostbak of beluchtingsstok aankopen. Per gezin kunnen slechts maximum de hiernavolgende hoeveelheden aangekocht worden:
• twee compostvaten,
• drie compostbakken.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
• compostvat: € 43,00 per stuk;
• beluchtingsstok: € 5,50 per stuk;
• kunststof compostbak: € 140,00 per stuk.
Wijze van betaling
Artikel 4
De retributie wordt contant betaald bij afhaling (op afspraak) bij de technische uitvoeringsdienst (Industrielaan 23, 9800 Deinze). Een kwitantie wordt afgeleverd.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 5
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 6
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de verkoop van compostvaten, compostbakken en beluchtingsstokken wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 september 2023 over het retributiereglement op het weghalen van sluikstort.
Het huidige retributiereglement op het weghalen van sluikstort vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
Afval in de openbare ruimte veroorzaakt zeer veel ergernis. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zwerfvuil en sluikstort. Zwerfvuil is klein afval dat buitenshuis wordt achtergelaten op een plaats waar het niet hoort. Dat kan bewust of onbewust zijn. Voorbeelden zijn sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, etc. Sluikstorters ontwijken bewust de ophaling van huisvuil of bedrijfsafval. Het gaat dan om afvalstoffen die gestort of achtergelaten worden op plaatsen waar het niet mag, op momenten waarop het niet is toegelaten of in verkeerde recipiënten.
Handhaving op sluikstort omvat 2 sporen, t.t.z. beboeting en opruiming.
Sluikstorten is een GAS-1 inbreuk. Op basis van een GAS vaststelling kan de sanctionerend ambtenaar een GAS boete uitschrijven.
Het verwijderen van sluikstortafval door de stadsdiensten wordt beschouwd als dienstverlening, waarbij de kosten kunnen aangerekend worden aan de veroorzaker van het sluikstort (voor zover de identiteit kan achterhaald worden). Hierbij wordt dus een voorstel gedaan voor een retributiereglement op het weghalen door het gemeentebestuur van zowel bedrijfs- als niet bedrijfsafvalstoffen achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten met als doelstellingen om kosten voor verwijdering van sluikstort te kunnen verrekenen.
De tarieven worden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme prijsindexering. Vanaf 2027 worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
039000 - Overige milieubescherming |
| algemene rekening |
700360 - Retributies: sluikstorten |
| kostenplaats |
SLUIKSTORT |
| krediet 2026 |
1.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het weghalen door het gemeentebestuur of in opdracht van het gemeentebestuur, van zowel bedrijfs- als niet bedrijfsafvalstoffen achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen achtergelaten heeft.
De persoon die de opdracht of de toelating gaf of de eigenaar van de afvalstoffen is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
Wat betreft hondenpoep is de begeleider of diegene die voor het dier burgerlijk aansprakelijk is, de retributie verschuldigd.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4
Voormelde bedragen zijn verschuldigd per begonnen uur en/of ingezamelde kilogram en/of begonnen kilometer (met inbegrip van de tijdsduur voor verplaatsing).
Artikel 5
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Wijze van betaling
Artikel 6
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het weghalen door het gemeentebestuur, of in opdracht van het gemeentebestuur, van zowel bedrijfs- als niet bedrijfsafvalstoffen achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten, wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het retributiereglement voor het ophalen van snoeihout en boomwortels bij particulieren op afroep, door de technische uitvoeringsdienst.
Het retributiereglement voor het ophalen van snoeihout en boomwortels bij particulieren op afroep, door de technische uitvoeringsdienst vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden. Deze fracties kunnen namelijk niet aan huis opgehaald worden als GFT-afval.
De tarieven worden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme prijsindexering. Vanaf 2027 worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
030900 - Overig afval- en materialenbeheer |
| algemene rekening |
700390 - Retributies: andere afvalophaling |
| kostenplaats |
HUISVUIL-SNOEI |
| krediet 2026 |
5.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het ophalen van snoeihout en boomwortels bij particulieren op afroep, door de technische uitvoeringsdienst.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanvrager die een oproep doet op de dienst voor het ophalen van snoeihout en boomwortels, voor zover dit niet aan huis kan opgehaald worden als GFT-afval.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Ieder gedeelte van een m³ telt voor een volledige m³.
Artikel 4
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Wijze van betaling
Artikel 7
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden, opgesteld op basis van een door de aanvrager voor akkoord ondertekende prestatiebon.
De prestatiebon wordt daartoe door de uitvoerder bij de beëindiging van de verleende dienst aan de aanvrager voorgelegd.
De prestatiebon maakt onder andere melding van de hoeveelheid opgehaald snoeihout en van de werkelijke arbeidsduur.
Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 8
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 9
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het ophalen van snoeihout en boomwortels bij particulieren op afroep door de technische uitvoeringsdienst, wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 januari 2019 over het retributiereglement voor het verstrekken van administratieve inlichtingen in het kader van milieu-informatie.
De stad ontvangt op regelmatige tijdstippen aanvragen tot het bekomen van administratieve milieu-inlichtingen (geurstudies, milieueffectenrapportage, omgevingsvergunningsaanvragen, bodemonderzoeken, e.a.).
Het opzoekwerk per aanvraag is omvangrijk. Het beantwoorden van het merendeel van de gestelde vragen betekent een dienst die niet door de huidige wetgeving wordt opgelegd. Het behandelen van de aanvragen brengt een bijkomende hoeveelheid werk met zich mee.
De retributie voor het verstrekken van deze administratieve milieu-inlichtingen vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
Het is billijk dat de financiële last die hieruit voortvloeit niet volledig ten laste wordt van de gemeenschap, maar mede wordt gedragen door de belanghebbenden.
Het is bijgevolg verantwoord om voor deze niet-verplichte dienst van het verstrekken van administratieve milieu inlichtingen een retributie aan te rekenen. Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
030902 – Leefmilieu en groen |
| algemene rekening |
700040 – Retributies: andere administratieve stukken |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
3.750 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het verstrekken van administratieve inlichtingen in het kader van milieu-informatie:
• Milieuonderzoeken
• Bodemonderzoeken
• Project-MER of plan-MER-studies
• Geurstudies
• Omgevingsvergunningsaanvragen.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de administratieve onderzoeken aanvraagt.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld: 150 euro per aanvraag. Inlichtingen die in één keer gevraagd worden voor één of meerdere aaneengesloten kadastrale percelen worden beschouwd als één aanvraag.
Artikel 4
Vanaf 2027 zal de retributie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar naar de eerstvolgende volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 5
De stukken die afgeleverd worden aan de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen van openbaar nut zijn vrijgesteld van de retributie.
Wijze van betaling
Artikel 6
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het verstrekken van administratieve inlichtingen in het kader van milieu-informatie wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2022 over het subsidiereglement ter ondersteuning van particulieren voor de zuivering van grondwater voor huishoudelijk gebruik, aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 25 april 2024.
Het gemeenteraadsbesluit van 25 april 2024 over de aanpassing van het subsidiereglement ter ondersteuning van particulieren voor de zuivering van grondwater voor huishoudelijk gebruik eindigt op 31 december 2025.
In Deinze zijn er tot op vandaag woningen die niet aangesloten zijn op het openbaar drinkwaternet. Deze gezinnen maken (uit kostenoverweging) gebruik van (ondiep) grondwater als enige waterbron. Wanneer de kwaliteit van het grondwater onvoldoende is en/of indien de beschikbaarheid onvoldoende, adviseren we om aan te schakelen op het openbaar drinkwaternet. In een aantal uitzonderingen is er geen drinkwaternet in de nabijheid van een woning of is de installatie van een drinkwaterleiding specifiek voor één woning technisch niet haalbaar.
De kwaliteit van grondwater is soms onvoldoende voor huishoudelijke doeleinden. Het grondwater kan verontreinigd zijn met polluenten (mest, metalen, organische polluenten, e.a.) of het kan microbiologisch niet van goede kwaliteit zijn. In een aantal gevallen zijn er van nature stoffen in het grondwater aanwezig die direct huishoudelijk gebruik belemmeren. Het meest voorkomende voorbeeld hiervan is de aanwezigheid van ijzer. Wanneer grondwater in contact komt met lucht oxideert het ijzer tot roest, wat aanleiding geeft tot neerslag in leidingen en een bruine verkleuring.
Stad Deinze heeft zich geëngageerd om de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties in het beleid te implementeren. Dit zijn duurzaamheidsdoelstellingen. Een van de thema’s betreft ‘schoon water en sanitair’, en meer concreet: tegen 2030 komen tot een universele en gelijke toegang tot veilig en betaalbaar drinkwater voor iedereen.
Door de gemeenteraad werd daarom in zitting van 15 december 2022 een subsidiereglement goedgekeurd voor de ondersteuning van systemen voor de zuivering van grondwater.
In 2024 werd het subsidiereglement uitgebreid, zodat ook zuiveringssystemen voor hemelwater in aanmerking komen voor subsidie.
Hierbij wordt voorgesteld om deze subsidie voor de periode 2026-2031 te behouden.
Het reglement wordt inhoudelijk niet gewijzigd, met uitzondering van de maximale ouderdom van de bewijsstukken (met name de voor akkoord ondertekende offerte of bestelbon).
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 031900 - Overig waterbeheer |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| actie | geen |
| krediet | 6.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan particulieren voor de zuivering van water voor huishoudelijk gebruik.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil streven naar veilig en betaalbaar water voor iedereen. Daarom verstrekt Stad Deinze een subsidie aan particulieren die genoodzaakt zijn om een waterzuivering te plaatsen voor de zuivering van grondwater of hemelwater voor huishoudelijk gebruik.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door particulieren gehuisvest in de stad Deinze.
Artikel 5
De subsidie wordt toegekend aan de eigenaar van de woongelegenheid.
Desgevallend kan de subsidie uitgekeerd worden aan de huurder. In dat geval dient de eigenaar een schriftelijke verklaring voor te leggen waaruit blijkt dat de eigenaar van de woongelegenheid zijn rechten hiertoe overdraagt aan de huurder.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
Bij noodzaak tot voorbehandeling of zuivering van grondwater wordt een onderscheid gemaakt in 3 kostenposten: aankoop, plaatsing en exploitatie.
Stad Deinze subsidieert de aankoop en plaatsing van een voorbehandelings- of zuiveringsinstallatie ten bedrage van 75% van deze kost, met een maximum van € 6.000. Exploitatiekosten (onderhoud, vervanging van onderdelen, chemicaliën, e.a.) vormen geen voorwerp van deze subsidie.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, §2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van stad Deinze of een door stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
§3. De uitbetaling van de subsidie verloopt in 2 schijven:
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan particulieren voor de zuivering van water voor huishoudelijk gebruik voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 september 2024 over het subsidiereglement voor de instapkost voor het aansluiten bij een autodeelsysteem, aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 27 maart 2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 maart 2025 over het subsidiereglement voor de instapkost voor het aansluiten bij een autodeelsysteem (met gecorrigeerde versie) eindigt op 31 december 2025.
Stad Deinze zet actief in op autodelen als onderdeel van haar mobiliteits- en klimaatbeleid. Deze subsidie heeft als doel autodelen aantrekkelijker te maken voor inwoners en de financiële drempel om lid te worden te verlagen.
Momenteel zijn er 22 Cambio-wagens en 10 Dégage-wagens in Deinze. In 2024 waren er 405 actieve gebruikers van Cambio en telde Dégage 86 leden.
Dit subsidiereglement ligt in lijn met de doelstellingen uit:
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden.
Inhoudelijk wordt het reglement niet gewijzigd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 029000 - Overige mobiliteit en verkeer |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | INSTAP |
| krediet | 2.100 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor de terugbetaling van de instapkost bij het aansluiten in een autodeelsysteem.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil autodelen aantrekkelijker maken door de financiële drempel, om als inwoner lid te worden van een autodeelsysteem, te verlagen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Stad Deinze: het stadsbestuur, de organisatie
de stad Deinze: het grondgebied van de stad
inwoner: persoon gedomicilieerd in de stad Deinze
autodelen: dit houdt in dat meerdere mensen of gezinnen samen gebruikmaken van één auto. Deze auto kan eigendom zijn van een particulier of van een autodeelbedrijf.
particulier autodelen: hierbij is de auto eigendom van een individu. De eigenaar maakt geen winst, maar ontvangt de werkelijke kosten per gedeelde kilometer. Zo kunnen individuen zelf een autodeelgroep opstarten of zich aansluiten bij bestaande autodeelgroepen, waarbij ze eigen afspraken en regels hanteren.
autodeelaanbieder: bedrijven stellen auto's beschikbaar aan hun leden. De gebruiker betaalt aan de organisatie voor het gebruik van een auto. Deze auto's zijn verspreid over verschillende locaties in de nabijheid van de gebruikers.
autodeelsysteem: dit omvat zowel systemen van particulier autodelen als autodeelaanbieders
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door inwoners.
Artikel 5
Eenzelfde persoon kan slechts 1 subsidie toegekend krijgen.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
De subsidie is van toepassing voor inwoners die zijn aangesloten bij een organisatie die autodelen faciliteert.
De subsidie heeft betrekking op de eenmalige instapkost of de eerste jaarlijkse bijdrage bij een autodeelsysteem waar geen instapkost gevraagd wordt.
Enkel bewijstukken op naam van de aanvrager worden aanvaard.
Subsidiebedrag
Artikel 7
De subsidie bedraagt de betaalde instapkost of de eerste jaarlijkse bijdrage indien geen instapkost wordt gevraagd met een maximum van 45 euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze binnen de 12 maanden na aansluiting zoals bepaald in artikel 6.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van het reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, §2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij gehouden de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor de terugbetaling van de instapkost bij het aansluiten in een autodeelsysteem voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Dit is één van de nieuwe subsidies waarbij Stad Deinze, voor de periode 2026-2031, inwoners wil aanmoedigen om klimaatadaptieve ingrepen uit te voeren op privaat domein. Groendaken zijn daken waarop een substraat is voorzien waarin planten kunnen groeien. Een groendak absorbeert warmte en geluid, draagt bij aan de biodiversiteit en maakt optimaal gebruik van regenwater. Door de aanleg van groendaken te stimuleren wordt bijgedragen aan een gezonde, biodiverse en klimaatrobuuste buurt.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| algemene rekening | 035000 - Klimaat en energie |
| kostenplaats | GROENDAK |
| krediet | 5.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor het aanleggen van een groendak.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil de aanleg van groendaken stimuleren.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door:
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 6
De subsidie bedraagt 25 euro/m² met een maximum van 250 euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze binnen 12 maanden na aanleg van het groendak.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 7, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 9
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 10
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 11
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. De aanvrager verklaart zich akkoord om de bevoegde medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon toegang te verlenen tot het gebouw met het oog op de controle van het resultaat. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. Indien de ingreep niet overeenstemt met de beschrijving in de aanvraag dient de subsidie terugbetaald te worden.
§4. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor toekennen van subsidies voor het aanleggen van een groendak voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor het plaatsen van hoogrendementsglas, verlengd bij gemeenteraadsbesluit van 17 december 2020, aangepast bij gemeenteraadsbesluiten van 22 april 2021 en 25 oktober 2022.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor het plaatsen van buitenmuurisolatie, verlengd bij gemeenteraadsbesluit van 17 december 2020, aangepast bij gemeenteraadsbesluiten van 22 april 2021 en 25 oktober 2022.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor het plaatsen van dakisolatie, verlengd bij gemeenteraadsbesluit van 17 december 2020, aangepast bij gemeenteraadsbesluiten van 22 april 2021 en 25 oktober 2022.
Tot op heden geeft Stad Deinze gemeentelijke subsidie voor het plaatsen van een zonneboiler, buitenmuurisolatie, dak- of zoldervloerisolatie en hoogrendementsglas aanvullend op de Mijn VerbouwPremie (Vlaamse subsidie). Deze gemeentelijke subsidies eindigen op 31 december 2025 (gemeenteraadsbesluit van 25 oktober 2022 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor het plaatsen van hoogrendementsglas, buitenmuurisolatie en zolder- en dak isolatie).
Vanaf 1 maart 2026 worden door de Vlaamse regering enkele wijzigigingen aan de Mijn VerbouwPremie doorgevoerd. O.a. wordt de Mijn Verbouwpremie afgeschaft voor de hoogste en middelste inkomenscategorie (categorie 1 en 2). De Mijn Verbouwpremie zal concreet wegvallen voor:
alleenstaanden die meer verdienen dan 42.340 euro bruto per jaar
alleenstaanden met 1 kind die meer verdienen dan 59.270 euro bruto per jaar (per kind komt daar 4.320 euro bij)
tweeverdieners die meer verdienen dan 59.270 euro bruto per jaar
tweeverdieners met 1 kind die meer verdienen dan 63.590 euro bruto per jaar (per kind komt daar 4.320 euro bij)
verhuurders, gezien zij onder inkomenscategorie 1 gerekend worden
Dit gaat om de 30% hoogste inkomens.
De afschaffing van de Mijn VerbouwPremie voor de twee hoogste inkomenscategorieën zorgt ervoor dat een aanzienlijk deel van de inwoners, waaronder ook de verhuurders, geen beroep meer kunnen doen op de Mijn Verbouwpremie (Vlaamse subsidie) en dus ook niet op de subsidie van de stad wanneer de koppeling tussen de Vlaamse en gemeentelijke subsidie behouden blijft.
Het stadsbestuur wenst inwoners verder hierin financieel te ondersteunen. Er wordt voorgesteld om:
Dit betekent dat inwoners onafhankelijk van de Mijn VerbouwPremie vanaf 2026 een gemeentelijke subsidie krijgen wanneer ze een of meerdere werken van volgende 3 categorieën uitvoeren:
Het voorstel is een renovatiebonus voor verhuurders gelijk aan de standaardsubsidie van de stad. Een verhuurder zou dus maximaal 3 x 300 euro standaard kunnen aanvragen + 3 x 300 euro bonus.
Er wordt voorgesteld de bedragen aan te passen als volgt:
Gemeentelijke subsidie buitenmuurisolatie:
Gemeentelijke subsidie dakisolatie of zoldervloerisolatie:
Gemeentelijke subsidie hoogrendementsglas:
De kredieten om deze beslissing uit te voeren zijn voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 035000 - Klimaat en energie |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| actie | DAK |
| krediet | 40.000 euro |
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 035000 - Klimaat en energie |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| actie | MUUR |
| krediet | 38.000 euro |
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 035000 - Klimaat en energie |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| actie | GLAS |
| krediet | 12.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor het plaatsen van dakisolatie of zoldervloerisolatie, buitenmuurisolatie en hoogrendementsglas bij renovatie.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil aan de hand van dit subsidiereglement inwoners ondersteunen bij de energiebesparende renovatie van hun woning.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een natuurlijk persoon als eigenaar-bewoner of eigenaar-verhuurder van een onroerend goed in de stad Deinze dat hoofdzakelijk of deels bestemd is voor huisvesting.
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan dienen te zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
§1. algemene voorwaarden:
§3. Bijkomende voorwaarden voor de subsidie buitenmuurisolatie:
§4. Bijkomende voorwaarden voor de subsidie dak- of zoldervloerisolatie:
§5. Bonus mogelijk:
Een eigenaar-verhuurder kan een bonus verkrijgen bovenop de subsidie indien voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
Artikel 6
§1. Subsidie hoogrendementsglas:
Aanvraag
Artikel 7
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 7, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 9
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 10
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 11
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. De aanvrager verklaart zich akkoord om de bevoegde medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon toegang te verlenen tot de woning met het oog op de controle van het resultaat. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Overgangsbepalingen
Artikel 13
Subsidieaanvragen die dateren van vóór de inwerkingtreding van dit subsidiereglement, verkregen onder toepassing van het opgeheven subsidiereglement, blijven geldig voor subsidieaanvragen voor zover de aanvraagtermijn wordt nageleefd.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor het plaatsen van dakisolatie of zoldervloerisolatie, buitenmuurisolatie en hoogrendementsglas bij renovatie voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Dit is een van de nieuwe subsidies waarbij Stad Deinze, voor de periode 2026-2031, inwoners wil aanmoedigen om klimaatadaptieve ingrepen uit te voeren op privaat domein. Ontharding zorgt voor het verminderen van afstroom van verharde oppervlaktes en is een belangrijke stap om de sponswerking van de stad te herstellen en te verhogen. Minder verharding en meer beplanting zorgen niet enkel voor een betere waterhuishouding maar brengen ook verkoeling op zeer warme dagen. Ontharding is als doelstelling opgenomen in het klimaatadaptatieplan en het Hemelwater- en droogteplan van de stad.
Naast 7 km² verharding op openbaar domein is er in Deinze 11 km² verharding aanwezig op privaat domein, een deel van deze verharding bevindt zich in private tuinen.
Deze subsidie kan particulieren aanmoedigen om stappen in de goede richting te zetten.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 035000 - Klimaat en energie |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 18.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidiereglement gevestigd voor het toekennen van een subsidie voor het ontharden en vergroenen van particuliere tuinen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil inwoners stimuleren en ondersteunen bij het ontharden en vergroenen van hun tuin.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door:
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 6
De subsidie bedraagt:
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze binnen de 12 maanden nadat de werken zijn uitgevoerd.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 7, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. De aanvrager verklaart zich akkoord om de bevoegde medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon toegang te verlenen tot de tuin met het oog op de controle van het resultaat. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. Indien de ingreep niet overeenstemt met de beschrijving in de aanvraag dient de subsidie terugbetaald te worden.
§4. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies voor het ontharden en vergroenen van particuliere tuinen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Bram Stroobandt (raadslid), Jan Vermeulen (schepen), Peter Parmentier (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester), Kristof Van den Berghe (raadslid)
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Dit is een nieuwe subsidie. Het reglement is opgesteld om projecten van derden op het vlak van duurzaamheid financieel te steunen. Het gaat om projecten met voldoende maatschappelijke impact in de stad Deinze en die kaderen in minimaal een van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de Verenigde Naties.
De bevoegde dienst zal evalueren of het type aanvragen die binnenkomen, overeenstemmen met de scope van het reglement. Indien nodig zal na evaluatie het reglement worden bijgestuurd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 034000 - Aankoop, inrichting en beheer van natuur, groen en bos |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 6.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor de ondersteuning van initiatieven en acties op het vlak van duurzaamheid.
Doel
Artikel 2
De Verenigde Naties lanceerden 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) om tegen 2030 van de wereld een betere plek te maken. Met nog 4 jaar te gaan tot de deadline 2030 wil Stad Deinze inwoners en verenigingen in de stad warm maken en hen financieel ondersteunen om zelf initiatieven en acties te ontwikkelen met directe impact in onze stad.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan enkel worden aangevraagd door:
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Artikel 6
Volgende initiatieven zijn uitgesloten:
Artikel 7
Deze subsidie is niet cumuleerbaar met volgende subsidies van Stad Deinze:
Artikel 8
Acties en initiatieven worden maximaal voor 80% gesubsidieerd, met een maximum van 3.000 euro per aanvraag.
Kostenbepaling
Artikel 9
Kosten die aanvaard worden:
Kosten die niet aanvaard worden:
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 10
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 10, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De aanvrager kan gemotiveerd de uitbetaling vragen van een voorschot op het toegekende subsidiebedrag. Het maximale bedrag van een voorschot wordt vastgesteld op maximum 50% met een maximum van 750 euro.
§2. De aanvrager dient na de afronding van de actie een aanvraag in tot uitbetaling. De aanvraag tot uitbetaling bevat minimaal:
§3. De bevoegde dienst beoordeelt de bewijsstukken i.f.v. de uitbetaling van de subsidie of het resterende toegekend bedrag en kan bijkomende informatie en inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag tot uitbetaling.
§4. De aanvrager bewaart tot 6 maanden na het initiatief de nodige bewijsstukken (facturen, aankoopbewijzen …) die aantonen waarvoor de subsidie gebruikt werd.
§5. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§6. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 15
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. De bevoegde diensten voeren steekproefsgewijs een controle uit op de toegekende subsidies. De steekproefcontrole kan maximaal tot 6 maanden na het initiatief uitgevoerd worden.
§4. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 16
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor de ondersteuning van initiatieven en acties op het vlak van duurzaamheid voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 april 2020 over het subsidiereglement voor de adoptie van een boomspiegel.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 april 2020 over het subsidiereglement voor de adoptie van een boomspiegel eindigt op 31 december 2025.
Er wordt voorgesteld deze subsidie om te vormen naar een subsidie voor de adoptie van een stukje groen. Dit is een van de subsidies waarbij Stad Deinze, voor de periode 2026-2031, inwoners wil blijven aanmoedigen om klimaatadaptieve ingrepen uit te voeren op privaat en openbaar domein.
Het voorstel dat voorligt, focust niet meer op de aanleg maar enkel op het beheer. In plaats van boomspiegels komt elk stukje openbaar groen in aanmerking. Dus er hoeft niet perse een boom in het plantvak te staan. Buurtbewoners kunnen individueel een stukje openbaar groen adopteren, of met enkele buren samen. Ze staan in voor het goed onderhoud van de beplanting en het plantvak in het algemeen (water geven, onkruidvrij houden, (zwerf)vuil verwijderen e.d.). Op deze manier dragen inwoners bij aan een groene en nette stad, wordt de Technische Uitvoeringsdienst ontlast en wordt het buurtgevoel bevorderd.
Hiernaast kunnen inwoners steeds suggesties blijven doen aan de stad voor het aanplanten van openbaar groen. Dit via de website van onze stad.
De subsidie voor het beplanten en onderhouden van een boomspiegel bedroeg 25 euro voor een plantoppervlak (inclusief boomstam) van minder dan 2,5 m² of 50 euro bij een plantoppervlak van 2,5 m² of groter.
In het nieuwe reglement wordt een subsidiebedrag van 15 euro voorgesteld. Dit bedrag kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor de afvoer van het groenafval, het bedrag stemt bijvoorbeeld overeen met de waarde van 10 GFT-stickers bij een 120l container. De subsidie kan jaarlijks worden aangevraagd.
In het plantvak zal een bordje worden geplaatst zodat voor iedereen duidelijk is dat het werd geadopteerd.
Dit werd afgestemd met de Technische Uitvoeringsdienst, zij zien dit haalbaar als de plantvakken duidelijk aangeduid worden.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 035000 - Klimaat en energie |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | STRAAT |
| krediet | 1.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor de adoptie van een stukje openbaar groen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil inwoners met groene vingers de kans geven om een stukje groen te onderhouden. Stad Deinze wil zo extra kwaliteitsvol groen in de stad en buurtbeheer stimuleren. Dit zorgt voor extra natuur, sfeer en gezelligheid in de straten.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie voor de adoptie van een stukje openbaar groen kan aangevraagd worden door elke inwoner van de stad Deinze.
Niet elk plantvak in de stad komt automatisch in aanmerking. Bermen, grachten en grotere groenzones zoals parken of bossen en zones met bijzondere natuurwaarde of veiligheidsrisico's zijn uitgesloten.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van het subsidieaanvraag:
Algemene voorwaarden
Artikel 6
Deze subsidie is niet cumuleerbaar met volgende subsidies van stad Deinze:
Subsidiebedrag
Artikel 7
De subsidie bedraagt 15 euro en kan jaarlijks aangevraagd worden.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
§4. Een aanvraag kan worden geweigerd omwille van obstakels in het plantvak, bijzondere natuurwaarden, veiligheidsrisico’s, technische beperkingen of andere redenen van algemeen belang. Deze opsomming is niet limitatief. Een weigering wordt steeds gemotiveerd.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. Indien de ingreep niet overeenstemt met de beschrijving in de aanvraag dient de subsidie terugbetaald te worden.
§4. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor de adoptie van een stukje openbaar groen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 april 2020 over het subsidiereglement voor het aanleggen van een geveltuin.
Het advies van de milieuraad over het gewijzigd reglement subsidie gevelgroen.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 april 2020 over het subsidiereglement voor het aanleggen van een geveltuin eindigt op 31 december 2025.
Dit is een van de subsidies waarbij Stad Deinze inwoners wil aanmoedigen om klimaatadaptieve ingrepen uit te voeren op privaat en openbaar domein. Minder verharding en meer beplanting zorgen niet enkel voor een betere waterhuishouding maar brengen ook verkoeling op zeer warme dagen. Geveltuinen zorgen bovendien voor extra groen, kleur en sfeer in het straatbeeld en filteren schadelijke stoffen uit de lucht. Door de aanleg van geveltuinen te stimuleren wordt bijgedragen aan een gezonde, biodiverse en gezellige buurt. De subsidie bedroeg 25 euro/aangelegde geveltuin.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 deze subsidie te behouden mits enkele aanpassingen.
Aanpassingen aan de voorwaarden (zie artikel 5):
De subsidie werd ter advies voorgelegd aan de adviesraad voor milieu, natuur en duurzaamheid. In bijlage is hun advies terug te vinden.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 035000 - Klimaat en Energie |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | GEVEL |
| krediet | 5.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor het aanleggen van een geveltuin.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil inwoners aanzetten hun gevel en hiermee ook de straat kwalitatief te vergroenen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door de eigenaar van een onroerend goed in de stad Deinze waarvan de gevel paalt aan de openbare weg of de huurder ervan, op voorwaarde dat de eigenaar akkoord is. In geval van mede-eigendom dienen alle eigenaars akkoord te gaan.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Vrijwaar een obstakelvrije loopweg van minimum 1,50 m. Vanaf een hoogte van 2,5 m mogen planten verder uitwaaieren, zolang dit geen onveilige of hinderlijke effecten heeft op verkeersveiligheid en/of toegankelijkheid.
Wanneer de obstakelvrije doorgang van 1,50 m niet gerealiseerd kan worden, kan het college van burgemeester en schepenen op basis van een gemotiveerde aanvraag en mits gunstig advies van de dienst Mobiliteit hiervan afwijken.
De beheerder brengt de bevoegde stadsdiensten op de hoogte als hij niet meer in staat is de geveltuin verder te onderhouden en de geveltuin geheel of gedeeltelijk wil verwijderen. Het herstel van het openbaar domein in zijn oorspronkelijke toestand gebeurt in dat geval door en op kosten van Stad Deinze, indien de geveltuin minimum 5 jaar onderhouden werd.
Tussen de goedkeuring van de aanvraag en de indiening van de fact(u)r(en) of aankoopbewijz(en) mag maximaal 6 maand tijd verlopen.
Artikel 6
Deze subsidie is niet cumuleerbaar met volgende subsidies van Stad Deinze:
Subsidiebedrag
Artikel 7
De subsidie bedraagt maximaal 125 euro per adres, en wordt berekend op basis van voor te leggen fact(u)ur(en) of aankoopbewijz(en).
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze. De aanvraag wordt ingediend voor aanvang van aanleg. De subsidie kan worden uitbetaald wanneer aanvrager na aanleg de nodige bewijsstukken bezorgt zoals bepaald in artikel 8, § 2.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht de aanplant en het onderhoud van de geveltuin te controleren. Stad Deinze kan de beheerder schriftelijk wijzen op de nalatigheid m.b.t. de aanplant en/of het onderhoud en hem/haar verzoeken om het nodige te doen binnen een bepaalde redelijke termijn.
§3. Indien de ingreep niet overeenstemt met de beschrijving in de aanvraag dient de subsidie terugbetaald te worden.
§4. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor het aanleggen van een geveltuin voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Ortwin Depoortere (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 op de verkoop van afvalzakken (restafval en PMD).
Het gemeenteraadsbesluit van 25 februari 2021 over de inzameling van afval via ondergrondse afvalcontainers.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 maart 2025 op de verkoop van GFT containers, de verkoop van GFT betaalstickers en de ondergrondse inzameling van GFT.
Het besluit van de raad van bestuur van IVM van 7 oktober 2025 betreffende voorstel van uniforme tarieven.
De huidige retributiereglementen op de verkoop van afvalzakken (restafval en PMD), de inzameling van afval via ondergrondse afvalcontainers, de verkoop van GFT containers en de verkoop van GFT betaalstickers en de ondergrondse inzameling van GFT vervallen op 31 december 2025 en moeten vernieuwd worden. Al deze retributiereglementen worden geïntegreerd in één retributiereglement.
In uitvoering van het Vlaamse Materialendecreet wordt periodiek door OVAM een Lokaal Materialenplan gemaakt. Dat Lokaal Materialenplan is een uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval;, momenteel voor de periode 2023-2030. Met het Lokaal Materialenplan zet Vlaanderen een nieuwe stap in de richting van een integraal beleid rond circulaire economie, door een verhoogde aandacht voor preventie en hergebruik en door materiaalkringlopen te sluiten. Daarnaast blijft het plan ook de basis voor het afvalbeheer.
Concreet werkt het plan aan een verdere afbouw van de hoeveelheid restafval onder andere door de veralgemeende inzameling van bioafval, een aanvaardingsplicht voor wegwerpluiers gekoppeld aan een selectieve inzameling, correcte inzamelformules voor bedrijven en het versterken van het pijlerbeleid tegen zwerfvuil. Door een verhoogde focus op preventie en nog kwaliteitsvollere recyclage voert het nieuwe plan tegelijk een aantal accentverschuivingen door. Die passen in de uitbouw van de circulaire samenleving, nodig om de klimaatverandering aan te pakken.
Het plan schenkt specifieke aandacht aan het lokale niveau en de rol van lokale besturen, in het bijzonder voor het beheer van het huishoudelijk afval. Het plan vormt het beleidskader waarbinnen lokale besturen die rol kunnen uitvoeren. Het bevat de visie en beleidsacties op Vlaams niveau, ideeën en instrumenten alsook een aantal verplichtingen voor lokale besturen. Een belangrijke doelstelling op Vlaams niveau is het behalen van een verdere daling in de hoeveelheid huishoudelijk restafval. In 2030 wordt binnen het werkingsgebied van de intercommunale IVM gestreefd naar maximaal 90 kg/inwoner per jaar.
Een doordacht tarievenbeleid is een belangrijk instrument om de vooropgestelde doelstellingen te kunnen bereiken. Voorliggend retributiereglement voorziet in tarieven voor de inzameling van huishoudelijk afval (en vergelijkbaar bedrijfsafval) op het grondgebied van onze stad. Vorige legislatuur zijn aan de gemeenteraad 3 verschillende reglementen voorgelegd: één voor de verkoop van afvalzakken, één voor het gebruik van ondergrondse sorteerstraten en als laatste het reglement voor de inzameling van GFT. Er is er voor gekozen om deze drie reglementen te bundelen in één overkoepelend reglement hetwelke, net zoals het Materialenplan 2023-2030, van toepassing is op de inzameling van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval.
Op 25 september 2025 is aan de gemeenteraad "de negenproef" van de hand van IVM voorgelegd voor een daling van het huishoudelijk restafvalcijfer tot 90 kg per inwoner per jaar. Deze negenproef vermeldt dat IVM een voorstel mag doen voor uniforme tarieven, als basis voor gemeenten bij het behalen van hun retributies. Voorliggende retributiereglement is gebaseerd op het voorstel van uniforme tarieven zoals besloten op de raad van bestuur van IVM op 7 oktober 2025.
De tarieven voor restafvalzakken, PMD-zakken en ondergrondse containers zijn opgetrokken overeenkomstig het advies van IVM. De tarieven voor GFT zijn ongewijzigd omdat deze pas op 27 maart 2025 werden vastgesteld.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
030000 - Ophalen en verwerken van huishoudelijk afval |
| algemene rekening |
700310 - Retributies: zakken, klevers, recipiënten |
| kostenplaats |
HUISVUIL-30L, HUISVUIL-60L, HUISVUIL-GFT, HUISVUIL-GFT C, HUISVUIL-PMD |
| krediet |
342.141 euro + 967.450 euro + 210.000 euro + 10.000 euro + 75.000 euro + 60.000 euro + 20.800 euro + 8.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de inzameling van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval.
Definities
Artikel 2
GFT-afval: Dit omvat keuken- en tuinafval dat afkomstig is van het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat composteerbaar keukenafval en etensresten en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig fijn materiaal.
GFT-container: Een groene container die wordt gebruikt voor het inzamelen van GFT-afval.
GFT-betaalsticker: Een sticker die de inwoners bevestigen aan het handvat van de GFT-container voorafgaand elke GFT-ophaling. Zonder sticker wordt de GFT-container niet geledigd.
Huishoudelijk afvalstoffen: Dit zijn afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering.
Huishoudelijk restafval: Dit omvat de fractie van huishoudelijke afvalstoffen die niet selectief wordt aangeboden of ingezameld, inclusief niet-selectief ingezameld afval van straatvuilnisbakjes in het beheer van de gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, alsook het straat- en veegvuil en het afval van het opruimen van sluikstorten.
Met huishoudelijk afval vergelijkbaar bedrijfsafval: Dit zijn afvalstoffen afkomstig van bedrijfsactiviteiten maar die van aard, samenstelling en hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijk afval; en die dus ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als activiteiten van de normale werking van een particuliere huishouding.
PMD-afval: Deze afvalfractie omvat alle plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons bestemd voor gebruik door huishoudens of vergelijkbaar bedrijfsmatig gebruik, met uitzondering van afval afkomstig van klein gevaarlijk afval, en geëxpandeerde polystyreen verpakkingen voor non-food toepassingen.
Personen met een bepaald ziektebeeld: Dit zijn personen met chronische incontinentie, stoma-patiënten of nierdialyse patiënten die thuis behandeld worden. Deze persoon moet in het betrokken jaar (op 1 januari) gedomicilieerd zijn in Deinze (in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister). De persoon moet thuis verzorgd worden. Personen die permanent in een instelling verblijven zijn uitgesloten.
Toegangspas ondergrondse afvalcontainer: Dit betreft een kaart met chip en unieke code, noodzakelijk om toegang te krijgen tot een ondergrondse afvalcontainer die is uitgerust met toegangscontrole. Een toegangspas wordt verstrekt door de dienst milieu, klimaat, duurzaamheid en land- en tuinbouw. De toegangspas fungeert mits voldoende provisie als betaalmiddel voor gebruik van de ondergrondse sorteerstraten in Deinze.
Schuldenaar
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de perso(o)n(en) (natuurlijke of rechtspersoon) aan wie het stadsbestuur een product aflevert voor de inzameling van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval, of aan wie het stadsbestuur een toegangspas verleend voor het gebruik van ondergrondse afvalcontainers voor de inzameling van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval.
Tarieven
Artikel 4
De retributie voor de verkoop van afvalzakken wordt als volgt vastgesteld:
Tegemoetkomingen
Artikel 7
De stad biedt één maal per jaar restafvalzakken aan ter waarde van 50 euro, zijnde 2 rollen restafvalzakken van 60 liter of 4 rollen restafvalzakken van 30 liter, ten behoeve van personen met een bepaald ziektebeeld. De persoon die aan de voorwaarden opgenomen onder artikel 2 voldoet kan uiterlijk op de laatste werkdag van het jaar, mits het voorleggen van een medisch attest, deze tegemoetkoming opvragen aan het onthaal van het Dienstencentrum Leiespiegel (Brielstraat 2, 9800 Deinze) of aan het onthaal van het oud gemeentehuis Nevele (Cyriel Buyssestraat 15, 9850 Deinze). Personen die in een zone wonen met ondergrondse sorteerstraten kunnen voormelde tegemoetkoming ontvangen op hun provisierekening voor gebruik van de ondergrondse afvalcontainers.
Artikel 8
Leefloongerechtigden en equivalent leefloongerechtigden die effectief in Deinze verblijven kunnen na aanvraag en goedkeuring door het Sociaal Huis een tegemoetkoming ontvangen. De bedeling gebeurt tweemaal per jaar aan de personen die in de referteperiode minstens 3 van de 6 maanden effectief een (equivalent) leefloon ontvingen. De eerste referteperiode loopt van oktober tot en met maart. De tweede referteperiode loopt van april tot en met september.
Huis-aan-huis inzameling
Artikel 9
Elke locatie gezins- of groepsopvang waar onthaalouders op zelfstandige basis werken of aangesloten zijn bij de stedelijke dienst, bij Partena of bij Ferm, krijgt jaarlijks een tegemoetkoming van 50 euro voor inzameling van restafval (= 2 rollen restafvalzakken van 60 liter of 4 rollen restafvalzakken van 30 liter), 15 euro voor de inzameling van GFT (= 6 vellen van 5 stickers voor 40 liter GFT-container of 2 vellen van 5 stickers voor 120 liter GFT-container) en 5 euro voor de inzameling van PMD (= 2 rollen PMD zakken van 60 liter). Locaties gezins- of groepsopvang gelegen in een zone met ondergrondse sorteerstraten kunnen voormelde tegemoetkomingen ontvangen op hun provisierekening voor gebruik van de ondergrondse afvalcontainers.
Artikel 10
De retributie bij afhaling van restafvalzakken, PMD zakken, GFT-betaalstickers en de aankoop van een GFT-container moet contant betaald worden. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Artikel 11
Om gebruik te kunnen maken van de ondergrondse sorteerstraten dient vooraf een provisie overgeschreven te worden op het rekeningnummer van de stad, met vermelding van de toepasselijke gestructureerde mededeling. Voor opstart van een nieuwe ondergrondse sorteerstraat ontvangen de gebruikers per brief een toegangspas, samen met een betalingsuitnodiging. De provisierekening is gekoppeld aan de unieke toegangspas. Door het gebruik van de ondergrondse afvalcontainers daalt de provisie. Wanneer de provisie daalt onder een door de stad vast te stellen grenswaarde verstuurt de stad een nieuwe betaaluitnodiging aan de gebruiker. Het bedrag van de betaaluitnodiging is afgestemd op het geregistreerde gebruik van de ondergrondse sorteerstraten.
Terugbetaling
Artikel 12
Een terugbetaling van de provisie gekoppeld aan een toegangspas voor ondergrondse containers wordt enkel uitgevoerd indien er een valabele reden is, zoals een verhuis naar een zone zonder ondergrondse sorteerstraten.
Bij overlijden wordt de provisierekening voor gebruik van de ondergrondse sorteerstraten geblokkeerd. Een wettige erfgenaam kan de tijdelijke deblokkering aanvragen en/of kan een terugbetaling aanvragen op vertoon van een identiteitskaart en een akte van erfopvolging.
Artikel 13
Wanneer de stad overgaat tot installatie van een nieuwe ondergrondse sorteerstraat wordt aan de betrokken inwoners de mogelijkheid geboden om hun overschot aan restafvalzakken, PMD-zakken en/of GFT betaalstickers aan de stad terug te bezorgen. Het saldo wordt toegevoegd aan de provisierekening voor gebruik van de ondergrondse sorteerstraten. Aan bewoners die een GFT-container hebben gekocht die overbodig wordt door de installatie van een ondergrondse GFT-container biedt de stad een integrale terugbetaling aan, onder vorm van een saldo op de provisierekening van de toegangspas.
Bij verhuis binnen het grondgebied van Deinze vanuit een zone voor huis-aan-huis inzameling van afval naar een zone met ondergrondse sorteerstraten biedt de stad een terugbetaling aan van de helft van het aankoopbedrag van de GFT-container onder vorm van een saldo op de provisierekening van de toegangspas.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 14
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 15
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de inzameling van huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2023 over het retributiereglement op de verkoop van asbestzakken en veiligheidskits.
Het huidige retributiereglement op de verkoop van asbestzakken en veiligheidskits vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
Vlaanderen heeft de ambitie om tegen 2040 asbestveilig te zijn. Eén van de initiatieven om deze doelstelling te bereiken is de ondersteuning van privé-personen, bedrijven en verenigingen om asbest te verwijderen. Dit retributiereglement biedt de mogelijkheid aan inwoners van Deinze om gesubsidieerd asbest in te zamelen. De subsidie is afkomstig vanuit Vlaanderen (OVAM) en wordt praktisch beheerd via de intercommunale IVM. Het retributiereglement wordt geheven op de verkoop van asbestzakken en beschermingskits volgens onderstaande voorwaarden:
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
030900 - Overig afval- en materialenbeheer |
| algemene rekening |
700310 - Retributies: zakken, klevers, recipiënten |
| kostenplaats |
HUISVUIL-ASBEST |
| krediet 2026 |
1.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de verkoop van asbestzakken en beschermingskits.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de inwoners van Deinze, ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de stad Deinze, die asbestzakken en veiligheidskits aankopen.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Wijze van betaling
Artikel 4
De retributie moet onmiddellijk betaald worden bij afhaling van de zakken en/of beschermingskits (contant of met bankkaart). Een kwitantie wordt geleverd.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 5
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 6
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie op de verkoop asbestzakken en beschermingskits wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 oktober 2019 over het retributiereglement op de toegang en de aanbreng van afvalstoffen op de gemeentelijke recyclageparken.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over het retributiereglement op de toegang en de aanbreng van afvalstoffen op de gemeentelijke recyclageparken - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 augustus 2020 over het retributiereglement op de toegang en de aanbreng van afvalstoffen op de gemeentelijke recyclageparken - aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 november 2022 over het retributiereglement op de toegang en de aanbreng van afvalstoffen op de gemeentelijke recyclageparken - aanpassing.
IVM, verslag raad van bestuur van 7 oktober 2025, voorstel uniforme tarieven.
Het huidige retributiereglement op op de toegang en de aanbreng van afvalstoffen op de gemeentelijke recyclageparken vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
Afval dat niet vermeden kan worden, moet zoveel als mogelijk correct worden ingezameld met het oog op recyclage. Een recyclagepark vormt daarin een belangrijke schakel. Gemeenten met 10.000 tot 30.000 inwoners moeten beschikken over minstens één standaard recyclagepark. Gemeenten met meer dan 30.000 inwoners moeten per begonnen schijf van 30.000 inwoners over een bijkomend standaard recyclagepark beschikken. Op het grondgebied van de stad worden 2 recyclageparken uitgebaat in samenwerking met de intercommunale IVM. Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 legt op welke afvalfracties er minimaal op een recyclagepark moeten ingezameld worden. Dat zijn:
- papier en karton;
- tuinafval, snoeihout en boomstronken
- grof vuil
- textiel
- afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)
- metalen
- hout
- glas
- harde kunststoffen
- klein gevaarlijk afval (KGA)
- frituurvet en -olie
- zuiver steenpuin
- ander bouw- en sloopafval
- hechtgebonden asbestcement
- matrassen
- kurk
Bij opmaak van dit retributiereglement is rekening gehouden met het 90 kg plan van IVM zoals goedgekeurd op de gemeenteraadszitting van 25 september 2025 en met tarief voorstel zoals opgenomen in het verslag van de Raad van Bestuur van IVM van 7 oktober 2025. Nieuw hierbij Nieuw zijn de getrapte tarieven afhankelijk van het volume. Het basistarief wordt verhoogd naarmate meer meer afvalstoffen worden aangebracht. Dit vervangt het vroegere afzonderlijke apart tarief voor bedrijven. Het getrapte tarief is wel van toepassing op zowel gezinnen als op bedrijven.
Volgende bemerkingen over het tarief voorstel van IVM dienen nog te worden vermeld:
Aanlevering van grof vuil:
IVM stelt voor om voor de inzameling van grof vuil een tarief van € 0,15/kg aan te rekenen. De uitvoering van het IVM voorstel is praktisch enkel mogelijk mits aanpassing van de aanmeldingsprocedure en mits aanpassing van de verkeerscirculatie op beide recyclageparken.
In het verleden waren er in recyclagepark van Deinze 3 tariefzones. Daar is toen van afgestapt omwille van praktische redenen en omwille van de moeilijke verkeerscirculatie op een recyclagepark.
De aanpassing van de aanmeldingsprocedure en de aanpassing van de verkeerscirculatie op beide recyclageparken kan niet op korte termijn gerealiseerd worden. Het tariefvoorstel van IVM voor aanlevering van grof vuil wordt derhalve negatief geadviseerd vanuit de dienst milieu, klimaat, duurzaamheid en land- en tuinbouw omwille van de negatieve ervaringen uit het verleden met 3 tariefzones.
Aanlevering van groenafval:
IVM laat de keuze aan de stad om een gratis hoeveelheid groenafval te voorzien voor gezinnen.
De opbrengsten van de uitbating van de recyclageparken, t.t.z. de aanlevering van afval en de verkoop van ingezamelde materialen en de aangerekende retributie, dekken de kosten van de uitbating van de recyclageparken niet. De kosten omvatten de afvoer en verwerking van de afvalstoffen, personeelskosten en uitbatingskosten. De uitbating van de recyclageparken is niet kostendekkend, wat betekent dat de stad vanuit haar eigen werkingsmiddelen systematisch moet bijpassen. Het is aldus niet wenselijk om het verschil tussen opbrengsten en kosten verder te laten groeien.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
030901 - Recylcagepark |
| algemene rekening |
700330 - Retributies: toegangsgelden recyclagepark |
| kostenplaats |
RECYCLAGE en RECYLAGE BEDR. |
| krediet |
300.250 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de toegang en de aanbreng van afvalstoffen op de gemeentelijke recyclageparken.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributies zijn verschuldigd door:
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
A. In de “gratis zone”
Indien in voorraad kunnen de bezoekers compost verkrijgen in de gratis zone van het recyclagepark.
B. In de “betalende zone”
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
grof vuil (brandbare materialen die niet in de gewone huisvuilzak van 60 l kunnen en niet meer herbruikbaar zijn), steenpuin, kalkhoudend afval, gemengd niet-recycleerbaar niet-brandbaar, roofing/isolatie, vlak glas, houtafval, groenafval, grote zachte folies (die niet in de PMD-zak passen), land- en tuinbouwfolie (enkel recyclagepark Brouwerijstraat)
Wijze van betaling
Artikel 5
De retributie wordt betaald aan de betaalautomaat op het recyclagepark, door middel van een bankkaart (geen kredietkaart).
Bij een negatief saldo wordt de toegang tot het recyclagepark geweigerd.
Er kan eveneens vooraf overgeschreven worden (met een minimum van 10,00 euro) op het daarvoor toegewezen rekeningnummer van de gemeente met volgende mededeling:
RP Europa of RP Brouwerij + rijksregisternummer van diegene die toegang wenst tot containerpark of nummer toegangspas.
Het voorafbetaalde saldo is niet jaargebonden met andere woorden het is overdraagbaar naar een volgend jaar.
Gratis saldi
Artikel 6
Een jaarlijks gratis saldo wordt toegekend aan de jeugdverenigingen voor het gebruik van de recyclageparken. Het gratis saldo bedraagt:
Bij een onvolledig jaar wordt het bedrag pro rata verrekend. Het resterende krediet komt op 31 december te vervallen.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de toegang en de aanbreng van afvalstoffen op de gemeentelijke recyclageparken wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2023 over het retributiereglement bronophaling asbest bij landbouwers, KMO's, verenigingen en lokale besturen.
Het huidige retributiereglement op de plaatsing en ophaling van containers voor asbest bij landbouwers, KMO's, verenigingen en lokale besturen vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
Dit reglement biedt aan landbouwers, KMO's en verenigingen de mogelijkheid om gesubsidieerd asbest in te zamelen.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
030900 - Overig afval- en materialenbeheer |
| algemene rekening |
700350 - Retributies: bedrijfsafval |
| kostenplaats |
HUISVUIL-ASBEST |
| krediet 2026 |
7.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de plaatsing en ophaling van asbestcontainers bij landbouwers, KMO's, verenigingen en lokale besturen.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanvrager die moet voldoen aan volgende voorwaarden:
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Wijze van betaling
Artikel 4
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 5
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 6
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie op de plaatsing en ophaling van asbestcontainers bij landbouwers, KMO's, verenigingen en lokale besturen wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het retributiereglement voor het ophalen van grof vuil, op afroep bij particulieren, door de intercommunale IVM.
Het besluit van de raad van bestuur van IVM van 7 oktober 2025 met voorstel voor uniforme tarieven.
De retributie op het ophalen van grof vuil, op afroep bij particulieren, door de intercommunale IVM vervalt op 31 december 2025.
De intercommunale IVM biedt de mogelijkheid om binnen haar werkingsgebied aan huis grof vuil te laten ophalen. Grof vuil is het brandbaar restafval dat niet in de restafvalzak kan, dat niet herbruikt kan worden en niet selectief wordt ingezameld. Het is de verzamelnaam voor grote stukken afval zoals een kapotte stoffen zetel, een versleten tapijt, e.a..
Het voorgestelde tarief is in overeenstemming met het tarief voorgesteld door de intercommunale IVM, beslist op de raad van bestuur van 7 oktober 2025. Het tarief zal jaarlijks geïndexeerd worden.
Het nieuwe retributiereglement op het ophalen van grof vuil, op afroep bij particulieren, door de intercommunale IVM geldt tot 31 december 2031.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
030000 - Ophalen en verwerken van huishoudelijk afval |
| algemene rekening |
700340 - Retributies: grof vuil |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
2.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven voor de ophaling van grof vuil, op afroep bij particulieren, door de intercommunale IVM.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanvrager die een oproep doet bij IVM voor het ophalen van grof vuil.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Wijze van betaling
Artikel 5
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden door IVM, op basis van het online ingevulde aanvraagformulier van IVM. Na betaling van het afgesproken verschuldigde bedrag krijgt de aanvrager een mededeling van de ophaaldatum.
Artikel 6
De door IVM geïnde bedragen voor ophaling van grof vuil op afroep worden doorgestort aan de stad Deinze.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de ophaling van grof vuil op afroep bij particulieren door de intercommunale IVM wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 29 augustus 2024 voor het toekennen van een subsidie als distributievergoeding aan handelaars die PMD- en/of restafvalzakken verkopen, aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 17 maart 2025 over het retributiereglement op de verkoop van GFT-containers, de verkoop van GFT-betaalstickers en de ondergrondse inzameling van GFT.
Het gemeenteraadsbesluit van 29 augustus 2024 voor het toekennen van een subsidie als distributievergoeding aan handelaars die PMD- en/of restafvalzakken verkopen, aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2025, vervalt per 31 december 2025.
Verschillende handelaars verkopen PMD- en/of restafvalzakken of GFT-betaalstickers van Stad Deinze. De verkoopprijs voor de verkoop van afvalzakken (PMD- en restafvalzakken) ligt vast op basis van het vigerende retributiereglement, goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 mei 2020. De verkoopprijs voor de GFT-betaalstickers werd vastgelegd in het retributiereglement, door de gemeenteraad goedgekeurd op 17 maart 2025. De aan- en verkoopprijs voor de handelaars is dezelfde. Ze maken dus geen winst op de verkoop van de zakken.
De handelaars doen dit als service voor hun klanten, maar ook naar Stad Deinze toe is dit een gunst. Op die manier zijn er meer verkooppunten waar inwoners PMD- en/of restafvalzakken of GFT-betaalstickers kunnen aanschaffen.
Bij gebruik van bancontact moet de handelaar een kleine transactiekost betalen. Steeds meer mensen betalen digitaal.
Hierbij wordt voorgesteld om deze financiële ondersteuning te behouden voor de periode 2026-2031 met volgende wijzigingen:
In het kader van de administratieve vereenvoudiging moet de handelaar niet langer de inschrijving bij de Kruispuntbank voor Ondernemingen en de aankoopfactuur van een bepaalde soort PMD- en/of restafvalzakken of GFT-betaalstickers bij de aanvraag toevoegen. Stad Deinze zal op basis van het opgegeven KBO-nummer zelf nagaan of de handelaar met minstens 1 van opgesomde NACEBEL-codes geregistreerd staat bij de Kruispuntbank voor Ondernemingen. Via de financiële dienst van Stad Deinze zal de bevoegde dienst zelf nagaan of de handelaar voldoende PMD- en/of restafvalzakken of GFT-betaalstickers tijdens het betreffende kalenderjaar heeft aangekocht.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 030000 - Ophalen en verwerken huishoudelijk afval |
| algemene rekening | 649160 - Algemene werkingssubsidie aan handelaars met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 3.750 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies als distributievergoeding aan handelaars die PMD- en/of restafvalzakken of GFT-betaalstickers verkopen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze ondersteunt de handelaars die als service naar hun klanten PMD- en/of restafvalzakken of GFT-betaalstickers voor Stad Deinze verkopen. Dit geldt zowel voor handelaars met een verkooppunt gelegen in de stad Deinze als voor handelaars met een verkooppunt gelegen buiten de stad Deinze.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door handelaars die PMD- en/of restafvalzakken of GFT-betaalstickers voor Stad Deinze verkopen. Dit geldt zowel voor handelaars met een verkooppunt in de stad Deinze als voor handelaars met een verkooppunt gelegen buiten de stad Deinze.
Artikel 5
De subsidie kan per winkel of verkooppunt aangevraagd worden.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Deze lijst van codes is niet limitatief
Subsidiebedrag
Artikel 7
De forfaitaire distributievergoeding bedraagt 125 euro per jaar, per verkooppunt.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze uiterlijk op 30 november van het kalenderjaar waarvoor de aanvrager de subsidie wenst te bekomen.
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van stad Deinze of een door stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. Stad Deinze heeft het recht om de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§2. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst deze subsidie niet meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies als distributievergoeding aan handelaars die PMD- en/of restafvalzakken of GFT-betaalstickers verkopen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 september 2021 over het toekennen van steun voor vrijwillige zwerfvuilinzameling door (zorg)instellingen en verenigingen.
Het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 september 2021 over het toekennen van steun voor vrijwillige zwerfvuilinzameling door (zorg)instellingen en verenigingen vervalt per 31 december 2025.
Dit subsidiereglement werd in 2021 opgemaakt als 'vangnet' voor vrijwilligers die buiten de scope van ondersteuning door Operatie Proper (www.operatieproper.be) vallen. Zodoende vormen zorginstellingen en verenigingen (m.u.v. jeugdverenigingen) in de stad Deinze het voorwerp van dit reglement.
Er wordt voorgesteld om deze subsidie te behouden voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
In het reglement wordt een onderscheid gemaakt tussen eenmalige acties en meervoudige acties:
In het geval van financiële ondersteuning is, in analogie met de methodiek van Operatie Proper, een evenwicht gezocht tussen resultaat en beloning, met name door een koppeling te voorzien van een actieplan en rapportage van resultaten aan de uitbetaling van een vergoeding.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 032900 - Overige vermindering van milieuverontreiniging |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| actie | geen |
| krediet | 3.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies als steun voor vrijwillige zwerfvuilinzameling door (zorg)instellingen en verenigingen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil zorginstellingen en verenigingen in de stad Deinze, die buiten de scope van de ondersteuning via "Operatie Proper" vallen, ondersteunen en stimuleren om op regelmatige basis zwerfvuil in te zamelen op het openbaar domein in de stad Deinze.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door (zorg)instellingen en verenigingen in de stad Deinze, die met hun cliënten/leden op regelmatige basis zwerfvuilacties organiseren op het openbaar domein in de stad Deinze en niet in aanmerking komen voor ondersteuning via operatie Proper.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Een eenmalige opruimactie komt niet in aanmerking voor subsidiëring. Eenmalige acties kunnen wel ondersteunend materiaal uitlenen bij Stad Deinze.
De zwerfvuilacties gaan door op openbaar domein in de stad Deinze. Opruimacties na privémanifestaties of op private terreinen komen niet in aanmerking. Organisatoren van dergelijke evenementen zijn verplicht om zelf in te staan voor de opruiming van het afval dat er uit voorkomt.
De aanvrager voegt bij de aanvraag een actieplan toe. Dit plan kan opgemaakt worden in vrije opmaak, maar omvat minstens de volgende elementen:
a) frequentie van de actie + datum/data opruimmoment(en)
b) aanduiding zone waarin zwerfvuil wordt geruimd (bv. aan de hand van straatnamen)
c) beoogd aantal deelnemers per opruimmoment
d) beoogd resultaat
e) sensibilisering:
Subsidiebedrag
Artikel 6
§1. Materiaal: organisatoren van (éénmalige of periodieke) zwerfvuilacties kunnen gratis ondersteunend materiaal ontlenen bij Stad Deinze. Het ter beschikking gestelde materiaal omvat handschoenen, grijpstokken, zwerfvuilzakken en fluohesjes.
Bij de uitlening van het materiaal wordt een inventaris opgemaakt, dewelke bij afhaling wordt ondertekend door Stad Deinze en de ontlener. Na een eenmalige actie of na stopzetting van een samenwerkingsovereenkomst voor periodieke acties engageert de ontlener zich om het ontleende materiaal in zijn originele staat binnen 14 kalenderdagen terug te bezorgen.
§2. Vergoeding: de subsidie voor een aanvraag die voldoet aan de voorwaarden van dit reglement, bedraagt op dagbasis:
De maximale subsidie per zwerfvuilactie bedraagt 72 euro/dag. De maximale subsidie op jaarbasis bedraagt 720 euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing, samenwerkingsovereenkomst en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze uiterlijk 30 dagen voor de geplande datum van de eerste inzamelactie.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
§3. In de aanvraag geeft de aanvrager ook aan hoeveel en welk materiaal hij/zij wil ontlenen.
Beoordeling
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 7, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 9
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Samenwerkingsovereenkomst
Artikel 10
§1. Na goedkeuring van de aanvraag wordt er een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt. Deze overeenkomst wordt door beide partijen, Stad Deinze en de organisator, ondertekend.
§2. Indien één van de partijen de samenwerkingsovereenkomst wenst aan te passen of een bijkomende bepaling wenst op te nemen, zal een overleg tussen alle partijen worden georganiseerd. Bij akkoord worden de afspraken opgenomen in een addendum dat wordt toegevoegd aan de samenwerkingsovereenkomst.
§3. Beide partijen kunnen éénzijdig de samenwerkingsovereenkomst opzeggen. De opzeg wordt schriftelijk meegedeeld middels een aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs. Geen van de partijen zal enige opzegvergoeding of schadevergoeding kunnen vorderen ten aanzien van de opzeggende partij.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De aanvrager bezorgt periodiek, zoals opgenomen in het actieplan, per e-mail aan de bevoegde dienst volgende info over de uitgevoerde zwerfvuilacties die voldoet aan de voorwaarden van dit reglement:
§2. De bevoegde dienst staat in voor het beoordelen van dit bewijsmateriaal en het formuleren van een advies.
§3. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§4. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. Stad Deinze heeft het recht om de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§2. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies als steun voor vrijwillige zwerfvuilinzameling door (zorg)instellingen en verenigingen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor het aanplanten van hagen, heggen en houtkanten.
Lijst met aanvaardbare soorten voor de aanplant van houtige kleine landschapselementen.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor het aanplanten van hagen, heggen en houtkanten vervalt per 31 december 2025.
Hagen, heggen en houtkanten zijn uit ons landschap aan het verdwijnen. Deze landschapselementen hebben nochtans veel positieve effecten: ze beletten dat landbouwmachines het terrein tot tegen de rand kunnen bewerken, zodat deze rand minder intensief wordt gebruikt. Ze hebben een positieve invloed op de biodiversiteit, zorgen voor ecologische verbindingen, verbeteren het lokale microklimaat en zorgen voor de opvang van hemelwater en het voorkomen van erosie.
Deze subsidie werd in het najaar 2024 geëvalueerd.
Hierbij wordt voorgesteld om deze subsidie, voor de periode 2026-2031 te behouden.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem |
035000 - Klimaat en energie |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | A LIJNV |
| krediet | 8.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor het aanplanten van inheemse hagen, heggen en houtkanten.
Doel
Artikel 2
Hagen, heggen en houtkanten hebben een positieve invloed op de biodiversiteit, zorgen voor ecologische verbindingen, verbeteren het lokale microklimaat en zorgen voor de opvang van hemelwater en het voorkomen van erosie. Stad Deinze wil met dit subsidiereglement het aanplanten van inheemse hagen, heggen en houtkanten stimuleren.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
Voor de toepassing van het reglement komen alleen natuurlijke personen en rechtspersonen in aanmerking die ofwel eigenaar ofwel gebruiker zijn van de in artikel 5 vermelde gronden. De toekenning aan een gebruiker sluit altijd de toekenning aan de eigenaar uit. De subsidie is niet cumuleerbaar tussen gebruiker en eigenaar. De gebruiker heeft in dit geval prioriteit op de eigenaar.
Artikel 5
Het reglement is van toepassing in de stad Deinze in zones die op het gewestplan of andere bestemmingsplannen zoals bijzonder plan van aanleg (BPA), een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP),... zijn aangeduid als agrarisch gebied, landschappelijk waardevol agrarisch gebied, agrarisch gebied met bijzondere waarde, valleigebied, bosgebied, natuurgebied, parkgebied of natuurreservaat.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van het subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
De subsidie bedraagt maximum 80% van de aankoopprijs van het plantgoed, met een maximumbedrag van 3 euro per meter haag, 2 euro per meter heg en 1 euro per meter en per rij houtkant.
Aanvraag
Artikel 8
De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze. De aanvraag gebeurt vanaf 6 maanden en binnen 1 jaar na de aanplant van haag, heg of houtkant.
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de reglementaire voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
§4. Als bij controle blijkt dat de haag, heg of houtkant in de periode van 10 jaar na de toekenning van de subsidie verwijderd of zwaar beschadigd werd zodat het behoud bedreigd is, zal de subsidie teruggevorderd worden.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor het aanplanten van inheemse hagen, heggen en houtkanten voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor het onderhouden van lijnvormige landschapselementen.
De lijst met aanvaardbare soorten voor het onderhoud van houtige kleine landschapselementen.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor het onderhouden van lijnvormige landschapselementen vervalt per 31 december 2025.
Het is wenselijk om in het landelijk gebied de aanwezige landschapselementen, voor de periode 2026-2031, zoveel mogelijk te behouden.
De aanwezigheid van houtkanten en knotbomen belet dat landbouwmachines het terrein tot tegen de rand kunnen bewerken. Deze rand wordt minder intensief gebruikt en dit geeft meer mogelijkheden voor de flora.
Er wordt vastgesteld dat deze knotbomen en houtkanten in versneld tempo verdwijnen uit het landschap, niet alleen door het kappen ervan maar eveneens door gebrek aan onderhoud.
Het is wenselijk om het behouden en onderhouden van deze landschapselementen een ondersteuning te geven.
In het reglement wordt volgende kleine aanpassing aan de voorwaarden doorgevoerd:
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 035000 - Klimaat en energie |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | O LIJNV |
| krediet | 18.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor het onderhouden van lijnvormige landschapselementen.
Doel
Artikel 2
Lijnvormige landschapselementen zoals knotbomen en houtkanten verdwijnen in een snel tempo uit het landschap, niet alleen door het kappen ervan maar eveneens door gebrek aan onderhoud. Aan de hand van dit reglement wenst Stad Deinze het onderhoud van knotbomen en houtkanten te stimuleren.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
Voor de toepassing van het reglement komen alleen de natuurlijke personen of rechtspersonen in aanmerking die ofwel eigenaar ofwel gebruiker zijn van de in artikel 5 vermelde gronden. De toekenning aan een gebruiker sluit altijd de toekenning aan de eigenaar uit. De subsidie is niet cumuleerbaar tussen gebruiker en eigenaar. De gebruiker heeft in dit geval prioriteit op de eigenaar.
Men kan geen beroep doen op de gemeentelijke subsidie als de aanvrager voor hetzelfde landschapselement in aanmerking komt voor een beheerovereenkomst van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM).
Artikel 5
Voor het onderhouden van knotbomen en houtkanten is het reglement van toepassing in de zones die op het gewestplan of andere bestemmingsplannen zoals bijzonder plan van aanleg (BPA), een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP),... zijn aangeduid als agrarisch gebied, landschappelijk waardevol agrarisch gebied, agrarisch gebied met bijzondere waarde, valleigebied, bosgebied, natuurgebied, parkgebied of natuurreservaat.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van het subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
De subsidie bedraagt:
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor het onderhouden van lijnvormige landschapselementen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 november 2024 over het toekennen van een subsidie voor mestanalyse, grondontleding en groenbemesting.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 november 2024 over het toekennen van een subsidie voor mestanalyse, grondontleding en groenbemesting vervalt per 31 december 2025.
Stad Deinze engageert zich door de ondertekening van het burgemeestersconvenant om de CO2-emissie in de stad Deinze terug te dringen. Het uitvoeren van een doelgroepbeleid is hiervoor van groot belang.
Eén van de doelstellingen uit het burgemeestersconvenant is meer duurzaam of ecologisch beheer van gronden. Daarom wil Stad Deinze land- of tuinbouwers stimuleren om de mogelijkheden duurzame maatregelen te nemen.
Door groenbemesting wordt de nog aanwezige stikstof in de bodem na het oogsten van de hoofdteelt gefixeerd door opname in de groenbedekker. Hierdoor wordt uitspoeling van stikstof naar grond- en oppervlaktewater vermeden. Daarnaast zijn de akkers ook in de wintermaanden begroeid, wordt de onkruidgroei onderdrukt en is er minder kans op erosie. Ook de humustoestand wordt door het gebruik van groenbedekkers verbeterd.
Mestanalyse zorgt ervoor dat de land- of tuinbouwer kennis heeft van de inhoud aan stikstof en fosfor van de mest. Kennis van de bemestingswaarde zorgt voor een efficiëntere bemesting in functie van bodem en tijdstip van toediening. Er kan hierdoor eventueel ook bespaard worden op minerale bemesting.
Grondontleding is de basis voor een optimale bodemvruchtbaarheid van een perceel. Inzicht in de voedingstoestand en -reserves laten in functie van het teeltschema een teeltspecifieke bekalking en bemesting toe. Dit zorgt voor een milieuvriendelijker productieproces en een duurzamere land- en tuinbouw.
Hierbij wordt voorgesteld om deze subsidie te behouden voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
In het kader van de administratieve vereenvoudiging wordt voorgesteld dat de aanvrager geen betalingsbewijs meer moet toevoegen. De aanvragen moeten worden ingediend uiterlijk op 15 december van het jaar waarvoor men subsidie wenst.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 053000 - Land-, tuin- en bosbouw |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | MEST |
| krediet | 8.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor mestanalyse, grondontleding en groenbemesting.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze ondersteunt land- en tuinbouwers in de stad Deinze om hun land- of tuinbouwpercelen duurzaam of ecologisch te beheren.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door land- of tuinbouwers in hoofdberoep, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, die in de stad Deinze een vestiging gebruiken om een land- of tuinbouwbedrijf te exploiteren. Ze moeten onderworpen zijn aan de verzamelaanvraag. De landbouwgrond waarvoor subsidie wordt aangevraagd moet in de stad Deinze gelegen zijn.
Artikel 5
Stad Deinze voorziet een financiële tussenkomst voor het uitvoeren van:
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van het subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze uiterlijk op 15 december van het kalenderjaar waarvoor de aanvrager de subsidie wenst te bekomen.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. Stad Deinze heeft het recht om de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§2. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in deze subsidie niet meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor mestanalyse, grondontleding en groenbemesting voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie aan handelsverenigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie aan handelsvereniging vervalt per 31 december 2025.
Stad Deinze wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden en de handelaarsverenigingen op het volledige grondgebied te subsidiëren om zo het handelsapparaat te ondersteunen.
Het budget voorzien in het meerjarenplan van de stad voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Inhoudelijk wordt het reglement niet gewijzigd.
In het reglement wordt het begrip 'erkende verenigingen' toegepast op basis van het nieuwe reglement voor de erkenning van verenigingen van 23 oktober 2025.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 - Handel en middenstand |
| beleidsitem | 050000 - Handel en middenstand |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 5.500 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan handelsverenigingen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil de handelsverenigingen in de stad Deinze ondersteunen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een door Stad Deinze erkende handelsvereniging.
Artikel 5
Een handelsvereniging komt slechts in aanmerking voor zover ze geen andere financiële ondersteuning van Stad Deinze ontvangt of deel uitmaakt van een overkoepelende vereniging die financiële ondersteuning van Stad Deinze ontvangt.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
De subsidie bedraagt 30 euro per lid van de handelsvereniging. Een handelsvereniging kan maximaal 2.500 euro aan subsidie ontvangen.
Artikel 8
Vanaf 2027 zal het budget voorzien voor deze subsidie en het maximumbedrag dat een handelsvereniging kan ontvangen jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 9
§1. De subsidie voor het huidig kalenderjaar wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze vóór 30 juni.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 10
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 9, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 11
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 12
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 13
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 14
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan handelsverenigingen van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2020 over het subsidiereglement voor het nemen van handelskernversterkende maatregelen (periode 2021).
Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2020 over het subsidiereglement inzake renovatie en verfraaiing van handelspanden in het centraal winkelgebied, aangepast bij gemeenteraadsbesluit van 16 december 2021.
Het strategisch commercieel plan Stad Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 16 december 2021 over het toekennen van een subsidie voor renovatie of verfraaiing van handelspanden in het centraal winkelgebied en het verhogen van de toegankelijkheid (met gecoördineerde versie) eindigt op 31 december 2025.
Stad Deinze streeft naar een dynamisch en aatrekkelijk handelsapparaat. Het stadsbestuur wil de stedelijke aantrekkingskracht verder verhogen en zo de uitstraling, kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van handelspanden en het openbaar domein verbeteren. Dit door handelszaken in het centraal winkelgebied financieel te ondersteunen.
Na evaluatie van het subsidiereglement wenst het stadsbestuur het subsidiereglement voor de periode 2026-2031 te behouden.
In het ontwerp dat voorligt, is de subsidie enkel nog van toepassing op handelszaken met de functie detailhandel en horeca.
Er wordt bijkomend gefocust op de toegankelijkheid van de handelszaak volgens de geldende normen op moment van aanvraag. Deze kunnen geraadpleegd worden bij de bevoegde dienst of www.toegankelijkheidgebouw.be
De bepaling dat de ondernemer of zijn overnemer dezelfde activiteit 3 jaar na uitbetaling van de subsidie moet uitvoeren, is gewijzigd naar 4 jaar.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 050000 - Handel en middenstand |
| algemene rekening | 649160 - Algemene werkingssubsidies aan handelaars |
| kostenplaats | RENOVHP |
| krediet | 50.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor renovatie of verfraaiing van handelspanden in het centraal winkelgebied en het verhogen van de toegankelijkheid.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil de stedelijke aantrekkingskracht verder verhogen en zo de uitstraling, kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van handelspanden en het openbaar domein verbeteren. Dit door handelszaken in het centraal winkelgebied financieel te ondersteunen en hen zo te stimuleren hun handelszaak zowel vanop het openbaar domein als binnenin toegankelijk te maken voor personen met een beperking.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
§1. De subsidie kan aangevraagd worden door:
Artikel 5
Er kan slechts één aanvraag ingediend worden door ofwel de eigenaar of door de uitbater voor het bekomen van de subsidie voor renovatie of verfraaiing van handelspanden in het centraal winkelgebied en het verhogen van de toegankelijkheid gedurende een periode van vier jaar.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van het subsidieaanvraag:
Artikel 7
Deze subsidie is niet cumuleerbaar met volgende subsidies van Stad Deinze:
Artikel 11
§1. Verhogen van de toegankelijkheid voor personen met een beperking: Stad Deinze verleent een éénmalige subsidie van maximum 80% van de aantoonbare kosten met een max. van 4.000 euro exclusief btw voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in dit reglement.
§2. Gevelrenovatie: Stad Deinze verleent een éénmalige subsidie van maximum 80% van de aantoonbare kosten met een maximum van 8.000 euro exclusief btw indien voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in dit reglement.
§3. Renovatie en inrichting: Stad Deinze verleent een éénmalige subsidie van maximum 80% van de aantoonbare kosten met een maximum van 8.000 euro exclusief btw indien voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in dit reglement.
§4. Indien de handelszaak niet toegankelijk is volgens de richtlijnen die men kan raadplegen bij de bevoegde dienst of www.toegankelijkheidgebouw.be wordt er slechts 25% van het subsidiebedrag uitbetaald.
§5. De bovenstaande subsidies zijn cumuleerbaar met een maximum van 10.000 euro.
Artikel 12
De gesubsidieerde activiteit is zuiver lokaal. De begunstigde verricht zijn activiteit in de stad Deinze en heeft naar alle waarschijnlijkheid enkel klanten uit de stad Deinze en de nabije regio. Het handelsverkeer tussen de Europese lidstaten wordt niet of mogelijk slechts marginaal ongunstig beïnvloed. Hierdoor is niet aan de cumulatieve criteria van artikel 107, 1° lid VWEU voldaan waardoor de steun niet als staatssteun wordt aangemerkt en deze zonder voorafgaandelijke goedkeuring van de Europese Commissie kan worden toegekend.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 13
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze binnen 6 maanden na het einde van de werken.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 14
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 13, §2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 15
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 16
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 17
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
§4. Indien de aanvrager niet de eigenaar van het handelspand is, maar de uitbater van de handelszaak, is hij verantwoordelijk en verbindt hij er zich toe het bedrag van de subsidie terug te betalen indien hij/zij binnen de 4 jaar na goedkeuring van de subsidie door het college van burgemeester en schepenen in het handelspand waarvoor de subsidie verkregen is, géén handelszaak meer uitbaat op het adres waarvoor de subsidie is aangevraagd.
Betwistingen
Artikel 18
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor de renovatie of verfraaiing van handelspanden in het centraal winkelgebied en het verhogen van de toegankelijkheid voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Annick Verstraete, Ortwin Depoortere (raadsleden)
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het toekennen van een subsidie voor nieuwe handelszaken in de Tolpoortstraat.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het toekennen van een subsidie voor nieuwe handelszaken in de Tolpoortstraat eindigt op 31 december 2025.
Stad Deinze stimuleert ondernemers om een handelszaak op te starten in de Tolpoortstraat.
Na evaluatie van het subsidiereglement wenst het stadsbestuur het subsidiereglement voor de periode 2026-2031 te behouden.
Volgende aanpassingen worden voorgesteld:
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 050000 - Handel en middenstand |
| algemene rekening | 649160 - Algemene werkingssubsidies aan handelaars met reglement |
| kostenplaats | TOLP |
| krediet | 30.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor nieuwe handelszaken in de Tolpoortstraat.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze stimuleert ondernemers om een handelszaak te starten in de Tolpoortstraat.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een natuurlijke - of rechtspersoon die uitbater wordt/is van een nieuwe handelszaak die zich vestigt in een handelspand in de Tolpoortstraat in de stad Deinze.
Voorwaarden
Artikel 5
§1. Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
§3. Deze subsidie is niet cumuleerbaar met de hierna volgende subsidie van Stad Deinze:
Artikel 6
§1. De subsidie bedraagt:
§2. Indien de zaak niet toegankelijk is volgens de richtlijnen die men kan raadplegen op www.toegankelijkgebouw.be wordt er slechts 25% van het subsidiebedrag uitbetaald.
Artikel 7
De gesubsidieerde activiteit is zuiver lokaal. De begunstigde verricht zijn activiteit in de stad Deinze en heeft naar alle waarschijnlijkheid enkel klanten uit de stad Deinze en de nabije regio. Het handelsverkeer tussen de Europese lidstaten wordt niet of mogelijk slechts marginaal ongunstig beïnvloed. Hierdoor is niet aan de cumulatieve criteria van artikel 107, 1° lid VWEU voldaan waardoor de steun niet als staatssteun wordt aangemerkt en deze zonder voorafgaandelijke goedkeuring van de Europese Commissie kan worden toegekend.
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze. De aanvraag kan maximum 3 maanden na de opening van de nieuwe handelszaak ingediend worden.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
§4. De aanvrager is verantwoordelijk en verbindt er zich toe het bedrag van de subsidie terug te betalen indien hij/zij binnen de 4 jaar na goedkeuring van de subsidie door het college van burgemeester en schepenen in het handelspand waarvoor de subsidie verkregen is, géén handelszaak meer uitbaat op het adres waarvoor de subsidie is aangevraagd.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor toekennen van subsidies voor nieuwe handelszaken in de Tolpoortstraat van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 27 mei 2021 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie aan startende ondernemers van handelszaken, gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 23 november 2023.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 november 2023 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie aan startende ondernemers van handelszaken eindigt op 31 december 2025.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden en startende ondernemers in de detailhandel en horeca op het volledige grondgebied te ondersteunen bij de opstart van hun eigen handelszaak.
De bepaling dat de startende ondernemer of zijn overnemer dezelfde activiteit 3 jaar na uitbetaling van de subsidie moet uitvoeren, is gewijzigd naar 4 jaar.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 050000 - Handel en middenstand |
| algemene rekening | 649160 - Algemene werkingssubsidies aan handelaars |
| kostenplaats | STARTHAND |
| krediet | 30.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan startende ondernemers.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wenst handelszaken in de detailhandel en horeca in de stad Deinze ondersteunen bij opstart.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een handelszaak in de detailhandel of horeca start in de stad Deinze.
Voorwaarden
Artikel 5
§1. Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 8
De subsidie bedraagt:
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 10
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze binnen de 6 maanden na opening van de zaak.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 10,§2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 14
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
§4. De aanvrager is verantwoordelijk en verbindt er zich toe het bedrag van de subsidie terug te betalen indien hij/zij binnen de 4 jaar na goedkeuring van de subsidie door het college van burgemeester en schepenen in het handelspand waarvoor de subsidie verkregen is, géén handelszaak meer uitbaat op het adres waarvoor de subsidie is aangevraagd.
Betwistingen
Artikel 15
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan startende ondernemers voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Matthias Neirynck (raadslid), Sofie D'hondt (schepen), Bart Vermaercke (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester)
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 maart 2022 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie aan ondernemers bij de aankoop van een duurzame transportfiets of -brommer, gewijzigd bij gemeenteraadsbesluiten van 25 oktober 2022 en 21 december 2023.
Het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2023 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie aan ondernemers bij de aankoop van een duurzame transportfiets of -brommer (met gecoördineerde versie) eindigt op 31 december 2025.
Stad Deinze wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden en de ondernemers verder te stimuleren om te kiezen voor een duurzaam transportmiddel bij het aanbieden van goederen en/of diensten aan huis in de stad.
Na evaluatie van het subsidiereglement is er besloten om het aantal type fietsen te beperken tot fietsen met een laadbak met een minimum laadvermogen van 50 kg.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 050000 - Handel en middenstand |
| algemene rekening | 649160 - Algemene werkingssubsidies aan handelaars met reglement |
| kostenplaats | TRANSPORT |
| krediet | 25.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan ondernemers bij de aankoop van een duurzame transportfiets of -brommer.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil ondernemers stimuleren om te kiezen voor een duurzaam transportmiddel bij het aanbieden van goederen en/of diensten aan huis in de stad Deinze.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door ondernemers met maatschappelijke zetel en/of vestigingsadres in de stad Deinze, die goederen en/of diensten aan huis aanbieden
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
De subsidie kan aangevraagd worden voor verschillende aankopen van duurzame transportfietsen en/of -brommers met een maximum van 5 aankopen per ondernemer.
Een duurzame transportfiets of -brommer via leasing, tweedehands en/of huur komt niet in aanmerking voor deze subsidie.
Subsidiebedrag
Artikel 6
De subsidie bedraagt:
Artikel 7
De gesubsidieerde activiteit is zuiver lokaal. De begunstigde verricht zijn activiteit in de stad Deinze en heeft naar alle waarschijnlijkheid enkel klanten uit de stad Deinze en de nabije regio. Het handelsverkeer tussen de Europese lidstaten wordt niet of mogelijk slechts marginaal ongunstig beïnvloed. Hierdoor is niet aan de cumulatieve criteria van artikel 107, 1° lid VWEU voldaan, waardoor de steun niet als staatssteun wordt aangemerkt en deze zonder voorafgaandelijke goedkeuring van de Europese Commissie kan worden toegekend.
Procedure (aanvraag - beoordeling - beslissing - uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze maximum 6 maanden na aankoop van het transportmiddel. De factuurdatum geldt als bewijs.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
§4. De aanvrager verbindt zich er toe het bedrag van de subsidie terug te betalen indien het aangekochte transportmiddel binnen 4 jaar na goedkeuring van de subsidie door het college van burgemeester en schepenen doorverkocht of weggeschonken wordt. De termijn van 4 jaar begint te lopen vanaf de goedkeuringsdatum.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan ondernemers bij aankoop van een duurzame transportfiets of -brommer voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Ortwin Depoortere (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2023 over het retributiereglement op uitlening en/of vervoer van verkeerssignalisatie aan particulieren, ondernemingen en instellingen in het kader van verhuis- en (ver)bouwactiviteiten - aanpassing.
Het oude retributiereglement vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden. De tarieven worden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme en kostendekkende prijsindexering.
Voor transportkosten wanneer de verkeerssignalisatie ter plaatse moet worden gebracht, is het forfait vervangen door een kost per uur voor ingezet personeel en voertuig.
Vanaf 2027 wordt een indexatie toegepast. Een waarborg wordt niet meer gevraagd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
020000 - wegen |
| algemene rekening |
700610 - Retributies: ontlenen materiaal goed |
| actie |
geen |
| krediet |
3.250 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op uitlening en/of vervoer van verkeerssignalisatie aan particulieren, ondernemingen en instellingen in het kader van verhuis- en (ver)bouwactiviteiten.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door particulieren, ondernemingen en instellingen in het kader van verhuis- en (ver)bouwactiviteiten.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4
De bovenstaande tarieven zijn inclusief BTW.
Artikel 5
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende 10 cent (uurloon personeel en transportkosten naar de eerstvolgende volle euro).
Vrijstellingen
Artikel 6
Alle natuurlijke of rechtspersonen welke in opdracht van de stad, het O.C.M.W., het AGB stad Deinze en VZW Winkelstad (ver)bouwactiviteiten uitvoeren, waarbij de plaatsing van signalisatiemateriaal overeenkomstig een afgeleverde vergunning ingebruikname openbaar domein of signalisatievergunning wordt opgelegd.
Wijze van betaling
Artikel 7
De retributie voor het ontlenen van het signalisatiemateriaal moet contant betaald worden bij het terugbrengen van het signalisatiemateriaal door de aanvrager. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Enkel indien het signalisatiemateriaal niet door de aanvrager kan afgehaald worden en het vervoer door de stad dient te gebeuren, wordt een factuur opgemaakt. Het verschuldigde bedrag moet betaald worden binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 8
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 9
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het heffen op uitlening en/of vervoer van verkeerssignalisatie aan particulieren, ondernemingen en instellingen in het kader van verhuis- en (ver)bouwactiviteiten.wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 april 2020 over het retributiereglement voor de recuperatie van kosten voor het laden en bergen van goederen voortkomend van uitdrijvingen en het weghalen en bewaren van achtergelaten voertuigen.
Het oude retributiereglement vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden. De tarieven worden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme en kostendekkende prijsindexering. Vanaf 2027 wordt een indexatie toegepast.
• uurloon: €35/uur + transportkosten: €25/uur → wordt vervangen door voertuig met chauffeur: €50/uur
• opslag van goederen: €100 → €130
• de retributie voor de bewaring van voertuigen, met uitzondering van fietsen: €100/voertuig → €130/voertuig.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
011900 - Overige algemene diensten |
| algemene rekening |
700920 - Retributies: administratieve kosten |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
4.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de recuperatie van kosten voor het laden en bergen van goederen voortkomend van uitdrijvingen en het weghalen en bewaren van achtergelaten voertuigen.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de eigenaar van de goederen / het voertuig of door zijn rechtverkrijgenden ongeacht of hij de goederen / het voertuig achteraf terug ophaalt. De teruggave van de goederen / het voertuig aan de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden voor de in artikel 5 vermelde termijnen is afhankelijk van de voorafgaande betaling van deze retributie.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
voor het laden en bergen van goederen voortkomend van uitdrijving:
voor de bewaring van achtergelaten voertuigen:
Artikel 4
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Termijnen
Artikel 5
1. Voor goederen die door een uitdrijving achtergelaten worden op de openbare weg :
Alle goederen worden, conform de wet van 30 december 1975 "betreffende de goederen buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting", gedurende zes maanden opgeslagen. Na deze termijn worden ze van rechtswege eigendom van de Stad. Vier maanden na het ophalen, wordt er een aangetekend schrijven verstuurd naar de eigenaar indien deze gekend is. Als het materiaal door de eigenaar wordt opgehaald vóór het verstrijken van de periode van 6 maanden, moet de eigenaar of rechtverkrijgende van de goederen een bewijs van betaling kunnen voorleggen van de factuur betreffende de recuperatie van kosten voor het laden en bergen van deze goederen.
2. Voor achtergelaten voertuigen :
Alle voertuigen, met uitzondering van fietsen, worden gedurende zes maanden opgeslagen. Na deze termijn worden ze eigendom van de Stad. Vier maanden na het afleveren op de technische uitvoeringsdienst wordt er een aangetekend schrijven verstuurd naar de eigenaar indien deze gekend is. Als het voertuig door de eigenaar wordt opgehaald, moet de eigenaar of rechtverkrijgende van het voertuig een bewijs van betaling kunnen voorleggen van de factuur betreffende de recuperatie van kosten voor het bewaren van het voertuig.
Bestemming niet afgehaalde goederen/voertuigen
Artikel 6
1. Goederen die niet worden afgehaald door de eigenaar of zijn rechtverkrijgende, krijgen volgende bestemming :
2. Voertuigen, met uitzondering van fietsen, die niet worden afgehaald door de eigenaar krijgen volgende bestemming :
Vrijstellingen
Artikel 7
Deze regeling geldt niet voor goederen die door het parket in beslag genomen zijn of door andere wettelijke bepalingen geregeld zijn.
Wijze van betaling
Artikel 8
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 9
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 10
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de recuperatie van kosten voor het laden en bergen van goederen voortkomend van uitdrijvingen en het weghalen en bewaren van achtergelaten voertuigen wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Ortwin Depoortere (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het koninklijk besluit van 21 juni 2025 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in die zin dat het model van het attest van immatriculatie vervangen wordt door een tussentijds en voorlopig model in afwachting van het nieuwe beveiligde model van dit verblijfsdocument.
Het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische kaarten en biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen.
De omzendbrief van 8 december 2023 van de FOD Binnenlandse Zaken - Algemene Directie Identiteit en Burgerzaken - over de implementatie elektronische verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar.
De omzendbrief van 26 november 2013 van de FOD Mobiliteit en Vervoer waarbij wordt meegedeeld dat de federale retributie voor het afleveren van een internationaal rijbewijs wordt vastgesteld op 16 euro en de gemeenten de mogelijkheid wordt geboden bovenop dit bedrag een gemeentetaks (retributie) te heffen.
Het gemeenteraadsbesluit van 25 januari 2024 over het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken door de dienst burgerzaken.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Omzendbrief FOD Binnenlandse Zaken, Algemene Directie Identiteit en Burgerzaken van 2 oktober 2025 over het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten en -documenten vanaf 1 januari 2026.
Overzicht kostprijs aangerekend aan burger vanaf 1 januari 2026 met toepassing van nieuwe tarieven vermeld in omzendbrief van 2 oktober 2025.
Het huidige belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken door de dienst burgerzaken vervalt op 31 december 2025, waardoor het nodig is een nieuw reglement vast te stellen voor de periode 2026-2031.
Ingevolge de mogelijkheid die BBC 3.0 biedt, wordt de vroegere belasting omgevormd tot een retributie.
Het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de verschillende categorieën van elektronische identiteitsdocumenten en -documenten die in het ministerieel besluit van 15 maart 2013 zijn vastgelegd, wordt jaarlijks geïndexeerd door de FOD Binnenlandse Zaken. Op 2 oktober 2025 werden de aanpassingen voor 2026 vastgesteld. Om billijke redenen is het logisch dat de gemeentelijke retributie minstens bij de start van een nieuwe legislatuur wordt aangepast en eveneens jaarlijks wordt geïndexeerd.
Gemeenten kunnen deze bedragen doorrekenen aan de burger, bovenop een eventuele gemeentelijke retributie voor de afgifte van deze documenten. De gemeentelijke vergoeding voor de afgifte van elektronische identiteitskaarten aan Belgen moet gelijk zijn aan die voor de afgifte van elektronische verblijfsdocumenten aan EU-onderdanen, onafhankelijk van een eventueel verschil in federale aanmaakkost.
Sinds 15 januari 2024 ontvangen vreemdelingen jonger dan 12 jaar niet langer identiteitscertificaten, maar ook elektronische verblijfsdocumenten. Gemeenten kunnen ook voor de afgifte van deze documenten een gemeentelijke vergoeding aanrekenen, maar de vergoeding voor EU-onderdanen moet gelijk zijn aan de vergoeding voor de afgifte van elektronische identiteitsdocumenten aan Belgische kinderen jonger dan 12 jaar.
Als gevolg van een lopend moderniseringsproject is Dienst Vreemdelingenzaken vanaf 30 september 2025 niet meer in staat om de gemeenten te bevoorraden met blanco attesten immatriculatie. Om de gemeenten bij uitputting van de voorraad de mogelijkheid te bieden verder attesten immatriculatie uit te reiken werd voorzien in een tussentijds en tijdelijk model die de gemeenten moeten gebruiken bij uitputting van de huidige voorraad. De actuele retributie werd de laatste jaren nauwelijks aangepast. Om de burgers voor te bereiden op het nieuw model waarvan de kostprijs een stuk hoger zal liggen is het aangewezen de retributie alvast te verhogen in lijn met deze voor de andere documenten.
De afgifte van een trouwboekje bij huwelijksvoltrekking is niet bij wet geregeld. De afgifte ervan is bijgevolg optioneel. Het trouwboekje werd in het verleden vaak gebruikt als uittreksel uit de huwelijksakte. Met de invoering van DABS is het actueel enkel nog mogelijk om een uittreksel uit de huwelijksakte voor te leggen dat afgeleverd wordt via DABS. Een huwelijksboekje heeft dus enkel nog een ceremoniële functie en kan dus best enkel nog optioneel aangeboden worden tegen vergoeding van minimaal de kostprijs.
De verdere digitalisering van de dienstverlening die door de hogere overheid aan de gemeenten wordt opgelegd noodzaakt om met de regelmaat van de klok belangrijke investeringen te doen op vlak van soft- en hardware.
Gelet op de huidige en toekomstige financiële uitdagingen waarvoor de stad staat, is het aangewezen om retributies in te voeren die minimaal kostendekkend zijn en bijdragen aan een duurzaam financieel beleid.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
013000 - Administratieve dienstverlening |
| algemene rekening |
700000 - Retributies: administratieve stukken burgerzaken |
| kostenplaats |
ID-KAART, REISPAS, RIJBEWIJS, TROUWBOEK |
| krediet |
254.263 euro + 201.518 euro + 103.800 euro + 1.800 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op de afgifte van administratieve stukken door de dienst burgerzaken. Deze retributie vormt samen met de kostprijs én in voorkomend geval de consulaire taks aangerekend door de verschillende federale overheidsdiensten het bedrag verschuldigd door de aanvrager van het administratief stuk.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de persoon die het administratieve stuk aanvraagt.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
1. Elektronische identiteitskaart voor Belgen vanaf de leeftijd van 12 jaar
of
1.1. Gewone procedure
Retributie: 7,88 euro
1.2. Spoedprocedure met levering kaart en PIN/PUK op de gemeente (D+1)
Retributie: 12,63 euro
1.3. Spoedprocedure - gecentraliseerde levering kaart en PIN/PUK bij FOD Binnenlandse Zaken - Brussel
Retributie: 8,63 euro
2. Elektronische identiteitskaart voor Belgische kinderen onder de 12 jaar (Kids-ID)
Ingeschreven in het bevolkingsregister van Deinze
of
afgeschreven naar het buitenland en ingeschreven in het consulair bevolkingsregister
met Deinze als laatste gemeente van inschrijving in België
of geboren in Deinze indien nooit in België gewoond
of Deinze als gekozen plaats van aanvraag indien evenmin geboren in België
2.1. Gewone procedure
Retributie: 0,38 euro
2.2. Spoedprocedure met levering kaart en PIN/PUK op de gemeente (D+1)
Retributie: 10,13 euro
2.3. Spoedprocedure - gecentraliseerde levering kaart en PIN/PUK bij FOD Binnenlandse Zaken - Brussel
Retributie: 7,00 euro
3. Elektronische kaarten en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen vanaf de leeftijd van 12 jaar
3.1. Gewone procedure
3.1.1. Kaarttypes: EU/EU+/F-/F+/M-Brexit verblijf/M-Brexit duurzaam verblijf/N
Retributie: 7,88 euro
3.1.2. Kaarttypes: A/B/H/I/J/K/L
Retributie: 7,25 euro
3.2. Spoedprocedure met levering kaart en PIN/PUK op de gemeente (D+1) - alle kaarttypes
Retributie: 12,63 euro
4. Elektronische kaarten en verblijfsdocumenten voor vreemdelingen jonger dan 12 jaar
4.1. gewone procedure
4.1.1. Kaarttypes: EU/EU+/F/F+/M-Brexit duurzaam verblijf
Retributie: 0,38 euro
4.1.2. Kaarttypes: A/B/K/L
Retributie: 0,38 euro
4.2 Spoedprocedure met levering kaart en PIN/PUK op de gemeente (D+1)
4.2.1. Kaartttypes EU/EU+/F/F+/M-Brexit duurzaam verblijf
Retributie: 10,13 euro
4.2.2. Kaarttypes A/B/K/L
Retributie: 12,63 euro
5. Attest immatriculatie voor vreemdelingen (oranje kaart) vanaf de leeftijd van 12 jaar
Retributie: 5 euro
Retributie: 0 euro
6. Rijbewijs
6.1. Voorlopig rijbewijs (model 12/18/36/Model3)
Retributie bij: 5,00 euro
6.2. Rijbewijs
Retributie: 6,25 euro
6.3. Internationaal rijbewijs
Retributie: 6,25 euro
7. Paspoort voor Belg ingeschreven in de gemeente of afgeschreven naar het buitenland en ingeschreven in de consulaire registers
7.1. Gewone procedure
7.1.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
7.1.2. Meerderjarige
Retributie: 10,00 euro
7.2. Spoedprocedure
7.2.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
7.2.2. Meerderjarige
Retributie: 12,50 euro
7.3. Superdringende procedure
7.3.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
7.3.2. Meerderjarige
Retributie: 12,50 euro
8. Reisdocument voor
vreemdeling ingeschreven in de gemeente die geniet van een verblijfsrecht voor onbepaalde duur
erkende vluchteling en staatloze
8.1. Gewone procedure
8.1.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
8.1.2. Meerderjarige
Retributie: 10,00 euro
8.2. Spoedprocedure
8.2.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
8.2.2. Meerderjarige
Retributie: 12,50 euro
8.3. Superdringende procedure (enkel voor erkende vluchteling!)
8.3.1. Minderjarige
Retributie: 0 euro
8.3.2. Meerderjarige
Retributie: 12,50 euro
9. Trouwboekje
Retributie: 30 euro
Artikel 4
De retributie wordt geheven zowel bij een eerste afgifte, hernieuwing of afgifte van een duplicaat in geval van verlies of diefstal. Er wordt geen retributie geheven bij hernieuwing van een attest immatriculatie naar aanleiding het verlenen van een verlenging van de termijn toegelaten verblijf.
Artikel 5
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen : als het door de aanvrager van het document te betalen bedrag niet eindigt op een halve euro na de komma, wordt de retributie in die mate aangepast dat de totale kostprijs afgerond wordt op de hogere halve euro of de volgende eenheid.
Vrijstellingen
Artikel 6
Zijn van de retributie vrijgesteld: de administratieve stukken die krachtens een wet, een decreet, een koninklijk besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos door het gemeentebestuur worden afgegeven.
Wijze van betaling
Artikel 7
De retributie moet contant betaald worden bij aanvraag van het document. De betaling gebeurt bij voorkeur elektronisch maar indien gewenst door de aanvrager kan dit ook nog steeds cash. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Voor afgifte van het trouwboekje:
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 8
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 9
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
Het retributiereglement voor de afgifte van administratieve documenten door de dienst Burgerzaken wordt vastgesteld voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Ortwin Depoortere (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het retributiereglement op voltrekken huwelijken op zaterdag.
Het huidig retributiereglement op het voltrekken van huwelijken op zaterdag vervalt op 31 december 2025, waardoor het nodig is een nieuw reglement vast te stellen voor de periode 2026-2031.
Het college besliste op 4 maart 2025 de mogelijkheid te bieden om huwelijken buiten te voltrekken tijdens de maanden mei tot en met september. Huwelijksvoltrekking buiten vereist de inzet van personeel van de dienst Patrimonium om het nodige materiaal klaar te zetten. Om deze reden worden deze huwelijken gebundeld en de frequentie beperkt tot elke laatste vrijdag van de maand. Omdat wordt verwacht dat de vraag naar huwelijken buiten eerder beperkt zal zijn, worden deze gepland in het laatste tijdsblok van 11u15 tot 12u00. Voor zover wordt vastgesteld dat het voorafgaand tijdsblok van 10u30 tot 11u15 nog beschikbaar is kan dit bijkomend hiervoor gereserveerd worden.
Als op de bewuste dag zou blijken dat de weersomstandigheden dermate ongunstig zijn om huwelijken buiten te voltrekken wordt in overleg met het bruidspaar beslist om al dan niet uit te wijken naar de raadzaal in dienstencentrum Leiespiegel.
Huwelijken buiten voltrekken vraagt meer voorbereiding, coördinatie en inzet van personeel. Om de huwelijksvoltrekking in goede banen te leiden assisteert een medewerker van dienst Burgerzaken bij het huwelijk. Door de verhoogde werkdruk en de complexiteit van de wettelijke opdrachten binnen Burgerzaken is het noodzakelijk het personeel hiervoor zoveel mogelijk inzetbaar te houden. Om deze reden werd beslist om voor het voltrekken van huwelijken op zaterdag een poule van vrijwilligers in te schakelen. Het inschakelen van deze vrijwilligers ontlast de dienst Burgerzaken van logistieke taken die bij een huwelijk komen kijken en vermijdt de compensatie van gepresteerde (over)uren waardoor er ruimte vrijkomt voor de kerntaken.
De vrijwilligerswerking gebeurt conform het vrijwilligersbeleid van de stad Deinze en het 'Kader voor vrijwilligersvergoeding stad en OCMW Deinze'.
Na de huwelijksvoltrekking krijgen de genodigden (maximum 30) een drankje aangeboden. Dit geeft de huwelijksceremonie een extra feestelijke toets die door de huwelijksparen wordt gewaardeerd maar vanzelfsprekend zorgt voor extra uitgaven.
Gelet op de huidige en toekomstige uitdagingen waarvoor de stad staat, is het aangewezen om voor de voltrekking van huwelijken buiten én op zaterdag retributies in te voeren die minimaal kostendekkend zijn en bijdragen aan een duurzaam financieel beleid. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
013000 - Administratieve dienstverlening |
| algemene rekening |
700040 - Retributies: andere administratieve stukken |
| kostenplaats |
HUWELIJK |
| krediet 2026 |
9.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het voltrekken van huwelijken buiten én op zaterdag.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanstaande echtgenoten.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
- huwelijken buiten: 225 euro
- huwelijken op zaterdag: 225 euro
Artikel 4
Vanaf 2027 zal de retributie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen : de bekomen retributie na indexering wordt afgerond naar de hogere halve euro.
Vrijstellingen
Artikel 5
De voltrekking van huwelijken, met uitzondering van deze buiten en op zaterdag, zijn vrijgesteld van de retributie.
Wijze van betaling
Artikel 6
De retributie moet contant (cash of bij voorkeur elektronisch) betaald worden bij de registratie van de huwelijksaangifte. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Bij weigering voltrekken huwelijk door de ambtenaar van de burgerlijke stand of annulatie door betrokkenen wordt de betaalde retributie teruggestort op de rekening. Voor huwelijken buiten wordt de betaalde retributie niet terugbetaald als de huwelijksvoltrekking door overmacht (bv. ongunstige weersomstandigheden) niet buiten kan doorgaan.
Bij een elektronische huwelijksaangifte wordt aan de retributieplichtige een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Bij niet betaling van het verschuldigde bedrag binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur kan de huwelijksvoltrekking buiten of op zaterdag niet doorgaan.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
Het retributiereglement voor het voltrekken van huwelijken buiten en op zaterdag wordt vastgesteld voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Peter Parmentier (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
De wet van 18 juni 2018, in het bijzonder hoofdstuk I van titel 3, houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, waarbij de bevoegdheid inzake verandering van voornamen wordt overgedragen aan de ambtenaren van de burgerlijke stand en de voorwaarden en de procedure ervan worden geregeld.
De wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft, gewijzigd bij wet van 20 juli 2023.
De wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, gewijzigd bij in voormeld lid vermelde wet van 18 juni 2018.
De wet van 7 januari 2024 tot wijziging van het oud Burgerlijk Wetboek en het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten teneinde de procedure voor naamsverandering te versoepelen.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Omzendbrief van 27 september 2023 over de aanpassing van de geslachtsregistratie.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het retributiereglement op toegekende verzoeken tot voornaamsveranderingen.
Uit artikel 3, paragraaf 2 vierde en vijfde lid van de wet van 18 juni 2018 en artikel 170, paragraaf 4, eerste lid van de Grondwet blijkt dat de gemeenteraad in alle autonomie kan beslissen de verzoeken tot voornaamsverandering of voornaamsverandering, aanvaard door de burgerlijke stand, te onderwerpen aan een retributie.
Voornaamsverandering of toevoeging voornaam
Overeenkomstig artikel 170, paragraaf 4, tweede lid van de Grondwet voert de wetgever restricties door in twee gevallen:
"One shot" naamsverandering
Vanaf 1 juli 2024 heeft elke meerderjarige of ontvoogde minderjarige Belg of erkende vluchteling of staatloze de mogelijkheid om bij de ambtenaar van de burgerlijke stand eenmalig een verklaring tot naamsverandering af te leggen om de naam te dragen van de ouder van wie hij de naam niet draagt of een combinatie van de naam van zijn beide ouders.
De eenmalige naamsverandering van een ouder geldt ook voor zijn minderjarige niet-ontvoogde kinderen die geheel of ten dele (enkelvoudige of dubbele) naam dragen en die Belg zijn, erkend vluchteling of staatloze. Voor deze kinderen jonger dan 12 jaar op het moment van het verzoek geldt de naamsverandering van de ouder zonder meer. Kinderen ouder dan 12 jaar moeten op het moment van het verzoek toestemmen met de naamsverandering in aanwezigheid van de ouders of van de wettelijke vertegenwoordiger. Voor meerderjarige of ontvoogde minderjarigen geldt de naamsverandering niet.
Gelet op de huidige en toekomstige uitdagingen waarvoor de stad staat, is het aangewezen om retributies in te voeren die minimaal kostendekkend zijn en bijdragen aan een duurzaam financieel beleid.
De tarieven dienen in billijkheid vastgesteld te worden, zodat er een duidelijk verband is tussen het bedrag van de retributie en het werk dat voor de dienst burgerzaken gepaard gaat met de aanvraag van voornaamsverandering of naamsverandering.
Het is evident dat het bedrag van de retributie en de inning ervan bij het indienen van het verzoek en niet a posteriori, een directe invloed kunnen hebben op het aantal ingediende verzoeken en van aard zijn een zekere lichtzinnigheid in hoofde van de verzoeker te vermijden.
Volgende aanvragen kan men gelet op de reden van de aanvraag als zwaarwichtig en weloverwogen beschouwen waarvoor het evident is om het bedrag van de retributie eerder bescheiden te houden:
Er wordt voorgesteld om de tarieven als volgt vast te stellen:
Deze tarieven worden vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
013000 - Administratieve dienstverlening |
| algemene rekening |
700040 - Retributies: andere administratieve stukken |
| kostenplaats |
NAAMSWIJZ |
| krediet 2026 |
1.730 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributie geheven op verzoeken tot voornaams- en naamsverandering.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de voornaams- of naamsverandering: de betrokkene zelf of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
- 300 euro: gewone aanvraag voornaamsverandering
- 30 euro: voornaamsverandering aangevraagd door een transgender
- 30 euro: naamsverandering
Artikel 4
De retributie van 30 euro is verschuldigd bij elke aanvraag voor een voornaamsverandering die ingediend wordt door een persoon op basis van de overtuiging dat zijn voornaam niet overeenkomt met zijn innerlijk beleefde genderidentiteit.
Artikel 5
Vanaf 2027 zal de retributie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen : de bekomen retributie na indexering wordt afgerond naar de hogere halve euro.
Vrijstellingen
Artikel 6
Personen van vreemde nationaliteit die een verzoek tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit hebben ingediend en geen voorna(a)m(en) hebben bij het verzoek tot voornaamtoevoeging, zijn vrijgesteld van enige retributie om dat te verhelpen daar zij reeds onderworpen zijn aan de betaling van een registratierecht van 1.000 euro, voorafgaandelijk aan het onderzoek tot verkrijging van de Belgische nationaliteit.
Wijze van betaling
Artikel 7
De retributie moet contant (cash of bij voorkeur elektronisch) betaald worden bij de aanvraag van de voornaams- of naamswijziging. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 8
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 9
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor verzoeken tot voornaams- en naamsverandering wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging.
De omzendbrief KBBJ/ABB2024/1 van 20 september 2024 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten ervan.
De politieverordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging, laatst gewijzigd op 27 februari 2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het retributiereglement verlenen, hernieuwen en verlengen grafconcessies en verlenen van naamplaatjes begraafplaatsen.
Algemeen
In de huidige politieverordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging is voorzien dat volgende personen kunnen begraven worden in een niet-geconcedeerd graftype:
1° de personen die op datum van overlijden ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen of wachtregister van de stad Deinze;
2° de EG-ambtenaren - gezien hun persoonlijk statuut - die een bewijs kunnen voorleggen van verblijf op het grondgebied van Deinze, én hun echtgenoten en gezinsleden, alhoewel zij niet ingeschreven zijn het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de stad Deinze.
3° de personen opgenomen in een instelling buiten de stad, die vóór hun opneming hun hoofdverblijfplaats te Deinze hadden, maar wegens omstandigheden werden ingeschreven in een andere gemeente.
Niet-geconcedeerd begraven heeft voor de gemeente belangrijke financiële gevolgen waardoor het gerechtvaardigd is voor personen die niet behoren tot de in vorig lid vermelde categorieën enkel toestemming te verlenen tot begraving in een geconcedeerd graftype en hiervoor een retributie in te voeren. Deze retributie moet erop gericht zijn minstens een deel van de kosten voor aanleg, onderhoud en bevorderen van de toegankelijkheid en veiligheid op de begraafplaatsen te dekken.
Het tarief voor de concessies wordt verhoogd volgens de indexering van de levensduurte.
Grafkelders
Op de begraafplaatsen van Deinze (deelgemeenten vóór de fusie met Nevele op 01.01.2019) werd met ingang vanaf 01.01.1999 de praktijk om grafkelders in concessie te geven afgeschaft. Bij de fusie met Nevele op 01.01.2019 bleef deze praktijk echter bij wijze van overgangsmaatregel tot heden bestaan op de begraafplaatsen van Landegem, Merendree, Hansbeke en Nevele. De bewuste keuze die Deinze eerder had gemaakt om de grafkelders af te schaffen heeft de daaropvolgende jaren nauwelijks tot niet geleid tot klachten of grieven bij de bevolking. Deze overgangsmaatregelen zorgden echter voor een ongelijke behandeling die geleid heeft tot het inzicht dat men het verlenen van grafkelders best kan afschaffen op alle begraafplaatsen in Deinze. Grafkelders plaatsen in het verleden was vrij duur en de investeringen die men hiervoor heeft gedaan kunnen best zo optimaal mogelijk gecompenseerd worden. Dit is mogelijk door bij wijze van overgangsmaatregel de nog aanwezige vrije grafkelders tot uitputting van de voorraad in concessie te geven.
Asverstrooiing
Op alle gemeentelijke begraafplaatsen is asverstrooiing mogelijk. Bij aankomst van de asurne op de begraafplaats wordt deze door de gemeentelijke medewerker geopend en de as met een strooiurne op de strooiweide verspreid. Enkel de gemeentelijke medewerker is bevoegd voor het bedienen van de strooiurne. In het retributiereglement van 19 december 2019 over het verlenen, hernieuwen en verlengen grafconcessies en verlenen naamplaatjes begraafplaatsen werd hiervoor geen retributie voorzien. Het lijkt evenwel billijk dat voor deze dienstverlening vanaf 2026 een retributie wordt ingevoerd (jaarlijks indexeerbaar) voor niet-inwoners.
Urnenkelders
Bij de fusie van Deinze en Nevele op 1 januari 2019 werd vastgesteld dat de politiereglementen op de begraafplaatsen en lijkbezorging van beide gemeenten gebaseerd waren op standpunten die op sommige vlakken vrij ver uit elkaar lagen. Om een toekomstgericht en efficiënt beheer van de begraafplaatsen te faciliteren was het noodzakelijk de reglementen te actualiseren en verder te coördineren. Dit gebeurde bij politieverordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 19 december 2019, dat in werking is getreden op 1 januari 2020. Omwille van de gevoeligheid van de materie werden in het reglement evenwel overgangsmaatregelen voorzien. Dit heeft onder andere geleid tot een situatie waarbij op de begraafplaatsen gelegen op vroeger grondgebied Nevele de mogelijkheid wordt geboden om urnen te begraven in een urnenveld of urnenkelder en dit op de begraafplaatsen van Deinze enkel mogelijk is in een urnenkelder. Verder hebben de nabestaanden de mogelijkheid vrij het ontwerp te kiezen van het grafteken te plaatsen op urnenkelder of urnenveld.
Asurnen kunnen op de begraafplaatsen van Deinze geplaatst of bijgezet worden in een urnenkelder. Op deze urnenkelder wordt een uniform grafteken geplaatst in de vorm van een lessenaar met een deksteen in natuursteen. Deze maatregel draagt bij tot meer uniformiteit en zorgt bovendien voor een meer serene sfeer op de begraafplaats. Omdat de laatste jaren een duidelijke verschuiving waar te nemen is van traditionele begraving naar crematie gevolgd door asverstrooiing of plaatsing van urne in urnenkelder dreigen de kosten voor aankoop en plaatsing van urnenkelders steeds verder te stijgen. Tot heden werden deze kosten niet gecompenseerd door een retributie. Om budgettaire redenen is het aangewezen de investeringskosten voor het uniform gedenkteken in belangrijke mate te dekken door het invoeren van een retributie vanaf 2026 voor het gebruik.
Familie-urnenkelders
Actueel is het mogelijk om meerdere stoffelijke overschotten en urnen in een eengemaakt graf te begraven via het verlenen van een dubbele concessie. Om dezelfde mogelijkheid te bieden voor plaatsing en bijzetting van maximum 4 urnen is het aangewezen om familie-urnenkelders te voorzien. Dit is mogelijk door binnen de standaardoppervlakte voor een urnenkelder een kelder te plaatsen bestemd voor 4 urnen. Op deze wijze kan men vermijden dat hiervoor twee naast elkaar geplaatste urnenkelders moeten ingenomen worden en de beschikbare ruimte maximaal wordt benut. Met het oog op een gelijke behandeling is het aangewezen hiervoor een retributie te voorzien die gelijk is aan het dubbele van de retributie voor een enkele concessie.
Ontgravingen
De politieverordening op de begraafplaatsen en de lijkbezorging voorziet de mogelijkheid om in een aantal specifieke gevallen machtiging te bekomen voor het ontgraven van een stoffelijk overschot of urne. In het retributiereglement van 19 december 2019 werd geen retributie voorzien voor ontgravingen. Ontgravingen op verzoek van nabestaanden zorgen nochtans voor extra administratieve lasten en vereisen de inzet van personeel voor toezicht en beperkte handelingen bij de uitvoering. Vanaf 2026 wordt een retributie geheven voor ontgravingen op verzoek van de nabestaanden met het doel het stoffelijk overschot of de urne over te brengen naar een andere gemeente. Deze retributie wordt jaarlijks geïndexeerd.
Naamplaatjes
Bij asverstrooiing hebben de nabestaanden de mogelijkheid om een naamplaatje te laten aanbrengen op de herdenkingszuil. Bij het plaatsen of bijzetten van een urne in een columbarium of urnenkelder is het aanbrengen van een naamplaatje verplicht om het identificeren en localiseren van stoffelijke overschotten mogelijk te maken. Het bestuur staat in voor het aankopen, laten graveren en bevestigen van het naamplaatje. Om kostendekkend te zijn is het nodig de actuele retributie te verhogen en dit tarief jaarlijks te indexeren.
Het is aangewezen retributies in te voeren die minimaal kostendekkend zijn en bijdragen aan een duurzaam financieel beleid.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
099000 - Begraafplaatsen |
| algemene rekening |
700200 - Retributies: begravingen |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
230.400 euro + 27.500 euro + 3.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2021 een retributie geheven voor het verlenen en verlengen van concessies, uitvoeren van ontgravingen, asverstrooiingen, verlenen van uniforme urnenkelders en naamplaatjes.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de concessiehouder of de perso(o)(en) die instaan voor de begraving.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
§1. Verlenen, hernieuwen en verlengen van concessies
Verlenen initiële concessie voor een termijn van 20 jaar
Retributie urnenkelder/columbarium/grondgraf voor personen: 750 euro (= 37,50 euro/jaar)
Retributie urnenkelder/columbarium/grondgraf (personen die op ogenblik van overlijden jonger zijn dan 15 jaar en alleen begraven worden): 0 euro
Retributie familie-urnenkelder (1 kelder = 1 perceel = maximum 4 urnen): 1500 euro
In geval van een dubbel graftype wordt de retributie vermenigvuldigd met een factor 2.
Er wordt geen indexering toegepast.
Verlenen initiële concessie grafkelder voor een termijn van 20 jaar (uitdovend)
Retributie grafkelder (1 perceel): 1200 euro
Retributie dubbele grafkelder (2 percelen): 2400 euro
Verlengen concessie met een nieuwe termijn van 10 jaar bij verval van de initiële termijn
Retributie grondgraf/grafkelder/columbarium/urnenkelder : 375 euro
Retributie grondgraf/grafkelder/columbarium/urnenkelder (personen die op ogenblik van overlijden jonger zijn dan 15 jaar en alleen begraven worden): 0 euro
In geval van een meervoudig graftype wordt de retributie vermenigvuldigd met een factor 2 of meer.
Er wordt geen indexering toegepast.
Voorbeeld:
Een geconcedeerd graftype werd verleend voor een termijn van 50 jaar en vervalt op 15.10.2026. In het jaar 2026 wordt een aanvraag ingediend voor verlenging van de concessie met een termijn van 10 jaar. De nieuwe concessie start vanaf 16.10.2026 en eindigt op 15.10.2036. De retributie bedraagt 375 euro.
Hernieuwen concessie naar aanleiding van bijzetting urne of stoffelijk overschot
|
Aantal jaren van de nieuwe concessietermijn die de lopende concessietermijn overschrijdt ---------------------------- Nieuwe concessietermijn |
X |
Verschuldigd bedrag dat bij het totale aantal jaren van de termijn van de concessie hoort |
In geval van een meervoudig graftype wordt de berekende retributie vermenigvuldigd met een factor 2 of meer.
Er wordt geen indexering toegepast.
Voorbeeld 1: verlenging concessie initieel verleend voor een termijn van 20 jaar
Als een hernieuwing voor een termijn van 20 jaar, waarvan de kostprijs 750 euro bedraagt, wordt aangevraagd 5 jaar vóór het verstrijken van een concessie van 20 jaar, slaat het verschuldigde bedrag op 15/20 van het tarief voor een concessie van die duur (15/20 x 750 euro = 562,50 euro).
Verlenen concessie bij verstrijken termijn niet-geconcedeerd graftype
De retributie wordt berekend met toepassing van de volgende formule:
| Verstreken initiële periode
|
X |
Basisretributie 2 (1) --------------------- 20 |
+ |
Basisretributie 1 |
- Niet-geconcedeerd graftype verleend vóór 01.01.1999 = 20 jaar
- Niet-geconcedeerd graftype verleend vanaf 01.01.1999 = 15 jaar
- Niet-geconcedeerd graftype uniform gedenkteken Wontergem, verleend voor 01.01.2020 = 30 jaar
Basisretributie 2 = 600 euro (wordt toegepast voor alle niet-geconcedeerde graftypes verleend tot en met 31.12.2025)
Basisretributie 1 = 750 euro (wordt toegepast voor alle niet-geconcedeerde graftypes verleend vanaf 01.01.2026)
Er wordt geen indexering toegepast.
Voorbeeld:
De termijn van een niet-geconcedeerd graftype verleend vanaf 01.01.1999 (15 jaar) vervalt op 15.10.2026. Nabestaanden dienen een aanvraag in tot omzetting naar een concessie voor 20 jaar. De concessie start op 16.10.2026 en loopt tot 15.10.2046. De retributie wordt als volgt berekend: 15 x (600 euro/20) + 750 euro = 1200 euro
Verlenen concessie naar aanleiding van de omzetting van een niet-geconcedeerd graftype wegens gevraagde bijzetting stoffelijk overschot of urne
De retributie wordt berekend met toepassing van de volgende formule:
| Verstreken initiële periode sinds eerste begraving of eerste plaatsing urne
|
X |
Basisretributie 2 (1) ---------------- 20 |
+ |
Basisretributie 1 |
Basisretributie 2 = 600 euro (wordt toegepast voor alle niet-geconcedeerde graftypes verleend tot en met 31.12.2025)
Basisretributie 1 = 750 euro (wordt toegepast voor alle niet-geconcedeerde graftypes verleend vanaf 01.01.2026)
Er wordt geen indexering toegepast.
Voorbeeld:
Een niet-geconcedeerd graftype werd verleend op 15.10.2020 voor een termijn van 15 jaar. De termijn loopt tot 14.10.2035. Op 16.10.2026 wordt een urne bijgezet en bij deze gelegenheid wordt het niet-geconcedeerd graftype omgezet naar een concessie. De retributie wordt als volgt berekend: 6 x (600 euro/20) + 750 euro = 930 euro.
Omzetten gratis 10-jarige concessie begraafplaatsen Nevele bij einde initiële termijn naar betalende concessie voor een termijn van 10 jaar
Retributie: 375 euro (= 1/2 van basisretributie 1)
Er wordt geen indexering toegepast.
Gratis concessies werden tot 31.12.2019 verleend op de begraafplaatsen van Nevele. In deze gratis concessies was het mogelijk om binnen de initiële termijn van 10 jaar gratis een stoffelijk overschot of urne bij te plaatsen. De initiële termijn werd in dit geval verlengd tot 10 jaar na de laatste bijzetting. Vanaf 01.01.2020 werd deze praktijk gestopt en worden enkel nog niet-geconcedeerde graftypes aangeboden voor een termijn van 15 jaar. Bijzetting is enkel mogelijk mits omzetting naar concessie.
Verlengen en hernieuwen concessie grafkelders op einde termijn of in geval van bijzetting stoffelijk overschot of urne
Vanaf 01.01.2026 worden geen nieuwe grafkelders meer geplaatst en houdt men geen rekening meer met de verschillende retributies uit het verleden.
Retributie verlengen concessie met een nieuwe termijn van 10 jaar bij verval initiële termijn: 375 euro
Retributie hernieuwen concessie naar aanleiding van bijzetting stoffelijke overschot of urne:
| Aantal jaren van de nieuwe concessietermijn die de lopende concessietermijn overschrijdt ---------------------------- Nieuwe concessietermijn |
X |
Verschuldigd bedrag dat bij het totale aantal jaren van de termijn van de concessie hoort*
|
*Basis voor de berekening is de basisretributie 1 = 750 euro/20jaar of 37,5 euro/jaar
In geval van een meervoudig graftype wordt de berekende retributie vermenigvuldigd met een factor 2 of meer.
Voorbeeld: verlenging concessie initieel verleend voor een termijn van 20 jaar
Als een hernieuwing voor een termijn van 20 jaar, waarvan de kostprijs 750 euro bedraagt, wordt aangevraagd 5 jaar vóór het verstrijken van een concessie van 20 jaar, slaat het verschuldigde bedrag op 15/20 van het tarief voor een concessie van die duur (15/20 x 750 euro = 562,50 euro)
§2. Naamplaatjes
Retributie: 50 euro
Toepassen indexering
§3. Ontgravingen
Retributie ontgraven stoffelijk(e) overschot(ten) of urne(n) uit grondgraf of grafkelder met het doel over te brengen naar een andere gemeente: 200 euro
Retributie verwijderen urne(n) uit urnenkelder of columbarium met het doel over te brengen naar een andere gemeente: 50 euro
De retributie wordt jaarlijks geïndexeerd.
§4. Asverstrooiing
Retributie: 150 euro
De retributie wordt enkel toegepast als de persoon van wie de as wordt verstrooid, in overeenstemming met de bepalingen opgenomen in de politieverordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging, NIET wordt beschouwd als een inwoner van Deinze.
Toepassen indexering.
§5. Uniforme lessenaar urnenkelder
Retributie (= vergoeding kostprijs gebruik urnenkelder) : 260 euro
Retributie wordt toegepast als volgt:
|
|
Uniforme urnenkelder (niet geconcedeerd) |
Uniforme urnenkelder (geconcedeerd) |
| Eenmalige retributie voor gebruik lessenaar |
260 euro |
260 euro |
| Retributie concessie ( 20 jaar) |
0 euro |
750 euro |
| Totaal |
260 euro |
1010 euro |
Eenmalige retributie voor gebruik lessenaar geldt enkel voor urnenkelders verleend vanaf 01.01.2026
Artikel 4
Vanaf 2027 zal de retributie, voor zover uitdrukkelijk vermeld, jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen : De bekomen retributie na indexering wordt steeds afgerond naar de hogere volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 5
Geconcedeerde graftypes bestemd voor het alleen begraven van kinderen tot en met de leeftijd van 14 jaar zijn vrijgesteld van betaling retributie. Dit geldt eveneens bij aanvragen tot verlenging van de concessie met 10 jaar op het einde van de termijn.
Wijze van betaling
Artikel 6
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 7
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 8
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het verlenen en verlengen van concessies, uitvoeren van ontgravingen, asverstrooiingen, verlenen van uniforme urnenkelders en naamplaatjes wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 56 over de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging.
Omzendbrief KBB/ABB2024/X van 20 september 2024 over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten.
De politieverordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging, laatst gewijzigd op 27 februari 2025.
Politieverordening begraafplaatsen en lijkbezorging 25.02.2025.
Politieverordening nieuwe versie.
De politieverordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging werd laatst gewijzigd op 27 februari 2025.
Tijdens de bespreking van de meerjarenplanning 2026-2031 begraafplaatsen én de daaraan gekoppelde budgetten ontstonden nieuwe inzichten met betrekking tot het beheer en de inrichting van de begraafplaatsen. Deze nieuwe inzichten hebben ertoe geleid de politieverordening op de begraafplaatsen op een aantal punten te actualiseren en te verduidelijken.
Grafkelders
Bij de totstandkoming, goedkeuring en latere wijzigingen aan het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging is het uitgangspunt steeds gebleven het voorzien in een kaderdecreet waarbij de lokale bersturen een eigen beleid kunnen bepalen, zonder dat alles centraal in detail wordt geregeld. Het toekennen van een belangrijke rol aan de gemeenten in deze materie is verantwoord. De gemeente staat het dichtst bij de burger en is het best in staat om rekening te houden met de lokale omstandigheden in deze gevoelige materie. Het gemeentebestuur kan autonoom richtlijnen uittekenen die de bepalingen van het decreet uitbreiden of hetgeen in het decreet als optie is ingeschreven niet op het lokaal niveau toe te passen.
De begraving van een stoffelijk overschot in een kist op de begraafplaats kan op verschillende manieren gebeuren. De meest traditionele manier is de begraving van een stoffelijk overschot in een grafkuil op de begraafplaats. De begraving van een stoffelijk overschot in een grafkelder wordt eveneens toegelaten door het decreet. De gemeenteraad kan beslissen of de begravingen in kelders wordt toegestaan. De raad is dus niet verplicht deze twee mogelijkheden van begraven, namelijk begravingen in volle grond en in een grafkelder op hun begraafplaatsen aan te bieden. Ongeacht het aantal opties van begraving die de gemeentelijke overheid verkiest, dient men rekening te houden met de verplichting van het gratis begraven(= het niet-geconcedeerd begraven).
Na de invoering van de wet van 20 juli 1971 werd het politiereglement Deinze op de begraafplaatsen en de lijkbezorging voor het eerst grondig geactualiseerd en gecoördineerd. Om volgende generaties niet op te zadelen met de nadelen die verbonden zijn aan het verlenen van kelders werd bij deze gelegenheid beslist om met ingang van 1 januari 1999 geen grafkelders meer te verlenen. Deze bewuste keuze heeft de daaropvolgende jaren nauwelijks tot niet geleid tot klachten of grieven bij de bevolking.
Bij de fusie van Deinze en Nevele op 1 januari 2019 werd vastgesteld dat de politiereglementen op de begraafplaatsen en lijkbezorging van beide gemeenten gebaseerd waren op standpunten die op sommige vlakken vrij ver uit elkaar lagen. Om een toekomstgericht en efficiënt beheer van de begraafplaatsen te faciliteren was het noodzakelijk de reglementen te actualiseren en verder te coördineren. Dat gebeurde met de politieverordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 19 december 2019. Omwille van de gevoeligheid van de materie werden in de politieverordening overgangsmaatregelen voorzien. Dit heeft geleid tot een situatie waarbij op de begraafplaatsen gelegen op vroeger grondgebied Nevele, ondanks de eerdere afschaffing in Deinze, nog steeds de mogelijkheid werd geboden om stoffelijk overschotten te begraven in een grafkelder. Intussen is er vijf jaar verstreken. Het is dan ook tijd een einde te stellen aan de ongelijkheid die was ontstaan door de overgangsmaatregelen opgenomen in de politieverordening en dus de mogelijkheid om te begraven in een grafkelder af te schaffen.
Het afschaffen van begraving in grafkelder wordt verder als volgt gemotiveerd:
Het college stelt voor om op de begraafplaatsen op vroeger grondgebied Nevele enkel nog grafkelders te verlenen tot uitputting kelders geplaatst vóór 1 januari 2026.
Uniform grafteken urnenkelder
De begraving van een urne kan op verschillende manieren gebeuren, namelijk in volle grond (urnenveld) of in een urnenkelder. De gemeenteraad bepaalt de oppervlakte van de kuilen en de ruimte ertussen. De oppervlakte van de kuilen (urnenkelders) mag relatief klein zijn, maar het moet mogelijk zijn om een grafteken te plaatsen. De gemeentelijke overheid beslist autonoom om al dan niet urnenkelders te plaatsen. Bij het actualiseren en coördineren van het politiereglement Deinze op de begraafplaatsen en lijkbezorging op 19 december 1998 werd beslist om enkel nog uniforme graftekens te plaatsen op de urnenkelders. Bij de volgende actualisering en op elkaar afstemmen van de reglementen van Deinze en Nevele op 19 december 2019 werden, naar analogie met de grafkelders, overgangsmaatregelen voorzien voor begraving urne in het urnenveld of urnenkelder. Deze overgangsmaatregelen bieden de nabestaanden actueel de mogelijkheid om vrij een grafteken te plaatsen op de urnenkelder of het urnenveld. Deze mogelijkheid tot vrije keuze voor het grafteken op urneveld of urnenkelder op de begraafplaatsen in Nevele zorgt voor een ongelijke behandeling van de nabestaanden naargelang de urne moet begraven worden op de begraafplaatsen in Nevele of Deinze.
De vrije keuze voor het grafteken te plaatsen op het urnenveld of urnenkelder op de begraafplaatsen in Nevele heeft verder tot gevolg dat:
Het gebruik van een uniform grafteken voor de urnenkelders heeft als voordeel dat beheer en opvolging eenvoudiger wordt en onderhoud van de percelen efficiënter kan gebeuren. Verder hebben de nabestaanden nog steeds de mogelijkheid om het uniform gedenkteken een persoonlijke toets te geven door het aanbrengen van een foto of een sierelement.
Plaatsen van uniforme graftekens op urnenkelders vraagt belangrijke en regelmatig terugkerende investeringen. In het verleden werden deze volledig gedragen door het bestuur. Gelet op de huidige en toekomstige uitdagingen waarvoor de stad staat, is het aangewezen om een retributie in te voeren bij wijze van onkostenvergoeding voor het gebruik van het uniform gedenkteken. Deze retributie wordt vastgesteld in een afzonderlijk retributiereglement.
Het college stelt voor om vanaf 1 januari 2026 enkel nog de plaatsing van een uniform grafteken op urnenkelders toe te laten op alle begraafplaatsen in Deinze. Het uniform gedenkteken wordt geplaatst door de stadsdiensten en bij wijze van vergoeding voor de gemaakte kosten wordt voorgesteld om een retributie te heffen.
Artikel 1
De politieverordening van 19 december 2019, laatst gewijzigd op 27 februari 2025 wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 30 §4 worden onder NEVELE (Oostbroek) de punten A en B integraal geschrapt en vervangen door volgende tekst:
1° bijzetten urne in gratis geconcedeerde grond;
gratis geconcedeerde grond verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
2° begraven stoffelijk overschot in niet-geconcedeerde grond;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
3° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in geconcedeerde grond;
geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
4° bijzetten urne in gratis geconcedeerd urnenveld;
gratis geconcedeerd urnenveld verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
5° plaatsen urne in niet-geconcedeerde urnenkelder
niet-geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
6° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerde urnenkelder;
geconcedeerde urnenkelder verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
7° bijzetten urne in gratis geconcedeerd columbarium;
gratis geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
8° plaatsen urne in een niet-geconcedeerd columbarium;[1]
niet-geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
9° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerd columbarium
geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
10° begraven stoffelijk overschot of urne van oud-strijder uit WOI of WOII in NIET-geconcedeerde grond op ereperk
niet-geconcedeerde grond op ereperk verleend = 50 jaar
11° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in enkel of dubbel geconcedeerde grafkelder;
grafkelder verleend tot uitputting grafkelders geplaatst vóór 01.01.2026
12° asverstrooiing.
In artikel 30 §4 worden onder HANSBEKE de punten A en B integraal geschrapt en vervangen door volgender tekst:
1° bijzetten urne in gratis geconcedeerde grond;
gratis geconcedeerde grond verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
2° begraven stoffelijk overschot in niet-geconcedeerde grond;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
3° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in geconcedeerde grond;
geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
4° bijzetten urne in gratis geconcedeerd urnenveld;
gratis geconcedeerd urnenveld verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
5° plaatsen urne in niet-geconcedeerde urnenkelder
niet-geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
6° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerde urnenkelder;
geconcedeerde urnenkelder verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
7° bijzetten urne in gratis geconcedeerd columbarium;
gratis geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
8° plaatsen urne in een niet-geconcedeerd columbarium;
niet-geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
9° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerd columbarium
geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
10° begraven stoffelijk overschot of urne van oud-strijder uit WOI of WOII in NIET-geconcedeerde grond op ereperk
niet-geconcedeerde grond op ereperk verleend = 50 jaar
11° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in enkel of dubbel geconcedeerde grafkelder;
grafkelder verleend tot uitputting grafkelders geplaatst vóór 01.01.2026
12° begraven van een stoffelijk overschot van een levenloos geboren kind, ongeacht de duur van de zwangerschap in niet-geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
13° begraven van een stoffelijk overschot van een kind tot en met het 14e levensjaar in
niet-geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
14° begraven van een stoffelijk overschot van een kind tot en met het 14e levensjaar in
geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
15° begraven urne van een kind tot en met het 14e levensjaar in een niet- geconcedeerde urnenkelder op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerd urnenveld verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
niet-geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2026 = 15 jaar
16° begraven urne van een kind tot en met het 14e levensjaar in een geconcedeerde urnenkelder op de sterretjesbegraafplaats;
geconcedeerd urnenveld verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2026 = 20 jaar
17° asverstrooiing
In artikel 30 §4 worden onder LANDEGEM de punten A en B integraal geschrapt en vervangen door volgende tekst:
1° bijzetten urne in gratis geconcedeerde grond;
gratis geconcedeerde grond verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
2° begraven stoffelijk overschot in niet-geconcedeerde grond;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
3° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in geconcedeerde grond;
geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
4° bijzetten urne in gratis geconcedeerd urnenveld;
gratis geconcedeerd urnenveld verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
5° plaatsen urne in niet-geconcedeerde urnenkelder
niet-geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
6° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerde urnenkelder;
geconcedeerde urnenkelder verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
7° bijzetten urne in gratis geconcedeerd columbarium;
gratis geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
8° plaatsen urne in een niet-geconcedeerd columbarium;
niet-geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
9° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerd columbarium
geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
10° begraven stoffelijk overschot of urne van oud-strijder uit WOI of WOII in NIET-geconcedeerde grond op ereperk
niet-geconcedeerde grond op ereperk verleend = 50 jaar
11° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in enkel of dubbel geconcedeerde grafkelder;
grafkelder verleend tot uitputting grafkelders geplaatst vóór 01.01.2026
12° begraven van een stoffelijk overschot van een levenloos geboren kind, ongeacht de duur van de zwangerschap in niet-geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
13° begraven van een stoffelijk overschot van een kind tot en met het 14e levensjaar in
niet-geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
14° begraven van een stoffelijk overschot van een kind tot en met het 14e levensjaar in
geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
15° begraven urne van een kind tot en met het 14e levensjaar in een niet- geconcedeerde urnenkelder op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerd urnenveld verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
niet-geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2026 = 15 jaar
16° begraven urne van een kind tot en met het 14e levensjaar in een geconcedeerde urnenkelder op de sterretjesbegraafplaats;
geconcedeerd urnenveld verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2026 = 20 jaar
17° asverstrooiing
In artikel 30 §4 worden onder MERENDREE de punten A en B integraal geschrapt en vervangen door volgende tekst:
1° bijzetten urne in gratis geconcedeerde grond;
gratis geconcedeerde grond verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
2° begraven stoffelijk overschot in niet-geconcedeerde grond;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
3° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in geconcedeerde grond;
geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
4° bijzetten urne in gratis geconcedeerd urnenveld;
gratis geconcedeerd urnenveld verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
5° plaatsen urne in niet-geconcedeerde urnenkelder
niet-geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
6° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerde urnenkelder;
geconcedeerde urnenkelder verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
7° bijzetten urne in gratis geconcedeerd columbarium;
gratis geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
8° plaatsen urne in een niet-geconcedeerd columbarium;[1]
niet-geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
9° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerd columbarium
geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
10° begraven stoffelijk overschot of urne van oud-strijder uit WOI of WOII in NIET-geconcedeerde grond op ereperk
niet-geconcedeerde grond op ereperk verleend = 50 jaar
11° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in enkel of dubbel geconcedeerde grafkelder;
grafkelder verleend tot uitputting grafkelders geplaatst vóór 01.01.2026
12° begraven van een stoffelijk overschot van een levenloos geboren kind, ongeacht de duur van de zwangerschap in niet-geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
13° begraven van een stoffelijk overschot van een kind tot en met het 14e levensjaar in
niet-geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
14° begraven van een stoffelijk overschot van een kind tot en met het 14e levensjaar in
geconcedeerde grond op de sterretjesbegraafplaats;
geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
15° begraven urne van een kind tot en met het 14e levensjaar in een niet- geconcedeerde urnenkelder op de sterretjesbegraafplaats;
niet-geconcedeerd urnenveld verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
niet-geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2026 = 15 jaar
16° begraven urne van een kind tot en met het 14e levensjaar in een geconcedeerde urnenkelder op de sterretjesbegraafplaats;
geconcedeerd urnenveld verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2026 = 20 jaar
17° asverstrooiing.
In artikel 30 §4 worden onder POESELE de punten A en B integraal geschrapt en vervangen door volgende tekst:
1° bijzetten urne in gratis geconcedeerde grond;
gratis geconcedeerde grond verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
2° begraven stoffelijk overschot in niet-geconcedeerde grond;
niet-geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
3° begraven stoffelijk overschot of bijzetten urne in geconcedeerde grond;
geconcedeerde grond verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar
4° bijzetten urne in gratis geconcedeerd urnenveld;
gratis geconcedeerd urnenveld verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
5° plaatsen urne in niet-geconcedeerde urnenkelder
niet-geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
6° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerde urnenkelder;
geconcedeerde urnenkelder verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerde urnenkelder verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
7° bijzetten urne in gratis geconcedeerd columbarium;
gratis geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 10 jaar
8° plaatsen urne in een niet-geconcedeerd columbarium;[1]
niet-geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 15 jaar
9° plaatsen of bijzetten urne in geconcedeerd columbarium
geconcedeerd columbarium verleend vóór 01.01.2020 = 50 jaar (enkel bijzetten)
geconcedeerd columbarium verleend vanaf 01.01.2020 = 20 jaar (plaatsen en bijzetten)
10° begraven stoffelijk overschot of urne van oud-strijder uit WOI of WOII in NIET-geconcedeerde grond op ereperk
niet-geconcedeerde grond op ereperk verleend = 50 jaar
11° bijzetten stoffelijk overschot of urne in enkel of dubbel geconcedeerde grafkelder;
grafkelder verleend tot uitputting grafkelders geplaatst vóór 01.01.2026
12° asverstrooiing.
In artikel 30 §4 wordt onder VOSSELARE na "1° bijzetten stoffelijk overschot of urne in een geconcedeerde enkele of dubbele grafkelder;" de tekst "grafkelder verleend vóór 01.01.2020" ingevoegd.
Artikel 2
In artikel 32, §4, 5° wordt de zin "Asverstrooiing van personen vermeld onder 4° en 5° is onderworpen aan de betaling van een belasting" vervangen door de zin "Asverstrooiing van personen vermeld onder 4° en 5° is onderworpen aan de betaling van een retributie."
Artikel 3
In artikel 33, §1 wordt in de tekst "categorie DN/GG/k: volle grond (kind t/m volle leeftijd 12 jaar" het getal "12" vervangen door "14".
In hetzelfde artikel, §3 wordt na de tekst "categorie DVB/CK/vk: concessie grafkelder - opp. 2,00 x 1,00 m= 2,00m²" de tekst "verleend tot uitputting grafkelders geplaatst vóór 01.01.2026" toegevoegd.
Artikel 4
In artikel 34, §4 worden de tekens "<" vervangen door "vanaf' en ">" vervangen door "vóór". In artikel 34, §5 wordt in de tekst "Categorie NO/GCG/v (> 01.01.2006):" het teken ">" vervangen door "verleend vóór".
Artikel 5
In artikel 36 wordt onder "1° niet-geconcedeerd" na het woord "urnenveld" de tekst "(vanaf 01.01.2026 enkel nog plaatsing urne in urnenkelder met uniform grafteken!)" ingevoegd.
In hetzelfde artikel wordt onder "2° concessie - betalend" na het woord "urnenveld" de tekst "(vanaf 01.01.2026 enkel nog plaatsing urne in urnenkelder met uniform grafteken!)" ingevoegd.
Artikel 6
In artikel 41 §1 wordt de zin onder punt 1° "De concessie gaat in vanaf de ontvangst van de aanvraag voor omzetting naar concessie." vervangen door "De concessie gaat in de dag volgend op de laatste dag van de initiële niet-geconcedeerde termijn."
In hetzelfde artikel, §3 tweede lid worden de woorden "een ontgravingstaks" vervangen door "een retributie voor ontgraving".
Artikel 7
In artikel 46, §1 1° wordt de zin "De concessie gaat in vanaf de ontvangst van de aanvraag voor omzetting naar concessie." vervangen door de zin "De concessie gaat in de dag volgend op de laatste dag van de initiële niet-geconcedeerde termijn."
In hetzelfde artikel, §3 wordt in het tweede lid het woord "ontgravingstaks" vervangen door de woorden "retributie voor ontgraving".
Artikel 8
In artikel 57, eerste lid wordt de zin "De nieuwe termijn begint te lopen vanaf de einddatum van de oorspronkelijke concessietermijn." vervangen door de zin "De nieuwe termijn gaat in de dag volgend op de laatste dag van de initiële termijn.
Artikel 9
In artikel 76 wordt de tekst onder §1 integraal vervangen door de tekst:
§1. Begraafplaatsen DEINZE
1° grafteken grondgraf of grafkelder (grafkelder verleend vóór 01.01.1999)
2° grafteken dubbel grondgraf of grafkelder (grafkelder verleend vóór 01.01.1999)
3° grafteken kindergraf
4° uniforme lessenaar urnenkelder (geplaatst door stadsdiensten)
Op de gedenkplaat wordt door de stadsdiensten een uniform naamplaatje aangebracht (standaardafmetingen 180 x 70 mm). Het plaatje vermeldt de volgende gegevens van de overledene:
Voor het naamplaatje wordt een retributie toegepast.
Op de lessenaar kunnen nabestaanden naast het naamplaatje nog volgende ornamenten bevestigen:
5° columbarium
Een columbarium moet langs de voorkant afgesloten worden met een uniforme plaat in natuursteen die wordt geleverd door het stadsbestuur. Op deze plaat wordt door de stadsdiensten een uniform naamplaatje aangebracht (standaardafmetingen 100 x 65 mm). Het plaatje vermeldt de volgende gegevens van de overledene:
Voor het naamplaatje wordt een retributie toegepast
Op de sierplaat kunnen nabestaanden naast het naamplaatje nog volgende ornamenten bevestigen:
Voor de fundering van een grafteken op een grondgraf of grafkelder is enkel het gebruik van een prefab betonkader toegelaten.
1° grafteken grondgraf – Nevele (sensu strictu)
2° grafteken grondgraf - Hansbeke, Landegem, Merendree, Poesele en Vosselare
3° grafteken kindergraf
4° grafteken enkele grafkelder (kelders verleend tot uitputting voorraad geplaatst vóór 01.01.2026!)
5° grafteken dubbele grafkelder (kelders verleend tot uitputting voorraad geplaatst vóór 01.01.2026!)
6° grafteken urnenkelder (urnenkelder verleend vóór 01.01.2026!)
Het plaatsen van een monument is verplicht en moet gecentreerd worden op een perceel van 100 x 100 cm en met een maximumhoogte van 50 cm. Het monument mag niet buiten de perceelgrens komen. Men kan ervoor kiezen als fundering een plaat uit hard materiaal te plaatsen met volgende afmetingen:
7° uniforme lessenaar urnenkelder (geplaatst door stadsdiensten vanaf 01.01.2026)
- afmetingen sierplaat: één vierkante plaat van 50 x 50 cm
- materiaal: jasberg
- kleur: donkergrijs
Op de gedenkplaat wordt door de stadsdiensten een uniform naamplaatje aangebracht (standaardafmetingen 180 x 70 mm). Het plaatje vermeldt de volgende gegevens van de overledene:
Op de lessenaar kunnen nabestaanden naast het naamplaatje nog volgende ornamenten bevestigen:
Voor de plaatsing van een naamplaatje wordt een retributie toegepast.
8° columbarium
Columbarium - type zeshoek of type 2008-‘Urba-Style)
Een columbarium moet langs de voorkant afgesloten worden met een uniforme plaat in natuursteen die wordt geleverd door het stadsbestuur.
Op deze plaat wordt door de stadsdiensten een uniform naamplaatje aangebracht (standaardafmetingen 100 x 65 mm). Het plaatje vermeldt de volgende gegevens van de overledene:
Voor de plaatsing van een naamplaatje wordt een retributie toegepast.
Op de sierplaat kunnen nabestaanden naast het naamplaatje nog volgende ornamenten bevestigen:
Voor de fundering van een grafteken op een grondgraf of grafkelder is enkel het gebruik van een prefab betonkader toegelaten.
Artikel 10
In artikel 77 wordt het eerst lid "Op de gedenksteen op de strooiweide kan op uitdrukkelijke vraag en kosten van de nabestaanden een eenvormig en vlak gedenkplaatje in kunststof worden aangebracht. Naam, voornaam en geboorte en overlijdensjaar worden in het gedenkplaatje gegraveerd, met uniform lettertype, namelijk ROMANO, hoogte 2 cm. Dit plaatje wordt aangekocht, gegraveerd en geplaatst door het stadsbestuur." opgeheven en vervangen door de tekst: "Op uitdrukkelijke vraag van de nabestaanden wordt door de stadsdiensten een uniform naamplaatje aangebracht op de gedenksteen aan de strooiweide."
In de zin "Voor de plaatsing van het plaatje wordt een retributie aangerekend" wordt het woord "aangerekend" vervangen door "toegepast".
Artikel 11
In artikel 100 wordt onder punt 1° de zin "De concessietermijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot omzetting." vervangen door "De concessie gaat in de dag volgend op de laatste dag van de initiële niet-geconcedeerde termijn."
Artikel 12
De politieverordening op de begraafplaatsen en lijkbezorging met wijzigingen integraal opgenomen en verwerkt in bijlage 2 bij dit besluit, wordt goedgekeurd.
Artikel 1
De politieverordening van 19 december 2019, laatst gewijzigd op 27 februari 2025 wordt gewijzigd.
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 21 december 2023 over het retributiereglement op verkoop van de UiTpas Leie Schelde
Deinze startte in 2024 met een UiTPAS voor de regio Leie Schelde, binnen een regionaal project onder de aansturing van Cultuurregio Leie-Schelde.
De stad wil met de UiTPAS deelname aan cultuur-, sport- en jeugdactiviteiten stimuleren door middel van een spaar- en voordeelkaart, waarmee punten verzameld en ingeruild kunnen worden voor kortingen en omruilvoordelen. Daarnaast werkt de kaart financiële drempels weg door een automatisch en discreet kansentarief voor mensen met een beperkt budget.
Een UiTPAS kan aangekocht worden aan onthaal Palaestra, onthaal Mudel, onthaal Leietheater, Brieljant, bibliotheek Deinze, bibliotheek Landegem, onthaal LDC, onthaal gemeentehuis Nevele en onthaal Leiespiegel. De kostprijs werd door de regio vastgelegd, maar moet in een retributiereglement worden vastgesteld. Het huidige retributiereglement vervalt op 31 december 2025 en moet dus vernieuwd worden voor de periode 2026-2031.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
073900 - Overig kunst- en cultuurbeleid |
| algemene rekening |
700905 - Retributies: verkoop uitpas |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
2.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 tot en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de verkoop van de UiTPAS Leie Schelde.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aankoper van de UiTPAS.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4
De doelgroep standaard UiTPAS met kansentarief moet aan volgende voorwaarden voldoen:
Wijze van betaling
Artikel 5
De retributie moet contant betaald worden bij aankoop van de UiTPAS. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 6
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 7
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de verkoop van de UiTPAS Leie Schelde wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Matthias Neirynck (raadslid), Jan Vermeulen (schepen), Annick Verstraete (raadslid)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 en de aanpassing van 22 mei 2025 over het retributiereglement voor het gebruik van de gemeenschapszalen.
Het advies van de cultuurraad dd 3 december 2025.
Voor het gebruik van de gemeenschapszalen moeten de retributies door de gemeenteraad worden vastgelegd voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
De prijzen worden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme prijsindexering. De waarborg werd afgeschaft.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
070500 - Gemeenschapscentrum |
| algemene rekening |
700600 - Retributies: huur publieke ruimtes |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
56.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de verhuur van de gemeenschapszalen.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanvragers om de zalen te huren.
Tarieven
Artikel 3
Dit retributiereglement is van toepassing op volgende gemeenschapszalen:
Dit retributiereglement is ook van toepassing op de verhuur van de Gavergans tijdens de periodes dat de zaal niet wordt gebruikt door de Koninklijke en Graaflijke Handbooggilde van Sint Sebastiaan “de Eendracht van Ooidonk”.
Artikel 4
De tarieven voor gebruik van de gemeenschapszalen wordt vastgesteld voor de volgende categorieën:
Ter Wilgen en Cultuurhuis Hansbeke worden niet verhuurd aan categorie 3.
Artikel 5
De tarieven voor gebruik van de gemeenschapszalen wordt vastgesteld als volgt:
Deze tarieven worden toegepast per dag ongeacht of de zaal voor een volledige dag of voor een gedeelte van de dag wordt gebruikt.
Artikel 6
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 7
Volgende vrijstellingen van de retributies in artikel 5 worden voorzien:
Maatregelen bij niet naleven retributiereglement
Artikel 8
Indien de zaal niet proper achtergelaten wordt zullen bijkomende schoonmaakkosten aangerekend worden. Dit zal automatisch gebeuren onmiddellijk na het vaststellen van het in gebreke blijven. Het verantwoordelijk personeelslid van Stad Deinze is bevoegd voor de vaststellingen. De kosten voor de bijkomende schoonmaak bedragen 75 euro per uur, met een minimum van 2 uur, en per ingezet personeelslid.
Artikel 9
Er wordt een schadevergoeding aangerekend om alle aangebrachte schade aan zaal en materiaal te herstellen. De schadevergoeding is gelijk aan de som van alle gemaakte kosten voor de herstelling + 75 euro per uur werk door eigen personeel bij de uitvoering van deze herstellingen.
Wijze van betaling
Artikel 10
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 11
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 12
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de verhuur van de gemeenschapszalen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170, § 4.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 22 mei 2025 over het gebruiksreglement voor de verhuur van de gemeenschapszalen.
Voor het gebruik van de gemeenschapszalen moet het gebruiksreglement door de gemeenteraad worden vernieuwd voor de periode vanaf 1 januari 2026.
Gemeentezaal Nevele is uit het reglement gehaald aangezien deze zaal sinds de toewijzing aan Welzijnsschakels niet meer wordt verhuurd als gemeenschapszaal. Het gebruiksreglement wordt voor de rest ongewijzigd verlengd.
I. De zalen en de activiteiten
Artikel 1
Dit gebruiksreglement is van toepassing op volgende zalen:
Artikel 2
Zalen kunnen gehuurd worden door:
categorie 1: verenigingen, instellingen of scholen (non-profit) uit Deinze
categorie 2: verenigingen, instellingen of scholen (non-profit) buiten Deinze
categorie 3: privépersonen uit Deinze (behalve Ter Wilgen en Cultuurhuis Hansbeke)
II. De aanvragen en de reservatie
Artikel 3
Gebruikers uit categorie 1 kunnen een zaal ten vroegste 1 jaar vooraf reserveren. Alle andere gebruikers kunnen niet langer dan 6 maanden op voorhand een zaal reserveren. Behalve deze beperking, krijgt de vroegste aanvrager voorrang.
Artikel 4
Kandidaat gebruikers moeten hun aanvraag minstens 14 dagen vóór de activiteit indienen via het voorziene formulier. De aanvraag vermeldt de gewenste zalen, datum en uren van gebruik, het doel van het gebruik, de naam van de organisatie en/of naam en adres van de verantwoordelijke contactpersoon voor de activiteit. Bij de aanvraag dient de aard van de activiteit precies omschreven te worden. De zaal mag slechts gebruikt worden voor de aangevraagde activiteit waarvoor Stad Deinze toelating verleende.
Artikel 5
De zalen worden verhuurd per dag. De gebruiksperiode start en eindigt om 9 uur ’s morgens. Enkel gebruikers uit categorie 1 kunnen een zaal reserveren voor een deel van de dag. Indien een activiteit met inbegrip van voorbereiding en opkuis meerdere uren of dagen in beslag neemt, dient de aanvrager deze volledige periode te reserveren.
Artikel 6
Wie een aanvraag indient, moet dit doen in de hoedanigheid van organisator. De aanvrager mag de ter beschikking gestelde ruimte niet laten gebruiken door derden. De aanvrager dient steeds zelf de hoofdorganisator te zijn van de activiteit in de zalen. Onderverhuring is niet toegestaan. Misbruiken met valse aanvragen tot lagere tarieven kan voor de betrokken partijen leiden tot de toepassing van het maximumtarief voor de zalen bij de volgende huurovereenkomsten.
III. De annulatie en betaling
Artikel 7
Indien de gebruiker de gebruiksvergoeding niet betaalt binnen de factuurdatum, kan de reservatie geannuleerd worden.
Artikel 8
Na aanvraag wordt de vergunning toegekend. De vergunning kan enkel schriftelijk geannuleerd worden, ten laatste 14 dagen voor de activiteit.
Artikel 9
Indien de zalen door overmacht de gehuurde ruimten niet ter beschikking kan stellen, zal hiervoor geen schadevergoeding kunnen gevraagd worden. Enkel de betaalde gebruiksvergoeding zal terugbetaald worden. In geval van verkiezingen kan het contract van stadswege steeds opgezegd worden indien de gemeenschapszaal nodig is voor de organisatie van deze verkiezingen. Schadevergoeding is uitgesloten, gezien zulke situatie een geval van overmacht is.
IV. Gebruik
Artikel 10
De gebruiker heeft slechts toegang tot de zalen tijdens de vastgelegde gebruiksperiode. De organisator maakt vooraf een afspraak met de zaalverantwoordelijke voor de regeling van de ingebruikname en de beëindiging van de gebruiksperiode. Openen en sluiten van de gehuurde zalen wordt geregeld via afspraak vooraf met de zaalverantwoordelijke. Iedere gebruiker dient rekening te houden met de onderrichtingen die door de zaalverantwoordelijke verstrekt worden. Alle afspraken rond het afsluiten en het terugbezorgen van sleutels of toegangsbadges moeten strikt gevolgd te worden.
Artikel 11
De organisator zorgt voor permanentie en toezicht tijdens de gebruiksperiode. Elke gebruiker is verplicht steeds vrije toegang te verschaffen aan het personeel van Stad Deinze in dienstopdracht.
Artikel 12
Indien schade vastgesteld is en/of als de zaal niet in orde is, dan zullen de kosten worden aangerekend aan de gebruiker. Bij het betreden van de gereserveerde zaal zal de gebruiker zich vergewissen van de toestand van de zaal. Indien op dat ogenblik een beschadiging wordt vastgesteld, zal de organisator dit melden aan de zaalverantwoordelijke.
Artikel 13
Iedere gebruiker is aansprakelijk voor alle aangebrachte schade aan de infrastructuur, uitrusting en de ter beschikking gestelde apparaten, ongeacht of deze schade veroorzaakt wordt door hemzelf, door zijn aangestelde of door de deelnemers aan de door hem georganiseerde activiteit. Elke eventuele schade moet onmiddellijk gemeld worden aan Stad Deinze zodat een schadevergoeding kan worden vastgesteld.
V. Verplichtingen en verantwoordelijkheden tijdens en na de vergunningsperiode
Artikel 14
De organisator is verantwoordelijk voor het al of niet afsluiten van verzekeringen aangaande diverse risico's. Vermits de stad als eigenaar van het gebouw in haar brandverzekeringspolis een clausule heeft opgenomen ‘afstand van verhaal’ is de gebruiker enkel verantwoordelijk voor de verzekering van de eigen inboedel.
Artikel 15
De organisator is verantwoordelijk voor het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken en alle andere eventueel toe te passen wetgevingen. Stad Deinze heeft voor de zaal voor de billijke vergoeding een contract afgesloten voor een jaartarief met drank.
Artikel 16
De gebruiker dient de zaal proper achter te laten zodat de zaal klaar is voor de volgende gebruiker. Vuilnis kan niet worden achtergelaten en moet onmiddellijk na de activiteit afgevoerd worden door de gebruiker zelf. Wanneer de gebruiker in gebreke blijft, kan een poetsvergoeding worden aangerekend.
De gebruiker moet onder meer instaan voor:
Artikel 17
Alle zalen van het gemeenschapscentrum zijn openbare ruimtes en er is dus een absoluut rookverbod van kracht. De gebruiker dient toe te zien op het naleven van dit rookverbod. Alle boetes, opgelegd na controle, als gevolg van het niet naleven van dit rookverbod, vallen integraal ten laste van de organisator.
Artikel 18
Het is ten strengste verboden ramen, deuren, muren, vloeren te benagelen, beplakken, beschilderen of van enig ander hechtingsmiddel te voorzien. Het is verboden in de zalen enige wijziging te brengen aan de bekleding, lichtarmaturen of dergelijke meer, noch vaste toestellen los te maken zonder voorafgaandelijk akkoord van de zaalverantwoordelijke.
Artikel 19
Het aanbrengen van reclame buiten aan de zalen mag slechts na akkoord van Stad Deinze.
Artikel 20
Activiteiten met niet-gekooide dieren zijn in de gemeenschapszalen verboden. Hulpdieren die een persoon met een beperking bijstaan, moeten steeds toegang krijgen. Het is niet toegelaten met fietsen, bromfietsen of enig ander voertuig de zalen te betreden, behalve de rolwagens die een persoon met een beperking vervoeren.
VI. Dranken en voeding
Artikel 21
Voor de aankoop van dranken en voeding is er vrije keuze van leverancier in de gemeenschapszalen. De gebruiker dient zich te schikken naar de bestaande wetgeving inzake de verkoop van alcoholische dranken en de verkoop van voedingswaren.
Artikel 22
Voor de levering van maaltijden kunnen gebruikers een traiteur inschakelen. Het gebruik van gasflessen of frituurinstallatie in de zalen is verboden. Gasbranders en/of frituurolie mogen enkel buiten worden gebruikt.
VII. Veiligheid en geluidsoverlast
Artikel 23
De gebruiker is verplicht:
• de geldende parkeerregels in de omgeving na te leven.
• toe te zien op het domein rond de zaal teneinde vandalisme te voorkomen indien de aard van het initiatief daarom vraagt.
• na het evenement de omgeving rond de zaal te controleren op glas, blikjes en afval en deze op te ruimen.
Artikel 24
De gebruiker is verantwoordelijk voor het naleven van de bepalingen uit het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 (van toepassing op de categorie ≤ 85 dB(A) LAeq,15min) bij een muziekactiviteit met elektronisch versterkte muziek. Het maximale geluidsniveau van 85 dB(A) LAeq,15min geldt op gelijk welke plaats in de gemeenschapszaal waar zich in normale omstandigheden personen kunnen bevinden. Daarnaast dient de gebruiker ook de bepalingen uit artikel 6.7.4.§1 van VLAREM II betreffende de geluidsnormen in de buurt van muziekactiviteiten na te leven.
De muziekactiviteiten moeten zo ingericht zijn dat de LAeq,1s,max gemeten in de buurt niet hoger is dan:
De gebruiker neemt alle verantwoordelijkheid omtrent het naleven van het maximale geluidsniveau binnenin de gemeenschapszaal en in de omgeving op zich.
Overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 6.7 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 (versie d.d. 08.04.2025) houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) kan het College van Burgemeester en Schepenen per kalenderjaar 12 afwijkingen toestaan op de geldende geluidsnormen (met een maximum van 2 per kalendermaand en een maximum van 24 dagen per jaar).
Bij het toestaan van een afwijking van de geluidsnormen dient de gebruiker te voldoen aan de bepalingen uit het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012, overeenkomstig het maximale geluidsniveau dat in de beslissing van het college van burgemeester en schepenen opgenomen is. Alsook aan de eventuele extra bepalingen die het College van Burgemeester en Schepenen aan de inrichter oplegt in de beslissing.
Artikel 25
De voorschriften in verband met brandveiligheid moeten door de aanvrager strikt nageleefd worden. Het gebruik van decoratie met brandbare materialen (kaarsen, doeken,…) is verboden. Het gebruik van vuurwerk of aanverwante stoffen is verboden. De instellingen van de brandalarminstallaties mogen op geen enkele wijze worden aangepast. Het gebruik van toestellen (zoals rookmachines) die een vals brandalarm veroorzaken, is verboden. Alle in- en uitgangen dienen binnen en buiten vrijgehouden te worden opdat een vlotte evacuatie van de zaal zou kunnen plaatsgrijpen. De nooduitgangen moeten steeds open zijn. Het zicht op de noodverlichting en de aanwezige blusmiddelen mag nooit belemmerd worden. De blusmiddelen moeten in alle gevallen gemakkelijk bereikbaar zijn. Op vlak van brandveiligheid dienen gebruikers zich te houden aan het reglement inzake publiek toegankelijke inrichtingen in het algemeen politiereglement en andere reglementen ter zake. De gebruiker verbindt er zich toe om enkel te werken met gekeurd en goed onderhouden cateringmateriaal. Het gebruik van gasflessen en frituurinstallaties in de zalen is verboden.
Artikel 26
Het is verboden wijzigingen aan te brengen aan de leidingen van elektriciteit of andere nutsvoorzieningen. De instellingen van de brandalarminstallaties mogen op geen enkele wijze worden aangepast. In geval van defecten dient de zaalverantwoordelijke verwittigd te worden.
Artikel 27
De gebruiker mag slechts het opgelegde maximaal aantal personen dat in de vergunning wordt vermeld, toelaten in de zaal.
Artikel 28
De gebruiker mag de activiteiten in andere delen van het gebouw in geen geval storen. De gebruiker is verplichte de bepalingen van het politiereglement inzake geluidsoverlast volledig na te leven. De gebruiker moet actief toezien dat het evenement geen verstoring van de buurt en de nachtrust veroorzaakt.
VIII. Inbreuken en sancties
Artikel 29
Bij inbreuken op dit reglement kan het college van burgemeester en schepenen overgaan tot het vaststellen van een schadevergoeding en/of poetsvergoeding. Inbreuken kunnen leiden tot een verbod om gedurende een vastgelegde periode nog gebruik te maken van zalen.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 een gebruiksreglement voor de verhuur van gemeenschapszalen goedgekeurd.
Artikel 2
Het gemeenteraadsbesluit van 22 mei 2025 van Deinze over het gebruiksreglement voor de verhuur van de gemeenschapszalen wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
Annick Verstraete, Ortwin Depoortere (raadsleden)
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het retributiereglement voor het uitlenen van materiaal.
Advies cultuurraad dd 3 december 2025.
Advies jeugdraad dd 4 december 2025.
Stad Deinze wil het lokale verenigingsleven en de organisatie van evenementen ondersteunen door materiaal ter beschikking te stellen. Dit stelt verenigingen in staat om kosten te besparen, aangezien ze materialen kunnen ontlenen in plaats van deze zelf aan te kopen of te huren op de privé-markt. Met deze ondersteuning kunnen verenigingen hun activiteiten en publieke evenementen professioneler en toegankelijker maken.
Een voorstel werd uitgewerkt op basis van een evaluatie van de voorbije beleidsperiode:
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
071000 - Feesten en plechtigheden |
| algemene rekening |
700610 - Retributies: ontlenen materiaal |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
46.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op het uitlenen van materiaal bij de stedelijke uitleendienst.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van het materiaal.
Tarieven
Artikel 3
Het stadsbestuur legt de retributie per huurperiode per materiaal vast voor de volgende groepen gebruikers:
Groep a: erkende verenigingen en scholen gevestigd in Deinze met activiteiten op grondgebied Deinze
Groep b: verenigingen en scholen buiten Deinze met activiteiten op grondgebied Deinze
Groep c: gemeentebesturen buiten Deinze (op voorwaarde van transport door ontlener, behalve mobiel podium)
Indien geen prijs is vastgelegd in artikel 4, kan het materiaal niet worden uitgeleend aan de groep.
Artikel 4
De retributie wordt per gebruiksperiode als volgt vastgesteld per groep gebruikers met aanduiding van het uitleenpunt:
Groep a
Groep b
Groep c
Artikel 5
Bij transport door de stad zijn alle kosten voor transport inbegrepen in de huurprijs. Bij alle andere materialen (afhaal) zijn de transportkosten ten laste van de ontlener.
Artikel 6
De toiletwagen wordt enkel uitgeleend aan de erkende feestcomités tijdens hun kermisactiviteiten.
Artikel 6
Bij laattijdig terugbrengen van materiaal of veroorzaken van een laattijdige afhaling wordt de extra huurtijd aangerekend verhoogd met een vergoeding van 75 euro.
Artikel 7
Extra werkuren bij ophalen of terugbrengen door het foutief opbergen, stapelen of klaarzetten of extra werkuren voor het kuisen of afwassen van gebruikte materialen wordt aangerekend aan het tarief van 75 euro per werkuur, met een minimum van 2 uur.
Artikel 8
Alle bovenstaande retributies zijn inclusief BTW.
Artikel 9
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de bovenliggende halve euro.
Vrijstellingen
Artikel 10
Volgende organisatoren worden vrijgesteld van de retributie in artikel 4 voor alle eigen activiteiten:
Volgende organisatoren worden vrijgesteld van de retributie in artikel 4 voor alle publieke activiteiten (niet voor activiteiten voor eigen medewerkers):
Wijze van betaling
Artikel 11
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden waarna het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur of de retributie moet contant betaald worden bij afhaling waarbij een kwitantie wordt afgeleverd.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 12
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 13
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het uitlenen van materiaal bij de stad Deinze wordt voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 170, § 4.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het gebruiksreglement uitleenmateriaal.
Advies cultuurraad dd 3 december 2025.
Voor het uitlenen van materiaal bij de stad Deinze wordt een nieuw gebruiksreglement goedgekeurd.
Op basis van ervaringen de voorbije jaren wordt de gebruiksperiode per uitlening uitgebreid van maximum 4 naar 7 dagen.
De maxima voor tafels bij de eerste aanvraag werd opgetrokken van 200 naar 250 stoelen omwille van de grotere voorraad. Er wordt ook een maximum ingevoerd voor podiumelementen. De maxima zorgen dat 1 ontlener niet de volledige voorraad kan reserveren. De termijn om de restvoorraad te verdelen wordt vervroegd van 2 naar 3 weken vooraf.
Op vraag van de technische uitvoeringsdienst wordt toegevoegd dat er geen materiaal mag worden opgehangen aan de tentconstructies.
Hoofdstuk I – Gebruikers
Artikel 1
Het stadsbestuur leent ter ondersteuning van het gemeenschapsleven materiaal uit aan:
Groep a: erkende verenigingen en scholen gevestigd in Deinze met activiteiten op grondgebied Deinze
Groep b: verenigingen en scholen buiten Deinze met activiteiten op grondgebied Deinze
Groep c: gemeentebesturen buiten Deinze (op voorwaarde transport door gebruiker, behalve mobiel podium).
Hoofdstuk II – Aanvragen en annulatie
Artikel 2
De aanvragen voor uitleenmateriaal worden ingediend via het online formulier op de website van stad Deinze, ten vroegste 1 jaar vooraf en ten laatste 14 dagen vooraf. De aanvragen worden behandeld volgens ontvangstdatum.
Artikel 3
De aanvraag omvat volgende informatie:
- overzicht gevraagde materialen
- gegevens van de organisatie en contactpersoon verantwoordelijk voor de uitlening
- tijdstip van start en einde van de periode van gebruik van het materiaal
- plaats van gebruik en/of levering van het materiaal
- aard van de activiteit waarvoor materiaal wordt aangevraagd
- gegevens voor transport (levering of afhaling) van het materiaal
Artikel 4
Volledige of gedeeltelijke annulaties dienen ten minste 1 week vooraf schriftelijk te worden doorgegeven aan de bevoegde stadsdienst.
Hoofdstuk III – Gebruikstermijnen en -vergoedingen
Artikel 5
Een huurperiode duurt maximaal 7 dagen, tenzij anders overeengekomen in de vergunning. De uitleenvergoedingen per huurperiode van 7 dagen worden vastgelegd in het retributiereglement. Bij transport door de ontlener start de huurperiode bij het afhalen en eindigt bij het terugbrengen. De benodigde tijd voor levering en ophaling door de stad wordt niet meegerekend voor de huurperiode.
Artikel 6
In geval van annulatie minder dan 1 week vooraf blijft de huursom verschuldigd. Aangevraagde en geleverde materialen worden steeds aangerekend.
Hoofdstuk III – Levering en afhaling
Artikel 7
Het stadsbestuur leent diverse materialen uit. Per materiaal is zonder keuzemogelijkheid vastgelegd of het transport wordt uitgevoerd door de stad of door de ontlener. Bij transport door de ontlener moet het materiaal steeds op de vastgelegde locatie worden afgehaald en teruggebracht.
Artikel 8
Materiaal met transport door de stad wordt volgens afspraak door de technische uitvoeringsdienst op de plaats van gebruik geleverd aan het begin van de gebruiksperiode en op dezelfde plaats afgehaald na het einde van de gebruiksperiode.
Artikel 9
Geleverd materiaal kan enkel worden gebruikt op het grondgebied van de stad Deinze (met uitzondering van ontleningen door groep c).
Artikel 10
Het materiaal met levering door de stad moet na gebruik op dezelfde manier (gestapeld en proper) als dit werd geleverd worden klaargezet voor ophaling. Het materiaal dat wordt afgehaald door de ontlener moet op dezelfde manier als dit werd afgehaald worden ingeleverd.
Artikel 11
Afhalen en terugbrengen door de ontlener dient te gebeuren binnen de openingsuren van de vastgestelde locatie of op afspraak. De ontlener staat in dat geval zelf in voor het laden en lossen van de materialen.
Hoofdstuk IV – Overtredingen en schadegevallen
Artikel 12
Het ontleende materiaal mag enkel worden gebruikt voor activiteiten met een maatschappelijk doel, waarbij geen enkel privaat of commercieel belang voorop staat. Het ontleende materiaal mag niet worden onderverhuurd of in bruikleen worden gegeven aan derden.
Artikel 13
De ontlener verbindt er zich toe het ontleende materiaal op een zorgvuldige en correcte wijze te gebruiken. De ontlener houdt hierbij rekening met de specifieke richtlijnen inzake het materiaal die bij de ontlening worden medegedeeld. Eventuele vastgestelde gebreken aan het materiaal bij de start van de gebruiksperiode worden onmiddellijk en schriftelijk gemeld.
Artikel 14
Bij laattijdig terugbrengen van materialen of veroorzaken van een laattijdige afhaling wordt de extra huurtijd aangerekend verhoogd met een boete op basis van het retributiereglement. Bij veroorzaken van extra werk door foutief stapelen of opbergen worden de extra werkuren aangerekend.
Artikel 15
Het uitgeleende materiaal moet proper worden teruggebracht of klaargezet voor ophaling. Extra werkuren voor het kuisen of afwassen van materialen wordt aangerekend aan de ontlener.
Artikel 16
De ontlener is vanaf afhaling of levering tot ophaling of terugbrengen verantwoordelijk voor het geleende materiaal. Bij beschadiging of verlies tijdens de periode van gebruik wordt de vastgestelde schade aangerekend aan de ontlener. Het is de ontlener verboden om zelf herstellingen of vervangingen uit te voeren zonder toestemming van het stadsbestuur.
Hoofdstuk IV – Bijzondere bepalingen
Artikel 17
In uitzonderlijke omstandigheden kan het stadsbestuur de toezegging van materialen herroepen. Bij slechte weersomstandigheden of andere omstandigheden waarbij de kans op schade aan het materiaal sterk is verhoogd, kan de uitleen ervan eenzijdig worden ingetrokken door het stadsbestuur.
Artikel 18
Per activiteit kunnen maximum 30 tafels, 250 stoelen en/of 100 podiumelementen worden aangevraagd. Nog beschikbare tafels, stoelen of podiumelementen kunnen vanaf 3 weken voor het evenement zonder maximum worden aangevraagd.
Artikel 19
De tenten worden niet uitgeleend van 15 november tot en met 28 februari. De tenten moeten ten alle tijde stevig verankerd worden en blijven tijdens gebruik. Er kan geen materiaal worden opgehangen aan de tentconstructie.
Artikel 20
De toiletwagen wordt enkel uitgeleend aan erkende feestcomités tijdens de plaatselijke kermisactiviteiten. De ontleners dienen zelf in te staan voor het toiletpapier en de opkuis achteraf.
Artikel 21
Het materiaal (in bijzonder klank en licht) moet getransporteerd worden op een aangepaste en schadebestendige manier. Indien de kwaliteit van het transport niet voldoet, kan de uitleen worden geweigerd. De ontlener moet aantonen voldoende technische kennis te hebben (of extern in te huren) om een correct gebruik van het materiaal te garanderen. Indien dit niet wordt aangetoond, kan de ontlening geweigerd worden. Bij afhalen van het technisch materiaal moet de operator aanwezig zijn voor de kennisname van alle technische richtlijnen.
Artikel 22
Door het ontlenen van materiaal verklaart de ontlener zich akkoord met de reglementen inzake het uitleenmateriaal. De ontlener ziet toe op de stipte naleving van alle medegedeelde bepalingen inzake het uitlenen van materiaal bij de stad Deinze. Het niet naleven van het reglement kan aanleiding geven tot het uitsluiten van de ontlener voor verder gebruik van het uitleenmateriaal van de stad Deinze door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 23
Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen en schade die voortvloeien uit het gebruik van het ontleende materiaal.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 een gebruiksreglement goedgekeurd op het uitlenen van materiaal bij de stad Deinze.
Artikel 2
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het gebruiksreglement uitleenmateriaal wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 26 november 2020 over het retributiereglement voor standplaatsen en gebruik van water en elektriciteit op het openbaar domein voor kermissen, circussen en andere niet-permanente openluchtevenementen van amusementsbedrijven - aanpassing.
De retributie op de standplaatsen en gebruik van water en elektriciteit op het openbaar domein door kermissen, circussen en andere niet-permanente openluchtevenementen vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
De gemeenteraad stelt de retributie op de standplaatsen en gebruik van water en elektriciteit op het openbaar domein door kermissen, circussen en andere niet-permanente openluchtevenementen vast voor de 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Vanaf 2027 worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd.
Nieuw is dat de retributie nu ook geldt voor niet-permanente openluchtevenementen op de parking van de Brielpoort, en dat een korting van 20% wordt toegekend voor circussen die doorgaan buiten de deelgemeenten Deinze en Petegem.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op
| meerjarenplan 2020-2025 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
071000 - feesten en plechtigheden |
| algemene rekening |
700510 - Retributies: plaatsrechten kermissen |
| kostenplaats |
CIRCUS en PARKING (bij AR 700560) |
| krediet 2026 |
14.000 euro + 2.500 euro + 800 euro + 9.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een retributiereglement geheven op op de standplaatsen en gebruik van water en elektriciteit op het openbaar domein door kermissen, circussen en andere niet-permanente openluchtevenementen.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie op standplaatsen is verschuldigd door uitbaters van kermissen, circussen op het openbaar domein en andere niet-permanente openluchtevenementen op de parking van de Brielpoort.
Artikel 3
De retributie voor het gebruik van water en elektriciteit is verschuldigd door de uitbaters van kermissen, circussen op het openbaar domein en andere niet-permanente openluchtevenementen op de parking van de Brielpoort die gebruik maken van water en elektriciteit van het stadsnet.
Tarieven
Artikel 4
De retributies voor standplaatsen van kermisattracties wordt vastgelegd op 27,50 euro per begonnen strekkende meter, gemeten langs de langste zijde. Dit tarief geldt voor de volledige duur van de kermis.
Artikel 5
De retributie voor standplaatsen voor circussen en andere niet-permanente openluchtevenementen wordt vastgesteld op 125 euro per dag
Artikel 6
Voor het gebruik van water via het stadsnet wordt een forfaitair bedrag van 10 euro per dag aangerekend. Voor kermissen wordt de volledige duur van de kermis in rekening gebracht.
Artikel 7
Voor het gebruik van elektriciteit via het stadsnet wordt een bedrag van 15 euro per dag aangerekend bij een monofasige afname en een bedrag van 30 euro per dag bij een driefasige afname. Voor kermissen wordt de volledige duur van de kermis in rekening gebracht.
Artikel 8
Op de retributies vermeld onder artikel 4 en 5 is geen BTW van toepassing. De retributies onder artikel 6, 7 en 8 zijn inclusief BTW.
Artikel 9
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Vrijstellingen en kortingen
Artikel 10
Alle erkende verenigingen en scholen van Deinze zijn vrijgesteld van deze retributies.
Artikel 11
Standplaatsen voor kleine kermissen (alle kermissen in Deinze behalve de lente- en zomerkermis op de Markt te Deinze en de Sint-Martinuskermis te Petegem) zijn vrijgesteld van de retributie voor standplaatsen van kermisattracties.
Artikel 12
Standplaatsen voor circussen (alle circussen in Deinze behalve deze in Deinze en Petegem) krijgen een korting van 20% op de retributie voor standplaatsen voor circussen en andere niet-permanente openluchtevenementen.
Maatregelen bij niet naleven retributiereglement
Artikel 13
In geval van schade zal een schadebestek opgemaakt worden en zal de schade wordt verhaald op de houder van de standplaats. Bij abnormale vervuiling van het terrein wordt een forfaitaire poetsvergoeding aangerekend van 100 euro.
Wijze van betaling
Artikel 14
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 15
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 16
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte. Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie op de standplaatsen en gebruik van water en elektriciteit op het openbaar domein door kermissen, circussen en andere niet-permanente openluchtevenementen wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor de toekenning van subsidies aan jubilerende verenigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 voor de toekenning van subsidies aan jubilerende verenigingen vervalt op 31 december 2025.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie aan jubilerende verenigingen te behouden als blijk van waardering voor hun jarenlange werking. Het reglement wordt ongewijzigd verlengd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 070900 - Overige culturele instellingen |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | JUBIL |
| krediet | 1.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan jubilerende verenigingen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze beloont lokale jubilerende verenigingen met een subsidie om het jubileum feestelijk te vieren.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door erkende verenigingen.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 6
Voor erkende verenigingen die hun jubileum vieren, wordt een subsidie voorzien van:
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze tijdens het jaar waarin het jubileum wordt gevierd.
§2. Bij de aanvraag wordt volgende bewijsstukken toegevoegd:
Beoordeling
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 7, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 9
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 10
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 11
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan jubilerende verenigingen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 26 oktober 2021 over het subsidiereglement voor de toekenning van subsidies aan socioculturele verenigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
Advies cultuurraad dd 3 december 2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 26 oktober 2021 over het subsidiereglement voor de toekenning van subsidies aan socio-culturele verenigingen eindigt 31 december 2025.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden en de lokale culturele en socioculturele verenigingen structureel te ondersteunen bij hun werking.
Het budget voorzien in het meerjarenplan van de stad voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
In het reglement wordt het begrip ‘erkende verenigingen’ toegepast op basis van het nieuwe reglement voor de erkenning van verenigingen van 23 oktober 2025.
In artikel 9 is een categorie toegevoegd met extra punten voor UiTPAS-verenigingen op advies van de cultuurraad.
In artikel 9 is omwille van de eenvormigheid, het maximumpunten per categorie vervangen door eenzelfde maximum voor alle categorieën. Dit maximum is bedoeld om hogere bedragen van “gespecialiseerde” verenigingen met veel activiteiten in 1 categorie (bv. concerten, cursussen of toneel) af te toppen. Op deze manier kunnen zij niet ongelimiteerd extra geld krijgen voor meer van hetzelfde en wordt diversiteit in het programma beloond.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 070900 - Overige culturele instellingen |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 53.020 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan culturele en socioculturele verenigingen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze ondersteunt de werking van erkende lokale culturele en socioculturele verenigingen met een jaarlijkse subsidie.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een door Stad Deinze erkende culturele of socioculturele vereniging.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
§1. Basissubsidie: het totale bedrag voor de basissubsidies wordt op gelijke wijze onder de erkende culturele en socioculturele verenigingen verdeeld die op basis van hun jaarverslag in het afgelopen werkjaar:
§2. Werkingssubsidie: het totale bedrag voor de werkingssubsidies wordt op evenredige wijze verdeeld onder de erkende culturele en socioculturele verenigingen die ook een basissubsidie ontvangt. Dit in functie van het aantal punten dat zij bekomen op basis van hun jaarverslag door toepassing van de puntentabel vermeld in artikel 9.
§3. De aanvrager engageert zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 6
De culturele en socioculturele verenigingen komen slechts in aanmerking voor subsidies op basis van dit reglement voor zover ze geen andere subsidies ontvangen van Stad Deinze, met uitzondering van project- of activiteitgebonden subsidies of subsidies ter gelegenheid van een jubileum.
Subsidiebedrag
Artikel 7
De basissubsidie en de werkingssubsidie bestaan elk uit 50% van het krediet voorzien voor deze subsidie in het meerjarenplan van de stad.
Artikel 8
Vanaf 2027 zal het budget voorzien voor deze subsidie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Artikel 9
Het toekennen van de punten gebeurt op basis van de volgende puntentabel:
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 10
§1. De subsidie voor het voorbije werkjaar wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze vóór 1 maart.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 10, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 14
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 15
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan culturele en socioculturele verenigingen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies aan feestcomités.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies aan feestcomités vervalt per 31 december 2025.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden en de lokale feestcomités structureel te ondersteunen bij de organisatie van de jaarlijkse kermisactiviteiten.
Het totaalbudget voorzien in het meerjarenplan van de stad voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Inhoudelijk wordt het reglement niet gewijzigd.
In het reglement wordt het begrip ‘erkende verenigingen’ toegepast op basis van het nieuwe reglement voor de erkenning van verenigingen van 23 oktober 2025.
Aangezien erkende feestcomités soms ook de wielerwedstrijden organiseren tijdens de kermisperiode wordt nu in artikel 7 expliciet opgenomen dat deze subsidie mag gecombineerd worden met een subsidie via het subsidiereglement voor sportcomités die wielerwedstrijden organiseren.
Gelet op de erfgoedwaarde van stoeten en het belang om deze traditie in stand te houden, wordt in dit artikel ook een combinatie met een nominatieve subsidie voor de organisatie van een historische stoet toegestaan.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 071000 - Feesten en plechtigheden |
| algemene rek | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 71.500 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan feestcomités.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil erkende feestcomités ondersteunen in hun werking met een jaarlijkse subsidie die bestaat uit een werkingssubsidie en een materiaalsubsidie.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door de Stad Deinze erkende feestcomités voor het organiseren van lokale kermisactiviteiten aangeboden aan het brede publiek tijdens het huidige kalenderjaar. De lokale kermisactiviteiten stimuleren gemeenschapszin, sociale contacten en ontspanning.
Er wordt slechts 1 feestcomité gesubsidieerd per deelgemeente met uitzondering van deelgemeente Bachte-Maria-Leerne (met 1 feestcomité in Bachte en 1 feestcomité in Maria-Leerne).
Artikel 5
De volgende kermisperiodes zijn van toepassing voor dit reglement:
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
§1. Werkingssubsidie: wordt toegekend op basis van de georganiseerde activiteiten tijdens het afgelopen jaar.
§2. Materiaalsubsidie: wordt toegekend op basis van de kosten voor gehuurde materialen in functie van de georganiseerde activiteiten tijdens het afgelopen jaar.
§3. De aanvrager engageert zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 7
De feestcomités komen slechts in aanmerking voor zover ze geen andere financiële ondersteuning of kortingen ontvangen van Stad Deinze voor de organisatie van hun activiteiten, met uitzondering van een subsidie via het subsidiereglement voor sportcomités die wielerwedstrijden organiseren en van een nominatieve subsidie voor de organisatie van een historische stoet. Door het aanvragen van een subsidie op basis van dit reglement verklaart het feestcomité zich akkoord om zelf in te staan voor alle financiële kosten verbonden aan de organisatie van het kermisprogramma.
Subsidiebedrag
Artikel 8
§1. Werkingssubsidie: een erkend feestcomité ontvangt:
§2. Materiaalsubsidie: een erkend feestcomité ontvangt:
§3. Het maximum krediet voor de materiaalsubsidie bedraagt het totale voorziene krediet verminderd met de toegekende werkingssubsidies.
§4. Indien het krediet voor de materiaalsubsidie onvoldoende is om alle toegekende bedragen van de schijf uit te betalen, worden de bedragen van deze schijf proportioneel verminderd tot het krediet toereikend is. Indien het krediet is opgebruikt, wordt de eventuele volgende schijf of schijven van de materiaalsubsidie niet uitbetaald.
5. Indien na de toekenning van de werkingssubsidies en de materiaalsubsidies nog krediet beschikbaar is, wordt dit gelijkmatig verdeeld over alle feestcomités met minstens 1 feestprogramma dat voldoet aan artikel 4, 5 en 6.
Artikel 9
Vanaf 2027 zal het budget voorzien voor deze subsidie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 10
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze vóór 31 december van het jaar waarin de activiteiten werden georganiseerd.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 10, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 14
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 15
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan feestcomités voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2020 over het toekennen van een subsidie voor het nemen van maatregelen voor het behoud van erfgoedwaarden van inventarisitems.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2020 over het toekennen van een subsidie voor het nemen van maatregelen voor het behoud van erfgoedwaarden van inventarisitems eindigt op 31 december 2025.
Om de ruimtelijke identiteit en leesbaarheid van de historische gemeente te bevorderen, wenst het stadsbestuur voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden en eigenaars van panden die op de inventaris bouwkundig erfgoed (inventaris.onroerenderfgoed.be) staan, te ondersteunen.
De werkzaamheden dienen voor het behoud, de instandhouding, het herstel en de herwaardering van de erfgoedwaarden en -kenmerken van het inventarisitem.
Er werd voor een andere woordkeuze dan "bouwkundig object met erfgoedwaarde" gekozen, namelijk "waardevol onroerend erfgoedrelict".
Het is zinvol voor de aanvrager dat dit subsidiereglement gecumuleerd kan worden met subsidies van een andere overheid. De bestaande subsidie in Oost-Vlaanderen (Subsidie voor onderhoud en onderzoek van archeologisch, bouwkundig en landschappelijk erfgoed dat waardevol en niet-beschermd is) biedt deze mogelijkheid ook. Dit is geen extra uitgave voor de stad, maar een voordeel voor de burger.
Voor het behoud van erfgoedwaarden in grotere gehelen is het aangewezen de tijdspanne aan te passen naar 5 jaar in plaats van 10 jaar. Op die manier is restauratie beter afgestemd op de reële onderhoudsbehoeften van het patrimonium. Ingrijpende en kostbare restauraties op lange termijn kunnen hierdoor worden vermeden. Dit draagt niet alleen bij aan een duurzamer behoud van het erfgoed, maar ook aan een verhoogde kwaliteit van de instandhouding.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 072900 - Overig beleid inzake het erfgoed |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 12.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor het nemen van maatregelen voor het behoud van erfgoedwaarden van inventarisitems.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil bijdragen tot het behoud, instandhouding, het herstel en de herwaardering van de erfgoedwaarden en -kenmerken van inventarisitems. Het inventarisitem levert een belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke identiteit en leesbaarheid van de historische gemeente. Alle werken, handelingen en wijzigingen moeten gebeuren met aandacht en respect voor de erfgoedwaarden van het inventarisitem en zijn context en dienen kwalitatief en duurzaam te zijn. Er wordt steeds uitgegaan van de fysieke en intrinsieke draagkracht van het inventarisitem en de omgeving om het behoud van de erfgoedwaarden maximaal te kunnen garanderen. Werken, handelingen en wijzigingen die door hun schaal/dynamiek/ruimtelijke impact/structurele impact de erfgoedwaarden schaden en de fysieke en/of intrinsieke draagkracht overschrijden, zijn verboden.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie wordt aangevraagd door diegene die kan aantonen door aflevering van een kopie van de notariële akte of onderhandse koopovereenkomst dat hij/zij zakelijk gerechtigde is (= eigenaar, vruchtgebruiker of opstalhouder) van het inventarisitem gelegen in de stad Deinze.
Voorwaarden
Artikel 5
§1. Het inventarisitem komt enkel in aanmerking indien het:
§2. De werkzaamheden dienen voor het behoud, de instandhouding, het herstel en de herwaardering van de erfgoedwaarden en -kenmerken van het inventarisitem. Werken komen enkel in aanmerking voor subsidiëring voor zover ze in de mate van het mogelijke uitgevoerd worden met authentieke materialen, en ze bijdragen tot een zo authentiek mogelijke restauratie van het inventarisitem.
§3. Volgende werken die niet bijdragen tot het behoud van de erfgoedwaarden komen niet in aanmerking:
§4. De werkzaamheden aan het inventarisitem, waarvoor deze subsidie wordt aangevraagd, mogen nog niet gestart zijn voor de toekenning van deze subsidie.
§5. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de vergunde werken en de aangevraagde subsidie.
§6. De uit te voeren werken worden vakkundig uitgevoerd met respect voor de erfgoedwaarde van het inventarisitem. De aanvrager is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de uit te voeren werken.
§7. Tijdens de uitvoering mag geen wijziging aangebracht worden in de lijst van goedgekeurde werken, tenzij met de goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen.
§8. De werkzaamheden moeten binnen de 2 jaar worden uitgevoerd, gefactureerd en betaald zijn, te rekenen vanaf de datum van de goedkeuring van het subsidiebedrag door het college van burgemeester en schepenen.
§9. De werken kunnen gecumuleerd worden met gelijkaardige subsidies van een andere overheid. In de subsidieaanvraag wordt uitdrukkelijk vermeld of er beroep werd/zal worden gedaan op andere subsidies en om welk bedrag het gaat. Als hieruit blijkt dat de gecumuleerde subsidies meer dan 100% van de totale kostprijs van de uitgevoerde werken bedragen, wordt de stedelijke subsidie verminderd zodat de gecumuleerde subsidies maximaal 100% van de totale kostprijs bedragen.
Subsidiebedrag
Artikel 7
Stad Deinze verleent een subsidie van maximum 40% van de aantoonbare kosten zonder rekening te houden met de btw, met een maximum van 12.000 euro aan diegene die maatregelen neemt om een inventarisitem in de stad Deinze in zijn erfgoedwaarden te bestendigen.
De toekenning van de subsidies gebeurt in volgorde van het ontvangen van een ontvankelijk dossier. Wanneer het gemeentelijk budget voor deze subsidie uitgeput is, wordt de aanvrager hiervan op de hoogte gesteld en kan desgevallend en mits akkoord van de aanvrager het dossier worden meegenomen naar het volgend budgetjaar.
Voor eenzelfde inventarisitem kunnen geen nieuwe subsidieaanvragen worden ingediend in de periode van 5 jaar volgend op de eerste subsidieaanvraag, tenzij de voor de eerste aanvraag toegekende subsidie het plafondbedrag niet werd overschreden. In dat laatste geval kan de subsidie enkel aangevraagd worden ten bedrage van het maximaal verschil tussen enerzijds het plafondbedrag en de reeds uitbetaalde subsidiebedragen.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. Het aanvraagdossier is ontvankelijk als alle gevraagde documenten en gegevens zijn toegevoegd. De ontvankelijkheidsverklaring wordt binnen de maand na indiening van het dossier aan de aanvrager bezorgd en tegelijkertijd wordt het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.
§2. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8, § 2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
§3. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement. Indien er vragen zijn in verband met de uitvoeringswijze, krijgt de aanvrager schriftelijk de vraag om het dossier volgens de opgegeven opmerkingen aan te passen of aan te vullen en opnieuw in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet aangepast wordt binnen deze termijn komt in dat jaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement. Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.
§4. Er wordt advies ingewonnen bij de stedelijke erfgoedraad. Deze adviesraad krijgt 60 dagen tijd om een beoordeling te maken – vanuit het standpunt van erfgoedzorg – over de erfgoedwaarde van de te restaureren delen van het inventarisitem en het nut van de voorgenomen werken. Indien nodig kan de adviesraad bijkomende voorwaarden voorstellen die moeten voldaan zijn, opdat de aanvrager aanspraak kan maken op de subsidie.
§5. De dienst Stedenbouw en Wonen maakt een beoordeling in hoeverre de voorgestelde werken de erfgoedwaarden uit het advies van de stedelijke erfgoedraad in stand houden of verbeteren. De bevoegde dienst legt het dossier, met inbegrip van de adviezen, voor aan het college van burgemeester en schepenen.
§6. Het college van burgemeester en schepenen behoudt zich het recht voor om alle onderzoeken uit te voeren die vereist zijn voor de behandeling van de aanvraag. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 11
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Aanvang werken
Artikel 12
§1. De werkzaamheden mogen pas van start gaan na ontvangst van de kennisgeving die het subsidiebedrag meedeelt.
§2. De start van de werken dient op straffe van verval van de subsidie schriftelijk gemeld te worden aan Stad Deinze.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. Het toegekende subsidiebedrag kan worden uitbetaald na de uitvoering van de werken of in twee schijven: een tussentijdse betaling van 50% en een saldo van 50% na voltooiing van de werken. De uitbetaling, ongeacht of deze in één of twee schijven gebeurt, vindt steeds plaats op voorwaarde dat de nodige facturen worden voorgelegd.
§2. Uiterlijk 4 maanden na afloop van het project, moet een aanvraag tot uitbetaling van het saldo samen met de volgende documenten ingediend worden:
§3. Het saldo wordt zo spoedig mogelijk betaald na ontvangst van deze documenten, na controle en aanvaarding van de documenten door de bevoegde dienst, en na een afzonderlijke beslissing van het college van burgemeester en schepenen. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van deze beslissing.
§4. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
Verplichtingen na de toekenning
Artikel 14
Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend, verbindt de aanvrager zich ertoe:
Sancties
Artikel 15
De aanvrager geeft toestemming aan Stad Deinze om alle onderzoeken te laten verrichten vóór, tijdens en na de procedure van de subsidieaanvraag. Weigering van medewerking aan het onderzoek brengt verval van het recht op subsidie met zich mee.
Het niet verstrekken van de nodige gegevens voor controle of het opgeven van onjuiste gegevens, kan leiden tot het verval van het recht op subsidie, tot een beperking van het subsidiebedrag, of tot een terugvordering van de subsidie.
Vervalbepalingen
Artikel 16
§1. In geval van misbruik van de subsidie, valse verklaring of bedrog moet de aanvrager van de subsidie onmiddellijk op eerste verzoek van Stad Deinze de uitbetaalde subsidie terugbetalen. Het terug te betalen bedrag wordt verhoogd met een interest gelijk aan de wettelijke rentevoet. De intrest is verschuldigd te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van betaling van de subsidie en loopt tot de dag van de terugbetaling.
§2. Het recht op de subsidie en bij uitbreiding alle door Stad Deinze aangegane verbintenissen, vervallen van rechtswege wanneer één van volgende feiten plaatsvindt:
De tien jaar zijn te rekenen vanaf de datum van de goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen m.b.t. het subsidiebedrag. De toegekende subsidie dient dan aan Stad Deinze te worden terugbetaald in voorkomend geval.
§3. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen bij:
Betwistingen
Artikel 17
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor het nemen van maatregelen voor het behoud van erfgoedwaarden van inventarisitems voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van vormingssubsidies jeugd.
Het advies van de jeugdraad van 4 december 2025.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van vormingssubsidies jeugd eindigt op 31 december 2025.
In maart 2025 organiseerde de jeugddienst een infoavond voor alle Deinse jeugdbewegingen. De Deinse jeugdbewegingen werden bevraagd naar hun noden op het vlak van subsidies. Dit reglement is positief geëvalueerd en wordt behouden voor de periode 2026-2031.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 075000 - Jeugdsector en verenigingsondersteuning |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 2.980 euro |
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidiereglement gevestigd voor het toekennen van vormingssubsidies voor jeugdwerk.
Artikel 2
Stad Deinze wil de deelname van Deinse jongeren aan vormingen en cursussen gericht op leiderschap in het jeugdwerk bevorderen en ondersteunen via een subsidie.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
Jongeren gedomicilieerd in de stad Deinze die een vormingscursus volgen gericht op het leiden van activiteiten voor kinderen of jongeren in het jeugdwerk.
Het voorbeeld bij uitstek zijn de cursussen binnen de kadervormingstrajecten die jeugdverenigingen aanbieden aan jongeren voor het behalen van een attest van animator, hoofdanimator of instructeur in het jeugdwerk. Ook cursussen die een speciale vaardigheid aanleren of een specifiek thema behandelen met betrekking tot het jeugdwerk komen in aanmerking.
Artikel 5
§1. Cursussen georganiseerd door een instelling, dienst of organisatie die daarvoor erkend is door het Departement Media, Jeugd en Cultuur van de Vlaamse Gemeenschap komen in aanmerking. Bij twijfel kunnen inlichtingen bekomen worden bij de bevoegde stadsdienst, die nagaat of de organisatie de vereiste erkenning bezit.
§2. Uitgesloten zijn de cursussen die behoren tot een studierichting, een beroepsvorming of daarop aansluiten. Kosten verbonden aan een stage worden evenmin gesubsidieerd.
Artikel 6
Om in aanmerking te komen voor de vormingssubsidie moet aan onderstaande voorwaarden worden voldaan:
Artikel 7
De vormingssubsidie bedraagt 50% van de deelnameprijs van de cursus. De basiskosten van het verblijf behoren tot deze deelnameprijs. Het bedrag waarop de vormingssubsidie wordt berekend, moet minimum 12,50 euro en maximum 250 euro bedragen. De subsidie zelf zal dus gaan van 6,25 euro tot 125 euro per persoon.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 10
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 10, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
§4. Gesubsidieerde individuele jongeren zijn gebonden aan dit reglement. Indien hen dit wordt gevraagd, dienen zij verantwoording af te leggen ten aanzien van Stad Deinze in verband met de subsidies waarop zij aanspraak maken of die hen zijn toegekend.
Beslissing
Artikel 12
Aanvragen die worden ingediend tussen 1 januari en 31 mei: worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en uitbetaald in juni van dat kalenderjaar.
Aanvragen die worden ingediend tussen 1 juni en 31 november: worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en uitbetaald in december van dat kalenderjaar.
Aanvragen ingediend tussen 1 december en 31 december, zullen in de eerste helft van het volgende kalenderjaar behandeld worden.
Artikel 13
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 14
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 15
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij gehouden de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 16
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van vormingssubsidies voor jeugdwerk voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 april 2020 over het reglement voor het toekennen van kampvervoer voor erkend jeugdwerk in Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen.
Het advies van de jeugdraad van 4 december 2025.
Alle door Stad Deinze erkende jeugdverenigingen hebben recht op gratis kampvervoer ter ondersteuning van hun kampen tijdens de zomervakantie. Afhankelijk van een aantal parameters voorziet het reglement kampvervoer op maat van elk kamp. Dit gaat niet over een subsidie maar over een logistieke ondersteuning van Stad Deinze naar onze erkende jeugdverenigingen toe.
Het huidig reglement is positief geëvalueerd in overleg met de jeugdverenigingen en de jeugdraad. Er zijn geen suggesties voor aanpassing.
Het stadsbestuur wenst de ondersteuning en het reglement voor de periode 2026-2031 te behouden.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 075000 - Jeugdsector en verenigingsondersteuning |
| algemene rekening | 613200 - Vervoerskosten |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 32.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor de ondersteuning van kampvervoer aan erkende jeugdverenigingen.
Doel
Artikel 2
Alle erkende jeugdverenigingen kunnen, volgens de voorwaarden van dit reglement, kosteloos beroep doen op vervoer van kampmateriaal van en naar de kampplaats voor de organisatie van hun zomerkampen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
Alle erkende jeugdverenigingen komen in aanmerking voor het kampvervoer. Voor jeugdverenigingen die door meerdere steden/gemeenten als jeugdwerk worden erkend en gesubsidieerd, worden voor de berekening van het kampvervoer enkel Deinse leden en leiding in rekening gebracht.
Artikel 5
Stad Deinze verleent deze ondersteuning onder de volgende voorwaarden:
Artikel 6
Erkende jeugdverenigingen die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 4 en 5 van dit reglement, hebben recht op onderstaand kosteloos kampvervoer:
Artikel 7
Jeugdverenigingen die voor twee verschillende kampen recht hebben op kampvervoer, kunnen ervoor kiezen alle vrachtwagens, waar ze recht op hebben, in te zetten voor één kamp en vragen bijgevolg voor het tweede kamp dan geen vervoer meer aan.
Overige bepalingen
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing)
Aanvraag
Artikel 12
De aanvraag van het kampvervoer wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
Beoordeling
Artikel 13
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de aanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Beslissing
Artikel 14
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het toekennen van het kampvervoer op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Sancties
Artikel 15
Stad Deinze heeft het recht om de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle, nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, of in geval van fraude of valste verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om deze dienstverlening te schorsen en/of naar de toekomst toe niet meer toe te staan.
Betwistingen
Artikel 16
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen en alle betwistingen omtrent de uitvoering ervan worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor de ondersteuning van kampvervoer aan erkende jeugdverenigingen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Bram Stroobandt (raadslid)
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies voor erkend jeugdwerk in Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
Het advies van 4 december 2025 van de jeugdraad.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies voor erkend jeugdwerk in Deinze is beëindigd op 31 augustus 2025.
In maart 2025 organiseerde de jeugddienst een infoavond voor alle Deinse jeugdbewegingen. De Deinse jeugdbewegingen werden bevraagd naar hun noden op het vlak van subsidies.
Voor het reglement voor het toekennen van subsidies aan erkende jeugdverenigingen worden, voor de periode 2026-2031, volgende wijzigingen voorgesteld:
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 075000 - Jeugdsector en verenigingsondersteuning |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 47.300 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidiereglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor erkende jeugdverenigingen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil de werking van lokale jeugdverenigingen ondersteunen met een jaarlijkse subsidie. Met als doel de kansen voor kinderen en jongeren op spel, ontmoeting, zelfontwikkeling en groepsvorming te verruimen, kwalitatieve plaatsen te creëren en te ondersteunen waar jongeren zelf verantwoordelijkheid nemen voor kinderen en voor elkaar. Dit door erkende jeugdverenigingen financieel te ondersteunen bij opstart (startsubsidie), bij hun basiswerking (basissubsidie), bij infrastructuurwerken of huur van een lokaal en/of terrein (lokaalsubsidie) en het aanbieden van een subsidie op basis van een aantal kenmerken van de jeugdvereniging en haar activiteiten (aanvullende subsidie: werkingssubsidie en kamp- en weekendsubsidie).
Met deze financiële middelen kunnen erkende jeugdverenigingen hun werking kwalitatief verder uitbouwen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door elke erkende jeugdvereniging.
Als de erkende jeugdvereniging kan aantonen dat er geen, onvoldoende of geen geschikte accommodatie aanwezig is in de stad Deinze waardoor de vereniging haar activiteiten slechts kan uitoefenen buiten de stad Deinze, wordt in dit geval de link met Deinze omschreven en verduidelijkt in de aanvraag.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Artikel 6
Deze subsidie voor erkende jeugdverenigingen is niet cumuleerbaar met volgende subsidies van Stad Deinze:
Subsidiebedrag
Artikel 7
§1. Maximum 25% van het krediet voor deze subsidie voorzien in het meerjarenplan van de stad gaat naar het uitbetalen van:
§2. Minimum 75% van het krediet voor deze subsidie voorzien in het meerjarenplan van de stad gaat naar het uitbetalen van:
§3. Wanneer de som van de uit te betalen startsubsidie, huursubsidie en subsidie voor infrastructuurwerken lager is dan 25% van het krediet voorzien in het meerjarenplan van de stad, wordt het overschot toegevoegd aan het krediet voorzien in het meerjarenplan van de stad voor de basissubsidie en de aanvullende subsidie. Aangezien de aanvullende subsidie verdeeld wordt via een puntensysteem, wordt zo het volledige krediet voorzien in het meerjarenplan van de stad uitbetaald aan de erkende jeugdverenigingen.
§4. Wanneer de som van de uit te betalen startsubsidie, huursubsidie en subsidie voor infrastructuurwerken hoger is dan 25% van het krediet voorzien in het meerjarenplan van de stad, dan wordt de startsubsidie, huursubsidie en subsidie voor infrastructuurwerken gelijkmatig procentueel verminderd tot de som gelijk is aan 25% van het krediet voorzien in het meerjarenplan van de stad.
Artikel 8
Vanaf 2027 zal het budget voorzien voor deze subsidie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Artikel 9
§1. Startsubsidie: de erkende jeugdvereniging die volgens de voorwaarden van dit reglement in aanmerking komt voor een startsubsidie, ontvangt 250 euro.
§2. Basissubsidie: de erkende jeugdvereniging die volgens de voorwaarden van dit reglement in aanmerking komt voor een basissubsidie, ontvangt 500 euro.
§3. Huursubsidie: de erkende jeugdvereniging die volgens de voorwaarden van dit reglement in aanmerking komt voor een huursubsidie, ontvangt maximum 60% van de huurprijs met een plafondbedrag van maximum 125 euro per maand.
§4. Subsidie voor infrastructuurwerken: de erkende jeugdvereniging die volgens de voorwaarden van dit reglement in aanmerking komt voor een subsidie voor infrastructuurwerken, ontvangt een subsidie van maximum 50% van de kostprijs (incl. btw) van de werken, materiaal inbegrepen.
§5. Werkingssubsidie: de erkende jeugdvereniging die volgens de voorwaarden van dit reglement in aanmerking komt voor een werkingssubsidie, krijgt deze subsidie op basis van een puntensysteem. Het aantal punten van een jeugdvereniging, in verhouding tot het totale puntenaantal van alle jeugdverenigingen samen, vormt het aandeel van het globale bedrag, zoals vermeld in artikel 7 en artikel 8, waarop de jeugdvereniging recht heeft. Punten worden toegekend op basis van:
1. Het aantal leden op 31 augustus van het voorbije werkjaar dat regelmatig aan de activiteiten heeft deelgenomen. In deze aantallen worden de begeleiders niet meegeteld.
§6. Kamp- en weekendsubsidie: voor elk kamp of weekend georganiseerd tijdens het voorbije werkjaar wordt er per deelnemer, die het volledige kamp of weekend heeft bijgewoond, en per overnachting één punt toegekend. Ook de leiding en andere medewerkers, die het volledige kamp of weekend hebben bijgewoond, mogen meegeteld worden. Organiseert een jeugdvereniging tijdens het werkjaar meerdere kampen en weekends, dan worden de puntenaantallen van elk kamp en weekend voor die jeugdvereniging bij elkaar opgeteld. Leidingweekends worden hier niet meegerekend. Aan de hand van de verzamelde punten conform artikel 9, § 5, wordt het globale bedrag aan kampsubsidies onder de jeugdverenigingen verdeeld.
Artikel 10
§1. Naast de financiële ondersteuning kunnen erkende jeugdverenigingen kosteloos beroep doen op de stadsdrukkerij voor het kopiëren en afdrukken van flyers, affiches of ander kopieer- en drukwerk i.f.v. activiteiten die zij organiseren. Dit onder volgende voorwaarden:
§2. De bevoegde dienst oordeelt over de aanvraag van het kopieer- en drukwerk (aantal pagina’s, kleur en oplage) met het oog op een economische en ecologische kopieservice. Eventuele opmerkingen worden steeds met de aanvrager van het drukwerk besproken.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 11
De subsidie voor het voorbije werkjaar wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze ten laatste op 31 oktober.
Artikel 12
De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
§1. Huursubsidie
§2. Subsidie voor infrastructuurwerken
§3. Werkingssubsidie
§4. Kamp- en weekendsubsidie (per kamp en/of weekend)
Beoordeling
Artikel 13
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 12 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst steekproefgewijs bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Als de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
§4. De bevoegde dienst legt na beoordeling de verdeling van het budget en het voorstel van subsidiebedrag per erkende jeugdvereniging voor aan de jeugdraad. De jeugdraad brengt hierover advies uit. Dit advies wordt toegevoegd aan het dossier.
Beslissing
Artikel 14
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 15
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 16
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald te worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden van dit reglement te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 17
Een jeugdvereniging die in het kader van dit reglement meent onjuist gesubsidieerd te zijn of op enige wijze benadeeld, kan hierover klacht indienen bij de Jeugddienst tot 15 december van het kalenderjaar waarin de subsidies worden uitbetaald.
Artikel 18
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan erkende jeugdverenigingen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over de retributie voetbalvelden stad Deinze.
De stad Deinze baat verschillende voetbalvelden uit op het grondgebied Deinze
De retributie voor deze voetbalvelden vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden.
De dienst sport en recreatie stelt, op basis van de ervaringen de voorbije jaren, deze wijzigingen voor:
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
074000 - Sportsector- en verenigingsondersteuning |
| algemene rekening |
700601 - Retributies: huur publieke terreinen |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
13.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de voetbalvelden stad Deinze.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de gebruikers van de voetbalvelden.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Individuen | Deinze | Niet-Deinze |
| Standaard gebruik | / | / |
| Gebruik kleedkamers / douches (zonder huur terrein) | / | / |
| Verenigingen | Deinze | Niet-Deinze |
| Standaard gebruik - per uur | € 11,50 | € 22,50 |
| Competitie (min 10 wedstrijden/seizoen) | € 34,00 | / |
| Kampen/stages per terrein per halve dag | € 69,00 | € 81,50 |
| G-werking (max 2x/week) - door Deinze erkende sportvereniging | Gratis | / |
| Gebruik kleedkamers / douches (zonder huur terrein) | € 15,00 | / |
| Scholen | Deinze | Niet-Deinze |
| Lessen LO - lager onderwijs - per uur | € 5,00 | / |
| Lessen LO - secundair onderwijs - per uur | € 5,00 | / |
| schoolsportdag (1x/jaar) | Gratis | / |
| G-werking (max 2x/week) - Scholen uit Deinze | Gratis | / |
| Gebruik kleedkamers / douches per kleedkamer (zonder huur terrein) |
€ 10,00 | / |
| Bedrijven | Deinze | Niet-Deinze |
| Standaard gebruik - per uur | € 24,00 | € 48,00 |
| Kampen/stages per terrein per halve dag | € 85,00 | € 170,00 |
| Gebruik kleedkamers / douches (zonder huur terrein) | / | / |
Artikel 4
Toegang tot de voetbalvelden zonder voorafgaandelijke reservatiebevestiging is niet toegestaan, bij inbreuk wordt er onvermijdelijk een forfait van 50 euro per uur aangerekend.
Artikel 5
Elke georganiseerde wedstrijd of competitie, zowel op recreatief als op competitief niveau, wordt beschouwd als een officiële wedstrijd.
Artikel 6
Bij niet annulering of bij laattijdige annulering, minder dan 8 dagen voor het gebruik, zal een vergoeding van 25 euro worden aangerekend (met uitzondering van overmacht).
Artikel 7
Indien het voetbalveld niet proper achtergelaten wordt zullen bijkomende schoonmaakkosten aangerekend worden. Dit zal automatisch gebeuren onmiddellijk na het vaststellen van het in gebreke blijven. Het verantwoordelijk personeelslid van Stad Deinze is bevoegd voor de vaststellingen. De kosten voor de bijkomende schoonmaak bedragen € 75 per uur en per ingezet personeelslid met een minimum van 2 u.
Artikel 8
Er wordt een schadevergoeding aangerekend om alle aangebrachte schade aan het voetbalveld en materiaal te herstellen. De schadevergoeding is gelijk aan de som van alle kosten voor de herstelling + 75 euro per uur personeelskost.
Artikel 9
Aanvragen waarvan de modaliteiten niet uitdrukkelijk in dit reglement omschreven zijn, zullen voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10
Alle tarieven vermeld in dit reglement worden vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde halve euro.
Wijze van betaling
Artikel 11
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 12
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 13
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor voetbalvelden stad Deinze wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en eindigend op 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 november 2023 over het retributiereglement kunstgrasvelden.
De stad Deinze baten 3 kunstgrasvelden uit gelegen in de Brielmeersen
De retributie voor deze kunstgrasvelden vervalt op 31 december 2025 en moet opnieuw vastgesteld worden.
De dienst sport en recreatie stelt, op basis van ervaringen de voorbije jaren, deze wijzigingen voor:
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026 |
| beleidsitem |
074000 - Sportsector- en verenigingsondersteuning |
| algemene rekening |
700601 - Retributies: huur publieke terreinen |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
13.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de kunstgrasvelden Brielmeersen.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de gebruikers van de kunstgrasvelden.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Individuen | Deinze | Niet-Deinze |
| Standaard gebruik | / | / |
| Verenigingen | Deinze | Niet-Deinze |
| Standaard gebruik per uur | € 11,50 | € 22,50 |
| Kampen per terrein per halve dag (een door Deinze erkende sportvereniging) |
€ 69,00 | € 81,50 |
| G-werking (max 2x/week) | Gratis | / |
| Scholen | Deinze | Niet-Deinze |
| Lessen LO - lagere school - per uur | € 5,00 | € 20,00 |
| Lessen LO - secundaire school - per uur | € 5,00 | € 20,00 |
| G-werking (max 2x/week) | Gratis | / |
| Schoolsportdagen (1 x jaar) | Gratis | / |
| Bedrijven | Deinze | Niet-Deinze |
| Standaard gebruik per uur | € 24,00 | € 48,00 |
| Kampen en stages per terrein per halve dag | € 85,00 | € 170,00 |
Artikel 4
Bij de verhuur van de kunstgrasvelden aan onderwijsinstellingen, verenigingen en bedrijven zijn het gebruik van de kleedkamers en douches niet inbegrepen. De kleedkamers en douches worden bovendien niet afzonderlijk ter beschikking gesteld voor verhuur zonder gelijktijdige huur van de kunstgrasvelden.
Artikel 5
Elke georganiseerde wedstrijd of competitie, zowel op recreatief als op competitief niveau, wordt beschouwd als een officiële wedstrijd.
Artikel 6
Toegang tot de kunstgrasvelden zonder voorafgaandelijke reservatiebevestiging is niet toegestaan, bij inbreuk wordt er onvermijdelijk een forfait van 50 euro per uur aangerekend.
Artikel 7
Bij niet annulering of bij laattijdige annulering, minder dan 8 dagen voor het gebruik, zal een vergoeding van 25 euro worden aangerekend (met uitzondering van overmacht).
Artikel 8
Indien het kunstgrasveld niet proper achtergelaten wordt zullen bijkomende schoonmaakkosten aangerekend worden. Dit zal automatisch gebeuren onmiddellijk na het vaststellen van het in gebreke blijven. Het verantwoordelijk personeelslid van Stad Deinze is bevoegd voor de vaststellingen. De kosten voor bijkomende schoonmaak bedragen 75 euro per uur en per ingezet personeelslid met een minimum van 2 uur.
Artikel 9
Er wordt een schadevergoeding aangerekend om alle aangebrachte schade aan het kunstgrasveld en materiaal te herstellen. De schadevergoeding is gelijk aan de som van alle kosten voor de herstelling + 75 euro per uur personeelskost.
Artikel 10
Alle tarieven vermeld in dit reglement worden vanaf het aanslagjaar 2027 jaarlijks geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde halve euro.
Wijze van betaling
Artikel 11
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 12
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 13
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de kunstgrasvelden Brielmeersen wordt met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
De stad Deinze maakt gebruik van sporthallen van verschillende scholen om te voldoen aan de nood aan sportinfrastructuur en om de inzet van deze infrastructuur in de stad te optimaliseren. Er is een overeenkomst met:
Een retributie voor de sporthallen van de verschillende scholen moet worden vastgesteld. De tarieven zijn uniform aan het gebruik van de stedelijke sporthallen met die uitzondering dat enkel Deinse verenigingen in aanmerking komen voor deze infrastructuur.
Het betreft een nieuw reglement dat wordt opgemaakt naar aanleiding van de invoering van een forfait voor trainingsuren voor sportclubs zonder betalende competitie. Voor de berekening van het totaal aantal trainingsuren wordt het gebruik over alle sportinfrastructuur heen meegerekend. Voor het ander gebruik, dat slechts sporadisch doorgaat, werd in het verleden beroep gedaan op de reglementen van de stedelijke sporthallen. Deze tarieven worden nu ook mee opgenomen.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
074000 - Sportsector- en verenigingsondersteuning |
| algemene rekening |
700600 - Retributies: huur publieke ruimtes |
| actie |
geen |
| krediet |
te voorzien in MJPW 2026/1 |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de externe sporthallen (scholen).
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de gebruikers van de externe sporthallen (scholen).
Definities
Artikel 3
Training: de regelmatige, wekelijkse sportbeoefening op basis van een sportseizoen (van min.35 weken) door een erkende Deinse sportvereniging.
Standaard gebruik / wedstrijden: wedstrijden, stages, sportkampen, tornooien, lessenreeksen, éénmalig gebruik enz.
Tarieven
Artikel 4
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
| Sportverenigingen |
Deinze |
Niet-Deinze |
| Standaard gebruik - per uur |
11,50 euro/uur/zaaldeel |
/ |
| Training sportclubs in vaste bezetting - |
0,00 euro |
/ |
| Training sportclubs in vaste bezetting - zonder betalende reguliere competitie |
Forfait over alle sportinfrastructuur heen: < 7 u / week: 200 euro |
/ |
| Competitie - minimum 10 wedstrijden / seizoen - per uur |
10,00 euro |
/ |
Artikel 5
Het forfaitair jaarbedrag wordt berekend op het gecumuleerd zaalgebruik over alle door Stad Deinze aangeboden sportinfrastructuur heen.
Artikel 6
Klaarzetten en opruimen van het gereserveerde zaaldeel dient te gebeuren binnen de gereserveerde tijd. (Indien nodig extra tijd reserveren).
Artikel 7
Elke georganiseerde wedstrijd of competitie, zowel op recreatief als op competitief niveau, wordt beschouwd als een officiële wedstrijd.
Artikel 8
Bij niet annulering of bij laattijdige annulering, minder dan 8 dagen voor het gebruik, zal een vergoeding van 25 euro worden aangerekend (met uitzondering van overmacht).
Artikel 9
Indien de zaal niet proper achtergelaten wordt zullen bijkomende schoonmaakkosten aangerekend worden. Dit zal automatisch gebeuren onmiddellijk na het vaststellen van het in gebreke blijven. Het verantwoordelijk personeelslid van Stad Deinze is bevoegd voor de vaststellingen. De kosten voor de bijkomende schoonmaak bedragen 75 euro per uur, met een minimum van 2 uur, en per ingezet personeelslid.
Artikel 10
Er wordt een schadevergoeding aangerekend om alle aangebrachte schade aan zaal en materiaal te herstellen. De schadevergoeding is gelijk aan de som van alle kosten voor de herstelling + 75 euro per uur personeelskost.
Artikel 11
De beschikbaarheid van kleedkamers en douches verschilt per school. Voor meer informatie moet contact opgenomen worden met de dienst Sport en Recreatie.
Artikel 12
Alle bovenstaande retributies zijn inclusief BTW, tenzij anders vermeld.
Artikel 13
Aanvragen waarvan de modaliteiten niet uitdrukkelijk in dit reglement omschreven zijn, zullen voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 14
Alle tarieven vermeld in dit reglement worden jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Belasting jaar X = Basistarief belasting * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde halve euro.
Wijze van betaling
Artikel 15
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 16
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 17
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de externe sporthallen (scholen) wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het tariefreglement Sporthal Oostbroek, geëxploiteerd door Farys, aangepast via de gemeenteraadsbeslissingen van 24 juni 2020 en 26 november 2020.
Het tarievenreglement van Farys voor 2026-2031.
Het retributiereglement voor Oostbroek verloopt via Farys. De tarieven zijn analoog aan de andere retributiereglementen binnen onze stad.
Het huidige retributie voor de Sporthal Oostbroek vervalt op 31 december 2025 en moet dus vernieuwd worden.
De dienst sport en recreatie stelt, op basis van ervaringen de voorbije jaren, deze wijzigingen voor:
De ontvangsten van deze beslissing komen in de boekhouding van Farys, en worden verrekend met de jaarlijkse werkingssubsidie.
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op sporthal Oostbroek.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de gebruikers van de sporthal.
Definities
Artikel 3
Training: de regelmatige, wekelijkse sportbeoefening op basis van een sportseizoen (van min.35 weken) door een erkende Deinse sportvereniging.
Standaard gebruik / wedstrijden: wedstrijden, stages, sportkampen, tornooien, lessenreeksen, éénmalig gebruik enz.
Officiële wedstrijd: elke georganiseerde wedstrijd of competitie, zowel op recreatief als op competitief niveau.
Tarieven
Artikel 4
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Prijs/uur per zaaldeel of polyvalente zaal (indien niet anders weergegeven)
A.
| Individuen |
Deinze |
Niet-Deinze |
| Standaard gebruik - per uur |
11,50 euro |
22,50 euro |
| Gebruik kleedkamers / douches - per persoon |
3,00 euro |
4,00 euro |
| Sportverenigingen |
Deinze |
Niet-Deinze |
| Standaard gebruik - per uur |
11,50 euro |
22,50 euro |
| Training sportclubs in vaste bezetting |
11,50 euro * |
11,50 euro |
| Competitie - minimum 10 wedstrijden / seizoen - per uur |
10,00 euro |
/ |
| Competitie minivoetbal behorende tot minivoetbalbond - per uur - per volledige zaal |
6,50 euro |
/ |
| G-werking (max 2x/week) - door Deinze erkende sportvereniging - per uur |
gratis |
/ |
| Gebruik kleedkamers / douches - per kleedkamer |
15,00 euro |
25,00 euro |
| Scholen |
Deinze |
Niet-Deinze |
| Standaard gebruik gebruik - per uur |
10,00 euro |
20,00 euro |
| Lessen LO - lager onderwijs - per uur |
gratis |
20,00 euro |
| Lessen LO - secundair onderwijs - per uur |
9,50 euro |
16,50 euro |
| Schoolsportdagen (1 x jaar) - per jaar |
gratis |
/ |
| G-werking (max 2x/week) - niet commerciële organisaties - |
gratis |
/ |
| Bedrijven |
Deinze |
Niet-Deinze |
| Standaard gebruik gebruik - per uur |
22,50 euro |
45,00 euro |
* Derdebetalersregeling mogelijks via Stad Deinze
B.
| Squashcourts |
Deinze |
Niet-Deinze |
| Individuelen |
12,00 euro |
12,00 euro |
C.
| Vergaderzaal |
Deinze |
Niet-Deinze |
| Concessionaris |
0,25 euro |
0,25 euro |
| Verenigingen (in combinatie met betalende wedstrijd) |
gratis |
gratis |
D.
| Publiciteit -per bord |
Deinze |
Niet-Deinze |
| Individuelen |
1,00 euro |
1,00 euro |
Artikel 5
De Deinse basisscholen kunnen voor de organisatie van de reguliere lessen lichamelijke opvoeding en BUSO Ten Dries voor bewegingslessen gebruik maken van de stedelijke sportinfrastructuur (behalve het zwembad en de kunstgrasvelden). De kosten zullen via een derdebetalersysteem gedragen worden door de stad Deinze.
Artikel 6
Het forfaitair jaarbedrag voor trainingsuren van sportclubs in vaste bezetting wordt berekend op het gecumuleerd zaalgebruik over alle door de Stad aangeboden sportinfrastructuur heen.
Artikel 7
Klaarzetten en opruimen van het gereserveerde zaaldeel dient te gebeuren binnen de gereserveerde tijd. (Indien nodig extra tijd reserveren).
Artikel 8
Bij sportevenementen en tornooien zijn opbouw en afbraak niet betalend, mits noodzakelijke reservaties en goedkeuring van de dienst sport en recreatie. De tijd wordt bepaald in overleg met de dienst sport en recreatie i.f.v. de effectief nodige tijd voor opbouw en afbraak.
Artikel 9
Bij niet annulering of bij laattijdige annulering, minder dan 8 dagen voor het gebruik, zal een vergoeding van 25 euro worden aangerekend (met uitzondering van overmacht).
Artikel 10
Indien de zaal niet proper achtergelaten wordt zullen bijkomende schoonmaakkosten aangerekend worden. Dit zal automatisch gebeuren onmiddellijk na het vaststellen van het in gebreke blijven. Het verantwoordelijk personeelslid van Stad Deinze is bevoegd voor de vaststellingen. De kosten voor de bijkomende schoonmaak bedragen 75 euro per uur, met een minimum van 2 uur, en per ingezet personeelslid. Er wordt een schadevergoeding aangerekend om alle aangebrachte schade aan zaal en materiaal te herstellen. De schadevergoeding is gelijk aan de som van alle kosten voor de herstelling + 75 euro per uur personeelskost.
Indien na afspraak met de zaalverantwoordelijke gesorteerd afval moeten worden weggevoerd wordt nog een bijkomende vergoeding van 75 euro per uur, met een minimum van 2 uur, en per personeelslid aangerekend. Bij een abnormale vervuiling van de buitenomgeving zal een forfaitair bedrag van 300 euro worden aangerekend.
De kosten voor het gebruik van vuilzakken en afvoer van afval via gewone container en glascontainer worden extra aangerekend op basis van de handelsprijs voor de vuilzakken en een forfait van 50 euro per glascontainer en van 100 euro (volledige) of 50 euro (halve) per afvalcontainer.
Artikel 11
Alle bovenstaande retributies zijn inclusief BTW, tenzij anders vermeld.
Artikel 12
Aanvragen waarvan de modaliteiten niet uitdrukkelijk in dit reglement omschreven zijn, zullen voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 13
Alle tarieven vermeld in dit reglement worden jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde halve euro.
Wijze van betaling
Artikel 14
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 15
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 16
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor sporthal Oostbroek wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van beleidssubsidies aan sportverenigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 22 april 2021 over het subsidiereglement voor het toekennen van beleidssubsidies aan sportverenigingen. (aanpassing en verlenging).
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 22 april 2021 over de aanpassing en verlenging van het subsidiereglement voor het toekennen van beleidssubsidies aan sportverenigingen (met gecoördineerde versie) eindigt op 31 december 2025.
Het doel van deze jaarlijks toegekende beleidssubsidies aan erkende sportverenigingen is sportverenigingen ondersteunen die zich inzetten op kwaliteit in organisatie en opleiding. Ook meewerken aan het sportbeleid van Stad Deinze wordt aangemoedigd. Sportverenigingen kunnen via een puntensysteem op kwantitatieve criteria subsidies bekomen binnen dit reglement.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie voor de toekenning van beleidssubsidies te behouden om zo de erkende sportverenigingen structureel te ondersteunen bij hun werking.
Het budget voorzien in het meerjarenplan van de stad voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
De komende jaren zal samen met de nieuw samengestelde sportraad het reglement grondig worden geëvalueerd, waarbij administratieve vereenvoudiging, digitalisering en optimalisatie in de huidige sportcontext worden vooropgesteld.
De dienst stelt nu twee kleine aanpassingen voor:
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 074000 - Sportsector en -verenigingsondersteuning |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 47.300 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 een reglement gevestigd voor het toekennen van beleidssubsidies aan sportverenigingen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil de werking van erkende sportverenigingen ondersteunen met een jaarlijkse subsidie, met als doel de sportparticipatie te verhogen, meer inwoners levenslang te laten sporten, en anderzijds in te zetten op een duurzaam sportbeleid waarbij, via professionalisering en optimalisering van de clubwerking, de kwaliteitsverhoging van het aanbod in de sportverenigingen verder wordt uitgebouwd.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een door Stad Deinze erkende sportvereniging die aangesloten is bij een erkende sportfederatie (vroegere categorie A) of erkend is met positief advies van de sportraad voor subsidiëring (vroegere categorie B).
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Erkenning leidt niet automatisch tot het bekomen van subsidies. Beleidssubsidies worden toegekend op basis van de criteria zoals bepaald in artikel 6 en artikel 8 van dit reglement.
Erkende sportverenigingen die een gesubsidieerde werking hebben in andere gemeenten, kunnen enkel subsidies aanvragen voor hun werking in de stad Deinze.
Erkende sportverenigingen komen slechts in aanmerking voor subsidies op basis van dit reglement voor zover ze geen andere werkingssubsidies ontvangen van Stad Deinze.
Erkende sportverenigingen die hun werking stoppen, brengen de bevoegde dienst hiervan onmiddellijk op de hoogte en kunnen geen subsidies meer ontvangen.
Subsidiebedrag
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
| STRUCTUUR |
|
||||||||||||||||
| 1. |
De sportvereniging heeft een organogram van de clubstructuur: van het bestuur en van het vaste trainerskorps. Per mandaat staat de naam en de functiebeschrijving. |
2 x 25 punten |
|||||||||||||||
| 2. |
De sportvereniging beschikt over een sportgekwalificeerde jeugdsportcoördinator: een jeugdcoördinator, TVO (Technisch Verantwoorde Jeugdopleiding) of jeugdmanager die instaat voor:
|
25 punten |
|||||||||||||||
| 3. |
De sportvereniging heeft voor de integratie van personen met een beperking:
|
|
|||||||||||||||
| 4. |
De sportvereniging heeft voor dezelfde leeftijdscategorie zowel een competitief als een recreatief aanbod (afzonderlijke begeleiding). |
50 punten |
|||||||||||||||
| 5. |
De sportvereniging is een VZW. |
50 punten |
|||||||||||||||
| 6. |
De sportvereniging heeft een actuele website. |
25 punten |
|||||||||||||||
| TRAINERS |
|
|
|||||||||||||||
| 7. |
De begeleiding van de sporters gebeurt door in de betrokken sporttak gekwalificeerde* trainers.
De getuigschriften/ diploma’s van erkende opleidingen uit het verleden blijven van kracht. Voor andere kwalificaties moet de trainer een assimilatie-attest bijvoegen van de VTS. |
||||||||||||||||
| 8. |
Het procentuele aantal gediplomeerde trainers t.o.v. het aantal leden. |
10 punten per procent |
|||||||||||||||
| OPLEIDINGEN EN BIJSCHOLINGEN |
|
||||||||||||||||
| 9. |
De sportvereniging organiseert opleidingen en bijscholingen voor de eigen trainers (met een maximum van 5 opleidingen per jaar). |
10 punten /opleiding (max. 50 ptn) |
|||||||||||||||
| 10. |
De trainers of bestuurders volgen een bijscholing buiten de club: |
1 punt /bijscholing pp |
|||||||||||||||
| MEDEWERKING EN ADVIES |
|
||||||||||||||||
| 11. |
De sportvereniging is actief lid van de stedelijke sportraad : |
|
|||||||||||||||
| 12. |
De sportvereniging werkt op vrijwillige basis mee aan stedelijke sportactiviteiten georganiseerd door |
25 punten /activiteit |
|||||||||||||||
KWANTITEIT
| 1. |
Basissubsidie: Elke sportvereniging die in aanmerking komt voor subsidiëring ontvangt een forfaitair bedrag van € 75. Daarna wordt de rest verdeeld met een puntensysteem per criterium. |
€ 75 |
| 2. |
Aantal verzekerde leden in de sportvereniging. |
5 punten /lid |
| 3. |
Hoogst geklasseerde ploeg of afvaardiging van sportverenigingen die in competitie treden: |
|
| 4. |
Aantal jeugdleden in officiële competitie (geen tornooien). |
1 punt /atleet |
| 5. |
De sportvereniging maakt bij de beoefening van hun sport geen gebruik van de stedelijke sportinfrastructuur en de trainingsuren worden niet betaald door de stad via derdebetalerssyteem. |
100 punten |
| 6. |
De sportvereniging baat geen cafetaria uit: |
|
| 7. |
De sportvereniging schakelt ervaringsdeskundigen in zonder sporttechnische kwalificatie met minimum 10 jaar trainerservaring in de betrokken sporttak. |
15 punten /trainer |
Procedure
Aanvraag
Artikel 9
§1. De subsidie van het voorbije sportjaar wordt aangevraagd vóór 30 juni via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 10
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimale vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 9, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 11
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 12
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer wijzigt.
Sancties
Artikel 13
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidies en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen, het verleende subsidiebedrag terug te vorderen en komt de sportvereniging voor het betrokken jaar niet meer in aanmerking voor subsidies van Stad Deinze.
Betwistingen
Artikel 14
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 een reglement gevestigd voor het toekennen van beleidssubsidies aan sportverenigingen.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over het subsidiereglement voor het toekennen van impulssubsidies aan sportverenigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 22 april 2021 over de aanpassing en de verlenging van het subsidiereglement voor het toekennen van impulssubsidies aan sportverenigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
Het aangepaste aanvraagformulier voor het bekomen van een impulssubsidie (1 formulier voor het aanvragen van een beleids- en/of impulssubsidie).
Het gemeenteraadsbesluit van 22 april 2021 over de aanpassing en verlenging van het subsidiereglement voor het toekennen van impulssubsidies aan sportverenigingen (met gecoördineerde versie) eindigt op 31 december 2025.
Stad Deinze wil erkende sportverenigingen die investeren in een kwalitatieve jeugdwerking verder extra ondersteunen met een impulssubsidie.
Het budget voorzien in het meerjarenplan van de stad voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Twee kleine aanpassingen worden voorgesteld:
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 074000 - Sportsector en -verenigingsondersteuning |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| actie | geen |
| krediet | 38.100 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van impulssubsidies aan sportverenigingen met een jeugdwerking.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil erkende sportverenigingen die investeren in een kwalitatieve jeugdwerking extra ondersteunen met een impulssubsidie.
Definities
Artikel 3
Doelgroep
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een door Stad Deinze erkende sportvereniging die aangesloten is bij een erkende sportfederatie en een jeugdopleiding aanbiedt aan haar leden. Sportverenigingen die een gesubsidieerde werking hebben in andere gemeenten, kunnen enkel subsidies aanvragen voor hun werking in de stad Deinze.
Voorwaarden
Artikel 5
Subsidiebedrag
Artikel 6
Het budget voor deze subsidie voorzien in het meerjarenplan van Stad Deinze wordt als volgt verdeeld:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Artikel 8
Het toekennen van de punten zoals vermeld in artikel 6 gebeurt op basis van de volgende puntentabel:
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 9
Beoordeling
Artikel 10
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimale vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 9, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 11
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 12
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 13
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald te worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidies en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen, het verleende subsidiebedrag terug te vorderen en komt de sportvereniging voor het betrokken jaar niet meer in aanmerking voor subsidies van Stad Deinze.
Betwistingen
Artikel 14
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van impulssubsidies aan sportverenigingen met een jeugdwerking.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor sportcomités die in Deinze wielerwedstrijden organiseren.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor sportcomités die in Deinze wielerwedstrijden organiseren eindigt op 31 december 2025.
Het college van burgemeester en schepenen heeft in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 een verdere financiële ondersteuning voor zien voor sportcomités van Deinze die in Deinze wielerwedstrijden organiseren.
Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen aangebracht. De criteria en hun weging voor het verdelen van de globale subsidie over de aanvragers worden niet gewijzigd. Het reglement kan initiatiefnemers stimuleren om wielerwedstrijden te (blijven) organiseren in de fietsstad Deinze.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 074000 - Sportsector- en verenigingsondersteuning |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met een reglement |
| kostenplaats | WIELER |
| krediet 2026 | 13.800 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan sportcomités die wielerwedstrijden in Deinze organiseren.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil hiermee initiatiefnemers stimuleren om wielerwedstrijden te (blijven) organiseren in de fietsstad Deinze.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een door Stad Deinze erkend sportcomité die wielerwedstrijden organiseert in de stad Deinze.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden:
Subsidiebedrag
Artikel 6
De criteria voor het toekennen van een subsidie bij de organisatie van wielerwedstrijden zijn:
| Basistoelage voor veiligheid en ziekenwagen Rode Kruis per organisatie |
250 euro |
| Liefhebbers (elite zonder contract 25+) |
500 euro |
| Beloften (elite zonder contract 25-) |
500 euro |
| Wedstrijd juniores |
375 euro |
| Nieuwelingen |
250 euro |
| Waod (wielrenners amateurs openbare diensten) |
100 euro |
| Aspiranten |
125 euro |
| Miniemen |
125 euro |
| Cyclocross nieuwelingen/juniores/liefhebbers |
375 euro |
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze vóór 31 december van het jaar waarin de wielerwedstrijd werd georganiseerd.
Beoordeling
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 9
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 12
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 13
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 14
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan sportcomités die wielerwedstrijden in Deinze organiseren voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 22 februari 2024 over het retributiereglement Stedelijke Openbare Bibliotheek Deinze - aanpassing.
Bibliotheek Deinze maakt deel uit van de regiobib Leie Schelde. Binnen dit regioverband is de voorwaarde van toepassing om te werken met één gemeenschappelijk reglement.
Het huidige retributiereglement vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
De tarieven voor de aanmaningsberichten worden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme prijsindexering. Vanaf 2027 worden deze tarieven jaarlijks geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
070300 - Openbare bibliotheken |
| algemene rekening |
700810 - Retributies: verkopen bibliotheek |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
13.600 euro + 15.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de stedelijke openbare bibliotheek Deinze.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de persoon op wiens naam de bibliotheekmaterialen werden uitgeleend of aan wie de bibliotheekdiensten werden verleend.
Tarieven
Artikel 3
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
I. Lidmaatschap
II. Ontlening
III. Reservaties
IV. Maningsgelden
V. Laattijdig terugbrengen
De procedure voor het te laat terugbrengen van ontleende materialen is de volgende:
|
|
aantal kalenderdagen |
brief of e-mail |
Kostprijs |
| eerste aanmaningsbericht |
7 dagen na het verstrijken van de leentermijn |
e-mail (brief voor leners zonder e-mail) |
0 euro portkosten + maningsgeld IV
|
| tweede aanmaningsbericht |
21 dagen na het verstrijken van de leentermijn |
per brief |
2 euro portkosten + maningsgeld IV |
| derde aanmaningsbericht of materiaalvergoedingsnota |
42 dagen na het verstrijken van de leentermijn |
aangetekend schrijven
|
10 euro portkosten + maningsgeld IV |
| vierde aanmaningsbericht |
63 dagen na het verstrijken van de leentermijn |
factuur per brief
|
voorstel tot betalen van de boeken tegen effectieve aankoopprijs + betalen maningsgeld IV (maximaal 5,40 euro per materiaal) + 12 euro portkosten |
VI. Verlies of beschadiging
VII. Gebruik van internet en wifi
Artikel 4
Vanaf 2027 zal de retributie vermeldt onder artikel 3 V jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: op de bovenliggende 0,10 euro
Wijze van betaling
Artikel 5
De retributie moet contant betaald worden via Bancontact via het bibliotheekaccount van de lener of aan de balie van de bibliotheek. De lener kan ook online betalen via Mijn Bibliotheek. Een kwitantie wordt afgeleverd.
Als de retributie niet onmiddellijk betaald kan worden, moet de betaling gebeuren ten laatste op het moment dat het verschuldigde bedrag 5 euro bedraagt, zo niet wordt de lenerskaart geblokkeerd en wordt de lener van elke vorm van dienstverlening (boeken ontlenen, internet, printen en fotokopies) uitgesloten.
Leners hebben 3 maanden de tijd om het openstaande bedrag van 5 euro of meer te betalen. Na 3 maanden krijgen de leners met een openstaand bedrag van 5 euro of meer een registratienota via e-mail met de vraag om het openstaande bedrag te betalen.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 6
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 7
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor de Stedelijke Openbare Bibliotheek Deinze wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het toekennen van subsidies aan de seniorenverenigingen van Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement voor de erkenning van verenigingen in Deinze.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het toekennen van subsidies aan de seniorenverenigingen van Deinze eindigt op 31 december 2025.
In het najaar 2024 hebben alle diensten hun bestaande subsidiereglementen geëvalueerd. Er was een gezamenlijke evaluatieoefening voor de subsidiereglementen voor de doelgroep verenigingen samen met diensten Sport en Recreatie, Cultuur, Jeugd en Zeventiendorpen.
Tijdens deze evaluatie en overlegmomenten stelden we vast dat het subsidiereglement voor de seniorenverenigingen goed werkt.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden om de werking van seniorenverenigingen financieel te ondersteunen en hen zo te stimuleren om sociaal-culturele activiteiten verder te blijven ontwikkelen en hun maatschappelijke functie te vervullen.
Het budget voorzien in het meerjarenplan voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Inhoudelijk wordt het reglement niet gewijzigd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 095900 - Overige verrichtingen betreffende ouderen |
| algemene rekening | 649150 - algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 23.180 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan de seniorenverenigingen.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil de werking van erkende seniorenverenigingen ondersteunen met een jaarlijkse subsidie, met als doel de kansen voor senioren op ontmoeting, persoonlijke of gemeenschappelijke ontplooiing te verruimen. Dit door erkende seniorenverenigingen financieel te ondersteunen in hun basiswerking (basissubsidie en werkingssubsidie) en bij het huren van een bijkomend lokaal en/of terrein indien nodig (huursubsidie).
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een door Stad Deinze erkende seniorenvereniging voor hun activiteiten tijdens het voorbije kalenderjaar.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Artikel 6
Deze subsidie is niet cumuleerbaar met andere subsidies van Stad Deinze.
Subsidiebedrag
Artikel 7
§1. Maximum 11% van het krediet voorzien voor deze subsidie gaat naar het uitbetalen van de huursubsidie.
§2. Minimum 89% van het krediet voorzien voor deze subsidie gaat naar het uitbetalen van:
Artikel 8
Vanaf 2027 zal het budget voorzien voor deze subsidie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Artikel 9
§1. Basissubsidie: de seniorenvereniging die overeenkomstig artikel 3 en 4 in aanmerking komt voor een basissubsidie, ontvangt 1,75 euro per lid van 60 jaar of ouder en gedomicilieerd is in de stad Deinze.
§2. Werkingssubsidie: de seniorenvereniging die overeenkomstig artikel 3, 4 en 5 in aanmerking komt voor een werkingssubsidie, ontvangt per activiteit 1 punt. De seniorenvereniging die geen inkomsten uit de drankenverkoop tijdens de activiteit overhoudt, wordt per activiteit die in hun lokaal doorgaat 1 extra punt toegekend.
§3. Huursubsidie: de seniorenvereniging die overeenkomstig artikel 3, 4 en 5 in aanmerking komt voor een huursubsidie, ontvangt het totaalbedrag van alle huurbedragen per activiteit met een maximum van 8 terugbetalingen per werkjaar.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 10
De subsidie voor het voorbije werkjaar wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze vóór 1 maart. De aanvraag gebeurt digitaal. Is hulp nodig bij het indienen van de aanvraag, kan dit via de seniorenconsulent.
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag en maakt de verdeling van de subsidies op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Ter controle van de voorwaarden opgenomen in dit reglement stelt elke seniorenvereniging volgende bewijsstukken ter beschikking:
Deze bewijsstukken moeten niet bij de aanvraag worden toegevoegd, maar zijn ter inzage en ter beschikking voor de subsidiërende instantie.
§3. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 14
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 15
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan seniorenverenigingen voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor voorzieningen en organisaties voor personen met een beperking.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2019 over het subsidiereglement voor voorzieningen en organisaties voor personen met een beperking eindigt op 31 december 2025.
Meer dan 2300 Deinzenaren hebben een ernstige beperking. Velen van hen kunnen rekenen op de zorg van een voorziening of organisatie. Het stadsbestuur steunt deze voorzieningen en organisaties aan de hand van een jaarlijkse subsidie.
Hierbij het voorstel om deze subsidie te behouden voor de periode 2026-2031.
Het budget voorzien in het meerjarenplan van de stad voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
Inhoudelijk wordt het reglement niet gewijzigd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 091100 - Diensten en voorzieningen voor personen met een beperking |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| krediet | 10.450 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidiereglement gevestigd voor voorzieningen voor personen met een beperking.
Artikel 2
Stad Deinze wil voorzieningen die inwoners met een beperking ondersteunen, financieel bijstaan voor de zorg die ze verlenen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan jaarlijks aangevraagd worden door voorzieningen die hulp bieden aan inwoners met een beperking.
Artikel 5
Komen niet in aanmerking voor de subsidie:
Subsidiebedrag
Artikel 6
De subsidie wordt berekend aan de hand van het aantal in de loop van het vorige kalenderjaar ondersteunde inwoners met een beperking en het type ondersteuning:
Artikel 7
Vanaf 2027 zal de subsidie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende 0,5 euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
De subsidie voor het voorbije kalenderjaar wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze voor 1 mei.
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de aanvragen op basis van de voorwaarden van het reglement.
§2. Ter controle van de voorwaarden opgenomen in het reglement stelt elke voorziening volgende bewijsstukken ter beschikking:
Deze bewijsstukken worden niet aan de aanvraag toegevoegd, maar worden tot 1 jaar na de aanvraag ter beschikking gehouden voor de bevoegde dienst.
§3. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag bij de aanvrager en advies vragen aan de Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Beperking.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidies te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan voorzieningen voor personen met een beperking voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het OCMW-raadsbesluit van 19 december 2019 over het reglement voor het toekennen van een premie voor personen met een beperking.
Het OCMW-raadsbesluit van 19 december 2019 over het reglement voor het toekennen van een premie voor personen met een beperking eindigt op 31 december 2025.
Personen met een beperking worden geconfronteerd met heel wat kosten. Het stadsbestuur wil hen hierin bijstaan aan de hand van een jaarlijkse premie.
De verwerking van de premie wordt van het Sociaal Huis overgeheveld naar de dienst Onderwijs en Samenleven. Het budget voorzien voor deze subsidie is vanaf 2026 voorzien bij de stad.
In de loop van 2026 wordt het reglement geëvalueerd en kan dit, indien noodzakelijk, bijgestuurd worden.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 091100 - Diensten en voorzieningen voor personen met een beperking |
| algemene rekening | 649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen |
| krediet | 27.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van een premie aan personen met een beperking.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil inwoners met een beperking, die verblijven op een privéadres in de stad en niet permanent in een zorginstelling verblijven, financieel ondersteunen omwille van de hoge extra kosten die vaak veroorzaakt worden door hun beperking.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door inwoners met een beperking die gedomicilieerd zijn op een privéadres in de stad op 31/12 van het voorbije kalenderjaar en niet permanent in een zorginstelling verblijven.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 6
De premie bedraagt 130 euro per kalenderjaar.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
De subsidie voor het voorbije kalenderjaar wordt aangevraagd via het formulier beschikbaar op de website van Stad Deinze tussen 1 januari en 31 maart.
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de aanvraag op basis van de voorwaarden van het reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Artikel 9
De bevoegde dienst consulteert de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid om de verminderde zelfredzaamheid en het recht op verhoogde tegemoetkoming na te gaan.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en het verleende subsidiebedrag terugvorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van een premie aan personen met een beperking voor de periode van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Ortwin Depoortere (raadslid)
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies aan kleinschalige zuidprojecten met draagvlak in Deinze.
Het advies van de Lokaal Mondiale Raad van 6 oktober 2025 over het subsidiereglement Zuidprojecten.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies aan kleinschalige zuidprojecten met draagvlak in Deinze eindigt op 31 december 2025.
Vanuit het lokaal mondiaal beleid wenst het stadsbestuur, voor de periode 2026-2031, kleinschalige projecten in het globale zuiden met een draagvlak in de stad Deinze verder ondersteunen.
Het bestaande subsidiereglement werd in overleg met de Lokaal Mondiale Raad grondig geëvalueerd en herwerkt. Het volledige reglement werd herschreven om de aanvraagprocedure te vereenvoudigen en een objectievere evaluatie van de projecten mogelijk te maken.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 016000 - Hulp aan het buitenland |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | PROJ |
| krediet | 18.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies aan kleinschalige zuidprojecten met een draagvlak in de stad Deinze.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil 4de pijler initiatieven met een draagvlak in de stad Deinze waarderen en ondersteunen, zowel financieel als door kennisuitwisseling, bij hun projecten in het Globale Zuiden.
Heel wat uitdagingen eindigen niet aan onze grenzen. Heel wat mondiale uitdagingen worden lokaal steeds meer voelbaar. Om ze effectief aan te pakken is niet alleen een gezamenlijke internationale benadering nodig, maar ook lokaal initiatief. Als stad dragen we actief bij aan de realisatie van een duurzame en eerlijke wereld. Ons lokaal mondiaal beleid gaat uit van een evenwichtige visie op ontwikkelingssamenwerking, aangepast aan de realiteit van vandaag.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De aanvraag kan ingediend worden door een inwoner die een directe en actieve band heeft met de 4de pijlerorganisatie waarvoor de subsidie aangevraagd wordt.
Artikel 5
De aanvrager toont zijn engagement in het uitdragen van wereldburgerschap door een actieve rol op te nemen in de Lokaal Mondiale Raad of te ondersteunen bij minstens één mondiale activiteit in de stad per kalenderjaar.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Artikel 7
Volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidiëring:
Subsidiebedrag
Artikel 8
Een organisatie of project kan één keer per kalenderjaar rekenen op een subsidie van maximaal 1.000 euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing, uitbetaling, verantwoording)
Aanvraag
Artikel 9
De subsidie wordt aangevraagd via het formulier beschikbaar op de website van Stad Deinze voor 1 mei.
Beoordeling
Artikel 10
De aanvraag wordt beoordeeld door een jury die tweejaarlijks wordt samengesteld door het college van burgemeester en schepenen. De jury bestaat minstens uit één beleidsmedewerker van de gemeentelijke administratie en twee onafhankelijk experts uit het mondiale veld. Een medewerker van de dienst bevoegd voor het lokaal mondiaal beleid is inhoudelijk op de hoogte van de dossiers en waarborgt de administratieve ondersteuning en een correct verloop. Als de ingediende aanvraag onduidelijk of onvolledig is, dan neemt een medewerker van de dienst bevoegd voor het lokaal mondiaal beleid contact op met de aanvrager om extra informatie in te winnen.
Artikel 11
De aanvraag wordt beoordeeld op basis van duurzame criteria:
Artikel 12
Het college van burgemeester en schepenen beslist op basis van het advies van de jury of een subsidieaanvraag aanvaardbaar is of niet. Het college van burgemeester en schepenen motiveert haar beslissing op objectieve wijze.
Artikel 13
De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 14
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op een officieel bankrekeningnummer van de organisatie. Om dit te bevestigen wordt er in de aanvraag een bankattest als bewijs gevraagd.
§2. Als er geen officiële bankrekening op naam van de organisatie beschikbaar is, kan een persoonlijke bankrekening aanvaard worden mits bewijs dat de middelen worden doorgestort aan het project.
§3. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de organisatie of aanvrager wijzigt.
Verantwoording
Artikel 15
Om een kwaliteitsvolle en transparante werking te garanderen, kan Stad Deinze een inhoudelijke en financiële verantwoording opvragen van toegekende subsidies. Elk jaar worden willekeurig enkele projecten geselecteerd waarvoor de verantwoording wordt gevraagd. Ook wanneer er vermoedens zijn dat een subsidie niet correct werd besteed, kan Stad Deinze een verantwoording opvragen. Een verantwoording kan tot twee jaar na uitbetaling worden gevraagd. De aanvrager is verplicht hieraan mee te werken en de nodige informatie of bewijsstukken te bezorgen binnen de gevraagde termijn.
Artikel 16
Als uit de verantwoording blijkt dat een deel of de volledige subsidie niet binnen de 12 maanden na uitbetaling aan het project werd besteed, of niet aan de voorwaarden van het reglement is voldaan, kan Stad Deinze beslissen om (een deel van) de subsidie terug te vorderen.
Artikel 17
Als het gesubsidieerde project niet kan doorgaan, bijvoorbeeld door economische, politieke of andere onvoorziene omstandigheden, is de aanvrager verplicht dit zo snel mogelijk te melden aan de dienst bevoegd voor het lokaal mondiaal beleid. Een voorstel tot herbesteding wordt schriftelijk voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Als er geen passend alternatief wordt gevonden, of de herbesteding wordt niet goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen, kan Stad Deinze beslissen om (een deel van) de subsidie terug te vorderen.
Sancties
Artikel 18
In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 19
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies aan kleinschalige zuidprojecten met een draagvlak in de stad Deinze voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Ortwin Depoortere (raadslid)
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies aan Noord-Zuidverenigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 23 oktober 2025 over het reglement erkenning van verenigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies aan Noord-Zuidverenigingen eindigt op 31 december 2025.
In Deinze zijn verschillende 4de pijlerorganisaties (ook Noord-Zuid-verenigingen genoemd) actief. Ze spelen een belangrijke rol in het vormgeven van het lokaal mondiaal beleid van de stad. Ze versterken wereldburgerschap via sensibilisering en zetten in op mondiale solidariteit, samenwerking en mensenrechten.
Het stadsbestuur wil de 4de pijlerorganisaties die als Deinse vereniging erkend zijn via het reglement "erkenning van verenigingen" ondersteunen in hun dagelijkse werking aan de hand van een jaarlijkse basissubsidie.
het budget voorzien in het meerjarenplan van de stad voor deze subsidie wordt met 10% verhoogd in 2026 en vanaf 2027 jaarlijks geïndexeerd.
In het reglement wordt het begrip 'erkende verenigingen' toegepast op basis van het nieuwe reglement voor de erkenning van verenigingen van 23 oktober 2025.
Inhoudelijk wordt het reglement niet gewijzigd.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 016000 - Hulp aan het buitenland |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 2.200 euro (jaarlijkse indexatie vanaf 2027) |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van basissubsidies aan erkende 4de pijlerorganisaties.
Doel
Artikel 2
Het lokaal mondiaal beleid van Stad Deinze krijgt mee vorm door de inzet van de 4de pijlerorganisaties in de stad. Zij versterken wereldburgerschap via sensibilisering en hun werking rond mondiale solidariteit, samenwerking en mensenrechten.
Het stadsbestuur wil 4de pijlerorganisaties met een draagvlak in de stad Deinze waarderen en ondersteunen bij hun dagelijkse werking.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 3
De subsidie kan aangevraagd worden door de Stad Deinze erkende 4de pijlerorganisaties.
Subsidiebedrag
Artikel 4
De basissubsidie kan jaarlijks aangevraagd worden en bedraagt 200 euro.
Artikel 5
Vanaf 2027 zal de subsidie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Subsidie jaar X = Basisbedrag subsidie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende volle euro.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 6
De subsidie voor het lopende kalenderjaar wordt aangevraagd via het formulier beschikbaar op de website van Stad Deinze vóór 1 mei.
Beoordeling
Artikel 7
§1. De aanvraag wordt beoordeeld door de dienst bevoegd voor het lokaal mondiaal beleid.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen en verantwoordingsstukken opvragen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 8
Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen va de subsidie op basis van de beoordeling.
Artikel 9
De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 10
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 11
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van basissubsidies aan erkende 4de pijlerorganisaties voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies voor noodhulp.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies voor noodhulp vervalt per 31 december 2025.
Het stadsbestuur voert een lokaal mondiaal beleid en wil mondiaal solidair zijn. Ontwikkelingslanden worden onevenredig vaak getroffen door rampen en hebben niet steeds voldoende middelen om die rampen het hoofd te bieden. Met de noodhulpsubsidies ondersteunt Stad Deinze organisaties die noodhulp bieden in deze landen na een ramp.
Hierbij het voorstel om het subsidiereglement te behouden voor de periode 2026-2031.
Volgende wijzigingen zijn aangebracht:
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 016000 - Hulp aan het buitenland |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 2.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies van noodhulp.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze is mondiaal solidair. Ontwikkelingslanden worden onevenredig vaak getroffen door rampen en hebben zelf niet altijd voldoende middelen om deze rampen het hoofd te bieden. Met de subsidie voor noodhulp ondersteunt het stadsbestuur organisaties die hulp bieden bij rampen in ontwikkelingslanden.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie wordt toegekend aan de organisaties die dringende en onmiddellijke hulpacties organiseren in landen die geconfronteerd werden met natuurrampen en/of gewapende conflicten.
Artikel 5
De subsidie wordt enkel toegekend voor noodhulp in landen die voorkomen op de DAC-lijst van ODA-ontvangers van de OESO.
Voorwaarden
Artikel 6
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
De organisatie die voorziet in noodhulp ontvangt een bedrag van 500 euro.
Artikel 8
Indien op het einde van het kalenderjaar het budget van noodhulp niet volledig is besteed, wordt het resterende bedrag gelijkmatig verdeeld over de organisaties die gedurende het voorbije kalenderjaar een aanvraag tot financiële ondersteuning voor noodhulp hebben ingediend.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 10
De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
Beoordeling
Artikel 11
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de aanvraag en kan daarbij het advies van de Lokaal Mondiale Raad vragen.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 12
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 13
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de hulpverlenende organisatie zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de hulpverlenende organisatie wijzigt.
Sancties
Artikel 14
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet moet de subsidie terugbetaald worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, moet hij/zij de subsidie terugbetalen.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schoren en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager.
Betwistingen
Artikel 15
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor noodhulp voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 26 maart 2024 over het retributiereglement voor het gebruik van vergaderzalen en de gespreksruimte in Huis van het Kind Deinze.
De vergaderzalen en gespreksruimtes in Brielpunt worden door zowel interne diensten als externe partners dagelijks gebruikt. Voor externe partners is het een dankbare locatie omwille van de aanwezige parkeergelegenheid, de toegankelijkheid van de locatie, de inrichting als vergaderruimte en centrale ligging in Deinze.
Huis van het Kind is een samenwerkingsverband met partners. Het gebruik van de zalen in Huis van het Kind hoort bij het engagement van hun samenwerking en komt ook Huis van het Kind zijn doelstelling in netwerking tegemoet. Partners kunnen daarom gratis gebruik maken van de zalen.
Voor de eerstelijnszone Schelde en Leie is de locatie ook een mooie vindplaats voor eerstelijnspsychologen, die de ruimte kunnen huren voor hun diensten. Dit komt tegemoet aan de doelstelling in gezinsondersteuning van Huis van het Kind. Voor individuele sessies (betalend aanbod) worden de verhuurtarieven aangerekend. Voor gratis groepsaanbod in samenwerking georganiseerd met Huis van het Kind kunnen de zalen gratis gebruikt worden.
De huidige retributie vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden. Het tarief wordt aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme en kostendekkende prijsindexering. Vanaf 2027 wordt een indexatie toegepast.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
094400 - Opvoedingsondersteuning |
| algemene rekening |
700600 - Retributies: huur publieke ruimtes |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
700 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de verhuur van vergaderzalen en gespreksruimte Brielpunt.
Schuldenaar
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de huurder van de vergaderzalen en/of de gespreksruimte in Brielpunt.
Gebruiksperiode
Artikel 3
De vergaderzalen en gespreksruimte kunnen ter beschikking worden gesteld op weekdagen van 9u tot 22u. Bij gebruik na sluitingstijd van Huis van het Kind of de Brieltuin moet de sleutel voor 16u worden afgehaald bij de verantwoordelijke van verhuur.
Tarieven
Artikel 4
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 5
Koffie, thee en water die tijdens het gebruik door de huurder worden genuttigd, zijn inbegrepen. Indien er andere dranken of voeding die eigendom zijn van Brielpunt worden genuttigd tijdens de huurperiode zullen deze worden aangerekend aan de organisator. Hiervoor worden de tarieven van jeugdcentrum Brieljant gehanteerd.
Artikel 6
De huurder is verantwoordelijk voor de netheid en hygiëne binnen en buiten het gebouw. Men dient hiervoor de nodige maatregelen te nemen. Indien men deze bepaling niet naleeft, dan wordt aan de huurder een bijkomende poetsvergoeding gevraagd van 75 euro per uur en per ingezet personeelslid met een minimum van 2 uur. Het verantwoordelijke personeelslid van Huis van het Kind is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 7
Indien er schade vastgesteld wordt of wanneer materiaal ontbreekt na de huurperiode, dan worden de vervangingskosten/herstellingskosten aangerekend. Het verantwoordelijke personeelslid van Huis van het Kind is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 8
Indien er een vals inbraak- of brandalarm veroorzaakt wordt waardoor er een interventie moet plaatsvinden zullen de interventiekosten aangerekend worden. Het verantwoordelijke personeelslid van Huis van het Kind is verantwoordelijk voor de vaststelling
Artikel 9
Bij annulatie door de huurder worden er geen kosten in rekening gebracht. De verhuurder heeft het recht om reservaties te annuleren omwille van overmacht.
Artikel 10
De retributie zal jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd worden volgens onderstaande formule :
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
Het bekomen bedrag wordt afgerond naar de eerstvolgende halve euro.
Vrijstellingen
Artikel 11
De vergaderzalen en gespreksruimte worden gratis ter beschikking gesteld aan
Wijze van betaling
Artikel 12
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 13
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 14
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor verhuur van vergaderzalen en gespreksruimte Brielpunt wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 26 maart 2024 over het retributiereglement voor het gebruik van de refter in Leiebos.
In het kader van de multifunctionaliteit van gebouwen wordt in kinderopvang Leiebos de refter buiten de openingsuren van de kinderopvang ter beschikking gesteld voor verhuur aan externe partijen.
Om ervoor te zorgen dat deze verhuur op een transparante en correcte manier verloopt, wordt een retributiereglement opgesteld. Dit reglement bepaalt de voorwaarden, de tarieven en praktische afspraken, zodat alles in goede banen wordt geleid.
De huidige retributie vervalt op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden. Het tarief wordt aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme en kostendekkende prijsindexering. Vanaf 2027 wordt een indexatie toegepast.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
094503 - Buitenschoolse kinderopvang |
| algemene rekening |
700600 - Retributies: huur publieke ruimtes |
| actie |
geen |
| krediet |
500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de verhuur van de refter van kinderopvang Leiebos.
Schuldenaar
Artikel 2
De huurder:
- stad en OCMW Deinze
- een organisatie, vereniging, vrij beroep waarvan de werking bijdraagt tot gezinsondersteuning
- een socio-culturele vereniging gevestigd in Deinze in kader van vergaderingen en hobbynamiddagen
De retributie is verschuldigd door de aanvragers om de lokalen te huren.
Tarieven
Artikel 3
De retributie bedraagt € 8,50 inclusief btw per uur. Per begonnen uur wordt een volledig uur aangerekend.
Artikel 4
Vanaf 2027 zal de retributie jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen : tot op 10 cent naar boven afgerond.
Vrijstellingen
Artikel 5
De refter wordt gratis ter beschikking gesteld aan stad en OCMW Deinze.
Gebruiksperiode
Artikel 6
De refter in Leiebos kan ter beschikking gesteld worden op schooldagen, namelijk op maan-,dins-,donder- en vrijdag van 9u00 tot 15.00u en op woensdag van 9.00u tot 11.00.
Het toegangssysteem kan steeds de dag voordien tot 18:30u door een medewerker van Leiebos toegelicht worden.
Het lokaal is niet beschikbaar tijdens schoolvakanties en op pedagogische studiedagen.
Dranken
Artikel 7
Koffie, thee en water die tijdens het gebruik door de huurder worden genuttigd, zijn inbegrepen.
Andere dranken kunnen niet verkregen worden.
Bijkomende kosten
Artikel 8
De huurder is verantwoordelijk voor de netheid en hygiëne binnen en buiten het gebouw. Men dient hiervoor de nodige maatregelen te nemen. Indien men deze bepaling niet naleeft, dan wordt aan de huurder een bijkomende poetsvergoeding gevraagd van 75 euro per uur en per ingezet personeelslid met een minimum van 2 uur. Het verantwoordelijke personeelslid van Leiebos is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 9
Indien er schade vastgesteld wordt of wanneer materiaal ontbreekt na de huurperiode, dan worden de vervangingskosten/herstellingskosten aangerekend. Het verantwoordelijke personeelslid van Leiebos is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 10
Indien er een vals inbraak- of brandalarm veroorzaakt wordt waardoor er een interventie moet plaatsvinden zullen de interventiekosten aangerekend worden. Het verantwoordelijke personeelslid van Leiebos is verantwoordelijk voor de vaststelling
Annulatie
Artikel 11
Bij annulatie door de huurder worden er geen kosten in rekening gebracht. De verhuurder heeft het recht om reservaties te annuleren omwille van overmacht.
Wijze van betaling
Artikel 12
Aan de retributieplichtige wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 13
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 14
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor het gebruik van de refter van kinderopvang Leiebos wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies voor de vrijwilligerswerking in een erkend consultatiebureau van Kind en Gezin.
Het huidig reglement voor het toekennen van subsidies voor de vrijwilligerswerking in een erkend consultatiebureau van Kind en Gezin met de voorstellen tot aanpassing.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 november 2019 over het subsidiereglement voor het toekennen van subsidies voor de vrijwilligerswerking in een erkend consultatiebureau van Kind en Gezin eindigt op 31 december 2025.
Deze subsidie is ter ondersteuning van de preventieve gezinsondersteuning in de stad Deinze. De erkende consultatiebureaus Kind & Gezin ontvangen dagelijks (nieuwe) ouders met kinderen tussen 0 en 3 jaar. De werking gebeurt volledig door een geëngageerde ploeg vrijwilligers, die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van het gebouw en ruimtes, inrichting, planning, ontvangst van de gezinnen en kinderen, meten en wegen en afspraken met de bevoegde verpleging en dokter.
Na evaluatie wenst het stadsbestuur het subsidiereglement voor de periode 2026-2031 te behouden met minimale wijzigingen, om de vrijwilligers te blijven ondersteunen in hun engagement. De vrijwilligers rekenen op deze vorm van inkomsten om hun vergaderingen te organiseren en de vrijwilligers te bedanken.
Stad Deinze toont door toekenning van deze subsidie de erkenning voor het werk van de vrijwilligers en de meerwaarde ten aanzien van de preventieve gezinsondersteuning.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 094400 - Opvoedingsondersteuning |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| actie | geen |
| krediet | 750 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor de vrijwilligerswerking in een erkend consultatiebureau Kind en Gezin.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze ondersteunt hiermee de realisatie van preventieve gezinsondersteuning in de stad Deinze.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door de vrijwilligerswerking van een erkend consultatiebureau gehuisvest en werkzaam in de stad Deinze.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van het subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 6
De subsidie van 750 euro wordt toegekend en verdeeld op basis van het aantal vrijwilligers bij de organisatie werkzaam in het erkende consultatiebureau en het aantal consulten in het consultatiebureau op jaarbasis van het voorbije kalenderjaar.
60% van het totale subsidiebedrag wordt verdeeld in functie van het aantal vrijwilligers van het consultatiebureau van de organisatie. 40% van het totale subsidiebedrag wordt verdeeld in functie van het aantal consulten tijdens het voorbije kalenderjaar.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
§1. De subsidie wordt jaarlijks aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze, ten laatste op 30 april.
§2. De aanvraag bevat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de reglementaire voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 7, § 2 en in het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. Hiertoe behoort ook de mogelijkheid van een plaatsbezoek door een medewerker van Stad Deinze of een door Stad Deinze aangesteld persoon. Indien de aanvrager hierbij zijn medewerking weigert, vervalt het recht op de subsidie.
Beslissing
Artikel 9
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 10
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 11
§1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet dient de subsidie terugbetaald te worden.
§2. Stad Deinze heeft het recht om de aanwending van de verleende subsidie en de naleving van de reglementaire voorwaarden te controleren. Als de aanvrager zich verzet tegen deze controle of nalaat de vereiste bewijsstukken tijdig aan te leveren, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
§3. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor de vrijwilligerswerking in een erkend consultatiebureau van Kind en Gezin voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het gemeenteraadsbesluit van 28 mei 2020 over het retributiereglement voor de verhuur van lokalen van gemeentelijke basisschool De Vaart.
Het stadsbestuur wil bepaalde lokalen van de gemeentescholen beschikbaar stellen voor gebruik buiten de schooluren. Sinds 2020 is er een retributiereglement voor gebruik van de lokalen van gemeenteschool De Vaart. Dat reglement loopt tot ten einde op 31 december 2025 en moet vernieuwd worden.
De tarieven worden aangepast aan de stijging van de levensduurte via het doorvoeren van een algemene marktconforme en kostendekkende prijsindexering. Vanaf 2027 wordt een indexatie toegepast.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
080002 - Gemeenteschool Nevele |
| algemene rekening |
700600 - Retributies: huur publieke ruimtes |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
1.500 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de verhuur van lokalen van gemeenteschool De Vaart in Nevele:
Schuldenaar
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de aanvrager. Aanvragen worden ingedeeld in volgende categorieën:
Tarieven
Artikel 4
De retributie wordt als volgt vastgesteld (tarieven per dag):
| A. Turnzaal | B. Refter en keuken | C. Speelplaats | A+B+C samen | |
| Categorie 1 | € 63,- | € 63,- | € 63,- | € 150,- |
| Categorie 2 | € 250,- | € 250,- | € 125,- | € 500,- |
Artikel 5
De tarieven vermeld in dit reglement worden jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 6
Gebruik door AGB Deinze, Stad Deinze, O.C.M.W. Deinze, lokale politie Deinze-Zulte-Lievegem, Brandweerzone Centrum, Civiele Bescherming Deinze, Rode Kruis-afdelingen uit Deinze en door het lokale feestcomité ter gelegenheid van de plaatselijke kermis is gratis.
Wijze van betaling
Artikel 7
Aan de gebruiker wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij het niet naleven van het retributie- en gebruiksreglement
Artikel 8
De huurder is verantwoordelijk voor de netheid en hygiëne en moet de zalen of speelplaats proper achterlaten. Men dient hiervoor de nodige maatregelen te nemen. Indien men deze bepaling niet naleeft, dan wordt aan de huurder een bijkomende poetsvergoeding gevraagd van 75 euro per uur en per ingezet personeelslid met een minimum van 2 uur. Het verantwoordelijke personeelslid van gemeenteschool De Vaart is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 9
Indien er schade vastgesteld wordt of wanneer materiaal ontbreekt na de huurperiode, dan worden de vervangingskosten/herstellingskosten aangerekend. De schadevergoeding is gelijk aan de som van alle gemaakte kosten voor de herstelling + 75 euro per uur werk door eigen personeel bij de uitvoering van deze herstellingen. Het verantwoordelijke personeelslid van gemeenteschool De Vaart is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 10
Indien er een vals inbraak- of brandalarm veroorzaakt wordt waardoor er een interventie moet plaatsvinden zullen de interventiekosten aangerekend worden. Het verantwoordelijke personeelslid van gemeenteschool De Vaart is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 11
Inbreuken op het reglement kunnen leiden tot een verbod om gedurende een vastgestelde periode nog gebruik te maken van de school.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 12
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 13
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor verhuur van lokalen van gemeenteschool De Vaart wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Sommige lokalen van gemeenteschool De Vaart in Nevele kunnen gebruikt worden door externen. Voor het goede verloop van het gebruik is er een gebruiksreglement.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Gebruiksreglement lokalen gemeenteschool De Vaart
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het gebruiksreglement voor het gebruik van lokalen van gemeenteschool De Vaart in Nevele door externen goed voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994, artikel 173.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 41, 2de lid, 14°, over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 19 juni 2025 over het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
Het stadsbestuur wil bepaalde lokalen van de gemeentescholen beschikbaar stellen voor gebruik buiten de schooluren. De lokalen van gemeenteschool 't Wilgennest zullen verhuurd worden vanaf 2026. Hiervoor moet de retributie worden vastgesteld. Vanaf 2027 worden de tarieven geïndexeerd.
De ontvangsten van deze beslissing zullen geboekt worden op:
| meerjarenplan 2026-2031 |
Exploitatie |
| jaar |
2026-2031 |
| beleidsitem |
080001 - Gemeenteschool Landegem |
| algemene rekening |
700600 - Retributies: huur publieke ruimtes |
| actie |
geen |
| krediet 2026 |
1.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een retributiereglement geheven op de verhuur van lokalen van gemeenteschool 't Wilgennest Landegem.
Artikel 2
Enkel de refter met keuken, berging en speelplaats kunnen gehuurd worden 's weekends en tijdens vakanties, tenzij de school of het stadsbestuur (bijvoorbeeld speelpleinwerking) activiteiten heeft. In uitzonderlijke gevallen kan van deze bepaling afgeweken worden na overleg met en goedkeuring door de schooldirectie.
Schuldenaar
Artikel 3
De retributie is verschuldigd door de aanvrager. Aanvragen worden ingedeeld in volgende categorieën:
Tarieven
Artikel 4
De retributie wordt als volgt vastgesteld (tarieven per dag):
Artikel 5
De tarieven vermeld in dit reglement worden jaarlijks, en dit op 1 januari van elk jaar, geïndexeerd volgens onderstaande formule:
Retributie jaar X = Basistarief retributie * gezondheidsindex oktober jaar X-1 (basis 2013 = 100)
Gezondheidsindex december 2025 (basis 2013 = 100)
met volgende afrondingen: berekend geïndexeerd bedrag wordt naar boven afgerond naar de dichtstbijzijnde volle euro.
Vrijstellingen
Artikel 6
Gebruik door AGB Deinze, Stad Deinze, O.C.M.W. Deinze, lokale politie Deinze-Zulte-Lievegem, Brandweerzone Centrum, Civiele Bescherming Deinze, Rode Kruis-afdelingen uit Deinze en door het lokale feestcomité ter gelegenheid van de plaatselijke kermis is gratis.
Wijze van betaling
Artikel 7
Aan de gebruiker wordt een factuur met het verschuldigde bedrag toegezonden. Het verschuldigde bedrag wordt betaald binnen dertig dagen vanaf de verzending van de factuur.
Maatregelen bij het niet naleven van het retributie- en gebruiksreglement
Artikel 8
De huurder is verantwoordelijk voor de netheid en hygiëne en moet de zalen of speelplaats proper achterlaten. Men dient hiervoor de nodige maatregelen te nemen. Indien men deze bepaling niet naleeft, dan wordt aan de huurder een bijkomende poetsvergoeding gevraagd van 75 euro per uur en per ingezet personeelslid met een minimum van 2 uur. Het verantwoordelijke personeelslid van gemeenteschool 't Wilgennest is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 9
Indien er schade vastgesteld wordt of wanneer materiaal ontbreekt na de huurperiode, dan worden de vervangingskosten/herstellingskosten aangerekend. De schadevergoeding is gelijk aan de som van alle gemaakte kosten voor de herstelling + 75 euro per uur werk door eigen personeel bij de uitvoering van deze herstellingen. Het verantwoordelijke personeelslid van gemeenteschool 't Wilgennest is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 10
Indien er een vals inbraak- of brandalarm veroorzaakt wordt waardoor er een interventie moet plaatsvinden zullen de interventiekosten aangerekend worden. Het verantwoordelijke personeelslid van gemeenteschool 't Wilgennest is verantwoordelijk voor de vaststelling.
Artikel 11
Inbreuken op het reglement kunnen leiden tot een verbod om gedurende een vastgestelde periode nog gebruik te maken van de school.
Maatregelen bij weigering van betaling
Artikel 12
Het retributiereglement van 19 juni 2025 ter invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten is van toepassing op dit retributiereglement.
Artikel 13
Bij weigering of nalatigheid om de retributie te betalen, geschiedt de invordering volgens de regels van de burgerlijke rechtspleging voor het betwiste gedeelte.
Voor het niet-betwiste gedeelte van de niet-fiscale vorderingen geschiedt de invordering overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
Artikel 1
De retributie voor verhuur van lokalen van gemeenteschool 't Wilgennest wordt met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 vastgesteld.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Sommige lokalen van gemeenteschool 't Wilgennest in Landegem kunnen gebruikt worden door externen. Voor het goede verloop van het gebruik is er een gebruiksreglement.
Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het gebruiksreglement voor het gebruik van lokalen van gemeenteschool 't Wilgennest in Landegem door externen goed voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1, 1° en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2023 over het subsidiereglement voor het toekennen van een gedeeltelijke terugbetaling van zwembeurten in het basisonderwijs.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2024 over het subsidiereglement voor het toekennen van een gedeeltelijke terugbetaling van zwembeurten in het basisonderwijs eindigt op 31 december 2025.
Het flankerend onderwijsbeleid verplicht lokale besturen om alle scholen op dezelfde manier toegang te geven tot het zwembad. Omdat de capaciteit van Palaestra onvoldoende groot is om alle Deinse scholen (en scholen van omliggende gemeenten) vlot te laten zwemmen en omdat sommige basisscholen dichter gelegen zijn bij een zwembad van een buurgemeente, wordt het verschil in de toegangsprijs tussen Palaestra en de andere zwembaden terugbetaald via deze subsidie.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 deze subsidie te behouden.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 088900 - Ondersteunende diensten voor het onderwijs |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 1.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor de gedeeltelijke terugbetaling van de kostprijs voor zwemmen in het basisonderwijs.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil Deinse basisscholen die met leerlingen gaan zwemmen in een zwembad buiten de stad Deinze ondersteunen via een gedeeltelijke terugbetaling van de kostprijs voor zwemmen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een basisschool met een school of vestiging in de stad Deinze die gaat zwemmen in een zwembad buiten de stad Deinze.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 7
Wanneer een school zwembeurten organiseert in een eigen zwembad, bedraagt het subsidiebedrag € 0,15 per zwembeurt.
Procedure (aanvraag, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
De subsidie kan voor het voorbije schooljaar aangevraagd worden via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze vóór 30 september.
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagdossier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Ter controle van de voorwaarden opgenomen in dit reglement, stelt de aanvrager volgende bewijsstukken ter beschikking:
Dit bewijsstuk moet niet bij de aanvraag worden toegevoegd. De aanvrager behoudt dit minimaal een jaar na de aanvraag ter beschikking voor de subsidiërende overheid.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Betwistingen
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor de gedeeltelijke terugbetaling van de kostprijs voor zwemmen in het basisonderwijs voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2020 over de terugbetaling van sociaal tolken op school en in het CLB.
Het gemeenteraadsbesluit van 20 februari 2020 over de terugbetaling van sociaal tolken op school en in het CLB eindigt op 31 december 2025.
Het Agentschap Integratie en Inburgering heeft een tolkdienst: de zgn. "sociaal tolken". Zij bieden tolkbeurten aan via telefoon, video of live. Meer info vind je op https://integratie-inburgering.be/nl/wat-kunnen-we-voor-jou-doen/ondersteuning-voor-je-organisatie-of-lokaal-bestuur/taal/wil-je-een-beroep-doen-op-een-sociaal-tolk-of-vertaler.
Scholen en CLB's redden zich vaak met taalhulpmiddelen of vrijwillige tolken. In sommige situaties is een correcte, neutrale vertaling essentieel. Scholen en CLB's hebben geen middelen om tolken in te schakelen. Ook anderstalige gezinnen hebben deze middelen niet. Door de inzet van tolken terug te betalen, zorgen we voor een kwalitatieve communicatie tussen scholen en anderstalige ouders wat de schoolloopbaan van de anderstalige kinderen en de integratie van de gezinnen ten goede komt.
Het stadsbestuur wenst deze subsidie voor de periode 2016-2031 te behouden.
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 088900 - Ondersteunende diensten voor het onderwijs |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | geen |
| krediet | 4.000 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn aanvangend van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor de terugbetaling van de kostprijs voor sociaal tolken op school en in het CLB.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze vindt een kwalitatieve communicatie tussen scholen en anderstalige ouders belangrijk. Dit komt de schoolloopbaan van de anderstalige kinderen en de integratie van de gezinnen ten goede. Dit doet Stad Deinze door de inzet van tolken in Deinse scholen en het CLB financieel te ondersteunen.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door een basisschool of een secundaire school gevestigd in de stad Deinze of door een CLB verbonden aan een school gevestigd in de stad Deinze.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 6
De aanvragen worden op het einde van het kalenderjaar terugbetaald.
Artikel 7
Als het aantal aanvragen het budget overschrijdt, wordt het budget verdeeld over alle aanvragen op basis van de verhouding van het aangevraagde bedrag ten opzichte van het totale aangevraagde bedrag.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing en uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 8
§1. De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
§2. De aanvraag omvat volgende bewijsstukken:
Beoordeling
Artikel 9
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. Als er informatie of stukken ontbreken om de aanvraag op basis van dit reglement te beoordelen, krijgt de aanvrager de mogelijkheid om het aanvraagformulier binnen de 2 weken te vervolledigen.
§3. Naast de minimaal vereiste bewijsstukken, zoals bepaald in artikel 8 §2 en het aanvraagformulier, kan de bevoegde dienst bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Beslissing
Artikel 10
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 11
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het bankrekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld op de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 12
In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 13
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor de terugbetaling van de kostprijs voor sociaal tolken op school en in het CLB voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
De wet van 29 juli 1991 over de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2023 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor de organisatie van een schoolbezoek in functie van herinneringseducatie.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 augustus 2023 over het subsidiereglement voor het toekennen van een subsidie voor de organisatie van een schoolbezoek in functie van herinneringseducatie eindigt op 31 december 2025.
Heel wat mensen zijn wereldwijd op de vlucht voor oorlog en geweld. De gruwelijkheden herinneren ons aan de gebeurtenissen in ons land en onze stad tijdens WO II.
De scholen hebben een belangrijke taak om de herinnering aan de gruwelijkheden en het verzet tijdens WO II levendig te houden.
Het stadsbestuur stimuleert hen daartoe door tussen te komen in de kosten voor een bezoek aan de Dossin kazerne of Fort Breendonk. Een dergelijk bezoek kan niet losgekoppeld worden van de oorlogsgruwel in eigen stad. Daarom wordt een bezoek aan de reflectieruimte van Vinkt als voorwaarde mee opgenomen in het subsidiereglement.
Het stadsbestuur wenst voor de periode 2026-2031 de subsidie te behouden mits opname van bijkomende voorwaarde (zie hiervoor).
Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:
| meerjarenplan 2026-2031 | Exploitatie |
| jaar | 2026-2031 |
| beleidsitem | 088900 - Ondersteunende diensten van het onderwijs |
| algemene rekening | 649150 - Algemene werkingssubsidies aan verenigingen met reglement |
| kostenplaats | EDUCATIE |
| krediet | 1.800 euro |
Periode
Artikel 1
Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een reglement gevestigd voor het toekennen van subsidies voor schoolbezoeken in functie van herinneringseducatie.
Doel
Artikel 2
Stad Deinze wil secundaire scholen stimuleren om de herinnering aan de gruwelijkheden en het verzet tijdens WO II levendig te houden. Dit door Deinse secundaire scholen te stimuleren om de oorlogsgruwel in en rond de stad Deinze aan bod te brengen tijdens de lessen, een bezoek te brengen aan de reflectieruimte in Vinkt en hen financieel te ondersteunen wanneer ze bovenop een bezoek brengen aan de Dossin kazerne in Mechelen of Fort Breendonk in Willebroek.
Definities
Artikel 3
In dit reglement hebben onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis of toepassing:
Doelgroep en toepassingsgebied
Artikel 4
De subsidie kan aangevraagd worden door secundaire scholen in de stad Deinze die met leerlingen een bezoek brengen aan de Dossin kazerne in Mechelen of Fort Breendonk in Willebroek.
Voorwaarden
Artikel 5
Stad Deinze verleent de subsidie onder de volgende voorwaarden, die voldaan zijn bij de indiening van de subsidieaanvraag:
Subsidiebedrag
Artikel 6
De subsidie bedraagt 5 euro per leerling die met de school een gegidst bezoek aan de Dossin kazerne of aan Fort Breendonk heeft gebracht.
Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing, uitbetaling)
Aanvraag
Artikel 7
De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze.
Beoordeling
Artikel 8
§1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de voorwaarden van dit reglement.
§2. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag.
§3. Ter controle van de voorwaarden opgenomen in dit reglement stelt de aanvrager volgende bewijsstukken ter beschikking:
Dit bewijsstuk moet niet bij de aanvraag worden toegevoegd. De aanvrager behoudt dit minimaal een jaar na de aanvraag ter beschikking voor de subsidiërende overheid.
Beslissing
Artikel 9
§1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst).
§2. De bevoegde dienst brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing.
Uitbetaling
Artikel 10
§1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen via overschrijving op het rekeningnummer van de aanvrager zoals vermeld in de aanvraag.
§2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het bankrekeningnummer van de aanvrager wijzigt.
Sancties
Artikel 11
In geval van fraude of valse verklaringen door de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
Betwistingen
Artikel 12
Alle betwistingen over de toepassing van onderhavig reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het reglement voor het toekennen van subsidies voor schoolbezoeken in functie van herinneringseducatie voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.
Artikel 2
Een kopie van dit besluit wordt bezorgd aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.
Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).
De voorzitter sluit de zitting op 18/12/2025 om 00:44.
Namens gemeenteraad,
Stefanie De Vlieger
algemeen directeur
Filip Vervaeke
voorzitter van de gemeenteraad