Terug
Gepubliceerd op 24/10/2025

Notulen  gemeenteraad

do 25/09/2025 - 19:30 raadzaal
Aanwezig: Tess Minnens, voorzitter van de gemeenteraad
Rutger De Reu, burgemeester
Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, schepenen
Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, gemeenteraadsleden
Ronny Vermeulen, waarnemend gemeenteraadslid
Stefanie De Vlieger, algemeen directeur
Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, schepen
Conny De Spiegelaere, schepen, voorzitter BCSD

De voorzitter opent de zitting op 25/09/2025 om 19:32.

  • Openbaar

    • Goedkeuren verslag vorige zitting

      • Goedkeuren notulen gemeenteraad van 28 augustus 2025

        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Ortwin Depoortere
        Mondelinge tussenkomsten

        Bart Vermaercke (raadslid),  Rutger De Reu (burgemeester), Stefanie De Vlieger (algemeen directeur)

        Regelgeving

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        Bijlagen

        Het ontwerp van de notulen van de gemeenteraad van 28 augustus 2025.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Voorstanders: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Enig artikel
        De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraad van 28 augustus 2025 goed.

    • Financiën

      • Beleidsrapporten

        • Diverse

          • Goedkeuring jaarrekening 2024 - Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde

            Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
            Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Ortwin Depoortere
            Mondelinge tussenkomsten

            Annick Verstraete (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester)

            Regelgeving

            Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikel 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 404 § 5 over de jaarrekening van de projectverenigingen.

            Bijlagen

            De beslissing van de raad van bestuur van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde van 8 mei 2024 over de goedkeuring van de jaarrekening 2023.

            De balans en resultatenrekening 2024 van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde.

            Het jaarverslag 2024 van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde.

            Het controleverslag van de accountant aan de raad van bestuur over de financiële toestand van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde over het boekjaar afgesloten op 31 december 2024.

            Motivering

            De raad van bestuur van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde keurde op 8 mei 2025 de jaarrekening 2024 samen met het jaarverslag 2024 en het controleverslag van de accountant goed. Ingevolge artikel 404 van het decreet lokaal bestuur dient de gemeenteraad deze jaarrekening goed te keuren.

            Publieke stemming
            Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
            Voorstanders: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen
            Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
            Besluit

            Artikel 1
            De jaarrekening 2024 van de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde wordt samen met het jaarverslag 2024 en het controleverslag van de accountant goedgekeurd.

            Artikel 2
            Een ondertekend afschrift van deze beslissing zal aan de Projectvereniging Wijkwerken Leie en Schelde worden bezorgd.

            Artikel 3
            Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).

      • Beheersrapporten

        • Kennisname kwartaalrapport van de Stad Deinze op 30 juni 2025

          Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
          Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Ortwin Depoortere
          Regelgeving

          Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en in het bijzonder artikel 177.

          Bijlagen

          Het kwartaalrapport van de Stad Deinze op 30 juni 2025.

          De kastoestand en rekeninguittreksels op 30 juni 2025.

          De standopgaven van het exploitatiebudget op 30 juni 2025.

          De proef- en saldibalans op 30 juni 2025.

          De geboekte investeringsuitgaven en -ontvangsten op 30 juni 2025.

          De dashboards van de lokale belastingkohieren op 30 juni 2025.

          De statuslijsten van de subsidies op 30 juni 2025.  

          De beschrijving van de financiële risico's van de stad en OCMW Deinze.

          Motivering

          Artikel 177 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de financieel directeur in volle onafhankelijkheid rapporteert aan de gemeenteraad, aan de raad voor maatschappelijk welzijn, aan het college van burgemeester en schepenen, aan het vast bureau en aan de algemeen directeur over de thesaurietoestand, de liquiditeitsprognose, de beheerscontrole, de evolutie van de budgetten en de financiële risico's.

          Besluit

          Artikel 1
          De gemeenteraad neemt kennis van het kwartaalrapport van de Stad Deinze op 30 juni 2025.

          Artikel 2
          Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).

      • Uitgaven

        • Diverse

          • Rapportering van de financieel directeur over de verleende visums en managementrapport van het eerste semester van 2025

            Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
            Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Ortwin Depoortere
            Mondelinge tussenkomsten

            Bart Vermaercke (raadslid)

            Regelgeving

            Het Decreet Lokaal Bestuur, artikelen 177, 266 en 267.

            Bijlagen

            Het gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2025 met betrekking tot de uitsluiting van de visumplicht van bepaalde uitgaven.

            Het visumrapport met de door de financieel directeur verleende visums op datum van het eerste semester van 2025.

            De managementrapporten (investeringen en exploitatie) met het overzicht van de gunningen (al dan niet visumplichtig) die werden geïnitieerd vanuit de aankoopdienst (geraamde waarde >= 10.000 euro eBTW) tijdens het eerste semester van 2025.

            Motivering

            Het Decreet Lokaal Bestuur (DLB) schrijft voor dat de financieel directeur, vooraleer uitgaven kunnen worden gedaan, onderzoekt of alles wettig en regelmatig is verlopen. Wanneer dit inderdaad zo is, dan verleent de financieel directeur een visum en kan de verbintenis worden aangegaan.

            Op de gemeenteraad van 23 januari 2025 heeft de gemeenteraad bepaalde verbintenissen uitgesloten van de visumplicht; voor deze verbintenissen is er dus geen voorafgaande controle nodig. Eén van de vrijstellingen zijn investeringssubsidies onder het drempelbedrag van 10.000 euro en andere uitgaven onder het drempelbedrag van 25.000 euro exclusief BTW.

            Het DLB schrijft eveneens voor dat de financieel directeur hierover in volle onafhankelijkheid rapporteert aan de gemeenteraad. Er wordt geopteerd om dit halfjaarlijks te doen. 

            In bijlage zijn de tijdens het eerste semester van 2025 verleende visums terug te vinden van de financieel directeur voor de stad en de managementrapporten met het overzicht van de gunningen (al dan niet visumplichtig) die werden geïnitieerd vanuit de aankoopdienst (geraamde waarde >= 10.000 euro eBTW) tijdens het eerste semester van 2025 voor zowel exploitatie- als investeringsuitgaven.

            Besluit

            Artikel 1
            De gemeenteraad neemt kennis van het visumrapport en de managementrapporten van het eerste semester van 2025.

            Artikel 2
            Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).

    • Patrimonium

      • Plaatsing cash-kiosk in Nieuwstraat - goedkeuren ontwerp van concessieovereenkomst af te sluiten met NV Batopin

        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere, Ortwin Depoortere
        Mondelinge tussenkomsten

        Rutger De Reu (burgemeester), Karlien De Paepe (raadslid), Jan Vermeulen (schepen), Peter Parmentier, Olaf Evrard (raadsleden)

        Regelgeving

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Bijlagen

        Ontwerp concessieovereenkomst.

        Visite rapport.

        Infobrochure.

        Uittreksel kadastraal plan/legger.

        Schepencollegebesluit 15 juli 2025.

        Motivering

        NV Batopin, gevestigd te Brussel, plaatst verspreid over België neutrale geldautomaten en is een initiatief van de 4 grootbanken (Belfius, BNP Paribas Fortis/Fintro, KBC en ING).

        NV Batopin heeft als missie om de toegang tot contant geld te waarborgen met een goede spreiding in het hele land. NV Batopin hoopt tegen eind 2026 een netwerk van 1.040 CASH-punten met 2.500 geldautomaten te hebben. Op dat moment zal meer dan 95% van de Belgen toegang hebben tot een CASH-punt binnen vijf kilometer rijafstand. Daarbij wordt 40% van de CASH-punten geïnstalleerd in kleinere gemeenten en deelgemeenten.

        Toch is het niet mogelijk om in elk dorp aanwezig te zijn met de cash-punten alleen. De toegang tot contant geld in het hele land is op dit moment verzekerd door het protocol dat op 31 maart 2023 werd afgesloten tussen de overheid en de volledige bankensector, vertegenwoordigd door Febelfin. Dit protocol houdt in dat alle banken die ATM's (Automated Teller Machine) beheren, zich hebben geëngageerd tegenover de Nationale Bank van België (NBB) en de Federale Regering om tot minstens eind 2027 ATM's te hebben op vastgelegde locaties. De NBB ziet erop toe dat alle betrokken banken hun verplichtingen nakomen.

        Op het grondgebied van Deinze  zijn er momenteel 3 cash-punten :

        • Deinze - Tolpoortstraat
        • Petegem - Statieplein (NMBS-gebouw)
        • Nevele - Camille Van der Cruyssenstraat

        Buiten de stadsgrenzen zijn er cash-punten in :

        • Lievegem -Dorp
        • Aalter - Stationsstraat
        • Ruiselede -Markt
        • Dentergem - Wontergemstraat
        • Nazareth - Dorp
        • De Pinte - Stationsstraat

        NV Batopin wenst in Astene nog een cash-punt te plaatsen en contacteerde de Stad met het voorstel om in de Nieuwstraat, meer bepaald zijdelings van Dorpsstraat 20, een kiosk (zie brochure) te kunnen plaatsen.

        Het betreft de inplanting op het perceel kadastraal gekend te Deinze (Astene), 2e Afd., sectie B, nr. 500L.

        Een voorstel van concessie-overeenkomst werd overgemaakt, met volgende bepalingen :

        • duurtijd 9j, stilzwijgend verlengbaar voor opeenvolgende periodes van 3j (opzegtermijn 6m, beëindiging in onderling overleg mogelijk mits vaststelling bij authentieke akte). Indien de Stad binnen de looptijd van de overeenkomst wenst te beëindigen dan zal ze moeten instaan voor alle kosten verbonden aan de herplaatsing van de kiosk op een naar NV Batopin gelijkwaardige locatie)
        • in geval van piekmomenten (ogenblikken waarop het aantal geldopnames verwacht te zullen stijgen) kan de Stad bijkomende herladingen aanvragen. Evenwel zonder garanties vanwege NV Batopin dat de transporteur hieraan kan voldoen.
        • NV Batopin behoudt zich het recht camerabewaking (naar keuze) aan de kiosk aan te brengen (binnen- en buitenzijde)
        • Stad draagt alle kosten omwille van geplande of ongeplande werkzaamheden op plaats van de locatie van de kiosk op vraag van de Stad
        • elke vooraf gekende hinder, ontoegankelijkheid of onderbreking van de mogelijkheid tot uitbating moet min. 5 dagen op voorhand gemeld worden, ongeacht of de oorzaak binnen of buiten de controle van de Stad gebeurt. Indien de Stad hierin nalatig is, zal zij alle kosten dragen die verbonden zijn gedurende de gehele periode (bvb. kosten van geplande interventies op automaat, geldtransporten die niet kunnen doorgaan, omzetverliezen,...)
        • voor de ingebruikname van het perceel/geplaatste kiosk is geen vergoeding voorzien door NV Batopin.

        Op voorstel van het schepencollege in zitting van 15 juli 2025.

        Na bespreking.

        Financiële impact

        Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen met betrekking tot de plaatsing/exploitatie van de kiosk.

        In het ontwerp van overeenkomst staat hierover het volgende vermeld :

        Batopin draagt alle kosten die verbonden zijn met de installatie, de exploitatie en het onderhoud die gelinkt worden aan de ATM(s) en de kiosk. Batopin draagt de kost bij Fluvius voor het plaatsen van een extra lichtpunt aan de kiosk.

        Uitzondering is een verplaatsing omwille van geplande of ongeplande werkzaamheden op de plaats van de locatie van de kiosk, waardoor de toegankelijkheid en/of (veilige) werking van de kiosk verhinderd wordt, op vraag van de gemeente of een andere overheid.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Voorstanders: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1
        De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het ontwerp van concessieovereenkomst af te sluiten met NV Batopin met betrekking tot de plaatsing van een cash-punt kiosk in de Nieuwstraat, meer bepaald op het kadastraal perceel te Deinze (Astene), 2e Afd., sectie B, nr. 500L.

        Artikel 2
        Aan het college van burgemeester en schepenen wordt machtiging verleend om de Stad in rechte te vertegenwoordigen voor de administratieve afhandeling.

        Artikel 3
        Afschrift van dit besluit wordt aan de financieel directeur overgemaakt.

        Artikel 4
        Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).

    • Milieu

      • Afval

        • IVM: "negenproef" voor een sterke daling van het restafvalcijfer tot 90 kg per inwoner tegen 2030

          Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
          Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere
          Mondelinge tussenkomsten

          Bram Stroobandt (raadslid)

          Regelgeving

          Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.

          Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

          Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

          Bijlagen

          20250905_brief IVM_gezamenlijk 90 kg plan?

          IVM: de "negenproef" voor een sterke daling van het restafvalcijfer tot 90 kg per inwoner tegen 2030.

          Motivering

          Waarom een gezamenlijk 90 kg plan?

          Het Lokaal Materialenplan is duidelijk: tegen 2030 mag er in Vlaanderen nog max. 100 kg restafval per inwoner worden ingezameld. Voor IVM en de aangesloten gemeenten wordt de maximumgrens vastgelegd op 90 kg restafval per inwoner. Dat betekent dat in de beleidsperiode van amper 6 jaar een daling met 35 kg/inwoner moet worden gerealiseerd, daar waar in de voorbije 20 jaar een daling met 60 kg/inwoner werd genoteerd.

          Op het einde van de vorige planningsperiodes die telkens verbonden waren met toenmalige Uitvoeringsplannen haalde IVM – als geheel van de aangesloten steden en gemeenten - steeds de vooropgestelde doelstelling van het maximaal toegelaten restafval per inwoner.

          Waar IVM op basis van het gemiddelde van alle resultaten van de aangesloten steden en gemeenten telkens de ‘intergemeentelijke’ norm haalde, werd deze eindnorm evenwel niet door elk van de aangesloten steden en gemeenten afzonderlijk gehaald. Niettegenstaande de gevoerde inspanningen rond afvalpreventie en sensibilisatie tot beter sorteren en recycleren die in elke gemeente of stad werden geleverd, volgde niet overal het gewenste resultaat.

          Met de in het Lokaal Materialenplan geformuleerde nieuwe ‘zeer scherpe’ norm voor ogen, lijkt het aangewezen om binnen de IVM-regio via een gezamenlijke aanpak, te blijven streven naar het behalen van de ‘intercommunale norm’ en daarom samen met de aangesloten steden en gemeenten verder stappen te zetten naar het behalen van deze intercommunale doelstelling. Het voordeel hiervan is en blijft dat als iedereen dezelfde inspanningen doet, maar de resultaten verschillen omwille van ‘gemeente specifieke eigenheid’, de regio in zijn geheel kan aantonen dat de doelstellingen uit het Materialenplan gehaald zijn dankzij een gestandaardiseerde aanpak in alle betrokken steden en gemeenten.

          Tijdens de voorbereiding van het nieuwe beleidsplan 2025-2030 werd IVM vanuit de aangesloten steden en gemeenten gevraagd om een gezamenlijk actieplan op te maken waarin het traject wordt uitgestippeld om in de IVM-regio de gezamenlijke doelstelling van ‘max. 90 kg restafval per inwoner’ te realiseren tegen 2030. Daarom willen de aangesloten steden en gemeenten zich scharen achter de ‘intercommunale eindnorm’ en uitdrukkelijk voorstellen aan de OVAM om als gevolg hiervan ook om tezamen de ‘intercommunale doelstelling’ na te streven, in de plaats van elk afzonderlijk deze norm te moeten halen.

          Deze vraag volgt tevens uit een traditie bij IVM waar solidariteit hoog in het vaandel staat en uit het nieuwe strategisch beleidsplan waarin opnieuw wordt verwezen naar de traditie te willen ‘samen werken’ aan het uitbouwen van een afval- en materialenbeleid dat bijdraagt tot meer circulaire economie en waaruit tevens de ambitie blijkt om het restafvalcijfer in de regio nog sterker te laten dalen. IVM wordt hierbij gevraagd – met respect voor de gemeentelijke autonomie en eigenheid - een ‘zo uniform mogelijke dienstverlening’ voor alle inwoners uit het werkingsgebied uit te werken.


          Welke acties zijn voorzien in het 90 kg plan?

          1. Het nastreven van standaardisatie in de reglementen

          IVM ontwerpt een voorstel voor ‘uniform politiereglement’.
          IVM ontwerpt een voorstel voor ‘uniforme tarieven’, dat gemeenten kunnen hanteren bij het bepalen van de retributies. IVM houdt hierbij rekening met de principes van het Vlarema, het Materialenplan en het (basis)beginsel ‘de vervuiler betaalt’.
          IVM ontwerpt een voorstel van ‘uniform huishoudelijk reglement’ voor de recyclageparken.

          Deze voorstellen zullen dienen als advies voor de lokale besturen bij het herzien van hun reglementen. De lokale besturen engageren zich om waar mogelijk en/of waar nodig rekening te houden met deze adviezen geformuleerd door IVM.


          2. Standaardisatie naar inzamelsystemen

          IVM gaat in overleg met alle steden en gemeenten om de ophaalkalender waar mogelijk verder te optimaliseren waarbij door optimalisatie van inzameling van selectieve stromen er minder nood is aan een ‘frequente’ inzameling van restafval.
          De lokale besturen engageren zich om, als er alternatieven worden aangeboden en deze in een gemeente of stad wenselijk zijn, deze op een uniforme wijze te implementeren.

          3. Op zoek naar valabele alternatieven voor dure 'extra zomerophalingen'

          IVM gaat in overleg met alle steden en gemeenten om – waar nodig – na te gaan welke alternatieve inzameling kan worden aangeboden voor inwoners met weinig stockageruimte, al dan niet permanent of enkel tijdens de warme zomermaanden.

          De lokale besturen engageren zich om, als er alternatieve modellen worden aangeboden en deze in een gemeente of stad wenselijk zijn, deze op een uniforme wijze te implementeren.


          4. Op vraag van gemeenten werkt IVM een uniform beleid uit over de implementatie van ondergrondse sorteerstraten in de regio.

          IVM overlegt met de aangesloten steden en gemeenten over een uniforme aanpak van de implementatie van ondergrondse inzamelsystemen.

          De lokale besturen engageren zich om, als er alternatieven worden aangeboden en deze in een gemeente of stad wenselijk zijn, deze op een uniforme wijze te implementeren.

          5. Standaardisatie naar inrichting van de recyclageparken

          IVM overlegt met de aangesloten steden en gemeenten over de mogelijkheden tot optimalisatie van de recyclageparken zodat deze in alle omstandigheden hun steentje kunnen (blijven) bijdragen tot het realiseren van een optimale recyclage en bijdrage tot circulaire economie.

           

          6. Mogelijk maken van het openstellen van recyclageparken voor inwoners uit buurgemeenten

          IVM overlegt met de aangesloten steden en gemeenten over de modaliteiten waardoor het mogelijk wordt om inwoners toe te laten gebruik te maken van de inzamelfaciliteiten op het grondgebied van andere steden/gemeenten die deel uitmaken van de intergemeentelijke vereniging.

          De lokale besturen engageren zich om, als ze zich in een uitwisselingsproject wensen te engageren, dit op een uniforme wijze uit te werken zodat in heel het werkingsgebied van een gelijkaardige werkwijze sprake is.


          7. Samen werk maken van een intense communicatie en sensibilisatie

          IVM werkt samen met de lokale besturen aan een meer structurele samenwerking en overleg met de communicatiediensten, waarbij eenieders communicatiekanalen versterkend werken en er jaarlijks minstens één intercommunaal gecoördineerde actie op het terrein wordt uitgewerkt.

          IVM breidt de communicatietools uit om zo een zo’n ruim mogelijke groep inwoners te bereiken en waar nuttig zal hiervoor ook gebruik gemaakt worden van de meest moderne communicatiemiddelen (o.m. door het inzetten van een chatbot en AI-toepassingen die laagdrempelige communicatie toelaten).

          IVM zal de samenwerking met gemeentelijke diensten rond doelgroepencommunicatie continueren en de nodige tools aanreiken. Op vraag van de gemeenten kan IVM de vrijwilligers die in de gemeenten actief zijn als Mooimaker, hersteller, kringloopkracht blijven ondersteunen.

          Er zullen regelmatig tevredenheidsmetingen en effectiviteitsmetingen van campagnes worden uitgevoerd.

          De lokale besturen engageren zich om, als er alternatieve modellen worden aangeboden en deze in een gemeente of stad wenselijk zijn, deze op een uniforme wijze te implementeren.

           

          8. Aandacht hebben voor voldoende budgettaire ruimte om acties te kunnen uitwerken

          IVM en de lokale besturen engageren zich om de nodige budgettaire middelen te voorzien om de acties uit het ’90 kg plan’ uit te voeren. IVM gaat waar mogelijk op zoek naar partnerschappen (middenveldorganisaties, beheersorganismen, …) om mogelijke kosten te kunnen recupereren.

           

          9. Het einddoel voor ogen houden: tijdig evalueren, bijsturen en permanent overleggen.

          Voorgesteld wordt om naast de reguliere overlegmomenten (en conform het beleidsplan) ook minstens éénmaal per jaar een gezamenlijk (burgemeesters)overleg te beleggen met alle aangesloten steden en gemeenten waarop de stand van zaken wordt toegelicht, acties worden geëvalueerd en/of bijgestuurd, nieuwe initiatieven kunnen worden voorgelegd.

          IVM zorgt voor een nauwgezette rapportering en zal minstens tweemaal per jaar (n.a.v. de presentatie van de halfjaarlijkse resultaten aan de gemeenteraden) een overzicht geven van de gerealiseerde acties en de effecten hiervan op het restafvalcijfer.

          De lokale besturen koppelen op hun beurt ook de lokale evaluatie van acties en initiatieven terug naar IVM.

          Eind 2028 (twee jaar voor einde beleidsperiode) zal er een grondige evaluatie gebeuren van de actuele stand van het restafvalcijfer zodat zo nodig in de loop van de laatste jaren van de beleidsperiode nog extra gezamenlijke acties kunnen worden uitgewerkt.

          De lokale besturen engageren zich om, als er bijkomende acties en/of bijsturingen worden voorgesteld en deze in een gemeente of stad wenselijk zijn, deze op een uniforme wijze te implementeren.

          Ratificatie van de "negenproef"

          Het Vlaamse Materialenplan vraagt dat intercommunales die gebruik willen maken van de optie om een intercommunale restafvaldoelstelling te realiseren daarvoor bij OVAM een dossier moeten indienen voor 30 september 2025. OVAM vraagt dat bij het aanvraagdossier alle gemeenteraadsbeslissingen worden toegevoegd die aantonen dat het plan door lokale besturen worden gedragen.

           

          Financiële impact

          Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
          Voorstanders: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1
          De gemeenteraad stemt in met de "negenproef" van IVM voor een sterke daling van het restafvalcijfer tot 90 kg per inwoner tegen 2030.

          Artikel 2.
          Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).

    • Veiligheid

      • Algemene Zonale Politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem - goedkeuring wijziging en gecoördineerde versie

        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere
        Mondelinge tussenkomsten

        Jan Pauwels, Peter Parmentier (raadsleden), Rutger De Reu (burgemeester)

        Regelgeving

        De nieuwe gemeentewet en latere wijzigingen, artikelen 119, 119bis, 133, 134sexies en 135 §2.

        De wet van 11 december 2023 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, van de Nieuwe Gemeentewet en van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet

        De wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 "Bewijs"

        De wet van 19 juli 2013 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade.

        De wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening

        De Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, gewijzigd bij wet van 4 juli 2005, van 20 juli 2006 en van 22 december 2009, 21 januari 2013 en decreet van 24 februari 2017, artikelen 8 tot en met 10.

        Het Wetboek van economisch recht van 28 februari 2013. 

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikelen 40 en 41, 2°.

        Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Het decreet van 4 mei 2018 betreffende de vrijwillige samenvoeging van de gemeenten Deinze en Nevele en tot wijziging van de bijlage bij het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds en de bijlage bij het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.

        Het koninklijk besluit van 21 december 2013 en latere wijzigingen tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie.

        Het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijksvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

        Het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de nadere voorwaarden en het model van het protocolakkoord in uitvoering van artikel 23 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

        Het Koninklijk besluit van 12 mei 2024 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden betreffende het register van de gemeentelijke administratieve sancties ingevoerd bij artikel 44 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

        Het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

        Het Koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen;

        Het Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie, artikelen 8 tot en met 24.

        Het Koninklijk besluit van 3 maart 2010 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen. 

        Het Koninklijk besluit van 20 oktober 2015 betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen.

        Het Koninklijk besluit van 12 april 2016 betreffende het op de markt aanbieden van en de controle op explosieven voor civiel gebruik.

        Het Koninklijk besluit van 12 juli 2016 betreffende het vervoer via de weg of per spoor van ontplofbare stoffen.

        Het Koninklijk besluit van 11 maart 2024 betreffende het oneigenlijk gebruik van distikstofmonoxide

        Het Ministerieel besluit van 7 juni 2013 tot indeling van pyrotechnische artikelen.

        De VLAREM regelgeving geluid muziekactiviteiten - VLAREM rubriek 32.1 en 32.2, hoofdstuk 5.32.2 en hoofdstuk 6.7

        Easy Access Rules for Unmanned Aircraft Systems (Regulations (EU) 2019/947 and 2019/945

        Bijlagen

        Protocolakkoord verkeer.

        Protocolakkoord niet-verkeer.
        De wijzigingen aangebracht aan het zonaal politiereglement.
        De gecoördineerde Algemene Zonale Politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem, goedgekeurd door de gemeenteraad van 25 januari 2024.
        De gecoördineerde Algemene Zonale Politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem, na wijziging gemeenteraad, dd. 25 september 2025.

        Positief advies politieraad dd.20250616.

        Motivering

        Procedure wijziging algemene zonale politieverordening 

        De wet dd. 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties bepaalt in artikel 2 §2: "In een meergemeentenzone waar de gemeenteraden van de betrokken gemeenten na een overleg, waarvan de nadere regels door de Koning bepaald kunnen worden, beslist hebben een identiek algemeen politiereglement aan te nemen, nemen de gemeenteraden van de politiezone een identiek algemeen politiereglement voor de zone aan, na advies van de raad van de betrokken politiezone. Gemeenten die tot éénzelfde politiezone behoren kunnen dus beslissen om een identiek algemeen politiereglement aan te nemen dat geldig is op het grondgebied van de ganse zone."

        De procedure tot wijziging van het Algemeen Zonaal Politiereglement voorziet:

        • Voorleggen van de wijziging aan de politieraad voor advies
        • Goedkeuring in de afzonderlijke gemeenteraden ter goedkeuring.

        De volgende stappen zijn ondertussen gezet:

        • De verschillende wijzigingen werden besproken in een werkgroep waarin de lokale besturen vertegenwoordigd waren.
        • Het ontwerp werd voorgelegd aan en goedgekeurd door het politiecollege op 04 juni 2025.
        • Het ontwerp werd voorgelegd aan en goedgekeurd door de politieraad op 16 juni 2025

        Het ontwerp van het algemeen zonaal politiereglement dient goedgekeurd te worden door de 3 afzonderlijke gemeenteraden van stad Deinze, gemeente Zulte en gemeente Lievegem. Dit gebeurt in september 2025 aangezien het nieuwe reglement in werking treedt op 01 oktober 2025

        Voorwerp van beslissing

        Er was een nood om het Algemeen Zonaal Politiereglement (AZP) van de politiezone Deinze/Zulte/Lievegem grondig te herzien. Deze aanpassing is noodzakelijk om het reglement in overeenstemming te brengen met recente wetswijzigingen, maatschappelijke evoluties en praktische noden op het terrein. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste motieven en inhoudelijke wijzigingen.

        1) Hogere wet- en regelgeving

        Een aantal aanpassingen zijn uitgevoerd in lijn met de hogere wetgeving.

        Wijziging GAS-wet: De aanleiding voor de herziening is in de eerste plaats de wijziging van de GAS-wet, goedgekeurd door het parlement op 23 november 2023 (wet van 11 december 2023). Deze wet voorziet in:

        • Uniforme sanctiemogelijkheden voor alle inbreuken.
        • Verhoging van het maximale boetebedrag voor meerderjarigen tot €500. De maximale geldboete voor meerderjarigen is verhoogd van €350 naar €500 (geen aanpassing voor minderjarigen). Er zijn om die reden wijzigingen aangebracht aan artikel 64 en 66 van het zonaal politiereglement.
        • Toevoeging van nieuwe gemengde inbreuken, zoals het niet naleven van vergunningsvoorwaarden voor nachtwinkels en telecombureaus. Onder gemengde inbreuken wordt begrepen inbreuken die gesanctioneerd kunnen worden met een strafrechtelijke sanctie, voorzien in hogere wetgeving (zoals het strafwetboek) of met een administratiefrechtelijke (GAS-) sanctie. Zo kan een lokaal bestuur overeenkomstig artikel 18 van de Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening een gemeentelijk reglement voor de vergunningen voor nachtwinkels uitvaardigen. Niet naleving kan leiden tot het toepassing van de specifieke strafbepalingen onder de artikelen 19 en volgende van deze wet. Tegelijkertijd bepaalt de gewijzigde GAS- wet ook in artikel 3, 2° dat een gemeenteraad daarvoor ook een gemeentelijke sanctie kan opnemen in zijn verordening.  
        • Terminologische aanpassingen, waarbij voortaan wordt gesproken over  “iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige” in plaats van over vaders en moeders.   
        • Uitbreiding van GAS4 met o.a. het verkeersbord F111 (fietsstraat; tot dan toe vielen enkel inbreuken op de verkeersborden C3 - Verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder- en F103 – begin voetgangerszone) en de mogelijkheid tot sancties met uitstel. Ook de vaststelling met automatisch werkend toestel is niet meer noodzakelijk en is hierdoor geschrapt in verschillende artikelen. Als gevolg van de wetswijziging werd het volgende in de GAS- wet opgenomen: “Wanneer deze inbreuken niet worden vastgesteld door middel van automatisch werkende toestellen, bedoeld in artikel 62 van dezelfde wet, wordt de bestuurder onmiddellijk geïdentificeerd. Indien het niet mogelijk is om de bestuurder op het ogenblik van de vaststelling te identificeren, gelden de regels betreffende de kentekenaansprakelijkheid, zoals bepaald in artikel 33.” Sinds de Wetswijziging van 11 december 2023 voorziet het artikel 29/1 van de GAS- wet nu tevens in een procedure met uitstel. De sanctionerend ambtenaar kan voor de inbreuken bedoeld in artikel 3, 3° (o.a. inbreuken op stilstaan en parkeren en op de verkeersborden), in dezelfde beslissing waarin een administratieve geldboete wordt opgelegd, geheel of gedeeltelijk uitstel toekennen voor de tenuitvoerlegging van de betaling van de geldboete. Het uitstel is enkel mogelijk indien in de referteperiode aan de overtreder in dezelfde gemeente geen andere gemeentelijke administratieve geldboete werd opgelegd voor een inbreuk bedoeld in artikel 3, 3°.  De referteperiode is de periode van één jaar voorafgaand aan de datum waarop de inbreuk gepleegd wordt die achteraf aanleiding geeft tot de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete waarmee de sanctionerend ambtenaar het uitstel toekent.  Het uitstel geldt voor een proefperiode van één jaar. Het uitstel is opgenomen in artikel 125 van het zonaal politiereglement.

        Nieuwe gemeentewet: Om meer slagkracht te voorzien in handen van het bestuur zijn bijkomende bestuurlijke maatregelen toegevoegd in artikel 33:

        • §2: samenscholingsverbod
        • §3: plaatsverbod in combinatie met samenscholingsverbod
        • §4: de voorlopige sluiting en de tijdelijke schorsing van een vergunning
        • §5: bestuurlijke verzegeling
        • §6: bestuurlijke dwangsom

        De Nieuwe gemeentewet voorziet onder de artikelen 133 en 134 een hele reeks van (preventieve) bestuurlijke maatregelen die kunnen worden uitgevaardigd.

        In de huidige versie waren deze maatregelen slechts in beperkte mate opgenomen, bijvoorbeeld het plaatsverbod.

        Voor de leesbaarheid en de volledigheid werd ervoor geopteerd om deze maatregelen nu integraal over te nemen in het zonaal politiereglement (dus ook de voorlopige sluiting en tijdelijke schorsing van een vergunning als toepassing van de artikelen 134ter en quater Nieuwe gemeentewet), inclusief de nieuw ingevoerde maatregelen, zijnde bestuurlijke verzegeling en bestuurlijke dwangsom, die hieronder, omwille van hun vernieuwend karakter, grondiger worden toegelicht.

        Voor wat betreft de bestuurlijke maatregelen onder § 5 (bestuurlijke verzegeling) en § 6 (bestuurlijke dwangsom) wordt gebruik gemaakt van de verruimde wettelijke mogelijkheden in de nieuwe gemeentewet, namelijk het nieuwe artikel 133ter Nieuwe gemeentewet (in werking getreden sinds februari 2024). De burgemeester kan een inrichting bestuurlijk laten verzegelen wanneer de burgemeester zelf, het college van burgemeester en schepenen de inrichting sluit of heeft gesloten.  De burgemeester kan een bestuurlijke dwangsom opleggen, wanneer de burgemeester zelf, het college van burgemeester en schepenen een maatregel van bestuurlijke politie oplegt of heeft opgelegd. Deze dwangsom komt de gemeente toe.
        Om dezelfde reden werd ook in de GAS-wet voorzien dat de gemeenteraad in haar verordening een administratieve sanctie kan voorzien bij overtreding van de verzegeling (artikel 3, 1° GAS-wet). 

        In de zonale politieverordening werd bovenstaande verwerkt in artikel 33.  
        Tot slot wordt in een fijnmazigere en juridisch robuustere formulering van het samenscholingsverbod voorzien.
        Tot op heden was deze samenscholing enkel als een collectief gegeven opgenomen in de zonale politieverordening, met als tekst:
        “De organisatie van samenscholingen, betogingen en optochten in openbare ruimte in open lucht, die van aard zijn de openbare veiligheid in het gedrang te brengen, moet minstens 15 kalenderdagen voor de geplande datum schriftelijk aan het gemeentebestuur gemeld worden, behoudens in uitzonderlijke omstandigheden, mits toestemming van de burgemeester.’

        Er was een duidelijke noodzaak om daarnaast ook in een rechtszeker instrument te voorzien om jegens bepaalde individuen die samen voor openbare overlast kunnen zorgen, een procedurebestendige bestuurlijke maatregel uit te vaardigen die rekening hield met het proportionaliteitsbeginsel (in tijd en ruimte) en met het preventief karakter van dergelijke vrijheidsbeperkende maatregelen. Vandaar dat volgende passage werd ingevoegd:
        “Teneinde openbare overlast tegen te gaan, heeft de gemeente, onverminderd wat is bepaald onder artikel 22, § 1, de bevoegdheid om op basis van een bestuurlijk verslag van de lokale politie of risicoanalyse, gesteund op objectieve vaststellingen die doen blijken van herhaalde en concrete verstoring van de openbare orde, een samenscholingsverbod uit te vaardigen ten aanzien van bepaalde individuen of groepen waarvan de samenkomst in causaal verband staat tot voornoemde verstoring. De gemeente moet daarbij het proportionaliteitsbeginsel in acht nemen, wat betreft de duur, de ruimtelijke reikwijdte en de aard van de maatregel. De aard van de maatregel zal slechts proportioneel zijn als de gemeente aantoont dat eerder genomen, minder ingrijpende maatregelen, zoals verwittigingen, niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd.

        Het niet naleven van een samenscholingsverbod is strafbaar met een administratieve geldboete zoals geregeld in onderhavige verordening. “
        Omdat de praktijk hiertoe soms noodzaakt, voorziet de nieuwe versie van de zonale politieverordening tenslotte ook in de mogelijkheid om zo’n meer individueel gericht samenscholingsverbod onder omstandigheden te kunnen combineren met het reeds ingevoerde plaatsverbod. Vandaar dat volgende nieuwe passage werd ingevoegd:
        “Een plaatsverbod, zoals bedoeld in §1, kan gecombineerd worden met een samenscholingsverbod voor zover uit de motivatie blijkt dat beide instrumenten een onderscheidend doel dienen, geschikt zijn om dat doel te bereiken en de combinatie van beide instrumenten niet verder gaat dan nodig om de bedoelde vormen van overlast te vermijden. “

        VLAREM-regelgeving: Het politiereglement wordt gewijzigd in overeenstemming met de geluidsnormen conform de actuele VLAREM-regelgeving (rubriek 32.1 en 32.2 van de VLAREM-indelingslijst) . Dit is gewijzigd in artikels 6 en 9 van de verordening. Zo werd bijvoorbeeld 75 dB(A) consequent vervangen door 86 dB(A).

        Nieuw Burgerlijk Wetboek: Het Nieuw Burgerlijk Wetboek heeft het Belgische goederenrecht grondig hervormd. Artikel 3.67 van Boek 3 (“Goederen”) is bijzonder relevant voor lokale regelgeving zoals het zonaal politiereglement, omdat het nieuwe juridische kaders biedt voor situaties van toegang tot andermans eigendom en burenhinder. Art. 3.67 Nieuw burgerlijk wetboek:
        § 1 Indien een zaak of dier op onopzettelijke wijze op een naburig onroerend goed is terechtgekomen, moet de eigenaar van dit onroerend goed ze teruggeven of toelaten dat de eigenaar van deze zaak of van dit dier ze weghaalt.
        § 2
        De eigenaar van een onroerend goed moet, na voorafgaande kennisgeving, gedogen dat zijn nabuur toegang heeft tot dit onroerend goed indien dit noodzakelijk is om bouw- of herstellingswerken uit te voeren, of om de niet-gemene afsluiting te herstellen of te onderhouden, tenzij indien de eigenaar rechtmatige motieven laat gelden om deze toegang te weigeren.
        Indien dit recht toegelaten wordt, moet het op de voor de nabuur minst schadelijke wijze worden uitgeoefend. De eigenaar heeft recht op vergoeding indien hij schade heeft geleden.
        § 3
        Wanneer een onbebouwd en onbewerkt onroerend goed niet is afgesloten, mag ieder er zich op begeven tenzij de eigenaar van dit perceel schade of hinder hiervan ondervindt of op duidelijke wijze kenbaar heeft gemaakt dat het verboden is voor derden om zonder zijn toestemming de grond te betreden. Degene die gebruik maakt van dit gedogen, kan zich noch op artikel 3.26 noch op artikel 3.59 beroepen.

        OVAM-regelgeving: de regels voor het tijdstip van aanbieden en terug binnenhalen van afval, beperkingen van de hoeveelheid, correcte aanbieding van glas en het sanctioneringsbeleid werd afgestemd op de milieubeheerder IVM. De aanpassingen staan verwerkt in artikel 38. Bovendien werd het artikel ook aangepast aan het nieuwe gegeven van de gescheiden GFT-inzameling. De keuze werd gemaakt om algemene voor de volledige zone van toepassing zijnde bepalingen inzake de selectieve inzameling van huishoudelijk afval op te nemen in de zonale politieverordening en de specifieke bepalingen die tot de lokale autonomie behoren, voor te behouden aan de lokale politieverordening.Voorbeeld van een aanpassing: in de huidige versie van het politiereglement was er enkel oog voor het correct gebruik van afvalrecipiënten bij bepaalde afvalstromen (hoe afsluiten bv, keuze materiaal,…). Dit werd nu uitgebreid tot GFT, PMD en glas.
        Op voorstel van I.V.M. werd toegevoegd: “Het maximaal toegelaten gewicht voor een 60 liter restafvalzak bedraagt 15 kg. De maximaal toegelaten hoeveelheid restafvalzakken (60 liter) is beperkt tot 3 stuks per 14 dagen.” Het gaat om bestaande afspraken binnen het werkingsgebied (IVM-site, afhaalkalender,…) die hiermee een reglementaire basis krijgen. Bovendien is het beperken van de hoeveelheid restafvalzakken (60 liter) tot 3 stuks per 14 dagen opgelegd in het Lokaal Materialenplan e.a. regelgeving vanuit OVAM. Met de bijkomende opname in de zonale politieverordening wordt op die manier bestaande regelgeving geïmplementeerd.

        2) Inhoudelijke aanpassingen

        Naast de aanpassingen aan hogere wetgeving, zijn er ook inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd om het reglement beter af te stemmen op de realiteit.

        Begrippen: er worden twee bijkomende begrippen toegevoegd aan de zonale politieverordening. In de VLAREM wordt immers een onderscheid gemaakt tussen de begrippen openbare inrichtingen en private inrichtingen. Het politiereglement hanteerde tot op heden  de begrippen “openbare ruimte” en “particuliere eigendom” die niet overeenstemmen met de begrippen in de VLAREM-wetgeving. We voegen daarom de definities van “openbare inrichtingen” en “private inrichtingen” toe aan artikel 2 van het politiereglement. De begrippen worden ook gebruikt in de gewijzigde artikels 6 en 9 van de zonale politieverordening.
        Luchtdrukkanonnen: In de werkgroep werd opgemerkt dat er niet enkel meldingen binnenkomen van luchtdrukkanonnen, maar tevens van soortgelijke toestellen die geluid produceren. Artikel 12 werd daarom gewijzigd om ervoor te zorgen dat er niet meer dan 6 geluidsopnames van méér dan 1 minuut per uur mogen geproduceerd worden.
        Publiek Toegankelijke inrichtingen: In het kader van een versterkte handhaving en duidelijkere verantwoordelijkheden voor uitbaters van publiek toegankelijke inrichtingen, zijn er twee belangrijke aanvullingen opgenomen in artikel 14 van het politiereglement. In §4,5 en 6 is opgenomen dat het niet naleven van specifieke, praktische afspraken die zijn gemaakt met de burgemeester, voldoende grond kan vormen voor het opleggen van een bestuurlijke sanctie. Dit betekent dat ook buiten de strikt reglementaire bepalingen, het respecteren van bestuurlijke afspraken essentieel is voor een correcte uitbating. In §6 wordt ingegaan op de naleving van vergunningsvoorwaarden voor een exploitatie. Hier is expliciet in opgenomen dat het niet naleven van deze voorwaarden aanleiding kan geven tot sancties. Dit versterkt onze rechtsgrond voor handhaving en biedt ons meer slagkracht bij het optreden tegen inrichtingen die hun vergunningsvoorwaarden niet respecteren, ook wanneer de sluitingsbevoegdheid voor dergelijke publieke inrichtingen in wel bepaalde gevallen door hogere regelgeving is toevertrouwd aan bovenlokale instanties.
        Er is bovendien een bijkomend artikel 34 toegevoegd voor de naleving aan huishoudelijke reglementen en protocollen voor publiek toegankelijke inrichtingen. Elke inbreuk hierop wordt beschouwd als een GAS I – inbreuk en meer in het bijzonder als een inbreuk op de openbare veiligheid. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat er effectief sanctionerend kan worden opgetreden wanneer er inbreuken worden begaan op dergelijke, door de gemeenteraad, goedgekeurde reglementen. Tot op heden kon er in zo’n gevallen enkel preventief worden opgetreden, namelijk door middel van het opleggen van een plaatsverbod op grond van artikel 134sexies Nieuwe gemeentewet en op basis van artikel 33 § 1 zonale politieverordening

        Ook andere bepalingen zijn toegevoegd met als bedoeling de armslag van het lokale bestuur te vergroten wanneer inrichtingen hun voorwaarden niet naleven.
        We gaan hier specifiek in op drie situaties.
        1)Een nieuw ingevoegde bepaling in de zonale politieverordening anticipeert op de mogelijkheid die lokale besturen hebben om op basis van artikel 18 van de Wet betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening een gemeentelijk reglement op nachtwinkels, private bureaus voor telecommunicatie of seksuitbating voor volwassenen uit te vaardigen. Deze zaken worden bij toepassing van zo’n reglement verplicht om een voorafgaande vergunning aan te vragen aan het college van burgemeester en schepenen die op basis van objectieve criteria kan geweigerd worden. De burgemeester kan volgens datzelfde wetsartikel ook de sluiting bevelen van de nachtwinkels, private bureaus voor telecommunicatie die worden uitgebaat in overtreding op het gemeentelijk reglement of de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over de uitbatingsvergunning.
        Om die reden werd ook onder artikel 64 van het zonaal politiereglement (rubriek II.    De administratieve sluiting van een instelling)   een bijkomende passage toegevoegd: “De burgemeester kan tevens de sluiting bevelen van de nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie die worden uitgebaat in overtreding op het van toepassing zijnde gemeentelijke reglement of in overtreding met de vergunning die in het kader van dit gemeentelijke reglement voor deze uitbating werd verleend. Deze sluiting kan worden opgelegd voor een termijn van maximum drie maanden. “
        2) Het zonaal politiereglement voorzag reeds in de mogelijkheid tot administratieve sluiting als sanctie.  Om de afdwingbaarheid ervan te versterken werd voorzien in een verruiming van de doelgroep (nu ook ‘de uitbater’) en werd ook gedefinieerd wat in dit geval onder een inbreuk wordt begrepen.
        De persoon, eigenaar van een instelling, aan wie reeds tweemaal een administratieve boete werd opgelegd, naar aanleiding van een overtreding in verband met die instelling, kan worden gesanctioneerd met de administratieve sluiting van de instelling gedurende een termijn van maximum drie maanden.
        Wordt integraal vervangen als volgt:
        “De persoon, eigenaar of uitbater van een instelling, aan wie reeds tweemaal een administratieve boete werd opgelegd, naar aanleiding van een overtreding in verband met die instelling, kan worden gesanctioneerd met de administratieve sluiting van de instelling gedurende een termijn van maximum drie maanden. Onder overtreding wordt hier minimaal begrepen elke inbreuk op dit reglement of een ander gemeentelijk reglement dewelke wettelijk als GAS-inbreuk kan worden gekwalificeerd.
        3) In het huidige artikel 63 staat:
        “III. De administratieve schorsing of intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning
        Inbreuken op artikelen 16, §1 alinea en 24 §1 worden bestraft met de schorsing of intrekking van de vergunning opgelegd door het college van burgemeester en schepenen.”
        Aangezien de concrete verwijzing naar artikel 16 en 24 (artikel 16: werkzaamheden in de openbare ruimte  en artikel 24: terras of schutting in de openbare ruimte) als restrictief en beperkend wordt ervaren, zonder dat daarvoor objectief gezien een aanleiding bestaat, wordt de tekst als volgt gewijzigd:
        “Inbreuken op de uitbatings- of andere voorwaarden gekoppeld aan een gemeentelijke toestemming of vergunning, zoals voorzien in deze verordening of in een ander (gemeentelijk) reglement worden bestraft met de schorsing of intrekking van de vergunning opgelegd door het college van burgemeester en schepenen.  De schorsing zal in voorkomend geval pas worden beëindigd wanneer op onherroepelijke wijze het einde van de inbreuken kan worden vastgesteld. “


        Specifieke toevoegingen: Er zijn nog een aantal toevoegingen die ingaan op specifieke maatschappelijke situaties die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan en waar, tot op heden, nog geen stok achter de deur was snel en efficiënt op te treden door middel van een gemeentelijke administratieve sanctie. Voorbeelden hiervan zijn

        • art. 15 § 6: verboden om de banden van andermans voertuig te laten leeglopen
        • art. 15 § 7: verbod om op het openbare domein en op de openbare weg voorwerpen, inclusief dranken en voeding, te gooien naar andere weggebruikers en/of naar deelnemers van evenementen en wedstrijden)
        • art. 36 § 1: toevoeging aan het artikel tot verbod om de hygiëne in de buitenomgeving (zoals de tuin) die tot deze woning behoort, zodanig te laten verslechteren dat de buurt of de omwonenden hiervan hinder ondervinden. Tot op heden was dit verbod beperkt tot de woning zelf.
        • art. 36 § 2: verplichting tot onderhoud van braakliggend terrein om overlast tegen te gaan.
        • art.37 § 1: toevoeging aan het artikel tot verbod om op onbebouwde of bebouwde gronden, behorend tot het privaat domein, om het even welk afval te werpen of achter te laten;
        • art. 45: toevoeging aan het artikel tot verbod om ook op de bebouwde dan wel onbebouwde percelen behorend tot andermans privaat domein, te urineren en uitwerpselen achter te laten.
        • Volgende motivatie kan worden gegeven voor de wijzigingen van artikel 37 en 45: Een probleem waarmee onze gemeenschapswachten geregeld geconfronteerd worden, is dat eigenaars van een hond die hun huisdier uitlaten, vanop de openbare weg private voortuintjes of portieken van mede-eigendom betreden om daar hun huisdieren toe te laten hun behoeften te doen. Het is een vorm van overlast die efficiënt moeten kunnen worden gesanctioneerd wanneer overleg en communicatie geen uitweg bieden en men hardleers blijkt te zijn. Om deze sanctionering mogelijk te maken, was een omschrijving van deze inbreuk in de politieverordening nodig.  Als rechtsgrond geldt hiervoor het nieuw burgerlijk wetboek dat stelt dat men zich zelfs op onbebouwde en niet afgesloten terreinen niet mag begeven als dat tot hinder leidt, laat staan dus op bebouwde percelen. Het is een louter burgerrechtelijke materie waarvoor geen strafsancties in de wet zijn voorzien, waardoor ervoor geopteerd werd om het als een GAS-inbreuk te kwalificeren.

        Tekstcorrecties: Bij een aantal artikels zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd, maar zijn er tekstuele aanpassingen doorgevoerd om de leesbaarheid te optimaliseren.

        3) Verwijderde artikels

        Volgende artikels werden verwijderd uit het politiereglement:

        Drones: Het onderdeel in artikel 15 over het gebruik van drones tijdens grote evenementen in open lucht werd geschrapt omdat deze reeds onderhevig is aan hogere Europese wetgeving: Easy Access Rules for Unmanned Aircraft Systems (Regulations (EU) 2019/947 and 2019/945  
        Schadelijke middelen: Het vroegere artikel 48 is geschrapt uit het zonaal politiereglement omwille van verbod op het verkopen, invoeren, aanschaffen, bezitten of vervoeren van lachgas in hogere wetgeving, in casu het KB van 11 maart 2024  betreffende het oneigenlijk gebruik van distikstofmonoxide.

        Het oude artikel 90 "doelgroep" is geschrapt, maar toegevoegd aan het nieuwe artikel 90 "Toepassingsgebied en doelgroep"

        4) Conclusie

        De volgende artikelen zijn toegevoegd: artikel 14 §4,5,6; 15 §1,3,6,7; 33 §2,3,4,5,6; 34; 36§2; 38 §4,7,9,10 en 63
        De volgende artikelen zijn gewijzigd: artikel 2, 6, 11, 12, 14, 23, 24, 25, 36§1, 37§1, 38 §1,2, 5, 6, 45, 50 §2,3, 64 I.A.§1, I. B§1,2,3 C§1, 64 II, 64 III, 66, 71, 80 §2,4, 82 §1, 87; 88; 90- 115; 119-121; 123-125 en 132.
        De volgende artikelen zijn verwijderd uit de vorige versie: Art. 48 en 90

        5) Bijlage

        In bijlage voegen we de wijzigingen die aangebracht zijn aan het zonaal politiereglement, alsook de protocolakkoorden die niet langer integraal worden opgenomen in het politiereglement. De protocolakkoorden met het parket worden voortaan als bijlage toegevoegd in plaats van integraal opgenomen. Dit laat toe om sneller in te spelen op wijzigingen, zoals de verhoging van de drempel voor GAS-sancties.

        Financiële impact

        Er is geen financiële impact

        Reglementen

        DEEL I: OVERLASTBEPALINGEN EN GEMENGDE INBREUKEN (GAS-1, GAS-2 en GAS-3 inbreuken)  
        I. ALGEMENE BEPALINGEN
        1. Toepassingsgebied
        §1 De inhoud van deel I van deze politieverordening betreft de materies die verband houden met de bevoegdheden van de gemeente in ‘t algemeen, zoals bepaald in de Nieuwe Gemeentewet artikel 135 §2, 1e en 2e lid.  
        §2 Deze politieverordening (deel I en II) geldt met behoud van de toepassing van enige andere wetgeving (Vlarem, Veldwetboek, …).
        §3 Iedereen moet de bevelen van de burgemeester krachtens de artikels 133 tot 135 van de Nieuwe Gemeentewet naleven. Alle schriftelijke toestemmingen van de burgemeester of andere instanties moeten op eenvoudig verzoek kunnen voorgelegd worden aan de politie en aan de aangestelde ambtenaar.
        §4 Deel I van deze politieverordening regelt de openbare orde op het grondgebied van de gemeenten Deinze, Zulte en Lievegem zowel op het openbaar als op het privaat domein van de overheden, langs openbare wegen en plaatsen, in openbare gebouwen als op of in private eigendommen met enige openbare weerslag of openbaar karakter. Deel I van deze politieverordening is geldig op iedereen die zich op dit grondgebied bevindt, ongeacht haar/zijn woonplaats of nationaliteit.  
        §5 De overtredingen op deel I van deze politieverordening worden bestraft met een administratieve sanctie zoals beschreven in artikel 63.
        De bepalingen in artikel 63 zijn van toepassing op alle politiereglementen of -verordeningen van de gemeenten Deinze, Zulte en Lievegem vastgesteld na de ingangsdatum van onderhavig reglement (tenzij in de desbetreffende politie- of andere reglementen anders bepaald) met inbegrip van de genomen besluiten van de burgemeester en de politiereglementen van de provincie Oost-Vlaanderen voor de provinciale domeinen ‘Het Leen’ (Lievegem) en ‘De Brielmeersen’ (Deinze), die aanleiding kunnen geven tot een administratieve sanctie.  
        De gemeentelijke administratieve sancties kunnen worden opgelegd aan alle personen vanaf 14 jaar op het tijdstip van de feiten.
        2. Begrippen
        Voor de toepassing van deel I in deze politieverordening gelden volgende definities:
        Activiteit
        Elk initiatief dat in georganiseerd of niet georganiseerd verband wordt genomen op privaat of openbaar domein.
        Openbare ruimte:
        •    de openbare wegen, met inbegrip van bermen, fietspaden, voetpaden, voetwegen en grachten;
        •    de openbare plaatsen, ingericht als aanhorigheden van de openbare wegen en onder meer bestemd voor het parkeren/stationeren van voertuigen, of ingericht als tuin, als begraafplaats, als wandelpark, als sportterrein, als markt, e.d. en toegankelijk voor het publiek;
        •    de niet-openbare terreinen en gebouwen, op het ogenblik dat zij voor één of meerdere personen vrij toegankelijk zijn.
        Openbare weg: De openbare weg is dat gedeelte van het gemeentelijk grondgebied dat bestemd is voor het verkeer van personen of voertuigen en voor iedereen toegankelijk is.
        Aangelegde berm: De aangelegde berm is de ruimte gelegen op de openbare ruimte tussen de rooilijn en de rijbaan of het fietspad, die door de overheid werd aangelegd maar niet als voetpad werd ingericht.
        Voetpad: Onder voetpad verstaat men de doorgang ten opzichte van de rijweg, verhoogde of gelijkgrondse berm, die langs de rooilijn gelegen is en voor de voetgangers bestemd is.
        Trage weg: Openbare weg die niet voor het gemotoriseerd of algemeen voertuigenverkeer is ingericht en die in hoofdzaak bestemd is voor langzaam verkeer, meer bepaald voetgangers, fietsers en/of ruiters. Als trage wegen worden onder andere beschouwd: voetwegen, veld- en aardewegen, jaagpaden, kerkwegels en bospaden, ….
        Voertuigen: Alle gemotoriseerde vervoermiddelen te water of te land, evenals elk beweegbaar gemotoriseerd landbouwmaterieel of industrieel materieel.
        Gemeentebestuur: Het college van burgemeester en schepenen en bij hoogdringendheid de burgemeester.
        Evenement: Een publieke sociaal-culturele of sportieve georganiseerde activiteit met al dan niet betalende bezoekers/deelnemers. Voorbeelden: markten, braderijen, kermissen, feesten en fuiven, openbare vergaderingen, tornooien en wedstrijden.
        Samenscholing: Het groepsgewijze bij elkaar komen van mensen dat een reëel risico op openbare overlast met zich meebrengt.
        Terras: Al dan niet afgescheiden ruimte in open lucht, voorzien van tafels en stoelen, waar gebruikers drank of een maaltijd consumeren.
        Openbare overlast: Alle elementen die de openbare rust en netheid, of veiligheid en gemak van doorgang verstoren en waardoor de subjectieve veiligheid in het gedrang komt.
        Wildkamperen: Wildkamperen is een vorm van kamperen op niet daarvoor aangewezen locaties (dus niet op een camping).
        Overdag: De periode van 06.00 tot 22.00 uur
        ‘s Nachts: De periode van 22.00 tot 06.00 uur.
        Werkdagen: Van maandag tot en met zaterdag uitgezonderd wettelijke feestdagen.
        Wettelijke feestdagen: Nieuwjaar (1 januari) – Paasmaandag – Dag van de Arbeid (1 mei) – OnzeLieve-Heer Hemelvaart (ook het feest van Rerum Novarum) – Pinkstermaandag – Feestdag van de
        Vlaamse Gemeenschap (11 juli) - Belgische nationale feestdag (21 juli) – Maria Tenhemelopneming (15 augustus) – Allerheiligen (1 november) – Wapenstilstand (11 november) – Kerstdag (25 december).
        Reclame: Een vorm van reclame is commerciële communicatie met het doel potentiële klanten over te halen tot aanschaf van producten en diensten. Infobladen van de overheid, verenigingen en politieke partijen vallen hier niet onder.

        openbare inrichtingen: alle inrichtingen, alsook hun aanhorigheden, die, al dan niet tegen betaling, voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is de toegang voor bepaalde categorieën van personen beperkt, zoals privéclubs, restaurants, drankgelegenheden, sportmanifestaties, fitnessclubs. Deze definitie is relevant voor de geluidsnormen in deze verordening.

        private inrichtingen: woningen en hun aanhorigheden en tuinen, en in het algemeen, alle plaatsen welke niet voor het publiek toegankelijk zijn. Deze definitie is relevant voor de geluidsnormen in deze verordening.



        II. OPENBARE RUST (GAS – 1 inbreuken)
        3. Algemene regel inzake geluidsoverlast (bij dag)  
        §1     Het is verboden geluid, gerucht of rumoer te veroorzaken, dat de rust van de inwoners in het gedrang brengt, zonder reden of zonder noodzaak als dat toe te schrijven is aan een gebrek aan vooruitzicht en voorzorg.  
        §2     Het bewijs kan met alle mogelijke middelen geleverd worden.
        §3     Organisatoren van publieke of private vergaderingen en uitbaters van de lokalen waar dergelijke vergaderingen gehouden worden, moeten ervoor zorgen, en zijn ervoor verantwoordelijk, dat het veroorzaakte lawaai de bewoners uit de buurt niet stoort.
        4. Niet-hinderlijk geluid
        Worden als niet-hinderlijk beschouwd, geluiden die voortkomen van:
        •    spelende kinderen;
        •    werken aan de openbare weg of werken voor openbare nutsvoorzieningen, uitgevoerd met toestemming of in opdracht van de bevoegde overheid;
        •    werken of handelingen die op werkdagen aan private eigendommen worden uitgevoerd, en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te voorkomen;
        •    werken of handelingen die dringend of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen. Hieronder vallen van 1 maart tot en met 30 november ook landbouwwerken genoodzaakt door specifieke weers-, plant- en oogstomstandigheden;
        •    door het gemeentebestuur vergunde evenementen, werken of handelingen, voor zover de in de vergunning opgelegde voorwaarden worden nageleefd.
        •    een manifestatie waarvoor door het gemeentebestuur een afwijking van de geluidsnormen werd afgeleverd, voor zover de in de vergunning opgelegde voorwaarden worden nageleefd.
        5. Laden en lossen
        Conform artikel 3 is het hanteren, laden of lossen van materialen, toestellen of andere voorwerpen die geluiden kunnen voortbrengen enkel toegelaten op werkdagen, overdag.  
        6. Muziek in de openbare en private inrichtingen
        Een inrichting met muziekactiviteiten (feestzalen, schouwspelzalen en andere voor publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt) en andere schouwspelzalen (bioscoop, schouwburg, polyvalente zalen, …) waar muziek wordt geproduceerd boven de 85 dB(A) zijn conform de VLAREM-regelgeving (rubriek 32.1 en 32.2 van de VLAREM-indelingslijst) meldings- of vergunningsplichtig. De melding of omgevingsvergunning bevat de maximaal toegelaten emissienorm, dat wil zeggen de maximale geluidsnorm op de plaats van de productie.
        Elke activiteit met elektronisch versterkte muziek die plaatsvindt in een tent, in de openlucht of in een andere openbare inrichting dan een openbare inrichting vermeld in de vorige alinea, is, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen, verboden tenzij de voortgebrachte geluidssterkte het niveau van 85 dB(A)LAeq,15 min niet overtreft, gemeten op de plaats van de ontvanger. De activiteit moet steeds zo ingericht worden dat de geluidsnormen vermeld onder VLAREM-artikel 6.7.4 op elk moment gerespecteerd worden.
        Wat betreft de activiteiten met elektronisch versterkte muziek in private inrichtingen, dient de inrichter of organisator zich te houden aan de toepasselijke wetgeving in hoofdstuk 6.7 van titel II van het VLAREM.
        7. Alarmsystemen
        De gebruiker van een alarmsysteem in een privé-eigendom (woning, auto, …) moet het afgaand alarm zo snel mogelijk uitschakelen. Wanneer de gebruiker niet opdaagt binnen de gestelde termijn van 30 minuten nadat het alarm is afgegaan, mogen de politiediensten de nodige maatregelen nemen om de hinder te beëindigen, op kosten en risico van de overtreder.
        8. Voertuigen
        Tenzij noodzakelijk is het verboden voertuigen of hun toebehoren (o.a. koelinstallaties) draaiende te houden terwijl het voertuig geparkeerd staat.
        9. Hulpmiddelen voor het trekken van de aandacht op verkoop
        Het gebruik van een voertuig met fluiten, sirenen, bellen, klokken, muziek, luidsprekers, geluidsverwekkende hulpmiddelen (door handelsinrichtingen, bewegende verkoopsinrichtingen, venters of leurders, opkopers van oude of nieuwe voorwerpen en dienstverleners) bestemd voor het maken van reclame of om de aandacht te trekken op de verkoop van een product of het verlenen van een dienst, is enkel overdag toegelaten. Wanneer het voertuig geparkeerd staat, dient het geluid te worden uitgezet. Het geluidsniveau mag niet hoger liggen dan 85 dB(A)LAeq,15 min gemeten op de plaats waar een persoon overlast ondervindt.  
        10. Grasmaaiers en andere door een motor aangedreven machines
        Het gebruik van alle machines die lawaaihinder veroorzaken, zoals (niet beperkend) grasmachines, zaag- en slijpmachines, enz. is verboden op zon- en feestdagen en ‘s nachts. Dit artikel is niet van toepassing voor grasmachines op het grondgebied van de gemeente Zulte.  
        11. Vuurwerk – voetzoekers – carbuurkanonnen – wensballonnen  
        Het afschieten van vreugdeschoten met een mengsel van kaliumperchloraat en zwavel in een vijzelorgel is onder geen beding toegelaten. Hetzelfde geldt voor het oplaten van wensballonnen.
        Het is evenzeer verboden vuurwerk af te steken, voetzoekers te laten ontploffen, carbuurkanonnen af te vuren of wensballonnen op te laten.
        Wat de verbodsbepalingen in de vorige alinea betreft kan de gemeente voor uitzonderlijke gebeurtenissen vooraf de toestemming verlenen voor een beperkt aantal plaatsen en gedurende een beperkte periode.
        12. Luchtdruk- en kruitkanonnen
        Het gebruik van al dan niet automatische vogelschrikkanonnen of gelijksoortige toestellen, met inbegrip van toestellen die, al dan niet elektronisch versterkt, het geluid laten horen van krijsende vogels om vogels te verjagen ter bescherming van de akkerbouw, tuinbouw en fruitteelt, is toegestaan.
        Deze toestellen mogen alleen opgesteld worden op een afstand van meer dan 200 meter van een woongebied zoals bepaald in gewestplannen en andere plannen van aanleg of RUP's of op een afstand van meer dan 100 meter van een woning.
        Het gebruik van deze toestellen is ’s nachts verboden tussen 22 en 7 uur. Op gemotiveerd verzoek kan de burgemeester een machtiging tot een ingekorte verbodsperiode bepalen.
        Op het toestel moet de naam, het adres en het telefoon- en/of Gsm-nummer van de eigenaar of de gebruiker vermeld staan.
        Het toestel mag niet meer dan zes knallen per uur en/of meer dan 6 geluidsopnames van méér dan 1 minuut per uur produceren.
        De opening van het toestel moet steeds in de meest gunstige richting geplaatst worden ten aanzien van hindergevoelige plaatsen of gebieden, zoals omschreven in lid 2.  
        Onverminderd het voorgaande is het gebruik van de in dit artikel vernoemde toestellen beperkt tot maximaal één toestel per twee hectaren van dezelfde plantage en tussen twee toestellen is er een afstand van minimaal 200 meter.
        13. Geluid voortgebracht door dieren
        Dieren mogen geen abnormale hinder veroorzaken voor de omwonenden door aanhoudend geblaf, geschreeuw of gekrijs, ongeacht of de dieren op dat ogenblik wel of niet onder toezicht staan. De houders van dieren waarvan het geluid de rust van de omwonenden stoort, zijn strafbaar.
        14. Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn.  
        §1     Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn, mogen niet leiden tot verstoring van openbare orde of rust.
        §2     Het is de uitbater verboden een besluit van de burgemeester, waarbij met het oog op vrijwaring van de openbare orde, de sluiting van zijn inrichting wordt bevolen, te overtreden.
        §3     De officier van bestuurlijke politie of de burgemeester kan, na een eerste waarschuwing en tot de eerstvolgende ochtendopening, de voor het publiek toegankelijke gelegenheid sluiten, wanneer de uitbating ervan de openbare rust verstoort, zoals bepaald in artikel 3.  
        § 4  Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn, zijn ertoe gehouden zich in regel te stellen met alle vigerende toepasselijke lokale en bovenlokale wetgeving inzake brandveiligheid, waaronder de federale basisnormen. Zij moeten de nodige stavingstukken (zoals attesten, keurings- of andere verslagen, …) op het eerste verzoek van het gemeentebestuur kunnen voorleggen.
        § 5     Inrichtingen die gewoonlijk voor het publiek toegankelijk zijn, zijn ertoe gehouden te allen tijde de uitbatingsvoorwaarden te respecteren. De uitbatingsvoorwaarden zijn deze die automatisch voortvloeien uit de toepassing van de sectorale wetgeving, bij lokaal reglement of lokale vergunning worden opgelegd of worden overeengekomen na lokaal overleg.
        § 6     Het niet of niet tijdig aanvragen van een uitbatingsvergunning of het niet correct naleven van een uitbatingsvergunning of van de uitbatingsvoorwaarden die in bovenlokale of lokale regelgeving zijn voorzien, wordt beschouwd als een inbreuk in de zin van dit reglement. Hetzelfde geldt voor het niet of niet tijdig beantwoorden van eender welke verduidelijking die de bevoegde overheid hierover vraagt, het niet ingaan op een uitnodiging tot lokaal overleg over deze inbreuk(en) of het niet constructief meewerken aan de afspraken die voortvloeien uit dit overleg of uit deze verduidelijking.     


        III. OPENBARE VEILIGHEID EN VLOTTE DOORGANG (GAS – 1 inbreuken)
        15. Activiteiten en gedragingen op het terrein
        §1     Geen activiteit of evenement kan plaats vinden zonder de tijdige naleving van de hogere reglementering, de lokale reglementering en de daarin voorziene meldings-en toelatingsprocedures, van toepassing op het grondgebied van het gemeentebestuur waar de activiteit of het evenement wordt gelokaliseerd
        §2     Het is tevens verboden in de openbare ruimte een activiteit of evenement uit te oefenen die de openbare veiligheid in het gedrang kan brengen.
         §3     Geen versperring van de vlotte en veilige doorgang is toegestaan zonder voorafgaandelijke toestemming van de wegbeheerder en zonder de optimale bereikbaarheid voor hulpdiensten te waarborgen.  
        §4     Het gebruik van skateboards is alleen toegestaan als de veiligheid van de voetgangers en de vlotte doorgang niet in het gedrang worden gebracht. De bevoegde overheid kan het gebruik echter verbieden op de plaatsen die zij bepaalt.
        §5     Het is verboden op welke manier dan ook een concert, spektakel, evenement, sportieve of andere bijeenkomst die is toegestaan, te verstoren.
        §6    Het is verboden om de banden van andermans voertuig te laten leeglopen zonder toestemming van de eigenaar of gebruiker van het voertuig.
        §7     Het is verboden om op het openbare domein en op de openbare weg voorwerpen, inclusief dranken en voeding, te gooien naar andere weggebruikers en/of naar deelnemers van evenementen en wedstrijden.
        16. Werkzaamheden in de openbare ruimte
        §1     Behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur (‘de vergunning’) is het verboden werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte, zowel aan de oppervlakte als onder de grond en is het verboden stellingen, bouwmateriaal, containers en andere soorten voorwerpen te plaatsen op de openbare weg.
        Het is verboden, zonder daartoe behoorlijk te zijn gemachtigd, graszoden, beplanting, aarde, stenen of materialen weg te nemen op plaatsen die tot het openbaar domein behoren.
        §2     Op de afsluitingen moet door de uitvoerder van de werken een goed leesbaar bord worden aangebracht met zijn naam en/of de naam van de verantwoordelijke voor de signalisatie, adres en telefoonnummer.  
        §3     Iedere persoon die werkzaamheden in de openbare ruimte uitvoert of laat uitvoeren, is ertoe gehouden die te herstellen in de staat waarin ze zich voor de uitvoering van de werkzaamheden bevond of in de staat die in de voorafgaande schriftelijke toestemming vermeld is.
        §4     Indien de openbare ruimte door werkzaamheden wordt bevuild, moet de uitvoerder van de werken die dagelijks schoonmaken.
        §5     Het is verboden afval of materiaal afkomstig van de werken weg te gooien of achter te laten op de openbare weg of te laten terechtkomen in afwateringsinrichtingen.
        Het opgepompte grondwater moet door een al dan niet flexibele leiding in de dichtst bij gelegen gracht of oppervlaktewater geloosd worden en, bij ontstentenis daarvan, in een rioolmond. Elke lozing van grondwater van meer dan 10m³/uur is onderworpen aan een toelating van Aquafin. De debietmeting is verplicht.
        §6     Wegdek, voetpaden, bermen, rioolkolken, beplantingen, hydranten, kabelkasten, e.d. die ten gevolge van de werken werden beschadigd, zullen - als de overtreder de zaken niet onmiddellijk in orde brengt, ambtshalve en op kosten en risico van de betrokkene hersteld of vernieuwd worden.
        §7     De hydranten, kabels, leidingen, riolen, riooldeksels en dergelijke die zich op of onder de in gebruik genomen oppervlakte bevinden moeten onmiddellijk bereikbaar zijn voor de betrokken diensten. Indien die diensten zelf de plaats vrij moeten maken of indien er omwille van het niet nakomen van dit voorschrift grotere schade aangericht wordt, zullen alle daaruit voortvloeiende kosten aangerekend worden. Het is eveneens verboden de kentekens welke op de gevels en/of paaltjes zijn aangebracht om deze brandkranen en andere aan te duiden te veranderen, te verplaatsen, te beschadigen of weg te nemen.
        §8     De straatnaamborden, pictogrammen, enz. ... die niet meer zichtbaar zouden zijn als gevolg van de werken, moeten zonder beschadiging verplaatst en op de omheining bevestigd worden. Op het einde van de werken zullen zij door het gemeentebestuur op kosten en risico van de belanghebbende teruggeplaatst worden.
        §9     Indien op het voetpad geen veilige doorgang van 1 m breedte of voor voetpaden breder dan 2 m geen veilige doorgang van 1,5 m breedte overblijft, moet een veilige doorgang door de aanvrager voorzien worden. In uitzonderlijke omstandigheden kan het gemeentebestuur bijzondere maatregelen voorschrijven of afwijkingen toestaan.
        17. Werkzaamheden buiten de openbare ruimte
        §1     Werkzaamheden die stof of afval op de openbare weg of de omringende eigendommen kunnen verspreiden, mogen pas aangevat worden nadat er een afscherming is aangebracht.
        §2     Het gemeentebestuur kan de nodige veiligheidsmaatregelen voorschrijven bij werkzaamheden die buiten de openbare ruimte uitgevoerd worden en die de weg kunnen bevuilen of de veiligheid of de gemakkelijke doorgang kunnen belemmeren.
        §3     Indien de openbare ruimte door werkzaamheden wordt bevuild, moet de uitvoerder van de werken die dagelijks schoonmaken.
        §4     De privatieve ingebruikneming van de openbare weg voor het uitvoeren van werken mag enkel dienen als laad- en losplaats.
        §5     Het is verboden steengruis, afbraakmaterialen of bouwstoffen op de openbare ruimte of in voertuigen of containers op de openbare ruimte te werpen, tenzij de nodige beschermmaatregelen werden genomen.
        18. Onderhoud van bomen, beplantingen en hagen
        De gebruiker of bij ontstentenis daarvan de eigenaar van een onroerend goed moet ervoor zorgen dat de planten op hun eigendom zodanig gesnoeid worden dat geen enkele tak ervan :
        •    over de rijweg hangt op minder dan 4,50 meter boven de grond;
        •    over de gelijkgrondse berm of over het voetpad hangt op minder dan 2,5 meter boven de grond;
        •    de luchtleidingen van het laagspanningsnet en de openbare verlichting hindert.
        •    De stabiliteit van de installaties voor openbare verlichting in het gedrang brengt of het uitgestraalde licht ervan in belangrijke mate vermindert; de verkeerstekens bedekt; enige belemmering betekent voor de leesbaarheid van de straatnaamborden of voor de doeltreffendheid van de openbare verlichting; het(de) huisnummer(s) bedekt.
        Levende afsluitingen moeten op minimum 0,50 meter achter de grens van de weg geplant worden en dienen gesnoeid te worden indien zij het voet- en/ of fietspad belemmeren.  
        Dode afsluitingen moeten volledig buiten de grens van het openbaar domein staan.  
        Langs de verharde wegen mogen de beplanting (hagen of struiken ) en het ondoorzichtig gedeelte van de dode afsluitingen langs de bolvormige kant van de onoverzichtelijke bochten en op onoverzichtelijke kruispunten over een afstand nodig om veilig verkeer mogelijk te maken slechts een maximumhoogte van 1 meter bereiken. Deze hoogte wordt gemeten vanaf het peil van de rijweg.
        19. Onderhoud van percelen, voetpaden, bermen en greppels
        §1     De eigenaar, of indien hij ertoe bevoegd is, de huurder of de gebruiker van een onroerend goed, moet:
        •    de voetpaden en greppels palend aan het onroerend goed onkruid- en bladvrij houden;
        •    instaan voor de netheid van de gelijkgrondse berm of het voetpad.
        §2     Het gebruik van pesticiden is verboden op alle bermen langs wegen en spoorwegen.
        §3     Het is verboden het vuil vanuit de werven, privé-eigendommen en openbare gebouwen naar buiten te vegen en achter te laten in de openbare ruimte.
        §4     Het is verboden hemelwater komende van daken, of afvalwaters ongeacht hun herkomst, op de openbare weg te laten lopen.
        §5     De gebouwen langsheen de openbare weg moeten voorzien zijn van een dakgoot in goede staat, waardoor het hemelwater van het dak wordt afgeleid en opgevangen.
        20. Gebruik van openbare ruimte door woonwagens
        Het is verboden gedurende meer dan 48 uur standplaats te nemen met woonwagens, zelfs deze welke ontdaan zijn van hun wielen of roltuigen, dienende tot bestendige huisvesting of niet.
        Uitzondering wordt gemaakt voor de woonwagens van foorreizigers die tijdelijk op het grondgebied vertoeven ter gelegenheid van een door het gemeentebestuur toegelaten foorinrichting.  
        Deze laatste dienen binnen 3 dagen na het eindigen van de feestelijkheden het grondgebied te verlaten. Deze termijn kan, bij uitdrukkelijke toelating van de burgemeester, met 24 uur worden verlengd.  
        Afval dient gesorteerd en gedeponeerd te worden in (rest)afvalzakken van de gemeente (tegen betaling te verkrijgen bij de gemeentediensten).  
        Elke vorm van schade toegebracht aan het openbaar domein tijdens het gebruik van de openbare ruimte met woonwagens dient door de eigenaar/gebruiker van de woonwagen onmiddellijk gemeld te worden aan de gemeente.
        21. Gebruik van rondreizende woonwagens op private eigendom
        Het is verboden gedurende meer dan 48 uur standplaats te nemen met woonwagens, zelfs deze welke ontdaan zijn van hun wielen of roltuigen, dienende tot bestendige huisvesting of niet.
        Uitzondering wordt gemaakt voor de wagens die, mits toelating van de eigenaar, standplaats nemen op een private grond.   
        22. Samenscholingen, betogingen en optochten in open lucht
        §1     De organisatie van samenscholingen, betogingen en optochten in openbare ruimte in open lucht, die van aard zijn de openbare veiligheid in het gedrang te brengen, moet minstens 15 kalenderdagen voor de geplande datum schriftelijk aan het gemeentebestuur gemeld worden, behoudens in uitzonderlijke omstandigheden, mits toestemming van de burgemeester.  Deze kennisgeving moet volgende inlichtingen bevatten: uur en plaats van concentratie, uur van vertrek, gevolgde route, plaats en uur van ontbinding indien het een optocht betreft, raming van het aantal deelnemers, voorziene organisatiemaatregelen, naam, adres en GSM-nummers van de organisatoren.
        §2     Het dragen of voorhanden hebben van enig voorwerp, dat gebruikt kan worden om te slaan, te steken of te verwonden, evenals het dragen van helmen of schilden, is gedurende hoger vermelde bijeenkomsten verboden.
        §3     Elke persoon die hieraan deelneemt, moet zich schikken naar de bevelen van de politie.
        23. Evenementen in de openbare ruimte
        §1 Onverminderd de toepassing van artikel 15 kan voor evenementen met een specifiek veiligheidsrisico beslist worden om ook een veiligheidsdossier in te dienen. Een afwijking kan worden toegestaan door het gemeentebestuur mits gemotiveerde aanvraag.
        §2    Elke markt- of foorkramer moet zich schikken naar de bevelen van de politie, die tot doel hebben de veiligheid en/of het gemak van doorgang te vrijwaren of te herstellen en dient na afloop van de markt of van de kermis de openbare weg tijdig te ontruimen.
        §3     Tijdens evenementen in de openbare ruimte is het aan de foorkramers strikt verboden om vuurwerkartikelen, speelgoed(stink)bommetjes, voetzoekers en enig ander explosief materiaal te verkopen of als prijs te geven aan wie deelneemt aan een spel.
        24. Obstakels op de openbare ruimte  
        §1     Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur mag de uitbater van een handelszaak geen terras of schutting in de openbare ruimte plaatsen.
        Het is de uitbater van een handelszaak enkel toegestaan om een reclamebord of uitstalraam in welke vorm dan ook en/of koopwaren op de openbare ruimte te plaatsen voor zover deze geen hinder veroorzaken voor voetgangers en in zonderheid voor blinden en slechtzienden en voor zover de eventueel ter zake geldende reglementering is gevolgd.

        De voorwerpen die in strijd met dit artikel zijn geplaatst of uitgestald, moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigd ambtenaar verwijderd worden. Indien op dit verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan op kosten en risico van de overtreder.

        Dit is niet van toepassing op de houders van een standplaatsvergunning op de wekelijkse markt of de vervangende markt, die geregeld is bij het desbetreffende marktreglement.
        De natuurlijke personen of rechtspersonen aan wie een toestemming (‘vergunning’) werd verleend in het kader van lokale reglementering, zullen op een duidelijke zichtbare plaats van de inrichting, hun naam en adres, de hierboven beoogde toestemming en, indien van toepassing, het bewijs van betaling van de retributie uithangen.
        §2     Het terras van een handelszaak moet zorgvuldig onderhouden worden. Indien het gemeentebestuur oordeelt dat het uitzicht van de omgeving wordt geschaad of de veiligheid van de voetgangers in het gedrang wordt gebracht, kan de uitbater schriftelijk aangemaand worden de inrichting onmiddellijk te herstellen of grondig te reinigen. Indien de uitbater dit nalaat, kan ambtshalve worden overgegaan tot de herstelling er van in de oorspronkelijke staat op kosten en risico van de uitbater van de handelszaak.
        §3     De terrassen en afsluitingen mogen geen constructies en/of voorwerpen van openbaar nut bedekken zoals verkeersborden en brandkranen.
        §4     Terrassen, fietsen, bromfietsen of uitstallingen (reclamepanelen, bloembakken, …)  moeten steeds zodanig geplaatst worden dat ze het verkeer van voetgangers, fietsers of voertuigen niet hinderen en op het voetpad een vrije doorgang van minstens 1 meter en, voor voetpaden breder dan 2 m, minstens 1,5 m behouden blijft. Dit geldt eveneens voor het plaatsen van verkeersborden op de voetpaden.
        §5     Het is verboden private obstakels (zoals bijv. stenen, beplantingen, paaltjes ,..) aan te brengen op de openbare ruimte. Het is eveneens verboden om laadkabels, -matten, -goten, -sleuven of andere over de openbare weg te laten lopen. De gemeente kan hierop gemotiveerd verzoek een uitzondering toestaan. De aanvrager dient zijn verzoek te richten aan de gemeente.
        §6     Het is verboden voorwerpen op de openbaar domein neer te werpen, te plaatsen of achter te laten, die door hun val kunnen schaden.     
        §7     Het is verboden op de openbare straten, wegen, pleinen, plaatsen of op het veld, tangen, staven, ladders of andere toestellen, gereedschappen of wapens achter te laten, waarvan gebruik kan gemaakt worden. Bovendien worden de voormelde voorwerpen bestuurlijk inbeslaggenomen en ter bewaring overgedragen aan de bestuurlijke overheid.  
        25. Aanplakkingen en publiciteit
        §1     Het is verboden om ongewenste reclame te bedelen. Reclame is ongewenst indien dat duidelijk op of aan de brievenbus kenbaar is gemaakt.
        §2     Het is verboden reclame te bedelen in panden die uitwendig duidelijke tekenen vertonen dat ze leeg staan of onbewoond zijn, of op andere plaatsen dan in de brievenbus.
        §3     Het is verboden informatieve of commerciële publiciteit dan wel functionele of esthetische verfraaiingen aan te brengen aan, langs, onder of over de roerende of onroerende goederen van het privaat domein, zonder voorafgaandelijke toestemming van de private beheerder en/of eigenaar. Hetzelfde principiële verbod geldt evenzeer voor het openbaar domein tenzij voorafgaande toestemming van de bevoegde overheid die ten laatste 21 dagen voor de activiteit of het evenement moet worden bekomen, en met uitzondering van de locaties en de infrastructuur die door deze overheid tot aanplakking zijn bestemd, permanent of tijdens verkiezingsperiodes. In geval van uitzonderlijke toestemming zal de niet-permanente informatieve of commerciële publiciteit nooit langer mogen duren dan de einddatum die is vermeld in de vergunning.
        De regeling in de vorige alinea geldt niet voor het te koop of te huur stellen van een onroerend goed of voor de wettelijke vereiste aanplakkingen. Deze aankondigingsborden of -affiches dienen goed onderhouden te worden en mogen geenszins het openbaar domein of privaat domein vervuilen. Overtredingen van deze bepaling worden vastgesteld ten laste van diegene die deze borden en affiches heeft aangebracht.  
        Met behoud van de toepassing van een administratieve boete moet de overtreder de zaken onmiddellijk in orde brengen.  
        Als de overtreder de zaken niet onmiddellijk in orde brengt, kan de gemeente zich het recht voorbehouden dat te doen op kosten en op risico van de overtreder.
        §4     Het is verboden wettig aangebrachte aankondigingen te beschadigen of te vernielen.
        26. Inzamelingen op de openbare ruimte
        §1     Iedere inzameling op de openbare ruimte is onderworpen aan de voorafgaandelijke toestemming van het gemeentebestuur of vergunning toegestaan bij koninklijk besluit of provinciaal besluit. De toestemming van het gemeentebestuur moet minstens 15 dagen voor de inzameling worden aangevraagd.
        §2     Het is verboden huis aan huis te gaan met het doel kaarten of andere voorwerpen te koop aan te bieden zonder schriftelijke en voorafgaande schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur.
        Deze toestemming moet men te allen tijde bij zich dragen.
        Leurders met een geldige leurkaart, almede de houders van vergunningen voor het collecteren aan huis, de verkopers van lotjes van vergunde tombola’s en de erkende jeugdverenigingen die gesubsidieerd worden door een openbaar bestuur, vallen niet onder toepassing van dit artikel.
        §3     Het is verboden op de openbare ruimte loterij- of andere kansspelen te houden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur.
        27. Gebruik van gevels van gebouwen.
        §1     Iedere eigenaar van een gebouw brengt aan de straatkant de huisnummering die door de gemeente werd toegekend, en enkel deze nummering goed zichtbaar aan. Het toegekende huisnummer dient aangebracht te worden zodanig dat het zichtbaar is van op de openbare weg. Indien de afstand meer dan 5 meter bedraagt moet het huisnummer eveneens op de brievenbus aangebracht te worden.
        §2     De eigenaars, vruchtgebruikers, huurders, bewoners of verantwoordelijken op grond van welke titel dan ook, moeten, zonder dat dit voor hen enige schadeloosstelling impliceert, op de gevel of topgevel van hun gebouw, ook wanneer die zich buiten de rooilijn bevindt, en in voorkomend geval eventueel aan de straatkant, toestaan dat aanduidingen van openbaar nut en andere nutsvoorzieningen worden aangebracht en zichtbaar worden gehouden.
        28. Bedrieglijke en nutteloze oproepen  en/of nabootsen geluidssignalen of oproepen hulpdiensten
        Iedere bedrieglijke of nutteloze hulpoproep of ieder bedrieglijk gebruik van een signalisatie- of geluidstoestel dat bestemd is om de veiligheid van andere gebruikers te vrijwaren, is verboden.
        29. Sneeuw en ijzel op de openbare wegen
        §1     Bij sneeuwval of ijzelvorming moeten de aangelanden van een openbare weg erover waken dat voor de eigendom die zij bewonen, of indien onbewoond/braakliggend waarvan zij eigenaar zijn, voldoende ruimte voor de doorgang van de voetgangers is vrijgemaakt en dat het nodige gedaan is om de gladheid ervan te vermijden.
        §2     De sneeuw moet aan de rand van het voetpad opgehoopt worden en mag de weggebruikers niet hinderen. De rioolmonden en goten moeten vrij blijven (afvoeren van dooiwater).
        §3     Bij vorst is het verboden op de openbare weg water te gieten of te laten vloeien, glijbanen aan te leggen en sneeuw of ijs te storten of te gooien dat afkomstig is van privé-eigendommen.
        30. Bevroren kanalen, waterbekkens en waterlopen in de openbare ruimte
        Het is verboden zich op het ijs van de waterlopen en stilstaande waters in de openbare ruimte te begeven. Na technisch advies van de brandweer te hebben ingewonnen, kan de burgemeester bij voldoende ijsdikte een afwijking van dit verbod toestaan.
        31. Wildkamperen
        Onverminderd het naleven van de voorschriften en de verplichtingen opgelegd bij de Wet, Koninklijke of Ministeriële Besluiten, betreffende het kamperen, is het zonder toelating van de Burgemeester verboden te kamperen op openbaar domein.  
        32. Toegang tot onbezette gebouwen
        De eigenaar moet gepaste feitelijke maatregelen nemen om de toegang tot onbezette gebouwen te verhinderen.  
        Onbevoegde personen mogen zich geen toegang verschaffen tot voor het publiek niet toegankelijke constructies of installaties.
        33. Bestuurlijke maatregelen
        §1     Overeenkomstig artikel 134 sexies van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester in geval van verstoring van de openbare orde veroorzaakt door individuele of collectieve gedragingen, of in geval van herhaaldelijke inbreuken op de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad gepleegd op eenzelfde plaats of ter gelegenheid van gelijkaardige gebeurtenissen en die een verstoring van de openbare orde of een overlast met zich meebrengen, beslissen over te gaan tot een tijdelijk plaatsverbod van een maand, tweemaal hernieuwbaar, jegens de dader of de daders van deze gedragingen.
        Het niet naleven van bovenvermeld plaatsverbod is strafbaar met een administratieve geldboete zoals geregeld in onderhavige verordening.
        §2     Teneinde openbare overlast tegen te gaan, heeft de gemeente, onverminderd wat is bepaald onder artikel 22, § 1, de bevoegdheid om op basis van een bestuurlijk verslag van de lokale politie of risicoanalyse, gesteund op objectieve vaststellingen die doen blijken van herhaalde en concrete verstoring van de openbare orde, een samenscholingsverbod uit te vaardigen ten aanzien van bepaalde individuen of groepen waarvan de samenkomst in causaal verband staat tot voornoemde verstoring. De gemeente moet daarbij het proportionaliteitsbeginsel in acht nemen, wat betreft de duur, de ruimtelijke reikwijdte en de aard van de maatregel. De aard van de maatregel zal slechts proportioneel zijn als de gemeente aantoont dat eerder genomen, minder ingrijpende maatregelen, zoals verwittigingen, niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd.   
            Het niet naleven van een samenscholingsverbod is strafbaar met een administratieve geldboete zoals geregeld in onderhavige verordening.
        §3    Een plaatsverbod, zoals bedoeld in §1, kan gecombineerd worden met een samenscholingsverbod voor zover uit de motivatie blijkt dat beide instrumenten een onderscheidend doel dienen, geschikt zijn om dat doel te bereiken en de combinatie van beide instrumenten niet verder gaat dan nodig om de bedoelde vormen van overlast te vermijden.
        §4    In uitvoering van artikel 134ter van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester de voorlopige sluiting en de tijdelijke schorsing van een vergunning opleggen als bestuurlijke maatregel, voor een maximumtermijn van drie maanden, wanneer elke verdere vertraging een ernstig nadeel zou kunnen berokkenen. Hij kan die maatregelen nemen wanneer de voorwaarden van de uitbating van de instelling of van de vergunning niet worden nageleefd en nadat de overtreder de mogelijkheid werd geboden zijn verweermiddelen naar voren te brengen en dit voor zover deze bevoegdheid niet door een bijzondere regelgeving is toevertrouwd aan een andere overheid. Deze maatregel dient tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen te worden bevestigd.
            In uitvoering van artikel 134quater van de Nieuwe Gemeentewet kan de burgemeester, indien de openbare orde rond een voor het publiek toegankelijke inrichting wordt verstoord door gedragingen in die inrichting, besluiten deze te sluiten, voor de duur die hij bepaalt en die de termijn van drie maanden niet mag overschrijden. Deze maatregel dient tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen te worden bevestigd.
            Het niet naleven van deze bestuurlijke maatregelen, zoals opgenomen in §1 tot en met §4, is strafbaar met een administratieve geldboete zoals geregeld in onderhavige verordening.

        §5    De burgemeester kan op grond van artikel 133ter, § 1 van de Nieuwe Gemeentewet een inrichting bestuurlijk laten verzegelen wanneer de burgemeester zelf of het college van burgemeester en schepenen de inrichting sluit of heeft gesloten.
            Het niet naleven van deze bestuurlijke verzegeling is strafbaar met een administratieve geldboete zoals geregeld in onderhavige verordening.
        §6     De burgemeester kan, op grond van artikel 133ter, §2 Nieuwe gemeentewet, een bestuurlijke dwangsom opleggen, wanneer de burgemeester zelf of het college van burgemeester en schepenen een maatregel van bestuurlijke politie oplegt of heeft opgelegd.
        De burgemeester kan de dwangsom hetzij op een enkel bedrag, hetzij op een bedrag bepaald per tijdseenheid of per overtreding vaststellen. In de laatste twee gevallen kan de burgemeester eveneens een bedrag bepalen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.
        De burgemeester kan een termijn bepalen waarbinnen de dwangsom niet wordt verbeurd.
        Deze dwangsom komt de gemeente toe.
        De dwangsom kan niet worden ingevorderd indien de betrokkene wegens omstandigheden van overmacht de maatregel van bestuurlijke politie niet kan uitvoeren. De betrokkene of diens raadspersoon kan deze omstandigheden schriftelijk of mondeling motiveren.
        De dwangsom verjaart door het verstrijken van een termijn van één jaar na de dag waarop zij is verbeurd.
        De burgemeester heeft het recht om de dwangsom tegelijkertijd toe te voegen aan een inhoudelijke maatregel van bestuurlijke politie die hij of het college van burgemeester uitvaardigt dan wel om in een afzonderlijk besluit de afdwingbaarheid een eerder genomen inhoudelijke maatregel van bestuurlijke politie te versterken.  
        34. Huishoudelijke reglementen en protocollen voor publiek toegankelijke inrichtingen  
        Elke bezoeker dient zich strikt te houden aan de bepalingen van de huishoudelijke reglementen en protocollen voor publiek toegankelijke inrichtingen zoals uitgevaardigd door een lokale overheid. Deze worden beschouwd als reglementen en verordeningen van de gemeenteraad in de zin van artikel 33. Elke inbreuk erop wordt beschouwd als een GAS I – inbreuk.   

        IV. REINHEID EN GEZONDHEID (GAS – 1 inbreuken)
        35. Bouwvallige gebouwen  
        §1     Het is verboden de openbare veiligheid in het gedrang te brengen door:
        •    Bouwvalligheid, gebrek aan herstelling of onderhoud van huizen of gebouwen;
        •    Een belemmering of een uitgraving of enig ander werk in of nabij de openbare ruimte zonder de voorgeschreven of gebruikelijke voorzorgsmaatregelen of waarschuwingstekens in acht te nemen.
        §2     Iedereen moet onmiddellijk gevolg geven aan de aanmaning van het gemeentebestuur om gebouwen die bouwvallig zijn en een gevaar betekenen voor de openbare veiligheid te herstellen of te slopen.
        36. Onderhoud van woningen en gronden
        §1     Het is verboden om de hygiëne in een woning, bewoond of onbewoond, en in de buitenomgeving (zoals de tuin) die tot deze woning behoort, zodanig te laten verslechteren dat de buurt of de omwonenden hiervan hinder ondervinden. Deze hinder kan gevormd worden door penetrante geuren, door visuele impact op de omgeving, door het aantrekken van ongedierte of door elke andere omstandigheid die de gezondheid of veiligheid van de omwonenden in gevaar kan brengen.
        §2     Elke eigenaar en gebruiker van braakliggende terreinen is verplicht om deze dermate te onderhouden dat overlast ten aanzien van belendende private percelen of het aanpalende openbaar domein wordt tegengaan.
        37. Achterlaten van afval
        §1     Het is verboden in de openbare ruimte of op de onbebouwde of bebouwde gronden, behorend tot het privaat domein, om het even welk afval te werpen of achter te laten, te laten vloeien of terecht te laten komen die van aard zijn om iemand te doen struikelen of om de openbare ruimte of onbebouwde gronden te bevuilen, te beschadigen of onveilig te maken.
        §2  Onder afval wordt verstaan:
        •    zwerfvuil (sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, verpakkingen van snoep, snacks, fruit- en groentenafval, …);
        •    sluikstorten van huishoudelijk afval;
        •    het oneigenlijk gebruik van straatvuilbakjes voor huishoudelijk afval, ander dan afval afkomstig van ter plekke geconsumeerde producten.
        §3     Iedereen die, op om het even welke wijze, de openbare ruimte heeft bevuild of laten bevuilen, moet ervoor zorgen dat deze onverwijld opnieuw proper gemaakt wordt. Indien men nalaat hieraan gevolg te geven, wordt ambtshalve overgegaan tot de reiniging op kosten en risico van de overtreder.
        §4     Het is verboden om huishoudelijk afval of afval, anders dan afval afkomstig van ter plaatse geconsumeerde producten, in straatvuilbakken te deponeren.  
        38. Huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval
        §1     Huishoudelijk afval, inclusief Gft-afval, moet aangeboden worden in de daarvoor voorziene zakken, containers en/of recipiënten ten vroegste om 18.00 uur op de vooravond van de ophaling en ten laatste om 05u30 op de dag van de ophaling.
            Het maximaal toegelaten gewicht voor een 60 liter restafvalzak bedraagt 15 kg.
            De maximaal toegelaten hoeveelheid restafvalzakken (60 liter) is beperkt tot 3 stuks per 14 dagen.
        §2     De PMD- en restafvalzakken en de deksels van de Gft-containers moeten degelijk gesloten zijn, zodat ze hun inhoud niet verliezen en gemakkelijk hanteerbaar zijn. Het is verboden in het op te halen afval gelijk welke stof of gelijk welk voorwerp te bergen dat het personeel van de reinigingsdienst kan kwetsen of besmetten.
        §3     Papier en karton dienen aangeboden te worden in papieren zakken, kartonnen dozen of voldoende samengebonden. Er moet voor gezorgd worden dat het papier niet kan wegwaaien en dat het door de ophalers op een vlotte en nette manier kan worden opgehaald.
        §4      Bij huis aan huis-inzameling van glas moet het glas aangeboden worden in een emmer of stevige open bak met een gesloten bodem en gesloten zijwanden. Het is niet toegelaten om andere recipiënten (zoals onder meer plastic zakken en kartonnen dozen) te gebruiken. De bewoner is verplicht om de glazen verpakkingen volledig leeg en uit te spoelen en de deksels en doppen te verwijderen (ook van de flessen).  Het is verboden glazen verpakkingen van giftige of gevaarlijke producten bij het glas te voegen. Zodra één of meerdere glazen verpakkingen binnen het recipiënt foutief worden aangeboden, heeft de ophaler het recht om de volledige inhoud van het recipiënt te weigeren.
        §5     De inwoners moeten het afval aan de rand van het voetpad op de berm voor hun woning plaatsen. Het afval moet zodanig geplaatst worden dat het derden of de weggebruiker niet hindert en dat het goed zichtbaar is voor de ophaler (dus bijvoorbeeld niet in tonnen). De Gft-container wordt steeds met het handvat naar de straatkant gericht en bevat verplicht de reguliere betaalsticker.
        §6     Het afval dat door nalatigheid van de ophaler niet is opgehaald, mag na verplichte melding aan de gemeente, maximaal 24 uur na de normale ophaaldag blijven staan. Dezelfde maximumtermijn geldt ook voor afval dat door het foutief aanbieden door de bewoner niet is meegenomen. De bewoner zorgt er in elk geval zelf voor dat het afval tijdig wordt terug geplaatst binnen de private eigendomsgrenzen(hierna: “binnengenomen”) en dit tot de eerstvolgende inzameling.
        § 7  De geledigde recipiënten voor glas en Gft-containers dienen binnen de 24u na lediging opnieuw te worden binnengenomen.
        §8     Buiten de bevoegde personen is het voor iedereen verboden grof huisvuil, metalen, papier, vuilniszakken, recipiënten en containers te doorzoeken, mee te nemen, te verplaatsen, te beschadigen of de inhoud ervan op de openbare ruimte te storten.
        § 9     Het achterlaten van materialen (ook glas) rond de ondergrondse afvalcontainers is verboden en wordt beschouwd als sluikstorten. In de ondergrondse containers mogen geen afvalstoffen gedeponeerd worden die enig risico inhouden voor de veiligheid en/of gezondheid van de ophaler en omwonenden. De ondergrondse containers kunnen in welbepaalde omstandigheden afgesloten worden om veiligheidsredenen of voor herstelling, onderhoud of ter voorbereiding van periodieke reiniging. Het is verboden afvalstoffen te deponeren in de containers voor 6u ’s morgens en na 22u ’s avonds.
        § 10  Lokale besturen die deel uitmaken van de zone, hebben het recht om voor elke afvalfractie vermeld in artikel 37 of 38 van deze verordening, voor elke bijkomende afvalfractie en voor ondergrondse afvalcontainers (per fractie) nadere regels te bepalen in een lokale politieverordening.
        39. Selectieve inzameling
        §1     Het is verboden afval dat niet overeenstemt met de bepalingen van selectieve inzameling te deponeren in een recipiënt bestemd voor selectieve inzameling. Het is verboden afval te werpen of achter te laten in en naast een recipiënt voor selectieve inzameling.
        §2     Glas moet volgens kleur in de verschillende openingen van de glascontainer gedeponeerd worden.  
        §3     Het is verboden glas of ander afval achter te laten naast de glasbol. Wanneer de glasbol vol is, moet het glas terug meegenomen worden of in een andere glasbol gedeponeerd worden.
        40. Afval op evenementen in de openbare ruimte  
        §1    De organisator van een evenement in de openbare ruimte moet de nodige maatregelen nemen, opdat het afval zich niet buiten het terrein, waarop het evenement plaats heeft, kan verspreiden.
        §2     Op het terrein moet voldoende zichtbare en voor selectieve inzameling geschikte inzamelpunten aanwezig zijn.
        §3     De organisator moet het terrein uiterlijk de dag na het beëindigen van het evenement opgeruimd hebben, zo niet kan het gemeentebestuur overgaan tot ambtshalve opruiming op kosten van de organisator.
        41. Afval van verkoop van voedingsproducten
        De verkopers van voedingsproducten (uitbaters van frituren, snackbars en andere langs de openbare weg staande verkooppunten van voedingswaren) die in een directe omgeving verbruikt worden, moeten voldoende duidelijk zichtbare en goed bereikbare afvalrecipiënten plaatsen en moeten de inhoud en het afval ernaast op regelmatige basis en reglementaire wijze verwijderen.
        42. Geur- en rookoverlast
        §1     Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur is elke geur- of rookhinder die zonder noodzaak wordt veroorzaakt, verboden.
        §2  Het bewijs van overlast is met alle mogelijke middelen te leveren.
        §3     Het composteren van organisch afval of de tijdelijke opslag van afval mag geen aanleiding geven voor geurhinder voor de omwonenden.
        43. Verbranden in open lucht
        Het is verboden welke stoffen ook te verbranden in open lucht, behoudens wettelijke uitzonderingen.
        44. Verbranden in kachels, open haarden en allesbranders
        De gebruikers van kachels, open haarden of allesbranders moeten ervoor zorgen dat de installaties die ze gebruiken geen luchtverontreiniging veroorzaakt die de gezondheid kan schaden. Het is in het bijzonder verboden om behandeld hout (hout dat geverfd, gevernist of geïmpregneerd werd ) te verbranden.
        45. Bevuilen van de openbare ruimte door te urineren of achterlaten van uitwerpselen
        Het is verboden op de openbare ruimte (of zichtbaar vanaf de openbare ruimte) of de bebouwde dan wel onbebouwde percelen behorend tot andermans privaat domein, te urineren en uitwerpselen achter te laten, tenzij op plaatsen en accommodaties die hiertoe speciaal zijn ingericht. Die plaatsen en accommodaties moeten volgens de regels van goed fatsoen worden gebruikt.
        46. Lozingen in riolen, grachten en vijvers
        Het is verboden schadelijke vloeistoffen, voorwerpen, afvalstoffen of materialen te lozen in de riolen of te storten in de waterlopen, de grachten, de vijvers of putten of te storten op de oevers ervan.
        47. Onderhoud van grachten
        §1     Het is verboden baangrachten en andere grachten geheel of gedeeltelijk te verleggen of te bedekken met materialen die de infiltratie van het water naar de bodem kunnen tegenwerken.
        §2     Grachten die wederrechtelijk werden opgevuld of verlegd, zullen door de overtreder onmiddellijk in hun oorspronkelijke staat dienen te worden hersteld.
        §3     Het overwelven of inbuizen van baangrachten kan enkel worden toegelaten mits voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur.
        §4     Om de goede afloop van het water te verzekeren, moet de eigenaar van de grachten die door zijn gronden lopen of deze scheiden van andere private eigendommen het slib (laten) verwijderen, de overtollige waterplanten (laten) maaien en het maaisel (laten) afvoeren.
        Zijn uitgezonderd: de waterlopen van 1ste, 2de en 3de categorie, alsook in voorkomend geval, de grachten en/of waterlopen die onder het beheer van een overheid vallen.
        §5     Met het oog op de verdelging van ratten en ander ongedierte langs de boorden van de grachten en waterlopen, zijn de inwoners verplicht vrije doorgang te verlenen aan de personen, door de bevoegde gemeentelijke/provinciale overheid met de verdelging belast. Zij dienen het plaatsen van daartoe nodig geachte tuigen te dulden.
        48. Uitdelen van drukwerk, stalen, flyers en kaartjes met aankoopaanbod op de openbare weg
        §1     Het uitdelen van drukwerk (o.a. flyers, pamfletten, reclamefolders,..) is toegestaan, mits hiervan melding te maken aan het gemeentebestuur. De melding gebeurt per brief of per e-mail en bevat volgende gegevens : verantwoordelijke uitgever, datum, uur en de straten waar het drukwerk wordt uitgedeeld. De melding gebeurt minimum 14 kalenderdagen voorafgaand aan de datum van uitdeling.
        §2     Het uitdelen van stalen van gebruiks- of verbruiksproducten op het openbaar domein is slechts toegelaten mits voorafgaandelijke en schriftelijke toestemming van het gemeentebestuur. De aanvraag gebeurt minimum 14 kalenderdagen voorafgaand aan de datum van uitdeling.
        §3     De aanvraag gebeurt per brief of per e-mail en bevat volgende gegevens: verantwoordelijke uitgever, datum, uur en de straten waar de stalen worden uitgedeeld. Er kunnen modaliteiten worden opgelegd m.b.t. de bedeling. De vergunning moet bij controle ter plaatse kunnen voorgelegd worden op eenvoudige vraag.  
        §4     Bij het uitdelen van drukwerk (o.a. flyers, pamfletten, reclamefolders,..), stalen of andere voorwerpen moet iedere verdeler zelf of via een helper instaan voor het oprapen van de door het publiek in de omgeving (binnen de evenementenzone of binnen een straal van 100m rond het verdeelpunt) weggeworpen exemplaren of voorwerpen.
        §5     Het is verboden drukwerk, flyers, kaartjes met aankoopaanbod, stalen of voorwerpen, andere dan processen-verbaal en preventiedrukwerken van de politie, preventiedrukwerk van stadsdiensten of parkeerretributiebonnen, op geparkeerde/gestalde voertuigen te plaatsen, met inbegrip van fietsen. De verdeler van drukwerk, flyers, kaartjes met aankoopaanbod is aansprakelijk bij overtredingen van de bepalingen van dit artikel.
        §6     Indien de verdeler niet kan geïdentificeerd worden is de verantwoordelijke uitgever aansprakelijk bij overtreding van de bepalingen van dit artikel, tenzij hij het bewijs levert dat hij alles heeft gedaan om de betrokkene op zijn plichten te wijzen en zodus overtreding van dit artikel te verhinderen. Indien er geen verantwoordelijke uitgever is vermeld op de flyers of stalen, kan het bedrijf of de organisator dat/die promotie voert eveneens aansprakelijk gesteld worden, tenzij het bewijs wordt geleverd dat alles werd gedaan om de betrokkene op zijn plichten te wijzen en zodus overtreding van dit artikel te verhinderen. Indien de door het publiek in de omgeving weggeworpen exemplaren of voorwerpen niet opgeraapt worden door de verdeler of zijn helper, zal de stad de exemplaren of voorwerpen ambtshalve laten verwijderen op kosten en op risico van de overtreder.  

        V. DIEREN (GAS – 1 inbreuken)
        49. Dieren  
        §1     Het is de eigenaars, bezitters, bewakers of houders van dieren verboden hun dieren onbewaakt vrij te laten lopen in de openbare ruimte.
        De bewaking moet zo zijn dat de begeleider het dier op elk ogenblik kan beletten om personen of dieren te intimideren of lastig te vallen, voertuigen te bespringen of private eigendommen te betreden. Het is de personen die het dier niet in de hand kunnen houden, verboden het dier te begeleiden.
        §2     Het is de eigenaars, bezitters, bewakers of houders van honden, verboden hun honden op te hitsen of niet tegen te houden wanneer die de voorbijgangers aanvallen of achtervolgen, zelfs als er geen kwaad of schade uit volgt. Honden dienen steeds aan de leiband gehouden te worden.  
        §3     Op de openbare ruimte moeten honden altijd aan de leiband gehouden worden. Deze regel is niet van toepassing op hondenloopweides, voor politiemensen met politiehonden, voor het beoefenen van de jacht en voor het begeleiden van een kudde.
        §4     De begeleiders van honden of andere huisdieren die zich op de openbare ruimte begeven, dienen steeds in het bezit te zijn van een recipiënt of een ander middel voor het verwijderen van de uitwerpselen van het dier.
        §5     De eigenaars of begeleiders van honden moeten er voor zorgen dat deze dieren de openbare ruimte niet bevuilen met hun uitwerpselen. Ze zijn verplicht deze uitwerpselen onmiddellijk te verwijderen, behoudens op de daartoe bestemde plaatsen die door het gemeentebestuur met duidelijke signalering zijn aangeduid.
        §6     De uitwerpselen van rij- en trekdieren (paarden, pony’s en ezels) op openbare wegen moeten door de eigenaar, begeleider of bewaker opgeschept en meegenomen worden in een daartoe voorzien recipiënt.
        §7     Onbewaakte loslopende dieren, die aangetroffen worden op de openbare ruimte of openbare plaatsen, worden door toedoen van of in opdracht van het gemeentebestuur gevangen en toevertrouwd aan de dienst die door het gemeentebestuur aangesteld is. Alle hieraan verbonden kosten vallen ten laste van de eigenaar, bezitter, bewaker of houder van het dier.
        §8     De eigenaars, bezitters, bewakers of houders van dieren moeten de nodige maatregelen treffen om te voorkomen dat de hun toevertrouwde of de hun toebehorende dieren kunnen ontsnappen van de plaats waar zij normaal gehuisvest zijn.
        De huisvesting moet zodanig zijn dat het dier wordt belet om personen of andere dieren te intimideren of lastig te vallen.
        §9     Het is verboden op de openbare ruimte eender welk voedsel voor zwervende dieren achter te laten, te deponeren of te werpen, met uitzondering van voedsel voor vogels bij vriesweer.
        Het voederen van zwerfdieren op het openbaar domein mag enkel door personen die hiervoor gemachtigd zijn door de burgemeester, en in het bezit zijn van een toelating ondertekend door de burgemeester.
        §10 De eigenaars, huurders of beheerders van onroerende goederen zijn verplicht maatregelen te treffen om te verhinderen dat verwilderde duiven en katten nesten. Zij zijn verplicht bevuilde gebouwen schoon te maken en te ontsmetten. Indien de eigenaars, huurders of beheerders van onroerende goederen nalaten gevolg te geven aan deze verplichting, wordt ambtshalve overgegaan tot de reiniging op kosten en risico van de overtreder.
        50. Uitvliegen van duiven
        §1     Het is verboden reisduiven welke niet aan prijskampen deelnemen, te laten uitvliegen van 07.00 uur tot 18.00 uur op zon- en feestdagen waarop duivenvluchtprijskampen plaatshebben en dit van 1 april tot en met de laatste zondag van de maand oktober en voor zover de prijskampen nog niet beëindigd zijn.
        §2     In geval van overmacht, slecht weer of andere oorzaken, waarbij de vluchten niet op de vermelde dagen worden gehouden, geldt dit verbod voor de daaropvolgende dag en is de mede kampende liefhebber verplicht kenbaar te maken dat de duiven niet op de vermelde datum werden gelost.
        §3     Elke handeling die de mede kampende liefhebber schade kan toebrengen, is te allen tijde verboden. Hierdoor wordt onder andere verstaan: slaan op allerlei voorwerpen, zwaaien met voorwerpen, ophangen van allerlei voorwerpen in de nabijheid van hokken, opstellen van molentjes, draaiende voorwerpen en in het algemeen elke daad die de duiven kan doen op- of afschrikken.

        VI. SPECIFIEKE OF GEMENGDE INBREUKEN (GAS-2 en GAS-3 inbreuken)
        51. Gewone diefstal (art. 461 en 463 Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Het is verboden een zaak die hem niet toebehoort bedrieglijk weg te nemen, zelfs voor kortstondig gebruik.  
        52. Gehele of gedeeltelijke vernieling of onbruikbaarmaking (art. 521, derde lid Strafwetboek) = GAS-3 inbreuk
        Het is verboden om rijtuigen, wagons en motorvoertuigen geheel of gedeeltelijk te vernielen of onbruikbaar te maken, met het oogmerk om te schaden.
        53. Vernieling of beschadiging van graven, monumenten, standbeelden en kunstvoorwerpen (art. 526 van het Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Het is verboden:
        •    grafzerken, gedenktekens of grafsteen;
        •    monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot het algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met haar machtiging zijn opgericht;
        •    monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstwerken dan ook, die in kerken, tempels of andere openbare gebouwen zijn geplaatst te vernielen, neer te halen, te verminken of te beschadigen.
        54. Beschadiging van (on)roerende goederen (art. 534 bis Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Het is verboden om zonder toestemming graffiti aan te brengen op roerende of onroerende goederen.
        55. Beschadiging van onroerende eigendommen (art. 534 ter Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Het is verboden om opzettelijk andermans onroerende eigendommen te beschadigen.
        56. Vernieling van bomen of enten (art. 537 Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Het is verboden om kwaadwillig een of meer bomen om te hakken, zodanig in te snijden, te verminken of te ontschorsen dat zij vergaan, of een of meer enten te vernielen.
        57. Dempen van grachten, afhakken of uitrukken van levende of dode hagen, vernielen van landelijke of stedelijke afsluitingen, verplaatsen of verwijderen van grenspalen, hoekbomen of andere bomen (art. 545 Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Het is verboden:
        •    grachten geheel of ten dele te dempen;
        •    levende of dode hagen af te hakken of uit te rukken;
        •    landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt te vernielen;
        •    grenspalen, hoekbomen of andere bomen geplant of erkend om grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te verplaatsen of te verwijderen.
        58. Beschadiging of vernieling van roerende eigendommen (art. 559, 1° Strafwetboek) = GAS-2
        inbreuk
        Is strafbaar zij die, buiten de gevallen omschreven in boek II, titel IX, hoofdstuk III, van het strafwetboek, andermans roerende eigendommen opzettelijk beschadigen of vernielen.
        59. Nachtlawaai (art. 561, 1° Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Het is verboden nachtgerucht of nachtrumoer te maken waardoor de rust van de inwoners verstoord wordt.
        Het bewijs kan met alle mogelijke middelen geleverd worden.
        De officier van bestuurlijke politie kan, na een eerste waarschuwing en tot de eerstvolgende ochtendopening, de voor het publiek toegankelijke gelegenheid sluiten, wanneer de uitbating ervan de openbare rust verstoort.  
        Een geluid wordt als niet-hinderlijk beschouwd wanneer het bijvoorbeeld het gevolg is van:  
        •    van werken of handelingen die dringend of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen;
        •    een manifestatie waarvoor door het gemeentebestuur een afwijking van de geluidsnormen werd afgeleverd, voor zover de in de vergunning opgelegde voorwaarden worden nageleefd;
        •    werken door landbouwers tijdens het bewerken van hun velden of voor het binnenhalen van de oogst gedurende de periode van 1 maart tot en met 30 november).
        60. Opzettelijke beschadiging van stedelijke of landelijke afsluitingen (art. 563, 2° Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Het is verboden opzettelijk stedelijke of landelijke afsluitingen te beschadigen, uit welke materialen zij ook gemaakt zijn.
        61. Feitelijkheden of lichte gewelddaden (art. 563, 3° Strafwetboek) = GAS-2 inbreuk
        Zijn strafbaar daders van feitelijkheden of lichte gewelddaden, mits zij niemand gewond of geslagen hebben en mits de feitelijkheden niet tot de klasse van de beledigingen behoren; in het bijzonder zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen.
        62. Zich niet identificeerbaar vertonen in de voor het publiek toegankelijke plaatsen (art. 563 bis Strafwetboek= GAS-2 inbreuk
        Behoudens andersluidende wetsbepalingen is het verboden zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.
        Dit verbod geldt echter niet voor hen die zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat zij niet herkenbaar zijn, en wel krachtens arbeidsreglementen of een politieverordening naar aanleiding van feestactiviteiten
        63. Het overtreden van het gemeentelijk reglement op nachtwinkels, private bureaus voor telecommunicatie of seksuitbating voor volwassenen (art. 18 Wet betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening)
        Een uitbater of eigenaar van een nachtwinkel, privaat bureau voor telecommunicatie of een seksuitbating voor volwassenen dient te allen tijde het gemeentelijke reglement te respecteren dat in uitvoering van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, werd uitgevaardigd en in voorkomend geval de uitbater of eigenaar verplicht om een voorafgaande vergunning aan te vragen aan het college van burgemeester en schepenen. Dezelfde uitbater of eigenaar is tevens verplicht om de voorwaarden van diens vergunning strikt na te leven.     
         

        VII. STRAFBEPALINGEN  
        64. De administratieve sanctie
        I. De administratieve geldboete  
        A.    Bedrag van de geldboete
        §1     De administratieve geldboete bedraagt minimum 100 euro en maximum de drempels zoals die, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is, zijn vastgelegd in artikel 4 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
        §2     De administratieve sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van de eventuele herhaling.   
        §3     Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de administratieve geldboetes worden verminderd, zonder dat zij ooit lager mogen zijn dan 25,00 euro.  
        B.    Herhaling
        §1     Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk. De termijn van vierentwintig maanden begint te lopen vanaf en zodra de administratieve geldboete voor de eerste inbreuk uitvoerbare kracht heeft gekregen.
        §2     Bij herhaling van eenzelfde overtreding wordt de geldboete die werd opgelegd bij de eerste overtreding, verdubbeld  waarbij de wettelijke maxima voor respectievelijk meerder- en minderjarigen, opgenomen in artikel 4 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, als absolute bovengrens gelden.
        §3     Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de administratieve geldboetes voor de herhaalde overtreding worden verminderd, zonder dat zij ooit lager mogen zijn dan 50,00 euro.  
        C.    Samenloop van verscheidene overtredingen binnen één reglement of verordening
        §1     De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.
        In geval van samenloop van verscheidene overtredingen waarvoor administratieve geldboetes voorzien zijn, worden de bedragen samengeteld, zonder dat deze boete de  respectievelijk voor meerder- en minderjarigen wettelijk toegelaten maximumbedragen in artikel 4 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties te boven mag gaan.  
        Er wordt bijgevolg slechts één administratieve geldboete opgelegd per reglement of verordening.
        §2     Bij samenloop van een overtreding waarvoor een administratieve geldboete voorzien is en een overtreding waarvoor een administratieve schorsing of intrekking van een door de gemeente afgeleverde toestemming of vergunning of een administratieve sluiting van een instelling is voorzien, wordt alleen de schorsing, intrekking of sluiting uitgesproken.
        §3     Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kunnen de administratieve geldboetes worden verminderd, zonder dat zij ooit lager mogen zijn dan 25,00 euro.  
        II.    De administratieve sluiting van een instelling  
        De persoon, eigenaar of uitbater van een instelling, aan wie reeds tweemaal een administratieve boete werd opgelegd, naar aanleiding van een overtreding in verband met die instelling, kan worden gesanctioneerd met de administratieve sluiting van de instelling gedurende een termijn van maximum drie maanden. Onder overtreding wordt hier minimaal begrepen elke inbreuk op dit reglement of een ander gemeentelijk reglement dewelke wettelijk als GAS-inbreuk kan worden gekwalificeerd.
        De burgemeester kan tevens de sluiting bevelen van de nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie die worden uitgebaat in overtreding op het van toepassing zijnde gemeentelijke reglement of in overtreding met de vergunning die in het kader van dit gemeentelijke reglement voor deze uitbating werd verleend. Deze sluiting kan worden opgelegd voor een termijn van maximum drie maanden.
        III.    De administratieve schorsing of intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning
        Inbreuken op de uitbatings- of andere voorwaarden gekoppeld aan een gemeentelijke toestemming of vergunning, zoals voorzien in deze verordening of in een ander (gemeentelijk) reglement worden bestraft met de schorsing of intrekking van de vergunning opgelegd door het college van burgemeester en schepenen.  De schorsing zal in voorkomend geval pas worden beëindigd wanneer op onherroepelijke wijze het einde van de inbreuken kan worden vastgesteld.



        DEEL II: ALGEMEEN ZONAAL (PROCEDURE)REGLEMENT BETREFFENDE HET OPLEGGEN VAN EEN ADMINISTRATIEVE GELDBOETE BIJ OVERTREDINGEN OP DE ALGEMENE ZONALE POLITIEVERORDENING DEINZE/ZULTE/LIEVEGEM DEEL I OVERLASTBEPALINGEN EN GEMENGDE INBREUKEN (GAS-1, GAS-2 en GAS-3 inbreuken)  
        Hoofdstuk I. Toepassingsgebied
        65. Doel
        De gemeente legt bij wijze van dit algemeen zonaal (procedure)reglement de verschillende aspecten van de procedure vast ingeval een inbreuk wordt vastgesteld op één van de bepalingen van de algemene zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem Deel I Overlastbepalingen en gemengde inbreuken (zogenaamde GAS-1, GAS-2 en GAS-3 inbreuken) en verder op alle politiereglementen en – verordeningen in de politiezone Deinze/Zulte/Lievegem met inbegrip van de besluiten burgemeester en de politiereglementen van de provincie Oost-Vlaanderen voor de provinciale domeinen ‘Het Leen’ (Lievegem) en ‘De Brielmeersen’ (Deinze) die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie.  
        66. Definities
        In dit reglement hebben de onderstaande termen de volgende betekenis:
        Gemeentelijke administratieve sanctie (GAS): sanctie die door de gemeenteraad in zijn reglementen en verordeningen wordt voorzien bestaande uit:
        •    Een administratieve geldboete waarvan de maximumbedragen, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is, zijn vastgelegd in artikel 4 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
        •    De administratieve schorsing van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning;
        •    De administratieve intrekking van een door de gemeente verleende toestemming of vergunning.
        •    De tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.
        Sanctionerend ambtenaar: ambtenaar aangewezen door de gemeenteraad bevoegd voor het opleggen van een administratieve geldboete, en voldoet aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties
        Gemengde inbreuken: inbreuken op gemeentelijke verordeningen en reglementen die enkel aanleiding kunnen geven tot een administratieve sanctionering indien geen strafrechtelijke sanctionering wordt toegepast.
        Niet-gemengde inbreuken: inbreuken op gemeentelijke verordeningen en reglementen die door geen andere regelgeving strafbaar worden gesteld en enkel aanleiding kunnen geven tot een administratieve sanctionering.
        Minderjarige overtreder: overtreder die op het ogenblik van de inbreuk de volle leeftijd van 14 jaar heeft bereikt.
        Meerderjarige overtreder: overtreder die op het ogenblik van de inbreuk de volle leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
        Ouderlijke betrokkenheid: procedure waarbij de sanctionerend ambtenaar iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige overtreder over de feiten informeert en hen verzoekt hun mondelinge of schriftelijke opmerkingen hierover mee te delen samen met de te nemen opvoedkundige maatregelen.
        Bemiddeling: maatregel als alternatief voor de administratieve geldboete die het voor de overtreder mogelijk maakt om door tussenkomst van een bemiddelaar de veroorzaakte schade te herstellen of schadeloos te stellen of om het conflict te doen bedaren.
        Bemiddelaar: de statutaire of contractuele beambte aangewezen door de Stad Gent die, in opdracht van de sanctionerend ambtenaar de verschillende stappen van de bemiddelingsprocedure inzake GAS uitvoert, en voldoet aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
        Geïdentificeerd slachtoffer: de natuurlijke of rechtspersoon waarvan de belangen als geschaad werden beschouwd door de sanctionerend ambtenaar.
        Herhaling: indien de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de 24 maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.
        67. Doelgroep en toepassingsgebied
        Dit algemeen zonaal (procedure)reglement is van toepassing op alle politiereglementen of verordeningen in de politiezone Deinze/Zulte/Lievegem met inbegrip van de besluiten burgemeester en de politiereglementen van de provincie Oost-Vlaanderen voor de provinciale domeinen ‘Het Leen’ (Lievegem) en ‘De Brielmeersen’ (Deinze)die aanleiding kunnen geven tot een gemeentelijke administratieve sanctie.
        Hoofdstuk II. Vaststelling inbreuken – opleggen administratieve sanctie
        68. Vaststellen inbreuken
        Inbreuken die het voorwerp van een administratieve sanctie kunnen uitmaken worden vastgesteld door de personen vermeld in artikel 20 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de administratieve sancties en inbreuken die uitsluitend het voorwerp kunnen uitmaken van administratieve sancties kunnen eveneens worden vastgesteld door de personen vermeld in artikel 21 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.  
        69. Opleggen administratieve geldboete
        De aangewezen ambtenaar belast met het opleggen van een administratieve geldboete zijn de provinciale sanctieambtenaren, belast met het opleggen van administratieve geldboetes.  
        Hoofdstuk III. Protocolakkoord gemengde inbreuken
        70. Protocolakkoord
        De gemengde inbreuken voorzien in de algemene zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem in Deel I Overlastbepalingen en gemengde inbreuken worden behandeld conform een protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties in geval van gemengde inbreuken, afgesloten tussen de procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen.
        Hoofdstuk IV Administratieve procedure
        71. Verloop van de procedure
        §1     Wanneer de sanctionerend ambtenaar beslist dat de administratieve procedure opgestart dient te worden, deelt hij het volgende per aangetekende brief mee aan de overtreder:  
        •    de feiten en hun kwalificatie;
        •    dat de overtreder de mogelijkheid heeft om bij aangetekende brief zijn verweermiddelen uiteen te zetten, binnen een termijn van vijftien dagen na de datum van kennisgeving, en dat hij, bij die gelegenheid, het recht heeft om aan de sanctionerend ambtenaar te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten;
        •    dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;
        •    dat de overtreder het recht heeft om zijn dossier te raadplegen;
        •    een kopie van het proces-verbaal.
        §2     De vader, moeder en voogden of personen die de minderjarige overtreder onder hun hoede hebben, worden eveneens per aangetekende brief op de hoogte gebracht dat een administratieve procedure geopend wordt. De partijen hebben dezelfde rechten als de minderjarige.
        72. Verweer
        §1     De overtreder dient zijn verweerschrift, met een eventueel verzoek tot mondelinge verdediging van zijn zaak, ook bij een ter post aangetekende zending te versturen uiterlijk de vijftiende dag na de dag van ontvangst.
        §2     De sanctionerend ambtenaar bepaalt de dag waarop de overtreder uitgenodigd wordt om zijn mondeling verweer uiteen te zetten.
        §3     Indien de sanctionerend ambtenaar van oordeel is dat een administratieve geldboete moet worden opgelegd die niet hoger is dan 70,00 euro, heeft de meerderjarige overtreder het recht niet om te vragen zijn verweer mondeling uiteen te zetten.
        73. Beslissing van de sanctionerend ambtenaar
        §1     De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en wordt aangetekend ter kennis gebracht van de betrokkenen.
        Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.
        §2     In afwijking van §1 wordt de beslissing van de sanctionerend ambtenaar binnen een termijn van twaalf maanden genomen en wordt ter kennis gebracht van de betrokkenen, indien er een bemiddeling tussenkomt. Deze termijn van twaalf maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.
        §3     Na het verstrijken van de in §1 en §2 bedoelde termijnen, kan de sanctionerend ambtenaar geen administratieve geldboete meer opleggen.
        74. Kennisgeving van de beslissing door de sanctionerend ambtenaar
        §1 Na het verstrijken van de mogelijkheid om bij aangetekende brief en binnen een termijn van vijftien dagen zijn verweermiddelen uiteen te zetten of vóór het verstrijken van deze termijn, wanneer de overtreder te kennen geeft de feiten niet te betwisten of, desgevallend, na mondeling of schriftelijk verweer door de overtreder of zijn raadsman, kan de sanctionerend ambtenaar de administratieve geldboete opleggen.
        De sanctionerend ambtenaar brengt zijn beslissing ter kennis van de overtreder per aangetekende brief, en in geval van specifieke of gemengde inbreuken, van de procureur des Konings. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt eveneens per aangetekende brief ter kennis gebracht van de minderjarige en zijn vader en moeder, zijn voogden of personen die er de hoede over hebben.
        In de kennisgeving wordt tevens de informatie opgenomen bedoeld in artikelen 9, §1, 10 en 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens.
        §2     De sanctionerend ambtenaar zendt een kopie van het proces-verbaal of van de vaststelling, evenals een kopie van zijn beslissing over aan elke partij die hierbij een rechtmatig belang heeft en die hem voorafgaand een schriftelijk en met redenen omkleed verzoek heeft overgezonden.
        75. Beroep
        §1     De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van één maand vanaf de dag van de kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt aangetekend.
        §2     De gemeente of de overtreder, in geval van een administratieve geldboete, kan een beroep instellen bij geschreven verzoekschrift bij de politierechtbank, volgens de burgerlijke procedure, binnen een maand na kennisgeving van de beslissing.
        Wanneer de beslissing van de sanctionerend ambtenaar betrekking heeft op minderjarigen, wordt het beroep ingediend via kosteloos verzoekschrift bij de jeugdrechtbank. In dat geval kan het beroep eveneens worden ingesteld door de vader en moeder, voogden of personen die er de hoede over hebben. De jeugdrechtbank blijft bevoegd indien de overtreder meerderjarig is geworden op het moment van de uitspraak.
        De politierechtbank of de jeugdrechtbank beslissen in het kader van een tegensprekelijk en openbaar debat, over het beroep ingesteld tegen de administratieve sanctie. Zij oordelen over de wettelijkheid en de proportionaliteit van de opgelegde geldboete.  
        Zij kunnen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar ofwel bevestigen ofwel herzien.  
        De jeugdrechtbank kan, wanneer hij gevat wordt door een beroep tegen de administratieve geldboete, in de plaats hiervan een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding opleggen, bepaald bij artikel 37 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. In dit geval is artikel 60 van dezelfde wet van toepassing.
        De beslissing van de politierechtbank of van de jeugdrechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.
        Wanneer de jeugdrechtbank echter beslist om de administratieve sanctie te vervangen door een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding zoals bedoeld in artikel 37 van de voormelde wet, is zijn beslissing wel vatbaar voor hoger beroep. In dit geval zijn de procedures bedoeld in de voormelde wet van toepassing.
        Onverminderd het eerste tot het zevende lid en de voormelde wet van 8 april 1965, zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de politierechtbank en de jeugdrechtbank.
        Hoofdstuk V Inning van de geldboete
        76. Inning van de administratieve geldboete
        De administratieve geldboete worden geïnd ten voordele van de gemeente.
        Hoofdstuk VI Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete
        77. Voorwaarden onmiddellijke betaling
        §1     Indien de feiten gepleegd zijn door een natuurlijk persoon die, noch een woonplaats, noch een vaste verblijfplaats heeft in België, kunnen de personeelsleden van het operationeel kader van de federale en lokale politie de administratieve geldboete onmiddellijk innen, mits akkoord van de overtreder.
        §2     De overtreder wordt bij het verzoek tot onmiddellijke betaling op de hoogte gebracht van al zijn rechten.
        §3     De inbreuken die slechts het voorwerp kunnen uitmaken van een administratieve sanctie kunnen aanleiding geven tot de onmiddellijke betaling van een maximumbedrag van 25,00 euro per inbreuk en een maximum bedrag van 100,00 euro wanneer er meer dan vier inbreuken ten laste van de overtreder werden vastgesteld.
        §4  De onmiddellijke betaling is uitgesloten:
        •    indien één van de inbreuken die bij dezelfde gelegenheid worden vastgesteld geen aanleiding kan geven tot deze procedure;
        •    indien de overtreder minder dan 18 jaar oud is of onder het statuut van verlengde minderjarigheid valt of onbekwaam verklaard is.
        §5 De betaling van de administratieve geldboete gebeurt door middel van een bankkaart of kredietkaart of via overschrijving of in geld.
        §6 Het proces-verbaal dat gewag maakt van een onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete wordt binnen een termijn van vijftien dagen overgezonden aan de sanctionerend ambtenaar en aan de procureur des Konings.
        78. Gevolgen van onmiddellijke betaling
        §1     De onmiddellijke betaling doet de mogelijkheid vervallen om aan de overtreder een administratieve geldboete voor het bedoelde feit op te leggen.
        §2     De onmiddellijke betaling verhindert de procureur des Konings evenwel niet de artikelen 261bis of 216ter van het wetboek van Strafvordering toe te passen, noch strafrechtelijke vervolgingen in te zetten.
        Hoofdstuk VII Verjaring van de administratieve geldboete
        79. Verjaring
        De administratieve geldboetes verjaren na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop ze betaald moeten worden.
        Hoofdstuk VIII Procedure van ouderlijke betrokkenheid
        80. Procedure van ouderlijke betrokkenheid
        §1     Een procedure van ouderlijke betrokkenheid kan worden voorzien voorafgaand aan het aanbod tot bemiddeling, tot gemeenschapsdienst of, desgevallend, de oplegging van een administratieve geldboete.
        §2     In het kader van deze procedure, informeert de sanctionerend ambtenaar per aangetekende brief de vader en de moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, over de vastgestelde feiten en verzoekt hen om, onmiddellijk na het ontvangen van het proces-verbaal of de vaststelling, hun mondelinge of schriftelijke opmerkingen mee te delen over deze feiten en de eventueel te nemen opvoedkundige maatregelen. Hij kan hiertoe een ontmoeting vragen met de vader en moeder, de voogd of de personen die de minderjarige onder hun hoede hebben en de minderjarige.
        §3     Na de in §2 bedoelde opmerkingen te hebben ingewonnen en/of de minderjarige overtreder te hebben ontmoet, evenals zijn vader, moeder, voogd of personen die er de hoede over uitoefenen en indien hij tevreden is over de educatieve maatregelen die door deze laatsten werden voorgesteld, kan de sanctionerend ambtenaar hetzij de zaak in dit stadium van de procedure afsluiten, hetzij de administratieve procedure opstarten.
        §4     De sanctionerend ambtenaar kan beslissen tot het opstarten van de administratieve procedure in volgende gevallen:
        •    er werden geen opmerkingen noch opvoedkundige maatregelen binnen de gestelde termijn overgemaakt;
        •    de minderjarige overtreder en/of de titularis(sen) die het ouderlijk gezag heeft/hebben over de minderjarige, voogd of personen die er de hoede over uitoefenen zijn niet ingegaan op het verzoek uitgaande van de sanctionerend ambtenaar om elkaar te ontmoeten;
        •    de sanctionerend ambtenaar is van oordeel dat de voorgestelde opvoedkundige maatregelen niet het beoogde resultaat zullen hebben  
        In dergelijk geval wordt aan de minderjarige een bemiddelingsaanbod gericht conform de hieronder voorziene procedure.
        Hoofdstuk IX De lokale bemiddelingsprocedure
        De wet van 24 juni 2013 voorziet in een lokale bemiddelingsprocedure. Onderhavig reglement stelt deze procedure toepasbaar voor minderjarigen  vanaf de volle leeftijd van 14 jaar en voor meerderjarigen. De regering stelt hiervoor een voltijds ambtenaar ter beschikking van de steden en de gemeenten van het gerechtelijk arrondissement Gent. De gemeenten hebben hiervoor een protocol afgesloten met de stad Gent.
        81. Opstart procedure tot bemiddeling
        Minderjarigen:
        §1     Bij minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar hebben bereikt op het tijdstip van de feiten wordt de beslissing inzake het opleggen van een administratieve geldboete voorafgegaan door een verplichte bemiddelingsprocedure.
        §2     De vader en de moeder, voogd of personen die de minderjarige onder hun hoede hebben, zijn burgerlijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete. Zij kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij de bemiddeling.
        §3     De sanctionerend ambtenaar brengt de stafhouder van de orde van advocaten op de hoogte van het in gang zetten van de administratieve procedure wanneer een minderjarige verdacht wordt van een inbreuk die bestraft wordt met een administratieve geldboete.
        Meerderjarigen:
        §1     De sanctionerend ambtenaar kan een bemiddeling aan een meerderjarige overtreder voorstellen wanneer volgende voorwaarden zijn voldaan:
        •    de gemeenteraad moet dit hebben voorzien in zijn reglement, evenals de procedure en de daarmee gepaard gaande nadere regels.
        •    De overtreder moet instemmen met de bemiddeling.
        •    Een slachtoffer werd geïdentificeerd.
        82. Verloop procedure tot bemiddeling  
        Minderjarigen:
        §1     Indien de minderjarige overtreder niet reageert op het voorstel van bemiddelingsaanbod wordt door de bemiddelaar een brief verstuurd aan de minderjarige overtreder en de titularissen die het ouderlijk gezag heeft/hebben over de minderjarige, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige waarin het bemiddelingsaanbod nogmaals wordt herhaald.
        Minderjarigen en meerderjarigen:
        §1     De bemiddelaar tracht de betrokkenen te bewegen tot een herstel of vergoeding van de schade in de meest brede betekenis. Hij probeert, indien de zaak zich hiertoe leent en de betrokkenen hiertoe bereid zijn, een diepgaande dialoog en ontmoeting tot stand te brengen, met inbegrip van een of meerdere momenten van directe ontmoeting.
        Hierbij wordt rekening gehouden met de algemene beginselen van de bemiddeling, zoals opgenomen in het koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
        §2     De bemiddelaar wordt door de aangewezen ambtenaar op de hoogte gebracht van de relevante feiten van de zaak. Elk bemiddelingsaanbod gaat gepaard met voldoende informatie over wat bemiddeling is, hoe deze verloopt, wat van de betrokkenen wordt verwacht, wat de betrokkenen mogen verwachten en welke hun rechten en plichten zijn. De bemiddelaar verstrekt de aangewezen ambtenaar informatie over de stand van zaken betreffende de bemiddeling, wanneer de aangewezen ambtenaar hem hiertoe verzoekt.
        83. Resultaat procedure tot bemiddeling
        §1     De bemiddelaar deelt het resultaat van de bemiddeling mee aan de aangewezen ambtenaar. Indien de bemiddeling niet wordt aangevat of wordt beëindigd zonder resultaat, wordt dit eveneens meegedeeld.
        §2     Wanneer de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve boete meer opleggen.
        §3     In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen ofwel een administratieve geldboete opleggen binnen een termijn van 12 maanden vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.
        Hoofdstuk X De gemeenschapsdienst
        De wet van 24 juni 2013 voorziet in een gemeenschapsdienst. Onderhavig reglement stelt deze procedure toepasbaar voor minderjarigen vanaf de volle leeftijd van 14 jaar en voor meerderjarigen.  
        De gemeenschapsdienst bestaat uit:
        1.    Een opleiding en/of
        2.    Een onbetaalde prestatie onder toezicht van de gemeente of van een door de gemeente aangewezen bevoegde rechtspersoon en uitgevoerd ten behoeve van een gemeentedienst of een publiekrechtelijke rechtspersoon, een stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk die door de gemeente wordt aangewezen.
        84. Opstart procedure van gemeenschapsdienst
        Minderjarigen:
        In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling, kan de sanctionerend ambtenaar een gemeenschapsdienst voorstellen, zoals omschreven bij artikel 10 2e en 3e lid van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, die georganiseerd wordt in verhouding tot zijn leeftijd en capaciteiten.
        Meerderjarigen:
        Voor zover de sanctionerend ambtenaar het aangewezen acht, kan hij aan een meerderjarige overtreder, mits zijn akkoord of op zijn verzoek, een gemeenschapsdienst voorstellen in plaats van de administratieve geldboete.
        85. Verloop procedure gemeenschapsdienst
        Minderjarigen:
        §1     De sanctionerend ambtenaar kan beslissen de keuze en de nadere regels van de gemeenschapsdienst toe te vertrouwen aan een bemiddelaar of een bemiddelingsdienst.
        §2     De gemeenschapsdienst mag niet meer dan vijftien uur bedragen en moet worden uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.
        §3     De vader en moeder, voogd of personen die de hoede hebben over de minderjarige, kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij het uitvoeren van de gemeenschapsdienst.
         
         
        Meerderjarigen:
        §1     De gemeenschapsdienst mag niet meer dan dertig uur bedragen en moet worden uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar
        §2     De gemeenschapsdienst wordt omkaderd door een door de gemeente erkende dienst of door een rechtspersoon die door deze gemeente wordt aangewezen.
        86. Resultaat gemeenschapsdienst
        §1     Wanneer de sanctionerend ambtenaar vaststelt dat de gemeenschapsdienst uitgevoerd werd kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.
        §2     In geval van niet-uitvoering of weigering van de gemeenschapsdienst kan de sanctionerend ambtenaar een administratieve geldboete opleggen binnen een termijn van 12 maanden vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.
        Hoofdstuk XI Register van de gemeentelijke administratieve sancties
        87. Bijhouden register
        De sanctionerende ambtenaar houdt één enkel bestand bij van de natuurlijke personen of rechtspersonen die, op basis van de algemene zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem, het voorwerp hebben uitgemaakt van een administratieve sanctie of een alternatieve maatregel (bemiddeling).  
        DEEL III: BIJZONDERE ZONALE POLITIEVERORDENING DEINZE/ZULTE/LIEVEGEM BETREFFENDE OVERTREDINGEN OP HET STILSTAAN EN HET PARKEREN EN DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE VERKEERSBORDEN C3, F103 en F111 (zogenaamde GAS-4 inbreuken)
        Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
        88. Doel  
        Bij wijze van deze zonale politieverordening wordt uitvoering gegeven aan:  
        •    artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, dat bepaalt dat de gemeenteraad kan voorzien in een administratieve geldboete voor de inbreuken opgesomd in het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111.
        •    Artikel 3, 4° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, dat bepaalt dat de gemeenteraad kan voorzien in een administratieve geldboete voor het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, 3e lid, derde zin van die wet.
        89. Definities  
        In dit reglement hebben de onderstaande termen de ernaast vermelde betekenis.  
        Bestuurder:  al wie een voertuig bestuurt.
        Weggebruikers: elke persoon die gebruik maakt van de openbare weg.
        Auto: elk motorvoertuig, met inbegrip van de trolleybus, dat niet beantwoordt aan de bepalingen van de bromfiets, van de motorfiets, van de drie- en van de vierwieler met motor.
        Voertuig: elk middel van vervoer te land, evenals  alle verrijdbaar landbouw- of bedrijfsmaterieel.
        Motorvoertuig:  elk voertuig uitgerust met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden.
        Stilstaand voertuig: een voertuig dat niet langer stilstaat dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken.
        Geparkeerd voertuig: een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken.
        Motorfiets: elk tweewielig motorvoertuig met of zonder zijspanwagen en dat niet beantwoordt aan de bepaling van de bromfiets.  Bevestiging van een aanhangwagen aan een motorfiets brengt geen wijziging in de classificatie van dit voertuig.
        Bromfiets: elk voertuig met twee wielen of met drie wielen dat naar bouw een maximumsnelheid van 45 km/u heeft en waarvan de cilinderinhoud ten hoogste 50 cm³ bedraagt.  De bromfietsen worden onderverdeeld in bromfietsen klasse A  die naar bouw en motorvermogen, op een horizontale weg, niet sneller kunnen rijden dan 25 km per uur en bromfietsen klasse B  die niet deel uitmaken van klasse A.
        Automatisch werkende toestellen:  onbemande camera’s met nummerplaatherkenning Autosnelweg:  de openbare weg waarvan het begin of de oprit aangeduid is met het verkeersbord F5 en het einde met het verkeersbord F7.
        Autoweg: de openbare weg waarvan het begin aangeduid is met het verkeersbord F9 en het einde met het verkeersbord F11.
        Fietspad: het deel van de openbare weg dat voor het verkeer van fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A is voorbehouden door de verkeersborden D7, D9 of door de wegmarkeringen bedoeld in artikel 74 van de wegcode. Het fietspad maakt geen deel uit van de rijbaan.
        Reclamevoertuig: onder reclamevoertuigen wordt verstaan: aanhangwagens of voertuigen, al dan niet uitgerust met een motor, dewelke op de openbare weg of het openbaar domein worden geplaatst met het oog op louter publicitaire doeleinden.
        Trottoir: het gedeelte van de openbare weg, al dan niet verhoogd aangelegd ten opzichte van de rijbaan, in ’t bijzonder ingericht voor het verkeer van voetgangers. Het trottoir is verhard en de scheiding ervan met de andere gedeelten van de openbare weg is duidelijk herkenbaar voor alle weggebruikers
        Rijbaan: het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.
        Rijstrook:  elk deel van een rijbaan die in haar langsrichting verdeeld is door één of meer witte doorlopende of onderbroken strepen of door voorlopige markeringen die bestaan uit hetzij oranje doorlopende of onderbroken strepen hetzij doorlopende of onderbroken strepen gevormd door oranje spijkers .
        Kruispunt: de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen.
        Overweg: de gehele of gedeeltelijke kruising van een openbare weg door een of meer buiten de rijbaan aangelegde sporen.
        Voetganger: een persoon die zich te voet verplaatst.  
        Voetgangerszone:  een of meer openbare wegen waarvan de toegang aangeduid is met het verkeersbord F103 en de uitgang met het verkeersbord F105.
        Erf: zone waarvan de kenmerken overeenstemmen met die van het woonerf, maar waar de activiteiten verruimd kunnen zijn tot ambacht, handel, toerisme, onderwijs en recreatie.
        Woonerf:  één of meer speciaal ingerichte openbare wegen waarvan de toegangen zijn aangeduid met verkeersborden F12a, en de uitgangen met verkeersborden F12b.  In het woonerf overweegt de woonfunctie.
        Gelijkgrondse berm: de ruimte, onderscheiden van het trottoir en het fietspad, begrepen tussen enerzijds de rijbaan en anderzijds een sloot, een talud, de grenzen van eigendommen, die zich op hetzelfde hoogteniveau bevindt als de rijbaan en gevolgd mag worden door de weggebruikers, bepaald onder de voorwaarden van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
        Middenberm: elke aanleg in de lengterichting om de rijbanen te scheiden, behalve wegmarkeringen.
        Verhoogde berm : een ruimte die hoger ligt dan het rijbaanniveau, onderscheiden van het trottoir en het fietspad, en die tussen deze rijbaan ligt en een sloot, een talud, of grenzen van eigendommen.  
        Verkeersgeleider : een inrichting die op de rijbaan is aangebracht en die bestemd is om het voertuigenverkeer te kanaliseren.
        Bebouwde kom: een gebied met bebouwing en waarvan de invalswegen aangeduid zijn met de verkeersborden F1, F1a of F1b, en de uitvalswegen met de verkeersborden F3, F3a of F3b.
        Aanhangwagen: elk voertuig dat bestemd is om door een ander te worden voortbewogen.
        Lading: elk goed of materiaal dat door een voertuig wordt vervoerd.
        Maximale toegelaten massa : de maximale totale massa van het voertuig, bepaald volgens de weerstand van de onderdelen van het chassis overeenkomstig de voorschriften van het technisch reglement van de auto's.
        90. Toepassingsgebied en doelgroep
        Deze politieverordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeente, met uitzondering van de autosnelweg die het grondgebied van de politiezone Deinze-Zulte-Lievegem doorkruist.  
        Deze politieverordening is van toepassing op iedere meerderjarige natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die zich op het grondgebied van de gemeente bevindt, ongeacht zijn woonplaats of ligging van de  maatschappelijke zetel.
        Hoofdstuk II. Overtredingen van de eerste categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
        91. Parkeren in erven en woonerven (art. 22bis, 4°,a v/d wegcode – GAS-protocol)
        Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve:
        •    op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter ''P'' aangebracht is;
        •    op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat.
        92. Stilstaan en parkeren op verhoogde inrichtingen (art. 22 ter.1, 3° v/d wegcode – GAS-protocol)
        Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
         
          A14       F4a       F4b
         
        93. Parkeren voetgangerszones (art. 22sexies2 v/d wegcode – GAS-protocol)
        In voetgangerszones is het parkeren verboden.
        94. Opstelling stilstaand of geparkeerd voertuig ten opzichte van de rijrichting (art. 23.1, 1° v/d wegcode – GAS-protocol)
        §1     Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting.
        Indien het een rijbaan is met éénrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.
        95. Stilstaan of parkeren op een berm (art. 23.1, 2° v/d wegcode –GAS-protocol)
        §1     Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
        •    buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;  
        •    indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
        •    indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;  
        •    indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden.
        96. Stilstaan of parkeren volledig of deels op de rijbaan (art. 23.2, lid 1, 1° tot 3° en 23.2 lid 2 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:  
        -    1° zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan;  
        -    2° evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg;  - 3° in één enkele file  
             
        Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.  
        97. Opstelling fietsen en tweewielige bromfietsen (art. 23.3 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.  
        98. Opstelling motorfietsen (art. 23.4 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.
        99. Stilstaan en parkeren op plaatsen waar gevaar veroorzaakt kan worden of onnodige hinder zou veroorzaken (art. 24, lid1, 2°, 4° en 7° tot 10° v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:  
         
        1.    op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de
        rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;  
        2.    op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor de voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;  
        3.    in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;  
        4.    op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijk reglementering;  
        5.    op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;  
        6.    op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.  
        100. Parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 25.1, 1°, 2°, 3°, 5°, 8° tot 13° van het kb van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (GAS-protocol)
        Het is verboden een voertuig te parkeren:  
         
        1.    op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;  
        2.    op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;  
        3.    voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;  
        4.    op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;  
        5.    buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;  
         
              B9
         
        6.    op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;  
         
          E9a       E9b
         
        7.    op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;  
        8.    op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;  
        9.    op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;  
        10.    buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middelste berm die deze rijbanen scheidt.  
        101. Onjuiste aanduiding parkeerschijf (art. 27.1.3 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.
        102. Parkeren onrijvaardige motorvoertuigen en aanhangwagens (art. 27.5.1 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te laten parkeren.
        103. Parkeren auto’s, slepen en aanhangwagens met een MTM van meer dan 7,5 ton (art. 27.5.2 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto’s, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te laten parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.  
          E9a           E9c       E9d
        104. Parkeren reclamevoertuigen (art. 27.5.3 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te laten parkeren.  
        105. Gebruik gehandicaptenkaart (art. 27bis v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart, bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document, op de binnenkant van de voorruit of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor persoon met een handicap geparkeerde voertuig.  
        106. Verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder (art. 68.3 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Niet in acht nemen het verkeersbord C3.
         C3
        107. Verkeer in voetgangerszones (art. 71.2 v/d wegcode – GAS-protocol)  
        Niet in acht nemen het verkeersbord F 103, wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
          F103
        107bis. Fietszone (art. 22novies v/d wegcode – GAS-protocol)  
        Niet in acht nemen van het verkeersbord F111.
         
        108. Verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren (art. 70.2.1 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen.
          E9d
         
          E9i  
        109. Verkeersbord halfmaandelijks parkeren (art. 70.3 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Verkeersbord E11 niet in acht nemen.
         E11
        110. Stilstaan en parkeren op verkeersgeleiders en verdrijvingsvakken (art. 77.4 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.
        111. Stilstaan en parkeren op witte markering parkeerzone (art. 77.5 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.
        112. Stilstaan en parkeren op dambordmarkeringen (art. 77.8 v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.
         
        Hoofdstuk III. Overtredingen van de tweede categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
        113. Stilstaan en parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 24, lid1, 1°, 2°, 4° tot en met 6° van het kb van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (art. 24, lid 1, 1°,  2°,  4°,  5° en 6° v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:  
        1.    op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering;  
        2.    op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;  
        3.    op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen;  
        4.    op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen;  
        5.    op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is.  
        114. Parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 25.1, 4°, 6°, 7° van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (GAS-protocol)
        Het is verboden een voertuig te parkeren:  
         
        1.    op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;
        2.    op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden;  
        3.    wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden.  

        115. Parkeren op voorbehouden parkeerplaatsen voor personen met een handicap (art. 25.1, 14° v/d wegcode – GAS-protocol)
        Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
         
        Hoofdstuk IV Sanctionering
        116. Overtredingen van de eerste categorie  
        Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk II van deze politieverordening (Deel III van de algemene zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem) worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete zoals vastgesteld in het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
        117. Overtredingen van de tweede categorie  
        Inbreuken op de artikelen uit Hoofdstuk III van deze politieverordening (Deel III van de algemene zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem) worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete zoals vastgesteld in het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.  
        118. Inbreuken op het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, 3e lid, derde zin
        Inbreuken op het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, 3e lid, derde zin van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties worden gesanctioneerd met een administratieve geldboete zoals bepaald in artikel 4 §1, 1° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.  
        DEEL IV: ALGEMEEN (PROCEDURE)REGLEMENT BETREFFENDE HET OPLEGGEN VAN EEN ADMINISTRATIEVE GELDBOETE BIJ OVERTREDINGEN OP DE BIJZONDERE ZONALE POLITIEVERORDENING DEINZE/ZULTE/LIEVEGEM OP HET STILSTAAN EN HET PARKEREN EN DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE VERKEERSBORDEN C3, F103 en F111.
        Hoofdstuk I  Algemene bepalingen
        119. Definities
        Administratieve geldboete: geldboete opgelegd als sanctie voor een inbreuk op de bijzondere politieverordening betreffende overtredingen op het stilstaan en het parkeren en de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111.
        Het bedrag van deze geldboete wordt vastgesteld in het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 en wordt bepaald in functie van de ernst van de bedreiging die zij betekenen voor de verkeersveiligheid en de mobiliteit.
        Sanctionerend ambtenaar: de door de gemeenteraad aangestelde provinciale ambtenaren belast met het opleggen van een administratieve geldboete.
        Onmiddellijke betaling: betaling van de administratieve geldboete ter plaatse mits akkoordbevinding van de overtreder (natuurlijke persoon) die noch een woonplaats, noch een vaste verblijfplaats heeft in België.
        120. Doelgroep en toepassingsgebied
        1.    Dit algemeen (procedure)reglement is van toepassing op alle bepalingen van de bijzondere zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren en de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111, die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een administratieve geldboete;
        2.    Dit algemeen (procedure)reglement is van toepassing op iedere meerderjarige natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die zich op het grondgebied van de politiezone Deinze/Zulte/Lievegem bevindt, ongeacht zijn woonplaats of ligging van de  maatschappelijke zetel;
        3.    Dit algemeen (procedure)reglement is van toepassing op het grondgebied van de politiezone Deinze/Zulte/Lievegem, met uitzondering van de autosnelweg die dit grondgebied doorkruist.
         
        Hoofdstuk II Vaststellen inbreuken – opleggen geldboete – bedrag administratieve geldboete
        121. Vaststellen inbreuken
        De in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties bedoelde inbreuken, kunnen alleen worden vastgesteld door de personen vermeld in artikel 21 §4 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.  
        122. Opleggen administratieve geldboete
        1.    De administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar;
        2.    Bij afwezigheid van de bestuurder zal de administratieve geldboete worden opgelegd aan de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.
        123. Bedrag van de administratieve geldboete
        De grootte van de administratieve geldboetes of onmiddellijke betalingen voor overtredingen van de eerste en tweede categorie volgens het kb van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, zijn bepaald in het kb van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111.
        Voor inbreuken op het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, 3e lid, 3e zin van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties wordt een administratieve geldboete opgelegd zoals bepaald in artikel 4 §1, 1° van diezelfde wet.

        Hoofdstuk III Protocolakkoord inbreuken verkeer
        124. Protocolakkoord
        De inbreuken voorzien in de bijzondere zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren en de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111, worden behandeld conform het protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties inbreuken verkeer, afgesloten tussen de procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen.
        Dit protocolakkoord leeft alle wettelijke bepalingen na die betrekking hebben op de procedures voorzien voor de overtreders en schendt de rechten van de overtreders niet.
        De protocolakkoorden worden in bijlage gevoegd aan dit reglement en bekendgemaakt conform art. 23 § 1 van de wet van 24 juni 2013”.

        Hoofdstuk IV Administratieve procedure
        125. Kennisgeving
        De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de vaststelling van de inbreuk, bij gewone zending, aan de overtreder de gegevens mee met betrekking tot de vastgestelde feiten en de begane inbreuk, alsmede het bedrag van de administratieve geldboete.
        Voor de inbreuken op art. 3,3° van de GAS-wet (de verkeersgerelateerde inbreuken) is het mogelijk een GAS-boete met uitstel op te leggen.
        126. Betaling
        De administratieve geldboete wordt betaald door de overtreder binnen dertig dagen na de kennisgeving ervan, tenzij de overtreder binnen deze termijn zijn verweermiddelen bij gewone zending laat geworden aan de sanctionerend ambtenaar.
        127. Verweer
        De overtreder kan binnen 30 dagen na de kennisgeving van de administratieve geldboete op zijn verzoek worden gehoord wanneer het bedrag van de administratieve geldboete hoger ligt dan 70,00 euro.
        128. Beslissing
        §1     Indien de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen gegrond verklaart, dan brengt hij hiervan de overtreder op de hoogte;
        §2     Indien de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond verklaart, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze op de hoogte met verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.
        129. Herinnering
        Indien de administratieve geldboete niet wordt betaald binnen de eerste termijn van dertig dagen, dan wordt, behoudens in geval van verweermiddelen, een herinnering verstuurd met uitnodiging tot betaling binnen een nieuwe termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van die herinnering.
        130. Uitvoerbare kracht administratieve geldboete
        De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht indien de geldboete niet binnen de termijn bedoeld in artikel 128 §2 (ingeval van verweermiddelen) of artikel 129 (indien geen verweermiddelen worden geuit) van dit reglement werd betaald, tenzij de overtreder binnen deze termijn een beroep instelt.
         
        Hoofdstuk V Beroepsmogelijkheden
        131. Beroepsprocedure
        1.    De overtreder kan in geval van een administratieve geldboete een beroep instellen bij geschreven verzoekschrift bij de politierechtbank, volgens de burgerlijke procedure, binnen de termijn bedoeld in artikel 128 §2 (ingeval van verweermiddelen) of artikel 129 (indien geen verweermiddelen worden geuit) van dit reglement;
        2.    De politierechtbank beslist in het kader van een tegensprekelijk en openbaar debat, over het beroep ingesteld tegen de administratieve geldboete;
        3.    De politierechtbank oordeelt over de wettelijkheid van de opgelegde geldboete en kan de beslissing van de sanctionerend ambtenaar ofwel bevestigen ofwel herzien;
        4.    De beslissing van de politierechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.
        Hoofdstuk VI Onmiddellijke betaling
        132. Voorwaarden onmiddellijke betaling
        1.    De inbreuken op de bijzondere zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem betreffende overtredingen op het stilstaan en het parkeren en de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 kunnen aanleiding geven tot onmiddellijke betaling van de in artikel 5 van dit reglement bepaalde boetebedragen;
        2.    Alleen de personeelsleden van het operationele kader van de federale en lokale politie kunnen gebruik maken van de door dit hoofdstuk voorziene onmiddellijke betaling. In geval van onmiddellijke betaling zullen voornoemde personen de overtreder op de hoogte brengen van al zijn rechten;
        3.    De onmiddellijke betaling kan enkel worden uitgevoerd ten aanzien van een natuurlijk persoon:
        •    die, noch een woonplaats, noch een vaste verblijfplaats heeft in België; o die meer dan 18 jaar oud is en niet onder statuut van verlengde minderjarigheid valt of onbekwaam is verklaard;
        •    die akkoord gaat met de uitvoering van de onmiddellijke betaling;
        4.    De onmiddellijke betaling is uitgesloten indien één van de inbreuken die bij dezelfde gelegenheid worden vastgesteld geen aanleiding kan geven tot deze procedure;
        5.    De betaling van de administratieve geldboete gebeurt door middel van een bankkaart of kredietkaart of via overschrijving of in geld;
        6.    het proces-verbaal dat gewag maakt van een onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete wordt binnen een termijn van vijftien dagen overgezonden aan de sanctionerend ambtenaar en aan de procureur des Konings.
        133. Gevolgen van onmiddellijke betaling
        1.    De onmiddellijke betaling doet de mogelijkheid vervallen om aan de overtreder een administratieve geldboete voor het bedoelde feit op te leggen;
        2.    De onmiddellijke betaling verhindert de procureur des Konings evenwel niet de artikelen 216bis of 216ter van het Wetboek van Strafvordering toe te passen, noch strafrechtelijke vervolgingen in te zetten.
        Hoofdstuk VII Verjaring van de administratieve geldboete
        134. Verjaring
        De administratieve geldboete verjaart na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop ze betaald moet worden.
         
        DEEL V: OPHEFFINGS-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
        135. Opheffingsbepaling
        Het algemeen politiereglement LoWaZoNe (Gas-reglement) goedgekeurd door de gemeenteraad van 20 december 2016, het algemeen reglement op de gemeentelijke administratieve sancties (nietverkeer) goedgekeurd door de gemeenteraad van 20 december 2016, de bijzondere politieverordening betreffende overtredingen op het stilstaan en het parkeren en de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103 vastgesteld met automatisch werkende toestellen goedgekeurd door de gemeenteraad van 20 december 2016, het algemeen reglement betreffende het opleggen van een administratieve geldboete bij overtredingen op het stilstaan en het parkeren en de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103 vastgesteld met automatisch werkende toestellen goedgekeurd door de gemeenteraad van 20 december 2016 en het algemeen politiereglement Deinze/Zulte goedgekeurd door de gemeenteraad van 22 februari 2018 worden opgeheven. De opheffing gebeurt met ingang van de inwerkingtreding van deze algemene zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem.  
        136. Overgangsbepaling.
        De procedures die lopende zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit reglement blijven onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die van kracht waren op het tijdstip van de inleiding van de procedure.
        De algemene zonale politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem is enkel van toepassing op inbreuken die gepleegd werden na de inwerkingtreding van deze politieverordening
        137. Bekendmaking
        Onderhavig algemeen zonaal politiereglement Deinze/Zulte/Lievegem wordt in uitvoering van artikel 286 §1 1° van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt met inachtname van artikel 15 van de wet van 24 juni 2013, meer specifiek met betrekking tot minderjarigen.
        138. Inwerkingtreding
        Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2025.

        Publieke stemming
        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Voorstanders: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1
        De algemene Zonale Politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem wordt als volgt gewijzigd: 

        • Volgende artikels worden toegevoegd:artikel 14 §4,5,6; 15 §1,3,6,7; 33 §2,3,4,5,6; 34; 36§2; 38 §4,7,9,10 en 63
        • Volgende artikels worden gewijzigd: artikel 2, 6, 11, 12, 14, 15, 23, 24, 25, 36§1, 37§1, 38 §1,2, 5, 6, 45, 50 §2,3, 64 I.A.§1, I. B§1,2,3 C§1, 64 II, 64 III, 66, 71, 80 §2,4, 82 §1, 87; 88; 90- 115; 119-121; 123-125 en 132.
        • volgende artikels werden verwijderd uit de vorige versie: artikel 48 en 90

        Artikel 2
        De gecoördineerde Algemene Zonale Politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem houdende de bepalingen opgenomen in de rubriek 'reglementen' wordt goedgekeurd.

        Artikel 3
        De gecoördineerde Algemene Zonale Politieverordening Deinze/Zulte/Lievegem treedt in werking op 1 oktober 2025.

        Artikel 4
        De deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen, het parket van de procureur des Konings Oost-Vlaanderen afdeling Gent, de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, de griffie van de politierechtbank, de bevoegde sanctionerende ambtenaren, de bemiddelingsambtenaar, de voorzitter en de korpschef van de politiezone Deinze/Zulte/Lievegem krijgen een kopie van dit besluit.

        Artikel 5
        Dit besluit en de inhoud van dit besluit wordt, overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, bekendgemaakt via de webtoepassing van de stad Deinze op www.deinze.be.

    • Beleidsondersteuning

      • Kennisname opvolgingsrapportering eerste semester 2025

        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere
        Mondelinge tussenkomsten

        Bram Stroobandt (raadslid), Sofie D'hondt (schepen)

        Regelgeving

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, de artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 263 over de opvolgingsrapportering.

        Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Bijlagen

        Het opvolgingsrapport van de prioritaire acties over het eerste semester 2025 van de stad en het OCMW Deinze.

        Motivering

        Het decreet lokaal bestuur schrijft voor dat aan de gemeenteraad een opvolgingsrapportering van de prioritaire doelstellingen over het eerste semester van het boekjaar wordt voorgelegd. 

        Het MAT verleende een gunstig advies over de voorliggende opvolgingsrapportering op 04 september 2025. 

        Financiële impact

        Deze beslissing valt niet onder de visumplicht en heeft geen financiële gevolgen.

        Besluit

        Artikel 1
        De gemeenteraad neemt kennis van het opvolgingsrapport van de prioritaire doelstellingen over het eerste semester van 2025 van de stad en het OCMW Deinze.

        Artikel 2
        Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017).

      • Subsidiereglement voor het toekennen van een buurtbudget

        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere
        Mondelinge tussenkomsten

        Annick Verstraete (raadslid), Rutger De Reu (burgemeester)

        Regelgeving

        De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen. 

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, meer specifiek de artikels 1, 2 en 3.

        Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikels 40 en 41 over de bevoegdheid van de gemeenteraad.

        Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Bijlagen

        Het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2025 over het toekennen van buurtbudget (met als einddatum 31 december 2025) en waarin de aanpassingen voor het nieuwe subsidiereglement - voor de periode 2026-2031 - werden aangeduid.

        Motivering

        Sinds 1 juni 2025 is er een subsidiereglement om initiatieven te ondersteunen die de sociale cohesie en het welzijn in de buurt bevorderen (buurtbudget). Dit reglement heeft als einddatum 31 december 2025.
        Bij de start van een nieuwe beleidsperiode (2026-2031) worden alle subsidiereglementen opnieuw voorbereid en ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.  

        Voor het bekomen van een buurtbudget ontvingen we reeds aanvragen voor 2026.
        Om de aanvragers tijdig te kunnen informeren over hun aanvraagdossier wordt het subsidiereglement voorgelegd aan de gemeenteraad van september 2025.

        Overzicht van de binnengekomen dossiers in 2025:

        • gedurende de maanden juni, juli en augustus 2025 ontvingen we 42 aanvragen van inwoners. 35 aanvragen werden goedgekeurd, ter waarde van 9.850 euro.
        • 29 aanvragen gingen uit van een groep van minstens 3 buurtbewoners. 6 aanvragen werden ingediend namens een vereniging.
        • 32 van de goedgekeurde aanvragen vielen in de categorie 'ontspanning' met een maximum budget van 250 euro. 2 evenementen werden goedgekeurd als 'ontspanning' en 'dorpsgericht' en ontvingen 750 euro.
        • er was 1 initiatief in de categorie 'ontmoeting', voor een budget van 400 euro.

        De eerste reacties en invullingen zijn positief. Er komen veel verschillende aanvragen binnen. Op tal van plaatsen in onze stad organiseren burgers samenkomsten voor hun buren.
        Stad Deinze ontving, tot nu toe, enkel positieve feedback over het verloop van de aanvraagprocedure. Het is echter te vroeg om een volwaardige evaluatie te kunnen maken. De dienst Strategie, Kwaliteit en Participatie zal tegen eind 2026 een evaluatie uitvoeren.

        Het stadsbestuur zal blijven inzetten op de bekendmaking van het buurtbudget, via verschillende communicatiekanalen. Het doel blijft om inwoners te inspireren om ook buurtprojecten op te zetten in de categorieën 'ontmoeting' en 'buurtverfraaiing'.

        Na evaluatie van de eerste ronde van aanvragen die we in 2025 ontvingen, zijn er enkele minimale aanpassingen in het reglement aangebracht. Dit zijn geen inhoudelijke aanpassingen, maar technische aanpassingen in kader van de uniformiteit in opmaak van subsidiereglementen.

        Financiële impact

        Het krediet om deze beslissing uit te voeren is voorzien op:

         meerjarenplan 2026-2031

         Exploitatie

         jaar

         2026-2031

         beleidsitem

         017100 - Wijkoverleg

         algemene rekening

         649000 - Algemene werkingssubsidies aan personen

         Kostenplaats

         BUURT

         krediet

         50 000 euro (jaarlijks)

        Reglementen

        Periode

        Artikel 1
        Er wordt voor een termijn van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 een subsidiereglement gevestigd voor het toekennen van een buurtbudget.

        Doel

        Artikel 2
        Stad Deinze wil initiatieven ondersteunen die de sociale cohesie en het welzijn in de buurt bevorderen. Stad Deinze verleent daartoe een subsidie voor initiatieven met drie mogelijke invullingen.

        § 1. Ontspanning
        De subsidie kan ingezet worden ter ondersteuning van kleinschalige wijk- en straatevenementen  en grotere dorpsevenementen, met als doel de buurtbewoners op een aangename manier samen te brengen.
        Bijvoorbeeld: een straatfeest, een muziekoptreden, straataperitief, een buurt-BBQ, volksspelen, workshops in de speelstraat,

        § 2. Buurtverfraaiing
        Stad Deinze wil buurtbewoners stimuleren om via kleine ingrepen te werken aan een aangename, sfeervolle woonomgeving.
        Bijvoorbeeld: gezamenlijk bloembollen planten, een deelmoestuin, een natuurgroenperk, Street art, spreuken in het straatbeeld, geveltuintjes, gezamenlijke kerstversiering,

        § 3. Ontmoeting
        Stad Deinze wil burgers stimuleren initiatieven op te zetten om ontmoeting tussen burgers te bevorderen en eenzaamheid tegen te gaan.
        Bijvoorbeeld: geschenkpakketjes voor verjaardagsbezoeken aan huis, een regelmatige  volkskeuken of koffiebabbels, een boekenclub, een burenketting van bloemen,

        Definities

        Artikel 3

        • Buurtbewoners: inwoners die in een eenzelfde straat of eenzelfde buurt wonen waarop het initiatief zich richt.
        • Een initiatief: een actie, een activiteit, een evenement of een project dat een groep buurtbewoners uit eigen beweging gezamenlijk en zelfstandig organiseert en uitvoert.
        • Kleinschalig wijk- en straatevenement: een initiatief gericht op het samenbrengen van buurtbewoners in eenzelfde wijk of (deel van een) straat door middel van een activiteit. Het initiatief beoogt minimaal 25 mensen te bereiken.
        • Groter dorpsevenement: een initiatief gericht op het samenbrengen van buurtbewoners door middel van een activiteit, dat individuele straten of wijken overstijgt. Het doel van het initiatief is om op schaal van het dorp mensen bij elkaar te brengen. Voor het verstedelijkt gebied (Deinze, Astene en Petegem aan de Leie) worden in de aanvraag de straten waarop men zich richt benoemd. Het initiatief beoogt minimaal 75 mensen te bereiken.
        • Buurtverfraaiing: tijdelijke ingrepen ter verfraaiing van een woonomgeving in een buurt.
        • Woonomgeving: het straatbeeld van de buurtbewoners. Hiermee wordt zowel de openbare ruimte als de publiek zichtbare private eigendom bedoeld.
        • Ontmoeting: meer dan een ontspannend evenement organiseren. Acties in dit kader hebben als doel sociale contacten tussen mensen uit te bouwen. Dit zijn initiatieven die verder gaan dan een eenmalig evenement en verbinding tussen mensen bewerkstelligen.

        Doelgroep

        Artikel 4
        §1. Een buurtbudget kan worden toegekend aan inwoners uit eenzelfde buurt die de aanvraag doen als een groep van minstens drie natuurlijke personen of een feitelijke vereniging/vzw.

        §2. Er zijn minstens 3 aanvragers nodig, of een feitelijke vereniging/vzw.

        §3. De aanvragers mogen geen bloed- of aanverwanten zijn in de eerste graad. Minstens één van de aanvragers dient meerderjarig te zijn.

        Voorwaarden

        Artikel 5
        Om in aanmerking te komen voor een buurtbudget dient een initiatief te voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

        • de sociale cohesie en het welzijn in een Deinse buurt bevorderen.
        • inzetten op actieve inbreng van inwoners.
        • laagdrempelig en toegankelijk zijn voor iedereen in de straat, buurt of dorp en geen personen uitsluiten.
        • opgestart zijn binnen 6 maanden na toekenning van de subsidie.
        • alle publicaties, affiches, folders en andere vormen van publiciteit in het kader van het initiatief moeten de melding ‘met de steun van Stad Deinze’ alsook het logo van Stad Deinze dragen. Het logo kan hier gedownload worden.
        • voor eenzelfde initiatief kan slechts één maal een subsidie worden toegekend binnen dit reglement.
        • elke doelgroep kan maximum één keer per jaar een buurtbudget ontvangen en/of het voorwerp uitmaken van een aanvraag in het kader van dit reglement.
        • de feitelijke vereniging of groep van minstens 3 buurtbewoners kan maar 1 keer per jaar de subsidie aanvragen.
        • het buurtbudget ontslaat de aanvrager niet van de reglementaire verplichtingen die Stad Deinze oplegt bij de organisatie van een evenement (bijvoorbeeld de meldingsplicht).
        • de aanvrager verbindt er zich toe voldoende aandacht te besteden aan milieu- en duurzaamheidsaspecten. Dit betekent dat de ecologische voetafdruk van acties wordt beperkt (bv. door afval te voorkomen, lokaal aan te kopen of duurzame producten te gebruiken) en dat de aanvrager streeft naar een langdurig effect van de acties.
        • niet in conflict zijn met bestaande beleidsbeslissingen van het stadsbestuur.
        • steeds in overeenstemming zijn met de bepalingen van de zonale politieverordening Deinze-Zulte-Lievegem.
        • de aanvrager engageert zich om het belang van het gebruik van het Nederlands te erkennen bij het uitvoeren van gesubsidieerde activiteiten.

        Volgende initiatieven zijn echter uitgesloten:

        • initiatieven die kaderen in de reguliere werking van bestaande verenigingen.
        • acties die reeds op een andere manier financieel of infrastructureel ondersteund worden door de stad (bv via ter beschikkingstelling van een zaal).
        • privé-initiatieven die niet openstaan voor alle betrokken buurtbewoners.
        • commerciële acties.
        • acties met een uitgesproken religieus, filosofisch of partijpolitiek karakter.

        Subsidiebedrag

        Artikel 6
        Er zijn drie maximale budgethoogtes:

        • ontspanning (cfr. artikel 2 § 1.):
          • voor kleinschalige wijk- en straatevenementen, met minimaal 25 aanwezigen, kan een buurtbudget toegekend worden van maximaal € 250, aan buurtbewoners en feitelijke verenigingen of vzw's.
          • voor grotere dorpsevenementen, met minimaal 75 aanwezigen, kan een buurtbudget toegekend worden van maximaal € 750, aan feitelijke verenigingen of vzw's.
        • buurtverfraaiing en ontmoeting (cfr. artikel 2 § 2. en artikel 2 § 3.): Er kan een buurtbudget toegekend worden van maximaal € 400, aan buurtbewoners en feitelijke verenigingen of vzw's.

        Artikel 7

        § 1. Kosten die aanvaard worden:

        • de subsidie mag uitsluitend dienen voor de betaling van kosten die noodzakelijk zijn voor de realisatie van het initiatief.
        • alleen kosten vanaf de datum van de subsidieaanvraag kunnen worden ingediend.
        • aankopen van roerende goederen worden toegestaan indien ze nodig zijn voor het initiatief en mits het toewijzen van een bestemming na het initiatief in functie van de buurt of gelijkaardige initiatieven.

        § 2. Kosten die niet aanvaard worden:

        • loonkosten en vrijwilligersvergoedingen.
        • reis- en verblijfskosten.
        • aankopen van onroerende goederen.

        Procedure (aanvraag, beoordeling, beslissing, uitbetaling, verantwoording)

        Aanvraag

        Artikel 8
        De subsidie wordt aangevraagd via het aanvraagformulier beschikbaar op de website van Stad Deinze. 

        Een aanvraag voor een buurtbudget kan het hele jaar door worden ingediend. De uitbetaling van het buurtbudget gebeurt vier keer per jaar. Na elk van de vier vaste indieningsdata, worden de ingediende aanvragen beoordeeld en, indien goedgekeurd, uitbetaald.

        De indieningsdata zijn:

        • 1 maart
        • 1 juni
        • 1 september
        • 1 december

        Beoordeling

        Artikel 9

        § 1. De bevoegde dienst beoordeelt de subsidieaanvraag op basis van de reglementaire voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement. 

        § 2. De bevoegde dienst kan bijkomende inlichtingen inwinnen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de subsidieaanvraag. 

        Beslissing

        Artikel 10

        § 1. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de subsidie op basis van de beoordeling (advies bevoegde dienst)

        § 2. De bevoegde dienst stelt de aanvrager in kennis van de goedkeuring of weigering van de subsidieaanvraag binnen de 3 weken na de uiterste indieningsdatum zoals bepaald in artikel 7 van dit reglement. 

        Uitbetaling

        Artikel 11

        § 1. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen op het rekeningnummer van de vereniging of één van de drie buurtbewoners die de aanvraag heeft ingediend. Voor een groter dorpsevenement (budget tot € 750) kan enkel op een rekeningnummer op naam van de organiserende vereniging uitbetaald worden.

        § 2. De aanvrager verbindt zich ertoe Stad Deinze onverwijld schriftelijk op de hoogte te brengen wanneer het rekeningnummer van de aanvrager wijzigt. 

        Verantwoording 

        Artikel 12
        § 1. De aanvrager bewaart tot 6 maanden na het initiatief de nodige bewijsstukken (facturen, aankoopbewijzen …) die aantonen waarvoor de subsidie is gebruikt.

        § 2. Binnen de twee weken na het initiatief bezorgt de aanvrager twee bewijsstukken waaruit blijkt dat het initiatief is doorgegaan: twee sfeerfoto’s en (indien opgesteld) een flyer, affiche of uitnodiging.

        § 3. De aanvrager brengt de deelnemers tijdens het initiatief op de hoogte van het feit dat er foto’s genomen worden als bewijsstuk voor de toegekende subsidie en van het feit dat de foto’s kunnen gebruikt worden voor promotionele doeleinden van dit subsidiereglement.

        § 4. De bevoegde dienst voert steekproefsgewijs een controle uit op de toegekende subsidies. De steekproefcontrole kan maximaal 6 maanden na het initiatief uitgevoerd worden.

        Sancties

        Artikel 13

        § 1. De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend. Zo niet dient de subsidie geheel of gedeeltelijk terugbetaald te worden.

        § 2. Indien een initiatief waaraan een subsidie werd toegekend niet kan doorgaan of na indiening van de aanvraag grondig is gewijzigd, deelt de aanvrager dit onmiddellijk mee aan de bevoegde dienst. Indien nodig kan Stad Deinze de subsidie geheel of gedeeltelijk wijzigen, inhouden of terugvorderen.

        § 3. In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan Stad Deinze beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen, het verleende subsidiebedrag terug te vorderen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager.

        § 4. In geval één van de drie natuurlijke personen, zoals bedoeld in artikel 4,  onder curatele is geplaatst, kan Stad Deinze overgaan tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de uitgekeerde subsidie.

        § 5. De toegekende subsidie mag door de aanvrager niet in pand gegeven worden aan een derde.

        § 6. Bij het niet, niet tijdig of niet correct indienen van de bewijsstukken, kan Stad Deinze overgaan tot terugvordering van de toegekende subsidie.

        § 7. Indien de uitgaven lager zijn dan de toegekende subsidie, en bij het niet of onvolledig uitvoeren van het initiatief, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden. Indien de uitgaven hoger blijken te zijn, geeft dit geen aanleiding tot een aanpassing van het subsidiebedrag.

        Betwistingen

        Artikel 14
        § 1. Stad Deinze kan op geen enkele wijze aansprakelijk worden gesteld voor enige geschillen, onenigheden of conflicten die zich voordoen tussen deelnemers, derden of andere betrokken partijen. Stad Deinze is niet gehouden tot enige vorm van tussenkomst, bemiddeling of verantwoordelijkheid in dergelijke aangelegenheden. Elke betwisting of meningsverschil dient uitsluitend tussen de betrokken partijen te worden opgelost.

        § 2. Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement wordt beslecht door het college van burgemeester en schepenen. 

        Publieke stemming
        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Voorstanders: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen
        Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
        Besluit

        Artikel 1
        De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor een buurtbudget voor de periode 2026-2031 goed.

        Artikel 2
        Een kopie van dit besluit wordt aan de financieel directeur bezorgd en aan de betrokken dienst belast met de toepassing van dit reglement.

        Artikel 3
        Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).

    • Extra agendapunten

      • Extra agendapunt gemeenteraad - raadslid Peter Parmentier - Statiegeld op blikjes en plastic flessen

        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Verontschuldigd: Bruno Dhaenens, Conny De Spiegelaere
        Mondelinge tussenkomsten

        Peter Parmentier, Hugo Schaeck (raadsleden), Jan Vermeulen (schepen), Bart Vermaercke, Kristof Van Den Berghe (raadsleden)

        Regelgeving

        Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het lokaal bestuur, artikelen 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

        Bijlagen

        De e-mail van raadslid Peter Parmentier.
        Bijlage motie statiegeld.

        Motivering

        Toelichting
        Als lid van de statiegeldalliantie wil Deinze dat de gewesten zo vlug mogelijk een regeling van
        statiegeld op blikjes en plastic flessen regelen. Deze statiegeldalliantie vraagt nu om via moties in de
        gemeenteraden de druk op de bevoegde instanties op te voeren. Ook in Deinze willen we met de gemeenteraad
        deze motie ondertekenen.
        Motivatie
        Stad Deinze ondertekende de vraag van de statiegeldalliantie. Deze vraagt samen met 1300 andere
        gemeenten, steden en verenigingen om zo vlug mogelijk statiegeld in te voeren op blikjes en plastiek flessen. In
        Nederland en veel andere landen is dat vlotjes gelukt, bij ons blijft het dossier aanslepen. Al jaren komen er
        veel beloftes maar zien we geen resultaten. We voelen dat de sterren nu goed staan om tot een plan te komen.
        Met de goedkeuring van deze motie willen we de bevoegde instanties een duwtje in de rug geven. We kunnen
        de wil van een overgroot deel van de bevolking nog eens beklemtonen.
        Regelgeving:Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 40 en 41 over de
        bevoegdheden van de gemeenteraad.
        Financiële impact
        Geen.
        Besluit
        Artikel 1 De gemeenteraad onderschrijft de bijgevoegde motie van de statiegeldcoalitie Artikel 2 De motie
        wordt aan de bevoegde instanties verstuurd Artikel 3 Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van
        de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht
        van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van
        22 december 2017 en latere wijzigingen).

        Publieke stemming
        Aanwezig: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Annick Verstraete, Eric Van Huffel, Freija Dhondt, Gunnar Claeys, Matthias Neirynck, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Olaf Evrard, Els Baart, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Alexander Adams, Carline De Paepe, Kristof Van den Berghe, Ortwin Depoortere, Peter Parmentier, Bram Stroobandt, Marc Cocquyt, Beatrice Thaler, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen, Stefanie De Vlieger
        Voorstanders: Annick Verstraete, Freija Dhondt, Kristof Van den Berghe, Peter Parmentier, Bram Stroobandt
        Tegenstanders: Matthias Neirynck, Olaf Evrard, Jan Pauwels, Bart Vermaercke, Carline De Paepe, Ortwin Depoortere, Beatrice Thaler, Hugo Schaeck, Zoë Van Doorne, Ronny Vermeulen
        Onthouders: Tess Minnens, Rutger De Reu, Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Johan Cornelis, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Eric Van Huffel, Gunnar Claeys, Stephanie Debeurme, Filip Vervaeke, Els Baart, Alexander Adams, Marc Cocquyt, An Standaert, Ilse Dobbelaere, Delphine Verschelde
        Resultaat: Met 5 stemmen voor, 10 stemmen tegen, 18 onthoudingen
        Besluit

        Artikel 1
        Het agendapunt is verworpen.

        Artikel 2
        Dit besluit wordt bekendgemaakt via de besluitenlijst van de gemeenteraad op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 285 § 1, 1° en § 3, artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).

De voorzitter sluit de zitting op 25/09/2025 om 20:51.

Namens gemeenteraad,

Stefanie De Vlieger
algemeen directeur

Tess Minnens
voorzitter van de gemeenteraad