Terug
Gepubliceerd op 25/09/2025

Besluit  college van burgemeester en schepenen

di 16/09/2025 - 09:00

Rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel - 18e wijziging

Aanwezig: Rutger De Reu, burgemeester
Jan Vermeulen, Sofie D'hondt, Nathalie Lambrecht, Marleen Vanlerberghe, Bart Van Thuyne, Bruno Dhaenens, schepenen
Conny De Spiegelaere, schepen, voorzitter BCSD
Stefanie De Vlieger, algemeen directeur
Afwezig: Johan Cornelis, schepen
Regelgeving

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 56 en 57 over de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De beslissing van de gemeenteraad van 23 januari 2025 waarbij de raad de goedkeuring van de rechtspositieregeling, het organogram, de personeelsformatie en het arbeidsreglement gedelegeerd heeft naar het college van burgemeester en schepenen.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 16 juli 2019 en latere wijzigingen waarbij de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel werd vastgesteld.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van de lokale en provinciale besturen.

Bijlage

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 16 juli 2019 en latere wijzigingen houdende vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 17 december 2019 en latere wijzigingen houdende vaststelling van het organogram en de personeelsformatie voor het gemeentepersoneel.

Advies van het managementteam van 21 augustus 2025 houdende het voorstel aanpassing rechtspositieregeling.

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 26 augustus 2025 houdende de agenda syndicaal overleg.

Het protocol nr. 77 van het bijzonder onderhandelingscomité van 12 september 2025.

Motivering

Het stadsbestuur heeft de ambitie om de rechtspositieregeling grondig te herzien in 2025-2026. Vandaar dat in tussentijd een aantal topics worden aangepast.

Bij afloop van het verlof voor opdracht wordt de medewerker in principe opnieuw tewerkgesteld binnen het lokaal bestuur. Hierbij wordt gestreefd naar het vinden van zoveel mogelijk aansluiting bij de oorspronkelijke functie of een gelijkwaardige functie. We willen echter ook transparant zijn: afhankelijk van de noden van de organisatie, de evoluties binnen de dienst of het gewijzigde personeelsbestand tijdens de afwezigheid, kan het zijn dat de medewerker wordt toegewezen aan een andere functie of taakinhoud. Dit gebeurt steeds in overleg met de betrokken medewerker. We wensen dit dan ook op te nemen in de rechtspositieregeling.

Om sneller te kunnen inspelen op vragen van diensten met betrekking tot in te vullen open posities, wordt voorgesteld om te kunnen overgaan tot tussentijdse wervingsreserves voor generieke functies. Om kandidaten uit deze reserve aan te stellen, kunnen een of meerdere bijkomende selectietechnieken georganiseerd worden, toegespitst op de dienst waar een vacature worden opengesteld.

Ten slotte wordt voorgesteld om de samenstelling van de selectiecommissie te vereenvoudigen, waarbij enerzijds het minimum aantal leden wordt aangepast en anderzijds de secretaris wel deelneemt aan de eigenlijke selectieactiviteiten.

Financiële impact

Deze beslissing valt niet onder de visumplicht.

Besluit

Artikel 1
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht:

In “Titel IX, Hoofdstuk IX. Het verlof voor opdracht”, wordt

  • In artikel 265 de zin “Het verlof voor opdracht is een gunst en moet verzoenbaar zijn met de goede werking van het bestuur.” vervangen door de paragraaf “Het verlof voor opdracht is een gunst en moet verzoenbaar zijn met de goede werking van het bestuur. Bij eventuele terugkeer van het statutaire personeelslid kan het bestuur toestaan om opnieuw een functie op te nemen binnen het organogram, op voorwaarde dat er een open positie voorhanden is. De eventuele nieuwe functie kan zich op hetzelfde of een lager niveau situeren als de functie die het statutaire personeelslid bekleedde voor het verlof voor opdracht, rekening houdend met de competenties, vaardigheden en expertise van het statutaire personeelslid en na een gesprek met de leidinggevende.”

Artikel 2
In de goedgekeurde rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel van 16 juli 2019 en latere wijzigingen worden volgende wijzigingen aangebracht:
In “Titel II, Hoofdstuk III. De selectieprocedure”, wordt

  • Artikel 15 aangepast:

§1. 2° “elke selectiecommissie bestaat uit ten minste drie leden” wordt aangepast naar “elke selectiecommissie bestaat uit ten minste drie leden inclusief de secretaris”

  • Artikel 17 aangepast:

“De selectiecommissies worden geleid door een voorzitter. De voorzitter wordt in zijn taak bijgestaan door een secretaris die niet deelneemt aan de eigenlijke selectieactiviteiten en aan de beoordeling van de kandidaten” wordt aangepast naar “De selectiecommissies worden geleid door een voorzitter. De voorzitter wordt in zijn taak bijgestaan door een secretaris die deelneemt aan de eigenlijke selectieactiviteiten”.

  • Artikels 25 t.e.m. 27 vervangen door volgende tekst:

Reserves
Onderafdeling 1. Aanleg van reserves
Artikel 25. §1. De aanstellende overheid beslist of een reserve wordt aangelegd en bepaalt de aard (aanwerving, en/of bevordering en/of interne personeelsmobiliteit) en de geldigheidsduur ervan die maximaal, inclusief verlengingen, 5 jaar bedraagt.
§2. De geldigheidsduur vangt aan vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van het eindrapport van de selectie.
§3. Indien de stad en het OCMW een gezamenlijke selectieprocedure voeren, beslissen de aanstellende overheden over de reserve zoals bedoeld in deze afdeling.
Artikel 26. §1. Alle geslaagde of geschikt bevonden kandidaten die niet onmiddellijk worden aangesteld, worden in de reserve opgenomen.
§2. Met toepassing van de bindende rangschikking van de geslaagde of geschikt bevonden kandidaten wordt de eerst gerangschikte kandidaat van de wervingsreserve het eerst geraadpleegd.
Onderafdeling 2. Tussentijdse reserves
Artikel 27. §1. De aanstellende overheid beslist bij oproep voor een generieke functie of een tussentijdse reserve wordt aangelegd en bepaalt de geldigheidsduur ervan die maximaal, inclusief verlengingen, 5 jaar bedraagt.
De geldigheidsduur vangt aan vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum van het eindrapport van de oorspronkelijke selectie.
§2. Alle geslaagde of geschikt bevonden kandidaten worden in de tussentijdse reserve opgenomen.
Om kandidaten uit deze reserve aan te stellen, kunnen een of meerdere bijkomende selectietechnieken georganiseerd worden. Kandidaten die niet aangesteld worden, worden opnieuw opgenomen in de reserve.

Artikel 3
Dit besluit en de inhoud ervan wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de stad. De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking (artikel 286 § 1 en artikel 287 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen).